Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Algemene ZakenStaatscourant 2013, 11207Interne regelingen

Besluit van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken d.d. 12 april 2013, nr. 3122643, houdende instelling van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Gelet op artikel 25, eerste lid, van het reglement van orde voor de ministerraad;

Besluit:

Artikel 1

Er is een Ministeriële Commissie Crisisbeheersing.

Artikel 2

De commissie is belast met de coördinatie van intersectorale crisisbeheersing en besluitvorming over de samenhangende aanpak daarvan.

Artikel 3

  • 1. Vaste leden van de commissie zijn de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, en de minister van Veiligheid en Justitie.

  • 2. De Minister van Veiligheid en Justitie is voorzitter tenzij de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, beslist dat hij voorzitter is.

  • 3. De voorzitter wijst in overleg met de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, per situatie en zo nodig per vergadering aan welke andere ministers die het aangaat lid van de commissie zijn.

  • 4. Aan de vergaderingen van de commissie kunnen de staatssecretarissen deelnemen met raadgevende stem, voor zover het zaken betreft waarbij zij uit hoofde van hun taak rechtstreeks zijn betrokken.

  • 5. De commissie neemt geen bevoegdheden over van enige minister en neemt ook geen besluiten over aangelegenheden waarbij een niet-aanwezige minister in het bijzonder is betrokken.

  • 6. In geval van tijdelijke afwezigheid van een minister in de commissie is de algemene vervangingsregeling van toepassing.

  • 7. Bij ontstentenis van de Minister van Veiligheid en Justitie en van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is de vice-Minister-President voorzitter van de commissie.

Artikel 4

  • 1. Indien het nodig is bij wijze van stemming te beslissen, wordt het besluit bij meerderheid van stemmen opgemaakt, waarbij iedere aanwezige minister één stem heeft. Bij staking van de stemmen beslist de stem van de voorzitter.

  • 2. De secretaris zorgt zo spoedig mogelijk voor het ontwerpen van een besluitenlijst, welke de goedkeuring van de ministerraad behoeft. Voor besluiten waarvan de uitvoering geen uitstel duldt, is geen voorafgaande goedkeuring van de besluitenlijst vereist.

Artikel 5

De commissie benoemt op voordracht van de voorzitter als secretaris een ambtenaar die werkzaam is bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Artikel 6

Het Instellingsbesluit Ministeriële Commissie Crisisbeheersing 2012 (Stcrt. 2012, 9310) wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het met toelichting wordt geplaatst.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Ministeriële Commissie Crisisbeheersing 2013.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte.

TOELICHTING

Algemeen

In een situatie die vraagt om coördinatie van intersectorale crisisbeheersing en besluitvorming over de samenhangende aanpak daarvan op politiek-bestuurlijk niveau kan – ingevolge artikel 25, eerste lid, van het Reglement van orde voor de ministerraad – de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb) bijeen komen.

De organisatie en werkwijze van de Ministeriële Commissie en de ambtelijke advisering en ondersteuning zijn nader uitgewerkt en beschreven in het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming, dat tegelijk met dit instellingsbesluit door de ministerraad is vastgesteld.

Artikel 2

De commissie besluit over een samenhangende aanpak van het geheel van maatregelen en voorzieningen, dat het Rijk treft in samenwerking met andere organisaties ter voorbereiding op, ten tijde van en met betrekking tot de nafase van intersectorale crises waarbij de nationale veiligheid in het geding is. Daarvan is sprake als de vitale belangen van de Nederlandse Staat en/of samenleving zodanig bedreigd worden dat er sprake is van (potentiële) maatschappelijke ontwrichting. Daarbij kan het gaan om uitval van vitale infrastructuur (o.a. elektriciteit, ICT, water), overstromingen, infectieziekten, dierziekten, een kernongeval, een terroristische dreiging of aanslag.1 Een samenhangende aanpak is vereist omdat het niet op elkaar afgestemd uitoefenen van bevoegdheden tot inefficiëntie kan leiden en zelfs contraproductief kan werken.

De betrokken ministers zullen hun bevoegdheden uitoefenen in overeenstemming met de besluiten van de Commissie. De Commissie neemt geen bevoegdheden over van enige minister en neemt ook geen besluiten over aangelegenheden waarbij een niet-aanwezige minister in het bijzonder is betrokken, zoals de Minister van Defensie wat betreft de inzet van defensiepersoneel en/of materieel. De uitvoering van de besluiten geschiedt door de minister of ministers die daarvoor (primair) verantwoordelijk zijn.

Indien daartoe aanleiding is, coördineert de commissie de voorbereiding van een plan van aanpak in het kader van de nafase van een intersectorale crisis. De Minister van Financiën wordt bij het opstellen van een dergelijk plan betrokken. Besluitvorming over dit plan vindt plaats in de ministerraad.

In situaties waarbij de nationale veiligheid in het geding is of kan zijn en die vragen om sturing door het Rijk kan de Commissie besluiten tot het van kracht verklaren van GRIP Rijk. 2

Artikel 3

In een situatie die vraagt om coördinatie van intersectorale crisisbeheersing en besluitvorming over de samenhangende aanpak daarvan kan de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing bijeenkomen. De voorzitter nodigt, in overleg met de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, andere ministers uit om deel uit te maken van de commissie, indien hun aanwezigheid noodzakelijk of bijzonder gewenst is, gelet op de aard van de crisis. Indien de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, voordien heeft beslist dat hij als voorzitter zal fungeren, verzoekt hij de Minister van Veiligheid en Justitie de uitnodigingen te verzorgen.

Het voorzitterschap van de Commissie van de Minister van Veiligheid en Justitie vloeit voort uit het Beleidsplan Crisisbeheersing 2004–2007 (Kamerstukken II 2003/04, 29 668, nr. 1), waarin de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als coördinerend minister voor crisisbeheersing is aangewezen. Bij het Besluit houdende departementale herindeling met betrekking tot veiligheid van 14 oktober 2010 (Stcrt. 2010, 16528) is deze verantwoordelijkheid overgegaan naar de Minister van Veiligheid en Justitie. De coördinerend minister is verantwoordelijk voor de inrichting, de werking, de samenhang en de integrale aanpak van het crisisbeheersingsbeleid en het bijbehorende stelsel.

Artikel 4

De Ministeriële Commissie Crisisbeheersing is ingesteld om meer slagkracht en eenduidigheid te creëren bij crisisbesluitvorming op nationaal niveau. Artikel 4 zorgt voor een zo efficiënt mogelijk verloop van de besluitvorming, zoals bedoeld in artikel 2. Bij het staken van de stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Net als bij besluitenlijst van een onderraad behoeft de besluitenlijst van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing de goedkeuring van de ministerraad. Omdat besluiten van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing veelal geen uitstel dulden, is bepaald dat die goedkeuring in voorkomend geval geen voorwaarde is om tot uitvoering van de genomen besluiten over te gaan. De Ministeriële Commissie wordt op hoog ambtelijk niveau geadviseerd door de Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing (ICCb) onder voorzitterschap van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). De ICCb adviseert de voorzitter van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing per situatie met betrekking tot het bijeenkomen van de Ministeriële Commissie en adviseert vervolgens over de voorbereiding, respons en nafase bij intersectorale crises en besluitvorming over de samenhangende aanpak daarvan.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte.


X Noot
1

Strategie Nationale Veiligheid, Kamerstukken II, 2006–2007, 30 821, nrs. 1 en 3.

X Noot
2

Het schema van de GRIP-systematiek met bijbehorende toelichting is als bijlage B opgenomen in het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming.