De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op de artikelen 22, derde lid, en 27, eerste lid, van de Wet financiering sociale
verzekeringen;
Besluit:
TOELICHTING
Algemeen
Met deze regeling worden de premiepercentages van de premie voor het Algemeen Werkloosheidsfonds
(AWf) geldend voor het jaar 2021 gewijzigd met ingang van 1 augustus 2021 voor alle
werkgevers die niet per vier weken loonaangifte doen, en met ingang van 16 augustus
2021 voor werkgevers die per vier weken loonaangifte doen aan de Belastingdienst.
De nieuwe percentages gelden voor de rest van het jaar 2021. Het premiepercentage
van de lage premie, over het loon van werknemers met een vast contract, wordt verlaagd
van 2,7% naar 0,34%, en het premiepercentage over het loon van andere werknemers wordt
verlaagd van 7,7% naar 5,34%. Voor beide geldt dus een daling van 2,36 procentpunt.
Het verschil tussen de hoge en de lage premie blijft vijf procentpunt. Dit gebeurt
door wijziging van de Regeling tot vaststelling premiepercentages werknemers- en volksverzekeringen,
maximumpremieloon werknemersverzekeringen en opslag kinderopvangtoeslag 20211.
Gebruikelijk is dat premiepercentages voor het hele jaar worden vastgesteld. In artikel
22 van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) is geregeld dat wijziging
van een premiepercentage kan ingaan op een ander tijdstip dan 1 januari, en dat de
vaststelling van de ministeriële regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
plaatsvindt in overeenstemming met de Minister van Financiën. Van deze mogelijkheid
is niet eerder gebruik gemaakt.
Aanleiding
Met ingang van 2021 is de Baangerelateerde investeringskorting (BIK) ingevoerd. Bij
de Europese Commissie (Commissie) is de vraag neergelegd of de Commissie ermee instemt
dat de in de BIK voorgenomen regeling voor fiscale eenheden als geoorloofde staatssteun
kan worden beschouwd. Uit het informele overleg met de Commissie kwam naar voren dat
zij de gehele BIK in ogenschouw heeft genomen en zij daarvoor geen garantie kon geven
dat de BIK geoorloofde staatssteun betreft. Het kabinet is van mening dat de BIK als
geheel geen staatssteun is. Desondanks kan de onzekerheid die nu is ontstaan over
de vraag of de BIK in den brede staatssteun is, niet op korte termijn worden weggenomen.
Gelet op deze situatie vindt het kabinet het verstandig om snel over te gaan tot een
andere ondersteuning van bedrijfsleven en de BIK stop te zetten.
Het kabinet heeft gekeken hoe het budget op andere wijze zo snel mogelijk ten goede
kan komen aan het bedrijfsleven en op een wijze die tevens zo dicht mogelijk bij het
beleidsdoel van de BIK blijft. Het verlagen van de AWf-premie verlaagt de loonkosten
en verbetert de liquiditeit en solvabiliteit van bedrijven en vergroot daarmee de
ruimte om te investeren of externe financiering daarvoor te vinden conform het beleidsdoel
van het kabinet. Dat zijn juist de aspecten die bijdragen aan een snel herstel. Deze
stimulans grijpt minder direct dan de BIK aan op de investeringen, maar is een maatregel
die het dichtst staat bij het doel dat het kabinet voor ogen heeft en is snel uit
te voeren. Bovendien grijpt deze maatregel net als de BIK aan op de werkgeverslasten.
Daarom heeft het kabinet besloten om het voor 2021 gereserveerde budget in te zetten
voor een verlaging van de werkgeverspremies AWf in 2021 zodat het bedrijfsleven zo
spoedig mogelijk uit de crisis kan komen2. De tijdelijke verlaging van de AWf-premie is volledig ingepast binnen het inkomstenkader.
Niet doorvoeren van de verlaging zou een ongewenste lastenverzwaring voor het bedrijfsleven
betekenen. De verlaging van de premie geschiedt door middel van een ministeriële regeling
en is mogelijk met ingang van 1 augustus 2021. Voor intrekking van de BIK is een wetswijziging
noodzakelijk. Het daarvoor benodigde wetsvoorstel zal aan het parlement worden voorgelegd.
Ingangsdatum van de nieuwe premiepercentages
Het kabinet wenst de AWf-premie zo spoedig mogelijk te verlagen, maar is zich bewust
van de impact hiervan op de salarisverwerking door werkgevers. Daarom heeft overleg
plaatsgevonden met de salarisverwerkers over de mogelijke ingangsdatum van de verlaging.
Daar is het volgende uit gekomen. De ingangsdatum van de nieuwe percentages is 1 augustus
2021. In de software waarmee werkgevers loonaangifte doen is het mogelijk om veranderingen
in de premiepercentages in de loop van het jaar te verwerken en vanaf de wijzigingsdatum
met nieuwe percentages loonaangifte te doen. De meeste werkgevers doen aangifte per
maand en de gekozen datum sluit aan bij het begin van het aangiftetijdvak van augustus.
Voor werkgevers die aangifte doen per vier weken, sluit 1 augustus niet aan bij het
begin van een aangiftetijdvak, en zou inwerkingtreding met ingang van 1 augustus tot
problemen leiden. Er is voor gekozen om deze problemen op te lossen voor de werkgevers
die aangifte doen per vier weken door een afwijkende ingangsdatum te kiezen, te weten
16 augustus, overeenkomend met de aanvang van een nieuw aangiftetijdvak. Er is dus
daarmee een klein eenmalig verschil in effect voor werkgevers die per maand loonaangifte
doen en voor werkgevers die per vier weken loonaangifte doen. Op de genoemde uitvoeringstechnische
gronden is hier desondanks voor gekozen, een andere mogelijkheid om nog dit jaar de
lastenvermindering te realiseren is er niet.
Toepassing nieuwe percentages
De nieuwe premiepercentages zijn van toepassing op het loon van aangiftetijdvakken
waarover na de ingangsdatum aangifte wordt gedaan. Bij herziening of correctie van
loonaangiften die zijn gedaan over eerdere aangiftetijdvakken gelden de percentages
die voordien van toepassing waren.
Uitvoeringstoetsen Belastingdienst en UWV, informatie softwareleveranciers
Met de Belastingdienst en het UWV heeft afstemming plaatsgevonden over de wijzigingen
in de premiepercentages. Daarbij is ook aan het klankbordoverleg van de Belastingdienst
met softwareleveranciers gelegenheid geboden om opmerkingen te geven over de technische
haalbaarheid van de wijzigingen.
Aan de Belastingdienst en aan het UWV zijn uitvoeringstoetsen gevraagd.
Het UWV heeft in zijn uitvoeringstoets aangegeven dat de wijziging uitvoerbaar is
mits het UWV de implementatie-opdracht ontvangt uiterlijk op 1 juli. Het UWV heeft
als uitgangspunten dat SZW en de Belastingdienst de communicatie verzorgen, dat de
Belastingdienst de gebruikelijke werkwijze hanteert bij aanlevering van gegevens aan
het UWV en verwerking in premiebeslissingen, dat de handelwijze van het UWV bij de
wijziging van de premiepercentages per 1 augustus dezelfde is als bij de reguliere
wijzigingen van premiepercentages per 1 januari, en dat werkgevers, softwareontwikkelaars
en salarisadministrateurs in staat zijn om de wijzigingen tijdig te implementeren.
De kosten zijn minder dan 1 miljoen euro en worden door het UWV opgevangen binnen
de eigen begroting.
De Belastingdienst oordeelt dat de premieverlaging uitvoerbaar is per 1 augustus.
De verlaging is een parameterwijziging, waarvoor een aanpassing nodig is voor ambtshalve
aanslagen, en in verschillende applicaties. Voor handhaving moeten selectie- en signaallijsten
worden aangepast. De Belastingdienst houdt er rekening mee dat meer correctieberichten
worden ontvangen met risico van onjuistheden en onvolledigheden en meer signalen.
Er is een toename van complexiteit voor werkgevers en voor de Belastingdienst. De
Belastingdienst raamt de incidentele uitvoeringskosten op 190.000 euro.
Van de zijde van de softwareleveranciers is erop gewezen dat er voldoende tijd moet
zijn om de aanpassingen in de aangiftesoftware aan te brengen en aan werkgevers ter
beschikking te stellen. Om die reden is gekozen om de wijziging algemeen per 1 augustus
in te laten gaan en de datum van ingang voor werkgevers die per vier weken loonaangifte
doen, op de eerst mogelijke volgende datum.
Financiële gevolgen
De verlaging van de premiepercentages leidt naar verwachting tot 2 miljard euro minder
premie-inkomsten voor het AWf in 2021. Dit komt overeen met het bedrag dat was geraamd
voor de BIK. De BIK was vormgegeven als een afdrachtsvermindering op de loonbelasting
en premie volksverzekeringen. De AWf-premie is onderdeel van de premies werknemersverzekeringen.
Het intrekken van de BIK en het verlagen van de AWf-premies zorgt daarmee, ten opzichte
van de eerdere raming, dus voor een verschuiving van inkomsten van het werkloosheidsfonds
naar de loonbelasting en volksverzekeringen (AOW, Anw en Wlz). Op het totaal van inkomsten
van de collectieve sector is er geen effect.
Administratieve lasten/regeldruk voor werkgevers
Over het voornemen tot deze regeling is advies gevraagd aan het Adviescollege toetsing
regeldruk (ATR). Aan de lastenvermindering (premieverlaging) zijn eenmalig administratieve
lasten verbonden voor de werkgevers. De administratieve lasten zijn niet precies te
berekenen. De lasten worden als volgt geraamd (afgerond) met behulp van standaard
kostenmodel van ATR, premienota gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2021 van
het UWV, en informatie van de Belastingdienst.
|
Administratieve lasten (eenmalig)
|
Aantal
|
Tijd (in minuten)
|
Totaal afgerond (x duizend euro)
|
|
Kennisnemen werkgevers van de tijdelijke premieverlaging
|
411.700
|
3
|
1.100
|
|
Kennisnemen softwareontwikkelaars van de tijdelijke verlaging
|
100
|
10
|
1
|
|
Aanpassen software (tarieven) en distribueren door softwareontwikkelaars
|
100
|
300
|
27
|
|
Aanpassing door werkgevers met eigen software
|
2.500
|
30
|
68
|
|
Check aangiften door werkgevers
|
411.700
|
1
|
370
|
|
Totaal
|
|
|
1.560
|
|
Verhouding tot premieverlaging
|
|
|
0,08%
|
Het ATR oordeelt dat de tijdelijke verlaging van de AWf-premie een minder belastend
alternatief is dan de BIK. Het college heeft geen opmerkingen bij de overwegingen
tan aanzien van minder belastende alternatieven of over de in beeld gebrachte regeldruk.
Het ATR adviseert de regeling niet vast te stellen dan nadat is toegelicht waarom
de algemene premieverlaging nog noodzakelijk is, gelet op de recente verwachtingen van het CPB
over de ontwikkeling van de Nederlandse economie.
Naar aanleiding van dit advies is de motivering aangevuld waarom de regeling noodzakelijk
wordt geacht.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W. Koolmees