De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 2 van de Experimentenwet onderwijs en artikel 4:81 van de Algemene
wet bestuursrecht;
Besluit:
ARTIKEL I. WIJZIGING BELEIDSREGEL EXPERIMENT FLEXIBILISEREN ONDERWIJSTIJD
De Beleidsregel experiment flexibiliseren onderwijstijd wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 2, tweede lid, wordt ‘artikel 8, zevende lid, onderdeel b, van de WPO’
telkens vervangen door: artikel 8, negende lid, onderdeel b, van de WPO.
B
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, wordt ‘3 schooljaren’ vervangen door: 7 schooljaren. 2. In het
tweede lid, wordt ‘2 schooljaren’ vervangen door: 6 schooljaren.
C
In artikel 5, eerste lid, wordt ‘schooljaar 2016–2017’ vervangen door: schooljaar
2020–2021.
ARTIKEL II. INWERKINGTREDING
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de
Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
S. Dekker
TOELICHTING
Met deze beleidsregel wordt de Beleidsregel experiment flexibiliseren onderwijstijd
aangepast.1 Binnen dit experiment mogen scholen afwijken van de centraal vastgestelde vakanties
en de vijfdaagse schoolweek. Ouders en leerlingen bepalen op deze scholen naar eigen
inzicht, in overleg met de school, hun vrije dagen en vakantie.
De looptijd van het experiment was van 1 augustus 2011 tot en met 31 juli 2014. Vervolgens
is op basis van de monitor bij het experiment bezien of het sectorbreed aanpassen
van de regelgeving een optie is. De cruciale vraag hierbij was hoe de kwaliteit van
het onderwijs geborgd kan worden en tegelijk aan de wensen van de betrokkenen tegemoet
kan worden gekomen.
Het experiment gaf, ook in combinatie met aanvullend onderzoek, echter onvoldoende
aanknopingspunten om een weloverwogen besluit te kunnen nemen.2 Om meer inzicht te krijgen in de effecten van flexibele onderwijstijd en de randvoorwaarden
voor een succesvolle invoering ervan is besloten het experiment te verlengen met vier
jaar en de experimentscholen nader te blijven volgen. In 2018 zal de Inspectie van
het Onderwijs (hierna: inspectie) onderzoeken hoe de scholen zich verder hebben ontwikkeld.
Met deze verlenging van vier schooljaren wordt aangesloten bij de reguliere cyclus
van de inspectie, die scholen eens in de vier jaar bezoekt. Hierdoor worden de deelnemende
scholen niet overmatig belast en kunnen zij dezelfde termijn doorlopen als andere
scholen om aan de verbetering van hun onderwijs te werken. Naast het onderzoek van
de inspectie zal gewerkt worden aan een concretiseringsslag van de globale randvoorwaarden
die het experiment tot nu toe heeft opgeleverd.
Omdat het niet wenselijk is dat er veel opeenvolgende aanpassingen in het rooster
van de deelnemende scholen komen, konden zij na afloop van het experiment nog twee
jaar afwijken van de regelgeving, tot een besluit was genomen over het vervolg. Deze
uitloop van twee jaar blijft in stand, maar betreft nu niet de schooljaren 2014–2015
en 2015–2016, maar 2018–2019 en 2019–2020.
Administratieve lasten
Bij de voorbereiding van dit voorstel is nagegaan of sprake is van administratieve
lasten voor instellingen, bedrijfsleven of burgers. OCW heeft deze gevolgen in kaart
gebracht met behulp van het standaardkostenmodel (SKM) voor de administratieve lasten.
Ten opzichte van de Beleidsregel experiment flexibiliseren onderwijstijd is sprake
van een toename van de administratieve lasten voor scholen. De toename voor scholen
wordt geraamd op +/- 3.200 euro in de periode van 2016 tot en met 2018. Dit betreft:
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
S. Dekker