Regeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 april 2021, 2021-0000206889, tot wijziging van de Regeling instelling Adviescollege dialooggroep slavernijverleden (Wijzigingsregeling Regeling instelling Adviescollege dialooggroep slavernijverleden)

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 6, eerste lid, van de Kaderwet adviescolleges;

BESLUIT:

Artikel 1

In artikel 4, eerste lid, van de Regeling instelling Adviescollege dialooggroep slavernijverleden wordt ‘voor 1 mei 2021’ gewijzigd in ‘uiterlijk 1 juli 2021’.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2021. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 april 2021, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 mei 2021.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Wijzigingsregeling Regeling instelling Adviescollege dialooggroep slavernijverleden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

TOELICHTING

1. Inleiding

Deze regeling strekt tot wijziging van de Regeling instelling Adviescollege dialooggroep slavernijverleden. De wijziging houdt in dat het adviescollege uiterlijk op 1 juli 2021 zijn advies zal uitbrengen, in plaats van uiterlijk op 1 mei 2021, zoals eerder was vastgelegd in de oorspronkelijke Regeling instelling Adviescollege dialooggroep slavernijverleden1.

2. Achtergrond

In een brief aan de Tweede Kamer en Eerste Kamer van 1 juli 20202 is aangekondigd dat er een adviescollege wordt ingesteld dat de opdracht krijgt om een maatschappelijke dialoog over het slavernijverleden te organiseren en hierover een advies met bevindingen op te stellen. Het Adviescollege dialooggroep slavernijverleden is ingesteld met de Regeling instelling Adviescollege dialooggroep slavernijverleden. Het adviescollege is conform artikel 6 van deze regeling in werking getreden op 21 juli 2020 en de instellingsduur vervalt per 1 september 2021.

De benoeming van de leden van dit adviescollege en de vaststelling van hun vergoeding is geregeld in een apart besluit van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties3. Het Adviescollege dialooggroep slavernijverleden bestaat uit een voorzitter en vijf leden.

Het Adviescollege dialooggroep slavernijverleden heeft te kennen gegeven niet voor 1 mei 2021 een advies met bevindingen uit te kunnen brengen. Het adviescollege verwacht dit advies uiterlijk 1 juli 2021 af te ronden. Om die reden wijzigt deze regeling artikel 4, eerste lid, van de Regeling instelling Adviescollege dialooggroep slavernijverleden: het adviescollege brengt zijn advies met bevindingen uiterlijk op 1 juli 2021 uit aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De reden voor de vertraging is het coronavirus en de daarmee samenhangende maatregelen. Deze maatregelen brengen uitdagingen mee voor het organiseren en uitvoeren van een maatschappelijke dialoog over het Nederlandse slavernijverleden: fysieke bijeenkomsten konden en kunnen niet goed doorgang vinden. Dit heeft het adviescollege ertoe doen besluiten de planning aan te passen en grotendeels over te stappen op een digitale dialoog.

Eerder zijn de Tweede Kamer en Eerste Kamer er al per brief van 14 januari 20214 van op de hoogte gesteld dat de oorspronkelijk voorzitter van het adviescollege, de heer Frits Goedgedrag, vanwege de coronamaatregelen niet vanuit zijn woonplaats op Aruba naar Nederland kon reizen en daardoor moest besluiten zijn werkzaamheden als voorzitter neer te leggen. Hij is als voorzitter van het Adviescollege dialooggroep slavernijverleden opgevolgd door mevrouw Dagmar Harriët Oudshoorn-Tinga.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
2

Kamerstukken II 2019/20, 35 300 VII, nr. 132.

X Noot
4

Kamerstukken II 2020/21, 35 570 VII, nr. 86.

Naar boven