Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2021, 39863ander besluit van algemene strekking

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 augustus 2021, nr. MBO/26721259, houdende vaststelling van de landelijke standaarden voor de kwaliteit van de examens van de beroepsopleidingen (Regeling standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs 2021)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 7.4.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;

Besluit:

Artikel 1. Standaarden examenkwaliteit beroepsopleidingen

De landelijke standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 1 behorend bij deze regeling.

Artikel 2. Standaarden examenkwaliteit beroepsopleidingen BES

De landelijke standaarden, bedoeld in artikel 7.4.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 2 behorend bij deze regeling.

Artikel 3. Intrekking andere regelingen

De Regeling standaarden examenkwaliteit mbo 2017 en de Regeling standaarden examenkwaliteit mbo BES 2017 worden ingetrokken.

Artikel 4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

BIJLAGE 1 .BEHORENDE BIJ ARTIKEL 1 VAN DE REGELING STANDAARDEN EXAMENKWALITEIT BEROEPSONDERWIJS 2021

Standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs Europees Nederland

Gebied Borging en afsluiting

BA1. Borging diplomering

De examencommissie borgt deugdelijke diplomering.

Basiskwaliteit

Het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie is voldoende gewaarborgd door het bestuur.

De examencommissie stelt op objectieve en deskundige wijze vast of een student voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma of een certificaat. Zij bewaakt, monitort en analyseert de kwaliteit van de processen die hieraan ten grondslag liggen. Hierdoor zijn het niveau, de complexiteit en de inhoud van de door de student geleverde prestaties, afgestemd op de kwalificatievereisten of het certificaat, geborgd.

De examencommissie borgt in alle fasen van de examinering en diplomering de deskundigheid van de betrokken personen.

De examencommissie bewaakt op een cyclische manier haar eigen werkwijze en eigen kwaliteit met betrekking tot de borging van de examinering en diplomering en certificering voor de opleidingen waarvoor zij verantwoordelijk is. Zij geeft betekenis aan de uitkomsten hiervan en acteert hierop. Hierbij betrekt zij eventueel onafhankelijke deskundigen. In voorkomende gevallen worden verbetermaatregelen genomen en wordt toegezien op de realisatie ervan. Hierover wordt jaarlijks verslag gedaan.

De examencommissie geeft op deugdelijke gronden mbo-verklaringen af. Tevens geeft zij vrijstellingen voor examenonderdelen op deugdelijke gronden.

BA2. Afsluiting

De opleiding onderbouwt dat de student voldaan heeft aan de voorwaarden voor het diploma, een certificaat of een mbo-verklaring.

Basiskwaliteit

De opbouw en inrichting van de afsluiting voldoet aan de eigen vastgestelde kwaliteitseisen voor een betrouwbare diplomering en certificering. Dit sluit aan op de visie op het onderwijs van het team. De examinering is afgestemd op de kwalificatie-eisen wanneer het gaat om diplomering. Dit is inclusief de keuzedelen en de eisen ten aanzien van generieke examenonderdelen.

De examinering is valide en betrouwbaar en zorgt ervoor dat de student voldoet aan de voorwaarden tot diplomering of certificering. De afnamecondities en beoordelingen zijn voor studenten gelijkwaardig. De opleiding betrekt de beroepspraktijk bij de examinering. De opleiding beoordeelt de bewijzen ten behoeve van de examinering onafhankelijk en deskundig. Deze bewijzen laten in samenhang een passende balans zien tussen vereiste kennis, houding en vaardigheden, waarbij onderdelen van de examinering in de reële beroepspraktijk plaatsvinden. Op basis van de bewijzen stelt de opleiding vast of een student de kwalificatie-eisen in voldoende mate beheerst.

De student is volledig en tijdig geïnformeerd over de kwalificatie-eisen en eisen die de opleiding stelt aan de examinering en diplomering. Deze informatie is voor alle betrokkenen transparant en eenduidig.

Normering

Normering per standaard

Voor het beoordelen en waarderen van de examenkwaliteit van een opleiding worden de standaarden zoals hierboven beschreven gebruikt. Een standaard bestaat uit een beschrijving van de basiskwaliteit, gebaseerd op de deugdelijkheidseisen in de Wet educatie en beroepsonderwijs.

In standaard BA2. Afsluiting wordt gesproken over de opleiding, het betreft dan het bevoegd gezag.

Of een standaard als Voldoende of Onvoldoende wordt beoordeeld, is gebaseerd op de vraag of het bevoegd gezag/de opleiding aan de beschrijving van de basiskwaliteit onder die standaard voldoet en daarmee basiskwaliteit realiseert. Voor de waardering Goed wordt de realisatie van ambities betrokken. Onderstaande tabel geeft aan hoe het oordeel en de waardering op standaardniveau tot stand komt:

Oordeel/waardering standaard

Norm voor standaarden

Goed

De opleiding voldoet aan de beschrijving van de basiskwaliteit en realiseert ook ambities die daarboven uitstijgen.

Voldoende

De opleiding voldoet aan de beschrijving van de basiskwaliteit.

Onvoldoende

De opleiding voldoet niet aan de beschrijving van de basiskwaliteit.

Indien voor een standaard het oordeel Voldoende is, kan daaraan de waardering Goed worden gegeven. Om te bepalen of de waardering Goed kan worden afgegeven, wordt gekeken naar de realisatie van ambities. Zoals eerder benoemd is er sprake van de waardering goed wanneer het bevoegd gezag of de opleiding voldoet aan de deugdelijkheidseisen en ook ambities realiseert die daarboven uitstijgen.

Normering voor het kwaliteitsgebied Borging en Afsluiting

Eindoordeel/waardering opleiding

Norm

Onvoldoende examenkwaliteit

De standaard Borging diplomering en/of Afsluiting is Onvoldoende.

Voldoende examenkwaliteit

De standaarden Borging diplomering en Afsluiting zijn Voldoende.

Er is sprake van onvoldoende examenkwaliteit bij een opleiding als één van de standaarden (BA1 Borging diplomering of BA2 Afsluiting) onvoldoende wordt of beide standaarden onvoldoende worden beoordeeld. Er is sprake van voldoende examenkwaliteit als de standaarden Borging diplomering en Afsluiting allebei voldoende zijn.

BIJLAGE 2. BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2 VAN DE REGELING STANDAARDEN EXAMENKWALITEIT BEROEPSONDERWIJS 2021

Standaarden examenkwaliteit beroepsopleidingen Caribisch Nederland

Gebied Borging en afsluiting

BA1. Borging diplomering

De examencommissie borgt deugdelijke diplomering.

Basiskwaliteit

De examencommissie stelt op objectieve en deskundige wijze vast of een student voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma of een certificaat. Zij bewaakt, monitort en analyseert de kwaliteit van de processen die hieraan ten grondslag liggen. Hierdoor zijn het niveau, de complexiteit en de inhoud van de door de student geleverde prestaties, afgestemd op de kwalificatievereisten of het certificaat, geborgd.

De examencommissie borgt in alle fasen van de examinering en diplomering de deskundigheid van de betrokken personen.

De examencommissie bewaakt op een cyclische manier haar eigen werkwijze en eigen kwaliteit met betrekking tot de borging van de examinering en diplomering en certificering voor de opleidingen waarvoor zij verantwoordelijk is. Zij geeft betekenis aan de uitkomsten hiervan en acteert hierop. Hierbij betrekt zij eventueel onafhankelijke deskundigen. In voorkomende gevallen worden verbetermaatregelen genomen en wordt toegezien op de realisatie ervan. Hierover wordt jaarlijks verslag gedaan.

De examencommissie geeft op deugdelijke gronden mbo-verklaringen af. Tevens geeft zij vrijstellingen voor examenonderdelen op deugdelijke gronden.

BA2. Afsluiting

De opleiding onderbouwt dat de student voldaan heeft aan de voorwaarden voor het diploma, een certificaat of een mbo-verklaring.

Basiskwaliteit

De opbouw en inrichting van de afsluiting voldoet aan de eigen vastgestelde kwaliteitseisen voor een betrouwbare diplomering en certificering. Dit sluit aan op de visie op het onderwijs van het team. De examinering is afgestemd op de kwalificatie-eisen wanneer het gaat om diplomering. Dit is inclusief de eisen ten aanzien van generieke examenonderdelen.

De examinering is valide en betrouwbaar en zorgt ervoor dat de student voldoet aan de voorwaarden tot diplomering of certificering. De afnamecondities en beoordelingen zijn voor studenten gelijkwaardig. De opleiding betrekt de beroepspraktijk bij de examinering. De opleiding beoordeelt de bewijzen ten behoeve van de examinering onafhankelijk en deskundig. Deze bewijzen laten in samenhang een passende balans zien tussen vereiste kennis, houding en vaardigheden, waarbij onderdelen van de examinering in de reële beroepspraktijk plaatsvinden. Op basis van de bewijzen stelt de opleiding vast of een student de kwalificatie-eisen in voldoende mate beheerst.

De student is volledig en tijdig geïnformeerd over de kwalificatie-eisen en eisen die de opleiding stelt aan de examinering en diplomering. Deze informatie is voor alle betrokkenen transparant en eenduidig.

Normering

Normering per standaard

Voor het beoordelen en waarderen van de examenkwaliteit van een opleiding worden de standaarden zoals hierboven beschreven gebruikt. Een standaard bestaat uit een beschrijving van de basiskwaliteit, gebaseerd op de deugdelijkheidseisen in de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.

In standaard BA2. Afsluiting wordt gesproken over de opleiding, het betreft dan het bevoegd gezag.

Of een standaard als Voldoende of Onvoldoende wordt beoordeeld, is gebaseerd op de vraag of het bevoegd gezag/de opleiding aan de beschrijving van de basiskwaliteit onder die standaard voldoet en daarmee basiskwaliteit realiseert. Voor de waardering Goed wordt de realisatie van ambities betrokken. Onderstaande tabel geeft aan hoe het oordeel en de waardering op standaardniveau tot stand komt:

Oordeel/waardering standaard

Norm voor standaarden

Goed

De opleiding voldoet aan de beschrijving van de basiskwaliteit en realiseert ook ambities die daarboven uitstijgen.

Voldoende

De opleiding voldoet aan de beschrijving van de basiskwaliteit.

Onvoldoende

De opleiding voldoet niet aan de beschrijving van de basiskwaliteit.

Indien voor een standaard het oordeel Voldoende is, kan daaraan de waardering Goed worden gegeven. Om te bepalen of de waardering Goed kan worden afgegeven, wordt gekeken naar de realisatie van ambities. Zoals eerder benoemd is er sprake van de waardering goed wanneer het bestuur of de opleiding voldoet aan de deugdelijkheidseisen en ook ambities realiseert die daarboven uitstijgen.

Normering voor het kwaliteitsgebied Borging en Afsluiting

Eindoordeel/waardering opleiding

Norm

Onvoldoende examenkwaliteit

De standaard Borging diplomering en/of Afsluiting is Onvoldoende.

Voldoende examenkwaliteit

De standaarden Borging diplomering en Afsluiting zijn Voldoende.

Er is sprake van onvoldoende examenkwaliteit bij een opleiding als één van de standaarden (BA1 Borging diplomering of BA2 Afsluiting) onvoldoende wordt of beide standaarden onvoldoende worden beoordeeld. Er is sprake van voldoende examenkwaliteit als de standaarden Borging diplomering en Afsluiting allebei voldoende zijn.

TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Met deze ministeriële regeling worden nieuwe standaarden voor de examenkwaliteit voor het beroepsonderwijs in Europees en Caribisch Nederland vastgesteld. Deze standaarden zullen ook worden opgenomen in het Onderzoekskader 2021 voor het toezicht op het middelbaar beroepsonderwijs (hierna: Onderzoekskader mbo 2021) van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie). De standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs en het onderzoekskader van de inspectie worden elke vier jaar herzien om te blijven aansluiten bij ontwikkelingen binnen de sector.

2. Standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs Europees Nederland

2.1 Inleiding

De examens van beroepsopleidingen in Europees Nederland moeten voldoen aan landelijke standaarden voor de kwaliteit van examens, bedoeld in artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (hierna: WEB). De standaarden (inclusief de daarbij behorende normering) geven aan wat er van mbo-instellingen ten minste wordt verwacht bij het uitoefenen van het recht op examinering bij een opleiding. Deze standaarden samen vormen het kwaliteitsgebied ‘Borging en afsluiting’, één van de vijf kwaliteitsgebieden die de inspectie definieert binnen haar waarderingskader op opleidingsniveau voor het mbo.

De examenkwaliteit van elke door het bevoegd gezag aangeboden opleiding moet voldoen aan de twee standaarden binnen het kwaliteitsgebied ‘Borging en afsluiting’. Waar nodig dient het bevoegd gezag de kwaliteit tijdig te verbeteren. Als het bevoegd gezag niet aan de standaarden van de examenkwaliteit (bijlage 1) kan voldoen, dient zij tijdig (dat wil zeggen vóór de uitvoering van de examinering) de benodigde verbetering te realiseren. Op grond van artikel 1.3.6, tweede lid, van de WEB maakt het bevoegd gezag jaarlijks een verslag over examens openbaar. Hierin wordt ingegaan op de beoordeling van de kwaliteit van de examens, bedoeld in artikel 1.3.6, eerste lid, WEB, de uitkomsten van die beoordeling en het voorgenomen beleid ten aanzien van de examens in het licht van die uitkomsten.

De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs, waaronder de examenkwaliteit van beroepsopleidingen. Het toezicht op examinering valt onder het bestuursgericht toezicht, en wordt daarmee proportioneel ingericht. Dit betekent dat alleen wanneer risico’s worden vastgesteld, of de waardering goed wordt gegeven, er een oordeel wordt gegeven over het kwaliteitsgebied Borging en Afsluiting.

Als de examenkwaliteit van een opleiding niet voldoet aan de standaarden, kan de minister bij de betreffende mbo-instelling het recht op examinering voor die opleiding intrekken na een voorafgaande formele waarschuwing met een verbetertermijn voor de mbo-instelling (op basis van artikel 6.1.5b juncto 6.1.5 of 6.2.3b juncto 6.2.3 van de WEB).

2.2 Inhoud standaarden examenkwaliteit

De standaarden uit de Regeling standaarden examenkwaliteit mbo 2017 en de Regeling standaarden examenkwaliteit mbo BES 2017 waren eveneens opgenomen in het Onderzoekskader mbo 2017 voor het toezicht op het middelbaar beroepsonderwijs. Deze standaarden waren opgenomen onder het kwaliteitsgebied ‘Examinering en Diplomering’. Met deze regeling worden voornoemde regelingen ingetrokken (artikel 3).

Met deze ministeriële regeling wordt het kwaliteitsgebied ‘Examinering en Diplomering’ vervangen door het kwaliteitsgebied ‘Borging en afsluiting’. De reden voor deze wijziging is dat het toezicht van de inspectie zich daarmee in eerste instantie richt op de verantwoordelijkheid van de examencommissie. Gebleken is dat de examencommissie deze verantwoordelijkheid voor de borging van examinering en diplomering steeds beter pakt. Het ligt daarom voor de hand dat voor het toezicht op de examenkwaliteit wordt aangesloten bij de verantwoordelijkheid die de examencommissie heeft. Dit sluit aan bij de taken en bevoegdheden van de examencommissie, zoals vermeld in artikel 7.4.5a van de WEB (waarin onder meer staat dat de verantwoordelijkheid voor de borging van de diplomering bij de examencommissie ligt). Het onderwijsteam zelf draagt zorg voor de examinering en de afname en beoordeling van de examens.

De gewijzigde standaarden voor de examenkwaliteit beroepsopleidingen binnen het kwaliteitsgebied ‘Borging en afsluiting’ luiden:

  • Borging diplomering

    • De examencommissie borgt deugdelijke diplomering.

  • Afsluiting

    • De opleiding onderbouwt dat de student voldaan heeft aan de voorwaarden voor het diploma, een certificaat of een mbo-verklaring.

Deze twee standaarden zijn uitgewerkt in bijlage 1 bij deze regeling. Dit geeft de vereiste basiskwaliteit aan waaraan mbo-instellingen in Europees Nederland op het kwaliteitsgebied ‘Borging en afsluiting’ bij elke aangeboden opleiding moeten voldoen.

De basiskwaliteit houdt compact geformuleerd in dat de examencommissie op deugdelijke gronden een diplomabesluit neemt en de kwaliteit van afsluiting en diplomering borgt. Daarnaast zorgt de opleiding voor de inrichting van het examenproces en de afsluiting van het onderwijs, en dat de bewijzen die door de examinering verzameld worden, aansluiten bij de diploma-vereisten en onafhankelijk en deskundig beoordeeld worden. De examencommissie borgt in een sluitende cyclus de kwaliteit van de examinering en diplomering.

Hieronder volgt een nadere toelichting van de uitwerking van de standaarden binnen het kwaliteitsgebied ‘Borging en afsluiting’.

2.2.1 Inhoud standaard ‘Borging diplomering’

Bij de standaard ‘Borging diplomering’ is het criterium opgenomen dat het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie voldoende is gewaarborgd door het bestuur. Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 7.4.5, derde lid, van de WEB. In de overige leden van voornoemd artikel zijn de voorwaarden benoemd waarop een examencommissie ingesteld, benoemd en samengesteld wordt door het bevoegd gezag.

Daarnaast is als criterium opgenomen, in navolging van artikel 7.4.5a, eerste lid, onder d, WEB, dat de examencommissie op een objectieve en deskundige wijze vaststelt (en op grond van artikel 17, van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB) of een student voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma of certificaat. De examencommissie bewaakt, monitort en analyseert de kwaliteit van de processen die hieraan ten grondslag liggen. Hierdoor zijn het niveau, de complexiteit en de inhoud van de door de student geleverde prestaties, afgestemd op de kwalificatie-eisen, geborgd. Tevens borgt de examencommissie, op grond van artikel 7.4.5a, eerste lid, onder a, van de WEB in alle fasen de kwaliteit van de examinering en instellingsexamens. Daarnaast draagt het bevoegd gezag er zorg voor dat het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie voldoende is gewaarborgd (artikel 7.4.5, derde lid, van de WEB).

Een derde criterium is dat de examencommissie op cyclische wijze haar eigen werkwijze en kwaliteit met betrekking tot de borging van de afsluiting en diplomering voor de opleidingen waarvoor zij verantwoordelijk is bewaakt. Daarbij geeft de examencommissie betekenis aan de uitkomsten hiervan en acteert hierop. Hierbij betrekt zij eventueel onafhankelijke deskundigen. In voorkomende gevallen worden verbetermaatregelen genomen en wordt toegezien op de realisatie ervan. Op grond van artikel 7.4.5a, zesde lid, van de WEB stelt de examencommissie jaarlijks een verslag op over de examenkwaliteit per opleiding, aan de hand van de standaarden, bedoeld in artikel 7.4.4 van de WEB, en haar werkzaamheden. Dit verslag wordt verstrekt aan het bevoegd gezag van de mbo-instelling.

Als laatste criterium is opgenomen dat de examencommissie op deugdelijke gronden een mbo-verklaring afgeeft (op grond van artikel 7.4.5a, eerste lid, onder d, en artikel 7.4.6a van de WEB) en verleent vrijstellingen voor examenonderdelen met inachtneming van de wettelijk vastgestelde eisen (artikel 7.4.5a, eerste lid, onder e, van de WEB, dat is uitgewerkt in het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB).

Er dient kortom voor te worden gezorgd dat het functioneren van de examencommissie voldoende is gewaarborgd, de examencommissie op juiste wijze vaststelt of een student voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma of certificaat, borgt dat er bij de examinering en diplomering deskundige personen betrokken zijn en de examencommissie haar eigen werkwijze en kwaliteit bewaakt.

2.2.2 Inhoud standaard ‘Afsluiting’

Voor de standaard ‘Afsluiting’ geldt dat er door het bevoegd gezag voor gezorgd moet worden dat de opbouw en inrichting van de afsluiting voldoet aan de eigen vastgestelde kwaliteitseisen voor een betrouwbare diplomering en certificering op grond van artikel 7.4.2, tweede lid, van de WEB. De opbouw en inrichting van de afsluiting dient ook aan te sluiten bij de visie op het onderwijs van het team (onderwijs en examinering moeten immers niet haaks op elkaar staan). De examinering is afgestemd op de kwalificatie-eisen wanneer het gaat om diplomering, inclusief de keuzedelen, en de eisen ten aanzien van generieke examenonderdelen waarmee nadere invulling wordt gegeven aan artikel 7.4.2, tweede lid, van de WEB.

Ter invulling van artikel 7.4.8, vijfde lid, van de WEB is het criterium opgenomen dat bepaalt dat de examencommissie zorgt dat de examinering valide en betrouwbaar is en ervoor zorgt dat de student voldoet aan de voorwaarden tot diplomering of certificering. De afnamecondities en beoordelingen zijn voor studenten gelijkwaardig. De opleiding betrekt de beroepspraktijk bij de examinering. De opleiding beoordeelt de bewijzen ten behoeve van de examinering onafhankelijk en deskundig. Deze bewijzen laten in samenhang een passende balans zien tussen vereiste kennis, houding en vaardigheden, waarbij onderdelen van de examinering in de reële beroepspraktijk plaatsvinden. Op basis van de bewijzen stelt de opleiding vast of een student de kwalificatie-eisen in voldoende mate beheerst.

Ter invulling van artikel 7.4.8, tweede lid, van de WEB, geldt het criterium dat de student volledig en tijdig geïnformeerd dient te zijn over de kwalificatie-eisen en eisen die de opleiding stelt aan de examinering en diplomering.

3. Standaarden examenkwaliteit beroepsopleidingen Caribisch Nederland

De examens van beroepsopleidingen op Caribisch Nederland moeten eveneens voldoen aan landelijke standaarden voor de kwaliteit van examens, bedoeld in artikel 7.4.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES (hierna: WEB BES). Ook voor Caribisch Nederland geldt het kwaliteitsgebied ’Borging en afsluiting’. De inhoud van dit kwaliteitsgebied bestaat ook uit de standaarden ‘Borging diplomering’ en ‘Afsluiting’. De criteria zijn gelijk als hierboven beschreven voor Europees Nederland, op twee punten na:

  • In de standaard ‘Borging diplomering’ voor Caribisch Nederland ontbreekt de volgende zin: “Het onafhankelijk en deskundig functioneren van de examencommissie is voldoende gewaarborgd door het bestuur”. Het betreffende artikel waarin het voornoemde is geregeld (artikel 7.4.7 van de WEB BES), is nog niet in werking getreden. Deze treedt op een later moment in werking, vanwege legislatieve terughoudendheid en omdat er nog wordt gewerkt aan het bereiken van de basiskwaliteit (Stb. 2017, 43 en Stb. 2017, 122).

  • In de standaard ‘Afsluiting’ voor Caribisch Nederland worden de keuzedelen niet genoemd als onderdeel van de beroepsopleiding dan wel examinering. De betreffende artikelen in de WEB BES zijn eveneens nog niet in werking zijn getreden, omdat nog niet bekend is wanneer de keuzedelen kunnen worden ingevoerd in Caribisch Nederland (Stb. 2015, 390 en Stb. 2016, 13).

Als de examenkwaliteit van een opleiding niet voldoet aan de standaarden, dan kan de minister bij de betreffende mbo-instelling het recht op examinering voor die opleiding intrekken na een voorafgaande formele waarschuwing met een verbetertermijn voor de mbo-instelling (op basis van artikel 6.2.4 van de WEB BES).

3.1 Standaard Borging diplomering

In de standaard ‘Borging diplomering’ is, ter invulling van de artikelen 7.4.8 en 7.2.3 (gelezen in samenhang met artikel 7.4.8) van de WEB BES, als criterium opgenomen dat de examencommissie op objectieve en deskundige wijze vast dient te stellen of een student voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een diploma of een certificaat. De voorwaarden voor het verkrijgen van een certificaat en een diploma staan genoemd in de artikelen 7.4.8 en 7.2.3, gelezen in samenhang met artikel 7.4.3, van de WEB BES. Voor Caribisch Nederland geldt geen Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB, zoals in Europees Nederland. De eisen voor het verkrijgen van een diploma zijn geformuleerd als eisen waaraan je moet voldoen ‘voor succesvolle examinering’, in plaats van als eisen voor diplomering. Ter invulling van artikel 7.4.9, tweede lid, van de WEB BES bewaakt, monitort en analyseert de examencommissie de kwaliteit van de exameninstrumenten, van de afname en beoordeling en van de diplomering en ziet zij in voorkomende gevallen toe op de realisatie van verbetermaartregelen. Daarnaast borgt de examencommissie in alle fases van de examinering de deskundigheid van de betrokken personen.

Op grond van artikel 1.3.2, derde lid, van de WEB BES is als criterium opgenomen dat jaarlijks een verslag wordt opgesteld over de examenkwaliteit door het bevoegd gezag. In de Wet examencommissies mbo_ is de verplichting opgenomen dat de examencommissie jaarlijks een verslag opstelt over de examenkwaliteit per opleiding aan de hand van de standaarden, en haar werkzaamheden (artikel 7.4.5a, zesde lid, van de WEB BES). Voornoemd artikel treedt pas op termijn in werking voor Caribisch Nederland.

