Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2016, 37419Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 juli 2016, 2016-0000163111, houdende vaststelling van de Warenwetregeling drukapparatuur 2016, wijziging van de Warenwetregeling informatie- en rapportagebepalingen SZW-besluiten en wijziging van de Warenwetregeling machines (Warenwetregeling drukapparatuur 2016)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 16, tweede lid, 19, tweede lid, 21, eerste en zevende lid, 22, eerste, zevende en twaalfde lid, 23, achtste lid, 26, negende lid, 27, tweede lid, 28, vijfde lid, 31, vijfde lid, 33, vijfde lid, en 35, tweede lid, van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. aanwijzingskavel:

een deel van het werkveld drukapparatuur waarvoor een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers kan worden aangewezen;

b. besluit:

Warenwetbesluit drukapparatuur 2016;

c. bierinstallatie:

een installatie bedoeld voor het tappen van bier bestaande uit een of meer drukvaten, bijbehorende installatieleidingen, onder druk staande appendages en veiligheidsappendages, en waarbij de drukvaten per stuk een maximaal volume (V) hebben van 1.500 liter, de maximaal toelaatbare druk (PS) in installatieverband drie bar is, de drukvaten voorzien zijn van een kunststof of rubberen binnenmantel en gebruik maken van lucht als drijfgas;

d. flessen voor ademhalingstoestellen:

flessen voor ademhalingstoestellen die onder de werkingssfeer van de richtlijn vallen;

e. huurketel:

brandstofgestookte of anderszins verwarmde drukapparatuur waarbij gevaar voor oververhitting bestaat, bestemd voor de productie van stoom of oververhit water met een temperatuur hoger dan 110 °C met een volume van meer dan twee liter, die regelmatig van plaats van opstelling wisselt en geen eigendom is van de gebruiker;

f. inspectieafdeling van de gebruiker:

inspectieafdeling van de gebruiker, genoemd in artikel 36 van het besluit;

g. kelderbierinstallatie:

een bierinstallatie geplaatst bij de gebruiker in een afgesloten ruimte die alleen voor bevoegden toegankelijk is, en waarbij de drukvaten voorzien zijn van een koelmantel, de bijbehorende installatieleidingen geïsoleerd zijn of alle onderdelen van die installatie geplaatst zijn in een geconditioneerde ruimte;

h. mobiele kelderbierinstallatie:

een bierinstallatie in een afgesloten ruimte die alleen voor bevoegden toegankelijk is, die op locatie wordt gebruikt waarbij alleen de bierleidingen nog moeten worden aangesloten aan het tappunt of afleverpunt, en waarbij de drukvaten voorzien zijn van een koelmantel, de bijbehorende installatieleidingen geïsoleerd zijn of alle onderdelen van die installatie geplaatst zijn in een geconditioneerde ruimte;

i. parallel werkende drukapparatuur:

drukapparatuur die als kenmerk heeft dat ze van dezelfde constructie is, uit dezelfde soort materialen is vervaardigd, onder vergelijkbare bedrijfsomstandigheden wordt bedreven en op dezelfde toe- en afvoerleidingen is aangesloten; en

j. termijn:

de toegestane tijdsduur tussen de eerste keuring voor ingebruikneming onderscheidenlijk intredekeuring en de eerste herkeuring dan wel de toegestane tijdsduur tussen twee opeenvolgende herkeuringen.

Artikel 2. Drukapparatuur aangewezen voor keuring voor ingebruikneming en herkeuring

Drukvaten en installatieleidingen, alsmede de bijbehorende veiligheidsappendages waardoor zij worden beveiligd, en bijbehorende onder druk staande appendages zijn aangewezen voor en worden onderworpen aan de keuring voor ingebruikneming, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het besluit, en de herkeuring, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het besluit, voor zover het betreft:

  • 1. Bijlage II, tabel 1, van de richtlijn:

    • a. categorie III en IV voor drukvaten met een gas ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn; of

    • b. categorie I en II voor drukvaten met een gas ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, dat onstabiel, zeer vergiftig of ontplofbaar is;

  • 2. Bijlage II, tabel 2, van de richtlijn: categorie III en IV voor drukvaten met een gas ingedeeld in groep 2, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn;

  • 3. Bijlage II, tabel 3, van de richtlijn:

    • a. categorie II en III voor drukvaten met een vloeistof ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn; of

    • b. categorie I voor drukvaten met een vloeistof ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, die zeer vergiftig of ontplofbaar is;

  • 4. Bijlage II, tabel 4, van de richtlijn:

    • a. categorie II voor drukvaten met een vloeistof ingedeeld in groep 2, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn; of

    • b. categorie I voor drukvaten met een vloeistof ingedeeld in groep 2, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, die gevaarlijk is voor het aquatisch milieu: acuut toxisch categorie 1 en chronisch toxisch categorie 1 en 2;

  • 5. Bijlage II, tabel 5, van de richtlijn: categorie III en IV;

  • 6. Bijlage II, tabel 6, van de richtlijn:

    • a. categorie II en III voor installatieleidingen met een gas ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn; of

    • b. categorie I voor installatieleidingen met een gas ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, dat onstabiel, zeer vergiftig of ontplofbaar is;

  • 7. Bijlage II, tabel 7, van de richtlijn: categorie III voor installatieleidingen met een gas ingedeeld in groep 2, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn;

  • 8. Bijlage II, tabel 8, van de richtlijn:

    • a. categorie II en III voor installatieleidingen met een vloeistof ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn; of

    • b. categorie I voor installatieleidingen met een vloeistof ingedeeld in groep 1, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, die zeer vergiftig of ontplofbaar is;

  • 9. Bijlage II, tabel 9, van de richtlijn:

    • a. categorie II voor installatieleidingen met een vloeistof ingedeeld in groep 2, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn; of

    • b. categorie I voor installatieleidingen met een vloeistof ingedeeld in groep 2, bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, die gevaarlijk is voor het aquatisch milieu: acuut toxisch categorie 1 en chronisch toxisch categorie 1 en 2.

Artikel 3. Beperkingen en uitzonderingen bij de keuring voor ingebruikneming en herkeuring

  • 1. De keuring voor ingebruikneming, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het besluit kan, behalve door een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, ook worden uitgevoerd door:

    • a. een fabrikant verenigd in de branchevereniging ‘Vereniging van fabrikanten van industriële gassen’, ten aanzien van opslagreservoirs voor zuurstof of disstikstofoxide (N2O) met een volume tot en met 25.000 liter, mits hij het protocol hanteert van zijn branchevereniging, zoals dat door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aanvaard;

    • b. een fabrikant verenigd in de branchevereniging ‘Vereniging van fabrikanten van industriële gassen’, ten aanzien van stikstof-, argon-, helium-, en koolzuur-reservoirs met een volume tot en met 40.000 liter, mits hij het protocol hanteert van zijn branchevereniging, zoals dat door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aanvaard; of

    • c. een fabrikant van kelderbier verenigd in de branchevereniging ‘Vereniging Nederlandse Brouwers’, ten aanzien van kelderbierinstallaties en mobiele kelderbierinstallaties, mits hij het protocol hanteert van zijn branchevereniging, zoals dat door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aanvaard.

  • 2. Een fabrikant van kelderbier verenigd in de branchevereniging ‘Vereniging Nederlandse Brouwers’, mag de herkeuring, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het besluit, van kelderbierinstallaties en mobiele kelderbierinstallaties uitvoeren, mits hij het protocol hanteert van zijn branchevereniging, zoals dat door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aanvaard.

  • 3. Van de keuring voor ingebruikneming, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het besluit, zijn uitgezonderd:

    • a. flessen voor ademhalingstoestellen;

    • b. bovengrondse stationaire opslagreservoirs voor propaan of butaan of een mengsel van beide met gasafname met een volume tot en met 5.000 liter en opslagreservoirs voor butaan of propaan of een mengsel daarvan met gasafname op een bouwterrein met een volume tot en met 8.000 liter; en

    • c. drukvaten met lucht met een volume tot en met 2.500 liter en een maximaal toelaatbare druk PS tot maximaal 30 bar.

  • 4. Van de herkeuring, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het besluit, zijn uitgezonderd drukvaten met lucht met een volume tot en met 2.500 liter en een maximaal toelaatbare druk PS tot maximaal 30 bar.

Artikel 4. Verklaringen

  • 1. In de verklaring van ingebruikneming, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van het besluit, worden de volgende gegevens opgenomen:

    • a. een verwijzing naar artikel 21, tweede lid, van het besluit;

    • b. het kenmerk of registratienummer van de drukapparatuur;

    • c. de naam en het adres van de gebruiker van de drukapparatuur;

    • d. het adres en de plaats waar de drukapparatuur is opgesteld;

    • e. de gegevens van de veiligheidsappendages;

    • f. een verwijzing naar de EG-verklaring van overeenstemming of EU-conformiteitsverklaring, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van het besluit;

    • g. de voorwaarden waaronder de drukapparatuur mag worden gebruikt;

    • h. de datum van de keuring voor ingebruikneming;

    • i. het jaar van de herkeuring;

    • j. de naam en het adres van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers die de keuring heeft verricht;

    • k. de identiteit van de ondertekenaar die gemachtigd is de verklaring namens de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers te ondertekenen; en

    • l. de ondertekening en de datum.

  • 2. Bij de verklaring van ingebruikneming wordt een rapport met bevindingen van het uitgevoerde onderzoek, bedoeld in artikel 21, achtste lid, van het besluit, gevoegd.

  • 3. Indien bij verplaatsing van een huurketel op de nieuwe plaats van opstelling geen bezwaar bestaat tegen de ingebruikneming van de ketel wordt hiervan aantekening gemaakt op het aantekenblad, bedoeld in artikel 24 van het besluit.

  • 4. In de verklaring van herkeuring, bedoeld in artikel 22, tweede onderscheidenlijk negende lid, van het besluit, worden de volgende gegevens opgenomen:

    • a. een verwijzing naar artikel 22, tweede onderscheidenlijk negende lid, van het besluit;

    • b. het kenmerk of registratienummer van de drukapparatuur en de daarbij behorende veiligheidsappendages;

    • c. de naam en het adres van de gebruiker van de drukapparatuur;

    • d. het adres en plaats waar de drukapparatuur is opgesteld;

    • e. in voorkomend geval, een verwijzing naar de verklaring van ingebruikneming, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van het besluit, of de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van het besluit;

    • f. de voorwaarden waaronder de drukapparatuur mag worden gebruikt;

    • g. de datum van de herkeuring;

    • h. het jaar van de volgende herkeuring;

    • i. de naam en het adres van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers die de herkeuring heeft verricht;

    • j. de identiteit van de ondertekenaar die gemachtigd is de verklaring voor de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers te ondertekenen; en

    • k. de ondertekening en de datum.

  • 5. In geval van toekenning van termijnverlenging of termijnflexibilisering vermeldt de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, naast het in het vierde lid, onderdeel h bedoelde jaar van de volgende herkeuring tevens het jaar waarin het onderzoek, bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, van het besluit, moet worden uitgevoerd op de verklaring van herkeuring.

  • 6. In de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming, bedoeld in artikel 23, tweede onderscheidenlijk negende lid, van het besluit, worden de volgende gegevens opgenomen:

    • a. een verwijzing naar artikel 23, tweede onderscheidenlijk negende lid, van het besluit;

    • b. het kenmerk of het registratienummer van de drukapparatuur;

    • c. de naam en het adres van de gebruiker van de drukapparatuur;

    • d. het adres en de plaats waar de drukapparatuur is opgesteld;

    • e. gegevens van de veiligheidsappendages;

    • f. de voorwaarden waaronder de drukapparatuur mag worden gebruikt;

    • g. de datum van de intredekeuring en ingebruikneming;

    • h. het jaar van de herkeuring;

    • i. de naam en het adres van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of de NL-keuringsdienst van gebruikers die de beoordeling en keuring heeft verricht;

    • j. de identiteit van de ondertekenaar die gemachtigd is de verklaring voor de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers te ondertekenen; en

    • k. de ondertekening en de datum.

Artikel 5. Termijn van herkeuring

  • 1. De vaste termijn voor herkeuring van drukapparatuur, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het besluit is:

    • a. 2 jaar voor brandstofgestookte of anderszins verwarmde drukapparatuur, waarbij gevaar voor oververhitting bestaat, ingedeeld in tabel 5 van bijlage II bij de richtlijn;

    • b. 4 jaar voor drukvaten, ingedeeld in tabel 1 tot en met 4 van bijlage II bij de richtlijn, met uitzondering van de drukapparatuur, bedoeld in onderdeel a;

    • c. 4 jaar voor installatieleidingen, ingedeeld in tabel 6 tot en met 9 van bijlage II bij de richtlijn, met uitzondering van de drukapparatuur, bedoeld in onderdeel a;

    • d. in afwijking van onderdeel a: 4 jaar voor brandstofgestookte of anderszins verwarmde drukapparatuur, ingedeeld in tabel 1 tot en met 9 van bijlage II bij de richtlijn, indien op basis van een risicoanalyse is aangetoond dat er geen onaanvaardbaar risico voor de veiligheid of gezondheid van personen of het milieu bestaat;

    • e. indien er voor de drukapparatuur, bedoeld in onderdeel b, c of d, geen onaanvaardbaar risico bestaat voor de veiligheid of gezondheid van personen of het milieu, wordt een vervolgtermijn van 6 jaar vastgesteld; en

    • f. 5 jaar voor flessen voor ademhalingstoestellen.

  • 2. Voor veiligheidsappendages geldt dat de termijn gelijk is aan de kortste vaste termijn van de te beveiligen drukapparatuur.

  • 3. In afwijking van het eerste lid kunnen de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers voor drukapparatuur in een groep parallel werkende drukapparaten een afwijkende omvang van de onderzoeken, bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, van het besluit, vaststellen.

  • 4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, c of d, kunnen de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, indien er geen onaanvaardbaar risico bestaat voor de veiligheid of gezondheid van personen of het milieu, een eerste termijn van 6 jaar vaststellen.

  • 5. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers kunnen voor drukvaten met een maximaal volume (V) van 40.000 liter en bestemd voor niet-industriële toepassing van propaan, butaan of een mengsel van beide een vaste termijn van 12 jaar voor het inwendige onderzoek, bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, van het besluit, vaststellen.

Artikel 6. Jaar van herkeuring

  • 1. Bij de bepaling van het jaar waarin de eerste herkeuring moet plaatsvinden, wordt uitgegaan van de datum waarop de verklaring van ingebruikneming of verklaring van intredekeuring en ingebruikneming is afgegeven.

  • 2. Bij de bepaling van het jaar van de volgende herkeuring wordt uitgegaan van het jaar waarin de voorgaande herkeuring heeft plaatsgevonden, waarbij geen rekening wordt gehouden met een toegestane overschrijding van de termijn overeenkomstig artikel 9.

  • 3. Een verklaring van ingebruikneming, afgegeven door een fabrikant met betrekking tot een keuring als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt voor de bepaling van het jaar van herkeuring gelijkgesteld met een verklaring van ingebruikneming als bedoeld in het eerste lid.

  • 4. Indien een verklaring als bedoeld in het eerste lid, niet is vereist, wordt voor de bepaling van het jaar waarin de eerste herkeuring moet plaatsvinden de datum van afgifte van de EG-verklaring van overeenstemming of EU-conformiteitsverklaring, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van het besluit, als uitgangsdatum genomen.

Artikel 7. Termijnverlenging en uitvoering

  • 1. Termijnverlenging kan worden verleend voor drukapparatuur, bedoeld in artikel 5, met uitzondering van de in artikel 5, eerste lid, onderdeel f, genoemde flessen voor ademhalingstoestellen en de in artikel 5, tweede lid, genoemde veiligheidsappendages, met een vaste termijn langer dan 2 jaar.

  • 2. De termijnverlenging kan maximaal een verdubbeling zijn van de vaste termijnen, genoemd in artikel 5.

  • 3. De termijnverlenging kan voor het eerst worden verleend na afloop van de tweede vaste termijn, met uitzondering van drukapparatuur met een vaste termijn van 2 jaar waarvoor termijnverlenging na afloop van de derde vaste termijn kan worden verleend.

  • 4. Termijnverlenging wordt alleen verleend voor het onderzoek, bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, van het besluit.

  • 5. Termijnverlenging kan alleen worden verleend indien er ten aanzien van de betreffende drukapparatuur:

    • a. geen materiaal met verhoogde scheurgevoeligheid is toegepast;

    • b. aanvullend passend onderzoek wordt uitgevoerd; en

    • c. reparaties, wijzigingen of geconstateerde afwijkingen geen beletsel vormen voor de verlenging.

  • 6. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie kan de termijnverlenging verlenen onder de voorwaarde dat de gebruiker een NL-keuringsdienst van gebruikers of inspectieafdeling van de gebruiker heeft.

  • 7. De aanvraag voor termijnverlenging wordt gedaan door de gebruiker en omvat de documentatie, bedoeld in artikel 22, vierde lid, van het besluit, en de verklaring van de gebruiker dat de gevraagde termijnverlenging verantwoord is.

  • 8. Het onderzoek, bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel b, van het besluit, wordt uitgevoerd door de NL-keuringsdienst van gebruikers of inspectieafdeling van de gebruiker, die daartoe rapport uitbrengt aan de gebruiker. Dit rapport vormt onderdeel van de aan de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie gerichte aanvraag voor termijnverlenging.

  • 9. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, bedoeld in het zesde lid, legt een toegekende termijnverlenging vast in de verklaring van herkeuring waarbij als de geldigheidstermijn, bedoeld in artikel 22, negende lid, onderdeel a, van het besluit, het jaar van herkeuring wordt vermeld.

  • 10. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, bedoeld in het zesde lid, houdt toezicht op de uitvoering van de overeengekomen inspecties tijdens de verlengde termijn.

Artikel 8. Termijnflexibilisering en uitvoering

  • 1. Termijnflexibilisering kan worden verleend voor de drukapparatuur, bedoeld in artikel 7, eerste lid.

  • 2. De termijnflexibilisering kan maximaal een verviervoudiging zijn van de vaste termijnen, genoemd in artikel 5, met een maximum van 18 jaar, waarbij voor veiligheidsappendages met een vaste termijn van 2 jaar een maximum van 4 jaar geldt.

  • 3. Termijnflexibilisering kan voor het eerst worden verleend na afloop van de tweede vaste termijn van de betreffende drukapparatuur, met uitzondering van drukapparatuur met een vaste termijn van 2 jaar waarvoor termijnflexibilisering na afloop van de derde vaste termijn kan worden verleend.

  • 4. Termijnflexibilisering wordt alleen verleend voor het onderzoek, bedoeld in artikel 22, zesde lid, onderdeel a, van het besluit.

  • 5. De termijnflexibilisering kan door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie worden verleend onder de voorwaarden dat de gebruiker:

    • a. een gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem hanteert voor de overige afdelingen van de gebruiker die invloed hebben op de kwaliteit van de werkzaamheden in het kader van termijnflexibilisering;

    • b. een gevalideerde methodiek van risicobeheersing toepast;

    • c. beschikt over een vastgelegd jaarprogramma voor inspectie- en onderhoudswerkzaamheden;

    • d. alle factoren registreert die bepalend zijn voor de integriteit van de installatie;

    • e. beschikt over een overzicht van de installatie, de eventueel uitgevoerde wijzigingen en reparaties, de eventueel plaatsgevonden incidenten en de resultaten van uitgevoerde inspecties; en

    • f. een NL-keuringsdienst van gebruikers of inspectieafdeling van de gebruiker heeft.

  • 6. De aanvraag voor termijnflexibilisering wordt gedaan door de gebruiker en omvat de documentatie, bedoeld in artikel 22, vierde lid, van het besluit, en de verklaring van de gebruiker dat de gevraagde termijnflexibilisering verantwoord is.

  • 7. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, bedoeld in het vijfde lid, legt de toegekende termijnflexibilisering vast in de verklaring van herkeuring, waarbij als de geldigheidstermijn, bedoeld in artikel 22, negende lid, onderdeel a, van het besluit, het jaar van herkeuring wordt vermeld.

  • 8. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, bedoeld in het vijfde lid, houdt toezicht op de uitvoering van de in het jaarprogramma, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, overeengekomen inspecties tijdens de geflexibiliseerde periode.

  • 9. In afwijking van het eerste lid kan voor afblazende, mechanische veiligheids-appendages termijnflexibilisering worden verleend met een maximumtermijn van 10 jaar.

Artikel 9. Overschrijding termijn van herkeuring

De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers kunnen, indien dat om bijzondere redenen noodzakelijk is, toestaan dat na afloop van een termijn het jaar van herkeuring met maximaal 6 maanden wordt overschreden. Voor de vaststelling van het eerstvolgende jaar van herkeuring wordt geen rekening gehouden met de toegestane maximale overschrijding van 6 maanden.

Artikel 10. Verkorting termijn van herkeuring

De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers kunnen een kortere termijn vaststellen dan de vaste termijnen, genoemd in artikel 5, of het tijdstip nader aanduiden waarop de herkeuring in het betreffende jaar plaatsvindt. Bepalend daarvoor kunnen zijn:

  • a. de staat waarin de drukapparatuur zich bevindt;

  • b. de invloed van de in de drukapparatuur aanwezige stoffen;

  • c. de invloed van specifieke bedrijfsomstandigheden; of

  • d. de constructieve uitvoering van de drukapparatuur.

Artikel 11. Merktekens

Op flessen voor ademhalingstoestellen worden de datum van herkeuring en het identificatiemerk van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of de NL-keuringsdienst van gebruikers goed leesbaar en onuitwisbaar aangebracht.

Artikel 12. Intredekeuring

De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers hanteren bij de beoordelingen en onderzoeken, bedoeld in artikel 23, zesde lid, onderdeel a en b, van het besluit, als basis de actuele versie van de oorspronkelijk toegepaste normen.

Artikel 13. Wijzigingen en reparaties

  • 1. Bij de uitvoering van wijzigingen en reparaties aan drukapparatuur, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het besluit, beoordelen de NL-conformiteits-beoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers het ontwerp en houden toezicht op de fabricage en eindcontrole van de wijzigingen en reparaties.

  • 2. Indien de drukapparatuur, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig bijlage II bij de richtlijn naar categorie wordt ingedeeld, wordt bij de toepassing van de essentiële veiligheidseisen, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn, de vastgestelde categorie gehanteerd.

  • 3. Indien de drukapparatuur, bedoeld in het eerste lid, niet overeenkomstig bijlage II bij de richtlijn wordt ingedeeld, wordt bij de toepassing van de essentiële veiligheidseisen, bedoeld in bijlage I bij de richtlijn, categorie IV gehanteerd.

Artikel 14. Inspectieafdeling van de gebruiker

  • 1. De inspectieafdeling van de gebruiker beschikt over een overeenkomst met een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie voor de beoordeling van het gecertificeerde kwaliteitsmanagementsysteem en de uitoefening van het toezicht door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie, bedoeld in het vierde en vijfde lid, van artikel 36 van het besluit.

  • 2. De inspectieafdeling van de gebruiker beschikt over voldoende vaste personeelsleden met voldoende vakbekwaamheid voor het uitoefenen van haar taken.

Artikel 15. Aanwijzingskavels voor een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers

  • 1. Bij de aanwijzing, bedoeld in artikel 33 van het besluit, voor keuringen bij de ingebruikneming en in de gebruiksfase wordt de volgende indeling gehanteerd:

    • a. keuring voor ingebruikneming (artikel 21 van het besluit);

    • b. herkeuring van aangewezen drukapparatuur met vaste termijn (artikel 22 van het besluit);

    • c. termijnverlenging (artikel 22 van het besluit juncto artikel 7 van de regeling);

    • d. termijnflexibilisering (artikel 22 van het besluit juncto artikel 8 van de regeling);

    • e. reparaties (artikel 26 van het besluit);

    • f. wijzigingen (artikel 26 van het besluit);

    • g. certificatie van en toezicht op de inspectieafdeling van de gebruiker (artikel 36 van het besluit); en

    • h. intredekeuring (artikel 23 van het besluit).

  • 2. Voor het eerste lid, onderdelen c, d, e, f, g, en h, wordt niet separaat een aanwijzing verleend.

  • 3. Bij de aanwijzing, bedoeld in artikel 33 van het besluit, worden de volgende aanwijzingskavels gehanteerd: 1. Aanwijzingskavel A; 2. Aanwijzingskavel B; 3. Aanwijzingskavel C; 4. Aanwijzingskavel D; 5. Aanwijzingskavel E; 6. Aanwijzingskavel F; 7. Aanwijzingskavel G.

  • 4. De aanwijzingskavels, genoemd in het derde lid, omvatten de volgende onderdelen, genoemd in het eerste lid:

    • a. Aanwijzingskavel A omvat onderdeel a van het eerste lid.

    • b. Aanwijzingskavel B omvat onderdeel b van het eerste lid.

    • c. Aanwijzingskavel C omvat de onderdelen a en f van het eerste lid.

    • d. Aanwijzingskavel D omvat de onderdelen b en e van het eerste lid.

    • e. Aanwijzingskavel E omvat de onderdelen a, b, f en h van het eerste lid.

    • f. Aanwijzingskavel F omvat de onderdelen b, c, e en g van het eerste lid.

    • g. Aanwijzingskavel G omvat de onderdelen b, c, d, e en g van het eerste lid.

  • 5. Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie kan desgevraagd voor de Aanwijzingkavel A, B, C, D, E, F of G, genoemd in het derde lid, of combinaties daarvan worden aangewezen.

  • 6. Een NL-keuringsdienst van gebruikers kan desgevraagd voor de Aanwijzingskavel A, B, C, D of E, bedoeld in het derde lid, of combinaties daarvan worden aangewezen.

Artikel 16. Wijziging Warenwetregeling informatie- en rapportagebepalingen SZW-besluiten

De Warenwetregeling informatie- en rapportagebepalingen SZW-besluiten wordt als volgt gewijzigd:

1. Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd luidende als volgt:

Artikel 1a Reikwijdte regeling

Deze regeling is mede gebaseerd op de artikelen 16, tweede lid, en 35, tweede lid, van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016.

  • 2. Artikel 6, derde lid, vervalt, onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.

Artikel 17. Wijziging Warenwetregeling machines

De bijlagen 1, 2, 3 en 4 van de Warenwetregeling machines vervallen.

Artikel 18. Intrekking

De Warenwetregeling drukapparatuur wordt ingetrokken.

Artikel 19. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 19 juli 2016.

Artikel 20. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling drukapparatuur 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 11 juli 2016

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

TOELICHTING

A. Algemeen

De Warenwetregeling drukapparatuur 2016 strekt ter uitvoering van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016. Daarbij gaat het om de conformiteitsbeoordeling van drukapparatuur voor ingebruikneming en in de gebruiksfase, het zogenoemde nationale regime. Voor de beleidsmatige en historische context zij in zijn algemeenheid verwezen naar de nota van toelichting bij even genoemd Warenwetbesluit (Stb. 2016, 229; verder te noemen: besluit).

Onderstaand wordt op een aantal belangrijke wijzigingen ten opzichte van de oude Warenwetregeling ingegaan.

Aanwijzing van drukapparatuur

Drukvaten en installatieleidingen, alsmede de bijbehorende veiligheidsappendages waardoor zij worden beveiligd, en bijbehorende onder druk staande appendages, worden onderworpen aan een keuring voor ingebruikneming, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016, en een herkeuring, bedoeld artikel 22, eerste lid, van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016.

Bij de aanwijzing van drukapparatuur was de wens om het stelsel waar mogelijk te vereenvoudigen en zo veel mogelijk aan te sluiten bij de indeling in de negen tabellen zoals opgenomen in bijlage II bij de Richtlijn 2014/68/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van drukapparatuur (Tabellen voor de conformiteitsbeoordeling). Dit is geregeld in de artikelen 2 en 3. De indeling is gerealiseerd met belanghebbende partijen die samenwerken in het Landelijk Platform Inspectiediensten.

Aanwijzingskavels voor een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers

Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers hoeft niet voor het hele werkveld te worden aangewezen, maar kan ook voor een deel, de zogenaamde aanwijzingskavels, van het werkveld worden aangewezen.

In de Warenwetregeling drukapparatuur 2016 is een geheel herziene versie van de aanwijzingskavels opgenomen, omdat:

  • a. De aangewezen drukapparatuur in lijn is gebracht met Richtlijn 2014/68/EU; en

  • b. Het aantal aanwijzingskavels om te kunnen worden aangewezen als NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers, is beperkt.

De reikwijdte van de aanwijzing (de zgn. aanwijzingskavels) van een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers was opgenomen in de Warenwetregeling drukapparatuur ‘Bijlage 2 Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de certificerings- en keuringsinstellingen voor Drukapparatuur’. In dat schema was voor bepaalde aanwijzingskavels als voorwaarde opgenomen dat de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers ook moest beschikken over een aanmelding in het Europese Nando (New Approach Notified and Designated Organisations) Information System.

Het was echter ongewenst de conformiteitsbeoordeling van drukapparatuur voor ingebruikneming en in de gebruiksfase in Nederland wat betreft de aanwijzing van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers afhankelijk te laten zijn van toelating op de Europese markt als EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie of EU-keuringsdienst van gebruikers. Door die koppeling hadden andere lidstaten (en de Commissie) indirect zeggenschap over het aanwijzen van instellingen die conformiteitsbeoordelingen uitvoerden aan drukapparatuur voor ingebruikneming en in de gebruiksfase.

In de onderhavige regeling is die koppeling losgelaten. Dit betekent dat de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers, indien zij willen worden aangewezen voor de conformiteitsbeoordeling van een reparatie of wijziging in de gebruiksfase, tevens moeten aantonen over voldoende kennis en kunde te beschikken met betrekking tot de conformiteitsbeoordeling van afzonderlijke drukapparatuur en van de integratie en beveiliging van afzonderlijke drukapparatuur in installatieverband.

Omdat het ‘Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de certificerings- en keuringsinstellingen voor Drukapparatuur’ in samenhang met de Warenwetregeling drukapparatuur is ingetrokken, was het noodzakelijk de aanwijzingskavels en combinaties daarvan waarvoor een NL-conformiteits-beoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers een aanvraag voor aanwijzing kan indienen, opnieuw vast te stellen. Dit is geschied in artikel 15.

Uitgangspunt voor de aanwijzingskavels is aanwijzing voor een concreet artikel van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016 en, in voorkomend geval, van de onderhavige regeling. De volgende indeling wordt gehanteerd:

  • (a) keuring voor ingebruikneming (artikel 21 van het besluit);

  • (b) herkeuring van aangewezen drukapparatuur met een vaste termijn (artikel 22 van het besluit);

  • (c) termijnverlenging (artikel 22 van het besluit juncto artikel 7 van de regeling);

  • (d) termijnflexibilisering (artikel 22 van het besluit juncto artikel 8 van de regeling);

  • (e) reparaties (artikel 26 van het besluit);

  • (f) wijzigingen (artikel 26 van het besluit);

  • (g) certificatie van en toezicht op de inspectieafdeling van de gebruiker (artikel 36 van het besluit); en

  • (h) intredekeuring (artikel 23 van het besluit).

Voor de onderdelen (c), (d), (e), (f), (g) en (h) worden geen afzonderlijke aanwijzingen verleend om de volgende redenen:

  • De conformiteitsbeoordeling van onderdeel (c), termijnverlenging, en onderdeel (d) termijnflexibilisering, is een nadere aanvulling als bedoeld in artikel 22, twaalfde lid, van het besluit.

    Het beoordelen van termijnverlenging vereist extra competenties naast de competenties die nodig zijn voor het uitvoeren van conformiteitsbeoordelingen voor onderdeel (b), herkeuring van aangewezen drukapparatuur met een vaste termijn. Om hier invulling aan te geven moet de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie dan ook zijn aangewezen voor de conformiteitsbeoordeling van onderdeel (b), herkeuring aan aangewezen drukapparatuur met een vaste termijn, wil zij kunnen worden aangewezen voor onderdeel (c), termijnverlenging.

    Ook het beoordelen van termijnflexibilisering vereist extra competenties naast de competenties die nodig zijn voor het uitvoeren van conformiteitsbeoordelingen inzake onderdeel (c), termijnverlenging. Zo moet de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie om te kunnen worden aangewezen voor onderdeel (d), termijnflexibilisering, ook zijn aangewezen voor onderdeel (c), termijnverlenging.

  • Het uitvoeren van de conformiteitsbeoordeling van een wijziging vereist ook kennis en kunde van een keuring voor ingebruikneming. Voor aanwijzing voor onderdeel (f), wijzigingen, is het dan ook noodzakelijk dat de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers ook zijn aangewezen voor onderdeel (a), keuring voor ingebruikneming van aangewezen drukapparatuur.

  • Het uitvoeren van de conformiteitsbeoordeling van een reparatie vereist ook kennis en kunde van herkeuring. Voor aanwijzing voor onderdeel (e), reparaties, is het daarom noodzakelijk dat de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers ook zijn aangewezen voor onderdeel (b), herkeuring van aangewezen drukapparatuur met een vaste termijn.

  • Met de accreditatiebeoordeling van de competenties van de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers voor de uitvoering van de werkzaamheden in het kader van de combinatie van de onderdelen (a), keuring voor ingebruikneming van aangewezen drukapparatuur, (b), herkeuring van aangewezen drukapparatuur met een vaste termijn, en (f), wijzigingen, is tevens aangetoond dat de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers voldoende competent zijn om de werkzaamheden in het kader van onderdeel (h), intredekeuring, naar behoren uit te voeren.

    Bij drukapparatuur en samenstellen waar een intredekeuring plaatsvindt is ook sprake van wijzigingen. Daarom vereist een aanwijzing voor onderdeel (h), intredekeuring, ook kennis en kunde van onderdeel (f) wijzigingen.

  • Onderdeel (c), termijnverlenging, en onderdeel (d), termijnflexibilisering, zijn alleen mogelijk als sprake is van een inspectieafdeling van de gebruiker en daarop (voldoende) toezicht wordt gehouden, of van een NL-keuringsdienst van gebruikers. Dit betekent dat onderdeel (c), termijnverlenging, en onderdeel (d), termijnflexibilisering, altijd worden gecombineerd met onderdeel (e), reparaties, en (g), certificatie van en toezicht op de inspectieafdeling van de gebruiker.

Het bovenstaande leidt tot de volgende mogelijkheden voor aanwijzing van een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers.

  • a. Aanwijzingskavel A omvat onderdeel (a);

  • b. Aanwijzingskavel B omvat onderdeel (b);

  • c. Aanwijzingskavel C omvat de onderdelen (a) en (f);

  • d. Aanwijzingskavel D omvat de onderdelen (b) en (e);

  • e. Aanwijzingskavel E omvat de onderdelen (a), (b), (f) en (h);

  • f. Aanwijzingskavel F omvat de onderdelen (b), (c), (e) en (g);

  • g. Aanwijzingskavel G omvat de onderdelen (b), (c), (d), (e) en (g).

Een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie kan, op verzoek, voor de aanwijzingskavels A, B, C, D, E, F of G of combinaties daarvan worden aangewezen.

Een NL-keuringsdienst van gebruikers kan, op verzoek, voor de aanwijzingskavels A, B, C, D, of E of combinaties daarvan worden aangewezen.

Deze indeling is gerealiseerd met belanghebbende partijen die samenwerken in het Landelijk Platform Inspectiediensten.

Informatie-uitwisseling

De uitwisseling van informatie op grond van de artikelen 16 en 35 van het besluit tussen de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de nationale accreditatie-instantie (voor Nederland de Raad voor Accreditatie; verder te noemen: RvA), EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie, EU-keuringsdienst voor gebruikers, erkende onafhankelijke instelling, NL-conformiteitsbeoordelings-instantie en NL-keuringsdienst voor gebruikers is opgenomen in een aparte Warenwetregeling informatie- en rapportagebepalingen SZW-besluiten.

B. Uitvoering en handhaving

De Inspectie SZW heeft een uitvoerings- en handhavingstoets uitgevoerd. De Inspectie SZW staat positief tegenover de voorgestelde wijzigingen van de Warenwetregeling drukapparatuur.

De Inspectie SZW constateert dat de Warenwetregeling drukapparatuur 2016 de eisen aan en de aanwijzing van conformiteitsbeoordelingsinstanties die conformiteitsbeoordelingen uitvoeren aan drukapparatuur in de gebruiksfase in lijn brengt met de Europese regels. Verder constateert de Inspectie SZW de vernieuwingen in de Warenwetregeling drukapparatuur 2016 geen directe invloed hebben op de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid voor de Inspectie SZW.

De regeling is ook afgestemd met het Landelijk Platform Inspectiediensten (LPI) waarin belanghebbende partijen samenwerken en met de RvA.

Het LPI kon zich vinden in regeling en de resultaten van de gewijzigde opzet voor het aanwijzen van drukapparatuur en de uitwerking naar drukapparatuur aangewezen voor keuring voor ingebruikneming en herkeuring. Het LPI staat ook positief tegenover de kavelindeling.

De RvA acht de kavelindeling uitvoerbaar wat betreft de accreditatie van een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en een NL-Keuringsdienst van gebruikers.

Redactionele opmerkingen van de Inspectie SZW, RvA en het Landelijk Platform Inspectiediensten zijn waar mogelijk overgenomen.

C. Artikelsgewijs

Artikel 1

Dit artikel bevat de begripsbepalingen voor zover die niet zijn opgenomen in artikel 1 van het besluit.

Ten opzichte van de Warenwetregeling drukapparatuur is het begrip aanwijzingskavel toegevoegd, omdat dit begrip nodig is bij artikel 15. Artikel 15 is nodig omdat de aanwijzingskavels in de oude regeling waren opgenomen in een eveneens ingetrokken bijlage bij de Warenwetregeling drukapparatuur.

Verder zijn de definities van kelderbierinstallatie en mobiele kelderbierinstallatie aangepast om onduidelijkheden die in de praktijk voorkwamen, weg te nemen. De reikwijdte van de beide begrippen is niet gewijzigd.

Artikelen 2 en 3

Deze artikelen bepalen ter uitvoering van de artikelen 21, eerste lid, en 22, eerste lid, van het besluit voor welke drukapparatuur een keuring voor ingebruikneming en een herkeuring moeten plaatsvinden. Aldus ook de artikelen 12b en 12c van het Warenwetbesluit drukapparatuur. De indeling is afgestemd op de categorie-indeling van de bijlagen van Richtlijn nr. 2014/68/EU.

Voor het bepalen of drukapparatuur is aangewezen, kan gebruik worden gemaakt van de ontwerpcondities in installatieverband.

In het uitzonderen van de keuring voor ingebruikneming voor flessen voor ademhalingstoestellen is ten opzichte van het Warenwetbesluit drukapparatuur geen verandering gekomen.

De belangrijkste inhoudelijke wijziging ten opzichte van de Warenwetregeling drukapparatuur betreft artikel 2, zesde lid; namelijk uitbreiding van de aanwijzing van drukapparatuur voor de keuring voor ingebruikneming en voor de herkeuring voor installatieleidingen met een diameter groter dan DN 25 tot en met DN 65.

Verder is het benoemen van stofaanduiding die gevaar oplevert, aangepast aan die welke wordt gebezigd in Verordening (EG) nr. 1272/2008 en wordt niet langer verwezen naar het Besluit risico's zware ongevallen 1999 (dat is ingetrokken).

Verder is in de onderhavige regeling geen uitzondering voor wetenschappelijk onderzoek meer opgenomen. Wetenschappelijk onderzoek betreft onderzoek dat uitsluitend is gericht op het verwerven van kennis over drukapparatuur of samenstellen (en voorheen druksystemen) of is gericht op stoffen en processen die daarbij zijn betrokken. Het verwerven van kennis over ‘nieuw ontworpen’ drukapparatuur en samenstellen gebeurt tijdens de ontwerp- en constructiefase en is daardoor onderdeel van de conformiteitsbeoordelingsprocedure of vindt plaats met ‘ongevaarlijke’ stoffen en omstandigheden. Het verwerven van kennis over stoffen en processen wordt in de regel gemodelleerd met specialistische computerprogramma’s of in drukapparatuur of samenstellen met een klein volume. De noodzaak om dergelijk onderzoek uit te zonderen is daarmee achterhaald.

In artikel 2 worden specifieke eigenschappen van gassen en vloeistoffen genoemd. Voor de gevarenaanduiding zij verwezen naar Verordening (EG) nr. 1272/2008. Dit alles leidt tot het volgende overzicht:

  • Gassen die onstabiel zijn, hebben een gevarenaanduiding H230 of H231;

  • Gassen en vloeistoffen die zeer giftig zijn, hebben een gevarenaanduiding H300, H310 of H330;

  • Gassen en vloeistoffen die ontplofbaar zijn, hebben een gevarenaanduiding H200, H201, H202, H203, H204 of H205; en

  • Vloeistoffen die gevaarlijk voor het aquatisch milieu zijn, hebben een gevarenaanduiding H400, H410, H411, EUH014 of EUH029.

Ongewijzigd is gebleven de mogelijkheid voor fabrikanten die zijn aangesloten bij de branchevereniging ‘Vereniging van fabrikanten van industriële gassen’, tot het uitvoeren van de keuring voor ingebruikneming:

  • van opslagreservoirs voor zuurstof of distikstofoxide (N2O) met een volume tot en met 25.000 liter uitvoeren; en

  • van stikstof-, argon-, helium-, en koolzuurreservoirs met een volume tot en met 40.000 liter,

mits zij het protocol hanteren van hun brancheorganisatie, zoals dat door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aanvaard.

Verder is ongewijzigd gebleven de uitzondering voor de keuring voor ingebruikneming van de bovengrondse stationaire opslagreservoirs voor propaan of butaan of een mengsel daarvan, met gasafname met een volume tot en met 5.000 liter, en opslagreservoirs voor butaan of propaan of een mengsel daarvan met gas-afname op een bouwterrein met een volume tot en met 8.000 liter.

Wat betreft (mobiele) kelderbierinstallaties (eerste lid, onderdelen c en h) zij het volgende opgemerkt. In 2007 werden drukvaten en installatieleidingen behorende tot (mobiele) kelderbierinstallaties uitgezonderd van de keuring voor ingebruikneming en herkeuring in de gebruiksfase. De rechtvaardiging voor die uitzondering was gebaseerd op het gegeven dat sprake was van drukapparatuur met een laag risico (ongevaarlijke stoffen, lage druk (ca. 3 bar) en geen aantasting van de roestvast stalen tanks te verwachten). Daarnaast vertoonden de apparaten bij de verschillende brouwerijen grote overeenkomst met elkaar.

Dit vormde ook de grondslag voor het ‘Protocol kelderbierinstallaties Nederlandse Brouwers – versie 1 januari 2015’ opgesteld door brouwerijen onder verantwoordelijkheid van de Verenging Nederlandse Brouwers. Die verenging is de overkoepelende organisatie die de belangen behartigt van 10 in Nederland gevestigde bierbrouwerijen en die 95% van de biermarkt vertegenwoordigt. Het protocol was/is in beheer en voor belanghebbenden te verkrijgen bij de Vereniging Nederlandse Brouwers, Dagelijkse Groenmarkt 3-5, 2513 AL te Den Haag.

Artikel 3 zet deze lijn voort. Voor de dagelijkse praktijk betekent dit dat het gehele onderhoud, waaronder begrepen de keuring voor ingebruikneming en de herkeuring, onder verantwoordelijkheid van de betreffende brouwerij (eigenaar van de kelderbierinstallatie) wordt uitgevoerd aan de hand van hogergenoemd protocol.

Overigens brengt het gegeven dat het gaat om een consumptieartikel (bier), uiteraard een zorgvuldige omgang met de installatie met zich mee.

In het protocol is vastgelegd wie de controle- en inspectiewerkzaamheden in de gebruiksfase uitvoert, op welke wijze dat gebeurt en de frequentie ervan. Van de werkzaamheden wordt een logboek bijgehouden dat bij de installatie ter inzage ligt.

De afwikkeling van reparaties en wijzigingen aan de installatie in de gebruiksfase blijft onveranderd overeenkomstig artikel 26 van het besluit plaatsvinden.

Voor alle duidelijkheid zij er op gewezen dat dit alles geen invloed heeft op de nieuwbouwfase van (mobiele) kelderbierinstallaties. Ter zake is het besluit onverkort van toepassing, waarbij een EU-conformiteitsbeoordelingsinstantie de conformiteitsbeoordeling uitvoert.

Artikel 4

Dit artikel regelt de informatie die de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers moeten vermelden in de verklaring van ingebruikneming, bedoeld in artikel 21 van het besluit, en in de verklaring van herkeuring, bedoeld in artikel 22 van het besluit. In zijn algemeenheid komt dit overeen met artikel 4 van de Warenwetregeling drukapparatuur.

Onder de gegevens bedoeld in het eerste lid, onder e, en het zesde lid, onder e, worden begrepen het soort beveiliging en de kenmerkende gegevens met betrekking tot de werking ervan.

Daar waar wordt gesproken over de voorwaarden waaronder drukapparatuur mag worden gebruikt, kunnen die voorwaarden betrekking hebben op bijvoorbeeld de maximaal/minimaal toelaatbare druk en temperatuur die in installatieverband kan optreden, de beveiliging en aspecten die daarmee verband houden, de bedrijfstijd bij kruip en het aantal wisselingen bij toepassing van een expansiebalg.

In het derde lid is een afwijkende werkwijze voor keuring voor ingebruikneming van huurketels opgenomen. Het gaat hier om ketels die regelmatig van plaats van opstelling wisselen. Bij de eerste ingebruikneming vindt keuring plaats conform de bepalingen van artikel 21 van het besluit. Bij verplaatsing van de huurketel naar een nieuwe plaats van opstelling worden eveneens de bepalingen van artikel 21 van het besluit gevolgd, maar er hoeft na de verplaatsing geen nieuwe verklaring van ingebruikneming te worden opgesteld. Er kan (om praktische redenen) worden volstaan met een aantekening op het aantekenblad. Dit geldt ook voor verplaatsing van huurketels op eigen terrein.

In het vierde lid, onderdeel e, wordt gesteld dat in voorkomend geval een verwijzing naar de verklaring van ingebruikneming of verklaring van intredekeuring en ingebruikneming wordt opgenomen in de verklaring van herkeuring. Daarmee wordt bedoeld dat wordt verwezen naar de beschikbare verklaring. Dat kan een verklaring van ingebruikneming zijn, een verklaring van intredekeuring en ingebruikneming of een daarmee gelijkgesteld document.

Artikel 5

Ter uitvoering van artikel 22 van het besluit zijn in dit artikel de termijnen vastgesteld waarbinnen de verschillende soorten drukapparatuur een herkeuring moeten ondergaan. In zijn algemeenheid is aangesloten bij artikel 6 van de Warenwetregeling drukapparatuur.

Wanneer bij de drukapparatuur, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen b en c, degradatie is vastgesteld of wordt verwacht, kan dit aanleiding zijn voor de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of de NL-keuringsdienst van gebruikers tot verkorting van de termijn van herkeuring op basis van artikel 10 ook als er al een herkeuringstermijn van 6 jaar was toegekend.

In het eerste lid, onderdelen a en d, is zowel sprake van brandstofgestookte als anderszins verwarmde drukapparatuur. Bij brandstofgestookte drukapparatuur is sprake van warmteoverdracht door middel van vuur. Bij anderszins verwarmde drukapparatuur is het warmteoverdragende medium in de regel een vloeistof of gas, maar er kan ook sprake zijn van elektrische verwarming.

Wanneer bij brandstofgestookte of anderszins verwarmde drukapparatuur kan worden aangetoond, door middel van een gedegen risicoanalyse gericht op gevaar voor oververhitting, dat geen onaanvaardbaar risico voor de veiligheid of gezondheid van personen of het milieu bestaat, kan volgens onderdeel d een termijn van 4 jaar worden aangehouden.

De risicoanalyse moet een beschouwing en beoordeling bevatten van de ingebouwde beveiligingsvoorzieningen, gericht op het voorkomen van overschrijding van de toelaatbare grenzen (druk, temperatuur enz.). De mate van beheersing van de warmtestromen en warmteoverdracht (verbrandings-/ verwarmingssysteem – procesruimte) en kennis van de materiaaleigenschappen van de onder druk staande delen en overige relevante functionele delen zijn eveneens belangrijke onderdelen van die analyse.

Het is aan de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers om een eindoordeel te geven over de resultaten van hogergenoemde risicoanalyse in verband met de vaststelling van de termijn. In de Praktijkregels voor Drukapparatuur (verder te noemen: PRD), opgesteld door de Technische Commissie voor Drukapparatuur, is het onderwerp brandstof of anderszins verwarmde drukapparatuur nader uitgewerkt, waar de risicoanalyse ook deel vanuit maakt. De PRD kunnen worden aangeschaft bij de SDU te Den Haag. Opgemerkt zij dat de PRD niet bindend zijn en door de sector worden opgesteld ten behoeve van de sector. Daarmee valt de PRD buiten het kabinetsbeleid dat gericht is op het kosteloos beschikbaar stellen van technische normen waar dwingend naar wordt verwezen.

De in het eerste lid, onderdeel e, geboden mogelijkheid om een termijn van 6 jaar vast te stellen bestond al langer, maar vereiste in het verleden de nodige administratieve handelingen. In de praktijk bleek dat ca. 85% van de gekeurde aangewezen drukapparatuur na de eerste termijn een termijn van 6 jaar kreeg toegewezen. Maar om de termijn van 6 jaar te kunnen krijgen moest de gebruiker additioneel steeds schriftelijk verklaren dat er geen nieuwe of verdere inwendige of uitwendige aantasting van de drukapparatuur in de komende termijn werd verwacht. Voor het merendeel van de drukapparatuur was dit een overbodige handeling die eigenlijk achterwege kon blijven. Aldus ook artikel 6 van de Warenwetregeling drukapparatuur.

Bij parallelwerkende drukapparatuur gaat het om drukapparatuur die als kenmerk heeft dat hij van dezelfde constructie is, uit dezelfde soort materialen is vervaardigd, onder vergelijkbare bedrijfsomstandigheden wordt bedreven en op dezelfde toe- en afvoerleidingen is aangesloten. Indien daarvan sprake is, kan de omvang van het inwendig onderzoek, bedoeld in derde lid, worden beperkt tot een deel van de parallelwerkende drukapparatuur die representatief is voor het geheel van de parallelwerkende drukapparatuur.

In het vierde lid wordt de mogelijkheid gegeven de eerste herkeuringstermijn vast te stellen op 6 jaar, indien er geen gevaar is voor de veiligheid of gezondheid van personen of het milieu. Ter verduidelijking volgen hieronder de twee situaties waarin een eerste termijn van 6 jaar kan worden vastgesteld.

Allereerst de situatie, waarin een installatie in zijn geheel een termijn heeft van 6 jaar en waarbij drukapparatuur, deel uitmakend van die installatie, wordt vervangen. Voor deze drukapparatuur zou op basis van het eerste lid, onder b, c of d, een eerste termijn van 4 jaar moeten worden vastgesteld terwijl de rest van de aangewezen drukapparaten van de betreffende installatie een termijn van 6 jaar blijft houden. Het vierde lid geeft de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers de mogelijkheid, mits er geen gevaar is voor de veiligheid of gezondheid van personen of het milieu, om de eerste termijn van de nieuwe drukapparatuur op 6 jaar te stellen en zo een in de praktijk als onjuist ervaren terugzetting van de termijn in dit soort situaties te voorkomen.

Ten tweede is er de mogelijkheid om voor niet voor bewerking bestemde drukapparatuur met bepaalde gassen of met tot vloeistof verdichte gassen, die in de regel op veel plaatsen worden toegepast, een termijn van 6 jaar vast te stellen.

Of drukapparatuur in combinatie met een bepaalde gassoort in aanmerking komt voor een eerste termijn van 6 jaar, wordt voor de hier bedoelde, veel voorkomende drukapparatuur vastgesteld door de al meer genoemde Technische Commissie voor Drukapparatuur. Een daartoe strekkend verzoek kan bijvoorbeeld door een brancheorganisatie worden gedaan.

De betreffende drukapparatuur, waarvoor een eerste termijn van 6 jaar is toegekend, wordt gepubliceerd in de hierboven meergenoemde PRD.

Met nadruk zij er op gewezen dat het vierde lid onverlet laat de mogelijkheid dat een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers, indien gevaar is te duchten voor de veiligheid of gezondheid van personen of het milieu, op basis van artikel 10 van deze regeling, voor bepaalde drukapparaten een verkorte herkeuringstermijn vaststelt.

Voor opslagreservoirs ten behoeve van propaan of butaan of een mengsel van beide, met een volume (V) van maximaal 40 m3 bedoeld voor niet industriële toepassing (verwarmen en koken bij huishoudelijk gebruik of als motorbrandstof via tankstations), werd door de toenmalige keuringsinstellingen onder bepaalde voorwaarden de vaste herkeuringstermijn voor het inwendige onderzoek verruimd van 6 naar 10 jaar. Met die werkwijze werd zodanig goede ervaring opgedaan dat bij de inpassing in het regime in 2007 voortaan zelfs werd uitgegaan van een verruimingsmogelijkheid van de vaste termijn voor het inwendige onderzoek van 6 naar 12 jaar. Artikel 5, vijfde lid, van deze regeling zet die lijn voort.

Met de invoering van marktwerking bij keuringsinstellingen ontstond de noodzaak de hierboven genoemde voorwaarden nader te beschrijven en openbaar te maken. Op initiatief van de Vereniging Vloeibaar Gas werd een Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR 2578:2007 en opvolger NPR 2578:2015) opgesteld ter zake van het beheer en onderhoud van installaties voor de opslag van propaan en butaan of een mengsel daarvan. De NPR gaf een passende invulling aan de voorwaarden voor verruiming van 6 naar 12 jaar. Het werken volgens een door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers per propaaninstallatie geautoriseerd onderhouds- en inspectieschema, ook wel ‘written scheme’ genoemd, en de kwalificatie van het onderhoudspersoneel zijn daarvan belangrijke onderdelen.

Het uitwendige onderzoek van opslagreservoirs voor propaan, butaan of een mengsel daarvan, viel en valt hier buiten en moet, conform de wettelijke hoofdregel, wel om de 6 jaar plaats vinden, waarbij de betreffende veiligheidskleppen worden vernieuwd of gereviseerd.

Artikel 6

Dit artikel regelt de bepaling van het jaar waarin de herkeuring moet geschieden. In zijn algemeenheid wordt aangesloten bij artikel 7 van de Warenwetregeling drukapparatuur.

In het derde lid wordt onder fabrikant verstaan een fabrikant die is verenigd in de branchevereniging ‘Vereniging van Fabrikanten van Industriële Gassen’. Zie verder de toelichting bij de artikelen 2 en 3.

Het vierde lid gaat over drukapparatuur waarvoor geen keuring voor ingebruikneming is vereist, namelijk bij ademhalingstoestellen, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, bij opslagreservoirs voor propaan en butaan of een mengsel daarvan, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel b, met een kleiner of gelijk volume dan in dat onderdeel is aangegeven en bij drukvaten met lucht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c, met een volume kleiner of gelijk aan volume dan in dat onderdeel is aangegeven en een maximaal toelaatbare druk PS kleiner of gelijk aan 30 bar.

In al deze gevallen wordt het jaar van herkeuring bepaald op grond van de datum waarop de EG-verklaring van overeenstemming of EU-conformiteitsverklaring door de fabrikant is afgegeven, als bedoeld in artikel 25 van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016.

Artikel 7

In dit artikel is, conform artikel 8 van de Warenwetregeling drukapparatuur, de regeling inzake termijnverlenging opgenomen. De toepassing van termijnverlenging is er mede op gericht om onnodig openen van drukapparatuur te voorkomen. Naast dit voordeel van een langere ononderbroken gebruiksperiode van de drukapparatuur wordt met het toepassen van termijnverlenging het aantal momenten van uit gebruik en daarna weer in gebruik nemen verminderd. De ervaring leert dat deze momenten als risicovol moeten worden beschouwd.

Vanwege de aard en gebruiksomstandigheden komen niet alle drukapparaten in aanmerking voor termijnverlenging. Afhankelijk van de soort drukapparatuur kan een aanvraag voor termijnverlenging pas aan de orde zijn na afloop van de in het derde lid genoemde aantal vaste herkeuringstermijnen.

De in het vijfde lid genoemde voorwaarden waaraan drukapparatuur moet voldoen om voor termijnverlenging in aanmerking te komen, geven de NL-conformiteitsbeoordelingsinstanties en NL-keuringsdienst van gebruikers de basis om te beoordelen of termijnverlenging aan de orde kan zijn. De ervaring opgedaan bij eerdere herkeuring(en) wordt daar ook bij betrokken. Voor een nadere uitwerking van de voorwaarden zij verwezen naar de hierboven al genoemde PRD.

Artikel 8

In dit artikel is, conform artikel 9 van de Warenwetregeling drukapparatuur, de mogelijkheid van termijnflexibilisering opgenomen. Termijnflexibilisering kan worden toegepast wanneer sprake is van een systematische analyse van de beheersbaarheid (ofwel de kans op falen) van de integriteit van een installatie; waarbij gebruik wordt gemaakt van een gevalideerde methodiek, gecombineerd met inzicht in de feitelijke bedrijfsvoering bij de uit te voeren inspecties en beschikbaarheid van multidisciplinaire deskundigheid.

In het vijfde lid, onderdeel a, is bepaald dat het kwaliteitssysteem van de gebruiker zowel betrekking moet hebben op zijn inspectieafdeling van de gebruiker, bedoeld in artikel 14 van deze regeling, als op andere afdelingen van de gebruiker die werkzaamheden verrichten in het kader van de termijnflexibilisering. Doorgaans zijn dit de afdelingen voor inkoop, engineering en onderhoud. De genoemde gevalideerde methodiek wordt ook wel ‘Risk Based Inspection’ (RBI) genoemd. De modelmethodiek voor RBI is in de meergenoemde PRD opgenomen.

De invulling van het toezicht, bedoeld in het achtste lid, is gericht op het beoordelen van het functioneren van de inspectieafdeling van de gebruiker, bedoeld in artikel 14 van deze regeling, en bestaat uit het toetsen van het jaarprogramma, het bijwonen en herhalen van daarin genoemde inspecties en het toetsen van rapportages van de inspecties. Op basis van de rapportages van de inspecties en analyses maakt de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie aantekening op het aantekenblad. De NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie is verantwoordelijk voor het op juiste wijze uitoefenen van het toezicht en het daarop gebaseerde eindoordeel voor het verdere gebruik van de drukapparatuur gedurende de geflexibiliseerde termijn.

Artikel 9

In dit artikel is, conform artikel 10 van de Warenwetregeling drukapparatuur, de mogelijkheid opgenomen de jaargrens met maximaal 6 maanden te overschrijden. De overschrijding van de herkeuringstermijn kan allereerst van toepassing zijn bij de afloop van vaste, verlengde en geflexibiliseerde termijnen. De toegestane overschrijding is verder van toepassing op de bij het drukvat of de installatieleiding behorende veiligheidsappendages en onder druk staande appendages, mits het veilig gebruik is gewaarborgd.

Overschrijding van de jaargrens heeft een incidenteel karakter en moet tijdig, gemotiveerd door de gebruiker worden aangevraagd bij de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers, waarbij een concrete datum overeengekomen moet worden waarop de herkeuring uiterlijk zal plaatsvinden.

Omdat het toestaan van een overschrijding niet is bedoeld om een vastgestelde termijn ‘op te rekken’, wordt bij het vaststellen van het volgende jaar van herkeuring geen rekening gehouden met de toegestane overschrijding van de jaargrens.

Artikel 10

Naast de mogelijkheden gegeven in de artikelen 7 en 8 van deze regeling om de vaste termijnen te verlengen is de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers in artikel 10 de mogelijkheid gegeven het tijdstip waarop een herkeuring moet plaatsvinden, nader aan te duiden. Een nadere aanduiding van het tijdstip van (een volgende) herkeuring kan aan de orde zijn als zich bij de onderzoeken tijdens de herkeuring zaken openbaren die niet waren voorzien en die van wezenlijke invloed zijn of kunnen zijn op de technische integriteit van de drukapparatuur. Ook kan voortschrijdend technisch inzicht met betrekking tot de constructieve uitvoering reden zijn de termijn te verkorten. Zo kan de functionaliteit bij veiligheidsappendages reden zijn de termijn van herkeuring te verkorten.

De motivering voor een verkorting van een vaste termijn of een nadere aanduiding van het tijdstip van herkeuring wordt door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en NL-keuringsdienst van gebruikers in de rapportage vermeld. Daarnaast kunnen op grond van artikel 22, negende lid, onderdeel b, van het besluit, voorwaarden worden gesteld. Aldus ook artikel 11 van de Warenwetregeling drukapparatuur.

Artikel 11

Voor flessen voor ademhalingstoestellen wordt geen verklaring van herkeuring opgesteld. Als bewijs dat de voorgeschreven herkeuring heeft plaatsgevonden worden de in artikel 11 bedoelde merktekens op de flessen aangebracht en worden de resultaten van de herkeuring in de praktijk doorgaans op verzamelstaten vastgelegd. Hiermee wordt aangesloten bij artikel 12 van de Warenwetregeling drukapparatuur.

Artikel 12

Via een intredekeuring is het mogelijk tweedehands drukapparatuur afkomstig uit de Europese Economische Ruimte (EER), behoudens Nederland, op de Nederlandse markt te brengen. De intredekeuring omvat een beoordeling van het ontwerp, de vervaardiging, de integratie en beveiliging, de invloed van het voormalig gebruik en het beoogde gebruik van de drukapparatuur alsmede een keuring voor ingebruikneming. Na de afgifte van de verklaring van intredekeuring en ingebruikneming kan de drukapparatuur in gebruik worden genomen.

De hier bedoelde drukapparatuur is tot stand gekomen met gebruikmaking van normering die in de betreffende lidstaat van de EER is geaccepteerd. Een beoordeling aan de hand van de essentiële veiligheidseisen van Richtlijn 2014/68/EU zal in de meeste gevallen niet mogelijk zijn. Dat is de reden dat, conform artikel 13 van de Warenwetregeling drukapparatuur, wordt toegestaan de oorspronkelijke normering te gebruiken, met dien verstande dat uiteraard de actuele versie wordt gebruikt.

Artikel 13

Wanneer drukapparatuur niet regulier wordt ingedeeld, wordt deze steeds ingedeeld in categorie IV.

Artikel 14

In het eerste lid is sprake van een overeenkomst tussen een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie en een inspectieafdeling van de gebruiker. Vanwege de zich vaak over meerdere jaren uitstrekkende activiteiten dient ook die overeenkomst voor meerdere jaren afgesloten te worden, waarbij een termijn van minimaal 3 jaar gebruikelijk is.

Het tweede lid geeft aan dat een inspectieafdeling van de gebruiker over voldoende vast personeel met voldoende vakbekwaamheid moet beschikken. Onder vast personeel wordt verstaan personeel dat in vaste dienst is of personeel met een meerjarencontract. De bepaling van het aantal personeelsleden is afhankelijk van de door een inspectieafdeling van de gebruiker uit te voeren werkzaamheden, maar ook van de omvang van het bedrijf.

Artikel 15

In paragraaf A. Algemeen, Aanwijzingskavels voor een NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers, is al uitvoerig ingegaan op de verschillende aanwijzingskavels, de mogelijke combinaties en de achterliggende beleidsmatige en historische redenen voor die combinaties.

Hier zij nog opgemerkt dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers uit te voeren aanwijzingsingskavels of combinaties daarvan, in overleg met die NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie of NL-keuringsdienst van gebruikers en met inachtneming van dit artikel vast stelt en vervolgens vermeldt in het aanwijzingsbesluit.

Artikel 16

Dit artikel wijzigt de Warenwetregeling informatie- en rapportagebepalingen- SZW besluiten redactioneel en zorgt er voor dat de bepalingen uit die regeling voortaan ook gelden voor conformiteitsbeoordelingsinstanties aangewezen op grond van het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016.

Artikel 17

Dit artikel wijzigt de Warenwetregeling machines. De bijlagen 1, 2, 3 en 4 bij die regeling komen alsnog formeel te vervallen, omdat de grondslag voor die bijlagen bij een recente wijziging van de Warenwetregeling machines (Stcrt. 2016, nr. 29048, van 8 juni 2016) is vervallen.

Artikel 18 en 19

De datum van inwerkingtreding van de regeling (en van de intrekking van de Warenwetregeling drukapparatuur) is gekoppeld aan de datum van inwerkingtreding van het Warenbesluit drukapparatuur 2016.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher