Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2020, 63858Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 november 2020, kenmerk 1786004-214659-PPGB, houdende wijziging van de Regeling langdurige zorg in verband met het betalen van een continuïteitsbijdrage uit het pgb aan wooninitiatieven in financiële nood als gevolg van leegstand door overlijden van verzekerden vanwege de uitbraak van het coronavirus

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3.6.7 van het Besluit langdurige zorg;

Besluit:

ARTIKEL I

Aan artikel 5.17, eerste lid, van de Regeling langdurige zorg wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door ‘, of’ een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. voor kosten die een kleinschalig wooninitiatief, waarvan de zorginkomsten vanwege Covid-19 of daarmee samenhangende sterfte onder verzekerden en leegstand zodanig zijn teruggelopen dat het wooninitiatief in financiële nood is geraakt, in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021 heeft gehad om de zorgverlening aan verzekerden te continueren.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Aanleiding

Een verzekerde op grond van de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz) heeft recht op zorg indien hij blijvend is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht vanwege zijn aandoeningen of beperkingen. Met een persoonsgebonden budget (hierna: pgb) kan de verzekerde zelf de aan hem te verlenen zorg inkopen. Naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus-SARS-CoV-2 (hierna: coronavirus) heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: VWS) diverse maatregelen genomen om de continuïteit van zorg voor houders van een pgb (hierna: budgethouders) te borgen. Zo is onder andere bepaald dat ten laste van het pgb betalingen verricht mogen worden voor zorg op grond van de Wlz die, vanwege de door de overheid genomen maatregelen ter bestrijding van het coronavirus, niet is geleverd.1

Voornoemde maatregelen zijn onvoldoende gebleken om financiële problemen van kleinschalige wooninitiatieven te verminderen. Deze financiële problemen ontstaan als de zorginkomsten vanwege de uitbraak van het coronavirus en daarmee samenhangende sterfte onder bewoners (die budgethouder zijn) van een kleinschalig wooninitiatief (hierna: wooninitiatief) teruglopen en er, als gevolg van de uitbraak van dat virus en de genomen maatregelen ter bestrijding hiervan, op korte termijn geen nieuwe bewoners deelnemen in het wooninitiatief. Hierdoor komt de continuïteit en kwaliteit van zorg voor de overgebleven bewoners in gevaar. De Minister van VWS heeft bij brief van 30 juni 2020 daarom een aanvullende maatregel aangekondigd: de overgebleven budgethouders in het wooninitiatief kunnen tijdelijk extra budget krijgen om te voorzien in een deel van de weggevallen zorginkomsten van het wooninitiatief, zodat daarmee de continuïteit en kwaliteit van de zorgverlening in het wooninitiatief wordt geborgd.2 Voorliggende regeling geeft hieraan uitvoering.

2. Maatregel: tegemoetkoming voor een wooninitiatief

Een wooninitiatief is een woonsituatie waarbij – kort gezegd – minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een pgb ontvangen voor zorg en door bundeling van pgb’s gezamenlijk die zorg inkopen.3 Voorliggende regeling ziet op de zorgverlening aan budgethouders op grond van de Wlz. Met andere woorden: de tegemoetkoming is bedoeld om de continuïteit en kwaliteit van de zorgverlening in het wooninitiatief aan budgethouders op grond van de Wlz te borgen.

Voor wooninitiatieven die zorg leveren aan budgethouders op grond van de Wlz en die als gevolg van leegstand door corona(maatregelen) in financiële nood zijn geraakt, voorziet voorliggende regeling erin dat zij door wijziging van het pgb van een of meerdere overgebleven bewoners van het wooninitiatief in deze kosten worden tegemoetgekomen. Hiermee blijft de continuïteit van het zorgaanbod voor de nog woonachtige budgethouders geborgd. Het betreft financiële nood die ontstaat als één of meer bewoners van een wooninitiatief overlijden en er op korte termijn geen nieuwe bewoners zijn. Door het overlijden van een of meerdere budgethouders vervallen immers de inkomsten uit die pgb’s en is het, vanuit de overgebleven pgb’s, niet mogelijk de kosten van zorg(personeel) door te betalen. Onder normale omstandigheden is dit een regulier bedrijfsrisico voor het wooninitiatief. Vanwege het coronavirus kan er echter sprake zijn van oversterfte onder bewoners en kan het, mede door de overheidsmaatregelen, moeilijker zijn de lege plaatsen weer bezet te krijgen. Zonder maatregelen komt in een dergelijk geval de continuïteit van (kwalitatieve) zorg voor de in het wooninitiatief nog woonachtige budgethouders in het gedrang.

Om die reden is een tegemoetkoming mogelijk gemaakt via een uitbreiding van de mogelijkheid om bijkomende kosten te betalen uit het pgb. Kort gezegd houdt deze tegemoetkoming in dat een wooninitiatief, in overleg met het zorgkantoor, een bijdrage kan ontvangen via het te wijzigen pgb van één of meerdere resterende bewoners. Met deze bijdrage wordt in de weggevallen zorginkomsten tegemoetgekomen, zodat de continuïteit van zorg voor de andere bewoners in het wooninitiatief is gewaarborgd. Voor overige inkomsten die het initiatief misloopt, zoals huurinkomsten, kan geen tegemoetkoming worden ontvangen.

3. Voorwaarden en uitvoering tegemoetkoming

Een wooninitiatief dat in financiële nood verkeert als gevolg van overlijden van budgethouders kan zich voor de tegemoetkoming melden bij het zorgkantoor in de desbetreffende regio. Het zorgkantoor beoordeelt of daadwerkelijk sprake is van financiële nood. Met de uitvoerende partijen (zorgkantoren en Zorgverzekeraars Nederland; in overleg met de Nederlandse Zorgautoriteit) is hiervoor een beoordelingskader opgesteld. Bij de beoordeling is het uitgangspunt vanzelfsprekend dat het wooninitiatief voorafgaand aan een eventuele tegemoetkoming maatregelen neemt en heeft genomen om de financiële nood op te heffen. Daarbij wordt meegewogen of het wooninitiatief ten aanzien van zijn verplichtingen kostenbesparende maatregelen heeft genomen, zoals het zo mogelijk uitstellen van betalingen, naar aanleiding van leegstand ontstaan in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021, en of deze maatregelen onvoldoende ruimte bieden om aan financiële verplichtingen te kunnen voldoen, waardoor de continuïteit van zorg voor de overgebleven bewoners onvoldoende geborgd is.

Na de beoordeling kan het zorgkantoor, in overleg met het wooninitiatief en de budgethouder(s) die een zorgovereenkomst met het wooninitiatief hebben, besluiten om in (een deel van) de weggevallen zorginkomsten van het wooninitiatief te voorzien. Hiervoor past het zorgkantoor het toegekende pgb van een of meer overblijvende verzekerden in het wooninitiatief aan. Het pgb wordt alleen aangepast gedurende de periode dat de zorginkomsten vanwege de uitbraak van het coronavirus niet herstellen en eindigt in ieder geval met ingang van 1 januari 2022. De tegemoetkoming voorziet alleen in de kosten die noodzakelijk zijn voor de continuering van zorg en bedraagt ten hoogste het totaal aan weggevallen zorginkomsten van de overleden budgethouder(s).

Op grond van deze regeling mag het gewijzigde pgb vervolgens worden gebruikt voor het door de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb), op verzoek van de budgethouder, doen van betalingen om de zorgverlening aan budgethouders in het wooninitiatief te continueren. Het zorgkantoor kan hiervoor niet rechtstreeks betalingen doen aan het wooninitiatief. Er is immers geen rechtstreekse juridische en financiële relatie tussen het zorgkantoor en het betreffende wooninitiatief. Vanzelfsprekend bestaat over de betaling via het pgb van een of meerdere budgethouder(s) overeenstemming tussen zorgkantoor, wooninitiatief en de desbetreffende budgethouder(s). De gemaakte afspraken tussen het zorgkantoor, budgethouder(s) en wooninitiatief worden door het zorgkantoor schriftelijk vastgelegd. Dit wordt als addendum toegevoegd aan de declaratie(s) van de budgethouder(s).

Indien aan de voorwaarden is voldaan, verhoogt het zorgkantoor op grond van artikel 5.1c, vijfde lid, van de Regeling langdurige zorg (hierna: Rlz) het pgb van de desbetreffende budgethouder(s). Vanuit dit verhoogde pgb betaalt de Svb, op verzoek van de desbetreffende budgethouder(s), vervolgens de tegemoetkoming aan het wooninitiatief (artikel 5.17, eerste lid, onderdeel e, van de Rlz).4

4. Toezicht en controle

De budgethouder zorgt voor het aanleveren van de declaratie en de gegevens aan de Svb (ten behoeve van de tegemoetkoming aan het wooninitiatief) en voor het bijhouden van de eigen administratie. De budgethouder is niet verantwoordelijk voor de wijze waarop de toegekende en via het pgb uitbetaalde tegemoetkoming door het wooninitiatief wordt besteed.

5. Financiële gevolgen

Via voorliggende regeling is bepaald dat in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021 een tegemoetkoming aan een wooninitiatief kan worden betaald voor het continueren van de zorgverlening in dat wooninitiatief. De tegemoetkoming wordt betaald vanuit het verhoogde pgb van een van de budgethouders. De extra uitgaven die hieruit voortvloeien vallen onder de EKC-regeling. De verhoging van de budgetten onder de EKC-regeling leidt tot extra uitgaven ten laste van het Flz, maar de omvang daarvan is naar verwachting beperkt.

6. Gevolgen voor de regeldruk

Deze regeling heeft gevolgen voor de regeldruk van zorgaanbieder en budgethouder. De regeling is zodanig ontworpen dat de toename van de administratieve lasten zo laag mogelijk is. Het aantal wooninitiatieven dat een beroep zal doen op deze regeling is naar verwachting klein. Deze initiatieven wordt gevraagd de benodigde (financiële) informatie aan het zorgkantoor aan te leveren.

Stel dat een vijftal wooninitiatieven een beroep doen op de regeling. Per wooninitiatief zal een professional ongeveer tien uur nodig hebben om de benodigde werkzaamheden te verrichten. Voor hoogopgeleide medewerkers wordt een intern uurtarief van € 54 gerekend. Dit betekent dat de regeldrukkosten op dit punt € 2.700 bedragen (5 * 10 * € 54).

In lijn met voorgaande zal een vijftal houders van pgb in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021 bijkomende zorgkosten declareren ten behoeve van het wooninitiatief in financiële nood. De verwachting is dat budgethouders eenmalig een uur nodig hebben voor het bijhouden van de administratie en het aanleveren van informatie. Voor particulieren wordt € 15 per uur aan regeldrukkosten gehanteerd. Dit betekent dat de regeldrukkosten op dit punt € 75 bedragen (5 * 1 * € 15).

De totale regeldrukkosten bedragen € 2.775 (€ 2.700 + € 75). Het Adviescollege toetsing regeldruk is akkoord met de inschatting van de gevolgen voor regeldruk.

7. Samenhang met rijksbrede inkomensondersteuningsregelingen

Het kabinet heeft een breed pakket regelingen opgesteld om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. Het gaat dan onder meer om de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers en de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid. Een wooninitiatief zal het zorgkantoor moeten berichten of het van deze regelingen gebruik heeft gemaakt, in welk geval dit wordt betrokken bij de beoordeling van de financiële nood van het wooninitiatief.

8. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt zo spoedig mogelijk in werking. Daarmee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten voor regelgeving. De reden om af te wijken is de dringende noodzaak zoals in deze toelichting beschreven.

Deze regeling heeft betrekking op de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021. Hiermee is aangesloten bij de overige maatregelen die zijn genomen om de continuïteit van zorg voor budgethouders borgen.5

II. Artikelsgewijs

Artikel I

Door middel van het toevoegen van onderdeel e aan artikel 5.17, eerste lid, van de Rlz, is bepaald dat in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021 vanuit het pgb een tegemoetkoming in de zorgkosten van een wooninitiatief kan worden betaald, indien de zorginkomsten van dit wooninitiatief vanwege Covid-19 en daarmee samenhangende sterfte onder verzekerden en leegstand zodanig zijn teruggelopen, dat het wooninitiatief in financiële nood is geraakt.

Deze tegemoetkoming is bedoeld voor de kosten die het wooninitiatief heeft gehad om de zorgverlening aan verzekerden op grond van de Wlz te continueren. Het is derhalve niet mogelijk een tegemoetkoming te verkrijgen voor kosten die het wooninitiatief heeft gehad voor het continueren van de zorgverlening aan degenen die via een pgb op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet of de Zvw, deelnemen in het wooninitiatief.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 juni 2020, houdende wijziging van de Regeling Jeugdwet, de Regeling langdurige zorg, de Regeling zorgverzekering en de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 in verband met het doorbetalen van niet-geleverde jeugdhulp, zorg of ondersteuning indien deze op grond van de maatregelen als gevolg van Covid-19 niet is verleend en het verhogen van het Wlz-pgb indien naar aanleiding van deze maatregelen de inkoop van extra zorg nodig is (Stcrt. 2020, 35696) en de Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 augustus 2020, houdende wijziging van de Regeling Jeugdwet, de Regeling langdurige zorg en de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, zodat de periode is verlengd waarin vanuit het pgb mag worden betaald voor sociaal-recreatief vervoer op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 en voor zorg in een kleinschalig wooninitiatief, dagbestedingen vervoer ten behoeve van die dagbesteding op grond van de Wlz, indien deze op grond van de maatregelen als gevolg van Covid-19, niet is verleend (Stcrt. 2020, 45259).

X Noot
2

Kamerstukken II 2019/20, 25 295, nr. 456.

X Noot
3

Artikel 3.1.4, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg.

X Noot
4

Voor een uitbreidere beschrijving van de praktische uitwerking van dit proces wordt verwezen naar de sites van de desbetreffende zorgkantoren.

X Noot
5

PM Invoegen verwijzing Kamerstukken Stand van zakenbrief COVID-19 van 17 november 2020.