Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2021, 22180Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Financiën van 30 april 2021 tot wijziging van enige uitvoeringsregelingen in verband met wijzigingen van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met de inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand (Koa)

30 april 2021

Nr. 2021-0000072812

Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Directe Belastingen

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op de artikel 6 van de Wet op de kansspelbelasting;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 26 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘degene die gelegenheid geeft tot deelneming aan binnenlandse casinospelen of aan binnenlandse kansspelen welke via het internet worden gespeeld, of van de exploitant van een kansspelautomatenspel’ vervangen door ‘een belastingplichtige als bedoeld in artikel 1, onderdelen a tot en met f, van de Wet op de kansspelbelasting’.

2. In het derde lid wordt ‘van degene die gelegenheid geeft tot deelneming aan binnenlandse casinospelen of aan binnenlandse kansspelen die via het internet worden gespeeld of van de exploitant van een kansspelautomatenspel’ vervangen door ‘de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 1, onderdelen a, b, d, e en f, van de Wet op de kansspelbelasting’.

ARTIKEL II

De Uitvoeringsbeschikking kansspelbelasting wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1a, onderdeel a, onder 1°, wordt ‘onderdeel c’ vervangen door ‘onderdeel g’.

B

Artikel 2 vervalt.

C

Artikel 3 vervalt.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief

TOELICHTING

Algemeen

Ingevolge de Fiscale verzamelwet 20211 en de Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen2 worden enkele wijzigingen aangebracht in de in de Wet op de kansspelbelasting (Wet KSB) opgenomen definitie van belastingplichtigen voor de kansspelbelasting.3 In verband daarmee dient ook de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 (hierna: UR AWR 1994) te worden aangepast. In de daarin opgenomen regeling met betrekking tot het tijdvak waarover belastingplichtigen de kansspelbelasting moeten betalen wordt namelijk nog verwezen naar degene die gelegenheid geeft tot deelneming aan binnenlandse casinospelen of aan binnenlandse kansspelen welke via het internet worden gespeeld (de gelegenheidsgever) en de exploitant van een kansspelautomatenspel. In de Fiscale verzamelwet 2021 is echter geregeld dat voor de belastingplicht bij kansspelen op afstand (zowel binnenlands als buitenlands) en voor binnenlandse casinospelen wordt aangesloten bij de vergunninghouder. Daarnaast bevat de Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen een regeling voor vergunninghouders voor sportweddenschappen en totalisatoren. De in de UR AWR 1994 opgenomen regeling met betrekking tot het tijdvak waarover belastingplichtigen de kansspelbelasting moeten betalen wordt daarmee in overeenstemming gebracht.

Artikelsgewijs

Artikel I (artikel 26 van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994)

Met de wijzigingen van artikel 26 van de UR AWR 1994 wordt dat artikel in overeenstemming gebracht met de wijzigingen van artikel 1 van de Wet op de kansspelbelasting die per 1 oktober 2021 in werking treden.4 Artikel 26 van de UR AWR 1994 regelt onder meer het tijdvak waarover belastingplichtigen de kansspelbelasting moeten betalen. Als gevolg van de wijziging van artikel 26, eerste lid, van de UR AWR 1994 geldt een tijdvak van een kalendermaand voor houders van een vergunning als bedoeld in artikel 1, onderdelen a, b, d, e en f, van de Wet op de kansspelbelasting en voor degenen die opbrengst genieten van zonder een dergelijke vergunning aangeboden kansspelen als bedoeld in artikel 1, onderdelen a, c, d, e en f, van de Wet op de kansspelbelasting. Dit zijn:

  • 1. de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 27g, eerste lid, van de Wet op de kansspelen, ten aanzien van de onder die vergunning aangeboden casinospelen;

  • 2. de houder van een vergunning voor de exploitatie van speelautomaten als bedoeld in artikel 30h, eerste lid, van de Wet op de kansspelen, ten aanzien van de onder diens vergunning in Nederland geplaatste fysieke speelautomaten waarop een kansspelautomatenspel wordt gespeeld;

  • 3. de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 31a, eerste lid, van de Wet op de kansspelen, ten aanzien van de onder die vergunning aangeboden kansspelen op afstand;

  • 4. de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet op de kansspelen ten aanzien van de onder die vergunning aangeboden sportweddenschappen;

  • 5. de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet op de kansspelen ten aanzien van de onder die vergunning aangeboden totalisator;

  • 6. degene die opbrengst geniet van zonder een dergelijke vergunning als bedoeld in artikel 27g, eerste lid, van de Wet op de kansspelen aangeboden casinospelen in Nederland, niet zijnde kansspelen op afstand;

  • 7. degene die opbrengst geniet van zonder een vergunning als bedoeld in onderdeel b in Nederland geplaatste fysieke speelautomaten waarop een kansspelautomatenspel wordt gespeeld;

  • 8. degene die opbrengst geniet van het tijdelijk zonder een vergunning als bedoeld in artikel 31a, eerste lid, van de Wet op de kansspelen aangeboden kansspelen op afstand;

  • 9. degene die opbrengst geniet van zonder een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet op de kansspelen aangeboden sportweddenschappen in Nederland;

  • 10. degene die opbrengst geniet van zonder een vergunning als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet op de kansspelen aangeboden totalisatoren in Nederland.

Als gevolg van de wijziging van artikel 26, derde lid, van de UR AWR 1994 geldt onder de in die bepaling opgenomen voorwaarden een tijdvak van een kalenderkwartaal voor de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 1, onderdelen a, b, d, e en f, van de Wet op de kansspelbelasting (de in de onderdelen 1 tot en met 5 van de bovenstaande opsomming opgenomen vergunninghouders). Voor degene die opbrengst geniet van zonder een dergelijke vergunning aangeboden kansspelen geldt derhalve altijd de kalendermaand als tijdvak.

Artikel II, onderdeel A (artikel 1a van de Uitvoeringsbeschikking kansspelbelasting)

Met de wijziging van artikel 1a van de Uitvoeringsbeschikking kansspelbelasting wordt de daarin opgenomen verwijzing naar een onderdeel van artikel 1 van de Wet op de kansspelbelasting in overeenstemming gebracht met de tekst van dat wetsartikel per 1 oktober 2021.5

Artikel II, onderdeel B (artikel 2 van de Uitvoeringsbeschikking kansspelbelasting)

Het huidige artikel 7, eerste lid, van de Wet op de kansspelbelasting legt specifieke administratieve verplichtingen op aan de inhoudingsplichtige van artikel 6 van die wet. De inhoudingsplichtige moet een register bijhouden waarin de gegevens met betrekking tot het kansspel op een voorgeschreven wijze worden bijgehouden. Omdat artikel 7, eerste lid, van de Wet op de kansspelbelasting komt te vervallen, sorteert artikel 2 van de Uitvoeringsbeschikking kansspelbelasting geen effect meer en vervalt dit artikel.

Artikel II, onderdeel C (artikel 3 van de Uitvoeringsbeschikking kansspelbelasting)

Het huidige artikel 7, tweede lid, van de Wet op de kansspelbelasting verplicht de inhoudingsplichtige om op een voorgeschreven wijze op verzoek een bewijsstuk te geven aan de prijswinnaar die de prijs tot de winst uit onderneming rekent. Omdat artikel 7, tweede lid komt te vervallen sorteert artikel 3 van de Uitvoeringsbeschikking geen effect meer en vervalt dit artikel.

De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief

Wijziging van enige uitvoeringsregelingen in verband met wijzigingen van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met de inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand (Koa)

Beschrijving voorstel/regeling

De definitie van belastingplichtigen voor de kansspelbelasting en het tijdvak waarover belastingplichtigen de kansspelbelasting moeten betalen worden in de Uitvoeringsbeschikking kansspelbelasting en de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 in overeenstemming gebracht met wijzigingen uit de Fiscale verzamelwet 20216 en de Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen7 ten aanzien van kansspelen op afstand. De Belastingdienst heeft de impact van de maatregelen in deze beschikking meegenomen bij de beoordeling van de wet kansspelen op afstand8 en de uitvoeringstoetsen bij de betreffende wetsvoorstellen9 ,10.

De eerder opgestelde uitvoeringstoetsen zijn onverkort van kracht, er is geen aanvullende impact.

Interactie burgers/bedrijven

Niet van toepassing.

Maakbaarheid systemen

Niet van toepassing.

Handhaafbaarheid

Niet van toepassing.

Fraudebestendigheid

Niet van toepassing.

Complexiteitsgevolgen

Niet van toepassing.

Risico procesverstoringen

Er is geen risico op procesverstoringen.

Uitvoeringskosten

Er zijn geen incidentele of structurele kosten.

Personele gevolgen

Er zijn geen personele gevolgen.

Invoeringsmoment

Invoering is mogelijk per: 1 oktober 2021.

Eindoordeel

De wijziging van de beschikking is uitvoerbaar.


X Noot
1

Wet van 11 november 2020 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2021 (Stb. 2020/472)

X Noot
2

Wet van 19 december 2018 tot wijziging van de Wet op de kansspelbelasting voor landgebonden weddenschappen op de sport (Stb. 2018/509)

X Noot
3

Daarbij is uitgegaan van de tekst zoals deze komt te luiden ingevolge de Wet van 20 februari 2019 tot wijziging van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met het organiseren van kansspelen op afstand (Stb. 2019, 127) (Wet KOA).

X Noot
4

De wijzigingen van artikel 1 Wet op de kansspelbelasting zijn opgenomen in de Wet van 20 februari 2019 tot wijziging van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met het organiseren van kansspelen op afstand (Stb. 2019, 127) (Wet KOA), de Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen en de Fiscale verzamelwet 2021 en treden ingevolge Stb. 2021, 224 per 1 oktober 2021 in werking.

X Noot
5

De wijzigingen van artikel 1 Wet KSB zijn opgenomen in de Wet van 20 februari 2019 tot wijziging van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met het organiseren van kansspelen op afstand (Stb. 2019, 127) (Wet KOA), de Wet aanpassing kansspelbelasting voor sportweddenschappen en de Fiscale verzamelwet 2021 en treden ingevolge Stb. 2021, 224 per 1 oktober 2021 in werking.

X Noot
8

Kamerstukken II 2013/14, 33 996, nr. 3

X Noot
9

Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 35 437, nr. 3, p. 10

X Noot
10

Bijlage bij Kamerstukken II 2018/19, 35 031, nr. 3, p. 5