De Minister voor Rechtsbescherming,
Gelet op artikel 16d, eerste lid, van de Auteurswet en artikel 11 van de Wet op de
naburige rechten,
Besluit:
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. de stichting:
-
Stichting de Thuiskopie, statutair gevestigd te Amsterdam;
- b. de vergoeding:
-
de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, alsmede de vergoeding, bedoeld
in artikel 11 van de Wet op de naburige rechten in samenhang met artikel 16c van de
Auteurswet.
Artikel 2 Aanwijzing
Als rechtspersoon belast met de inning en verdeling van de vergoeding wordt aangewezen:
de stichting.
Artikel 3 Intrekken aanwijzing
De Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 18 mei 2017, nr. 2077202
tot aanwijzing van de rechtspersoon belast met de inning en de verdeling van de vergoeding,
bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet en in artikel 10, onderdeel e, van de Wet
op de naburige rechten wordt ingetrokken.
Artikel 4 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2022.
TOELICHTING
Stichting de Thuiskopie is in 1991 aangewezen als rechtspersoon belast met de inning
en de verdeling van de in artikel 16c van de Auteurswet bedoelde vergoeding. Het gaat
hierbij om de billijke vergoeding die is verschuldigd voor het reproduceren voor eigen
oefening, studie of gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken op een voorwerp
dat bestemd is om een werk ten gehore te brengen, te vertonen of weer te geven (thuiskopie-exceptie).
Op grond van artikel 11 van de Wet op de naburige rechten geldt deze exceptie ook
voor bepaalde nabuurrechtelijk beschermde prestaties. De stichting is in 1993 tevens
aangewezen als rechtspersoon belast met de inning en de verdeling van deze op grond
van de Wet op de naburige rechten verschuldigde vergoedingen.
In 2007 is de aanwijzing van Stichting de Thuiskopie in de tijd beperkt tot een periode
van vijf jaar (Regeling van 22 mei 2007, Stcrt. 2007, 103). In 2012 en 2017 is de aanwijzing van Stichting de Thuiskopie steeds met vijf jaar
verlengd (regeling van 15 mei 2012, Stcrt. 2012, 10246 en van 18 mei 2017, Stcrt. 2017, 29166). De onderhavige aanwijzing van Stichting de Thuiskopie geldt in beginsel voor onbepaalde
tijd (artikel 2). Dit sluit ook aan bij de aanwijzing van andere, vergelijkbare, collectieve
beheersorganisaties.
In de eerdere aanwijzing van de stichting was bepaald dat een overeenkomst van Stichting
de Thuiskopie met een derde organisatie door wie Stichting de Thuiskopie werkzaamheden
laat verrichten in verband met de inning en de verdeling van de aan de thuiskopie-exceptie
verbonden vergoeding, uitsluitend voor bepaalde tijd wordt aangegaan en dat in die
overeenkomst in ieder geval wordt opgenomen in welke gevallen de overeenkomst tussentijds
wordt ontbonden of kan worden ontbonden. Omdat de aanwijzingsovereenkomsten die Stichting
de Thuiskopie sluit met deze derde organisaties (verdeelorganisaties) standaard voor
bepaalde tijd worden aangegaan, is het niet nodig dit verder uitdrukkelijk in de aanwijzing
te regelen.
Stichting de Thuiskopie staat bij haar taakuitoefening op grond van de Wet toezicht
collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten onder toezicht van het
College van Toezicht Auteursrechten. De Minister voor Rechtsbescherming behoudt te
allen tijde de bevoegdheid de aanwijzing in te trekken, de aanwijzing in de tijd te
beperken of anderszins te wijzigen en om een andere rechtspersoon aan te wijzen als
daartoe aanleiding bestaat.
In verband met de totstandkoming van deze nieuwe regeling wordt de oude regeling ingetrokken,
conform aanwijzing 6.2 van de Aanwijzingen voor de regelgeving (artikel 3).
Deze aanwijzing treedt in werking op 1 juni 2022 (artikel 4). Dat is tevens het moment
waarop de vorige aanwijzing van 2017 afloopt. Om die reden wordt in dit geval afgeweken
van de vaste verandermomenten.
De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind