TOELICHTING
I. Algemeen
1. Landbouwtelling en gecombineerde opgave
De bij deze regeling gepubliceerde vraagstelling vormt de grondslag om in 2018 gecombineerd
de opgave te doen voor de landbouwtelling op grond van de Landbouwwet, het gebruik
van gewaspercelen op grond van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, de verzamelaanvraag
op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB, de aangifte van
de CO2-jaarvracht van glastuinbouwbedrijven op grond van de Wet milieubeheer, aanspraak
op betalingen uit het Diergezondheidsfonds op grond van de Gezondheids- en welzijnswet
voor dieren en om informatie te verstrekken of een betaalverzoek in te dienen in het
kader van twee steunregelingen die onderdeel zijn van het plattelandsontwikkelingsprogramma.
De landbouwtelling heeft twee doelen: het verzamelen van gegevens ten behoeve van
statistiek en ten behoeve van beleidsontwikkeling en -monitoring. Het is van belang
dat de Minister beschikt over correcte en actuele gegevens per bedrijf in de land-
en tuinbouw. De bij deze regeling gepubliceerde vraagstelling vormt het beschrijvingsbiljet
als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Landbouwwet om in 2018 opgave te doen.
Om de regeldruk te beperken wordt het principe van éénmalig inwinnen en meervoudig
gebruik waar mogelijk toegepast. Aangeschreven landbouwers worden met stuurvragen
door het elektronische formulier geleid en hoeven zodoende alleen die onderdelen in
te vullen die op hen van toepassing zijn.
Gegevens uit de gecombineerde opgave worden voornamelijk verzameld ten behoeve van
statistisch en beleidsmatig inzicht en daarnaast in specifieke gevallen voor handhavingsdoeleinden
en om adequaat te kunnen handelen ten tijde van crises. Per onderscheiden vraagstelling
is een specifiek juridisch kader relevant, hieronder volgt een opsomming:
-
− de verzameling van statistische informatie voor biologische landbouw: Verordening
(EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en
de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG)
nr. 2092/91 (PbEU 2007, L 189) en Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van
5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG)
nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische
producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PbEU
2008, L 250);
-
− statistische informatie voor WKK (warmtekrachtkoppeling) en energie: Verordening (EG)
nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende
energiestatistieken (PbEU 2008, L 304);
-
− statistische informatie voor vee- en vleesstatistieken: Verordening (EG) nr. 1165/2008
van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende vee- en vleesstatistieken
en houdende intrekking van Richtlijnen 93/23/EEG, 93/24/EEG en 93/25/EEG van de Raad
(PbEU 2008, L 321);
-
− statistische informatie voor de gewasstatistieken: Verordening (EG) nr. 543/2009 van
het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende gewasstatistieken en
houdende intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 837/90 en (EEG) nr. 959/93 van de
Raad (PbEU 2009, L 167);
-
− statistische informatie voor meerjarige teelten: Verordening (EU) nr. 1337/2011 van
het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende Europese statistieken
van meerjarige teelten en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 357/79 van
de Raad en Richtlijn 2001/109/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2011,
L 347);
-
− het doen van een aanvraag voor de Brede Weersverzekering: Verordening (EU) nr. 1305/2013
van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling
uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking
van Verordening (EG) nr 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347) (hierna: Verordening
nr. 1305/2013) en de Regeling Europese EZ-subsidies;
-
− het verstrekken van informatie of het indienen van een betaalverzoek als bedoeld in
een Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van een provincie: op basis van
Verordening (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees
Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de
monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen
(EEG) nr 352/78, (EG) nr 165/94 (EG), nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005
en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013 L 347) (hierna: Verordening 1306/2013);
-
− het doen van de verzamelaanvraag voor de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen
GLB (Gemeenschappelijk landbouwbeleid) op grond van Verordening (EU) nr. 1306/2013
en Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december
2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers
in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot
intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr 73/2009
van de Raad (PbEU 2013, L347);
-
− de aangifte van de CO2-jaarvracht van glastuinbouwbedrijven: het Besluit kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw;
-
− de aanspraak op betalingen uit het Diergezondheidsfonds: Hoofdstuk VIII van de Gezondheids-
en welzijnswet voor dieren, het Besluit heffing preventie dierziekten en Verordening
(EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun
in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen
107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne
markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193);
-
− de erkenningscontroles op het lidmaatschap van producentenorganisaties: Uitvoeringsverordening
(EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen
voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren
groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (PbEU 2011, L 157);
-
− het gebruik van gewaspercelen: het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
-
− enkele aanvullende vragen naar risicogewassen in de tuinbouw op basis van artikel
3a van de Plantenziektenwet;
-
− vragen ten behoeve van emissieregistratie en de Programmatische Aanpak Stikstof op
basis van de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet;
-
− vragen over bollenbroei, witloftrek en assimilatiebelichting: voor (nationale) beleidsontwikkeling
en -monitoring, op basis van de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet.
Door met de gecombineerde opgave benodigde statistische gegevens in te winnen, is
er op onderdelen minder regeldruk dan als deze gegevensinwinning separaat door het
CBS op basis van het Besluit gegevensverwerving CBS zou plaatsvinden.
II. Specifiek
2. Meststoffenwet
Op grond van de Meststoffenwet en het Besluit gebruik meststoffen wordt informatie
opgevraagd over het gebruik van gewaspercelen. Deze informatie kan worden benut voor
handhavingsdoeleinden.
3. Gemeenschappelijk landbouwbeleid
Landbouwers kunnen met de gecombineerde opgave enkele specifieke steunregelingen aanvragen.
Dit betreft de rechtstreekse betalingen als bedoeld in de Uitvoeringsregeling rechtstreekse
betalingen GLB: de basisbetalingsregeling, betaling voor klimaat en milieuvriendelijke
landbouwpraktijken, betaling voor jonge landbouwers en de vrijwillig gekoppelde steun
inzake graasdierhouderij. Een landbouwer die aanspraak wil maken op een rechtstreekse
betaling vermeldt de landbouwgrond die hoort bij het landbouwbedrijf. Daarnaast is
het voor de uitvoering van het Europese landbouwbeleid van belang dat de Minister
over correcte en actuele gegevens beschikt aangaande de structuurkenmerken op bedrijfsniveau
in de land- en tuinbouw.
Voor het bijwerken en raadplegen van gegevens in het perceelsregister heeft de RVO.nl
een op zichzelf staande web applicatie ontwikkeld ('Mijn percelen') die het gehele
jaar door gebruikt kan worden. Voor het registreren van gegevens voortvloeiend uit
het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt 'Mijn percelen' rechtstreeks vanuit de
gecombineerde opgave geopend.
Voor de ecologische aandachtsgebieden (hierna: EA) zijn er vergeleken met voorgaande
jaren enkele veranderingen die voortvloeien uit aanpassing van de Uitvoeringsregeling
Rechtstreekse betalingen GLB (Stcrt. 2017, 70783) en Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1155 van de Commissie van 15 februari 2017
tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 639/2014 wat betreft de controlemaatregelen
voor de hennepteelt, bepaalde voorschriften inzake de vergroeningsbetaling, de betaling
voor jonge landbouwers die zeggenschap hebben over een rechtspersoon, de berekening
van het bedrag per eenheid in het kader van de vrijwillige gekoppelde steun, de delen
van betalingsrechten en bepaalde kennisgevingsvereisten voor de regeling inzake een
enkele areaalbetaling en de vrijwillige gekoppelde steun, en tot wijziging van bijlage
X bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2017,
L167). Dit zijn:
-
− de afmetingseisen en omschrijvingen van landschapselementen die als EA kunnen worden
ingezet, zijn aangepast;
-
− stroken subsidiabele grond langs bos zonder productie kunnen nu ook als EA worden
ingezet;
-
− Voor stikstofbindende gewassen die als EA worden aangevraagd, wordt in de gecombineerde
opgave gevraagd of er sprake is van een mengsel. Deze vraag is voor controledoeleinden
omdat voor deze gewassen een bewaarplicht voor etiketten bestaat om aan te kunnen
tonen dat het mengsel voornamelijk bestaat uit toegestane stikstofbindende soorten.
-
− Voor de zogeheten ‘productieve ecologische aandachtsgebieden’ (vanggewassen en stikstofbindende
gewassen) dient in de gecombineerde verklaard te worden dat hier geen gewasbeschermingsmiddelen
worden gebruikt. Stikstofbindende gewassen kunnen in de aandachtsgebieden nu onder
die voorwaarde worden gebruikt als vanggewas of als onderzaai;
-
− Behalve onderzaai van gras wordt nu ook onderzaai van vlinderbloemige gewassen als
vanggewas toegestaan.
Tevens is er een nieuwe mogelijkheid opgenomen om betalingsrechten uit de nationale
reserve aan te vragen.
De wijzigingen in de voorwaarden voor de Ecologische Aandachtsgebieden (hierna: EA)
en de nieuwe mogelijkheid om betalingsrechten uit de nationale reserve aan te vragen,
zoals per 1 januari 2018 aangepast in de Uitvoeringsregeling Rechtstreekse betalingen
GLB (Stcrt. 2017, 70783), zijn in de voorliggende regeling verwerkt. Dit geldt ook voor de wijzigingen inzake
de classificatie van spelt als apart gewas voor de gewasdiversificatie, nieuwe regels
over vrijstelling van EA-plicht en gewasdiversificatie, en de aanpassing van de voorwaarden
voor de steun voor jonge landbouwers die rechtstreeks voortvloeien uit de zogenaamde
Omnibusverordening, Verordening (EU) nr. 2017/2393 van het Europees Parlement en de
Raad van 13 december 2017 tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 inzake
steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling
(Elfpo), (EU) nr. 1306/2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van
het gemeenschappelijk landbouwbeleid, (EU) nr. 1307/2013 tot vaststelling van voorschriften
voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen
van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van
een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en (EU) nr.
652/2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in
verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met
plantgezondheid en teeltmateriaal (PbEU 2017, L350). Ook vervallen de vragen over
de zogeheten verbonden bedrijven conform de aanpassing van de Uitvoeringsregeling
rechtstreekse betalingen die gelijktijdig met de GO wordt gepubliceerd.
4. (Stal)emissies en programmatische aanpak stikstof
Op basis van het Besluit inventarisatie broeikasgassen Wvl is het RIVM belast met
de jaarlijkse inventarisatie voor broeikasgassen. Tevens zijn voor de programmatische
aanpak stikstof (PAS) gegevens uit de landbouw nodig voor het monitoren van stikstofdepositie
op Natura 2000 gebieden en het bepalen van de ontwikkelruimte voor (agrarische) bedrijven
rondom deze gebieden. De gecombineerde opgave kan voor deze doeleinden nauwkeurige
informatie opleveren door per emissielocatie gemiddelde dieraantallen op te vragen.
Het RIVM en het Planbureau voor de Leefomgeving zijn verantwoordelijk voor het genereren
van de benodigde informatie voor de PAS en hebben aangedrongen op deze vraagstelling.
Gelet hierop is in de gecombineerde opgave zoals ook in voorgaande jaren ten behoeve
van de PAS de aanvullende stalvraag opgenomen.
5. Biologische landbouw
Artikel 36 van de biologische verordening (EG) 834/2007 en artikel 93 van de uitvoeringsverordening
(EG) 889/2008 vormen de grondslag op basis waarvan jaarlijks de verzameling van statistische
informatie over de biologische landbouw plaatsvindt.
6. Gewasstatistieken, vee- en vleesstatistieken
Ter invulling van de verplichte gegevensverzameling en om extra enquêtes en regeldruk
te voorkomen, benut het CBS de gecombineerde opgave voor de gewasstatistieken en de
vee- en vleesstatistieken.
7. Aangifte CO2-jaarvracht glastuinbouwbedrijven
Op grond van het Besluit kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw kan de Minister regels stellen over de uitvoering van het CO2 kostenvereveningssysteem voor de glastuinbouw. Deze regels zijn opgenomen in de Regeling
kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw. Op grond van die regels wordt onder meer de CO2 reductiedoelstelling gemonitord met een register dat tot 2015 bij het voormalig Productschap
Tuinbouw was ondergebracht. Met ingang van 2015 houdt RVO.nl op basis van de Regeling
kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw het register bij. In dat kader dienen glastuinbouwondernemingen
jaarlijks vóór 1 juli de aangifte van de totale CO2-emissie door te geven. Gezien de ICT infrastructuur en interne werkprocessen van
RVO.nl is deze aangifte opgenomen in de gecombineerde opgave. De controlevragen over
de in betreffende kassen geteelde gewassen in het voorgaande jaar zijn in de gecombineerde
opgave 2018 geschrapt omdat ze niet langer voor controle nodig zijn.
8. Warmtekrachtkoppeling- en energiestatistieken
Ter invulling van de nationaal verplichte gegevensverzameling voor energiestatistieken
kan het CBS op basis van het Besluit gegevensverwerving CBS hiervoor een eigen gegevensinwinning
inrichten. In de lastendruk te beperken, worden deze gegevens verzameld via de Gecombineerde
opgave.
9. Diergezondheidsfonds
Houders van kippen, kalkoenen, eenden, schapen, geiten, runderen of varkens moeten
door middel van een verklaring aangeven of zij aanspraak willen maken op betalingen
uit het Diergezondheidsfonds. Deze betalingen zijn veelal in de vorm van gesubsidieerde
diensten voor maatregelen en voorzieningen die verband houden met preventie van besmettelijke
dierziekten. Het betreft ook de (tegemoetkomingen in de) kosten van vaccins, bloedonderzoeken,
tests en dergelijke van aan een uitbraak van een besmettelijke dierziekte verbonden
maatregelen, uitgevoerd op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Daarbij
dienen deze houders aan te geven of hun onderneming een kleine of middelgrote onderneming
is. Deze opgaveverplichting vloeit voort uit de Europese eisen die zijn opgenomen
in de per 1 juli 2014 gewijzigde Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun
in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014–2020 (deel II,
hoofdstuk 1 art. 1.2.1.3). De opgave heeft betrekking op de periode die loopt van
15 mei 2018 tot 15 mei 2019 en moet uiterlijk 15 mei 2018 bij de Minister ingediend
zijn.
10. Erkenningscontroles lidmaatschap producentenorganisaties
Om in aanmerking te komen voor steun in het kader van de Gemeenschappelijke Marktordening
(GMO) groenten en fruit moet een producentenorganisatie erkend zijn als producentenorganisatie
in de zin van de GMO (artikel 32 en 152, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 1308/2013).
Een producent van groenten- en fruitproducten mag voor hetzelfde product slechts bij
één producentenorganisatie zijn aangesloten. Het is de taak van de lidstaat om te
controleren dat een producent niet bij meer dan één producentenorganisatie is aangesloten.
Dit als onderdeel van de erkenningscontroles, als bedoeld in artikel 104, eerste lid,
en de controles die worden uitgevoerd voorafgaand aan uitbetaling van de steunaanvraag,
als bedoeld in de artikelen 105, eerste lid, en 106, eerste lid, aanhef en onderdeel
a, van verordening (EU) nr. 543/2011. Door de vraag in de Gecombineerde opgave wordt
controle vanuit één bestand mogelijk en vermindert het controlerisico. De aanzienlijke
vermindering in uitvoeringslast en de beperking van het controlerisico rechtvaardigen
de minieme toename van de administratieve lasten voor de sector. De minister is op
grond van artikel 15, gelezen in samenhang met artikel 13, eerste lid, onderdeel b,
van de Landbouwwet bevoegd om regels te stellen ten behoeve van uitvoering van verordeningen
543/2013 en 1308/2013.
11. Risicogewassen in de tuinbouw
Om te voldoen aan nationale rapportageverplichtingen op basis van Richtlijn 2000/29/EG
van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen
en de verspreiding in de
Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen
(PbEU 2000, L169) voert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: nVWA)
surveys uit naar het voorkomen van schadelijke organismen in risicogewassen in de
Nederlandse akker- en tuinbouw. Daarnaast voert de nVWA conform internationale richtlijnen
voortvloeiend uit de International Plant Protection Convention (IPPC) surveys uit
voor het nationale beleid inzake de afgifte van fytosanitaire certificaten bij exportzendingen.
Deze gegevens kunnen efficiënter worden opgevraagd via de Gecombineerde opgave. Op
grond van artikel 3a, eerste lid, van de Plantenziektenwet is de Minister bevoegd
om telers te verplichten opgave te doen van de bedrijfsmatige teelt op met die planten
te betelen terreinen en plaatsen van planten die behoren tot door de Minister aangewezen
soorten of groepen. Deze gegevens zullen door de nVWA tevens worden benut voor steekproefsgewijze
inspecties.
12. Verstrekken van informatie en/of doen betaalverzoeken in het kader van het derde
Plattelandsprogramma
Het betreft twee steunregelingen uit het plattelandsontwikkelingsprogramma: betalingen
voor agrarisch natuurbeheer die kunnen worden verstrekt op grond van artikel 9, tweede
lid, van de Regeling uitvoering ELFPO programmaperiode 2014–2020 en de Subsidieverordening
natuur- en landschapsbeheer van een provincie, en de tegemoetkoming in de verzekeringspremie
voor brede weersverzekering die kan worden verstrekt op grond van de Regeling Europese
EZ-subsidies.
13. (Nationale) beleidsvorming en -monitoring
Gezien de substantiële economische omvang van de witloftrek en bollenbroei in Nederland
vormen deze twee teelten een aanvulling op de Europees verplichte statistiek. Ook
zijn twee vragen over assimilatieverlichting opgenomen vanwege het nationale belang.
III. Overig
14. Elektronische opgave
Sinds de in werking getreden wijziging van de Landbouwwet en de Meststoffenwet (elektronisch
verstrekken van gegevens) (Stb. 2011, 626) is deelname aan de gecombineerde opgave voor deze wetten alleen nog op digitale
wijze mogelijk via de RVO.nl website. Evenals in 2017 zal RVO.nl waar nodig steun
aanbieden. Dit kan in de vorm van hulp bij het invullen op één van de RVO-locaties
of het meekijken op afstand.
Voor een beperkte groep is het, evenals in 2017, mogelijk een ontheffing aan te vragen
inzake de verplichting tot elektronische opgave. Deze ontheffing moet uiterlijk 15 maart
2018 zijn aangevraagd. Het gaat daarbij om relaties die tot een geloofsgemeenschap
behoren die het gebruik van elektronische middelen afwijst dan wel om relaties die
niet beschikken over een computer met internetverbinding en niet eerder langs elektronische
weg contact met RVO.nl of de rijksoverheid hebben gelegd. Voor deze relaties zal maatwerk
worden gezocht. Met de inperking tot digitale opgave zullen relaties minder fouten
maken waardoor naar verwachting minder boetes opgelegd hoeven te worden en realiseert
de overheid jaarlijks een aanzienlijke besparing op de uitvoeringskosten.
Een opgaveplichtige die valt onder de verplichting tot registratie bij de Kamer van
Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, krijgt slechts toegang
tot het elektronisch formulier met een bij een private partij aangeschaft e-Herkennings-middel
met een betrouwbaarheidsniveau van 2+. Natuurlijke personen die niet onder deze verplichte
registratie vallen, moeten gebruik maken van DigiD. Dit jaar is voor het eerst aan
het inloggen met DigiD een extra controle per SMS toegevoegd. Voor opgaveplichtigen
in het buitenland blijft het mogelijk om een door RVO.nl te verstrekken toegangscode
te gebruiken. Vanaf 2017 kan naast de gebruikelijke methode met TAN-codes het elektronische
formulier ook met het e-Herkenningsmiddel worden ondertekend.
Op basis van de laatstelijk in 2017 verstrekte en geverifieerde informatie en reeds
bij RVO.nl beschikbare informatie uit de identificatie- en registratieregisters (hierna:
I&R) worden gegevens op het elektronische formulier zoveel als mogelijk al vooraf
ingevuld, waarbij de landbouwer deze gegevens alleen nog moet controleren.
15. Indieningsperiode gecombineerde opgave
De ervaringen in 2017 met de mogelijkheid om per 1 maart de gecombineerde opgave te
doen, zijn dermate positief dat deze mogelijkheid ook in 2018 wordt geboden. De reguliere
peildata blijven daarbij ongewijzigd. Een belangrijke overweging is om een spreiding
van de werklast te bewerkstellingen voor de aanvragers. Met name de intermediairs
en adviseurs hebben hier baat bij. De vervroeging van de openstelling heeft bij RVO.nl
in belangrijke mate bijgedragen aan het afvlakken van de piekbelasting in de systemen
en bij het klantcontactcentrum in de periode net voor 15 mei. De sluitingsdatum is
op 15 mei 2018 om 24:00 uur (Midden-Europese tijd). Voor de verzamelaanvraag voor
de rechtstreekse betalingen Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de steunregelingen
van het plattelandsontwikkelingsprogramma volgen sluitingsdatum en – tijdstip uit
de Europese verordeningen. Voor de opgave gebruik gewaspercelen volgen deze uit artikel
26, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Voor wat betreft de landbouwtelling
en opgave Diergezondheidsfonds volgt de sluitingsdatum uit artikel 2, vierde lid,
van deze regeling. Net als in voorgaande jaren is opgave voor deelname aan het programma
agrarisch natuurbeheer (SNL-a) mogelijk vanaf 1 april. Om het hele proces van opgave
te begeleiden en te stroomlijnen, communiceert RVO.nl hier nadrukkelijk over. Ondernemers
in de land- en tuinbouw ontvangen gespreid over de maand maart 2018 een brief van
de Minister waarin wordt aangekondigd dat zij voor wat betreft 2018 als opgaveplichtig
zijn aangemerkt.
Het niet voldoen aan de verplichting tot indiening is een economisch delict in de
zin van artikel 1, onder 2, van de Wet op de economische delicten. Ook leidt het niet
of niet tijdig melden van de gevraagde informatie tot een verlaging of uitsluiting
van de rechtstreekse betaling of de plattelandsontwikkelingssubsidie.
De enige uitzondering op de voorgaande sluitingsdatum betreft de opgave van het onderdeel
uit de gecombineerde opgave dat betrekking heeft op de CO2-jaarvracht, welke opgave op grond van artikel 2, vijfde lid, van deze regeling uiterlijk
op 1 juli 2018 moet zijn ingediend. Deze uitzondering is noodzakelijk omdat de daarvoor
benodigde informatie op 15 mei nog niet in bezit is bij de betreffende glastuinbouwondernemingen.
16. Administratieve lastendruk
Evenals in 2017 zijn de vragen naar aantal stuks rundvee per 1 april 2018 en gemiddeld
aantal per stal in 2017 waar mogelijk vervallen door de gevraagde informatie af te
leiden uit het register I&R. Het register I&R-rund bevat per bedrijfslocatie en UBN
per rund de informatie over geboortedatum, geslacht, aan- en afvoer en eventueel sterftedatum.
I&R-rund bevat geen informatie over het gebruiksdoel waardoor op locaties met zowel
melk- als vleesvee naar aanvullende gegevens wordt gevraagd. In 2018 wordt dezelfde
methode nu ook toegepast voor schapen, geiten en pluimvee. I&R varkens blijkt echter
te weinig detailgegevens te bevatten. Eerst na aanpassing van dit register is de toepassing
van een overeenkomstige benadering daadwerkelijk mogelijk. Verder is op locaties met
meerdere stallen aanvullende informatie nodig om inzicht te krijgen in de verdeling
van de dieraantallen rundvee, pluimvee en varkens over deze stallen.
De regeldruk van de gecombineerde opgave van 2018 daalt licht ten opzichte van 2017.
Uitgaande van een gemiddeld uurloon van € 39 voor de agrarische sector en € 54 voor
dienstverleners/intermediairs bedragen de totale administratieve lasten als gevolg
van deze regeling naar verwachting € 8.126.705. Uitgaand van een verwachte omvang
van de doelgroep van 62.000 landbouwers zijn de administratieve lasten per bedrijf
gemiddeld € 131,08 in 2018. De gehanteerde tarieven wijken af van die van vorig jaar.
Deze zijn gebaseerd op het ‘Handboek Meting Regeldrukkosten’, versie 1.0. Vorig jaar
werd nog de handleiding ‘Meten is Weten II’ gebruikt. In de berekening wordt ervan
uitgegaan dat het aantal landbouwers licht blijft dalen en dat 44% van de opgaven
via een adviseur wordt ingediend. In vergelijking met de ex post berekening van 2017
en rekening houdend met de nieuwe tarieven betekent deze ex ante berekening van 2018
een lastendaling van 3,43%. Omdat de vraagstelling jaarlijks varieert, kan deze lastendaling
niet als structureel worden aangemerkt.
17. Vaste verandermomenten
In afwijking van het beleid inzake vaste verandermomenten treedt deze regeling in
werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant en niet pas op het
vaste verandermoment 1 april (2018). Op grond van deze regeling is de periode van
mogelijke indiening verruimd, hetgeen vooral ten goede komt aan betrokken landbouwers
en hun adviseurs. De gecombineerde opgave kan worden ingediend met ingang van 1 maart
2018. De uiterlijke termijn van indiening is 15 mei 2018. Voor de opgave CO2-jaarvracht van glastuinbouwbedrijven geldt hiervoor 1 juli 2018.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.J. Schouten