Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2018, 11687Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 23 februari 2018, nr. VO/OK/847252, houdende regels voor de vaststelling van de kerstvakantie 2019, 2020 en 2021, de meivakantie in 2020, 2021 en 2022 en de spreiding en vaststelling van de zomervakantie 2020, 2021 en 2022 (Regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 15, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 20, tweede lid van de Wet primair onderwijs BES, artikel 26, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 6g1, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 12b, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES;

Besluit:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de minister:

de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

b. school voor basisonderwijs:

school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;

c. school voor speciaal onderwijs:

school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

d. school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs:

school, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

e. school voor voortgezet speciaal onderwijs:

school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

f. school voor voortgezet onderwijs:

school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES, met uitzondering van het voorbereidend beroepsonderwijs dat deel uitmaakt van een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en met uitzondering van een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap met een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

g. regio:

regio Noord, regio Zuid of regio Midden, als bedoeld in artikel 3;

h. school:

school als bedoeld in de onderdelen b, c, d, e of f.

Artikel 2. Regio's en perioden zomervakantie

Voor de vaststelling van de perioden van de zomervakantie, genoemd in artikel 6, behoort een school tot één van de regio's. De plaats van vestiging is bepalend voor de regio waartoe een school behoort. Indien een school vestigingen heeft in meer dan één regio, behoort elke vestiging tot de regio waarin ze is gelegen.

Artikel 3. Regio-indeling

De regio's zijn:

  • a. Regio Noord, bestaande uit:

    • de provincie Groningen;

    • de provincie Friesland;

    • de provincie Drenthe;

    • de provincie Overijssel;

    • de provincie Flevoland, met uitzondering van de gemeente Zeewolde);

    • de provincie Noord-Holland;

    • wat betreft de provincie Gelderland de gemeente Hattem;

    • wat betreft de provincie Utrecht de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude.

  • b. Regio Midden, bestaande uit:

    • de provincie Utrecht, met uitzondering van de gemeente Eemnes en de voormalige gemeente Abcoude;

    • de provincie Zuid-Holland;

    • wat betreft de provincie Flevoland de gemeente Zeewolde;

    • wat betreft de provincie Gelderland de gemeenten Aalten, Apeldoorn, Barneveld, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Buren, Culemborg, Doetinchem, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Geldermalsen, Harderwijk, Heerde, Lingewaal, Lochem, Montferland, met uitzondering van de voormalige gemeente Didam, Neder-Betuwe, met uitzondering van de voormalige gemeente Dodewaard, Neerijnen, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Scherpenzeel, Tiel, Voorst, Wageningen, Winterswijk en Zutphen;

    • wat betreft de provincie Noord-Brabant de gemeenten Werkendam, met uitzondering van de kernen Hank en Dussen, en Woudrichem.

  • c. Regio Zuid, bestaande uit:

    • de provincie Limburg;

    • de provincie Noord-Brabant, met uitzondering van de gemeenten Werkendam, voor zover het betreft de kernen Sleeuwijk, Nieuwendijk en Werkendam, en Woudrichem;

    • de provincie Zeeland;

    • wat betreft de provincie Gelderland de gemeenten Arnhem, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Groesbeek, Heumen, Neder-Betuwe, voor zover het betreft de voormalige gemeente Dodewaard, Lingewaard, Maasdriel, Millingen aan de Rijn, Montferland, voor zover het betreft de voormalige gemeente Didam, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Rijnwaarden, Ubbergen, Westervoort, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel en Zevenaar.

Artikel 4. Samenvoeging gemeenten

Bij samenvoeging van gemeenten na publicatie van deze regeling behoort de nieuw te vormen gemeente tot dezelfde regio als die waartoe de samengevoegde gemeenten behoorden. Als de samen te voegen gemeenten tot verschillende regio’s behoorden, beslist de minister tot welke regio de nieuwe gemeente gaat behoren. Voordat de minister definitief beslist, wordt het college van burgemeester en wethouders van de nieuwe gemeente gehoord.

Artikel 5. De kerst- en meivakanties 2019 tot en met 2022

De perioden voor de kerst- en meivakanties worden voor de jaren 2019 tot en met 2022 voor alle scholen, met uitzondering van de scholen, bedoeld in artikel 1 Wet primair onderwijs BES, en de scholen, bedoeld in artikel 1 Wet voortgezet onderwijs BES, en voor alle regio’s als volgt vastgesteld:

Schooljaar 2019–2020

Vakantie

Data

Kerst

21 december 2019 tot en met 5 januari 2020

Mei

25 april tot en met 3 mei 2020

Schooljaar 2020–2021

Vakantie

Data

Kerst

19 december 2020 tot en met 3 januari 2021

Mei

1 mei tot en met 9 mei 2021

Schooljaar 2021–2022

Vakantie

Data

Kerst

25 december 2021 tot en met 9 januari 2022

Mei

30 april tot en met 8 mei 2022

Artikel 6. Zomervakanties 2020, 2021 en 2022

De perioden voor de zomervakanties worden voor de jaren 2020, 2021 en 2022 voor alle scholen als volgt vastgesteld:

Schooljaar 2019–2020

Vakantie

Data

Regio Noord

4 juli tot en met 16 augustus 2020

Regio Midden

18 juli tot en met 30 augustus 2020

Regio Zuid

11 juli tot en met 23 augustus 2020

Schooljaar 2020–2021

Vakantie

Data

Regio Noord

10 juli tot en met 22 augustus 2021

Regio Midden

17 juli tot en met 29 augustus 2021

Regio Zuid

24 juli tot en met 5 september 2021

Schooljaar 2021–2022

Vakantie

Data

Regio Noord

16 juli tot en met 28 augustus 2022

Regio Midden

9 juli tot en met 21 augustus 2022

Regio Zuid

23 juli tot en met 4 september 2022

Artikel 7. Mogelijkheden om af te wijken van regio’s en zomervakantieperioden

  • 1. Het bevoegd gezag van een school voor primair onderwijs kan de periode, bedoeld in artikel 6, verlengen met ten hoogste twee dagen voorafgaand aan die periode en met ten hoogste twee dagen na die periode.

  • 2. Indien meer dan de helft van de leerlingen van de school in een andere regio woont dan de regio waar de school gevestigd is, kan het bevoegd gezag, in afwijking van artikel 2, beslissen dat de vestiging van de school voor het vaststellen van de zomervakantie behoort tot de regio waarin het merendeel van de leerlingen woont. Voor de vaststelling van het aantal leerlingen wordt uitgegaan van het aantal leerlingen dat in het voorafgaande schooljaar op 1 oktober bij de vestiging stond ingeschreven.

  • 3. In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, indien gedurende drie achtereenvolgende schooljaren telkens meer dan zeventig procent van de leerlingen is doorgestroomd naar scholen voor voortgezet onderwijs in een andere regio dan die van de school, met ingang van het daaropvolgend schooljaar die andere regio aanwijzen om de zomervakantie vast te stellen.

  • 4. In afwijking van artikel 2 kan het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs met een tijdelijke nevenvestiging of nevenvestiging in een andere regio dan die van de hoofdvestiging, voor deze school de periode, bedoeld in artikel 6, zodanig vaststellen dat die periode niet eerder begint dan de vroegste periode en niet later eindigt dan de laatste periode van een van de vestigingen.

  • 5. Het bevoegd gezag van een school voor cluster 3 en 4 onderwijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, kan de perioden, bedoeld in artikel 6, bekorten.

  • 6. In afwijking van artikel 6 hebben in de gemeenten Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog de zomervakanties op de scholen voor primair onderwijs en de scholen voor voortgezet onderwijs een duur van vijf weken. De zomervakanties in deze gemeenten beginnen steeds tegelijk met die regio die het eerst vakantie heeft.

  • 7. De Inspectie van het Onderwijs toetst of de afwijkingen op grond van het tweede tot en met vijfde lid voldoen aan de in deze leden genoemde voorschriften.

Artikel 8. Afwijkingen op verzoek

Het bevoegd gezag van een school kan in geval van bijzondere omstandigheden, bij de minister een verzoek indienen om te mogen afwijken van de perioden, bedoeld in artikel 5 en artikel 6.

