Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 juli 2017
Naar aanleiding van de Kamervragen, die door lid Dik-Faber (ChristenUnie) zijn gesteld over het onterecht afwijzen van bevingsschades rond Emmen (Aanhangsel
Handelingen II 2016/17, nr. 2270), wil ik uw Kamer graag wat breder informeren over de gang van zaken rondom de schades
aan huizen in Emmen mogelijk als gevolg van geïnduceerde bevingen. Dit geeft mede
invulling aan het verzoek van lid Grashoff om een brief over de review van de Technische
commissie bodembeweging (Tcbb) van de bevingsschades rond Emmen, dat is gedaan in
het ordedebat van 11 mei jl. (Handelingen II 2016/17, nr. 74, item 7).
Review Tcbb
Op 30 september 2015 trad bij Emmen een door gaswinning geïnduceerde aardbeving op
met een magnitude van 2,3 op de schaal van Richter. Deze aardbeving heeft geleid tot
118 schademeldingen bij de NAM, waarvan er 7 weer zijn ingetrokken. De resterende
111 schademeldingen zijn in opdracht van de NAM onderzocht door Witteveen+Bos met
als vraag of er door deze aardbeving schade is veroorzaakt.
De conclusie van Witteveen+Bos is dat de aardbeving van 30 september 2015 geen schade
heeft veroorzaakt. Naar aanleiding van de onrust, die bovengenoemd rapport in de regio
te weeg bracht, heb ik aan uw Kamer toegezegd het rapport van Witteveen+Bos voor een
review voor te leggen aan de Tcbb. Ik heb dit verzoek op 9 december 2016 bij de Tcbb
neergelegd.
Op 14 februari jl. heb ik de review van de Tcbb ontvangen (bijlage 1)1. Vervolgens heeft Tcbb op 30 maart jl. een symposium georganiseerd voor de betrokken
organisaties. De Tcbb stelt in de review dat de diepe en de ondiepe ondergrond in
Emmen en omgeving in geologisch opzicht afwijken van situaties in Groningen, hetgeen
invloed heeft op de veroorzaakte bodembewegingen. Verder is er volgens de Tcbb ook sprake van grote variaties
in de eigenschappen van de ondergrond waardoor de bodembewegingen lokaal sterk kunnen
variëren. Dit hebben eerdere aardbevingen in Emmen en omgeving laten zien. Voor het
ontstaan van schade kan dat ongunstiger zijn in vergelijking met de situatie in Groningen.
In de review wordt vastgesteld dat de eindconclusie van Witteveen+Bos onvoldoende
is onderbouwd en mogelijk in een aantal individuele gevallen niet juist is. De Tcbb
geeft aan dat vervolgacties nodig zijn om de schadeclaims naar behoren af te handelen,
waarbij aanvullend nog nadere onderzoeken nodig zijn door schade-experts op de verschillende
schadelocaties. Rekening houdend met de specifieke omstandigheden bij de individuele
woningen, kunnen de schade-experts bepalen welke schades redelijkerwijs door de aardbeving
zijn veroorzaakt en wat de kosten van het herstel van die schades zijn. Het resultaat
moet volgens de Tcbb vastgelegd worden in een expertiserapport per woning. Deze activiteiten
zouden volgens de Tcbb als vervolgonderzoek kunnen worden opgedragen aan Witteveen+Bos
of aan één of meer andere adviesbureaus.
Naar aanleiding van het door de Tcbb georganiseerde symposium heeft Witteveen+Bos
een reactie gegeven op de review van de Tcbb op hun rapport (bijlage 2)2. In deze reactie wordt aangegeven dat het ingenieursbureau zich niet kan vinden in
een aantal observaties. Er wordt met name benadrukt dat voor de schadeclaims in Emmen
de schades al gedetailleerd zijn onderzocht, in kaart zijn gebracht en zijn beoordeeld.
Hierbij is rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van elke woning en de
specifieke omgevingskenmerken. Witteveen+Bos stelt dat het onderzoek dat is uitgevoerd
in niets afwijkt van het voorstel tot vervolgacties door de Tcbb. Witteveen+Bos heeft
alleen in aanvulling hierop een reikwijdte studie gedaan en een data-analyse uitgevoerd
ter validatie. Per woning zijn specifieke expertise rapportages opgesteld en aangeleverd.
De reactie van Witteveen+Bos heb ik medio april 2017 aan de Tcbb voorgelegd met de
specifieke vraag of dit nog aanleiding geeft om haar review aan te passen. De Tcbb
heeft vervolgens laten weten geen aanleiding te zien om haar review aan te passen.
Vervolg
Om er voor te zorgen dat het schadeproces niet in een impasse geraakt, heb ik NAM
verzocht om samen met mij te bekijken op welke wijze een passende invulling gegeven
kan worden aan de aanbevelingen van de Tcbb met betrekking tot de schades in Emmen.
Daarnaast biedt ook de Mijnbouwwet in dit soort situaties aan de gedupeerde de mogelijkheid
om de Tcbb in te schakelen voor een «second opinion». Dit kan alleen als de schade
eerst bij de NAM is gemeld en de gedupeerde het niet eens is met de conclusies van
NAM over de oorzaak van de schade of de hoogte van de schade. De Tcbb bestaat uit
experts, die opnieuw de schadeclaim bekijken en op basis daarvan de mogelijke oorzaak
en indien nodig de hoogte van het schadebedrag in kaart brengen. Uiteraard staat het
een gedupeerde ook vrij om zijn zaak voor te leggen aan de rechter.
Ik zal de komende maanden samen met de Tcbb bekijken hoe vorm gegeven kan worden aan
een verbeterd protocol voor schadeafhandeling, dat als richtlijn kan dienen voor de
partijen, die de schade mogelijk veroorzaakt hebben. Het is van belang dat er helderheid
komt voor de gedupeerden over de schadebeoordeling.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp