Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken 25 oktober 2017, nr. 17165840, houdende tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ter bescherming van de onbelichte productieteelt van tomaten tegen pepinomozaïekvirus (Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van de onbelichte productieteelt van tomaten tegen pepinomozaïekvirus, 2017)

De Minister van Economische Zaken,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309);

BESLUIT:

Artikel 1

Tijdelijke vrijstelling als bedoeld in artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt verleend voor het gebruik van V10 (5–25 mg/L VX1 en 5–25 mg/L VC1) ter bescherming van de onbelichte productieteelt van tomaten tegen pepinomozaïekvirus.

Artikel 2

De vrijstelling is slechts van toepassing indien de gebruiksvoorschriften in de bijlage bij dit besluit worden nageleefd.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt op 28 februari 2018.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstelling ter bescherming van de onbelichte productieteelt van tomaten tegen pepinomozaïekvirus, 2017.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Economische Zaken, namens deze, R.P. van Brouwershaven directeur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit

Bezwaar

Als u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u binnen zes weken na dagtekening van dit besluit digitaal of schriftelijk een bezwaarschrift indienen.

Een digitaal bezwaarschrift kunt u indienen via ‘mijn.rvo.nl’. Om in te loggen heeft u uw gebruikerscode en wachtwoord nodig, voor de ondertekening een TAN-code. Bij een digitaal bezwaarschrift stuurt u een kopie van dit besluit mee als pdf-bestand of u stuurt een kopie per post na.

Als u schriftelijk bezwaar wilt maken, stuurt u het ondertekende bezwaarschrift naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle. Bij een schriftelijk bezwaar stuurt u een kopie van dit besluit mee met uw bezwaarschrift.

Op mijn.rvo.nl/bezwaar vindt u meer belangrijke informatie over het digitaal en schriftelijk indienen van een bezwaarschrift.

Meer informatie

Heeft u nog vragen over uw bezwaarschrift, kijk dan op de website: mijn.rvo.nl. of bel: 088 042 42 42 (lokaal tarief).

BIJLAGE: WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT V10 (5–25 MG/L VX1 en 5–25 MG/L VC1)

Wettelijk Gebruiksvoorschrift

Toegestaan is uitsluitend het professionele gebruik als microbiologisch middel door middel van een gewasbehandeling in de volgende toepassingsgebieden (volgens Definitielijst toepassingsgebieden versie 2.0, Ctgb juni 2011) onder de vermelde toepassingsvoorwaarden.

Toepassingsgebied

Type toepassing

Te bestrijden organisme

Dosering (middel) per toepassing

Maximale dosering (middel) per toepassing

Maximaal aantal toepassingen per teeltcyclus

Veiligheidstermijn in dagen

Tomaat (bedekte onbelichte productieteelt)

gewasbehandeling door inwrijven, na het planten

Pepinomozaïekvirus

10% (1 L middel per 10 L water)1

0,8 L/ha

1

14

X Noot
1

in combinatie met 15 gram carborundum per 1 L inwrijfvloeistof.

Gewasbehandeling door inwrijven toepassen in 8 L water per ha.

Toepassingsvoorwaarden

Het middel mag uitsluitend worden toegepast in de bedekte onbelichte productieteelt van tomaten.

Toepassing van het middel in de opkweek van tomatenplanten is niet toegestaan.

Planten behandeld met V10 mogen niet verplaatst worden naar andere bedrijven, uitgezonderd voor afvalverwerking.

Beschermende handschoenen dragen.

Aanbevelingen

Algemeen

V10 is een microbiologisch middel op basis van twee milde varianten van pepinomozaïekvirus (VX1 en VC1). Het product bevat 10–50 mg/L virus. Na vaccinatie van tomatenplanten door middel van het mechanisme cross-protectie zijn deze planten beschermd tegen virulente varianten van pepinomozaïekvirus. De inwrijfbehandeling dient toegepast worden door alle planten individueel in te wrijven. De planten moeten vrij zijn van pepinomozaïekvirus op het moment van behandeling.

Aanbevolen dosis en toediening bij het inwrijven van planten:

  • Middel goed schudden in jerrycan voordat verdund wordt.

  • Dosering: 0,8 L V10 op 8 L water.

  • Preparaat toevoegen aan koud water (±8 °C), eventueel water alvast een dag van te voren klaarzetten in koelcel.

  • Norm vloeistofverbruik 8 liter per hectare.

  • Verdeel verdund middel in bakjes van ongeveer een 1 L.

  • Elke medewerker die gaat inwrijven neemt een apart bakje en schoon schuursponsje. Bakje aan riem om middel bevestigen.

  • Per bakje carborundumpoeder toevoegen (per liter 15 gram). Zorg ervoor dat middel niet buiten het bakje klotst.

  • Doop schoon schuursponsje in vloeistof en wrijf hiermee één deelblad per plant mee in.

  • Zodra er geen vloeistof meer uit sponsje komt, sponsje opnieuw dopen (ongeveer na elke 20 planten).

  • Als het bakje leeg is kan het bijgevuld worden met verdund middel en carborundum.

Attentiepunten:

  • Onverdund kunt u het virus gebruiken zoals de houdbaarheidsdatum aangeeft. Eénmaal verdund, binnen 6 uur gebruiken.

  • Enkele dagen na het behandelen zijn er kleine sporen zichtbaar op de planten.

Bevat: 10–50 mg/L virusdeeltjes (milde varianten VX1 en VC1 van pepinomozaïekvirus)

De uiterste gebruiksdatum bij bewaring bij temperaturen van –18° C of lager: 6 maanden na productie. Het middel binnen 3 dagen na ontdooien toepassen. Na ontdooien koel bewaren (4–10° C).

Netto hoeveelheid: 5 L.

Veiligheidszinnen:

R42/43:

Kan overgevoeligheid veroorzaken bij inademing of contact met de huid.

S2:

Buiten bereik van kinderen houden.

S13:

Verwijderd houden van eet- en drinkwaren.

S20/21:

Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

S23:

Spuitnevel niet inademen.

S24:

Aanraking met de huid vermijden.

S37:

Draag geschikte handschoenen.

S42:

Tijdens de ontsmetting/bespuiting een geschikte adembescherming dragen.

SP1:

Zorg ervoor dat u met het product of zijn verpakking geen water verontreinigt.

TOELICHTING

1 Algemeen

Artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en nr. 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309) (hierna: Verordening (EG) nr. 1107/2009) en artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) maken het mogelijk in bijzondere omstandigheden tijdelijke vrijstelling te verlenen van het verbod om een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel binnen Nederland te brengen, op de markt te brengen, voorhanden te hebben of te gebruiken.

Tijdelijke vrijstelling kan worden verleend als een maatregel nodig blijkt voor een gecontroleerd en beperkt gebruik ter beheersing van een noodsituatie die op geen enkele andere redelijke manier te bestrijden is.

2 Adviezen

2.1 Noodsituatie

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft een advies opgesteld waarin de vraag wordt beantwoord of er sprake is van een noodsituatie.

Gevaar

Pepinomozaïekvirus (PepMV) is een zeer besmettelijk virus dat wordt verspreid door mechanische overdracht, met name bij gewashandelingen, via besmet materiaal en afvoerwater. De schade door PepMV in de tomatenteelt betreft productieverlies en kwalitatieve schade. Zonder de beschikbaarheid van goede gewasbeschermingsmaatregelen zullen telers opbrengstschade ondervinden die oploopt tot 20 procent kwaliteitsverlies, waardoor de tomaten niet meer voor de versmarkt afgezet kunnen worden en 10 procent opbrengstverlies.

De schade is in de afgelopen jaren moeilijker beheersbaar geworden doordat de CH2-stam opgekomen is en deze vaak in menginfecties voorkomt. Hierdoor neemt het infectierisico en de schade die geleden wordt door PepMV toe. Zonder gewasbeschermingsmaatregelen is een landbouwtechnisch doelmatige teelt is niet mogelijk.

Alternatieven

De telers proberen door naleving van bedrijfshygiënische maatregelen infectie en verspreiding tegen te gaan. Echter PepMV is een zeer besmettelijk virus dat zeer makkelijk verspreid wordt. Daarom kan met de toepassing van bedrijfshygiënische maatregelen PepMV niet afdoende bestreden worden.

Gezien het voorkomen van met name de CH2-stam hebben de telers vooral een product nodig ter bescherming van de teelt tegen CH2. Er is sinds oktober 2016 een middel op basis van PepMV, CH2 stam, isolaat 1906 beschikbaar. Het Ctgb heeft in het besluit tot toelating opgenomen dat zij het standpunt delen dat de EU stam in Nederland voorkomt en dat voor de stam in PepMV, CH2 stam, isolaat 1906 niet is aangetoond dat deze werkzaam is tegen de EU stam. Telers die overstappen op een ander virusinoculatie systeem lopen ze een groter risico op schade door menginfecties.

Bijzondere omstandigheden

Nederlandse toelating van een middel op basis van PepMV (5–25 mg/L VX1 en 5–25 mg/L VC1) wordt verwacht in 2018.

Conclusie

De NVWA komt tot volgende conclusies:

  • een landbouwtechnisch doelmatige onbelichte productieteelt van tomaten is met het beschikbare pakket aan middelen en maatregelen niet mogelijk;

  • een landbouwtechnisch doelmatige onbelichte productieteelt van tomaat in Nederland wordt bedreigd door onvoldoende bestrijding van het pepinomozaïekvirus;

  • Er is perspectief voor de toelating van een middel op basis van twee zwakke stammen PepMV in de onbelichte productieteelt van tomaten waardoor een kortstondig noodverband gerechtvaardigd is. Voor de gevraagde vrijstellingsperiode is het middel niet beschikbaar.

De tijdelijke vrijstelling van V10 voor het bestrijden van pepinomozaïekvirus in de onbelichte productieteelt van tomaten voldoet aan de criteria voor een noodsituatie.

2.2 Risicobeoordeling

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft een advies opgesteld waarin de vraag wordt beantwoord of er sprake is van aanvaardbare risico’s.

Humane toxiciteit

Voldoet aan de eisen met inachtneming van de volgende risicoreducerende maatregelen:

Beschermende handschoenen dragen.

Volksgezondheid

Voldoet aan de eisen.

Gedrag in het milieu

Voldoet aan de eisen.

Ecotoxiciteit

Voldoet aan de eisen.

Conclusie

Het College constateert dat er na het nemen van risicoreducerende maatregelen geen risico verbonden is aan de vrijstelling.

Advies

Gezien het risico adviseert het College een vrijstelling ex artikel 38 Wgb van het gewasbeschermingsmiddel V10 in de productieteelt van tomaten te verlenen onder vermelding van de volgende risicoreducerende maatregelen:

Beschermende handschoenen dragen.

3 Overwegingen

Een hernieuwde tijdelijke vrijstelling van het gewasbeschermingsmiddel V10 is gewenst, omdat zonder deze vrijstelling de onbelichte productieteelt van tomaten op geen enkele andere redelijke wijze te beschermen is tegen pepinomozaïekvirus. Als telers zouden overstappen op een ander virusinoculatie systeem lopen ze een groter risico op schade door menginfecties. Hierdoor wordt de doelmatige productieteelt van tomaten bedreigd. Belanghebbenden spannen zich in om op korte termijn te beschikken over een regulier toegelaten gewasbeschermingsmiddel.

In het Wettelijk Gebruiksvoorschrift (zie bijlage bij dit besluit) zijn de risico reducerende maatregelen overgenomen die door het Ctgb zijn voorgesteld.

Vrijstelling voor de toepassing van V10 in de onbelichte productieteelt van tomaten werd eerder verleend op:

4 Besluit

De adviezen van de NVWA en het Ctgb overnemend, heb ik in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, besloten om op grond van artikel 38 van de Wgb tijdelijke vrijstelling te verlenen voor het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel V10 ter bescherming van de onbelichte productieteelt van tomaten tegen pepinomozaïekvirus.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt op 28 februari 2018.

De Minister van Economische Zaken, namens deze, R.P. van Brouwershaven directeur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit

Naar boven