Artikel 9. Korter schooljaar in verband met spreiding zomervakanties

In afwijking van artikel 6g1, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, wordt op scholen voor voortgezet onderwijs in de regio waar een schooljaar vanwege de spreiding van de zomervakanties op grond van deze regeling korter duurt dan in de andere regio’s, in dat schooljaar op ten minste 184 dagen onderwijs verzorgd.

Artikel 10. Voor vakantie te bestemmen examendagen voortgezet onderwijs

Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs kan in bijzondere gevallen en onder voorwaarde dat de centrale examens in het voortgezet onderwijs doorgang vinden op de daarvoor voorgeschreven tijdstippen, dagen die door de minister als examendag zijn aangewezen, voor vakantie bestemmen.

Artikel 11. Caribisch Nederland

Voor de scholen in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba begint en eindigt de grote vakantie op hetzelfde tijdstip als in de regio in het Europese deel van Nederland waar de zomervakantie op grond van artikel 6 het eerst begint en eindigt.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2019 en vervalt met ingang van 1 oktober 2022.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling schoolvakanties 2019–2022.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

TOELICHTING

De momenteel geldende regeling over de vakantiespreiding, de Regeling vaststelling schoolvakanties 2016–2019 (Stcrt. 2015, nr. 35695), heeft betrekking op de schoolvakanties tot en met het schooljaar 2018–2019.

Voor de schoolvakanties van 2020, 2021 en 2022 is het daarom nodig dat er een nieuwe regeling wordt vastgesteld en gepubliceerd. Het is belangrijk voor scholen, ouders en leerlingen dat deze vakantiedata tijdig bekend zijn.

Deze vakantiedata (zowel de centraal vastgestelde data als de adviesdata) zijn tot stand gekomen in overleg met onder andere betrokkenen in het onderwijs, vertegenwoordigd in de PO-Raad en de VO-raad, Ouders & Onderwijs, de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken en Klimaat, de ANWB en brancheorganisaties voor toerisme.

Sinds de zomer van 2014 duurt de centraal vastgestelde zomervakantie zowel in het primair onderwijs als in het voortgezet onderwijs zes aaneengesloten weken. Omdat de onderwijstijd in het primair onderwijs over acht schooljaren wordt berekend, kunnen scholen voor primair onderwijs besluiten om een meivakantie van meer dan één week in te roosteren. Sinds 2018 wordt hiervoor een adviesdatum gegeven. In het voortgezet onderwijs kunnen naast de centraal vastgestelde zomervakantie (zes weken), kerstvakantie (twee weken) en meivakantie (één week) nog twee vakantieweken (tien vakantiedagen) worden ingepland. Voor de hand liggende periodes daarvoor zijn in de herfst en in het voorjaar. Voor de herfst- en voorjaarsvakantie worden adviesdata gegeven (zie hieronder), maar hier kunnen scholen in overleg met de medezeggenschapsraad van afwijken, bijvoorbeeld in verband met carnaval of om de meivakantie met een week uit te breiden. Om scholen voor basis- en voortgezet onderwijs meer houvast te geven over eventuele planning van een tweede week meivakantie, mede om ouders met kinderen in zowel primair als voortgezet onderwijs niet onverwacht te confronteren met een periode van drie weken waarop één of meerdere kinderen vakantie hebben, wordt vanaf de meivakantie 2018 ook voor deze facultatieve tweede meivakantieweek een adviesdatum gegeven.1 Besluitvorming op schoolniveau over de indeling van de onderwijstijd en de regeling van de vakanties moet voldoen aan hetgeen hierover bepaald is in de Wet medezeggenschap op scholen.

Het aantal dagen waarop geen onderwijs verzorgd behoeft te worden, is in het voortgezet onderwijs aan een maximum gebonden. Voor het voortgezet onderwijs geldt, naast de weekenden, een maximum van 55 vakantiedagen (zes weken zomervakantie, twee weken kerstvakantie, één week meivakantie en tien overige vakantiedagen), twaalf roostervrije dagen en vier feestdagen die buiten de centraal vastgestelde vakanties vallen. Bij deze feestdagen gaat het altijd om tweede paasdag, Hemelvaartsdag en tweede pinksterdag. Afhankelijk van de precieze data van de meivakantie is de vierde feestdag buiten de centraal vastgestelde vakanties Koningsdag dan wel Bevrijdingsdag.

Verder kunnen scholen in voorkomende gevallen afwijken van het aantal onderwijsdagen, bedoeld in artikel 6g1, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs. Wanneer in een regio de zomervakantie in schooljaar Y een week eerder begint dan in het daaraan voorafgegane schooljaar X, dan is als gevolg daarvan schooljaar Y een week korter. In het voortgezet onderwijs hoeven in die regio in schooljaar Y daarom niet 189 onderwijsdagen te worden gerealiseerd, maar ten minste 184.

Verzoeken tot afwijking

Verzoeken tot afwijking van de vastgestelde periode van kerstvakantie, meivakantie en zomervakantie worden alleen gehonoreerd als het gaat om bijzondere omstandigheden. Een voorbeeld van een bijzondere omstandigheid is de Nijmeegse Vierdaagse. In Nijmegen en omgeving is het wenselijk dat de zomervakantie samenvalt met de Vierdaagseweek. Dit is niet altijd het geval. Op verzoek van de gemeente Nijmegen en andere gemeenten die op de route van de Vierdaagse liggen, wordt de zomervakantie dan verschoven.

De regio-indeling

De regio-indeling is ongewijzigd ten opzichte van de Regeling vaststelling schoolvakanties 2016–2019.

Caribisch Nederland

Voor Caribisch Nederland dient de grote vakantie te worden vastgesteld. Het betreft hier enkel de vaststelling van de grote vakantie, omdat de overige vakanties door de openbare lichamen in overleg met de schoolbesturen zullen worden vastgesteld. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de wens van Caribisch Nederland om voor de overige vakanties aan te sluiten bij de Caribische regio.

Overige vakanties

Om een volledig overzicht te hebben van alle vakantieperioden in een bepaalde regio worden hieronder ook de adviesdata voor de overige vakanties gepubliceerd. Deze data zullen ook worden gepubliceerd op www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/schoolvakanties/.

Regio-indeling en adviesdata voor de herfst- en voorjaarsvakanties en voor de facultatieve tweede week meivakantie in de periode 2019–2022

Voor de herfst- en voorjaarsvakantie en voor de facultatieve tweede week meivakantie geeft het ministerie van Onderwijs. Cultuur en Wetenschap slechts adviesdata. Scholen mogen hier dus van afwijken. Het ministerie adviseert om bij de school na te gaan op welke dagen deze gesloten is in verband met vakantie.

Schooljaar 2019–2020

Vakantie

Regio

Data

Herfst

Zuid

Noord/Midden

12 oktober tot en met 20 oktober 2019

19 oktober tot en met 27 oktober 2019

Voorjaar

Noord

Zuid/Midden

15 februari tot en met 23 februari 2020

22 februari tot en met 1 maart 2020

Adviesweek facultatieve tweede week meivakantie

alle

2 mei tot en met 10 mei 2020

Schooljaar 2020–2021

Vakantie

Regio

Data

Herfst

Noord

Midden/Zuid

10 oktober tot en met 18 oktober 2020

17 oktober tot en met 25 oktober 2020

Voorjaar

Zuid

Midden/Noord

13 februari tot en met 21 februari 2021

20 februari tot en met 28 februari 2021

Adviesweek facultatieve tweede week meivakantie

alle

24 april tot en met 3 mei 2021

Schooljaar 2021–2022

Vakantie

Regio

Data

Herfst

Midden/Noord

Zuid

16 oktober tot en met 24 oktober 2021

23 oktober tot en met 31 oktober 2021

Voorjaar

Noord

Zuid/Midden

19 februari tot en met 27 februari 2022

26 februari tot en met 6 maart 2022

Adviesweek facultatieve tweede week meivakantie

alle

23 april tot en met 1 mei 2022

Administratieve lasten

Deze regeling brengt geen administratieve lasten met zich mee voor het bevoegd gezag van de school.

Inwerkingtreding en publicatie

Deze regeling treedt op 1 augustus 2019 in werking. Deze regeling wordt behalve in de Staatscourant ook bekendgemaakt op de internetsite van de Dienst Uitvoering Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (www.duo.nl) en op de site van de Rijksoverheid (www.rijksoverheid.nl).

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Kamerbrief over een impact assessment inzake twee weken meivakantie (Kamerstukken II, 2015–2016, 31 293, nr. 332).