De mbo-instelling moet er kortom voor zorgen dat bij elke aangeboden opleiding de examencommissie zorg draagt voor deugdelijke diplomering, de borging van de examenkwaliteit en van de deskundigheid van examenfunctionarissen.

4. De normering bij oordelen en waarderen

De normering die bij de standaarden van zowel Europees Nederland als Caribisch Nederland hoort, staat aangegeven in de bijlagen 1 en 2. Er is sprake van:

  • Oordelen en waarderen per standaard;

  • Oordelen en waarderen op opleidingsniveau.

4.1 Oordelen/waardering voor de afzonderlijke standaarden

Een standaard bestaat uit een beschrijving van de basiskwaliteit, gebaseerd op de deugdelijkheidseisen in de WEB of de WEB BES. Of een standaard als Voldoende of Onvoldoende wordt beoordeeld, is gebaseerd op de vraag of de opleiding aan de beschrijving van de basiskwaliteit onder die standaard voldoet en daarmee basiskwaliteit realiseert. Voor de waardering Goed wordt de realisatie van ambities betrokken. Onderstaande tabel geeft aan hoe het oordeel en de waardering op standaardniveau tot stand komt:

Oordeel/waardering standaard

Norm voor standaarden

Goed

De opleiding voldoet aan de beschrijving van de basiskwaliteit en realiseert ook ambities die daarboven uitstijgen.

Voldoende

De opleiding voldoet aan de beschrijving van de basiskwaliteit.

Onvoldoende

De opleiding voldoet niet aan de beschrijving van de basiskwaliteit.

Wanneer er voor een standaard ten minste een voldoende is, kan worden bezien of er de waardering goed kan worden toegekend. Om te bepalen of de waardering Goed kan worden afgegeven, wordt gekeken naar de realisatie van ambities. Zoals eerder benoemd is er sprake van de waardering Goed wanneer het bevoegd gezag of de opleiding voldoet aan de deugdelijkheidseisen en ook ambities realiseert die daarboven uitstijgen.

4.2 Oordelen en waarderen op opleidingsniveau

Het oordeel of de waardering over de examenkwaliteit van de opleiding (eindoordeel) komt tot stand op basis van het volgende:

Normering voor het kwaliteitsgebied Borging en Afsluiting

Eindoordeel/waardering opleiding

Norm

Onvoldoende examenkwaliteit

De standaard Borging diplomering en/of Afsluiting is Onvoldoende.

Voldoende examenkwaliteit

De standaarden Borging diplomering en Afsluiting zijn Voldoende.

Er is sprake van onvoldoende examenkwaliteit bij een opleiding als één van de standaarden (BA1 Borging diplomering of BA2 Afsluiting) onvoldoende wordt of beide standaarden onvoldoende worden beoordeeld. Er is sprake van voldoende examenkwaliteit als de standaarden Borging diplomering en Afsluiting allebei voldoende zijn.

5. Oordeelsvorming

Bij de oordeelsvorming hanteert de inspectie de bovengenoemde normering als richtlijn. De mate waarin de onderwijspraktijk aan de beschrijving van de basiskwaliteit voldoet, is bepalend voor het oordeel. Voor het oordeel Voldoende gaat de inspectie er in principe van uit dat aan de beschrijving van de basiskwaliteit zoals beschreven in de standaard heeft voldaan. De beoordeling van de kwaliteit zoals in de standaard is omschreven gebeurt integraal en niet voor elke deugdelijkheidseis van de standaard op zichzelf. Het kan zijn dat een opleiding op een standaard een positief beeld laat zien, maar op een bepaald element van de standaard (nog) niet. Als dit beperkt van invloed is op de aangetroffen kwaliteit van de opleidingen of voor studenten én als de tekortkoming eenvoudig en op korte termijn kan worden hersteld, dan geeft de inspectie het oordeel Voldoende op de standaard. Het bestuur krijgt dan een opdracht tot herstel (herstelopdracht) voor het bepaalde onderdeel van de standaard waar een tekortkoming wordt geconstateerd en zorgt voor de naleving.

Naast het waarborgen van de vereiste basiskwaliteit, stimuleert de inspectie ook de realisatie van eigen kwaliteitsaspecten die de instelling hanteert, die verder reiken dan de vereiste basiskwaliteit. Zowel besturen als opleidingen hebben vanuit hun visie ambities: deze ambities kunnen gaan over de basiskwaliteit en er zijn ambities die daarboven uitstijgen. Naast het voldoen aan de beschrijving van de basiskwaliteit, baseert de inspectie een waardering Goed op het geheel aan gerealiseerde ambities door de opleiding bij een betreffende standaard.

6. Inwerkingtreding

De Regeling standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs 2021 (hierna: regeling) vervangt de Regeling standaarden examenkwaliteit mbo 2017 en de Regeling standaarden examenkwaliteit mbo BES 2017. In afstemming met de inspectie zijn de standaarden voor de examenkwaliteit in het mbo gewijzigd en neergelegd in deze ministeriële regeling. Het vernieuwde toezicht van de inspectie treedt in werking per studiejaar 2021–2022. De inspectie voert vanaf dit studiejaar het toezicht op de onderwijskwaliteit (inclusief de examenkwaliteit) uit op basis van het Onderzoekskader mbo 2021. De daarin - bij het kwaliteitsgebied ‘Borging en afsluiting’ - opgenomen twee standaarden komen overeen met de standaarden in deze ministeriële regeling.

De Regeling standaarden examenkwaliteit beroepsonderwijs 2021 treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst. Hiermee wordt afgeweken van het beleid van vaste verandermomenten en van de minimumtermijn van twee maanden tussen publicatie en inwerkingtreding van regelgeving. De reden hiervoor is dat de regeling zo snel mogelijk in werking dient te treden, zodat de inspectie haar toezicht kan uitoefenen op basis van de nieuwe standaarden voor examenkwaliteit met ingang van het studiejaar 2021/2022. Als de inspectie constateert dat de examenkwaliteit van een opleiding niet voldoet aan de standaarden, kan de minister het recht op examinering voor de opleiding intrekken bij de betreffende mbo-instelling (daaraan voorafgaande een formele waarschuwing en verbetertermijn voor de mbo-instelling). Het is noodzakelijk dat studenten enkel opleidingen volgen waarvan de examenkwaliteit op orde is.

7. Uitvoering en handhaafbaarheid

De ministeriele regeling is voorgelegd aan de Dienst Uitvoering Onderwijs, inspectie en de Auditdienst Rijk voor uitvoeringstoets. De ministeriele regeling heeft geen gevolgen voor de uitvoering door de Dienst Uitvoering Onderwijs en is handhaafbaar voor de inspectie. Ook heeft de Auditdienst Rijk geen opmerkingen met betrekking tot de financiële rechtmatigheid.

Deze regeling is ook voorgelegd aan de twee mbo-instellingen in Caribisch Nederland. Voor hen is de regeling duidelijk en werkbaar. Er wordt wel aangegeven dat voor Caribisch Nederland de onafhankelijke deskundigheid van de leden examencommissie geen gemakkelijke opgave is, onder andere door de kwaliteit van het bedrijfsleven en de kleinschaligheid van het MBO en Bonaire zelf. Het MBO op Bonaire zet de komende jaren in om de examencommissie in de toekomst volledig onafhankelijk te laten zijn.

8. Gevolgen voor de regeldruk

Bij de voorbereiding van deze regeling is nagegaan of sprake is van regeldruk voor mbo-instellingen, bedrijfsleven of burgers. Omdat de al bestaande informatieverplichtingen van mbo-instellingen met deze regeling niet wijzigen, gaat de regeldruk voor instellingen vanuit deze regeling alleen over eenmalige extra administratieve lasten en zijn nihil. Op basis van het Handboek meting regeldrukkosten gaat het hier over kennisname van deze regeling en de gewijzigde standaarden voor de examenkwaliteit (2 uur), interne vergaderingen om over de wijzigingen en de consequenties te spreken (8 uur) en correcties die moeten worden aangebracht als gevolg van de inspectie (1,5 uur). Dit komt uit op 11,5 uur per mbo-instelling. Uitgaande van gemiddeld 150 (bekostigde en niet-bekostigde) mbo-instellingen gaat het hier om een bedrag van € 86.250,– aan eenmalige regeldrukkosten. Met deze regeling zijn geen informatieverplichtingen voor het bedrijfsleven en burgers gemoeid.

Het Adviescollege toetsing regeldruk heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven