Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatscourant 2018, 18080Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 2 april 2018, nr. WJZ/18024345, tot wijziging van de Regeling Europese EZ-subsidies en Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2018 in verband met de invoering en openstelling van een subsidiemodule betreffende investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten, het herstel van een onjuiste verwijzing, de ophoging van een subsidieplafond en de openstelling van een subsidiemodule

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 149), en artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling Europese EZ-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3.2.2, eerste lid, onderdeel d, wordt ‘artikel 2.19’ vervangen door ‘artikel 2.20’.

B

Na titel 3.9 wordt een titel ingevoegd, luidende:

Titel 3.10. Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten

Artikel 3.10.1. Subsidiabele activiteiten
  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een visserijonderneming voor investeringen die waarde toevoegen aan visserijproducten als bedoeld in artikel 42, aanhef en eerste lid, onderdeel a, van verordening 508/2014.

  • 2. Een investering betreft de aanschaf en het gebruiksklaar maken van:

    • a. een automatische conserveermachine voor langoustines;

    • b. een automatische kookketel voor garnalen;

    • c. een spoelsorteermachine met ten minste 6 millimeter spijlwijdte;

    • d. een scholstripmachine; of

    • e. een slurryijsmachine.

Artikel 3.10.2. Aantal aanvragen

Per visserijonderneming kan slechts één aanvraag worden ingediend.

Artikel 3.10.3. Indiening aanvraag tot subsidieverlening
  • 1. Onverminderd de artikelen 2.9 en 3.1.4 gaat de aanvraag tot subsidieverlening, voor zover van toepassing, vergezeld van bescheiden waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor een investering is bestemd, worden uitgevoerd met inachtneming van de wettelijke voorschriften die daarop van toepassing zijn.

  • 2. De artikelen 3.1.4, aanhef en onderdeel e, en 3.1.6, tweede lid, zijn niet van toepassing op deze titel.

Artikel 3.10.4. Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 3.10.5. Hoogte van de subsidie

In afwijking van artikel 1.3, bedraagt de subsidie voor visserijondernemingen die mkb zijn respectievelijk visserijondernemingen die geen mkb zijn:

  • a. € 18.250 respectievelijk € 10.950 voor een investering als bedoeld in artikel 3.10.1, tweede lid, aanhef en onderdeel a;

  • b. € 12.950 respectievelijk € 7.770 voor een investering als bedoeld in artikel 3.10.1, tweede lid, aanhef en onderdeel b;

  • c. € 12.000 respectievelijk € 7.200 voor een investering als bedoeld in artikel 3.10.1, tweede lid, aanhef en onderdeel c;

  • d. € 49.725 respectievelijk € 29.835 voor een investering als bedoeld in artikel 3.10.1, tweede lid, aanhef en onderdeel d;

  • e. € 18.815 respectievelijk € 11.289 voor een investering als bedoeld in artikel 3.10.1, tweede lid, aanhef en onderdeel e.

Artikel 3.10.6. Realisatietermijn
  • 1. Een investering als bedoeld in artikel 3.10.1, tweede lid, vindt plaats binnen 12 maanden na de subsidieverlening.

  • 2. De betaling van de kosten voor een investering vindt plaats voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling.

Artikel 3.10.7. Afwijzingsgronden

Onverminderd de artikelen 2.11 en 3.1.3 beslist de minister afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien:

  • a. niet voldaan wordt aan de eisen van artikel 42, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van verordening 508/2014;

  • b. een investering bestemd is voor een vissersvaartuig:

    • 1°. dat niet volledig of gedeeltelijk eigendom is van de subsidieaanvrager;

    • 2°. dat niet onder Nederlandse vlag vaart;

    • 3°. waarvoor reeds hetzelfde type investering is gedaan; of

    • 4°. waarvoor reeds op grond van artikel 3.10.1 subsidie is verleend voor hetzelfde type investering; of

  • c. het aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor een investering is bestemd in strijd zijn met de toepasselijke wettelijke voorschriften.

Artikel 3.10.8. Indiening aanvraag tot subsidievaststelling
  • 1. Onverminderd de artikelen 2.20 en 3.1.5 gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van een afschrift van de factuur en het betalingsbewijs voor de investering.

  • 2. Artikel 3.1.5, aanhef en onderdeel b, is niet van toepassing op deze titel.

Artikel 3.10.9. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 april 2023, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

ARTIKEL II

De Regeling openstelling EZK-en LNV-subsidies 2018 wordt als volgt gewijzigd:

A

De tabel van artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de rij van titel 2.10 wordt ‘€ 5.000.000’ vervangen door ‘€ 7.050.000’.

2. Onder de rij van titel 2.10 wordt een rij ingevoegd, luidende:

Titel 2.10: Marktintroductie energie-innovaties

2.10.2, eerste lid

   

17-05-2018 t/m 31-05-2018

€ 9.000.000

B

In de tabel van artikel 3 wordt boven de rij van titel 4.1 een rij ingevoegd, luidende:

Titel 3.10: Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten

3.10.1

   

04-06-2018 t/m

27-12-2018

€ 2.800.000

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 2 april 2018

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Aanleiding

Met deze wijzigingsregeling wordt de subsidiemodule Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten toegevoegd aan de Regeling Europese EZ-subsidies (REES) en een onjuiste verwijzing in de subsidiemodule Jonge vissers in de REES hersteld. Ook wordt de subsidiemodule Marktintroductie energie-innovaties (hierna: subsidiemodule MEI), die is opgenomen in de Regeling nationale EZ-subsidies (hierna: RNES), opnieuw opengesteld en het subsidieplafond van de afgelopen openstelling opgehoogd.

2. De subsidiemodule Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten

De subsidiemodule Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten wordt opgenomen in titel 3.10 van de REES. Op grond van deze subsidiemodule komen investeringen voor subsidie in aanmerking die waarde toevoegen aan visserijproducten.

De Europese Unie en de Nederlandse overheid willen met steungelden uit het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (hierna: EFMZV) op basis van Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 149) (hierna: verordening 508/2014) bijdragen aan de verwezenlijking van het nieuwe gemeenschappelijke visserijbeleid, zoals is verwoord in Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PbEU 2013, L 354) (hierna: verordening 1380/2013).

Visserijondernemingen vormen een belangrijke spil voor de verwezenlijking van de doelen van het voormelde gemeenschappelijk visserijbeleid. De visserijondernemingen staan echter voor grote uitdagingen op het terrein van duurzaamheid en concurrentie op de Noordzee. Hierbij is onder meer van belang op welke wijze visserijondernemingen om moeten gaan met de beschermde natuurgebieden en windmolenparken. Om nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen, kunnen investeringen in de aanschaf en het gebruiksklaar maken van bepaalde apparatuur, installaties of machines (hierna: investeringen) helpen om de toegevoegde waarde of de kwaliteit van de gevangen vis te verbeteren. Om die reden is in het Operationeel Programma van het EFMZV1 vastgelegd dat voor dergelijke investeringen steun verleend kan worden. Van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt via deze subsidiemodule.

De subsidiemodule is gebaseerd op artikel 42, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van verordening 508/2014 en is gericht op de aanschaf en het gebruiksklaar maken van een aantal limitatief opgesomde investeringen aan boord van vissersvaartuigen die gebruikt worden voor zee- of kustvisserij. De investeringen, die in de subsidiemodule opgenomen zijn, kunnen niet voor de binnenvisserij gebruikt worden. Er is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 44, eerste lid, onderdeel e, juncto artikel 42, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van verordening 508/2014 biedt om subsidie te verlenen voor investeringen die betrekking hebben op de binnenvisserij, omdat er geen investeringen voor de binnenvisserij bekend zijn die voor een substantiële groep visserijondernemingen een toegevoegde waarde aan visserijproducten zouden opleveren.

3. De subsidiemodule Jonge vissers

In titel 3.2 van de REES is de subsidiemodule Jonge vissers opgenomen. Deze subsidiemodule maakt gebruik van de mogelijkheid die de artikelen 31 en 44, tweede lid, van verordening 508/2014 bieden om jonge vissers te ondersteunen bij de eerste aanschaf van een vissersvaartuig. Met deze wijzigingsregeling wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om een onjuiste verwijzing te herstellen.

4. De subsidiemodule MEI

Met de subsidiemodule MEI, die opgenomen is in titel 2.10 van de RNES, wordt de vroege marktintroductie van energie-innovaties in de glastuinbouw gestimuleerd. De subsidiemodule MEI is onderdeel van de aanpak van het programma Kas als Energiebron voor de Meerjarenafspraak Energietransitie Glastuinbouw 2014–20202. Het subsidieplafond van de subsidiemodule MEI wordt voor de afgelopen openstellingsperiode, die liep van 1 december 2017 tot en met 14 januari 2018, opgehoogd. Hiermee kunnen nog meer goed beoordeelde projectaanvragen worden gehonoreerd. Voor de ophoging wordt extra budget benut dat op grond van de Klimaatenveloppe in het regeerakkoord beschikbaar is gemaakt. Daarnaast wordt de subsidiemodule MEI van 17 tot en met 31 mei 2018 opnieuw opengesteld.

5. Staatssteun

5.1 De subsidiemodule Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten

Op grond van artikel 8, tweede lid, van verordening 508/2014 zijn de artikelen 107, 108 en 109 betreffende steunmaatregelen van de staten van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) niet van toepassing op betalingen die de lidstaten doen op grond van en in overeenstemming met die verordening en die binnen de werkingssfeer van artikel 42 VWEU vallen. De steun die op grond van artikel 42, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van verordening 508/2014 via de subsidiemodule Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten gegeven kan worden, valt binnen deze categorie. Deze subsidiemodule voldoet aan en reikt niet verder dan wat de bepalingen van verordening 508/2014 mogelijk maken. De betalingen die op grond van deze subsidiemodule plaatsvinden, dienen ter uitvoering van verordening 508/2014 en het operationeel programma dat gebaseerd is op deze verordening en is goedgekeurd door de Europese Commissie. Bovendien vallen de subsidiabele activiteiten binnen het toepassingsgebied en de doelstellingen van verordening 1380/2013 (zie de artikelen 1 en 2 van deze verordening), wat maakt dat zij binnen de werkingssfeer van artikel 42 VWEU vallen. Dit is door de goedkeuring van het operationeel programma bevestigd.

5.2 De subsidiemodule MEI

De subsidiemodule MEI bevat staatssteun die gerechtvaardigd wordt door de artikelen 38 en 41 van de algemene groepsvrijstellingsverordening3. De ophoging van het subsidieplafond en de komende openstelling brengt geen verandering in de staatssteunaspecten van deze subsidiemodule.

6. Notificatie

Ten aanzien van de subsidiemodule Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten is de ontwerpregeling ingevolge artikel 5, eerste lid, van Richtlijn 2015/1535/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241), voorgelegd aan de Europese Commissie (2018/118/NL). De Europese Commissie heeft meegedeeld dat de notificatie geen standstill-periode heeft, omdat het fiscale en/of financiële maatregelen betreft. De notificatieprocedure heeft dan ook niet tot gevolg gehad dat de vaststelling van deze regeling in afwachting van eventuele reacties zou moeten worden aangehouden.

7. Regeldruk

Deze regeling heeft regeldrukeffecten. De regeldrukkosten voor de subsidiemodule Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten bedragen in totaal € 52.848 voor de subsidieperiode en gaan gepaard met de aanvraag, uitvoering en eindverantwoording van projecten onder deze subsidiemodule. Dit is 1,89% van het totale subsidiebudget van € 2.800.000. De berekening is gebaseerd op de inschatting dat 78 aanvragen worden ingediend.

De correctie in de subsidiemodule Jonge vissers en de ophoging van het subsidieplafond en het opnieuw openstellen van de subsidiemodule MEI leiden niet tot een toename van de administratieve lasten bij de gebruikers van deze subsidiemodules.

II. Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A (artikel 3.2.2, eerste lid, onderdeel d)

Van de gelegenheid is gebruikgemaakt om in artikel 3.2.2, eerste lid, onderdeel d, een onjuiste verwijzing te herstellen. Er werd verwezen naar artikel 2.19 in plaats van artikel 2.20. Dit is aangepast.

Artikel I, onderdeel B (titel 3.10. Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten)

In de REES is na titel 3.9 een titel ingevoegd. Deze nieuwe titel van de REES (3.10) bevat de subsidiemodule voor investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten.

Artikel I, onderdeel B (artikel 3.10.1. Subsidiabele activiteiten)

Uit artikel 42, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van verordening 508/2014 volgt dat uit het EFMZV steun verleend kan worden voor investeringen die waarde toevoegen aan visserijproducten, in het bijzonder door de vissers toe te staan hun eigen vangst te verwerken, af te zetten en rechtstreeks te verkopen. In artikel 3.10.1 van de REES is een aantal investeringen voor de aanschaf en het gebruiksklaar maken van apparatuur, installaties of machines opgesomd die aan de voorwaarden van artikel 42, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van verordening 508/2014 voldoen.

Allereest kan een visserijonderneming subsidie aanvragen voor een automatische conserveermachine voor langoustines. Het conserveren gebeurt door de langoustine direct na de vangst een aantal minuten onder te dompelen in een conserveringsmiddel om zwartkleuring van de schaal te voorkomen. Het conserveren van langoustines wordt op dit moment in de praktijk nog grotendeels handmatig uitgevoerd. Hierdoor is het conserveren arbeidsintensief en foutgevoelig. Om die reden is het van belang de conservering te automatiseren. Met de automatisering kan er waarde toegevoegd worden aan het eindproduct doordat de verkleuring van de schaal van de langoustines maximaal kan worden tegengegaan. Er kan namelijk automatisch de juiste hoeveelheid conserveringsmiddel worden toegevoegd en de tijd waarin de langoustine in het conserveermiddel verblijft, kan exact worden bepaald. Daarbij komt dat het invries- en verpakproces voor transport versneld wordt. Hierdoor kan de kwaliteit van de langoustine, en hierdoor hogere waarde van het eindproduct, worden gegarandeerd.

Ten tweede kan een visserijonderneming subsidie aanvragen voor een automatische kookketel voor garnalen. Het koken van de garnalen vindt plaats direct nadat deze gevangen zijn. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de houdbaarheid van de garnalen vergroot wordt en dat deze eenvoudiger te pellen zijn. Het koken van garnalen wordt op dit moment in de praktijk handmatig uitgevoerd. Hierdoor is dit proces arbeidsintensief en foutgevoelig. Met voormelde investering zal het koken van garnalen aan boord van een vissersvaartuig geautomatiseerd worden. Door het koken te automatiseren kunnen steeds dezelfde hoeveelheden garnalen, water en zout in de ketel worden samengevoegd. Er kan exact worden afgesteld welke hoeveelheid garnalen zich in de kookketel bevindt en op basis daarvan wordt de kooktijd bepaald, zodat deze niet te lang gekookt worden en deze ook goed te pellen zijn. Daarnaast is er sprake van tijdsbesparing en relatief eenvoudig onderhoud. Ook is de automatische kookketel energiezuinig, omdat warmte wordt teruggewonnen. Het gevolg is een betere kwaliteit van de garnalen en lagere productiekosten door teruggewonnen warmte, wat leidt tot een hogere waarde van het eindproduct.

Ten derde kan subsidie worden aangevraagd voor een spoelsorteermachine met ten minste 6 millimeter spijlwijdte. Een spoelsorteermachine wordt gebruikt aan boord van een vissersvaartuig en heeft tot doel verschillende soorten garnalen van elkaar of van andere vis te scheiden. De spoelsorteermachine dient wel een minimale spijlwijdte van 6 millimeter te hebben, omdat dit één van de voorwaarden is om in aanmerking te komen voor het zogenaamde MSC-keurmerk. Dit keurmerk is nodig om garnalen te kunnen afzetten naar bepaalde Nederlandse supermarkten. Met de juiste spoelsorteermachine kan het afzetgebied van de garnalen, en daarmee wellicht de onderhandelingspositie van de visserijonderneming, worden vergroot. Het gevolg hiervan is dat het eindproduct tegen een hogere waarde afgezet kan worden. Daarbij komt dat de verwachting is dat een groter aantal supermarkten gebruik zal gaan maken van dit keurmerk. Hierdoor is de desbetreffende spoelsorteermachine noodzakelijk om de afzet van de eindproducten bij supermarkten te behouden en de waarde van het eindproduct te vergroten.

Ten vierde kan een visserijonderneming subsidie aanvragen voor een scholstripmachine. Het strippen is het proces waarbij de vis van zijn ingewanden wordt ontdaan. In de praktijk wordt schol direct nadat deze gevangen is aan boord van een vissersvaartuig met de hand op een lopende band gestript. Een scholstripmachine is een machine die geschikt is om automatisch schol te strippen. Deze machine zorgt voor een toevoeging van waarde aan het eindproduct. Uit onderzoek volgt namelijk dat deze machines de schol strippen met minder verlies van eetbare schol. Hierdoor is het rendement 1 a 2% hoger dan van handmatig gestripte schol. Ook zorgt de machine voor verlaagde productiekosten, omdat er sprake is van een besparing op de verwerkingstijd en de inzet van personeel. Het beperkte verlies van eetbare schol en lagere productiekosten leiden tot een verhoogd rendement, en daarmee hogere waarde van het eindproduct.

Tot slot kan een visserijonderneming subsidie aanvragen voor een slurryijsmachine. In de praktijk worden op dit moment vis, garnalen en langoustines nog gekoeld met scherfijs. Met een slurryijsmachine zal het koelen van vers gevangen vis geoptimaliseerd kunnen worden. Slurryijs bestaat uit vele microscopisch kleine kristallen, in plaats van uit scherfijs dat bestaat uit stukken ijs. De gevangen vis koelen met slurryijs leidt tot een snellere en diepere koeling, en daarmee een langere houdbaarheid, van de gevangen vis. Door het gebruik van de slurryijsmachine wordt derhalve de waarde van de gevangen vis vergroot.

Artikel I, onderdeel B (artikel 3.10.2. Aantal aanvragen)

In dit artikel is bepaald dat een visserijonderneming slechts één aanvraag kan indienen. Deze aanvraag kan uiteraard wel op verschillende investeringen betrekking hebben. Het is ook mogelijk dat een visserijonderneming voor verschillende vissersvaartuigen een aanvraag indient voor hetzelfde type investering. Op deze wijze wordt een efficiënte afhandeling van de subsidieaanvraag bevorderd.

Artikel I, onderdeel B (artikelen 3.10.3 en 3.10.8 Informatieverplichtingen)

Indiening aanvraag tot subsidieverlening (artikel 3.10.3, eerste lid)

In de artikelen 2.9 en 3.1.4 van de REES is onder meer bepaald welke gegevens de aanvraag tot subsidieverlening moet bevatten en van welke documenten deze vergezeld dient te gaan. Aanvullend hierop bepaalt artikel 3.10.3 van de REES voor deze subsidiemodule dat de aanvraag tot subsidieverlening, voor zover van toepassing, vergezeld dient te gaan van bescheiden waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor een bepaald type investering bestemd is, uitgevoerd worden met inachtneming van de wettelijke voorschriften die daarop van toepassing zijn. Voorbeelden hiervan zijn aanvragen voor vergunningen of verleende vergunningen. Zie ook de toelichting bij artikel 3.10.7, onderdeel c.

Indiening aanvraag tot subsidievaststelling (artikel 3.10.8, eerste lid)

In artikel 2.20 en 3.1.5 is bepaald welke informatie de aanvraag tot subsidievaststelling moet bevatten en van welke documenten deze vergezeld dient te gaan. Aanvullend hierop bepaalt artikel 3.10.8 dat voor deze subsidiemodule de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld dient te gaan van een afschrift van de factuur en het betalingsbewijs. Op deze wijze kan vastgesteld worden dat daadwerkelijk de subsidieontvanger de subsidiabele activiteiten heeft uitgevoerd (lees: de desbetreffende investering is gedaan).

Informatie over de redelijkheid van de kosten (artikelen 3.10.3, tweede lid, en 3.10.8, tweede lid)

Met de artikelen 3.1.4, aanhef en onderdeel e, 3.1.5, aanhef en onderdeel b, en 3.1.6, tweede lid, wordt gewaarborgd dat de kosten die de subsidieontvanger maakt bij het verlenen van (grotere) opdrachten redelijk zijn. De subsidieontvanger moet uit drie offertes kiezen voor de economisch voordeligste aanbieding. Hierbij mag hij ook andere criteria meewegen dan de prijs, zoals de kwaliteit van het te leveren product. Indien bij de subsidieverlening al duidelijk is dat en aan wie de aanvrager een dergelijke opdracht gaat verlenen, moeten de offertes al bij de aanvraag tot subsidieverlening worden aangeleverd en moet de gunningsbeslissing gemotiveerd worden. Als er nog geen duidelijkheid is dan moet de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling kopieën van de offertes aanleveren en op dat moment zijn gunningsbeslissing motiveren4. In de artikelen 3.10.3, tweede lid, en 3.10.8, tweede lid, is opgenomen dat deze verplichting niet van toepassing is op titel 3.10, omdat in dit geval de redelijkheid van de kosten al verzekerd is doordat bepaalde informatie over de investeringen bij de beschikbare leveranciers is opgevraagd. Op grond van deze informatie is een vast subsidiebedrag voor elk type investering bepaald dat er rekening mee houdt dat de subsidiabele kosten redelijk zijn (zie de toelichting op artikel 3.10.5).

Artikel I, onderdeel B (artikel 3.10.4. Verdeling van het subsidieplafond)

Dit artikel bepaalt op welke wijze het subsidieplafond verdeeld wordt. Dat zal gebeuren op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Indien op de datum dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag ontvangen wordt en de volgorde van die aanvragen niet op grond van het tijdstip van ontvangst kan worden vastgesteld, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen op grond van artikel 2.5 van de REES vastgesteld door middel van loting. Door deze wijze van verdeling wordt beoogd de procedure van subsidieverstrekking op een zo efficiënt mogelijke wijze plaats te laten vinden.

Artikel I, onderdeel B (artikel 3.10.5. Hoogte van de subsidie)

In artikel 1.3 staan de kosten die op grond van de REES voor subsidie in aanmerking komen. Het betreft loonkosten en overheadkosten, bijdragen in natura, afschrijvingskosten en andere kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd. Voor deze subsidiemodule is er echter voor gekozen voor elke investering een vast subsidiebedrag in artikel 3.10.5 van de REES op te nemen. Deze vaste subsidiebedragen zijn gebaseerd op artikel 67, eerste lid, onderdeel c, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen betreffende het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU 2013, L 347) (hierna: verordening 1303/2013). Dit onderdeel heeft geen vertaalslag in artikel 1.3 van de REES. Daarom is in artikel 3.10.5 voor voormelde investeringen aangegeven welk vast subsidiebedrag per investering wordt verleend in afwijking van artikel 1.3 van de REES. Het vaste subsidiebedrag per investering is berekend overeenkomstig artikel 67, vijfde lid, van verordening 1303/2013. Voor de investeringen is bij de leveranciers informatie ingewonnen over de kosten voor de aanschaf en het gebruiksklaar maken van de desbetreffende investeringen. Op grond van de verschafte informatie is per type investering bepaald welk bedrag aan subsidiabele kosten redelijk is, en dus welk vast subsidiebedrag gehanteerd moet worden.

Bij het bepalen van de redelijkheid van de kosten is ook invulling gegeven aan artikel 95 van verordening 508/2014. Hieruit volgt onder meer dat de steunintensiteit van de subsidie per investering niet meer dan 50 procent van de in aanmerking komende kosten mag bedragen voor visserijondernemingen die onder de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen vallen (visserijondernemingen die mkb zijn). Uit artikel 95, vierde lid, samen met bijlage I, van verordening 508/2014 volgt echter dat het subsidiepercentage met 20 procent moet worden verlaagd voor visserijondernemingen die niet onder de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen vallen (visserijondernemingen die geen mkb zijn). De definitie van mkb is opgenomen in artikel 1.1 van de REES. Het onderscheid tussen visserijondernemingen die mkb en visserijondernemingen die geen mkb zijn wordt in artikel 3.10.5 van de REES tot uitdrukking gebracht in de hoogte van de vaste subsidiebedragen die gehanteerd worden.

Artikel I, onderdeel B (artikel 3.10.6. Realisatietermijn)

Dit artikel bevat de termijnen waarbinnen de investeringen gedaan moeten zijn. Uit artikel 2.11, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de REES volgt dat dit is na de datum van indiening van de subsidieaanvraag. Hierdoor kan vastgesteld worden of er sprake is van een stimulerend effect. Dat wil zeggen of de subsidieaanvrager door deze subsidiemodule daadwerkelijk gestimuleerd wordt om de investering te doen.

Artikel 3.10.6, eerste lid, bepaalt vervolgens dat de investeringen ten minste binnen 12 maanden na de datum van subsidieverlening gedaan moeten zijn.

Verder dient de betaling van een investering plaats te vinden voor het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling. Op grond van artikel 2.20 van de REES dient de subsidieontvanger zijn aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen binnen dertien weken na het tijdstip waarop de activiteiten moeten zijn voltooid. Ook de eisen van artikel 3.1.5 van de REES zijn van toepassing op de subsidievaststelling.

Artikel I, onderdeel B (artikel 3.10.7. Afwijzingsgronden)

In artikel 3.10.7 is een aantal afwijzingsgronden opgenomen. Deze gelden in aanvulling op de algemene afwijzingsgronden die zijn opgenomen in de artikelen 2.11 en 3.1.3 van de REES. De afwijzingsgronden uit artikel 3.10.7 hebben betrekking op iedere afzonderlijke investering die in de subsidieaanvraag is opgenomen. Indien er dus via een subsidieaanvraag meerdere investeringen aangevraagd worden, wordt slechts het deel van de aanvraag afgewezen dat betrekking heeft op een type investering dat niet aan de voorwaarden van deze subsidiemodule voldoet.

Allereerst wordt op grond van onderdeel a de aanvraag tot subsidieverlening ten aanzien van een bepaald type investering afgewezen indien niet voldaan wordt aan de vereisten van artikel 42, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van verordening 508/2014. Dit betekent dat de subsidie uitsluitend verleend kan worden ten aanzien van een investering die waarde toevoegt aan visserijproducten.

Ten tweede wordt op grond van onderdeel b de aanvraag tot subsidieverlening ten aanzien van een bepaald type investering afgewezen indien deze bestemd is voor een vissersvaartuig dat niet volledig of gedeeltelijk eigendom is van de subsidieaanvrager. De subsidieaanvraag wordt ook afgewezen indien het desbetreffende type investering bestemd is voor een vissersvaartuig dat niet onder Nederlandse vlag vaart. Op deze wijze wordt voorkomen dat visserijondernemingen die niet onder de doelgroep van deze subsidiemodule vallen toch voor subsidie in aanmerking zouden komen.

Verder zijn in onderdeel b afwijzingsgronden opgenomen om het stimulerend effect van de subsidie te waarborgen en dubbele subsidiëring te voorkomen. Een aanvraag wordt afgewezen als deze betrekking heeft op een investering voor een vissersvaartuig waarvoor al eerder een soortgelijke investering is gedaan. Het is namelijk de bedoeling dat alleen nieuwe waardevermeerderende investeringen worden gedaan. Daarnaast wordt een aanvraag afgewezen als deze betrekking heeft op een investering voor een vissersvaartuig waarvoor al eerder voor een soortgelijke investering subsidie is verleend op grond van deze subsidiemodule. Hiermee wordt voorkomen dat in het geval meerdere visserijondernemingen eigenaar van een vissersvaartuig zijn deze visserijondernemingen allemaal afzonderlijk dezelfde type investering of typen investeringen voor hetzelfde vissersvaartuig kunnen aanvragen. In het geval er meerdere subsidieaanvragen zijn binnengekomen voor hetzelfde type investering op hetzelfde vissersvaartuig wordt alleen de eerste subsidieaanvraag gehonoreerd, omdat op grond van artikel 3.10.4 de verdeling van het subsidieplafond (en daarmee dus ook de subsidieverlening) op volgorde van binnenkomst plaatsvindt.

Tot slot wordt een aanvraag tot subsidieverlening ten aanzien van een bepaald type investering op grond van onderdeel c afgewezen indien het aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor een bepaald type investering bestemd is in strijd zijn met de toepasselijke wettelijke voorschriften. De subsidieaanvrager kan aannemelijk maken dat zij wel aan de wettelijke verplichting voldoet door, voor zover van toepassing, in voorkomende gevallen de benodigde bescheiden, zoals aanvragen voor vergunningen of vergunningen, aan te leveren op grond van de informatieverplichting uit artikel 3.10.3 van de REES.

Artikel I, onderdeel B (artikel 3.10.9. Vervaltermijn)

Op grond van artikel 24a van de Comptabiliteitswet 2001, dienen subsidieregelingen na vijf jaar te vervallen. Omdat de onderhavige wijzigingsregeling in april 2018 in werking treedt, is ervoor gekozen deze titel vijf jaar na de datum van inwerkingtreding te laten vervallen, dus met ingang van 1 april 2023.

Artikel II

In de tabellen van artikel 1 respectievelijk artikel 3 van de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2018 is aangegeven in welke periode de diverse subsidiemodules van de RNES respectievelijk REES zijn opengesteld en wat het subsidieplafond bedraagt.

Voor de subsidiemodule MEI wordt het subsidieplafond voor de reeds afgelopen openstellingsperiode verhoogd van € 5.000.000 naar € 7.050.000. De openstellingsperiode van deze subsidiemodule liep van 1 december 2017 tot en met 14 januari 2018. Met de ophoging van het budget voor deze openstellingsperiode kunnen (gelet op de beslistermijn op een subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 26 van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies) nog meer goed beoordeelde projectaanvragen worden gehonoreerd. Voor de ophoging wordt extra budget benut dat op grond van de Klimaatenveloppe in het regeerakkoord beschikbaar is gemaakt.

Ook wordt de subsidiemodule MEI opnieuw opengesteld. De periode waarin deze subsidiemodule opnieuw wordt opengesteld loopt van 17 tot en met 31 mei 2018. Het subsidieplafond is vastgesteld op € 9.000.000.

Voor de subsidiemodule Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten loopt de periode waarin de subsidiemodule wordt opengesteld van 4 juni 2018 tot en met 27 december 2018. Het subsidieplafond is vastgesteld op € 2.800.000.

Artikel III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met de inwerkingtreding van deze regeling wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van een kwartaal in werking treden en minimaal twee maanden voordien worden bekendgemaakt.

Voor de subsidiemodule Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten, alsook voor de subsidiemodule MEI, wordt dit gerechtvaardigd doordat de doelgroep gebaat is bij spoedige inwerkingtreding van de regeling. Het vasthouden aan de systematiek van de vaste verandermomenten zou hebben betekend dat subsidieaanvragen op grond van de subsidiemodule Investeringen voor toegevoegde waarde van visserijproducten pas zouden kunnen worden ingediend vanaf het eerstvolgende vaste verandermoment van 1 juli 2018. Omdat deze subsidiemodule pas op 4 juni 2018 wordt opengesteld, zal de doelgroep voldoende tijd hebben om subsidieaanvragen voor te bereiden en in te dienen. Verder zorgt de afwijking van de systematiek van de vaste verandermomenten ervoor dat het subsidieplafond van de subsidiemodule MEI spoedig wordt opgehoogd. Hierdoor kunnen (gelet op de beslistermijn op subsidieaanvragen) meer goede projecten voor subsidie in aanmerking komen dan het geval was geweest bij een latere inwerkingtreding van de regeling. Ook kan deze subsidiemodule spoedig opnieuw opengesteld worden.

Tot slot betreft de aanpassing in de subsidiemodule Jonge vissers reparatieregelgeving waardoor afwijking van de systematiek van de vaste verandermomenten wordt gerechtvaardigd op grond van aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel c, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
2

Kamerstukken II 2013/14, 32 627, nr. 17.

X Noot
3

Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187).

X Noot
4

Zie de Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 12 juli 2015 tot wijziging van de Regeling Europese EZ-subsidies en de Regeling openstelling EZ-subsidies 2015 in verband met de invoering van een subsidiemodule voor aanlandplichtinnovatieprojecten (Stcrt. 2015, 20687).