Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2020, 24728Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 april 2020, kenmerk 1668603-203750-WJZ, houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenregeling in verband met de invoering van standaardverpakkingen voor sigaretten en shagtabak

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3.4, eerste en tweede lid, van het Tabaks- en rookwarenbesluit;

Besluit:

ARTIKEL I

De Tabaks- en rookwarenregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 3.7 worden negen nieuwe leden toegevoegd, luidende:

  • 3. Een verpakkingseenheid of buitenverpakking van sigaretten of shagtabak:

    • a. bevat, behoudens het bepaalde in het vierde lid, geen andere producten dan sigaretten of shagtabak;

    • b. is van aaneengesloten materiaal;

    • c. bevat geen doorzichtige onderdelen of geluidseffecten; en

    • d. heeft aan de binnenkant de kleur Pantone 448C of wit met een matte en gladde afwerking.

  • 4. Naast het bepaalde in het derde lid, kan een verpakkingseenheid of buitenverpakking van:

    • a. sigaretten aan de binnenkant foliepapier bevatten dat de producten omhult om de versheid te bewaren, mits dit foliepapier:

      • 1°. onbedrukt is;

      • 2°. een matte en gladde afwerking heeft, tenzij textuurvormen een noodzakelijk gevolg zijn van het geautomatiseerde productieproces, op voorwaarde dat deze op gelijke afstand van elkaar zijn gelegen, dezelfde grootte hebben en geen afbeelding, model, motief of symbool vormen dat doet denken aan iets anders; en

      • 3°. hetzij volledig wit hetzij aan de buitenkant zilverkleurig en aan de binnenkant wit is;

    • b. shagtabak als onderdeel van de binnenverpakking foliepapier bevatten dat de verpakking luchtdicht afsluit, mits dit foliepapier:

      • 1°. onbedrukt is;

      • 2°. een matte en gladde afwerking heeft, tenzij textuurvormen een noodzakelijk gevolg zijn van het geautomatiseerde productieproces, op voorwaarde dat deze op gelijke afstand van elkaar zijn gelegen, dezelfde grootte hebben en geen afbeelding, model, motief of symbool vormen dat doet denken aan iets anders; en

      • 3°. hetzij volledig wit hetzij aan de buitenkant zilverkleurig en aan de binnenkant wit is;

    • c. sigaretten of shagtabak een omhulsel van onbedrukt, ongekleurd en doorzichtig cellofaan met een gladde afwerking bevatten, dat een cellofaanstrip kan bevatten, mits de cellofaanstrip:

      • 1°. ten hoogste drie millimeter breed is;

      • 2°. in dezelfde leesrichting loopt als de waarschuwende tekst van de gecombineerde gezondheidswaarschuwing; en

      • 3°. doorzichtig of zwart is, waarvan ten hoogste een gedeelte van vijftien millimeter lang in contrast daarmee doorzichtig of zwart kan zijn;

    • d. shagtabak een plakstrip bevatten om de verpakking hersluitbaar te maken, mits deze plakstrip onbedrukt, ongekleurd en doorzichtig is en een gladde afwerking heeft.

  • 5. Het deel van de verpakkingseenheid en buitenverpakking van sigaretten of shagtabak dat niet in beslag wordt genomen door de gezondheidswaarschuwing heeft aan de buitenkant de kleur Pantone 448C met een matte en gladde afwerking.

  • 6. Naast het bepaalde in het vijfde lid, kan het deel van de verpakkingseenheid en buitenverpakking van sigaretten of shagtabak dat niet in beslag wordt genomen door de gezondheidswaarschuwing:

    • a. aan de buitenkant de merknaam en merkvariant bevatten, mits de tekst:

      • 1°. ten hoogste eenmaal voorkomt op de voorkant, bovenkant en onderkant van de verpakkingseenheid of buitenverpakking;

      • 2°. is weergegeven in het standaard lettertype Helvetica, zonder opmaakvarianten;

      • 3°. is weergegeven in de kleur Pantone Cool Gray 2C met een matte en gladde afwerking;

      • 4°. uitsluitend de letters van het alfabet, getallen of het ampersandteken bevat;

      • 5°. hooguit hoofdletters bevat voor de eerste letter van elk woord;

      • 6°. is weergegeven in een maximale tekengrootte 14 voor de merknaam en in een maximale tekengrootte 10 voor de merkvariant;

      • 7°. van de merkvariant direct onder de merknaam staat opgenomen en samen met de merknaam gecentreerd staat en in dezelfde leesrichting loopt als de waarschuwende tekst van de gecombineerde gezondheidswaarschuwing;

      • 8°. van de merknaam niet langer dan een regel is, waarbij tussen de woorden, getallen en ampersandtekens telkens hooguit een spatie wordt gebruikt;

      • 9°. van de merkvariant niet langer dan een regel is, waarbij tussen de woorden, getallen en ampersandtekens telkens hooguit een spatie wordt gebruikt;

    • b. aan de buitenkant ten hoogste eenmaal een weergave van het aantal sigaretten dat in de verpakking zit dan wel het gewicht van een pakje shag in gram bevatten, mits de tekst:

      • 1°. is weergegeven in het standaard letterype Helvetica, zonder opmaakvarianten;

      • 2°. is weergegeven in de kleur Pantone Cool Gray 2C met een matte en gladde afwerking;

      • 3°. op de verpakkingseenheid is weergegeven in een maximale tekengrootte 10;

      • 4°. op de buitenverpakking is weergegeven in een maximale tekengrootte 14;

      • 5°. in dezelfde leesrichting loopt als de waarschuwende tekst van de gecombineerde gezondheidswaarschuwing;

      • 6°. het aantal sigaretten aanduidt met cijfers, dat kan worden gevolgd door hooguit een spatie en het woord ‘sigaretten’, waarvan de eerste letter een hoofdletter kan zijn;

      • 7°. het aantal gram shag aanduidt met cijfers, gevolgd door de letter g en het ℮-teken als bedoeld in artikel 3 van het Warenwetbesluit hoeveelheden voorverpakkingen, waarbij tussen de cijfers, de letter g en het ℮-teken telkens hooguit een spatie wordt gebruikt;

    • c. aan de buiten- of binnenkant de naam, het adres, het e-mailadres en het telefoonnummer van de producent bevatten, mits de tekst:

      • 1°. ten hoogste eenmaal voorkomt en, indien opgenomen aan de buitenkant, niet op de voorkant van de verpakkingseenheid of de buitenverpakking staat;

      • 2°. is weergegeven in het standaard lettertype Helvetica, zonder opmaakvarianten;

      • 3°. indien opgenomen aan de buitenkant is weergegeven in de kleur Pantone Cool Gray 2C met een matte en gladde afwerking;

      • 4°. indien opgenomen aan de binnenkant is weergegeven in de kleur Pantone Cool Gray 2C, Pantone 448C of zwart met een matte en gladde afwerking;

      • 5°. is weergegeven in een maximale tekengrootte 10;

      • 6°. uitsluitend de letters van het alfabet, getallen en het ampersandteken bevat of, ingeval sprake is van een e-mail adres, een @-teken, waarbij tussen de woorden, getallen en tekens telkens hooguit een spatie wordt gebruikt;

      • 7°. hooguit hoofdletters bevat voor de eerste letter van elk woord;

    • d. aan de buitenkant een zo onopvallend mogelijk kalibratieteken bevatten;

    • e. aan de buitenkant ten hoogste een barcode bevatten, mits de barcode:

      • 1°. niet voorkomt op de voorkant van de verpakkingseenheid of de buitenverpakking;

      • 2°. is weergegeven in de kleuren zwart en wit of Pantone 448C en wit met een matte en gladde afwerking; en

      • 3°. geen afbeelding, patroon, beeld of symbool vormt dat herkenbaar is als iets anders dan een barcode.

  • 7. In het geval van een buidelvormige verpakking voor shagtabak, kunnen de merknaam en de merkvariant als bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, onder 1°, in afwijking van dat onderdeel ten hoogste eenmaal op de voorkant en achterkant van de verpakking en de binnenkant van de flap worden opgenomen.

  • 8. In het geval van een cilindervormige verpakking voor shagtabak kunnen de merknaam en merkvariant, producentgegevens en barcode bedoeld in het zesde lid, onderdelen a, c en e, in afwijking van het zesde lid, onderdeel a, onder 1°, onderdeel c, onder 1° en onderdeel e, onder 1°, ten hoogste eenmaal worden opgenomen op:

    • a. de deksel van de verpakking;

    • b. de onderkant van de verpakking; en

    • c. op het gebogen oppervlak van de verpakking, mits de merknaam en merkvariant aan die zijde worden opgenomen die tegenovergesteld is aan de zijde waar de naam, het adres, het e-mailadres en telefoonnummer van de producent, of de barcode staan opgenomen.

  • 9. In het geval van verpakking voor shagtabak met deksel kunnen de merknaam en merkvariant, de inhoudsindicatie, de producentgegevens, het kalibratieteken en de barcode als bedoeld in het zesde lid onderdelen a tot en met e, op de deksel met behulp van een sticker worden aangebracht, mits deze niet kan worden verwijderd.

  • 10. Indien een buitenverpakking meerdere verpakkingseenheden bevat, kan, in aanvulling op het zesde lid, onderdeel b, de weergave van het gewicht van de shag in gram of het aantal sigaretten dat in een enkele verpakkingseenheid zit, gevolgd worden met de vermelding van het symbool x en vervolgens het aantal verpakkingseenheden in cijfers, waarbij tussen de getallen, letters en tekens telkens hooguit een spatie wordt gebruikt.

  • 11. Dit artikel geldt onverminderd de eisen die bij of krachtens de artikelen 4a en 4h van de wet worden gesteld aan het plaatsen van een unieke identificatiecode en veiligheidskenmerk op een verpakkingseenheid.

B

Aan artikel 3.7a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. Dit artikel is niet van toepassing op sigaretten en shagtabak.

C

Aan artikel 7.3 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. Een verpakkingseenheid of buitenverpakking van sigaretten of shagtabak die voldoet aan het Tabaks- en rookwarenbesluit en de Tabaks- en rookwarenregeling zoals die luidden op 30 september 2020 en die is geproduceerd of in het vrije verkeer is gebracht voor 1 oktober 2020, mag tot 1 oktober 2021 in de handel worden gebracht.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis

TOELICHTING

I Algemeen deel

1. Inleiding

Roken is een ernstige verslaving met zeer schadelijke gevolgen voor de gezondheid en de belangrijkste oorzaak van sterfte en ziekte. Elk half uur overlijdt iemand aan de gevolgen van roken.1 Van alle rokers is 80% begonnen voor het 18de levensjaar. In het Nationaal Preventieakkoord2 is afgesproken dat wordt ingezet op het realiseren van een rookvrije generatie in 2040. Dat betekent dat vanaf 2040 geen jongere meer rookt en dat het aantal rokers onder Nederlanders van 18 jaar en ouder is teruggedrongen tot minder dan 5%.

Uit een eerste beoordeling door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (hierna: RIVM) van de mogelijke impact van het Nationaal Preventieakkoord blijkt dat de doelstelling om een rookvrije generatie te realiseren, haalbaar is als wordt ingezet op een tabaksontmoedigingsbeleid dat bestaat uit meerdere maatregelen die met elkaar samenhangen.3 Deze maatregelen bestaan onder meer uit de introductie van de standaardverpakking, het uitstalverbod, de uitbreiding van het rookverbod en het reclameverbod, het verhogen van accijnzen, de inzet van meerjarige campagnes en toegankelijke en beschikbare zorg om mensen te helpen bij het stoppen met roken. Landen met een dalende rookprevalentie hebben ook een dergelijke samenhangende aanpak over meerdere jaren ingezet. Deze maatregelen zijn erop te gericht te voorkomen dat tabaksproducten aantrekkelijk, toegankelijk en beschikbaar zijn voor jongeren, maar ook voor andere kwetsbare groepen zoals rokers die willen stoppen en ex-rokers. Zo worden jongeren en andere groepen beschermd tegen de verleiding om te gaan roken en de blootstelling tegen meeroken. Aangezien ik een rookvrije generatie wil realiseren, volg ik het advies van het RIVM op. Met deze ministeriële regeling wordt daarom een standaardverpakking voor sigaretten en shagtabak voorgeschreven.

In de nota van toelichting op het besluit houdende de wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit (hierna ook wel: besluit) in verband met de invoering van standaardverpakkingen voor sigaretten en shagtabak wordt uitvoerig ingegaan op de doelstellingen, achtergronden en argumenten voor het invoeren van standaardverpakkingen.4 De belangrijkste elementen van deze maatregel worden hieronder nog kort besproken.

Het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (hierna: het Kaderverdrag)5 verplicht partijen om maatregelen te nemen ten aanzien van verpakkingen van tabaksproducten (artikel 11) en stimuleert partijen om te overwegen om standaardverpakkingen voor tabaksproducten voor te schrijven. Internationaal staan deze eisen ook wel bekend als de “plain-packaging”-eisen. Aan standaardverpakkingseisen wordt veel belang gehecht, omdat daarmee de zichtbaarheid en effectiviteit van de gezondheidswaarschuwingen op sigarettenpakjes kan worden vergroot en de mogelijkheden die fabrikanten hebben om consumenten te verleiden en misleiden, kunnen worden ingeperkt.

Uit een recente studie6 over tabaksproducten, waarin 51 gevalideerde wetenschappelijke onderzoeken zijn gewogen, blijkt dat er voldoende bewijs is om te stellen dat zowel jongeren als volwassenen neutrale verpakkingen minder aantrekkelijk vinden dan merkverpakkingen, dat de smaak en kwaliteit van het product lager wordt ingeschat, dat deze producten schadelijker worden ingeschat dan producten met merkverpakkingen als de neutrale verpakking een donkere kleur heeft en dat er aanwijzingen zijn dat jongeren minder geneigd zijn om met roken te beginnen.7 De studie stelt dat er bewijs is dat de neutrale verpakking ertoe kan bijdragen dat de rookprevalentie afneemt, doordat dergelijke verpakkingen leiden tot een toename van kennis en een veranderde houding ten aanzien van roken, waardoor niet alleen mensen stoppen met roken, maar er ook een verminderde ontvankelijkheid ontstaat om te gaan roken (vooral onder jongeren), meeroken wordt tegengegaan en ex-rokers niet opnieuw beginnen. Neutrale verpakkingen zijn dus uiteindelijk van invloed op het rookgedrag. Alle wetenschappelijke inzichten over de effecten van de standaardverpakking zijn door het Trimbos-instituut verzameld in de factsheet Generieke Tabaksverpakkingen, waarvan een vernieuwde versie is gemaakt in 2019.8 In deze factsheet worden voornoemde uitkomsten bevestigd. Aanvullend is geconcludeerd dat er aanwijzingen zijn dat een standaardverpakking de intentie vermindert om tabak te gaan kopen en dat de standaardverpakking rokers stimuleert minder te roken dan wel te stoppen met roken.

2. Wijziging op hoofdlijnen

Naast de verplichte gecombineerde gezondheidswaarschuwing (een foto in combinatie met een waarschuwing en een verwijzing naar de beschikbare hulp bij het stoppen met roken), de algemene waarschuwing en de informatieve boodschap op de verpakking, blijft momenteel nog 35% van de voor- en achterzijde over voor merkuitingen. Hierdoor kunnen onder meer producentengegevens, barcodes en woord- en beeldmerken worden geplaatst op de boven- en onderkant, maar ook op de zijkanten naast de algemene waarschuwing en informatieve boodschap. Merken zijn echter een belangrijk middel waarmee bedrijven hun producten kunnen onderscheiden van die van andere producenten. Merken hebben tevens een reclame- en marketingfunctie. Daarom wordt de vrijheid van producenten om de ruimte die niet in beslag wordt genomen door de gecombineerde gezondheidswaarschuwing, algemene waarschuwing en informatieve boodschap te gebruiken voor reclame- en marketingdoeleinden, door de invoering van een eenduidige standaardverpakking verder ingeperkt. Voor een nadere toelichting hierop verwijs ik naar paragraaf 3, Standaardverpakkingen, van de nota van toelichting bij het besluit in verband met invoering van standaardverpakking voor sigaretten en shagtabak.9

Standaardverpakkingen worden gekenmerkt door de algehele afwezigheid van woord-beeldmerken (combinatie van letters en vormgeving) en beeldmerken. Een standaardverpakking kan, naast de verplichte algemene waarschuwing, de informatieve boodschap en de gecombineerde gezondheidswaarschuwing, de accijnszegel10 en het veiligheidskenmerk11, enkel de merknaam, de merkvariant, de producentgegevens, gegevens over het aantal sigaretten en gram shag, het kalibratieteken en de barcode in een vastgestelde kleur, lettertype en lettergrootte bevatten. Met de standaardverpakking wordt eenheid bereikt in de uitstraling van verpakkingen van sigaretten en shagtabak, waardoor reclame voor deze tabaksproducten via de verpakking tot een minimum wordt beperkt.

Op basis van kleuren en beeldmerken is er geen mogelijkheid meer extra aandacht te trekken voor het product en jongeren en andere kwetsbare groepen te verleiden tot het roken.

3. Achtergrond en context

Met deze ministeriële regeling wordt de in artikel 3.4, eerste lid, van het besluit opgenomen delegatiegrondslag, inhoudende het voorschrijven van standaardverpakkingen voor sigaretten en shagtabak, nader ingevuld door voor die verpakkingen technische voorschriften vast te stellen. De marketing van verpakkingen van deze tabaksproducten wordt daardoor beperkt tot uitsluitend het vermelden van de merknaam en de merkvariant.

De huidige lijst van verboden uitingen in artikel 3.7 en 3.7a zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze ministeriële regeling, is limitatief: daardoor is dat wat niet expliciet is verboden, op dit moment nog toegestaan om aan te brengen op verpakkingen. Sinds de inwerkingtreding12 van de voorgaande wijziging van de Tabaks- en Rookwarenregeling (hierna ook wel: regeling) zijn echter nieuwe verpakkingen in omloop die vanwege de kleurstelling een duurzame en gezondere indruk maken. Het is dan ook niet ondenkbaar dat tabaksfabrikanten andere aantrekkelijke elementen – die met de huidige wettelijke beperkingen niet voorzien waren – bedenken en plaatsen op verpakkingen. Het risico bestaat daarmee dat de jongeren door deze elementen alsnog in de verleiding worden gebracht om tabaksproducten te gebruiken. Om die reden wordt in deze regeling expliciet opgenomen wat nog wél mag. Wat niet in deze regeling is opgenomen, is daarmee verboden.

De nieuwe neutrale verpakkingseisen die met deze wijzigingsregeling worden gerealiseerd, doen niets af aan de eisen op grond van de artikelen 4a en 4h van de Tabaks- en rookwarenwet (hierna: Trw).13 Deze eisen houden in dat producenten en importeurs van tabaksproducten alle verpakkingseenheden van tabaksproducten die in de handel worden gebracht, moeten merken met een unieke identificatiemarkering en veiligheidskenmerk. Deze vereisten gelden onverminderd de nieuwe neutrale verpakkingseisen.

4. Verpakkingseisen

I Algemene eisen

Met deze wijzigingsregeling wordt de kleur voorgeschreven van de verpakkingseenheid en de buitenverpakking van sigaretten en shagtabak: Pantone 448C met een matte afwerking. Deze kleur is een mengeling van donkerbruin, olijfgroen en grijs en wekt vergeleken met andere kleuren een zekere afkeer op, zo blijkt uit een onderzoek in Australië, uitgevoerd door academici en commerciële marktonderzoekers.14 Deze kleur blijkt zo onaantrekkelijk dat de bewustwording wordt versterkt dat het om een schadelijk product gaat. Tot nu toe hebben alle andere landen waar plain packaging is ingevoerd ook voor deze kleur van de verpakkingseenheid en de buitenverpakking van sigaretten en shagtabak gekozen. Het is voorts verboden om merkafbeeldingen op de verpakkingseenheid en de buitenverpakking van sigaretten en shagtabak te plaatsen. Dit is het belangrijkste kenmerk van de standaardverpakking. Alle eisen hebben tot doel elke marketingmogelijkheid ten aanzien van het product te beperken. Zo is de kleur van de binnenkant van de verpakking van de verpakkingseenheid uitsluitend de kleur Pantone 448C of wit, met een matte en gladde afwerking. Hetzelfde geldt voor de binnenkant van de buitenverpakking van sigaretten en shagtabak.

Verder mag het foliepapier aan de binnenkant van de verpakkingseenheid en buitenverpakking enkel bestaan uit de kleuren wit en zilver. In het artikelsgewijze deel van deze toelichting wordt hier nader op ingegaan. De keuze voor specifiek de kleuren wit en zilver is daarin gelegen dat de tabaksproducenten op dit moment al gebruik maken van deze kleurencombinatie. Verder mag het cellofaan om de buitenkant van de verpakkingseenheid en buitenverpakking alleen bestaan uit doorzichtig cellofaan: het mag niet gekleurd of bedrukt zijn, en kan een doorzichtige of zwarte cellofaanstrip bevatten.

II Eisen ten aanzien van de inhoudsinformatie

Om te voorkomen dat de informatie over de inhoud van de verpakking aandacht zou kunnen trekken, worden met deze wijzigingsregeling eveneens regels gesteld aan het duiden van de inhoudsinformatie. Zo kan op de buitenverpakking of verpakkingseenheid van sigaretten aan de voorkant ten hoogste het aantal sigaretten worden gedrukt dat in de verpakking zit, eventueel gevolgd door het woord ‘sigaretten’. Andere aanvullingen of aanduidingen, zoals ‘Duty Free’, ‘Made in EU’ en ‘Cigarettes’, zijn niet toegestaan. Ook kan op de buitenverpakking van de verpakkingseenheid of een buitenverpakking van shagtabak ten hoogste eenmaal het gewicht van de shagtabak in gram worden vermeld. Hierbij geldt dat het gewicht wordt uitgedrukt in een getal gevolgd door de letter ‘g’ en het ℮-teken. Voor zowel het vermelden van het aantal sigaretten, het woord ‘sigaretten’ als het gewicht van de shagtabak geldt verder dat enkel nog het standaard lettertype Helvetica gebruikt kan worden en enkel de eerste letter van het woord sigaretten een hoofdletter mag zijn. De tekst dient in dezelfde leesrichting te staan als de gecombineerde gezondheidswaarschuwing en de lettergrootte mag niet groter zijn dan 10 op de verpakkingseenheid. De tekst op de buitenverpakking mag niet groter zijn dan 14. Ook met deze voorschriften is aangesloten bij de regelgeving van andere landen. Zo wordt bereikt dat de verpakkingseenheid en de buitenverpakking er zo neutraal en uniform mogelijk uitzien en zo min mogelijk de aandacht trekken. Andere maximale lettergroottes, of het toestaan van meer keuzevrijheid op dit punt, belemmert de aansluiting bij de regelgeving van andere landen en ondermijnt het doel om tot een zo neutraal en uniform mogelijk uiterlijk te komen.

III Eisen aan de merknaam en merkvariant

Voor het vermelden van de merknaam en de merkvariant op de verpakkingseenheid en de buitenverpakking van sigaretten en shagtabak is ook geprobeerd zoveel mogelijk aan te sluiten op de regelgeving van andere landen om op die manier ervoor te zorgen dat de verpakkingen er zo neutraal en uniform mogelijk uit komen te zien en zo min mogelijk aandacht trekken. Daarom geldt dat de tekst over de merknaam en merkvariant uitsluitend de letters van het alfabet, getallen of het ampersandteken (het &-teken) bevat. Verder kan alleen de eerste letter van elk woord behorende bij de merknaam en merkvariant een hoofdletter zijn, de rest van de letters zijn enkel kleine letters. Ook hier is het voorgeschreven standaard lettertype Helvetica, in de kleur Pantone Cool Gray 2C en met een matte en gladde afwerking overgenomen uit de landen die al neutrale verpakkingen hebben ingevoerd. Een ander overgenomen voorschrift is dat de merknaam en merkvariant niet langer mogen zijn dan één regel. Voor het lettertype en de kleur van de merknaam en merkvariant gelden dezelfde eisen als die gelden voor de vermelding van het aantal sigaretten en het gewicht aan shagtabak (zie paragraaf 4, onderdeel II, ‘Eisen ten aanzien van de inhoudsinformatie’).

Ten aanzien van de plaats van de merknaam en merkvariant geldt aanvullend dat deze maximaal één keer op de voorkant, één keer op de bovenkant én één keer op de onderkant van de verpakkingseenheid en buitenverpakking geplaatst mag worden, gecentreerd en in dezelfde leesrichting als de gecombineerde gezondheidswaarschuwing. Dit geldt ook ten aanzien van cilindervormige verpakkingen van shagtabak door de merknaam en merkvariant één keer toe te staan op de deksel, één keer op de onderkant en één keer op het gebogen oppervlak van de verpakking. Hoe dit precies uitpakt, wordt in het artikelsgewijze deel van deze toelichting nog nader toegelicht. Het is daarmee in ieder geval niet toegestaan dat de merknaam en merkvariant op meerdere plekken van het gebogen oppervlak van een cilinderverpakking terugkomen.

IV Het gebruik van stickers en het toestaan van transparante zijrandjes van deksels

Bij shagverpakkingen komt het voor dat gebruik wordt gemaakt van materiaal, bijvoorbeeld een plastic deksel, waarop bepaalde bedrukkingen en de matte en gladde afwerking niet mogelijk zijn. Om toch te voldoen aan de verpakkingseisen, maken fabrikanten nu (2020) gebruik van een sticker. Dit zal nog steeds toegestaan zijn, omdat de regeling expliciet regelt dat dit mag. Indien de deksel van de hier bedoelde verpakkingen een transparant zijrandje bevat, zoals nu al het geval is, dan zal dit na inwerkingtreding van de onderhavige regeling nog steeds toegestaan zijn, omdat de kleur van de verpakking daaronder zichtbaar is.

5. Internationaal perspectief

Wereldwijd tabaksontmoedigingsbeleid

Om bij te dragen aan het bereiken van zo veel mogelijk uniformiteit in het uiterlijk van standaardverpakkingen wereldwijd, is bij de uitwerking van de criteria voor standaardverpakkingen van sigaretten en shagtabak aangesloten bij de regels voor standaardverpakkingen zoals die gelden in Australië, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Ierland, Hongarije, België, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België. In deze landen zijn de standaardverpakkingen voor sigaretten en shagtabak recentelijk ingevoerd. Net als in Nederland, maakt de neutrale verpakkingseis in al deze landen onderdeel uit van een breder pakket aan samenhangende maatregelen om het gebruik van tabak tegen te gaan.

Neutrale verpakkingen voor sigaren en elektronische dampwaar worden op een later moment ingevoerd. Overwogen wordt dit in 2022 in te laten gaan. Ierland, Australië en Nieuw-Zeeland hebben ook neutrale verpakkingen voor sigaren ingevoerd. De ervaring van deze landen zal worden meegenomen bij het vaststellen van de eisen voor sigaren en de inwerkingtredingstermijn. Ook wordt tijd genomen om passende maatregelen op te stellen voor verpakkingen van elektronische dampwaar.

Verhouding tot hoger recht

De neutrale verpakkingseisen zijn in lijn met het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging, de Richtlijn 2014/40/EU15 (hierna ook wel: Tabaksproductenrichtlijn), uitspraken van het Europese Hof van Justitie, het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU), de overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom en ook overeenkomstig het Europees verdrag voor de rechten van de mens. Zie voor een verdere onderbouwing hiervan ook paragraaf 6 van de nota van toelichting bij het besluit in verband met invoering van standaardverpakking voor sigaretten en shagtabak16, waarin eveneens uitvoerig de doeltreffendheid van neutrale verpakkingen aan bod komt.

Tabaksproductenrichtlijn en het vrij verkeer van goederen

Artikel 24, tweede lid, van de Tabaksproductenrichtlijn, dat gezien kan worden als een lex specialis van het vrij verkeer van goederen in de zin van artikel 34 van het VWEU, laat Nederland in beginsel de mogelijkheid om voor alle in Nederland in de handel gebrachte tabaksproducten nadere verpakkingsvoorschriften te handhaven of in te voeren, omwille van de volksgezondheid en rekening houdend met het hoge beschermingsniveau van de volksgezondheid dat bij de Tabaksproductenrichtlijn wordt nagestreefd. Deze maatregelen moeten evenredig zijn en mogen geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen lidstaten vormen. Artikel 24, tweede lid, van de Tabaksproductenrichtlijn, vormt daarmee een concrete invulling van het beginsel van het vrije verkeer van goederen17, waardoor met toetsing aan artikel 24 kan worden volstaan.18

De in deze regeling opgenomen verpakkingseisen zijn gerechtvaardigd met het oog op de bescherming van de volksgezondheid en geschikt om het beoogde doel te bereiken. Het is een uitvoerige regeling waarbij aan (haast) ieder aspect van de vormgeving eisen zijn gesteld, zodat verpakkingen zich enkel nog van elkaar kunnen onderscheiden door de merknaam en merkvariant. Er is echter geen minder vergaand alternatief denkbaar waarbij hetzelfde doel kan worden bereikt.

De nadere verpakkingseisen die met deze regeling worden gesteld zijn ingegeven door het (bredere) integrale tabaksontmoedigingsbeleid dat de regering nastreeft, omdat roken zeer schadelijk voor de gezondheid is. Zoals reeds aangegeven in paragraaf 1 van deze toelichting, blijkt uit onderzoek van onder meer het Trimbos Instituut, dat de verpakking van tabaksproducten op zo’n manier kan worden vormgegeven dat het de aantrekkelijkheid van het product vergroot en invloed heeft op het consumentengedrag, waaronder – in het bijzonder, maar niet uitsluitend – van jongeren. Vanuit dat oogpunt en omwille van de volksgezondheid, is het passend om eisen te stellen die erop gericht zijn de verpakking van sigaretten en shagtabak minder aantrekkelijk te maken. Met de voorliggende regeling kunnen verpakkingen zich nog enkel van elkaar onderscheiden door de merknaam en de merkvariant in een standaardlettertype. Het is niet meer mogelijk om op basis van kleuren en beeldmerken extra aandacht te trekken voor het product. Op die manier krijgen verpakkingen van sigaretten en shagtabak hetzelfde standaard uiterlijk. Hierdoor wordt het bewustzijn van de gezondheidsrisico’s van tabaksgebruik vergoot, de mogelijkheid om schadelijke producten aan te prijzen verkleind en wordt de verleiding om te gaan roken tegengegaan, hetgeen bijdraagt aan het ontmoedigen van tabaksgebruik. Omdat verpakkingen van tabaksproducten een belangrijk marketingmiddel zijn, is geen minder vergaand alternatief denkbaar waarbij hetzelfde doel (het minder aantrekkelijk maken van deze producten) kan worden bereikt. De voorgestelde verpakkingseisen zijn daarom gerechtvaardigd met het oog op de bescherming van de volksgezondheid en geschikt om het beoogde doel te bereiken. Vanuit dat oogpunt zijn nadere eisen die erop gericht zijn om de verpakking van sigaretten en shagtabak minder aantrekkelijk te maken ook noodzakelijk. Deze eisen zijn bovendien het resultaat van een belangenafweging waarbij een redelijke overgangstermijn in de vorm van een uitverkoopregeling wordt getroffen, zodat aan producenten ruimte wordt geboden hun productieproces aan te passen aan de nieuwe regelgeving en de bestaande voorraden kunnen worden verkocht. De overgangstermijn wordt in deel II, onderdeel C van de artikelsgewijze toelichting nog nader toegelicht. Ten slotte gelden de nadere verpakkingseisen voor alle sigaretten en shagtabaksproducten die in Nederland in de handel zijn of worden gebracht, waardoor de maatregel zonder discriminatie wordt toegepast. Op grond van het voorgaande acht ik deze maatregel noodzakelijk, proportioneel en evenredig en in overeenstemming met het artikel 24, tweede lid, van de Tabaksproductenrichtlijn.

6. Notificatie

Het stellen van regels aan verpakkingen van sigaretten en shagtabak zodat die uiteindelijk een standaard uiterlijk krijgen, kan aangemerkt worden als een technisch voorschrift in de zin van richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees parlement en de raad betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij. Een ontwerp van deze regeling is daarom op 1 oktober 2019 gemeld aan de Europese Commissie ter voldoening aan artikel 5, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2015/1535. Door de Slowaakse en Tsjechische regering zijn op respectievelijk 20 december 2019 en 13 maart 2020 met een zogenoemde Uitvoerig Gemotiveerde Mening (UGM) gereageerd. De Roemeense regering heeft de Nederlandse regering op 30 december 2019 van wat technische suggesties voorzien.

Naar aanleiding van de UGM van de Slowaakse en Tsjechische regering heeft de Nederlandse regering een reactie gestuurd en daarin standpunt ingenomen over de doeltreffendheid van standaard verpakkingen van sigaretten en shagtabak voor het minder aantrekkelijk maken van tabaksproducten en de verenigbaarheid van dergelijke verpakkingen met de Tabaksproductenrichtlijn, het vrij verkeer van goederen en het intellectuele eigendomsrecht. In hoofdstuk 6 van de nota van toelichting op het besluit in verband met invoering van standaardverpakking voor sigaretten en shagtabak19 is ook al aan bod gekomen dat de regering de inbreuk die neutrale verpakkingen op deze rechten zouden kunnen maken, gerechtvaardigd, proportioneel en noodzakelijk acht in het belang van de volksgezondheid. In aanvulling hierop wordt benadrukt dat bij de toetsing aan artikel 24, tweede lid, van de Tabaksproductenrichtlijn en de beoordeling of de inbreuk op het vrije verkeer gerechtvaardigd is, het gaat om de vraag of de regering redelijkerwijs tot het oordeel heeft kunnen komen dat neutrale verpakkingen geschikt zijn om de beoogde doelstellingen te bereiken en deze niet ook met minder vergaande maatregelen hadden kunnen worden bereikt. De regering hoeft daarom niet af te wachten totdat de effectiviteit volledig is bewezen. Lidstaten mogen wettelijke maatregelen nemen op basis van onderzoeken die aantonen dat de maatregel effect kan hebben, zeker in de context van de volksgezondheid, waar lidstaten een ruime beoordelingsmarge hebben.20 Voor de onderzoeken die zijn gedaan, wordt verwezen naar paragraaf 2 van de nota van toelichting bij het besluit in verband met invoering van standaardverpakking voor sigaretten en shagtabak21, waarnaar in paragraaf 1 van deze toelichting ook wordt verwezen.

Naar aanleiding van de UGM van de Slowaakse en Tsjechische regering is door de Nederlandse regering ook standpunt ingenomen over het risico op vervalsing en fraude. Naast het terugdringen van het gebruik van verslavende tabaksproducten in het belang van de volksgezondheid, heeft de Nederlandse regering ook het terugdringen van de illegale handel in tabaksproducten hoog op de agenda staan. Nederland heeft daartoe het Internationale Protocol tot uitbanning van de illegale handel in tabaksproducten (hierna: Protocol) ondertekend. Het wetsvoorstel hiertoe treedt later dit jaar in werking. Daarnaast is het vanaf 23 januari 202022 verplicht om op verpakkingen van tabaksproducten een unieke identificatiecode en veiligheidskenmerk te plaatsen. Aan de hand van deze regelgeving wordt een pakket aan wettelijke maatregelen voorgeschreven dat er samen voor moet zorgen dat de legale handel in kaart wordt gebracht, vreemde in het oog springende illegale activiteiten makkelijker gesignaleerd worden en de illegale handel wordt teruggedrongen. Het risico op fraude doordat er een situatie ontstaat dat standaardverpakkingen eenvoudiger te vervalsen zijn, wordt daarom al voldoende ondervangen.

De technische suggesties van de Roemeense regering hebben in artikel I van deze regeling tot een aanpassing geleid door in artikel 3.7, zesde lid, onderdeel b, onder 7°, de eis toe te voegen dat het aantal gram shag op verpakkingen wordt opgevolgd door het ℮-teken. Ook is naar aanleiding van de reactie van de Roemeense regering een nieuw lid toegevoegd aan de regeling waaruit blijkt in hoeverre stickers op verpakkingen toegestaan zijn en is de toelichting aangevuld met argumentatie over waarom voor bepaalde lettergroottes wordt gekozen.

7. Gevolgen voor uitvoering en handhaving

De regeling is voorgelegd aan de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (hierna: NVWA) voor de uitvoering en handhavingstoets. De NVWA is van mening dat de regeling handhaafbaar en uitvoerbaar is, mits aanbevelingen ter verduidelijking van enkele artikelen worden overgenomen. De gevraagde verduidelijkingen voorkomen dat er ruimte voor de fabrikant bestaat om toch onderscheidende kenmerken aan zijn verpakkingen te geven, zoals bijvoorbeeld door middel van meerdere spaties tussen de merknaam- en markvariant. Deze verduidelijkingen zijn grotendeels verwerkt. Er is tussen de merknaam en merkvariant, maar ook tussen andere woorden, letters en symbolen maximaal één spatie toegestaan. Op enkele punten is het advies van de NVWA niet gevolgd. Dit is bijvoorbeeld het geval geweest bij het advies van de NVWA om in artikel 3.7, de eisen te laten stroken met de eisen uit het artikel 3.7a, tweede lid, voor wat betreft geur- en smaakstoffen, visuele effecten en glanzende elementen. Dit is niet gedaan, omdat het verbod op geur- en smaakstoffen reeds in artikel 3.7, tweede lid, staat opgenomen. Visuele en glanzende elementen hoeven voorts niet expliciet verboden te worden, omdat deze regeling, nog enkel die visuele elementen toestaat die expliciet staan voorgeschreven. Een ander punt waarop het advies van de NVWA niet is gevolgd betreft bijvoorbeeld het voorschrijven van een vaste positionering van de inhoudsindicatie (het aantal sigaretten of het aantal gram shag). De reden hiervan is dat ervoor is gekozen op dit punt aansluiting te zoeken bij de regelgeving in andere landen en op die manier geen strengere eisen te hanteren. Mocht blijken dat hier misbruik van wordt gemaakt, dan kan de regeling hierop worden aangepast. De regeling heeft weinig gevolgen voor de door de NVWA gehanteerde werkwijzen. Ook nu worden verpakkingen van sigaretten en shag gecontroleerd op de daaraan gestelde eisen. Wel brengen deze nieuwe gedetailleerde eisen aan zowel de binnen- als buitenkant van de verpakking een uitbreiding van de toezichttaken met zich mee; verpakkingen zullen op meer aspecten moeten worden gecontroleerd. De voorliggende regeling maakt deel uit van de voorgenomen wijzigingen van de Tabaks- en rookwarenwet en de daarop gebaseerde lagere regelgeving ter uitvoering van het Nationaal Preventieakkoord. De voor de implementatie en handhaving van deze wijzigingen benodigde extra capaciteit is afgestemd in het kader van het Nationaal Preventieakkoord. Het voorstel gaf geen aanleiding tot het maken van opmerkingen in het kader van de fraudebestendigheid.

8. Gevolgen voor regeldruk

De nadere eisen die aan de standaardverpakkingen van sigaretten en shagtabak worden gesteld, worden ingevuld met deze ministeriële regeling. Deze regeling heeft geen regeldrukgevolgen voor burgers. De nieuwe eisen aan de standaardverpakkingen leiden voor producenten en detaillisten tot een toename van regeldruk. Tabaksproducenten dienen immers kennis te nemen van de wijziging in de regelgeving en vervolgens eenmalig het productieproces aan te passen. Ook moeten kosten worden gemaakt om drukapparatuur om te zetten. Verder zijn aanpassingen nodig in de software en dient deze nieuwe software te worden getest. Ook het testen ervan wordt gerekend tot regeldrukgevolgen. Een importeur zal ook kennis moeten nemen van de nieuwe verpakkingseisen. De detaillist zal vanwege de instroom van nieuwe verpakkingen extra aandacht moeten besteden aan de inkoop, het voorraadbeheer en de verkoop. Het gaat bij detaillisten om alle verkooppunten van tabak. Een schematische weergave van de hier genoemde regeldrukgevolgen ziet er als volgt uit.

Handeling (eenmalig)

Wie

Tijd

Kosten

Q

Totaal

Kennisnemingskosten nieuwe verpakkingseisen

Producenten en importeurs

4 uur

€ 45,– per uur

100

€ 18.000,–

Omzetten drukapparatuur sigaretten en shagtabak

Producenten

€ 580.000,–

Aanpassen software sigaretten en shagtabak

Producenten

40 uur

€ 45,– per uur

69 producenten

€ 124.200,–

Testen software sigaretten en shagtabak

Producenten

80 uur

€ 37,– per uur

69 producenten

€ 204.240,–

Aanpassing inkoop en voorraadbeheer

Detaillisten

8 uur

€ 45,– per uur

60.000 detaillisten

€ 21.600.000,–

           
       

Totaal:

€ 22.526.440,–

Uit bovenstaande tabel blijkt dat producenten naar schatting minimaal 124 uur (exclusief de moeilijk te calculeren kosten voor het omzetten van drukapparatuur: zie verder) nodig hebben om neutrale verpakkingen te kunnen fabriceren. Er zijn naast regeldrukgevolgen voor producenten ook regeldrukkosten voor importeurs en detaillisten. Het uurloon voor het aanpassen van de software en de aanpassingen in het inkoop-, voorraad- en verkoopbeheer wordt geschat op € 45,–. Het uurloon voor het testen van de software wordt geschat € 37,–. Soms is er geen getal opgenomen. Het gaat dan meer om een handeling die moeilijk te kwantificeren is en naar algemeenheid wordt bepaald. Dat is bijvoorbeeld bij het omzetten van drukapparatuur het geval. Naar schatting komen de totale kosten voor de invoering van neutrale verpakkingen neer op ruim € 22,– miljoen. Hoewel deze kosten niet gering zijn, zijn alle regeldrukgevolgen onvermijdelijk en noodzakelijk om te bereiken dat een rookvrije generatie wordt gerealiseerd waarin jongeren en andere kwetsbare groepen worden beschermd tegen de verleiding om te gaan roken of bloot worden gesteld aan de risico’s van meeroken.

De regeling is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing Regeldruk (ATR) dat adviseert over vermindering van de regeldruk voor bedrijven en burgers. Het college merkt op dat met de onderliggende Tabaks- en rookwarenregeling niet is gekozen voor een minder belastend alternatief, zoals destijds door het ATR was geadviseerd. De nu voorgelegde wijziging van de regeling volgt logischerwijs uit de eerder gemaakte keuze. Volgens het ATR zijn de eisen werkbaar en is de toelichting op de regeldruk toereikend in beeld gebracht.

9. Advisering en consultatie

Via www.internetconsultatie.nl is van 8 oktober 2019 tot en met 20 november 2019 aan eenieder de mogelijkheid geboden te reageren op een ontwerp van deze wijziging van de Tabaks- en rookwarenregeling en de bijbehorende toelichting. Hierbij is de volgende vraag gesteld: Denkt u dat de voorgenomen verpakkingseisen technisch haalbaar en uitvoerbaar zijn?

Bij de consultatie is aangegeven dat degenen die verbonden zijn aan de tabaksindustrie worden verzocht om alleen een reactie te geven die strekt tot technische opmerkingen. Dit houdt verband met artikel 5, derde lid, van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging. Uit dit artikel volgt dat verdragspartijen maatregelen moeten nemen om het tabaksontmoedigingsbeleid te beschermen tegen de commerciële belangen van de tabaksindustrie. Bij de weging van de inhoudelijke argumenten is vervolgens rekening gehouden met dit artikel. Dat betekent dat reacties afkomstig van organisaties uit de tabaksindustrie en organisaties die belang hebben bij de verkoop van tabaksproducten niet worden meegenomen voor zover het beleidskeuzes betreft.

Er zijn in totaal 10 reacties binnengekomen. Uit de reacties kan worden opgemaakt dat veel respondenten vóór invoering van een standaardverpakking voor sigaretten en shagtabak zijn. Deze respondenten bestaan voornamelijk uit particulieren, zorgprofessionals en organisaties die zich inzetten voor tabaksontmoediging en gezondheid. Eén organisatie die zich inzet voor tabaksontmoediging en gezondheid en waarin 32 organisaties met elkaar samenwerken, benadrukt de adviezen van het RIVM waaruit blijkt dat de invoering van neutrale verpakkingen een noodzakelijk onderdeel is van een integraal pakket aan maatregelen om te komen tot een rookvrije generatie. Ook zien zij het als positief dat de huidige limitatieve lijst van verboden beperkingen wordt omgezet naar een regeling waarin expliciet wordt opgenomen wat nog wél mag. Zo wordt voorkomen dat de industrie alsnog aantrekkelijke elementen zal plaatsen op de verpakkingen. Verder wordt het positief bevonden dat Nederland door landen waar neutrale verpakkingen al eerder zijn ingevoerd, als voorbeeld te kiezen, voor uniformiteit in het uiterlijk van de verpakkingen kiest.

Andere voorstanders, waaronder ook particulieren, voeren aan dat álles eraan moet worden gedaan om te voorkomen dat kinderen het aantrekkelijk vinden om te gaan roken, inclusief verdergaande maatregelen zoals neutrale verpakkingen voor sigaren en e-sigaretten, maar ook het verhogen van de prijs van tabaksproducten en het verlagen van het aantal verkooppunten. Omdat deze reacties buiten het bereik van deze internetconsultatie vallen, wordt hier verder niet op ingegaan.

De respondenten die tegen invoering van een standaardverpakking voor sigaretten en shagtabak bestaan voornamelijk uit organisaties die belang hebben bij de verkoop van tabaksproducten, organisaties uit de tabaksindustrie en particulieren. Volgens deze respondenten zorgt de maatregel enkel voor extra kosten voor fabrikanten, waardoor de kwetsbaardere tabaksaanbieders zwaarder worden getroffen. Ook zal de maatregel er niet voor zorgen dat mensen stoppen met roken of dat kinderen niet zullen gaan roken. Hiervoor zijn andere maatregelen noodzakelijk zijn, zoals het toegankelijker maken van klinieken om van de rookverslaving af te komen en het bieden van financiële steun daarbij. Door sommige respondenten wordt ook aangegeven dat de maatregel hoe dan ook niet zal bijdragen aan het verbeteren van de volksgezondheid, omdat veel andere factoren (met name milieutechnische aspecten, zoals de uitstoot van uitlaatgassen, roet en fijnstof) de volksgezondheid in veel grotere zin zouden benadelen, waardoor onderhavige maatregel niet geschikt en passend wordt geacht. Omdat deze reacties ook buiten het bereik van deze internetconsultatie vallen, wordt hier verder niet op ingegaan. Ten overvloede wordt opgemerkt dat hulp bij stoppen met roken al wordt vergoed vanuit de basisverzekering. Het gaat om methoden die werken, zoals persoonlijke coaching of groepstrainingen. De vergoeding is 100%; er hoeft geen eigen risico te worden betaald.23

Ten aanzien van specifiek de technische haal- en uitvoerbaarheid, wordt opgemerkt dat neutrale verpakkingen de deur openen voor fraude, omdat gestandaardiseerde verpakkingen makkelijker te vervalsen zijn. Voorts zijn een aantal verzoeken gedaan gelet op de uitvoerbaarheid. Deze verzoeken hebben betrekking op 1) de inwerkingtredingsdatum, 2) de verhouding tussen de neutrale verpakkingen en de eisen die worden gesteld aan de unieke identificatiemarkering, alsmede het veiligheidskenmerk, 3) toegestane aanduidingen op cellofaan en aanduidingen als ‘Duty Free’, 4) toegestane stickers en lettertypen, 5) het gebruik van transparante zijrandjes van deksels, 6) optionele fabrikantgegevens, 7) kleuren van aluminiumfolie en 8) het toegestane aantal keer dat op cilindervormige verpakkingen van shagtabak aanduidingen mogen worden vermeld.

Aan een aantal van deze verzoeken is tegemoetgekomen, aan een aantal niet. De toelichting is aangevuld en aangescherpt op deze punten. Verder verwijs ik naar het verslag van de internetconsultatie dat openbaar is en raadpleegbaar is via www.internetconsultatie.nl.

10. Overgangsrecht en inwerkingtreding

Deze regeling zal op 1 oktober 2020, gelijktijdig met het gewijzigde artikel 3.4, eerste lid, van het besluit in werking treden.

II Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

Onderdeel A

Met artikel I wordt artikel 3.7 van de Tabaks- en rookwarenregeling (hierna: regeling) gewijzigd. Deze wijzigingsmogelijkheid is gebaseerd op (het gewijzigde) artikel 3.4, eerste en tweede lid, van het besluit. Op grond van dit artikel mogen nadere eisen worden gesteld aan dat deel van de verpakkingseenheid en buitenverpakking waarop niet de algemene waarschuwing, de informatieve boodschap en de gecombineerde gezondheidswaarschuwing zijn weergegeven die zijn voorgeschreven in de Richtlijn 2014/40/EU24 (hierna: Tabaksproductenrichtlijn). Meer specifiek bevat artikel 3.4 van het besluit een grondslag om ten aanzien van sigaretten en shagtabak nadere regels te stellen die inhouden dat de verpakkingen van die producten enkel nog een standaard uiterlijk mogen hebben. Zoals in paragraaf 1 van het algemeen deel van deze toelichting reeds is aangegeven, staan deze standaardeisen internationaal ook wel bekend als de “plain packaging”-eisen en hebben deze eisen onder meer betrekking op de toegestane kleur, lettertype en -grootte en andere aanduidingen op de verpakkingen van sigaretten en shagtabak.

Verhouding tussen de huidige en nieuwe verpakkingseisen

De artikelen 3.7 en 3.7a van de regeling zoals die luidden voor inwerkingtreding van deze regeling, bevatten al een aantal eisen die gesteld worden aan verpakkingen van tabaksproducten. Artikel 3.7 doet dit slechts ten aanzien van verpakkingen van sigaretten en shagtabak. Artikel 3.7a bevat regels ten aanzien van de verpakkingen van alle voor roken bestemde tabaksproducten. De eisen in deze artikelen staan ook wel bekend als “het verbod op glitter & glamour” en bevatten bijvoorbeeld een verbod op het gebruik van opvallende kleuren op de verpakkingen.25

Omdat artikel 3.7 reeds regels bevat die enkel zien op verpakkingen van sigaretten en shagtabak, is ervoor gekozen de vereisten die op grond van artikel 3.7a gelden ten aanzien van verpakkingen van sigaretten en shagtabak, uit artikel 3.7a te halen en gebundeld met de nieuwe eisen die gesteld worden aan dergelijke verpakkingen, op te nemen in het nieuwe artikel 3.7. De bundeling van reeds bestaande verpakkingseisen in artikel 3.7, eerste en tweede lid, en nieuwe eisen in artikel 3.7, derde tot en met het elfde lid, van deze regeling, vormen samen de eisen die gesteld worden aan de standaardverpakkingen van sigaretten en shagtabak. De verschillende leden worden hieronder achtereenvolgens besproken en daar waar nodig nader toegelicht.

Artikel 3.7, eerste en tweede lid

De verpakkingseisen uit het eerste en tweede lid van artikel 3.7 zijn afkomstig uit de Tabaksproductenrichtlijn en blijven van kracht. Dat wil zeggen dat de gecombineerde gezondheidswaarschuwing, de algemene waarschuwing en de informatieve boodschap verplicht blijven op de door de Tabaksproductenrichtlijn voorgeschreven voor- zij- en achterkant van de verpakkingseenheid26 en de buitenverpakking27 van sigaretten en shagtabak. Voorts blijft het verboden om aan dergelijke verpakkingen bestanddelen toe te voegen die geur- of smaakstoffen bevatten en de geur, smaak of intensiteit van de rook kunnen wijzigen.28 Opgemerkt wordt dat deze eis uit artikel 3.7, voor inwerkingtreding van deze regeling deels overlapt met artikel 3.7a, tweede lid, inhoudende dat verpakkingen van álle voor roken bestemde tabaksproducten geen geluid-, geur- of smaakeffecten mogen bevatten. Na inwerkingtreding van deze regeling blijft het verbod op geur- en smaakeffecten als bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, samen met het verbod op geluidseffecten (artikel 3.7, derde lid (nieuw)) voor verpakkingen van sigaretten en shagtabak van kracht.

Artikel 3.7, derde en vierde lid: ‘moet’- & ‘kan’-bepalingen

De onderdelen uit het derde lid hebben betrekking op de standaardverpakkingseisen van de hele verpakking van sigaretten en shagtabak. Dat wat in dit lid staat beschreven, dient altijd op iedere sigaretten- dan wel shagverpakking te worden toegepast: de zogenaamde ‘moet’-bepalingen. Zoals gezegd bevatten deze ‘moet’-bepalingen eisen die reeds golden op grond van de regeling zoals die luidde voor de inwerkingtreding van deze regeling, maar ook nieuwe eisen. Dit houdt in dat iedere verpakking voor sigaretten of shagtabak in welke vorm dan ook geen andere producten mag bevatten dan sigaretten of shagtabak (derde lid, onderdeel a). Deze eis gold reeds voor de inwerkingtreding van deze regeling en houdt in dat het niet toegestaan is andere zaken dan sigaretten en shagtabak aan de verpakking toe te voegen, zoals informatie over een mogelijke wijziging van het product. Voorts geldt dat iedere verpakking voor sigaretten en shagtabak, net zoals dat het geval was voor de inwerkingtreding van deze regeling altijd aaneengesloten moet zijn (derde lid, onderdeel b), geen doorzichtige onderdelen mag bevatten waardoor je bijvoorbeeld de sigaretten of shag kunt zien zitten (derde lid, onderdeel c) en geen geluidseffecten mag bevatten die bijvoorbeeld bij het openen of sluiten van de verpakking tot uitdrukking komen (derde lid, onderdeel c). Nieuw is dat dergelijke verpakkingen aan de binnenkant 29 de kleur Pantone 448C of wit met een matte en gladde afwerking moeten hebben (onderdeel d). Dit geldt vanzelfsprekend ook voor de deksel van cilindervormige verpakkingen van shagtabak.

Naast dat wat verpakkingen ingevolge het derde lid altijd moeten bevatten, bevat het vierde lid, onderdeel a tot en met d, nog aanvullende mogelijkheden die optioneel kunnen worden gebruikt als onderdeel van de verpakking. Indien ervoor wordt gekozen van die mogelijkheden gebruik te maken door aan de binnenkant van de verpakking foliepapier op te nemen (onderdelen a en b), de verpakking te omhullen met cellofaan (onderdeel c) of een hersluitbare plakstrip aan te brengen op de verpakking (onderdeel d), dan dient vervolgens ook te worden voldaan aan de verdere vereisten die in deze onderdelen staan opgenomen.

De voorwaarden die staan opgesomd in het derde lid en – als ervoor wordt gekozen gebruik te maken van de opties die het vierde lid biedt – het vierde lid zijn uitputtend van aard; slechts datgene dat geregeld is, is toegestaan. Al het overige is verboden. Sommige van deze eisen spreken voor zich, enkele verdienen een nadere toelichting waarop hieronder wordt ingegaan.

Foliepapier

Het foliepapier dat in een verpakking voor sigaretten en shagtabak wordt opgenomen om de inhoud vers te houden (artikel 3.7, vierde lid, onderdeel a en b) mag geen bedrukkingen bevatten, heeft een matte en gladde afwerking en mag enkel twee kleurencombinaties bevatten, waarbij altijd één kant wit is: ofwel de kleur wit aan beide zijden van het foliepapier, ofwel de kleur wit aan de binnenzijde en de kleur zilver aan de buitenzijde van het folie. Met de buitenzijde van het foliepapier wordt bedoeld: de zijde van het foliepapier die niet in contact staat met de inhoud van de verpakking. Opgemerkt wordt dat stippeltjes of andere structuren op het foliepapier, ontstaan als gevolg van het geautomatiseerde fabricageproces, niet als bedrukking worden gezien in de zin van artikel 3.7, vierde lid, onderdeel a en b. Dergelijke structuren zijn wel toegestaan. Ribbeltjes of andere oneffenheden waarmee op iets anders wordt geduid, bijvoorbeeld allemaal kleine lettertjes die de merknaam in herinnering brengen, worden wel als een niet-gladde afwerking gezien en zijn niet toegestaan.

Cellofaan en cellofaanstrip

Zowel een shagtabaks- als sigarettenverpakking mag omhuld worden door onbedrukt, ongekleurd en doorzichtig cellofaan (artikel 3.7, vierde lid, onderdeel c). Indien dit cellofaan wordt bedrukt, dan is ingevolge de definitie van ‘buitenverpakking’ in artikel 1, eerste lid, van de wet, sprake van een buitenverpakking die vervolgens aan alle vereisten moet voldoen die voor buitenverpakkingen gelden op grond van de wet, het besluit en de regeling. De strip die is opgenomen om het cellofaan te verwijderen (de cellofaanstrip), mag slechts doorzichtig of zwart zijn en niet breder zijn dan drie millimeter. Verder dient de cellofaanstrip in dezelfde leesrichting te zijn opgenomen als de waarschuwende tekst op de gecombineerde gezondheidswaarschuwing. Een cellofaanstrip die bijvoorbeeld diagonaal om de verpakking zit opgenomen, is daarmee niet toegestaan. Tot slot mag de cellofaanstrip een gedeelte van ten hoogste vijftien millimeter bevatten waarmee wordt aangegeven waar de strip begint om de verpakking te openen. Dit gedeelte mag zowel de kleur zwart als doorzichtig hebben en mag daarmee een andere kleur hebben dan de cellofaanstrip zelf: als de cellofaanstrip doorzichtig is, mag het deel waarmee de verpakking wordt geopend met een zwarte kleur worden aangeduid, en vice versa.

Artikel 3.7, vijfde en zesde lid, ‘moet’- & en ‘kan’-bepalingen

Het vijfde lid heeft betrekking op de standaardverpakkingseisen van dat deel van de verpakking dat niet in beslag wordt genomen door de gezondheidswaarschuwing: dit deel dient aan de buitenkant specifiek de kleur Pantone 448C met een matte en gladde afwerking te hebben. Deze eis dient, net als het geval is bij het derde lid, altijd op iedere sigaretten- dan wel shagverpakking te worden toegepast. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor de deksel van cilindervormige verpakkingen van shagtabak. Verpakkingen waarbij op dit moment het foliepapier dat aan de binnenkant zit, aan de onderkant naar buiten doorloopt waardoor de onderkant van de verpakking aan de buitenkant zichtbaar zilverkleurig wordt, zijn met deze regeling derhalve niet meer toegestaan. Ook die buitenkant van verpakkingen dienen aan de onderkant de kleur Pantone 448C met een matte en gladde afwerking te bevatten. Hier lijken technische oplossingen voor handen te zijn, bijvoorbeeld door de onderzijde te beplakken met een niet verwijderbare sticker in de kleur Pantone 448C.

Daarnaast bevat het zesde lid, onderdeel a tot en met e, nog aanvullende mogelijkheden die kunnen worden toegevoegd aan de verpakking. Deze mogelijkheden uit het zesde lid hebben respectievelijk betrekking op de manier waarop de merknaam en merkvariant (onderdeel a), maar ook het aantal sigaretten dan wel aantal gram shag (onderdeel b), de gegevens van de producenten (onderdeel c), het kalibratieteken (onderdeel d) en de barcode (onderdeel e) vermeld moeten worden. Indien ervoor wordt gekozen gebruik te maken van opties die het zesde lid biedt, dan dient wel voldaan te worden aan de voorwaarden die in die onderdelen vervolgens worden opgesomd. Net als de voorwaarden in het derde en vierde lid, zijn de voorwaarden in het vijfde en – als ervoor wordt gekozen gebruik te maken van de opties die het zesde lid biedt – en het zesde lid, uitputtend van aard; slechts datgene dat geregeld is, is toegestaan. Al het overige is daarmee verboden. De meeste eisen in het zesde lid gaan over lettertypen, letterkleuren en lettergroottes en spreken voor zich. Enkele onderdelen verdienen een nadere uitleg waar hieronder achtereenvolgens op wordt ingegaan.

Lettertype

Daar waar in het zesde lid, onderdeel a, 2°, onderdeel b, 1° en onderdeel c, 2°, wordt gesproken over het toegestane lettertype, is dit altijd Helvetica, zonder opmaakvarianten. Hiermee wordt bedoeld dat de tekst niet vetgedrukt, schuingedrukt of onderstreept mag zijn, maar dient te zijn opgenomen in het standaard lettertype Helvetica.

Spatiegebruik

Daar waar in het zesde lid, onderdeel a, onder 8° en 9°, onderdeel b, onder 7° en onderdeel c, onder 6° wordt gesproken over het toegestane spatiegebruik, is dit altijd hooguit een spatie tussen ieder woord of op zichzelf staande letter (zoals de letter ‘g’), getal en teken.

Dit wil zeggen dat als de merknaam uit meerdere woorden bestaat, hooguit één spatie toegestaan is tussen die woorden. En als de merkvariant uit meerdere woorden bestaat, is eveneens hooguit één spatie toegestaan tussen die woorden. Dit geldt onverkort voor afkortingen van merknamen en -varianten en houdt in dat het niet toegestaan is spaties op te nemen tussen de letters van een afkorting. Deze letters worden niet gezien als afzonderlijke woorden.

Ook tussen de woorden of op zichzelf staande letters, getallen en tekens die gebruikt worden om een inhoudsindicatie, de naam, het adres, het e-mailadres en het telefoonnummer van de producent weer te geven, is hooguit één spatie toegestaan.

Gebruik van hoofdletters

Als het gaat om het gebruik van hoofdletters als bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, 5°, dan is het enkel toegestaan dat de eerste letter van elk woord van de merknaam of merkvariant met een hoofdletter wordt geschreven. In het geval van een afkorting (bijvoorbeeld de letters DTB, als afkorting van de verzonnen merknaam Dutch Tobacco Brand), dan is het toegestaan de afkorting volledig in hoofdletters op te nemen. Als het gaat om het gebruik van hoofdletters als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, 6°, dan mag de eerste letter van het woord ‘sigaretten’ – als ervoor wordt gekozen dit woord toe te voegen – met een hoofdletter geschreven worden.

Inhoudsindicatie

Als het gaat om de vermelding van het aantal sigaretten als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, 6°, dan mag het aantal sigaretten in cijfers op de verpakking worden opgenomen. Zoals gezegd kan dit aantal worden gevolgd door hooguit een spatie en het woord ‘sigaretten’ of ‘Sigaretten’. In het geval van een pakje sigaretten met daarin 20 sigaretten, dan wordt óf enkel ‘20’, óf ’20 sigaretten’, óf ’20 Sigaretten’ op de verpakking opgenomen, waarbij de spatie ook weggelaten kan worden. Als het gaat om het vermelden van de hoeveelheid shag dat in een verpakking zit, dan wordt dit aangeduid in gram, gevolgd door een ℮-teken, en waarbij tussen het laatste cijfer, de letter g en het ℮-teken hooguit een spatie zit. Bij het vermelden van het aantal gram shag dat in een verpakking zit, dient het ℮-teken, zoals bedoeld in artikel 3 van het Warenwetbesluit, met een hoogte van ten minste 3 mm worden aangebracht in hetzelfde gezichtsveld als de aanduiding van het nominale gewicht of volume. In het geval van een shagtabaksverpakking van 40 gram, dan wordt op de verpakking ‘40 g ℮’ opgenomen, waarbij de spatie ook weggelaten kan worden.

De producentgegevens

Op grond van het zesde lid, onderdeel c, mogen de naam, het adres, het e-mailadres en het telefoonnummer van de producenten eenmalig op ófwel de binnenkant, ófwel de buitenkant van de verpakkingseenheid en buitenverpakking worden opgenomen. Het is daarmee niet toegestaan deze gegevens zowel op de binnen- als de buitenkant van de verpakking op te nemen. Het opnemen van dergelijke gegevens is bovendien optioneel. Als ervoor wordt gekozen dergelijke gegevens aan de buitenkant van de verpakking op te nemen, dan mag dit niet op de voorkant zijn en mag enkel gebruik worden gemaakt van de kleur Pantone Cool Gray2C met een matte en gladde afwerking. Als ervoor wordt gekozen dergelijke gegevens aan de binnenkant van de verpakking op te nemen, dan mag worden gekozen uit meer kleuren, namelijk: óf Pantone Cool Gray 2C, óf Pantone 448C óf zwart. De afwerking dient altijd mat en glad te zijn.

Kalibratieteken

Op grond van het zesde lid, onderdeel d, mag op de buitenkant van een verpakking een kalibratieteken worden opgenomen. Dit kalibratieteken kan ontstaan door het geautomatiseerde fabricageproces en dient zo klein en onopvallend mogelijk op de verpakking te staan. Met de woorden ‘zo onopvallend mogelijk’ is bedoeld aan te geven dat het niet de bedoeling is dat het kalibratieteken groter of opvallender is dan nodig voor dat fabricageproces.

Uitzonderingen en aanvullingen

De leden 7 tot en met 10 vormen uitzonderingen en aanvullingen op bepaalde subonderdelen van het zesde lid.

Het zevende en achtste lid hebben betrekking op verpakkingen van shagtabak in de vorm van een buidel en een cilinder. Anders dan een sigarettenverpakking die op grond van artikel 3.7, eerste lid, van de regeling enkel balkvormig mag zijn, mogen verpakkingen van shagtabak op grond van artikel 3.7, tweede lid, van de regeling zowel balkvormig, cilindervormig als buidelvormig zijn. Het zesde lid, onderdeel a, stelt ten aanzien van balkvormige verpakkingen van sigaretten en shagtabak de regel dat de merknaam en merkvariant enkel mogen worden opgenomen op de voorkant, bovenkant en onderkant. Omdat cilinder- en buidelvormige verpakkingen van shagtabak een andere vorm kennen dan de balkvorm waar het zesde lid, onderdeel a, betrekking op heeft, worden in het zevende en achtste lid andere eisen gesteld aan de plek waar de merknaam en merkvariant mogen worden opgenomen. Voordat die specifieke eisen nader toegelicht worden, wordt opgemerkt dat met de uitzonderingen in het zevende en achtste lid, het zesde lid, onderdeel a, 2° tot en met 9°, onderdeel c, 2° tot en met 7° en onderdeel e, 2° tot en met 3°, van toepassing blijven. Dit betekent dat de onderdelen die regels stellen over het lettertype, de letterkleur, lettergrootte en andere toegestane symbolen bij het vermelden van de merknaam en merkvariant, alsmede de NAW-gegevens en de barcode, ook gelden voor buidel- en cilindervormige verpakkingen van shagtabak.

Merknaam en merkvariant op buidelvormige verpakkingen van shagtabak (zevende lid)

In plaats van op de voorkant, bovenkant en onderkant, mogen de merknaam en merkvariant, als het gaat om een buidelvormige verpakking voor shagtabak, ten hoogste eenmaal worden opgenomen op de voorkant, achterkant en binnenkant van de flap (zevende lid).

Merknaam en merkvariant op cilindervormige verpakkingen van shagtabak (achtste lid)

Als het gaat om een cilindervormige verpakking van shagtabak, dan is niet altijd aan te duiden wat ‘de voorkant’ is. Omdat het nog wel van belang is dat de barcode níet op de voorkant komt te staan en de kant waar de merknaam en merkvariant staan, doorgaans als voorkant van de verpakking worden aangemerkt, is dit op de volgende manier ondervangen. In het geval van een cilindervormige verpakking van shagtabak, mogen de merknaam en merkvariant ten hoogste eenmaal op de deksel, onderkant en het gebogen oppervlak van de verpakking worden opgenomen (achtste lid, onderdeel a, b en c). Indien ervoor wordt gekozen de merknaam en merkvariant op het gebogen oppervlak van de verpakking op te nemen, dan dient de plaats waar de merknaam en merkvariant op het gebogen oppervlak wordt opgenomen tegenovergesteld te zijn aan de plaats waar de NAW-gegevens van de producent of de barcode op het gebogen oppervlak zijn opgenomen. Ten aanzien van de NAW-gegevens van de producent en de barcode is geregeld dat dit enkel en ten hoogste eenmaal op de deksel, de onderkant en het gebogen oppervlak van de cilindervormige verpakking mag worden opgenomen (eveneens opgenomen in het achtste lid, onderdeel a, b en c). En indien ervoor wordt gekozen de NAW-gegevens en de barcode op het gebogen oppervlak van de verpakking op te nemen, dan dient dit gebogen oppervlak tegenovergesteld te zijn aan dat deel van de verpakking waar al de merknaam en merkvariant staan opgenomen. Op die manier staan de merknaam en merkvariant op de ene kant en de NAW-gegevens en/of de barcode op de andere kant van de cilinderverpakking. Benadrukt wordt dat deze eisen niet inhouden dat het verplicht is dat als ervoor wordt gekozen de NAW-gegevens op het gebogen oppervlak van een cilindervormige verpakking op te nemen, de barcode ook precies op die plek moet worden opgenomen, en vice versa. Het is daarmee toegestaan om bijvoorbeeld een cilindervormige verpakking van shagtabak te hebben, waarbij de merknaam en merkvariant op de ene kant van het gebogen oppervlak staan, de NAW-gegevens op de andere kant van het gebogen oppervlak en de barcode op de onderkant, waarbij de barcode eventueel op de onderkant kan worden aangebracht door middel van een niet verwijderbare witte sticker met een zwarte barcode.

Lid 9: het gebruik van stickers

Bij shagverpakkingen komt het voor dat gebruik wordt gemaakt van deksels waarop bepaalde bedrukkingen en de matte en gladde afwerking niet mogelijk zijn. Het gaat dan meestal om volumeverpakkingen voor shagtabak, ook wel MYO-shag genoemd (van ‘make your own’). Om toch te voldoen aan de verpakkingseisen, maken fabrikanten nu (2020) gebruik van een sticker op deksels van dergelijke verpakkingen. Dit zal met onderhavige regeling nog steeds toegestaan zijn doordat in het negende lid is geregeld dat shagtabaksverpakkingen met deksel, stickers mogen bevatten om te voldoen aan de vereisten voor:

  • de merknaam- en merkvariant (zesde lid, onderdeel a),

  • de vermelding van het aantal gram shag (zesde lid, onderdeel b),

  • de vermelding van de NAW-gegevens van de producent (zesde lid, onderdeel c),

  • het opnemen van een kalibratieteken (zesde lid, onderdeel d),

  • het opnemen van de barcode (zesde lid, onderdeel e).

Het met behulp van stickers bewust extra structuur, ribbeltjes of andere oneffenheden creëren, bijvoorbeeld met het oog de verpakking te onderscheiden van andere verpakkingen en daarmee aantrekkelijker te maken, is niet toegestaan.

Lid 10: uitzonderingen en aanvullingen voor sloffen sigaretten en verpakkingen met daarin meerdere pakjes shagtabak

Het tiende lid regelt in aanvulling op het zesde lid, onderdeel b, de manier waarop de inhoud van de verpakking dient te worden geduid als sprake is van een slof sigaretten of een verpakking met daarin meerdere pakjes shagtabak. Benadrukt wordt dat het tiende lid een aanvulling vormt op het zesde lid, onderdeel b. Dit houdt in dat als sprake is van een slof sigaretten met zes sigarettenverpakkingen waarin elk 20 sigaretten zitten, dan mag (om het totale gewicht van de buitenverpakking te duiden) op de buitenverpakking komen te staan: 20 x 6, of 20 sigaretten x 6, 20 Sigaretten x 6, waarbij de spatie ook weggelaten kan worden. Als sprake is van zes shagtabaksverpakkingen van veertig gram in een buitenverpakking, mag op deze buitenverpakking komen te staan: 40 g ℮ x 6, waarbij de spatie ook weggelaten kan worden.

De artikelen 4a en 4h van de wet

Het elfde lid regelt tot slot dat de standaardverpakkingseisen niet in de weg staan aan de eisen die gelden voor de unieke identificatiecode en het veiligheidskenmerk die vanaf 23 januari 2020 op grond van de artikelen 4a en 4h van de Tabaks- en rookwarenwet30 op verpakkingen dienen te worden opgenomen.31

Onderdeel B

Met onderhavige wijzigingsregeling worden sigaretten en shagtabak uitgezonderd van artikel 3.7a. Alle regels die gelden voor verpakkingen van sigaretten en shagtabak staan nu in artikel 3.7 opgenomen. Artikel 3.7 vormt daarmee geen aanvulling op artikel 3.7a, maar vervangt artikel 3.7a voor wat betreft sigaretten en shagtabak. Door sigaretten en shagtabak gebundeld in één artikel op te nemen, in plaats van verspreid over meerdere artikelen, wordt direct duidelijk welke eisen van toepassing zijn op verpakkingen van sigaretten en shagtabak.

Onderdeel C

Om de voorraden van al geproduceerde producten nog te kunnen verkopen, bevat de ministeriële regeling in artikel 7.3, zevende lid, een overgangsbepaling in de vorm van een uitverkoopregeling. Deze uitverkoopregeling houdt in dat verpakkingseenheden of buitenverpakkingen van sigaretten en shagtabak die vóór 1 oktober 2020 zijn geproduceerd of in het vrije verkeer zijn gebracht en voldoen aan de regels die golden direct voorafgaand aan de wijziging van de verpakkingseisen, na 1 oktober 2020 nog gedurende één jaar mogen worden verkocht aan consumenten. Deze termijn is vastgesteld op één jaar, omdat die termijn voldoende is gebleken bij de uitverkooptermijn die in acht is genomen bij de invoering van de gecombineerde gezondheidswaarschuwingen bij de implementatie van de Tabaksproductenrichtlijn.32

Artikel II

Het gewijzigde artikel 3.7, derde tot en met het elfde lid, artikel 3.7a zevende lid en artikel 7.3, zevende lid, treden in werking met ingang van 1 oktober 2020, gelijktijdig met het gewijzigde artikel 3.4, eerste lid, van het besluit. Vanaf die datum mogen voor de Nederlandse markt voor sigaretten en shagtabak alleen nog standaardverpakkingen worden geproduceerd.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis


X Noot
1

‘Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018, een gezond vooruitzicht’, RIVM, juni 2018. Zie ook: www.rivm.nl, zoekterm: ‘volksgezondheid toekomst verkenning 2018’ en www.volksgezondheidenzorg.info, zoekterm: ‘roken en cijfers’.

X Noot
2

Kamerstuk 2018/19, 32 793, nr. 339, p. 13 en zie ook: www.rijksoverheid.nl, zoekterm: nationaal preventieakkoord.

X Noot
3

‘Quickscan mogelijke impact Nationaal Preventieakkoord’, RIVM, november 2018. Bijlage bij Kamerstuk 2018/19, 32 793, nr. 339. Zie ook: www.rivm.nl, zoekterm: ‘quickscan impact nationaal preventieakkoord’.

X Noot
4

Stb. 2020, 109.

X Noot
5

Het op 21 mei 2003 te Genève tot stand gekomen WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (Trb. 2003, 127 en Trb. 2004, 269).

X Noot
6

Cochrane: McNeill, A., Gravely, S., Hitchman, S. C., Bauld, L., Hammond, D., & Hartmann-Boyce, J. (2017). Tobacco packaging design for reducing tobacco use (Review).

X Noot
7

Cochrane: McNeill, A., Gravely, S., Hitchman, S. C., Bauld, L., Hammond, D., & Hartmann-Boyce, J. (2017). Tobacco packaging design for reducing tobacco use (Review). Zie Main Results in Cochrane, p. 2.

X Noot
8

‘Factsheet generieke tabaksverpakkingen (plain packaging)’, Trimbos, juni 2019. Zie ook: www.trimbos.nl, zoekterm: ‘factsheet generieke tabaksverpakkingen’.

X Noot
9

Stb. 2020, 109.

X Noot
10

Kamerstukken II 2018/19, 35 204, nr. 2 en 3.

X Noot
11

Idem.

X Noot
12

Inwerkingtredingsdatum 1 juli 2018 voor tabaksproducten niet zijnde sigaren, wel cigarillo’s en 1 juli 2019 voor sigaren (Stcrt. 2018, nr. 23779).

X Noot
13

Kamerstukken II 2018/19, 35 204, nr. 2 en 3.

X Noot
14

Onderzoek gepresenteerd op The Australian Market & Social Research Society 45th National Conference 'Dangerous' on the 6th - 8th of September 2017.

X Noot
15

Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG (PbEU 2014, L 127).

X Noot
16

Stb. 2020, 109.

X Noot
17

Vgl. ook punten 53 en 55 van de considerans van de Tabaksproductenrichtlijn.

X Noot
18

Vgl. het arrest van het HvJEU van 26 september 2018, zaak C-137/17, Van Gennip, ECLI:EU:C:2018:771, r.o. 50 en 51 en het arrest van het HvJEU van 4 mei 2016, Phillip Morris Brands e.a., C-547/14, ECLI:EU:C:2016:325, punten 73-83 en recentelijk bevestigd in Rb Den Haag 24 juli 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:8534, r.o. 4.4.

X Noot
19

Stb. 2020, 109.

X Noot
20

Vgl. het arrest van het HvJEU van 12 november 2015, zaak C-198/14, Valev Visnapuu, ECLI:EU:C:2015:751, punt 118 en aldaar aangehaalde rechtspraak.

X Noot
21

Stb. 2020, 109.

X Noot
22

Wet van 4 december 2019 tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet houdende implementatie van de artikelen 15 en 16 van Richtlijn 2014/40/EU inzake de procedure en de verkoop van tabaksproducten, Stb. 2019, 478.

X Noot
24

Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG (PbEU 2014, L 127).

X Noot
26

Verpakkingseenheid: de kleinste individuele verpakking van een tabaksproduct of aanverwant product dat in de handel wordt gebracht (artikel 1, eerste lid, van de wet).

X Noot
27

Buitenverpakking: de verpakking waarin tabaksproducten of aanverwante producten in de handel worden gebracht en die een verpakkingseenheid of een aantal verpakkingseenheden bevat, met dien verstande dat onbedrukte cellofaanverpakkingen niet als buitenverpakking worden beschouwd (artikel 1, eerste lid, van de wet).

X Noot
28

Zie artikel 9 en artikel 10 van de Tabaksproductenrichtlijn en artikel 3.7, eerste en tweede lid, van de Tabaks- en rookwarenregeling (Stcrt. 2018, 23779).

X Noot
29

Met binnenkant wordt bedoeld: dat deel van de verpakking dat niet zichtbaar is als de verpakking gesloten is. Dat deel van de verpakking dat wel zichtbaar is als de verpakking gesloten is, wordt als buitenkant van verpakkingseenheden en buitenverpakkingen beschouwd.

X Noot
30

Wet van 4 december 2019 tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet houdende implementatie van de artikelen 15 en 16 van Richtlijn 2014/40/EU inzake de procedure en de verkoop van tabaksproducten, Stb. 2019, 478.

X Noot
31

Voor sigaretten en shagtabak die vóór 20 mei 2019 zijn geproduceerd of ingevoerd in de Europese unie geldt dit op grond van de artikelen 3.13, vierde lid, en 3.14, tiende lid, van de regeling vanaf 21 mei 2020. Voor andere tabaksproducten dan sigaretten en shagtabak geldt een langere overgangstermijn.

X Noot
32

Stb. 2016, 175.