Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2017
Nr. 30584

Gepubliceerd op 8 juni 2017 09:00
Toon volledige inhoudsopgave



Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 7 juni 2017, nr. IENM/BSK-2071/134147, tot wijziging van bijlage 10 van de Activiteitenregeling milieubeheer en artikel 7 van de Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie (invoering tweede lichting en correctie eerste lichting erkende maatregellijsten energiebesparing)

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 1.7, eerste lid, onderdeel a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, de artikelen 8, vierde, vijfde, en zesde lid, en 14, vijfde en zesde lid, van richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315) en de artikelen 21.6, zesde lid, jo.8.40, eerste lid, van de Wet milieubeheer;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Bijlage 10 bij de Activiteitenregeling milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift komt te luiden:

Bijlage 10. Erkende maatregellijsten energiebesparing

B

De paragraaf Overzicht erkende maatregelen energiebesparing per bedrijfstak wordt als volgt gewijzigd:

1. De eerste alinea wordt als volgt gewijzigd:

a. In de tweede zin wordt ‘welke lijst met erkende maatregelen toepasbaar is’ vervangen door: welke erkende maatregelen toepasbaar zijn.

b. In de derde zin wordt na ‘onduidelijk’ ingevoegd: is.

2. De tweede alinea wordt als volgt gewijzigd:

a. In de tweede zin wordt ‘een zevental’ vervangen door: twaalf.

b. De numerieke opsomming komt te luiden:

  • 1. metalelektro en mkb-metaal;

  • 2. autoschadeherstelbedrijven;

  • 3. gezondheidszorg- en welzijnszorginstellingen;

  • 4. kantoren;

  • 5. onderwijsinstellingen;

  • 6. commerciële datacenters;

  • 7. rubber- en kunststofindustrie;

  • 8. levensmiddelenindustrie;

  • 9. agrarische sector;

  • 10. mobiliteitsbranche;

  • 11. sport en recreatie;

  • 12. hotels en restaurants.

3. De derde alinea wordt als volgt gewijzigd:

a. In de tweede zin wordt ‘zijn geen geschikte (bestaande) activiteiten in het Activiteitenbesluit genoemd’ vervangen door: is geen koppeling met activiteiten in het Activiteitenbesluit mogelijk.

b. de opsomming in de laatste zin komt te luiden:

  • gebouwschil (zoals spouwmuurisolatie);

  • ruimteventilatie;

  • ruimteverwarming;

  • ruimte- en buitenverlichting;

  • warm tapwatervoorziening, niet zijnde stookinstallatie;

  • persluchtinstallatie;

  • stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie

  • liftinstallatie;

  • roltrapsysteem;

  • informatie- en communicatietechnologie;

  • serverruimten;

  • zwembadbassin;

  • faciliteiten;

  • processen (zoals gieten of harden).

C

In de paragraaf Maatregelen per bedrijfstak wordt in de laatste zin ‘een handreiking’ vervangen door: de Handreiking erkende maatregelen (www.infomil.nl/energie).

D

De paragraaf 1. Metalelektro en mkb-metaal wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef komt te luiden:

Bedrijven waar metalen in primaire vorm en/of metaalproducten inclusief machines en apparaten (ook elektrische en elektronische) worden vervaardigd. Denk aan giet-, wals-, smelt- of smeedprocessen, evenals (spaanloze, verspanende en thermische) mechanische bewerking en/of eindbewerking van metalen. Oppervlaktebehandeling (via procesbaden, stralen of coaten) en het verbinden van metalen of legeringen (zoals lassen en solderen) zijn ook kenmerkend. Het gaat ook bedrijven waar reparatie en installatie van machines en apparaten plaatsvindt. Ter indicatie een aantal SBI-codes dat voor de indeling van deze bedrijven veelal worden gebruikt: 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 32 en 33.

In deze bedrijfstak zijn erkende maatregelen aangemerkt voor de in tabel 1 genoemde activiteiten en typen maatregelen.

2. Het onderdeel maatregelen wordt als volgt gewijzigd:

a. Tabel 5.1 komt te luiden:

Tabel 1. Erkende maatregelen voor energiebesparing in de metalelektro en mkb-metaal

Type maatregel

Nummers

Gebouwschil

1

Ruimteverwarming

5 – 8

Ruimte- en buitenverlichting

10 – 17

Faciliteiten

18

Persluchtinstallatie

20 – 22

Processen

19

Liftinstallatie

33

Serverruimten

34 – 40

Informatie- en communicatietechnologie

41, 42

Activiteit

 

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

2 – 4, 9

In werking hebben van een koelinstallatie

23

Reinigen, lijmen of coaten van metalen

24, 25, 32

Aanbrengen anorganische deklagen op metalen

26 – 29

Beitsen of etsen van metalen

Elektrolytisch of stroomloos aanbrengen van metaallagen op metalen

Aanbrengen van conversielagen op metalen

Thermisch aanbrengen van metaallagen op metalen

Drogen van metalen

30, 31

b. In de tabellen met Nummer maatregel 20, Nummer maatregel 21 en Nummer maatregel 22 wordt in de eerste rij ‘Faciliteiten’ vervangen door: Persluchtinstallatie.

c. In de tabel met Nummer maatregel 24 komt de rij beginnend met ‘Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek’ te luiden:

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Bewegingsmelder of loadcell ontbreekt.

d. Na de tabel met Nummer maatregel 32 worden tien tabellen toegevoegd, zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regeling.

E

De paragraaf Autoschadeherstelbedrijven wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift en de aanhef komen te luiden:

2. Autoschadeherstelbedrijven

Bedrijven waar overwegend onderdelen van motorvoertuigen (inclusief carrosserieherstel), motorfietsen, caravans/campers en aanhangwagens worden hersteld. Denk aan (spaanloze, verspanende en thermische) mechanische bewerking en/of eindbewerking van metalen. Oppervlaktebehandeling via coatprocessen en het verbinden van metalen of legeringen (zoals lassen en solderen) zijn ook kenmerkend. Ter indicatie hierbij een aantal SBI-codes dat voor de indeling van deze bedrijven veelal wordt gebruikt: 45204, 45112, 45191, 45192, 45203, 45205.

Voor de mobiliteitsbranche (waarvoor veelal de SBI codes 45.11, 45.19, 45.20.2, 45.3, 45.4 en 77 worden gebruikt) geldt een eigen erkende maatregellijst. Wanneer binnen de mobiliteitsbranche sprake is van een herstelwerkplaats, dan geldt daarvoor echter de lijst voor de autoschadeherstelsector.

In deze bedrijfstak zijn erkende maatregelen aangemerkt voor de in tabel 2 genoemde activiteiten en typen maatregelen.

2. Tabel 5.2 wordt als volgt gewijzigd:

a. De titel komt te luiden:

Tabel 2. Erkende maatregelen voor energiebesparing bij de autoschadeherstelbedrijven

b. In de rij beginnende met ‘Ruimte- en buitenverlichting’ wordt ‘10–17 vervangen door: 10–18.

c. Na de rij beginnende met ‘Ruimte- en buitenverlichting’ wordt een rij ingevoegd, luidende:

Persluchtinstallatie

20 – 22

d. De rij beginnend met ‘Faciliteiten’ komt te luiden:

Faciliteiten

19, 23

3. In de tabel met Nummer maatregel 10 komt de rij beginnend met ‘Omschrijving maatregel’ te luiden:

Omschrijving maatregel

Kantoor: onnodig branden van binnenverlichting in pauzes en buiten bedrijfstijd voorkomen.

4. In de tabellen met Nummer maatregel 20, Nummer maatregel 21 en Nummer maatregel 22 wordt in de eerste rij ‘Faciliteiten’ vervangen door: Persluchtinstallatie.

F

Paragraaf Gezondheidszorg- en welzijnszorginstellingen wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift en de aanhef komen te luiden:

3. Gezondheidszorg- en welzijnszorginstellingen

Instellingen waar medische en tandheelkundige behandeling, verzorging, verpleging en/of genezende behandelingen worden verricht. De inrichting heeft overwegend een gezondheidszorgfunctie zoals aangehaald in het Bouwbesluit 2012. Denk aan een ziekenhuis, psychiatrische inrichting, medisch centrum, polikliniek, praktijkruimtes voor een huisarts en/of een fysiotherapeut of een tandartspraktijk. Ook gebouwen met een woon- en verblijffunctie waar intramurale zorg wordt geboden vallen hieronder. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van instellingen veelal wordt gebruikt: 86.

In deze bedrijfstak zijn erkende maatregelen aangemerkt voor de in tabel 3 genoemde activiteiten en typen maatregelen.

2. Tabel 5.3 komt te luiden:

Tabel 3. Erkende maatregelen voor energiebesparing bij de gezondheidszorg- en welzijnszorginstellingen

Type maatregelen

nummers

Gebouwschil

1, 35 – 37

Ruimteventilatie

2 – 5, 39 – 41

Ruimteverwarming

8, 38

Ruimte- en buitenverlichting

10 – 15

Persluchtinstallatie

17 – 21

Stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie

23, 25

Liftinstallatie

46

Roltrapsysteem

47

Informatie- en communicatietechnologie

55, 56

Serverruimten

48 – 54

Zwembassin

42 – 45

Activiteit

 

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

6, 7, 9, 16, 22, 24, 26 – 29

In werking hebben van een koelinstallatie

31 – 34

Bereiden van voedingsmiddelen

30

3. In de tabel na de tabel met Nummer maatregel 2 komt de tweede rij te luiden:

Nummer maatregel

3

4. In de tabellen met Nummer maatregel 12 en Nummer maatregel 13 komt de eerste rij te luiden:

Type maatregel

Ruimte- en buitenverlichting

5. In de tabel met Nummer maatregel 12 komt de rij beginnende met ‘Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?’ te luiden:

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

b) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

c) Zelfstandig moment: Ja, indien elektriciteitsverbruik minder is dan 50.000 kWh per jaar.

Natuurlijk moment: Ja.

6. In de tabel met Nummer maatregel 13 komt de rij beginnende met ‘Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?’ te luiden:

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a en b) Zelfstandig moment: Ja, indien minimaal 50 armaturen aanwezig zijn.

Natuurlijk moment: Ja.

c) Zelfstandig moment: Ja, indien minimaal 5 armaturen aanwezig zijn.

Natuurlijk moment: Ja.

7. Na de tabel met Nummer maatregel 16 worden 40 tabellen toegevoegd, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regeling.

G

De paragraaf Kantoren wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift en de aanhef komen te luiden:

4. Kantoren

Diensten waar administratieve werkzaamheden worden uitgevoerd. De inrichting heeft overwegend een kantoorfunctie zoals aangehaald in het Bouwbesluit 2012. Denk aan het openbaar bestuur, overheidsdiensten, verplichte sociale verzekeringen en zakelijke en financiële dienstverlening. Ter indicatie de SBI-codes die voor de indeling van deze diensten veelal worden gebruikt zijn SBI-code 64 t/m 74 en 84.

In deze bedrijfstak zijn erkende maatregelen aangemerkt voor de in tabel 4 genoemde activiteiten en typen maatregelen.

2. Tabel 5.4 komt als volgt te luiden:

Tabel 4. Erkende maatregelen voor energiebesparing in kantoren

Type maatregelen

nummers

Gebouwschil

1

Ruimteventilatie

2 – 4

Ruimteverwarming

7

Ruimte- en buitenverlichting

9 – 14

Liftinstallatie

21, 22

Roltrapsysteem

23

Informatie- en communicatietechnologie

31, 32

Serverruimten

24 – 30

Faciliteiten

36

Activiteit

 

Bereiden van voedingsmiddelen

16

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

5, 6, 8, 15

In werking hebben van een koelinstallatie

17 – 20, 33 – 35, 37, 38

3. In de tabel met Nummer maatregel 12 wordt in de eerste rij ‘Buitenverlichting’ vervangen door: Ruimte- en buitenverlichting.

4. Na de tabel met Nummer maatregel 15 worden 23 tabellen toegevoegd, zoals opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling.

H

De paragraaf Onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift en de aanhef komen te luiden:

5. Onderwijsinstellingen

Instellingen waar onderwijs, opleidingen en cursussen worden aangeboden met of zonder praktijkonderwijs. De inrichting heeft overwegend een onderwijsfunctie zoals aangehaald in het Bouwbesluit 2012. Denk aan basis-, voortgezet- en hoger onderwijs en universiteiten. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van instellingen veelal wordt gebruikt: 85. Ook peuterspeelzalen en kinderopvang (SBI-code 88.91) vallen onder de reikwijdte van deze lijst.

In deze bedrijfstak zijn erkende maatregelen aangemerkt voor de in tabel 5 genoemde activiteiten en typen maatregelen.

2. Tabel 5.5 komt te luiden:

Tabel 5. Erkende maatregelen voor energiebesparing voor de onderwijsinstellingen

Type maatregelen

nummers

Gebouwschil

1

Ruimteventilatie

2 – 4

Ruimteverwarming

7

Ruimte- en buitenverlichting

9 – 14

Persluchtinstallatie

16 – 20

Stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie

22, 24

Liftinstallatie

34, 35

Serverruimten

36 – 42

Informatie- en communicatietechnologie

43, 44

Activiteit

 

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

5, 6, 8, 15, 21, 23, 25 – 28

In werking hebben van een koelinstallatie

30 – 33

Bereiden van voedingsmiddelen

29

3. In de tabel met Nummer maatregel 11 komt de rij beginnende met ‘Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek’ te luiden:

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Halogeenlamp is aanwezig.

b en c) Gloeilamp is aanwezig.

4. In de tabel met Nummer maatregel 12 wordt in de eerste rij ‘Buitenverlichting’ vervangen door: Ruimte- en buitenverlichting.

5. Na de tabel met Nummer maatregel 15 worden 29 tabellen toegevoegd, zoals opgenomen in bijlage 4 van deze regeling.

I

De paragraaf Commerciële datacenters wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift en de aanhef komen te luiden:

6. Commerciële datacenters

Bedrijven met activiteiten voor transport, bewerking en opslag van data door het extern beschikbaar stellen van serverruimten en ICT-apparatuur. Ter indicatie de SBI-codes die voor de indeling van deze bedrijven veelal worden gebruikt: 61, 62, 63.

In deze bedrijfstak zijn erkende maatregelen aangemerkt voor de in tabel 6 genoemde activiteiten en typen maatregelen. Dit zijn erkende maatregelen die betrekking hebben op het energieverbruik van het proces (servers en koeling/ventilatie daarvan). Ook voor het kantoor, wanneer deze samen met het datacenter één inrichting vormt, is een aantal maatregelen opgenomen. Ten opzichte van de besparingen die in de datacenter zelf kunnen worden gerealiseerd, gaat het om kleine besparingen.

2. Tabel 5.6 komt te luiden:

Tabel 6. Erkende maatregelen voor energiebesparing voor commerciële datacenters

Type maatregelen

nummers

Gebouwschil

7

Ruimteverwarming

10

Ruimte- en buitenverlichting

12 – 15

Faciliteiten

4

Informatie- en communicatietechnologie

16

Activiteit

 

In werking hebben van een stookinstallatie

8, 9, 11

In werking hebben van een koelinstallatie

1 – 3, 5, 6

3. Na tabel met Nummer maatregel 6 worden tien tabellen toegevoegd, zoals opgenomen in bijlage 5 van deze regeling.

De paragraaf Rubber- en kunststofindustrie wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift en de aanhef komen te luiden:

7. Rubber- en kunststofindustrie

Bedrijven waar overwegend producten van kunststof- en/of rubber worden verwerkt en/of vervaardigd. Het gaat om het bewerken en/of verwerken van polyesterhars, thermoplasten, schuimen/expanderen van kunststof en/of rubberverwerking inclusief de recycling van rubber en kunststof. Activiteiten met betrekking tot het mengen, malen, blazen, kalanderen, extruderen en vulkaniseren zijn ook kenmerkend. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze bedrijven veelal wordt gebruikt: 22.

In deze bedrijfstak zijn erkende maatregelen aangemerkt voor de in tabel 7 genoemde activiteiten en typen maatregelen.

2. Tabel 5.7 komt te luiden:

Tabel 7. Erkende maatregelen voor energiebesparing in de rubber- en kunststofindustrie

Type maatregelen

Nummers

Gebouwschil

1

Ruimteventilatie

2

Ruimteverwarming

6, 7, 26

Ruimte- en buitenverlichting

9 – 18

Faciliteiten

19, 20, 21, 36

Persluchtinstallatie

22 – 25

Stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie

28, 30

Informatie- en communicatietechnologie

43

Activiteiten

 

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

3 – 5, 8, 19, 26, 29, 31 – 34

In werking hebben van een koelinstallatie

37, 38

Verwerken van rubber of thermoplastisch kunststof

35, 39, 40

Wegen of mengen van rubbercompounds of verwerken van rubber

41, 42

3. De tabel met Nummer maatregel 9 komt te luiden:

Type maatregel

Ruimte- en buitenverlichting

Nummer maatregel

9

Omschrijving maatregel

Kantoor: geïnstalleerd vermogen binnenverlichting beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Langwerpige fluorescentielamp (TL5) en adapter toepassen in bestaande armatuur.

b) Armaturen met langwerpige fluorescentielampen (TL5) toepassen.

c) Armaturen met led-lampen toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Conventionele armaturen met langwerpige fluorescentielampen (TL) zijn aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

a) N.v.t.

b) Aantal branduren is minimaal 2.500 uur per jaar.

c) Aantal branduren is minimaal 2.500 uur per jaar.

Geïnstalleerd vermogen van verlichting neemt door toepassen van led-lampen minimaal 50% af bij voldoende lichtopbrengst.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

b en c) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

In gebouwen met minimaal energielabel C dan wel in nieuwbouw met een bouwjaar van 2003 of daarna en die derhalve aan de EPC-eisen van 2003 voldoen, wordt geacht deze maatregel reeds te zijn genomen.

4. De tabel met Nummer maatregel 11 komt te luiden:

Type maatregel

Ruimte- en buitenverlichting

Nummer maatregel

11

Omschrijving maatregel

< vervallen >

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

< vervallen >

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

< vervallen >

Technische randvoorwaarden

< vervallen >

Economische randvoorwaarden

< vervallen >

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

< vervallen >

Alternatieve erkende maatregelen

< vervallen >

Bijzondere omstandigheden

< vervallen >

5. In de tabel met Nummer maatregel 12 komt de rij beginnende met ‘Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie’ te luiden:

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Daglichtafhankelijke regeling voor dimmen van verlichting toepassen.

b) Daglichtafhankelijke schakeling voor het uitschakelen van verlichting toepassen.

6. In de tabellen met Nummer maatregel 15 en Nummer maatregel 17 wordt in de eerste rij ‘Buitenverlichting’ vervangen door: Ruimte- en buitenverlichting.

7. In de tabellen met Nummer maatregel 22, Nummer maatregel 23, Nummer maatregel 24 en Nummer maatregel 25 wordt in de eerste rij ‘Faciliteiten’ vervangen door: Persluchtinstallatie.

8. In de tabellen met Nummer maatregel 28 en Nummer maatregel 30 wordt in de eerste rij ‘Faciliteiten’ vervangen door: Stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie.

9. Na tabel met Nummer maatregel 42 wordt een tabel toegevoegd, luidende:

Type maatregel

Informatie- en communicatietechnologie

Nummer maatregel

43

Omschrijving maatregel

Energiezuinige ICT op de werkplek toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Desktop die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

b) Laptop die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

c) Beeldscherm die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Desktop zonder Energy Star specificatie.

b) Laptop zonder Energy Star specificatie.

c) Beeldscherm zonder Energy Star specificatie.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

K

Aan het slot worden vijf paragrafen toegevoegd, zoals opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling.

ARTIKEL II

In artikel 7 van de Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie wordt ‘op grond van artikel 2.15, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer’ vervangen door: op grond van artikel 2.15, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt inwerking met ingang van 1 juli 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

BIJLAGE 1 BEHORENDE BIJ DE REGELING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, VAN 7 JUNI 2017, NR. IENM/BSK-2071/134147, TOT WIJZIGING VAN BIJLAGE 10 VAN DE ACTIVITEITENREGELING MILIEUBEHEER EN ARTIKEL 7 VAN DE TIJDELIJKE REGELING IMPLEMENTATIE ARTIKELEN 8 EN 14 RICHTLIJN ENERGIE-EFFICIËNTIE (INVOERING TWEEDE LICHTING EN CORRECTIE EERSTE LICHTING ERKENDE MAATREGELLIJSTEN ENERGIEBESPARING)

Type maatregel

Liftinstallatie

Nummer maatregel

33

Omschrijving maatregel

Energieverbruik voor verlichting en ventilatie voorkomen indien lift niet in gebruik is.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Stand-by schakeling op liftbesturing toepassen.

b) Aanwezigheidsdetectie van personen toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Verlichting en ventilatie cabine zijn continue in gebruik.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig moment of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

b) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

34

Omschrijving maatregel

Inzet van fysieke servers in serverruimte beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Meerdere gevirtualiseerde servers werken op een minder aantal fysieke servers.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Geen gevirtualiseerde omgeving aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

35

Omschrijving maatregel

Vrije koeling in serverruimte toepassen om bedrijfstijd van koelmachine te beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Direct vrije luchtkoeling inclusief compartimenteren en back-up door koelmachine toepassen.

b) Verdampings-koeler(s), adiabatische of hybride koeler(s) via (vorstbestendige) bypass toepassen.

c) Verdampings-koeler(s), adiabatische of hybride koeler(s) via (vorstbestendige) bypass toepassen inclusief compartimenteren en plaatsen van zaalkoelers die werken op hogere temperaturen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Airconditioning of DX- (directe expansie) koeling met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,5 is aanwezig.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken minimaal 95% vrije koeling mogelijk.

b en c) Compressiekoelmachine verzorgt de volledige koeling.

b) De koelmachine en de zaalkoelers zijn geschikt om met hogere temperaturen te werken.

Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 4 is aanwezig.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken minimaal 50% vrije koeling mogelijk.

c) Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,5 is aanwezig.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken minimaal 50% vrije koeling mogelijk.

Technische randvoorwaarden

Bouwkundig moet het mogelijk zijn, bijvoorbeeld het dak moet het gewicht van het systeem voor vrije koeling kunnen dragen, en er moet ruimte zijn voor luchtkanalen en overige installaties.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a en b) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

c) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

36

Omschrijving maatregel

Energiezuinige koelmachine voor koeling serverruimte toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van minimaal 5,5 toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 3 is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

37

Omschrijving maatregel

Met hogere koeltemperatuur in serverruimte werken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Volledig gescheiden koude- en warme gangen (compartimenteren) en blindplaten op ongebruikte posities in racks toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warme en koude gangen en blindplaten zijn afwezig.

Technische randvoorwaarden

Er moet ruimte zijn om racks met servers zodanig op te stellen dat warme en koude gangen zijn te realiseren.

ICT-apparatuur in racks moet aan één zijde van apparatuur lucht aanzuigen.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

38

Omschrijving maatregel

Toerental van ventilatoren in zaalkoelers (CRAH’s) in serverruimte beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Toerenregeling (sensoren en actuatoren) toepassen op bestaande ventilatoren.

b) In nieuwe zaalkoelers (CRAH’s) ventilatoren met toerenregeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Toerentalgeregelde ventilatoren zijn afwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

b) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

39

Omschrijving maatregel

Inzet van servers in serverruimte afstemmen op de vraag

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Powermanagement op servers toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

De CPU (central processing unit) draait continue op volledige snelheid.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

40

Omschrijving maatregel

Energiezuinige uninterrupted power system (UPS) in serverruimte toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Efficiënt UPS-systeem (met dubbele conversie is 96% of hoger) toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Inefficiënte UPS (dubbele conversie efficiëntie in deellast is maximaal 92%) is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Informatie- en communicatietechnologie

Nummer maatregel

41

Omschrijving maatregel

Pas energiezuinig printen en/of kopiëren op de werkplek toe.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Centraal printen en kopiëren.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Minimaal 10 lokale printers en/of kopieermachines zijn aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Informatie- en communicatietechnologie

Nummer maatregel

42

Omschrijving maatregel

Energiezuinige ICT op de werkplek toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Desktop die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

b) Laptop die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

c) Beeldscherm die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Desktop zonder Energy Star specificatie.

b) Laptop zonder Energy Star specificatie.

c) Beeldscherm zonder Energy Star specificatie.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

BIJLAGE 2 BEHORENDE BIJ DE REGELING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, VAN 7 JUNI 2017, NR. IENM/BSK-2071/134147, TOT WIJZIGING VAN BIJLAGE 10 VAN DE ACTIVITEITENREGELING MILIEUBEHEER EN ARTIKEL 7 VAN DE TIJDELIJKE REGELING IMPLEMENTATIE ARTIKELEN 8 EN 14 RICHTLIJN ENERGIE-EFFICIËNTIE (INVOERING TWEEDE LICHTING EN CORRECTIE EERSTE LICHTING ERKENDE MAATREGELLIJSTEN ENERGIEBESPARING)

Type maatregel

Persluchtinstallatie

Nummer maatregel

17

Omschrijving maatregel

Nullasturen persluchtcompressor beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Persluchtcompressor met frequentie- of toerenregeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Compressor heeft vollast/nullast- of vollast/nullast/uitschakeling.

Technische randvoorwaarden

Bij meerdere compressoren uitvoeren bij leidende compressor en rest op basis van aan/uitschakeling.

Economische randvoorwaarden

Aantal nullasturen is minimaal 1.100 uur per jaar (ter indicatie: 4 uur per werkdag).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Persluchtinstallatie

Nummer maatregel

18

Omschrijving maatregel

Energiezuinig perslucht maken door koude lucht te gebruiken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Koude buitenlucht gebruiken.

b) Binnenlucht uit onverwarmde ruimte gebruiken.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Compressor zuigt door zichzelf opgewarmde warme lucht of warme proceslucht aan.

Technische randvoorwaarden

a) Opening in gevel is mogelijk binnen een afstand van 3 meter.

b) N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Vermogen compressor (in kW) vermenigvuldigd met aantal equivalenten van vollasturen (in uur per jaar) is minimaal 50.000 (kWh per jaar).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Persluchtinstallatie

Nummer maatregel

19

Omschrijving maatregel

Warmte van persluchtcompressoren nuttig gebruiken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Warmte gebruiken voor ruimteverwarming.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warmte van compressor wordt naar buiten afgevoerd.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Aantal equivalenten van vollasturen is minimaal 1.400 uur per stookseizoen (ter indicatie: 10 uur per werkdag in stookseizoen) indien het jaarlijks aardgasverbruik minder is dan 170.000 m3, anders is het aantal equivalenten van vollasturen minimaal 2.200 uur per stookseizoen.

Afstand tot te verwarmen ruimte is minder dan 3 meter.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

[17] Nullasturen persluchtcompressor beperken.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Persluchtinstallatie

Nummer maatregel

20

Omschrijving maatregel

Persluchtgebruik bij blazen verminderen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

HR-blaaspistool of blaasmondje met nozzle met laag verbruik toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Blaaspistool ouder dan 10 jaar of blaasmondje zonder nozzle is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Bedrijfstijd blaaspistool of blaasmondje is minimaal 250 uur per jaar.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Persluchtinstallatie

Nummer maatregel

21

Omschrijving maatregel

Onnodig aanstaan persluchtsysteem voorkomen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Bij drukvat groepsafsluiter en schakelklok toepassen.

b) Schakelklok met overwerktimer toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Schroef- of zuigercompressor kan alleen handmatig worden uitgeschakeld.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

a) Vermogen van compressor (in kW) vermenigvuldigd met aantal equivalenten van vollasturen per jaar (in uur per jaar) is minimaal 15.000 (kWh per jaar).

b) Vermogen van compressor (in kW) vermenigvuldigd met aantal equivalenten van vollasturen per jaar (in uur per jaar) is minimaal 9.500 (kWh per jaar).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

22

Omschrijving maatregel

Stoom als medium voor ruimteverwarming vervangen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Hoog-rendements-ketel HR107 met radiatoren en/of indirecte luchtverhitters toepassen

b) Warmte-pomp met radiatoren en/of indirecte luchtverhitters toepassen

c) Direct gasgestookte Hoogrendements- (HR-) luchtverhitter toepassen

d) Hoog-rendementsketel HR107 met luchtbehandelingskast toepassen

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Stoomketel met stoomluchtverhitters zijn aanwezig, of stoomketel met stoom/waterwarmtewisselaar en radiatoren zijn aanwezig.

Technische randvoorwaarden

a) Rookgasafvoer is mogelijk.

b) N.v.t.

c en d) Rookgasafvoer is mogelijk.

Economische randvoorwaarden

Benodigde vermogen voor ruimteverwarming (in kW) vermenigvuldigd met bedrijfstijd (in uur per jaar) is minimaal 200.000 (kWthermischh per jaar).

a) Aansluitpunt voor gas is aanwezig binnen een afstand van 50 meter van te verwarmen ruimte.

b) Aansluitpunt van voldoende vermogen voor elektriciteit is aanwezig binnen een afstand van 50 meter van te verwarmen ruimte.

c en d) Aansluitpunt voor gas is aanwezig binnen 50 meter van te verwarmen ruimte.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja, indien stoomketel óf stoomruimteverwarmingsinstallatie wordt vervangen.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregelen

Stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie

Nummer maatregel

23

Omschrijving maatregel

Warmteverlies stoominstallatie beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Isolatie aanbrengen om stoom- en condensaatleidingen en -appendages.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Isolatie om leidingen en/of appendages ontbreekt of is beschadigd.

Technische randvoorwaarden

Bij stoomgebruikers zijn machinedelen soms bewust ongeïsoleerd om juiste stoomcondities in het productieproces te kunnen garanderen. Isoleer deze machines niet indien leverancier een goede werking van het proces niet meer garandeert.

Economische randvoorwaarden

Bedrijfstijd van stoominstallatie is minimaal 500 uur per jaar.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

24

Omschrijving maatregel

Warmte uit spuiwater stoomketel nuttig gebruiken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Ontspanningsvat toepassen waarin spuiwater in druk wordt verlaagd.

b) Warmtewisselaar toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warmteterugwinsysteem ontbreekt voor spuiwater.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Vermogen stoominstallatie (in MW) vermenigvuldigd met bedrijfstijd (in uur per jaar) is minimaal 4.500 (MWthermischh per jaar).

Minimaal 50% van voedingwater bestaat uit vers suppletiewater.

a) Stoomvrager is aanwezig die met discontinue aanbod van ontspanningsstoom kan worden gevoed (veelal de ontgasser).

b) Warmtevrager is aanwezig die met discontinue aanbod van warmte uit spuiwater kan worden gevoed (veelal suppletiewater).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

[25] Condensaat of condensaatwarmte nuttig gebruiken.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie

Nummer maatregel

25

Omschrijving maatregel

Condensaat of condensaatwarmte nuttig gebruiken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Ontspanningsvat toepassen waarin condensaat in druk wordt verlaagd (naar atmosferische druk).

b) Retourleiding naar ontgasser van stoomketel toepassen voor condensaat.

c) Warmtewisselaar toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warmteterugwinsysteem ontbreekt voor condensaat.

Technische randvoorwaarden

a en b) Condensaat mag niet verontreinigd zijn.

c) N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Bedrijfstijd stoominstallatie is minimaal 500 uur per jaar.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja, indien of stoomgebruiker (waarbij het condensaat verloren gaat) wordt gemodificeerd, of stoom- en condensaatleidingnet voor meer dan 50% wordt gewijzigd.

Alternatieve erkende maatregelen

[26] Warmte uit rookgassen stoomketel nuttig gebruiken.

[27] Energiezuinig stoom maken door voorwarmen van verbrandingslucht voor ventilatorbrander.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteiten

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

26

Omschrijving maatregel

Warmte uit rookgassen stoomketel nuttig gebruiken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Economizer toepassen (bijvoorbeeld voor voorwarmen van voedingswater).

b) Rookgascondensor toepassen (bijvoorbeeld voor voorverwarmen van suppletiewater).

c) Luvo (luchtvoorverwarmer) toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warmteterugwinsysteem ontbreekt voor rookgassen.

Technische randvoorwaarden

Er is rondom stoomketel en in rookgaskanaal minimaal 2 meter vrije ruimte om een warmteterugwinsysteem in te bouwen.

Economische randvoorwaarden

Bedrijfstijd stoominstallatie is minimaal 500 uur per jaar.

Jaarlijks aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteiten

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

27

Omschrijving maatregel

Energiezuinig stoom maken door voorwarmen van verbrandingslucht voor ventilatorbrander.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Verticale luchtkoker vanaf plafond ketelhuis tot nabij luchtaanzuigopening van brander toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Brander zuigt koudere lucht aan uit directe omgeving op een hoogte van minder dan 1 meter vanaf vloer.

Technische randvoorwaarden

Brander moet geschikt zijn voor hogere verbrandingsluchttemperatuur en geringe toename van luchtweerstand.

Economische randvoorwaarden

Bedrijfstijd stoominstallatie is minimaal 500 uur per jaar.

Temperatuur nabij plafond is minimaal 10°C hoger dan temperatuur nabij brander.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

[26]: Warmte uit rookgassen stoomketel nuttig gebruiken.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

28

Omschrijving maatregel

Luchtovermaat stoomketel beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Automatische regeling luchtovermaat op basis van temperatuurcorrectie toepassen.

b) Automatische regeling luchtovermaat op basis van zuurstofcorrectie toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Automatische regeling luchtovermaat ontbreekt.

a) Gasgestookte stoomketel is aanwezig.

b) Stoomketel is aanwezig die wordt bijgestookt met biogas of een andere brandstof (niet zijnde aardgas).

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Vermogen stoominstallatie (in MW) vermenigvuldigd met bedrijfstijd (in uur per jaar) is minimaal 1.500 (MWthermischh per jaar).

a) Verbrandingsluchttemperatuur varieert met meer dan 35°C.

b) N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja, indien bedrijfstijd stoominstallatie meer is dan 2.000 uur per jaar.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

29

Omschrijving maatregel

Energiezuinige aardgasgestookte ventilatorbrander toepassen bij stoominstallatie.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Brander met modulerende regeling op basis van druksensor toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Brander met hoog/laagregeling is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Vermogen brander is meer dan 250 kW.

Bedrijfstijd stoominstallatie is minimaal 500 uur per jaar.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

Bereiden van voedingsmiddelen

Nummer maatregel

30

Omschrijving maatregel

Het debiet van afzuigsystemen in grootkeukens beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Rook- of dampdetectieapparatuur in combinatie met meet- en regelapparatuur van de afzuiginstallatie.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Meet- en regelapparatuur van de afzuiginstallatie ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

Motoren zijn geschikt om frequentie te schakelen.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

31

Omschrijving maatregel

Onnodig branden van verlichting in koel- en vriescel voorkomen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Deurschakeling of bewegingsmelder toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Deurschakeling en bewegingsmelder ontbreken.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Geïnstalleerd vermogen verlichting in koel- en vriescel is minimaal 250 Watt.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

32

Omschrijving maatregel

Beperken van isolatie van verdamper door ijsvorming.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Automatische ventilatie-ontdooiing middels heetgasregeling toepassen.

Automatische ventilatie-ontdooiing middels elektrisch verwarmingselement toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Regeling voor ventilatieontdooiing en/of ontdooibeëindigingsthermostaat ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

33

Omschrijving maatregel

Energiezuinige lampen in koelcel toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Armatuur met langwerpige hoogfrequent fluorescentie lamp (TL5)

toepassen.

b) Armatuur met LED lamp toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Conventionele armaturen met langwerpige fluorescentielampen (TL8) zijn aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

34

Omschrijving maatregel

Binnentreden van warme en/of vochtige lucht in koelcel beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Deurschakeling celprogramma toepassen die de koeling onderbreekt.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Deurschakeling ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

Sensoren zijn aanwezig om koeling te onderbreken.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Gebouwschil

Nummer maatregel

35

Omschrijving maatregel

Zwembad: verlies warmte via gebouwschil beperken

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Toepassen van spouwmuurisolatie.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Niet-geïsoleerde (spouw)muur is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

Damp uit spouwmuur moet goed kunnen ontsnappen via buitenste muur. Dampremmende stenen, waterdichte verf, of glazuur op buitenmuur kunnen een probleem vormen.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Gebouwschil

Nummer maatregel

36

Omschrijving maatregel

Zwembad: verlies warmte via dak beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Oud dak vervangen en isoleren met een Rc-waarde van tenminste 3,5 [m2K/W].

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Niet (voldoende) geïsoleerd dak.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Gebouwschil

Nummer maatregel

37

Omschrijving maatregel

zwembad: verlies warmte via beglazing beperken

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) HR++-glas in geïsoleerd kozijn toepassen.

b) HR++-glas in geïsoleerd kozijn toepassen.

c) HR+++ -glas in geïsoleerd kozijn toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Enkel glas in kozijn.

b) Dubbel glas in kozijn.

c) Enkel glas in metalen kozijn.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteverwarming

Nummer maatregel

38

Omschrijving maatregel

Zwembad: Energiezuinige warmteopwekking toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

HR-ketel toepassen

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Conventionele CV-ketel of VR CV-ketel is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteventilatie

Nummer maatregel

39

Omschrijving maatregel

Zwembad: verlies warmte via ventilatielucht beperken

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Enkele kruisstroomwisselaar met hoger rendement toepassen.

b) Dubbele kruisstroomwisselaar met hoger rendement toepassen.

c) Dubbele kruisstroomwisselaar modulaire separate opzet conform het DWARS-systeem, met hoger rendement toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Luchtbehandeling met twincoilsysteem als warmteterugwinning is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

c) Gezamenlijke opstellingsruimte van meerdere luchtbehandelingskasten in een technische ruimte.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a)

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

b) en c)

Zelfstandig moment: Ja, indien het jaarlijks aardgasverbruik minder is dan 170.000 m3.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteventilatie

Nummer maatregel

40

Omschrijving maatregel

Zwembad: verlies warmte via ventilatielucht beperken

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Recirculeren van ventilatiedebiet op basis van vocht en temperatuur met recirculatieklepsturing.

b) Recirculeren van ventilatiedebiet op basis van vocht en temperatuur als zwembadafdekking aanwezig is.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) 100% ventilatie met twincoil als warmteterugwinning.

(zonder zwembadafdekking)

b) 100% ventilatie met twincoil als warmteterugwinning.

(zwembadafdekking is aanwezig)

Technische randvoorwaarden

Kan uitsluitend bij 100% goed gecoate chloorbestendige toe- en afvoerkanalen en onderdelen.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja, indien jaarlijks aardgas verbruik minder is dan 170.000 m3.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteventilatie

Nummer maatregel

41

Omschrijving maatregel

Zwembad: verlies warmte via ventilatielucht beperken

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Luchtdebiet verlagen op basis van vocht en temperatuur met toerenregeling.

b) Luchtdebiet verlagen op basis van vocht en temperatuur met toeren gestuurde frequentieregelaars met difuusinblaas.

c) Luchtdebiet verlagen op basis van het drogen van buitenlucht met toerenregeling debietregeling met toerengestuurde frequentieregelaars.

d) Latente energie onttrekken uit de afblaaslucht middels een warmtepomp in combinatie met warmteterugwinning en temperatuur en vochtregeling, debietregeling met toerengestuurde frequentieregelaars.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

100% ventilatie met twincoil als warmte terugwinning.

Technische randvoorwaarden

a) Motoren zijn geschikt voor toerenregeling.

b) Motoren zijn geschikt voor toerenregeling en extra regeling luchtdichte constructie.

c en d) Kasten moeten passen in de technische ruimte.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a en b)

Zelfstandig moment: Ja, indien jaarlijks aardgas verbruik minder is dan 170.000 m3.

Natuurlijk moment: ja

c)

Zelfstandig moment: Nee

Natuurlijk moment: Ja

d)

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Zwembassin

Nummer maatregel

42

Omschrijving maatregel

Zwembad: energieverbruik pompen beperken

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Toerengeregelde badwatercirculatie pompen met toerenverlaging tijdens sluitingstijden toepassen door onder andere optimalisatie van het werkpunt van de pomp door middel van een frequentieregelaar met klok.

b) Toerengeregelde badwatercirculatie toepassen, optimalisatie van het werkpunt van de pomp door middel van een frequentieregelaar.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Conventionele circulatiepomp is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

a) Circulatiepomp is geschikt voor sturing met frequentieregelaar en 100% overstroomgoot.

b) Circulatiepomp is geschikt voor sturing met frequentieregelaar.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Zwembassin

Nummer maatregel

43

Omschrijving maatregel

Zwembad: verlies warmte via wanden bassin beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Bassinwanden voorzien van isolatie.

   

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Bassinwanden zijn niet geïsoleerd.

Technische randvoorwaarden

Bassinwanden zijn eenvoudig bereikbaar. Installaties in de aanliggende ruimten zijn geïsoleerd.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

 

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Zwembassin

Nummer maatregel

44

Omschrijving maatregel

Zwembad: verlies warmte zwembadwater via leidingen beperken

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

(Aanvoer)leidingen zwembadwater voorzien van isolatie.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

(Aanvoer)leidingen zijn niet geïsoleerd.

Technische randvoorwaarden

(Aanvoer)leidingen zijn eenvoudig bereikbaar.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Zwembassin

Nummer maatregel

45

Omschrijving maatregel

Zwembad: verlies warmte via spoelwater beperken

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Warmteterugwinning uit spoelwater (thermisch) spoelbufferkelder toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Is geen warmteterugwinning aanwezig.

Technische randvoorwaarden

Spoelwaterbufferkelder van tenminste 55 m³ is aanwezig.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Liftinstallatie

Nummer maatregel

46

Omschrijving maatregel

Energieverbruik voor verlichting en ventilatie voorkomen indien lift niet in gebruik.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Stand-by schakeling op liftbesturing toepassen.

b) Aanwezigheidsdetectie van personen toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Verlichting en ventilatie cabine zijn continue in gebruik.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig moment of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

b) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Roltrapsysteem

Nummer maatregel

47

Omschrijving maatregel

Energiezuinige roltrapbesturing toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Aanbodafhankelijke regeling met twee snelheden toepassen.

b) Aanbodafhankelijke intermitterende besturing toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Roltrap is zonder aanbodafhankelijke regeling uitgevoerd en draait continue tijdens gebruikstijden.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig moment of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

48

Omschrijving maatregel

Inzet van fysieke servers in serverruimte beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Meerdere gevirtualiseerde servers werken op een minder aantal fysieke servers.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Geen gevirtualiseerde omgeving aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

49

Omschrijving maatregel

Vrije koeling in serverruimte toepassen om bedrijfstijd van koelmachine te beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Direct vrije luchtkoeling inclusief compartimenteren en backup door koelmachine toepassen.

b) Verdampings-koeler(s), adiabatische of hybride koeler(s) via (vorstbestendige) bypass toepassen.

c) Verdampingskoeler(s), adiabatische of hybride koeler(s) via (vorstbestendige) bypass toepassen inclusief compartimenteren en plaatsen van zaalkoelers die werken op hogere temperaturen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Airconditioning of DX- (directe expansie) koeling met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,5 is aanwezig.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken minimaal 95% vrije koeling mogelijk.

b en c) Compressiekoelmachine verzorgt de volledige koeling.

b) De koelmachine en de zaalkoelers zijn geschikt om met hogere temperaturen te werken.

Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 4 is aanwezig.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken minimaal 50% vrije koeling mogelijk.

c) Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,5 is aanwezig.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken minimaal 50% vrije koeling mogelijk.

Technische randvoorwaarden

Bouwkundig moet het mogelijk zijn, bijvoorbeeld het dak moet het gewicht van het systeem voor vrije koeling kunnen dragen, en er moet ruimte zijn voor luchtkanalen en overige installaties.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a en b) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

c) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

50

Omschrijving maatregel

Energiezuinige koelmachine voor koeling serverruimte toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van minimaal 5,5 toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 3 is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

51

Omschrijving maatregel

Met hogere koeltemperatuur in serverruimte werken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Volledig gescheiden koude- en warme gangen (compartimenteren) en blindplaten op ongebruikte posities in racks toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warme en koude gangen en blindplaten zijn afwezig.

Technische randvoorwaarden

Er moet ruimte zijn om racks met servers zodanig op te stellen dat warme en koude gangen zijn te realiseren.

ICT-apparatuur in racks moet aan één zijde van apparatuur lucht aanzuigen.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

52

Omschrijving maatregel

Toerental van ventilatoren in zaalkoelers (CRAH’s) in serverruimte beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Toerenregeling (sensoren en actuatoren) toepassen op bestaande ventilatoren.

b) In nieuwe zaalkoelers (CRAH’s) ventilatoren met toerenregeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Toerentalgeregelde ventilatoren zijn afwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

b) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

53

Omschrijving maatregel

Inzet van servers in serverruimte afstemmen op de vraag

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Powermanagement op servers toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

De CPU (central processing unit) draait continue op volledige snelheid.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

54

Omschrijving maatregel

Energiezuinige uninterrupted power system (UPS) in serverruimte toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Efficiënt UPS-systeem (met dubbele conversie is 96% of hoger) toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Inefficiënte UPS (dubbele conversie efficiëntie in deellast is maximaal 92%) is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Informatie- en communicatietechnologie

Nummer maatregel

55

Omschrijving maatregel

Pas energiezuinig printen en/of kopiëren op de werkplek toe.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Centraal printen en kopiëren.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Minimaal 10 lokale printers en/of kopieermachines zijn aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Informatie- en communicatietechnologie

Nummer maatregel

56

Omschrijving maatregel

Energiezuinige ICT op de werkplek toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Desktop die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

b) Laptop die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

c) Beeldscherm die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Desktop zonder Energy Star specificatie.

b) Laptop zonder Energy Star specificatie.

c) Beeldscherm zonder Energy Star specificatie.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

BIJLAGE 3 BEHORENDE BIJ DE REGELING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, VAN 7 JUNI 2017, NR. IENM/BSK-2071/134147, TOT WIJZIGING VAN BIJLAGE 10 VAN DE ACTIVITEITENREGELING MILIEUBEHEER EN ARTIKEL 7 VAN DE TIJDELIJKE REGELING IMPLEMENTATIE ARTIKELEN 8 EN 14 RICHTLIJN ENERGIE-EFFICIËNTIE (INVOERING TWEEDE LICHTING EN CORRECTIE EERSTE LICHTING ERKENDE MAATREGELLIJSTEN ENERGIEBESPARING)

Activiteit

Bereiden van voedingsmiddelen

Nummer maatregel

16

Omschrijving maatregel

Het debiet van afzuigsystemen in grootkeukens beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Rook- of dampdetectieapparatuur in combinatie met meet- en regelapparatuur van de afzuiginstallatie.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Meet- en regelapparatuur van de afzuiginstallatie ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

Motoren zijn geschikt om frequentie te schakelen.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

17

Omschrijving maatregel

Onnodig branden van verlichting in koel- en vriescel voorkomen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Deurschakeling of bewegingsmelder toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Deurschakeling en bewegingsmelder ontbreken.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Geïnstalleerd vermogen verlichting in koel- en vriescel is minimaal 250 Watt.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

18

Omschrijving maatregel

Beperken van isolatie van verdamper door ijsvorming.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Automatische ventilatie-ontdooiing middels heetgasregeling toepassen.

b) Automatische ventilatie-ontdooiing middels elektrisch verwarmingselement toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Regeling voor ventilatieontdooiing en/of ontdooibeëindigingsthermostaat ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

19

Omschrijving maatregel

Energiezuinige lampen in koelcel toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Armatuur met langwerpige hoogfrequent fluorescentie lamp (TL5)

toepassen.

b) Armatuur met LED lamp toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Conventionele armaturen met langwerpige fluorescentielampen (TL8) zijn aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

20

Omschrijving maatregel

Binnentreden van warme en/of vochtige lucht in koelcel beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Deurschakeling celprogramma toepassen die de koeling onderbreekt.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Deurschakeling ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

Sensoren zijn aanwezig om koeling te onderbreken.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Liftinstallatie

Nummer maatregel

21

Omschrijving maatregel

Energieverbruik voor verlichting en ventilatie voorkomen indien lift niet in gebruik.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Stand-by schakeling op liftbesturing toepassen.

b) Aanwezigheidsdetectie van personen toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Verlichting en ventilatie cabine zijn continue in gebruik.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig moment of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

b) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Liftinstallatie

Nummer maatregel

22

Omschrijving maatregel

Geïnstalleerd vermogen verlichting liftcabine beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

LED-lampen toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Gloeilamp is aanwezig.

b) Halogeenlamp is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig moment of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Roltrapsysteem

Nummer maatregel

23

Omschrijving maatregel

Energiezuinige roltrapbesturing toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Aanbodafhankelijke regeling met twee snelheden toepassen.

b) Aanbodafhankelijke intermitterende besturing toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Roltrap is zonder aanbodafhankelijke regeling uitgevoerd en draait continue tijdens gebruikstijden.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig moment of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

24

Omschrijving maatregel

Inzet van fysieke servers in serverruimte beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Meerdere gevirtualiseerde servers werken op een minder aantal fysieke servers.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Geen gevirtualiseerde omgeving aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

25

Omschrijving maatregel

Vrije koeling in serverruimte toepassen om bedrijfstijd van koelmachine te beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Direct vrije luchtkoeling toepassen inclusief compartimenteren en back-up door koelmachine toepassen.

b) Verdampingskoeler(s), adiabatische of hybride koeler(s) via (vorstbestendige) bypass toepassen.

c) Verdampingskoeler(s), adiabatische of hybride koeler(s) via (vorstbestendige) bypass toepassen inclusief compartimenteren en plaatsen van zaalkoelers die werken op hogere temperaturen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Airconditioning of DX- (directe expansie) koeling met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,5 is aanwezig.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken minimaal 95% vrije koeling mogelijk.

b en c) Compressiekoelmachine verzorgt de volledige koeling.

b) De koelmachine en de zaalkoelers zijn geschikt om met hogere temperaturen te werken.

Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 4 is aanwezig.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken minimaal 50% vrije koeling mogelijk.

c) Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,5 is aanwezig.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken minimaal 50% vrije koeling mogelijk.

Technische randvoorwaarden

Bouwkundig moet het mogelijk zijn, bijvoorbeeld het dak moet het gewicht van het systeem voor vrije koeling kunnen dragen, en er moet ruimte zijn voor luchtkanalen en overige installaties.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a en b) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

c) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

26

Omschrijving maatregel

Energiezuinige koelmachine voor koeling serverruimte toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Computer Room Air Conditioner (CRAC) met seizoensgemiddelde COP van minimaal 5,5 toepassen.

b) Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van minimaal 5,5 toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) CRAC met seizoensgemiddelde COP van maximaal 3 is aanwezig.

b) Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 3 is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

27

Omschrijving maatregel

Met hogere koeltemperatuur in serverruimte werken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Volledig gescheiden koude- en warme gangen (compartimenteren) en blindplaten op ongebruikte posities in racks toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warme en koude gangen en blindplaten zijn afwezig.

Technische randvoorwaarden

Er moet ruimte zijn om racks met servers zodanig op te stellen dat warme en koude gangen zijn te realiseren.

ICT-apparatuur in racks moet aan één zijde van apparatuur lucht aanzuigen.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

28

Omschrijving maatregel

Toerental van ventilatoren in zaalkoelers (CRAH’s) in serverruimte beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Toerenregeling (sensoren en actuatoren) toepassen op bestaande ventilatoren.

b) In nieuwe zaalkoelers (CRAH’s) ventilatoren met toerenregeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Toerentalgeregelde ventilatoren zijn afwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

b) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

29

Omschrijving maatregel

Inzet van servers in serverruimte afstemmen op de vraag.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Powermanagement op servers toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

De CPU (central processing unit) draait continue op maximale snelheid.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

30

Omschrijving maatregel

Energiezuinige uninterrupted power system (UPS) in serverruimte toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Efficiënt UPS-systeem (met dubbele conversie is 96% of hoger) toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Inefficiënte UPS (dubbele conversie efficiëntie in deellast is maximaal 92%) is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Informatie- en communicatietechnologie

Nummer maatregel

31

Omschrijving maatregel

Pas energiezuinig printen en/of kopiëren op de werkplek toe.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Centraal printen en kopiëren.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Minimaal 10 lokale printers en/of kopieermachines zijn aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Informatie- en communicatietechnologie

Nummer maatregel

32

Omschrijving maatregel

Energiezuinige ICT op de werkplek toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Desktop die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

b) Laptop die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

c) Beeldscherm die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Desktop zonder Energy Star specificatie.

b) Laptop zonder Energy Star specificatie.

c) Beeldscherm zonder Energy Star specificatie.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

33

Omschrijving maatregel

Met hogere koeltemperatuur werken door warme en koude lucht in zaal van het datacenter te scheiden.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Volledig gescheiden koude- en warme gangen toepassen (compartimenteren).

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warme en koude gangen zijn afwezig.

Technische randvoorwaarden

Er moet ruimte zijn om racks met servers zodanig op te stellen dat warme en koude gangen zijn te realiseren.

ICT-apparatuur in racks moet aan één zijde van apparatuur lucht aanzuigen.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

34

Omschrijving maatregel

Met hogere koeltemperatuur in datacenter werken door menging van warme en koude lucht bij ongebruikte posities in racks te voorkomen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Blindplaten toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Blindplaten zijn afwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

35

Omschrijving maatregel

Toerental van ventilatoren in zaalkoelers (CRAH’s) in datacenter beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Toerenregeling (sensoren en actuatoren) toepassen op bestaande ventilatoren.

b) In nieuwe zaalkoelers (CRAH’s) ventilatoren met toerenregeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Toerentalgeregelde ventilatoren zijn afwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

b) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Faciliteiten

Nummer maatregel

36

Omschrijving maatregel

Energiezuinige uninterrupted system (UPS) in datacenter toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Efficiënt UPS-systeem (bij dubbele conversie is 96% of hoger) toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Inefficiënte UPS (efficiëntie in deellast is maximaal 91%) is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

37

Omschrijving maatregel

Hogere koeltemperaturen in datacenter realiseren om efficiëntie van compressiekoelmachine te verhogen en om meer gebruik te maken van vrije koeling (beneden 12/13°C buitenluchttemperatuur).

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Zaalkoelers met hogetemperatuurkoeling (ter indicatie: koelwater is minimaal 18°C).

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Zaalkoelers met lagetemperatuurkoeling (ter indicatie: koelwater is maximaal 12°C).

Seizoensgemiddelde COP van bestaande compressiekoelmachine is maximaal 3,5 bij groot datacenter en maximaal 5,0 bij klein datacenter.

Technische randvoorwaarden

Gescheiden koude en warme gangen met vrije koeling zijn aanwezig.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

38

Omschrijving maatregel

Vrije koeling in datacenter toepassen om bedrijfstijd van compressiekoelmachine te beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Droge koeler(s) via bypass toepassen.

b) Verdampingskoeler(s) via bypass toepassen.

c) Kunststof kruisstroomwarmtewisselaar en verdampingskoeler aan buitenzijde toepassen (indirecte lucht/luchtkoeling).

d) Open koelsysteem (directe vrije luchtkoeling) met additionele indirecte adiabatische koeler toepassen.

 

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Compressiekoelmachine verzorgt de volledige koeling.

a) Klein datacenter met compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,0.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat moeten minimaal 40% vrije koeling mogelijk maken. Bijvoorbeeld in De Bilt kan bij gekoeldwatertemperatuur naar de zaalkoelers van minimaal 13°C bij buitenlucht-temperaturen lager dan 8°C 40% van het jaar vrij gekoeld worden.

b) Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,5.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat moeten minimaal 80% vrije koeling mogelijk maken. Bijvoorbeeld in De Bilt kan bij gekoeldwatertemperatuur naar de zaalkoelers van minimaal 18°C bij buitenlucht-natteboltemperaturen van maximaal 13°C 80% van het jaar vrij gekoeld worden.

c en d) Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 3,0.

Temperatuur in koude gang moet nagenoeg altijd vrije koeling mogelijk maken.

Flexibele operatie van temperatuur en vochtigheid is mogelijk binnen de grenzen van ASHRAE recommended envelope en SLA’s.

Technische randvoorwaarden

Gescheiden koude en warme gangen.

Bouwkundig moet het mogelijk zijn, bijvoorbeeld het dak moet het gewicht van het systeem voor vrije koeling kunnen dragen, en er moet ruimte zijn voor luchtkanalen en overige installaties.

a en b) Als zaalkoelers met water of een ander niet-vorstbestendig koelmiddel werken, dan vrije koeling in een gescheiden vorstbestendig circuit opnemen en platenwarmtewisselaar en pomp opnemen zodat koelers vorstbestendig kunnen opereren.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a en b) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

c en d) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

BIJLAGE 4 BEHORENDE BIJ DE REGELING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, VAN 7 JUNI 2017, NR. IENM/BSK-2071/134147, TOT WIJZIGING VAN BIJLAGE 10 VAN DE ACTIVITEITENREGELING MILIEUBEHEER EN ARTIKEL 7 VAN DE TIJDELIJKE REGELING IMPLEMENTATIE ARTIKELEN 8 EN 14 RICHTLIJN ENERGIE-EFFICIËNTIE (INVOERING TWEEDE LICHTING EN CORRECTIE EERSTE LICHTING ERKENDE MAATREGELLIJSTEN ENERGIEBESPARING)

Type maatregel

Persluchtinstallatie

Nummer maatregel

16

Omschrijving maatregel

Nullasturen persluchtcompressor beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Persluchtcompressor met frequentie- of toerenregeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Compressor heeft vollast/nullast- of vollast/nullast/uitschakeling.

Technische randvoorwaarden

Bij meerdere compressoren uitvoeren bij leidende compressor en rest op basis van aan/uitschakeling.

Economische randvoorwaarden

Aantal nullasturen is minimaal 1.100 uur per jaar (ter indicatie: 4 uur per werkdag).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Persluchtinstallatie

Nummer maatregel

17

Omschrijving maatregel

Energiezuinig perslucht maken door koude lucht te gebruiken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Koude buitenlucht gebruiken.

b) Binnenlucht uit onverwarmde ruimte gebruiken.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Compressor zuigt door zichzelf opgewarmde warme lucht of warme proceslucht aan.

Technische randvoorwaarden

a) Opening in gevel is mogelijk binnen een afstand van 3 meter.

b) N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Vermogen compressor (in kW) vermenigvuldigd met aantal equivalenten van vollasturen (in uur per jaar) is minimaal 50.000 (kWh per jaar).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Persluchtinstallatie

Nummer maatregel

18

Omschrijving maatregel

Warmte van persluchtcompressoren nuttig gebruiken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Warmte gebruiken voor ruimteverwarming.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warmte van compressor wordt naar buiten afgevoerd.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Aantal equivalenten van vollasturen is minimaal 1.400 uur per stookseizoen (ter indicatie: 10 uur per werkdag in stookseizoen) indien het jaarlijks aardgasverbruik minder is dan 170.000 m3, anders is het aantal equivalenten van vollasturen minimaal 2.200 uur per stookseizoen

Afstand tot te verwarmen ruimte is minder dan 3 meter.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

[16] Nullasturen persluchtcompressor beperken.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Persluchtinstallatie

Nummer maatregel

19

Omschrijving maatregel

Persluchtgebruik bij blazen verminderen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

HR-blaaspistool of blaasmondje met nozzle met laag verbruik toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Blaaspistool ouder dan 10 jaar of blaasmondje zonder nozzle is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Bedrijfstijd blaaspistool of blaasmondje is minimaal 250 uur per jaar.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Persluchtinstallatie

Nummer maatregel

20

Omschrijving maatregel

Onnodig aanstaan persluchtsysteem voorkomen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Bij drukvat groepsafsluiter en schakelklok toepassen.

b) Schakelklok met overwerktimer toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Schroef- of zuigercompressor kan alleen handmatig worden uitgeschakeld.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

a) Vermogen van compressor (in kW) vermenigvuldigd met aantal equivalenten van vollasturen per jaar (in uur per jaar) is minimaal 15.000 (kWh per jaar).

b) Vermogen van compressor (in kW) vermenigvuldigd met aantal equivalenten van vollasturen per jaar (in uur per jaar) is minimaal 9.500 (kWh per jaar).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

21

Omschrijving maatregel

Stoom als medium voor ruimteverwarming vervangen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Hoogrendementsketel HR107 met radiatoren en/of indirecte luchtverhitters toepassen.

b) Warmtepomp met radiatoren en/of indirecte luchtverhitters toepassen.

c) Direct gasgestookte Hoogrendements- (HR-) luchtverhitter toepassen.

d) Hoogrendementsketel HR107 met luchtbehandelingskast toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Stoomketel met stoomluchtverhitters zijn aanwezig, of stoomketel met stoom/waterwarmtewisselaar en radiatoren zijn aanwezig.

Technische randvoorwaarden

a) Rookgasafvoer is mogelijk.

b) N.v.t.

c en d) Rookgasafvoer is mogelijk.

Economische randvoorwaarden

Benodigde vermogen voor ruimteverwarming (in kW) vermenigvuldigd met bedrijfstijd (in uur per jaar) is minimaal 200.000 (kWthermischh per jaar).

a) Aansluitpunt voor gas is aanwezig binnen een afstand van 50 meter van te verwarmen ruimte.

b) Aansluitpunt van voldoende vermogen voor elektriciteit is aanwezig binnen een afstand van 50 meter van te verwarmen ruimte.

c en d) Aansluitpunt voor gas is aanwezig binnen 50 meter van te verwarmen ruimte.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja, indien stoomketel óf stoomruimteverwarmingsinstallatie wordt vervangen.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregelen

Stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie

Nummer maatregel

22

Omschrijving maatregel

Warmteverlies stoominstallatie beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Isolatie aanbrengen om stoom- en condensaatleidingen en -appendages.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Isolatie om leidingen en/of appendages ontbreekt of is beschadigd.

Technische randvoorwaarden

Bij stoomgebruikers zijn machinedelen soms bewust ongeïsoleerd om juiste stoomcondities in het productieproces te kunnen garanderen. Isoleer deze machines niet indien leverancier een goede werking van het proces niet meer garandeert.

Economische randvoorwaarden

Bedrijfstijd van stoominstallatie is minimaal 500 uur per jaar.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

23

Omschrijving maatregel

Warmte uit spuiwater stoomketel nuttig gebruiken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Ontspanningsvat toepassen waarin spuiwater in druk wordt verlaagd.

b) Warmtewisselaar toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warmteterugwinsysteem ontbreekt voor spuiwater.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Vermogen stoominstallatie (in MW) vermenigvuldigd met bedrijfstijd (in uur per jaar) is minimaal 4.500 (MWthermischh per jaar).

Minimaal 50% van voedingwater bestaat uit vers suppletiewater.

a) Stoomvrager is aanwezig die met discontinue aanbod van ontspanningsstoom kan worden gevoed (veelal de ontgasser).

b) Warmtevrager is aanwezig die met discontinue aanbod van warmte uit spuiwater kan worden gevoed (veelal suppletiewater).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

[24] Condensaat of condensaatwarmte nuttig gebruiken.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie

Nummer maatregel

24

Omschrijving maatregel

Condensaat of condensaatwarmte nuttig gebruiken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Ontspanningsvat toepassen waarin condensaat in druk wordt verlaagd (naar atmosferische druk).

b) Retourleiding naar ontgasser van stoomketel toepassen voor condensaat.

c) Warmtewisselaar toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warmteterugwinsysteem ontbreekt voor condensaat.

Technische randvoorwaarden

a en b) Condensaat mag niet verontreinigd zijn.

c) N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Bedrijfstijd stoominstallatie is minimaal 500 uur per jaar.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja, indien of stoomgebruiker (waarbij het condensaat verloren gaat) wordt gemodificeerd, of stoom- en condensaatleidingnet voor meer dan 50% wordt gewijzigd.

Alternatieve erkende maatregelen

[25] Warmte uit rookgassen stoomketel nuttig gebruiken.

[26] Energiezuinig stoom maken door voorwarmen van verbrandingslucht voor ventilatorbrander.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

25

Omschrijving maatregel

Warmte uit rookgassen stoomketel nuttig gebruiken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Economizer toepassen (bijvoorbeeld voor voorwarmen van voedingswater).

b) Rookgascondensor toepassen (bijvoorbeeld voor voorverwarmen van suppletiewater).

c) Luvo (luchtvoorverwarmer) toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warmteterugwinsysteem ontbreekt voor rookgassen.

Technische randvoorwaarden

Er is rondom stoomketel en in rookgaskanaal minimaal 2 meter vrije ruimte om een warmteterugwinsysteem in te bouwen.

Economische randvoorwaarden

Jaarlijks aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3.

Bedrijfstijd stoominstallatie is minimaal 500 uur per jaar.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

26

Omschrijving maatregel

Energiezuinig stoom maken door voorwarmen van verbrandingslucht voor ventilatorbrander.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Verticale luchtkoker vanaf plafond ketelhuis tot nabij luchtaanzuigopening van brander toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Brander zuigt koudere lucht aan uit directe omgeving op een hoogte van minder dan 1 meter vanaf vloer.

Technische randvoorwaarden

Brander moet geschikt zijn voor hogere verbrandingsluchttemperatuur en geringe toename van luchtweerstand.

Economische randvoorwaarden

Bedrijfstijd stoominstallatie is minimaal 500 uur per jaar.

Temperatuur nabij plafond is minimaal 10°C hoger dan temperatuur nabij brander.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

[25]: Warmte uit rookgassen stoomketel nuttig gebruiken.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

27

Omschrijving maatregel

Luchtovermaat stoomketel beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Automatische regeling luchtovermaat op basis van temperatuurcorrectie toepassen.

b) Automatische regeling luchtovermaat op basis van zuurstofcorrectie toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Automatische regeling luchtovermaat ontbreekt.

a) Gasgestookte stoomketel is aanwezig.

b) Stoomketel is aanwezig die wordt bijgestookt met biogas of een andere brandstof (niet zijnde aardgas).

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Vermogen stoominstallatie (in MW) vermenigvuldigd met bedrijfstijd (in uur per jaar) is minimaal 1.500 (MWthermischh per jaar).

a) Verbrandingsluchttemperatuur varieert met meer dan 35°C.

b) N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja, indien bedrijfstijd stoominstallatie meer is dan 2.000 uur per jaar.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

28

Omschrijving maatregel

Energiezuinige aardgasgestookte ventilatorbrander toepassen bij stoominstallatie.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Brander met modulerende regeling op basis van druksensor toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Brander met hoog/laagregeling is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Vermogen brander is meer dan 250 kW.

Bedrijfstijd stoominstallatie is minimaal 500 uur per jaar.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

Bereiden van voedingsmiddelen

Nummer maatregel

29

Omschrijving maatregel

Het debiet van afzuigsystemen in grootkeukens beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Rook- of dampdetectieapparatuur in combinatie met meet- en regelapparatuur van de afzuiginstallatie.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Meet- en regelapparatuur van de afzuiginstallatie ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

Motoren zijn geschikt om frequentie te schakelen.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

30

Omschrijving maatregel

Onnodig branden van verlichting in koel- en vriescel voorkomen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Deurschakeling of bewegingsmelder toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Deurschakeling en bewegingsmelder ontbreken.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Geïnstalleerd vermogen verlichting in koel- en vriescel is minimaal 250 Watt.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

31

Omschrijving maatregel

Beperken van isolatie van verdamper door ijsvorming.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Automatische ventilatie-ontdooiing middels heetgasregeling toepassen.

b) Automatische ventilatie-ontdooiing middels elektrisch verwarmingselement toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Regeling voor ventilatieontdooiing en/of ontdooibeëindigingsthermostaat ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

32

Omschrijving maatregel

Energiezuinige lampen in koelcel toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Armatuur met langwerpige hoogfrequent fluorescentie lamp (TL5) toepassen.

b) Armatuur met LED lamp toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Conventionele armaturen met langwerpige fluorescentielampen (TL8) zijn aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

33

Omschrijving maatregel

Binnentreden van warme en/of vochtige lucht in koelcel beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Deurschakeling celprogramma toepassen die de koeling onderbreekt.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Deurschakeling ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

Sensoren zijn aanwezig om koeling te onderbreken.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Liftinstallatie

Nummer maatregel

34

Omschrijving maatregel

Energieverbruik voor verlichting en ventilatie voorkomen indien lift niet in gebruik.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Stand-by schakeling op liftbesturing toepassen.

b) Aanwezigheidsdetectie van personen toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Verlichting en ventilatie cabine zijn continue in gebruik.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig moment of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

b) Zelfstandig moment: Ja, indien jaarlijks elektriciteitsverbruik minder is dan 50.000 kWh.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Liftinstallatie

Nummer maatregel

35

Omschrijving maatregel

Geïnstalleerd vermogen verlichting liftcabine beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) LED-lamp toepassen.

b) Spaarlamp toepassen

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Gloeilamp of halogeenlamp is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Jaarlijks elektriciteitsverbruik is minder dan 50.000 kWh.

Toepasbaar op een zelfstandig moment of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

36

Omschrijving maatregel

Inzet van fysieke servers in serverruimte beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Meerdere gevirtualiseerde servers werken op een minder aantal fysieke servers.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Geen gevirtualiseerde omgeving aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

37

Omschrijving maatregel

Vrije koeling in serverruimte toepassen om bedrijfstijd van koelmachine te beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Direct vrije luchtkoeling toepassen inclusief compartimenteren en backup door koelmachine toepassen.

b) Verdampingskoeler(s), adiabatische of hybride koeler(s) via (vorstbestendige) bypass toepassen.

c) Verdampingskoeler(s), adiabatische of hybride koeler(s) via (vorstbestendige) bypass toepassen inclusief compartimenteren en plaatsen van zaalkoelers die werken op hogere temperaturen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Airconditioning of DX- (directe expansie) koeling met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,5 is aanwezig.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken minimaal 95% vrije koeling mogelijk.

b en c) Compressiekoelmachine verzorgt de volledige koeling.

b) De koelmachine en de zaalkoelers zijn geschikt om met hogere temperaturen te werken.

Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 4 is aanwezig.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken minimaal 50% vrije koeling mogelijk.

c) Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,5 is aanwezig.

Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken minimaal 50% vrije koeling mogelijk.

Technische randvoorwaarden

Bouwkundig moet het mogelijk zijn, bijvoorbeeld het dak moet het gewicht van het systeem voor vrije koeling kunnen dragen, en er moet ruimte zijn voor luchtkanalen en overige installaties.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a en b) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

c) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

38

Omschrijving maatregel

Energiezuinige koelmachine voor koeling serverruimte toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Airconditioning of direct expansie- (DX) koelmachine met seizoensgemiddelde COP van minimaal 5,5 met rackkoeling toepassen.

b) Computer Room Air Conditioner (CRAC) met seizoensgemiddelde COP van minimaal 5,5 toepassen.

c) Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van minimaal 5,5 toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Airconditioning of direct expansie- (DX) koelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,3 is aanwezig.

b) CRAC met seizoensgemiddelde COP van maximaal 3 is aanwezig.

c) Compressiekoelmachine met seizoensgemiddelde COP van maximaal 3 is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

a en b) Jaarlijks elektriciteitsverbruik is minder dan 50.000 kWh.

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW.

c) Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van minimaal 5 kW

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

39

Omschrijving maatregel

Met hogere koeltemperatuur in serverruimte werken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Volledig gescheiden koude- en warme gangen (compartimenteren) en blindplaten op ongebruikte posities in racks toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Warme en koude gangen en blindplaten zijn afwezig.

Technische randvoorwaarden

Er moet ruimte zijn om racks met servers zodanig op te stellen dat warme en koude gangen zijn te realiseren.

ICT-apparatuur in racks moet aan één zijde van apparatuur lucht aanzuigen.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van 5 kW

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

40

Omschrijving maatregel

Toerental van ventilatoren in zaalkoelers (CRAH’s) in serverruimte beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Toerenregeling (sensoren en actuatoren) toepassen op bestaande ventilatoren.

b) In nieuwe zaalkoelers (CRAH’s) ventilatoren met toerenregeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Toerentalgeregelde ventilatoren zijn afwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van 5 kW

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

b) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

41

Omschrijving maatregel

Inzet van servers in serverruimte afstemmen op de vraag.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Powermanagement op servers toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

De CPU (central processing unit) draait continue op maximale snelheid.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van 5 kW

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Serverruimten

Nummer maatregel

42

Omschrijving maatregel

Energiezuinige uninterrupted power system (UPS) in serverruimte toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Efficiënt UPS-systeem (met dubbele conversie is 96% of hoger) toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Inefficiënte UPS (dubbele conversie efficiëntie in deellast is maximaal 92%) is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Het gaat om serverruimten met een opgesteld vermogen van 5 kW

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Informatie- en communicatietechnologie

Nummer maatregel

43

Omschrijving maatregel

Pas energiezuinig printen en/of kopiëren op de werkplek toe.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Centraal printen en kopiëren.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Minimaal 10 lokale printers zijn aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Informatie- en communicatietechnologie

Nummer maatregel

44

Omschrijving maatregel

Energiezuinige ICT op de werkplek toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Desktop die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

b) Laptop die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

c) Beeldscherm die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Desktop zonder Energy Star specificatie.

b) Laptop zonder Energy Star specificatie.

c) Beeldscherm zonder Energy Star specificatie.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

BIJLAGE 5 BEHORENDE BIJ DE REGELING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, VAN 7 JUNI 2017, NR. IENM/BSK-2071/134147, TOT WIJZIGING VAN BIJLAGE 10 VAN DE ACTIVITEITENREGELING MILIEUBEHEER (INVOERING TWEEDE LICHTING EN CORRECTIE EERSTE LICHTING ERKENDE MAATREGELLIJSTEN ENERGIEBESPARING)

Type maatregel

Gebouwschil

Nummer maatregel

7

Omschrijving maatregel

Kantoor: Warmte- en koudeverlies via buitenmuur beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Spouwmuur isoleren.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Isolatie in spouwmuur ontbreekt.

Gebouw wordt verwarmd, of verwarmd en gekoeld.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Kantoorruimte is met behulp van een stookinstallatie verwarmd.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

In gebouwen met minimaal energielabel C dan wel in nieuwbouw met een bouwjaar van 2003 of daarna en die derhalve aan de EPC-eisen van 2003 voldoen, wordt geacht deze maatregel reeds te zijn genomen.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

8

Omschrijving maatregel

Kantoor: Aanvoertemperatuur CV-water automatisch regelen op basis van buitentemperatuur.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Weersafhankelijke regeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Weersafhankelijke regeling ontbreekt op een cv-groep met hogetemperatuurverwarming.

Technische randvoorwaarden

Weersafhankelijke regeling toepassen op groep indien dit op ketel onmogelijk is i.v.m. warmtapwatervoorziening.

Economische randvoorwaarden

Kantoorruimte is met behulp van een stookinstallatie verwarmd.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

9

Omschrijving maatregel

Kantoor: Opstarttijd cv-installatie regelen op basis van buitentemperatuur en interne warmtelast.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Optimaliserende regeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Optimaliserende regeling ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3 per jaar.

Kantoorruimte is met behulp van een stookinstallatie verwarmd.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteverwarming

Nummer maatregel

10

Omschrijving maatregel

Kantoor: Warmteverlies via warmwaterleidingen en -appendages beperken in onverwarmde ruimten.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Isolatie aanbrengen om leidingen en appendages.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Isolatie om leidingen en appendages ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

Als fabrikant voorschrijft dat vocht en warmte weg moet kunnen in verband met garantie, dan hier rekening mee houden bij keuze isolatiemateriaal.

Economische randvoorwaarden

Aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3 per jaar.

Bedrijfstijd van installatie behorende bij leidingen en appendages is minimaal 1.250 uur per jaar (ter indicatie: een standaard stookseizoen).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

11

Omschrijving maatregel

Kantoor: Energiezuinige warmteopwekking toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Hoogrendementsketel HR107 toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Conventioneelrendements- (CR-) of verbeterdrendements- (VR-) ketel is aanwezig voor basislast (bedrijfstijd is meer dan 500 uur per jaar).

b) Hoogrendementsketel HR100 is aanwezig voor basislast (bedrijfstijd is meer dan 500 uur per jaar).

Technische randvoorwaarden

Retourtemperatuur van ketel kan lager zijn dan 55°C. Hogetemperatuursystemen (zoals warmtapwatersysteem of hogetemperatuurstralingspanelen) verhinderen dat soms.

Condensafvoer is mogelijk.

Economische randvoorwaarden

Beperkte isolatie is aanwezig (ter indicatie: minder dan 40 mm isolatie of bouwjaar van 1975 of eerder).

Kantoorruimte is met behulp van een stookinstallatie verwarmd.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: ja.

b) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

In gebouwen met minimaal energielabel C dan wel in nieuwbouw met een bouwjaar van 2003 of daarna en die derhalve aan de EPC-eisen van 2003 voldoen, wordt geacht deze maatregel reeds te zijn genomen.

Type maatregel

Ruimte- en buitenverlichting

Nummer maatregel

12

Omschrijving maatregel

Kantoor: Onnodig branden van ruimteverlichting in pauzes en buiten bedrijfstijd voorkomen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Veegschakeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Verlichting wordt handmatig geschakeld per ruimte.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Jaarlijks elektriciteitsverbruik is minder dan 10 mln. kWh.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

In gebouwen met minimaal energielabel C dan wel in nieuwbouw met een bouwjaar van 2003 of daarna en die derhalve aan de EPC-eisen van 2003 voldoen, wordt geacht deze maatregel reeds te zijn genomen.

Type maatregel

Ruimte- en buitenverlichting

Nummer maatregel

13

Omschrijving maatregel

Kantoor: Geïnstalleerd vermogen binnenverlichting beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Langwerpige fluorescentielamp (TL5) en adapter toepassen in bestaande armatuur.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Conventionele armaturen met langwerpige fluorescentielampen (TL) zijn aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Jaarlijks elektriciteitsverbruik is minder dan 10 mln. kWh.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

In gebouwen met minimaal energielabel C dan wel in nieuwbouw met een bouwjaar van 2003 of daarna en die derhalve aan de EPC-eisen van 2003 voldoen, wordt geacht deze maatregel reeds te zijn genomen.

Type maatregel

Ruimte- en buitenverlichting

Nummer maatregel

14

Omschrijving maatregel

Kantoor: Onnodig branden van buitenverlichting voorkomen zodat verlichting alleen brandt als het donker is, en per nacht minimaal 6 uur uit is of alleen bij beweging brandt.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Schemerschakelaar en tijdschakelaar toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Automatische aan- en uitschakeling ontbreekt bij reclameverlichting (verlichting is ’s nachts aan).

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimte- en buitenverlichting

Nummer maatregel

15

Omschrijving maatregel

Kantoor: Geïnstalleerd vermogen buitenverlichting beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Led-lamp toepassen in bestaande armatuur.

b) Natriumlamp toepassen in bestaande armatuur.

c) Metaalhalogenidelamp toepassen in bestaande armatuur.

d) Natriumlamp toepassen in bestaande armatuur.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a en b) Halogeenlamp is aanwezig.

c en d) Hoge druk kwiklamp is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

a en b) N.v.t.

c) Jaarlijks elektriciteitsverbruik is minder dan 10 mln. kWh.

d) N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a en b) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

c) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

d) Zelfstandig moment: Ja, indien jaarlijks elektriciteitsverbruik minder is dan 10 mln. kWh.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Informatie- en communicatietechnologie

Nummer maatregel

16

Omschrijving maatregel

Energiezuinige ICT op de werkplek toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Desktop die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

b) Laptop die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

c) Beeldscherm die voldoet aan Energy Star specificatie toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Desktop zonder Energy Star specificatie.

b) Laptop zonder Energy Star specificatie.

c) Beeldscherm zonder Energy Star specificatie.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen.

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

BIJLAGE 6 BEHORENDE BIJ DE REGELING VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU, VAN 7 JUNI 2017, NR. IENM/BSK-2071/134147, TOT WIJZIGING VAN BIJLAGE 10 VAN DE ACTIVITEITENREGELING MILIEUBEHEER EN ARTIKEL 7 VAN DE TIJDELIJKE REGELING IMPLEMENTATIE ARTIKELEN 8 EN 14 RICHTLIJN ENERGIE-EFFICIËNTIE (INVOERING TWEEDE LICHTING EN CORRECTIE EERSTE LICHTING ERKENDE MAATREGELLIJSTEN ENERGIEBESPARING)

8. Levensmiddelenindustrie

Het gaat hier om de volgende subsectoren binnen de sectoren Groente- en Fruitverwerkende industrie, Frisdranken-, Water- en Sappenproducenten en Bakkerij- en Zoetwarenindustrie (NVB en VBZ) binnen de Levensmiddelenmiddelenindustrie:

vervaardiging van fruit- en groentesap (SBI-code 10.32), verwerking van groente en fruit (niet tot sap en maaltijden) (SBI-code 10.39), vervaardiging van frisdranken waaronder productie van mineraalwater en overig gebotteld water waaronder ook vruchtensiropen (SBI-code 11.07), vervaardiging van limonadesiroop (SBI-code 10.89), vervaardiging van brood, banketbakkerswerk en deegwaren (SBI-code 10.7), verwerking van cacao en vervaardiging van chocolade en suikerwerk (SBI-code 10.82), verwerking van cacao (SBI-code 10.82.1) en vervaardiging van chocolade en suikerwerk (SBI-code 10.82.2).

Voor de overige subsectoren zoals genoemd in de SBI-codes 10 en 11 gelden geen erkende maatregellijsten.

Maatregelen

Tabel 8. Erkende maatregelen voor energiebesparing in de levensmiddelenindustrie

Type maatregel

Nummers

Gebouwschil

1, 4

Ruimteventilatie

5 – 8

Ruimteverwarming

9 – 13

Ruimte- en buitenverlichting

15 – 25

Liftinstallatie

63, 64

Serverruimten

65-71

Informatie- en communicatietechnologie

72, 73

Persluchtinstallatie

28-32

Faciliteiten

26 – 32, 61

Stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie

40, 42

Processen

39, 47, 49

Activiteit

 

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

14, 41, 43 – 46, 48

In werking hebben van een koelinstallatie

2, 3, 33 – 38

Industrieel vervaardigen of bewerken van voedingsmiddelen of dranken

50 – 54, 56 – 60, 62

Mechanische bewerkingen van rubber, kunststof of rubber- of kunststofproducten

55

Type maatregel

Gebouwschil

Nummer maatregel

1

Omschrijving maatregel

Kantoor: Warmte- en koudeverlies via buitenmuur beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Spouwmuur isoleren.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Isolatie in spouwmuur ontbreekt.

a) Kantoor wordt verwarmd.

b) Kantoor wordt verwarmd en gekoeld.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

a) Aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3 per jaar.

b) N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

b) Zelfstandig moment: Ja, indien aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3 per jaar.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

In kantoorgebouwen met minimaal energielabel C dan wel in nieuwbouw met een bouwjaar van 2003 of daarna en die derhalve aan de EPC-eisen van 2003 voldoen, wordt geacht deze maatregel reeds te zijn genomen.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie

Nummer maatregel

2

Omschrijving maatregel

Koudeverlies vriescel via wand naar aangrenzende niet-gekoelde ruimte en/of buitenruimte beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Spouwmuur of wand isoleren.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Isolatie van wand ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een koelinstallatie.

Nummer maatregel

3

Omschrijving maatregel

Koudeverlies koel- of vriescel via beglazing naar aangrenzende verwarmde ruimte beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

HR++-glas toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Kozijn met enkel glas is aanwezig.

Technische randvoorwaarden

Sponningdiepte is minimaal 16 mm.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Gebouwschil

Nummer maatregel

4

Omschrijving maatregel

Warmte- en/of koudeverlies via openstaande bedrijfsdeur in gebouwschil beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Snelsluitende of automatische bedrijfsdeur toepassen.

b en c) Loopdeur toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Handmatige bediende bedrijfsdeur is aanwezig.

b) Sectionaaldeur is aanwezig en wordt gebruikt voor personentoegang.

c) Kantelddeur is aanwezig en wordt gebruikt voor personentoegang.

Technische randvoorwaarden

a) N.v.t.

b) Ruimte is aanwezig in gevel.

c) Ruimte is aanwezig in gevel of in kanteldeur.

Economische randvoorwaarden

a) Deur kan 1 uur per werkdag extra gesloten worden.

b en c) N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

b en c) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteventilatie

Nummer maatregel

5

Omschrijving maatregel

Warmte- en/of koudeverlies via openstaande bedrijfsdeur in binnengevel tussen verwarmde en gekoelde ruimte beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Snelsluitende of automatische bedrijfsdeur toepassen.

b) en c) Loopdeur toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a) Handmatige bediende bedrijfsdeur of scheiding van plastic stroken is aanwezig.

b) Sectionaaldeur is aanwezig en wordt gebruikt voor personentoegang.

c) Kantelddeur is aanwezig en wordt gebruikt voor personentoegang.

Technische randvoorwaarden

a) N.v.t.

b) Ruimte aanwezig in gevel.

c) Ruimte aanwezig in gevel of in kanteldeur.

Economische randvoorwaarden

a) Deur kan 1 uur per werkdag extra gesloten worden.

b en c) N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

b en c) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type Maatregel

Ruimteventilatie

Nummer maatregel

6

Omschrijving maatregel

Warmteverlies ventilatiekanalen beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Isolatie om ventilatiekanalen aanbrengen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Isolatie om ventilatiekanalen ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

Temperatuur kanaal is minimaal 10 °C hoger dan omgevingstemperatuur.

Economische randvoorwaarden

Aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3 per jaar.

Bedrijfstijd ventilatie is minimaal 2.700 uur per jaar.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteventilatie

Nummer maatregel

7

Omschrijving maatregel

Onnodig aanstaan van ventilatie voorkomen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Tijdschakelaar met weekschakeling (met of zonder overwerktimer) toepassen.

b) CO2-meter toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Automatische aan- en uitschakeling ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

a) N.v.t.

b) CO2 is de leidende factor van de luchtkwaliteit.

Economische randvoorwaarden

Motor vermogen (in kW) vermenigvuldigd met de tijd (in uur per jaar) dat de ventilatie extra uitgeschakeld kan worden is minimaal 300 (kWh per jaar).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteventilatie

Nummer maatregel

8

Omschrijving maatregel

Energiezuinige ventilator toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a) Gelijkstroomventilator toepassen.

b) IE2-motor met toerenregeling toepassen.

c) IE3-motor toepassen.

d) Toerenregeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a, b en c) Motor met rendementsklasse IE1 of lager is aanwezig.

d) Motor met aan/uit regeling is aanwezig.

a) Benodigd luchtdebiet is constant.

b, c en d) Benodigd luchtdebiet varieert.

Technische randvoorwaarden

a, b en c) N.v.t.

d) Ventilator, aandrijving en elektromotor zijn geschikt voor toerenregeling.

Economische randvoorwaarden

Motorvormogen is minimaal 2,8 kW.

a) Bedrijfstijd ventilator is minimaal 3.000 uur per jaar (ter indicatie: 12 uur per werkdag).

b) Bedrijfstijd ventilator is minimaal 1.500 uur per jaar (ter indicatie: 6 uur per werkdag).

c) Bedrijfstijd ventilator is minimaal 2.200 uur per jaar (ter indicatie: 9 uur per werkdag).

d) Bedrijfstijd ventilator is minimaal 3.000 uur per jaar (ter indicatie: 12 uur per werkdag).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a, b en c) Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

d) Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteverwarming

Nummer maatregel

9

Omschrijving maatregel

Onnodig aanstaan van ruimteverwarming door luchtverhitters buiten bedrijfstijd voorkomen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Tijdschakelaar of tijdschakelaar met weekschakeling (met of zonder overwerktimer) toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Automatische aan- en uitschakeling ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

Niet toepasbaar in gebouw(delen) waar volcontinu gewerkt wordt.

Economische randvoorwaarden

N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteverwarming

Nummer maatregel

10

Omschrijving maatregel

Bedrijfshal: Warmte in hoge hal actief verdelen naar werkplekken met warmtevraag om verwarming met aardgas te beperken.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Ondersteuningsventilator toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Voorziening voor luchtcirculatie ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3 per jaar.

Temperatuur boven in hal is minimaal 4°C hoger dan temperatuur op werkniveau.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteverwarming

Nummer maatregel

11

Omschrijving maatregel

Temperatuur per ruimte naregelen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Thermostatische radiatorkranen of ruimtethermostaten toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Individuele naregeling per ruimte of verwarmingsgroep ontbreekt bij meerdere verblijfsruimten.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

a) Aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3 per jaar.

Bedrijfstijd verwarming is minimaal 1.800 uur per jaar.

b) Aardgasverbruik is minimaal 170.000 m3 per jaar.

Bedrijfstijd verwarming is minimaal 2.850 uur per jaar.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteverwarming

Nummer maatregel

12

Omschrijving maatregel

Opstarttijd cv-installatie regelen op basis van buitentemperatuur en/of interne warmtelast.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Optimaliserende regeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Optimaliserende regeling ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

Niet toepasbaar in gebouw(delen) waar volcontinu gewerkt wordt.

Niet toepasbaar op procesinstallaties (bijv. voor verwarming bollenkast of narijskast).

Economische randvoorwaarden

a) Aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3 per jaar.

Ketelvermogen (in kWth) vermenigvuldigd met bedrijfstijd verwarming (in uur per jaar) is minimaal 30.000 (in kWhth per jaar).

b) aardgasverbruik is minimaal 170.000 m3 per jaar.

Ketelvermogen (in kWth) vermenigvuldigd met bedrijfstijd verwarming (in uur per jaar) is minimaal 48.000 (in kWhth per jaar).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimteverwarming

Nummer maatregel

13

Omschrijving maatregel

Aanvoertemperatuur cv-water automatisch regelen op basis van buitentemperatuur.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Weersafhankelijke regeling op ketel of cv-groep toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Weersafhankelijke regeling ontbreekt op ketel of cv-groep met hoge temperatuurverwarming.

Technische randvoorwaarden

Weersafhankelijke regeling toepassen op groep als dit op ketel onmogelijk is door warmtapwatervoorziening.

Economische randvoorwaarden

a) Aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3 per jaar.

Ketelvermogen (in kWth) vermenigvuldigd met bedrijfstijd verwarming (in uur per jaar) is minimaal 42.000 (in kWhth per jaar).

b) Aardgasverbruik is minimaal 170.000 m3 per jaar.

Ketelvermogen (in kWth) vermenigvuldigd met bedrijfstijd verwarming (in uur per jaar) is minimaal 67.500 (in kWhth per jaar).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Activiteit

In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht)

Nummer maatregel

14

Omschrijving maatregel

Energiezuinige warmteopwekking toepassen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

a en b) Hoogrendements- (HR-) luchtverhitter toepassen.

c en d) Hoogrendementsketel HR107 toepassen

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

a en b) Conventionele luchtverhitter is aanwezig.

c en d) Conventioneel rendements- (CR) of verbeterd rendements- (VR) ketel is aanwezig voor basislast (bedrijfstijd is meer dan 500 uur per jaar).

Technische randvoorwaarden

Condensafvoer is mogelijk.

Economische randvoorwaarden

a) Bedrijfstijd luchtverhitter is minimaal 650 uur per jaar indien aardgasverbruik minder dan 170.000 m3 per jaar is.

b) Bedrijfstijd luchtverhitter is minimaal 1.000 uur per jaar indien aardgasverbruik minimaal 170.000 m3 per jaar is.

c en d) N.v.t.

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

a en b) Zelfstandig moment: Nee.

c) Zelfstandig moment: Ja, indien aardgasverbruik minder dan 170.000 m3 per jaar en bedrijfstijd ketel minimaal 2.200 uur per jaar is.

Natuurlijk moment: Ja.

d) Zelfstandig moment: Ja, indien aardgasverbruik minimaal 170.000 m3 per jaar en bedrijfstijd ketel minimaal 3.300 uur per jaar is.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

In kantoorgebouwen met minimaal energielabel C dan wel in nieuwbouw met een bouwjaar van 2003 of daarna en die derhalve aan de EPC-eisen van 2003 voldoen, wordt geacht deze maatregel reeds te zijn genomen.

Type maatregel

Ruimte en buitenverlichting

Nummer maatregel

15

Omschrijving maatregel

Onnodig aanstaan basis binnenverlichting voorkomen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Meerdere schakelgroepen toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Te grote schakelgroep aanwezig waardoor verlichting onnodig brandt.

Technische randvoorwaarden

N.v.t.

Economische randvoorwaarden

Vermogen van de onnodige verlichting (in kW) vermenigvuldigd met tijd (in uur per jaar) dat verlichting door een extra schakelgroep is uit te schakelen is minimaal 1.500 (in kWh per jaar).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimte- en buitenverlichting

Nummer maatregel

16

Omschrijving maatregel

Onnodig branden van verlichting in magazijnen en opslagruimten voorkomen bij wisselend gebruik.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Aanwezigheidsschakeling toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Aanwezigheidsschakeling ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

Verlichting is apart schakelbaar per (deel van de) ruimte.

Niet toepasbaar waar arbo-eisen aanwezigheidsschakeling verbieden.

Economische randvoorwaarden

Vermogen van de onnodige verlichting (in kW) vermenigvuldigd met tijd (in uur per jaar) dat verlichting door een extra schakelgroep is uit te schakelen is minimaal 400 (in kWh per jaar).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Ja.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen

N.v.t.

Bijzondere omstandigheden

N.v.t.

Type maatregel

Ruimte- en buitenverlichting

Nummer maatregel

17

Omschrijving maatregel

Bedrijfshal: Binnenverlichting automatisch verminderen op basis van daglichttoetreding door ramen.

Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

Daglichtafhankelijke schakeling voor schakelen van verlichting toepassen.

Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

Daglichtafhankelijke schakeling ontbreekt.

Technische randvoorwaarden

Verlichting is apart schakelbaar langs ramen.

Economische randvoorwaarden

Vermogen van de onnodige verlichting (in kW) vermenigvuldigd met tijd (in uur per jaar) dat verlichting is uit te schakelen is minimaal 200 (in kWh per jaar).

Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

Zelfstandig moment: Nee.

Natuurlijk moment: Ja.

Alternatieve erkende maatregelen