Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2017, 29944Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 mei 2017, nr. HO&S/1130225 houdende wijziging van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen in verband met de toelating van nieuwe opleidingsscholen 2017

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, alsmede de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel a, juncto artikel 4, tweede lid, van de Wet overige OCW-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I. WIJZIGING REGELING TEGEMOETKOMING KOSTEN OPLEIDINGSSCHOLEN

De Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen wordt als volgt gewijzigd:

A

Het eerste lid van artikel 2a komt te luiden:

  • 1. Een aspirant-opleidingsschool is een opleidingsschool:

    • a. die minder dan vier schooljaren subsidie heeft ontvangen in het kader van deze regeling; of

    • b. aan wie de subsidie is geweigerd op grond van artikel 13, lid 1, onderdeel a en die na een nieuwe aanvraag minder dan vier schooljaren subsidie heeft ontvangen in het kader van deze regeling.

B

Na het derde lid van artikel 3 wordt een nieuw vierde lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Wijzigingen in het penvoerderschap moeten uiterlijk 1 mei gemeld worden aan de Minister en treden in werking per 1 augustus volgend op de datum waarop de wijziging aan de Minister is doorgeven.

C

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4. Subsidieplafond

  • 1. Op grond van deze regeling is per kalenderjaar totaal een bedrag van € 20.100.000 beschikbaar voor:

    • a. subsidieverlening aan opleidingsscholen en;

    • b. subsidieverlening aan aspirant-opleidingsscholen gedurende het derde en vierde schooljaar van de subsidieperiode.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid zijn in de kalenderjaren 2017 tot en met 2019 de volgende bedragen beschikbaar voor de subsidieverlening aan aspirant-opleidingsscholen in de eerste twee schooljaren van de subsidieperiode:

    • a. een bedrag van € 4.200.000 per kalenderjaar voor aspirant-opleidingsscholen in het vo;

    • b. een bedrag van € 2.750.000 per kalenderjaar voor aspirant-opleidingsscholen die subsidie hebben ontvangen op grond van artikel 3 van de Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013–2016;

    • c. een bedrag van € 750.000 per kalenderjaar voor de subsidieverlening aan aspirant-opleidingsscholen waarin een hogeschool deelneemt die een opleiding tot leraar basisonderwijs verzorgt die nog niet deelneemt in een opleidingsschool zoals genoemd in bijlage 5;

    • d. een bedrag van € 750.000 per kalenderjaar voor de subsidieverlening aan aspirant-opleidingsscholen in het mbo.

D

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

3. In afwijking van het eerste lid, bedraagt de subsidie aan een aspirant-opleidingsschool de eerste twee schooljaren € 250.000 per schooljaar.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. In afwijking van het eerste en derde lid, bedraagt de subsidie aan een aspirant-opleidingsschool in het vo in de eerste twee schooljaren € 300.000 per schooljaar.

E

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

In het tweede lid wordt ‘vierde lid’ vervangen door ‘vijfde lid’.

F

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8. Termijn indiening aanvraag

  • 1. De aanvraag voor een aspirant-opleidingsschool wordt ingediend vóór 1 september 2017.

  • 2. De aanvraag bedoeld in artikel 11, vijfde lid, wordt ingediend vóór 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarin het in artikel 11, eerste lid, genoemde tijdvak afloopt.

G

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel f van het eerste lid komt te vervallen.

2. onder vernummering van het tweede lid tot het derde lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd dat luidt:

  • 2. De subsidieverlening wordt geweigerd indien niet voldaan is aan de verplichting, bedoeld in artikel 14, tweede lid.

H

De laatste volzin van bijlage 4 komt te luiden:

De wijze waarop wordt beoordeeld en de nadere uitwerking van bovenstaande criteria is te vinden op dus-i.nl via https://www.dus-i.nl/subsidies/t/tegemoetkoming-opleidingsscholen/inhoud/aspirant.

I

Na bijlage 4 wordt een bijlage toegevoegd, luidende:

BIJLAGE 5, BEHORENDE BIJ ARTIKEL 4, TWEEDE LID, ONDER C, VAN DE REGELING TEGEMOETKOMING KOSTEN OPLEIDINGSSCHOLEN

Lerarenopleidingen die zich richten op het primair onderwijs en nog niet deelnemen in een opleidingsschool:

  • 1. Opleiding tot Leraar basisonderwijs van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;

  • 2. Opleiding tot Leraar basisonderwijs van de Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden en Rijnstreek;

  • 3. Opleiding tot Leraar basisonderwijs van de Hogeschool Zeeland, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zeeland;

  • 4. Opleiding tot Leraar basisonderwijs van de Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

TOELICHTING

Algemeen

Inleiding en doel

Met deze regeling wordt het subsidieplafond per 2017 voor de bekostiging aan opleidingsscholen vastgesteld. Daarnaast worden de subsidieplafonds en aanvraagtermijn vastgesteld voor de subsidieverlening aan aspirant-opleidingsscholen.

Met de wijziging van 8 augustus 2015 is een toetredingsprocedure voor aspirant-opleidingsscholen opgenomen in de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen.1 Tegelijkertijd werd met de wijziging geregeld dat een eerste groep aspirant-opleidingsscholen in het voortgezet onderwijs vanaf 2015 voorwaardelijk kon toetreden tot het bekostigingsstelsel zoals afgesproken door de staatssecretaris en de VO-Raad in het sectorakkoord voor het voortgezet onderwijs. In 2016 is met een nieuwe wijzigingsregeling geregeld dat een tweede groep van zeven aspirant-opleidingsscholen kon toetreden.2 Met deze wijziging wordt het mogelijk gemaakt dat in 2017 een derde en laatste tranche van maximaal zeven aspirant-opleidingsscholen in het kader van het sectorakkoord vo kan toetreden. Daarnaast kunnen zowel in het po als het mbo in 2017 maximaal drie aspirant-opleidingsscholen toetreden.

Administratieve lasten

De extra toename van het aantal opleidingsscholen leidt tot een uitbreiding van de totale administratieve lasten met € 5.850 in 2017 tot uiteindelijk € 11.200 vanaf 2021. De extra administratieve last ontstaat door het indienen van een aanvraag met ontwikkelplan en de jaarlijkse opgave van studentenaantallen aan DUO.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

Met deze wijziging krijgen partnerschappen aan wie de subsidie is geweigerd omdat ze niet meer voldeden aan een van de subsidievoorwaarden, een nieuwe kans om in aanmerking te komen voor subsidie. Hierbij wordt de kwaliteit van de opleidingsschool opnieuw getoetst.

Artikel I, onderdeel B

In het nieuwe vierde lid wordt geregeld dat wijzigingen in penvoerderschap die na de start van een schooljaar worden doorgegeven in werking treden per het daaropvolgende schooljaar. De nieuwe penvoerder wordt per dat laatste schooljaar de subsidieontvanger.

Artikel I, onderdeel C

In 2015 en 2016 is in het kader van het sectorakkoord voortgezet onderwijs subsidie toegekend aan totaal veertien aspirant-opleidingsscholen in het voortgezet onderwijs. In 2017 worden opnieuw maximaal zeven aspirant-opleidingsscholen in het voortgezet onderwijs toegelaten. Totaal ontvangen dus maximaal 21 aspirant-opleidingsscholen in het voortgezet onderwijs subsidie in 2017. Maximaal veertien van deze aspirant-opleidingsscholen zitten in de eerste twee jaar van de subsidieperiode en ontvangen een vast bedrag. De zeven aspirant-opleidingsscholen die sinds schooljaar 2015–2016 subsidie ontvangen, zitten vanaf schooljaar 2017–2018 in het derde jaar van de subsidieperiode en ontvangen vanaf dat moment een bedrag aan subsidie dat gebaseerd is op studentenaantallen volgens de systematiek van artikel 5, eerste lid.

Aanvullend op de uitbreiding in het kader van het sectorakkoord voortgezet onderwijs is in 2016 subsidie voor aspirant-opleidingsscholen toegekend aan totaal elf partnerschappen in het primair onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs die subsidie ontvingen op grond van de tijdelijke Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013–2016. 3 In 2017 is opnieuw subsidie beschikbaar voor deze elf partnerschappen.

Tenslotte is er vanaf 2017 zowel in het primair onderwijs als in het middelbaar beroepsonderwijs subsidie beschikbaar voor maximaal drie nieuwe aspirant-opleidingsscholen. Voor het primair onderwijs wordt dit bedrag specifiek beschikbaar gesteld voor aanvragen van aspirant-opleidingsscholen waar een of meerdere lerarenopleidingen in deelnemen die nog niet deelnemen in een bestaande (aspirant) opleidingsschool. De betreffende lerarenopleidingen worden opgesomd in bijlage 5. Met deze prioritering wordt beoogd de dekking over de lerarenopleidingen verder te vergroten zodat zoveel mogelijk studenten de mogelijkheid krijgen om (een deel van) hun opleiding via een opleidingsschool te volgen. In het middelbaar beroepsonderwijs zijn nog veel minder partnerschappen tussen lerarenopleidingen en mbo-instellingen gevormd en is een dergelijke prioritering momenteel niet aan de orde.

Artikel I, onderdeel D

Dit betreft een technische wijziging. Het bedrag dat een aspirant-opleidingsschool ontvangt in de eerste twee jaren is net als in 2016 € 250.000. Aspirant-opleidingsscholen in het voortgezet onderwijs ontvangen in uitzondering hierop net als in 2016 € 300.000. Dit bedrag is € 50.000 hoger dan bij andere aspirant-opleidingsscholen, omdat in het sectorakkoord voortgezet onderwijs specifiek extra middelen zijn vrijgemaakt voor een versnelde groei van het aantal opleidingsplekken aan bekostigde opleidingsscholen in deze sector.

Artikel 1, onderdeel E

De uiterste aanvraagdatum voor nieuwe aspirant-opleidingsscholen is 1 september 2017. Dit is gelijk aan de aanvraagtermijn in 2016.

Artikel I, onderdeel G

Het te ontvangen bedrag aan subsidie in het schooljaar wordt jaarlijks bepaald op basis van de studentenaantallen in het voorgaande schooljaar. Om na 1 oktober sneller te kunnen bepalen hoe de beschikbare middelen worden verdeeld, leidt het niet op tijd aanleveren van deze studentenaantallen voortaan standaard tot het weigeren van de aanvraag voor het betreffende schooljaar.

Artikel I, onderdeel I

In bijlage 5 worden de opleidingen tot leraar basisonderwijs genoemd die nog niet deelnemen in een opleidingsschool.

Artikel II

De wijziging wordt ingevoerd per 1 juli 2017. Dit gebeurt om aanvragers de mogelijkheid te geven om hun aanvraag al voor de zomer in te dienen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker


X Noot
1

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 augustus 2015, nr. HO&S/755642 houdende wijziging van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen in verband met de uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen en de toelating van nieuwe opleidingsscholen (Stcrt. 2015, 25322).

X Noot
2

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 juni 2016, nr. HO&S/903095 houdende wijziging van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen in verband met de toelating van nieuwe opleidingsscholen vanuit de Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013–2016 (Stcrt. 2016, 32525).

X Noot
3

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 juni 2016, nr. HO&S/903095 houdende wijziging van de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen in verband met de toelating van nieuwe opleidingsscholen vanuit de Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013–2016 (Stcrt. 2016, 32525).