Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Algemene ZakenStaatscourant 2016, 48258Interne regelingen

Besluit van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken d.d. 6 september 2016, nr. 3889766, houdende instelling van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 25, eerste lid, van het reglement van orde voor de ministerraad,

Besluit:

Artikel 1

Er is een Ministeriële Commissie Crisisbeheersing.

Artikel 2

De Commissie is belast met de coördinatie van en de besluitvorming over het geheel van maatregelen en voorzieningen met het oog op een samenhangende aanpak in een situatie waarbij de nationale veiligheid in het geding is of kan zijn, of in een andere situatie die een grote uitwerking op de maatschappij heeft of kan hebben.

Artikel 3

  • 1. Vaste leden van de Commissie zijn de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, en de Minister van Veiligheid en Justitie.

  • 2. De Minister van Veiligheid en Justitie is voorzitter van de Commissie tenzij de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, beslist dat hij voorzitter is.

  • 3. Iedere minister of staatssecretaris kan de Minister van Veiligheid en Justitie verzoeken de Commissie in vergadering bijeen te roepen. De voorzitter van de Commissie besluit over het verzoek in overeenstemming met de Minister-President, Minister van Algemene Zaken en na overleg met de minister of staatssecretaris die als eerste verantwoordelijk is voor de aangelegenheid waarop het verzoek betrekking heeft.

  • 4. De voorzitter wijst in overeenstemming met de Minister-President, Minister van Algemene Zaken per situatie en zo nodig per vergadering aan welke andere ministers lid van de Commissie zijn.

  • 5. De voorzitter van de Commissie kan toestaan dat staatssecretarissen met raadgevende stem aan vergaderingen deelnemen, voor zover het zaken betreft waarbij zij uit hoofde van hun taak rechtstreeks zijn betrokken.

  • 6. Deskundigen kunnen op uitnodiging van de voorzitter, na overleg met de minister of staatssecretaris die daarbij in het bijzonder is betrokken, vergaderingen bijwonen.

  • 7. Ministers of staatssecretarissen kunnen zich met vooraf verkregen toestemming van de voorzitter van de Commissie tijdens vergaderingen door een ambtenaar doen bijstaan.

  • 8. De Commissie neemt geen bevoegdheden over van enige minister en neemt ook geen besluiten over aangelegenheden waarbij een niet-aanwezige minister in het bijzonder is betrokken.

Artikel 4

  • 1. Indien het nodig is bij wijze van stemming te beslissen, wordt het besluit in de Commissie bij meerderheid van stemmen opgemaakt, waarbij iedere aanwezige minister één stem heeft. Bij staking van de stemmen beslist de stem van de voorzitter van de Commissie.

  • 2. Het hoofd van het Nationaal Crisiscentrum is secretaris van de Commissie.

  • 3. De secretaris zorgt zo spoedig mogelijk voor het ontwerpen van een besluitenlijst, waarin de conclusies van de Commissie zijn opgenomen, die de goedkeuring van de ministerraad behoeft. Voor besluiten waarvan de uitvoering geen uitstel duldt, is geen voorafgaande goedkeuring van de besluitenlijst vereist.

Artikel 5

De Commissie wordt op ambtelijk niveau geadviseerd door de Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing onder voorzitterschap van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid.

Artikel 6

Het Instellingsbesluit Ministeriële Commissie Crisisbeheersing 2013 (Stcrt. 2013, 11207) wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het met toelichting wordt geplaatst.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Ministeriële Commissie Crisisbeheersing 2016.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte

TOELICHTING

Algemeen

In een situatie waarbij de nationale veiligheid in het geding is of kan zijn, of die anderszins een grote uitwerking op de maatschappij heeft of kan hebben, kan het gewenst zijn dat de rijksoverheid op politiek-bestuurlijk niveau zorgdraagt voor coördinatie van en besluitvorming over het geheel van maatregelen en voorzieningen die in samenwerking met betrokken publieke en private partners met het oog op een samenhangende aanpak moeten worden getroffen. Ingevolge artikel 25, eerste lid, van het Reglement van orde voor de ministerraad bestaat daarvoor de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb) die in de bedoelde situaties bijeengeroepen kan worden.

De organisatie en werkwijze van de MCCb (hierna: Commissie) en de ambtelijke advisering en ondersteuning zijn geregeld in dit instellingsbesluit, en nader uitgewerkt en beschreven in het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming. Het instellingsbesluit van de Commissie en het Nationaal Handboek zijn gewijzigd en opnieuw door de ministerraad vastgesteld.

Artikel 2

De commissie kan bijeengeroepen worden als de nationale veiligheid in het geding is of kan zijn, dus als de vitale belangen van de Nederlandse Staat en/of samenleving zodanig bedreigd worden dat er sprake is van (potentiële) maatschappelijke ontwrichting. Daarbij kan het gaan om verstoring of uitval van vitale infrastructuur (o.a. elektriciteit, ICT, water), overstromingen, infectieziekten, dierziekten, een kernongeval, een terroristische dreiging of aanslag.1 Bij situaties met een grote uitwerking op de maatschappij valt te denken aan een lokaal of regionaal incident of ongeval met veel slachtoffers, een incident of ongeval in het buitenland met een groot aantal Nederlandse slachtoffers, of evenementen met een (inter)nationale uitstraling in Nederland. Het is van groot belang om in dergelijke situaties de binnen de verantwoordelijke ministeries beschikbare en benodigde kennis en expertise tijdig en adequaat te benutten en in te brengen in de Commissie. Een samenhangende aanpak is vereist omdat het niet op elkaar afgestemd uitoefenen van bevoegdheden tot inefficiëntie kan leiden en zelfs contraproductief kan werken.

De betrokken ministers oefenen hun bevoegdheden uit in overeenstemming met de besluiten van de Commissie. De Commissie neemt geen bevoegdheden over van enige minister en neemt ook geen besluiten over aangelegenheden waarbij een niet-aanwezige minister in het bijzonder is betrokken, zoals de Minister van Defensie wat betreft de inzet van defensiepersoneel en/of materieel. De besluiten van de Commissie vormen het kader voor de uitvoering daarvan door publieke en private partners.

Artikel 3

De Minister van Veiligheid en Justitie is voorzitter van de Commissie omdat hij als coördinerend minister verantwoordelijk is voor de inrichting, de werking, de samenhang en de integrale aanpak van het crisisbeheersingsbeleid en het bijbehorende stelsel. De algemene vervangingsregeling is van toepassing op de Commissie, momenteel wordt de Minister van Veiligheid en Justitie bij afwezigheid vervangen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, kan te allen tijde besluiten het voorzitterschap van de Commissie op zich te nemen. Bij zijn afwezigheid is dit de conform de vervangingsregeling aangewezen Viceminister-president.

De voorzitter van de Commissie wijst, in overeenstemming met de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, welke andere minister of ministers lid van de Commissie zijn. Tevens beslist hij of een staatssecretaris aan een vergadering kan deelnemen. De voorzitter kan na overleg met de minister of staatssecretaris die ter zake in het bijzonder is betrokken, al dan niet op verzoek van deze, een deskundige uitnodigen een vergadering bij te wonen. Daarbij valt te denken aan deskundigen op een specifiek terrein, of aan deskundige vertegenwoordigers van betrokken andere overheden, overheidsdiensten of (vitale) sectoren.

De inrichting en samenstelling van de onderdelen van de nationale crisisorganisatie zijn van begin af aan gefocust op een intensieve samenwerking met het netwerk van de betrokken publieke en private partners met als doel relevante kennis en expertise in de nationale crisisorganisatie te verankeren.

Artikel 4

Net als bij besluitenlijst van een onderraad behoeft de besluitenlijst van de Commissie de goedkeuring van de ministerraad. Omdat besluiten van de Commissie veelal geen uitstel dulden, is bepaald dat die goedkeuring in voorkomend geval geen voorwaarde is om tot uitvoering van de genomen besluiten over te gaan.

Artikel 5

De Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing (ICCb), bestaande uit vertegenwoordigers op (p)DG/SG-niveau van de verantwoordelijke ministeries, adviseert de voorzitter van de Commissie per situatie met betrekking tot het bijeenroepen van de Commissie en adviseert vervolgens over de coördinatie en besluitvorming. De Commissie en de ICCb worden ondersteund door een Interdepartementaal Afstemmingsoverleg (IAO) en een multidisciplinaire staf die naar behoefte worden ingezet en flexibel worden ingericht en samengesteld, bij voorbeeld ten behoeve van de informatievoorziening, beeld- en oordeelsvorming, advies over specifieke aspecten, crisiscommunicatie of parlementaire verantwoording.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte


X Noot
1

Strategie Nationale Veiligheid, Kamerstukken II, 2006–2007, 30 821, nrs. 1 en 3.