Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2017
Nr. 46342

Gepubliceerd op 15 augustus 2017 09:00



Beleidsregel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 augustus 2017, 2017-0000120030, tot wijziging van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving in verband met een wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit inzake versterking van de betrokkenheid van werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening, de preventie in het bedrijf of de inrichting en de randvoorwaarden voor het handelen van de bedrijfsarts

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 14, vijftiende lid, 14a, vierde lid, 33, eerste en tweede lid, en 34 van de Arbeidsomstandighedenwet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, achtste lid, wordt na de derde alinea een alinea ingevoegd, luidende:

Bij overtredingen begaan door bedrijfsartsen en deskundige personen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, worden de in de bijlage, Tarieflijst, onderdeel Arbowet, bij artikel 14, tweede en derde lid, genoemde normbedragen gehanteerd voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete.

B

B. De bijlage wordt als volgt gewijzigd:

1. In de tarieflijst, opschrift, wordt ‘Werknemersboete’ vervangen door: 1. Werknemersboete: * 2. Boete bedrijfsarts: ** 3. Boete bedrijfsarts en deskundige personen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbowet: ***.

2. De tarieflijst, onderdeel Arbowet, wordt als volgt gewijzigd:

a. Na artikel 13, lid 4, wordt een regel ingevoegd, luidende:

13

7

b

3

 

OO

b. Artikel 14 komt te luiden:

14

1

 

3

 

OO

 

2

a

3

 

OO

   

b

3

 

OO

   

c

3

 

OO

   

d

3

 

OO

   

e

3

 

OO

   

f

3

 

OO

   

g

3

**

OO

   

h

3

**

OO

   

i

3

***

OO

   

j

3

***

OO

 

3

eerste zin

1

**/***

OO

   

tweede zin

1

 

OO

 

4

eerste zin

3

 

ODB5a

   

tweede zin

2

 

OO/ODB5b

 

5

 

3

 

OO

c. In artikel 14a, lid 4, wordt in de kolom Categorie normbedrag ‘2’ vervangen door: 3.

3. De tarieflijst, onderdeel Arbobesluit, wordt als volgt gewijzigd:

a. In artikel 1.5ha wordt in de kolom Type overtreding noot ‘5a’ vervangen door noot: 5c.

b. Na artikel 2.14a, lid 1 en 2, worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

2.14d

1

 

3

OO

 

2

 

2

 

OO

 

3

 

2

**

OO

 

4

 

2

**

OO

 

5

 

2

**

OO

2.14e

1

 

3

**

OO

 

2

 

2

**

OO

 

3

 

2

**

OO

 

4

 

2

**

OO

 

5

 

2

**

OO

c. Artikel 4.3, lid 2 t/m 4, komt te luiden:

4.3

2 t/m 5

 

6

OO

d. Artikel 4.16, lid 2 t/m 4, komt te luiden:

4.16

2 t/m 5

 

6

OO

4. Na voetnoot 5 wordt voetnoot 5a vernummerd tot 5c en worden twee voetnoten ingevoegd, luidende:

5a De ODB luidt:

Het ontbreken van een schriftelijk vastgelegde overeenkomst tussen de werkgever en de bedrijfsarts en de deskundige personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbowet.

5b De ODB luidt:

Indien de overeenkomst geen omschrijving bevat van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de advisering bij de begeleiding van zieke werknemers.

ARTIKEL II

  • 1. Artikel I, onderdelen A en B, onder 1, 2, met uitzondering van letter b, regels artikel 14, lid 4, eerste en tweede zin, en 3, treden in werking met ingang van 1 september 2017.

  • 2. Artikel I, onderdeel B, onder 2, letter b, regels artikel 14, lid 4, eerste en tweede zin, en 4, treden in werking met ingang van 1 juli 2018.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 7 augustus 2017

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze: De directeur-generaal Werk, G.J. Buitendijk

TOELICHTING

Algemeen

Dit besluit bevat wijzigingen van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving (de Tarieflijst en bijbehorende voetnoten). Deze worden aangebracht naar aanleiding van enige wijzigingen van de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: Arbowet) en het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit) die per 1 juli 2017 in werking zijn getreden (Stb. 2017, nrs. 22, 248 en 255). De wijzigingen zijn gericht op het versterken van de betrokkenheid van werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening, op het verbeteren van de preventie in een bedrijf of inrichting, en op de randvoorwaarden voor het handelen van de bedrijfsarts over de hele linie en de arbodeskundigen op onderdelen. In de tarieflijst van de Beleidsregel zijn met het oog daarop enkele nieuwe overtredingen opgenomen en zijn bij enkele andere overtredingen het type overtreding en de boetecategorie aangepast.

De wijzigingen in de Arbowet betreffen de introductie en aanscherping van een aantal op preventie gerichte structuurelementen betreffende de arbozorg. Zo geeft de Arbowet nu duidelijker aan dat de werkgever moet beschikken over een basiscontract voor deskundige bijstand. Hierin moet de deskundige ondersteuning worden geregeld voor het uitvoeren van een aantal verplichte taken zoals de advisering over de verzuimbegeleiding en de mogelijkheid voor de werknemer om een bedrijfsarts te consulteren in verband met vragen over de eigen gezondheid in relatie tot het verrichten van arbeid. Ook stelt de wet nu eisen aan de kwaliteit waarmee de arboprofessional zijn taken tenminste moet uitvoeren. De aan de wijziging van de Arbowet gekoppelde wijzigingen in het Arbobesluit richten zich op het bevorderen van het professioneel handelen door bedrijfsartsen. Het betreft met name de toepassing van de klachtenprocedure en de second opinion. De verplichting voor de bedrijfsarts om te beschikken over een klachtenprocedure is in lijn met de verplichting van artsen in de reguliere zorg en beoogt de kwaliteit van de dienstverlening te bevorderen en de professionaliteit te vergroten. Werknemers kunnen nu zelf, via het private systeem, bezwaar maken ten aanzien van hun behandeling en de advisering door de bedrijfsarts. Elke bedrijfsarts en arbodienst dient immers over een klachtenprocedure te beschikken.

Nieuw is verder dat voortaan ook aan de bedrijfsarts en gecertificeerde arbodeskundige bestuurlijke boetes kunnen worden opgelegd. De eerste stap in de handhaving betreft als regel een waarschuwing of een eis tot naleving. Indien de situatie niet verbetert, wordt een boete opgelegd.

Naast handhaving door de Inspectie SZW kan verder ook gedacht worden aan informatie-uitwisseling en samenwerking met bijvoorbeeld de Nederlandse Vereniging van Arbeids- en Bedrijfsgeneeskundigen om de kwaliteit c.q. de professionaliteit van het handelen van de bedrijfsarts en de arbodeskundige te bevorderen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdelen A en B, punt 1

Met deze wijziging van de beleidsregel worden ook voor bedrijfsartsen en deskundige personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbowet bestuurlijke boetes geïntroduceerd bij niet-nakoming van enige in artikel 14, tweede en derde lid, van de Arbowet voor deze groepen opgenomen verplichtingen. Alsdan gelden de boetenormbedragen, genoemd in de bijlage, Tarieflijst, onderdeel Arbowet, artikel 14, tweede lid, onderdelen g, h, i en j, en derde lid, eerste zin.

Artikel I, onderdeel B, punt 2 en 4

Artikel 13, zevende lid, onderdeel b

De werkgever dient zich bij de naleving van zijn verplichtingen op grond van de Arbowet te laten bijstaan door één of meer deskundige werknemers (preventiemedewerkers). In bedrijven met minder dan 25 werknemers kan de rol van preventiemedewerkers door de werkgever zelf worden uitgevoerd. De preventiemedewerker wordt ingeschakeld bij de in artikel 13, zevende lid, genoemde taken: de risico-inventarisatie en evaluatie, de advisering en de samenwerking en het meewerken aan de uitvoering van arbeidsbeschermende maatregelen. De preventiemedewerker verleent bijstand door te adviseren aan onderscheidenlijk nauw samen te werken met de deskundige personen, de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging inzake de genomen en de te nemen maatregelen gericht op een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid. Dit houdt onder meer in dat de preventiemedewerker ten minste een keer per jaar de stand van zaken op het terrein van gezond en veilig werken in het bedrijf bespreekt met het medezeggenschapsorgaan, de werkgever en de arbodienst of de bedrijfsarts. Hij vervult daardoor een belangrijke rol bij de preventie in het bedrijf. Het niet naleven van deze verplichtingen door de preventiemedewerkers leidt eerst tot een waarschuwing of eis tot naleving. Indien de situatie niet verbetert, wordt een boete aan de werkgever opgelegd van categorie 3.

Artikel 14, eerste lid, onderdeel c

Werknemers moeten de gelegenheid hebben de bedrijfsarts te consulteren over vragen ten aanzien van de eigen gezondheid in relatie tot het werk zonder dat er (al) sprake is van verzuim. De consultatie van de bedrijfsarts door de werknemer moet, in afstemming met de werkgever, in elk geval zodanig zijn ingericht dat er een adequate toegang is tot de bedrijfsarts en arbodienst. Dat houdt tenminste in dat deze faciliteit kenbaar is voor iedere werknemer, er zonder toestemming van de werkgever gebruik van kan worden gemaakt, er geen onnodige drempels zijn wat betreft plaats en tijdstip van het consult en dat de werkgever niet geïnformeerd wordt over het consult en over de aanleiding tot de uitkomsten van consulten op tot personen herleidbaar niveau. De bedrijfsarts neemt bij dit alles uiteraard ook het medisch beroepsgeheim in acht.

Bij het niet naleven van de bepaling door de werkgever wordt eerst een waarschuwing gegeven of een eis tot naleving gesteld. Indien de situatie niet verbetert, volgt een boete van categorie 3.

Artikel 14, tweede lid, onderdeel e t/m j

In artikel 14 van de Arbowet zijn nu specifieke rechten en verplichtingen opgenomen die als kwaliteitseis bijdragen aan de goede beroepsuitoefening van de bedrijfsarts. Het betreft:

  • e. Een doeltreffende toegang tot de bedrijfsarts;

  • f. De verplichting van de werkgever om de bedrijfsarts in de gelegenheid te stellen iedere werkplek te bezoeken;

  • g. De verplichting van de bedrijfsarts om een verzoek van een werknemer om een andere bedrijfsarts te raadplegen over een door de bedrijfsarts gegeven advies te honoreren, tenzij zwaarwegende argumenten zich hiertegen verzetten;

  • h. De verplichting van de bedrijfsarts over een adequate klachtenprocedure te beschikken;

  • i. De bedrijfsarts (en de andere gecertificeerde arbodeskundigen) werkt nauw samen met, adviseert en verleent medewerking aan de in artikel 13, eerste lid, genoemde deskundige personen, de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging inzake te nemen, genomen of uit te voeren maatregelen gericht op een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid;

  • j. De bedrijfsarts adviseert over preventieve maatregelen betreffende het algemene arbeidsomstandighedenbeleid, bedoeld in artikel 3 van de Arbowet.

De verplichtingen e en f betreffen de werkgever. De verplichtingen genoemd in de onderdelen g en h betreffen de bedrijfsarts. De onderdelen i en j betreffen zowel de bedrijfsarts als de deskundige personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbowet. Bij constatering van een overtreding zal de Inspectie SZW primair een waarschuwing geven of eis tot naleving stellen. Indien de situatie niet verbetert, zal de Inspectie SZW een boete opleggen van categorie 3.

Artikel 14, derde lid

Dit artikel bestaat uit twee onderdelen. De wettelijke verplichting uit de eerste zin betreft de opdracht aan de bedrijfsarts of gecertificeerd deskundige om een afschrift van een advies over (de toetsing van de) risico-inventarisatie en evaluatie te zenden aan de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Het niet naleven hiervan leidt primair tot een waarschuwing voor de bedrijfsarts of gecertificeerd deskundige. Indien de situatie niet verbetert, wordt een bestuurlijke boete gegeven van categorie 1.

De wettelijke verplichting uit de tweede zin betreft de opdracht aan de werkgever om bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging (bij ondernemingen met ten hoogste 25 werknemers) zo spoedig mogelijk een afschrift aan de belanghebbende werknemers te zenden. Het niet naleven hiervan leidt tot primair een waarschuwing voor de werkgever. Indien de situatie niet verbetert wordt een boete gegeven van categorie 1.

Artikel 14, vierde lid, en voetnoten

In de Arbowet worden minimumeisen gesteld aan de schriftelijke overeenkomst tussen arbodienstverlener en werkgever: het basiscontract. De taken zoals genoemd in artikelen 9, derde lid, 14 en 14a dienen hierin te worden vastgelegd. Deze overeenkomst heeft dus betrekking op de taken waarbij de werkgever zich moet laten ondersteunen door een arbodienstverlener of arbodienst, zoals bij het toetsen van de risico-inventarisatie en evaluatie, bij de begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid te verrichten, bij het aanbieden van (periodiek) arbeidsgezondheidskundig onderzoek, indien van toepassing bij het verrichten van wettelijk verplichte aanstellingskeuringen, en (nieuw) bij het bieden van een doeltreffende toegang tot de bedrijfsarts in het geval dat de werknemer vragen heeft over zijn gezondheid in relatie tot het verrichten van de arbeid. De overeenkomst bevordert verder de mogelijkheid voor de Inspectie SZW tot toezicht en handhaving.

De werkgever die niet beschikt over een door hem ondertekende overeenkomst met een bedrijfsarts of arbodienst wordt bij constatering direct beboet met categorie 3 (artikel 14, vierde lid, eerste zin). Omdat het ontbreken van een contract ertoe kan leiden dat een werknemer belangrijke arbeidsgeneeskundige zorg wordt onthouden waardoor zijn gezondheid en duurzame inzetbaarheid gevaar loopt, is een directe boete van categorie 3 passend.

Indien de Inspectie SZW constateert dat (alleen) één of meer taken in de overeenkomst ontbreken (artikel 14, vierde lid, tweede zin), geeft de Inspectie SZW eerst een waarschuwing of wordt een eis tot naleving gesteld. Als de werkgever de overeenkomst niet aanpast volgt een boete van categorie 2. Hiervan is uitgezonderd het niet regelen van de advisering van de werkgever voor zijn begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid te verrichten. Indien deze taak in de overeenkomst ontbreekt volgt wel een directe boete van categorie 2.

Bij inwerkingtreding van de wijzigingen van de Arbowet en het Arbobesluit kunnen bestaande contracten van werkgevers met arbodienstverleners onvolledig zijn wat betreft de nieuwe wettelijke verplichtingen. Voor de aanpassing van de lopende contracten geldt daarom een overgangstermijn van één jaar. Nieuwe contracten dienen vanaf 1 juli 2017 wel direct aan alle wettelijke verplichtingen te voldoen. Zie artikel II.

Artikel 14, vijfde lid

De bedrijfsarts moet op professionele wijze zijn werk uitvoeren. In de overeenkomst moet zeker gesteld worden dat bedrijfsartsen hun professie op volwaardige wijze kunnen uitoefenen. Aldus wordt schriftelijk vastgelegd hoe de werkwijze is bij de verplichtingen genoemd in artikel 9 van de Arbowet, derde lid (betreffende het melden van beroepsziekten), en artikel 14, onderdelen f tot en met j van de Arbowet. Bij het ontbreken van één of meer onderdelen wordt aan de werkgever eerst een waarschuwing gegeven of een eis tot naleving gesteld. Indien de situatie niet verbetert, volgt een boete van categorie 3.

Artikel 14a, vierde lid

Werknemers van een arbodienst werken nauw samen met, adviseren en verlenen medewerking aan de in artikel 13, eerste lid, van de Arbowet deskundige werknemers, de ondernemingsraad en personeelsvertegenwoordiging. Het niet naleven van deze verplichting wordt als een overtreding aangemerkt. Hiervoor wordt door de Inspectie SZW in eerste instantie een waarschuwing gegeven aan of eis tot naleving gesteld voor de werkgever (de arbodienst is hier werkgever). Indien de situatie niet verbetert, volgt een boete van categorie 3.

Artikel I, onderdeel B, punt 3, onder a

Deze wijziging van artikel 1.5ha is louter van redactionele aard.

Artikel I, onderdeel B, punt 3, onder b

Artikel 2.14d, eerste lid

De werkgever ziet erop toe dat de bedrijfsarts de werknemer in staat stelt te vragen om raadpleging van een andere bedrijfsarts indien de werknemer twijfelt aan de juistheid van het advies van de eerste bedrijfsarts. De second opinion vindt plaats op verzoek van de werknemer. Een second opinion gaat over een advies dat betrekking heeft op de taken bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, of c, onder 1° of 3°, van de Arbowet. Het gaat hier om adviezen van de bedrijfsarts in het kader van de verzuimbegeleiding, een uitgevoerd arbeidsgezondheidskundig onderzoek of de consultatie met betrekking tot gezondheidskundige vraagstukken in relatie tot de arbeid. De second opinion heeft betrekking op het gehele advies dat de eerste bedrijfsarts heeft gegeven en niet alleen op de uitvoering en de uitkomst van onderzoeken. Het is mogelijk dat een werknemer twijfelt aan het advies van de eerste bedrijfsarts juist vanwege de onderzoeken die eraan ten grondslag liggen. Indien de werkgever de second opinion niet ter beschikking stelt, krijgt hij bij constatering hiervan door de Inspectie SZW primair een waarschuwing. Indien de werkgever volhardt in het niet nakomen van deze verplichting, wordt een boete opgelegd van categorie 3.

Artikel 2.14d, tweede lid

De werkgever ziet erop toe dat de bedrijfsarts de second opinion laat uitvoeren door een bedrijfsarts die niet werkzaam is binnen de arbodienst of het bedrijf of de inrichting waarin de bedrijfsarts werkzaam is, die het eerste advies heeft gegeven. Hiervoor is gekozen om de onafhankelijkheid van de tweede bedrijfsarts te vergroten. In de overeenkomst met de bedrijfsarts, bedoeld in artikel 14, vierde en vijfde lid, van de Arbowet, wordt vastgelegd welke bedrijfsarts(en) de second opinion mogen uitvoeren. Het is aan de werkgever en de bedrijfsarts of arbodienst te bepalen op welke wijze de (voor)selectie wordt gemaakt voor de in de overeenkomst op te nemen bedrijfsarts(en) die de second opinion uitvoeren. Daarbij geldt dat de ondernemingsraad en personeelsvertegenwoordiging op grond van artikel 27, eerste lid, onder d, juncto artikel 35c, derde lid, van de Wet op de ondernemingsraden instemmingsrecht hebben bij de inhoud van de overeenkomst. Het is mogelijk dat in de overeenkomst aangaande de second opinion meerdere bedrijfsartsen zijn opgenomen.

Indien de werkgever de second opinion niet conform artikel 14, tweede lid, van de Arbowet ter beschikking stelt, krijgt hij bij constatering hiervan door de Inspectie SZW een waarschuwing. Indien de werkgever daarna geen afdoende aanpassing doet, wordt een boete opgelegd van categorie 2. Het is denkbaar dat de vertegenwoordigende organisaties in de branche collectieve initiatieven ondernemen voor het uitvoeren van de second opinion waar werkgevers en bedrijfsartsen gebruik van kunnen maken.

Artikel 2.14d, derde lid

De bedrijfsarts honoreert het verzoek van de werknemer voor een second opinion en schakelt een andere bedrijfsarts in voor het uitvoeren van een second opinion, tenzij er zwaarwegende argumenten zijn tegen honorering van het verzoek. Van een zwaarwegende argument dat zich tegen raadpleging van een andere bedrijfsarts verzet kan bijvoorbeeld sprake zijn indien er oneigenlijk of herhaaldelijk onnodig gebruik dreigt te worden gemaakt van de second opinion. Voorkomen dient te worden dat een werknemer een advies bij een groot aantal verschillende bedrijfsartsen laat toetsen. Ook binnen de reguliere gezondheidszorg geldt dat een verzoek om een second opinion geweigerd kan worden indien dergelijke zwaarwegende argumenten zich daartegen verzetten. De bedrijfsarts dient eventuele zwaarwegende argumenten gemotiveerd kenbaar te maken aan de werknemer. Dit zal vanuit bewijstechnisch oogpunt in praktijk veelal schriftelijk plaatsvinden. Indien in de overeenkomst die de werkgever met de bedrijfsarts of arbodienst heeft afgesloten meerdere bedrijfsartsen of arbodiensten zijn opgenomen dan maakt de werknemer hieruit een keuze. In dat geval informeert de bedrijfsarts de werknemer op grond van de overeenkomst, bedoeld in artikel 14, vierde en vijfde lid, van de Arbowet over de bedrijfsarts(en) die geconsulteerd kunnen worden voor de second opinion. De bedrijfsarts kan de werknemer adviseren bij de keuze van de te raadplegen andere bedrijfsarts. Indien de bedrijfsarts niet doorverwijst en zijn argumenten ook niet motiveert, is hij in overtreding. De werknemer kan dan bijvoorbeeld gebruik maken van de klachtenprocedure waarover de bedrijfsarts dient te beschikken, of een melding ter zake doen bij de Inspectie SZW. De Inspectie SZW zal de betreffende bedrijfsarts in geval van overtreding van dit artikel primair een waarschuwing geven. Indien de situatie niet verbetert, legt de Inspectie SZW een boete op van categorie 2.

Artikel 2.14d, vierde lid

De bedrijfsarts die het eerste advies heeft gegeven, moet alle voor de second opinion relevante beschikbare informatie aangaande de werknemer verstrekken aan de te raadplegen andere bedrijfsarts. Voorwaarde voor het verstrekken van deze informatie is wel dat de werknemer zijn uitdrukkelijke toestemming heeft verleend. Onder relevante beschikbare informatie aangaande de werknemer wordt naast informatie over de werkzaamheden van de werknemer met name medische informatie verstaan, zoals het door de eerste bedrijfsarts gegeven advies. De toestemming van de werkgever voor verstrekking van deze informatie wordt verondersteld aangezien in de overeenkomst met de eerste bedrijfsarts, bedoeld in artikel 14, vierde en vijfde lid, van de Arbowet, is vastgelegd welke bedrijfsarts(en) de second opinion mogen uitvoeren. De overgedragen informatie is voor de te raadplegen andere bedrijfsarts de basis voor het geven van zijn advies. Het advies van de te raadplegen bedrijfsarts vormt een op zichzelf staand advies, geen reactie op het advies van de eerste bedrijfsarts. Eventuele voor de second opinion noodzakelijke informatie die ontbreekt, kan door de te raadplegen bedrijfsarts worden vergaard. De precieze inspanning die de te raadplegen bedrijfsarts dient te leveren om te komen tot een nieuw advies is afhankelijk van de aan hem of haar voorgelegde situatie. Verder is van belang dat indien de werknemer geen uitdrukkelijke toestemming geeft voor het verstrekken van de hem betreffende informatie, de andere bedrijfsarts zal moeten bezien of, en zo ja in hoeverre, een second opinion wel mogelijk is. Indien de bedrijfsarts die het eerste advies heeft gegeven alle relevante informatie aangaande de omstandigheden in het bedrijf of de inrichting niet beschikbaar stelt aan de andere bedrijfsarts, is de eerste bedrijfsarts in overtreding. De werknemer kan hier bezwaar tegen maken, bijvoorbeeld door een klacht in te dienen volgens de klachtenprocedure of door zich te richten tot de Inspectie SZW. Indien de Inspectie SZW een overtreding constateert, dan krijgt de bedrijfsarts in eerste instantie een waarschuwing. Indien de situatie niet verbetert, wordt een boete opgelegd van categorie 2.

Artikel 2.14d, vijfde lid

De second opinion resulteert in een nieuw advies van de geraadpleegde andere bedrijfsarts. De geraadpleegde andere bedrijfsarts bespreekt zijn advies met de werknemer. De werknemer bepaalt vervolgens of het advies aan de eerste bedrijfsarts ter beschikking zal worden gesteld. De geraadpleegde andere bedrijfsarts gaat daarbij na of de werknemer de uitkomsten van de second opinion heeft begrepen en geeft hem enige tijd om een beslissing te nemen. Wanneer de werknemer uitdrukkelijk toestemming geeft voor het ter beschikking stellen van het advies van de geraadpleegde andere bedrijfsarts aan de eerste bedrijfsarts, dan neemt de eerste bedrijfsarts binnen een redelijke termijn kennis van dat advies en maakt hij binnen een redelijke termijn aan de werknemer gemotiveerd kenbaar of hij dat advies niet, gedeeltelijk, dan wel geheel overneemt. Indien de eerste bedrijfsarts dit niet of niet gemotiveerd aan de werknemer kenbaar maakt of hij het advies niet, gedeeltelijk dan wel geheel overneemt, dan kan de werknemer daar bezwaar tegen maken. Bijvoorbeeld door een klacht in te dienen volgens de klachtenprocedure of door zich te richten tot de Inspectie SZW. Indien de Inspectie SZW een overtreding constateert, dan krijgt de bedrijfsarts in eerste instantie een waarschuwing. Indien de situatie niet verbetert, wordt een boete opgelegd van categorie 2.

Artikel 2.14e, eerste lid

Op grond van het eerste lid van artikel 2.14e geldt dat iedere bedrijfsarts verplicht is over een klachtenprocedure te beschikken waarmee werknemer de gelegenheid wordt geboden een klacht over het functioneren van de bedrijfsarts in te dienen. De mogelijkheid tot het indienen van een klacht is uitsluitend voorbehouden aan de werknemer en geldt niet voor de werkgever. De reden hiervoor is gelegen in de contractuele relatie tussen werkgever en arbodienst of bedrijfsarts, die de werkgever al voldoende middelen biedt om eventuele grieven jegens de bedrijfsarts kenbaar te maken. De Inspectie SZW zal de betreffende bedrijfsarts in geval van overtreding van dit lid primair een waarschuwing geven. Indien de situatie niet verbetert, volgt een boete van categorie 3.

Artikel 2.14e, tweede lid

Het tweede lid bepaalt dat de klachtenprocedure kenbaar moet zijn voor de werknemer en in ieder geval een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop het ontvangen, onderzoeken en beoordelen van een klacht verloopt, de wijze waarop een beslissing over een klacht wordt genomen en de wijze waarop wordt verzekerd dat eventuele naar aanleiding van de beslissing over de klacht genomen maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd. De Inspectie SZW zal de betreffende bedrijfsarts in geval van overtreding van dit lid primair een waarschuwing geven. Indien de situatie niet verbetert, volgt een boete van categorie 2.

Artikel 2.14e, derde lid

De klacht dient op een zorgvuldige wijze te worden onderzocht. Daartoe behoort

in ieder geval dat zowel de klager als de bedrijfsarts op wie de klacht betrekking heeft, gehoord worden. De Inspectie SZW zal de betreffende bedrijfsarts in geval van overtreding van dit lid primair een waarschuwing geven. Indien de situatie niet verbetert, volgt een boete van categorie 2.

Artikel 2.14e, vierde lid

De indiener van de klacht wordt geïnformeerd over de ontvangst van de klacht en de voortgang van de klachtbehandeling. Tevens wordt de indiener met redenen omkleed medegedeeld tot welk oordeel het onderzoek van de klacht heeft geleid en welke beslissing is genomen. Indien van toepassing, wordt de indiener van de klacht medegedeeld binnen welke termijn de maatregelen waartoe besloten is, worden gerealiseerd. De Inspectie SZW zal de betreffende bedrijfsarts in geval van overtreding van dit lid primair een waarschuwing geven. Indien de situatie niet verbetert, volgt een boete van categorie 2.

Artikel 2.14e, vijfde lid

Het ontvangen van de klacht, het onderzoek naar de klacht, de beoordeling van de klacht en de naar aanleiding daarvan genomen beslissing, worden door niet bij de klacht betrokken personen genomen en uitgevoerd. De behandelend bedrijfsarts over wiens handelen of oordeel een klacht is ingediend, is dus niet betrokken bij de besluitvorming en afhandeling. De op grond van dit lid verplichte klachtenprocedure laat onverlet dat werknemers zich ook rechtstreeks kunnen wenden tot een medisch tuchtcollege of eventueel een schadevergoeding kunnen eisen middels een civiele procedure.

Indien de bedrijfsarts niet handelt conform het bepaalde in artikel 2.14e is hij in overtreding. Indien de Inspectie SZW een overtreding constateert krijgt de bedrijfsarts een waarschuwing. Indien de situatie niet verbetert zal voor niet naleving van het bepaalde in het eerste tot en met vijfde lid een boete worden opgelegd van categorie 2.

Artikel I, onderdeel B, punt 3, onder c en d

Als gevolg van een uitbreiding van de artikelen 4.3 en 4.16 van het Arbobesluit met een vijfde lid (regels voor een plan van aanpak bij overschrijding van grenswaarden) dienden de daarop betrekking hebbende boeteregels redactioneel te worden aangepast (Stb. 2017, nr. 248).

Artikel II

In zijn algemeenheid treedt het onderhavige besluit in werking met ingang van 1 september 2017. Voor aanpassing van de oude contracten geldt een overgangstermijn van één jaar (zie het tweede lid van artikel II). Nieuwe contracten (vanaf 1 juli 2017) dienen wel direct aan alle wettelijke verplichtingen te voldoen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze: De directeur-generaal Werk, G.J. Buitendijk


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl