De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies
en artikel 4 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. BBRA 1984:
-
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
- b. Avt:
-
Adviescollege Verloftoetsing tbs.
Artikel 2
-
1. De voorzitter van het Avt ontvangt een vergoeding per maand op basis van een arbeidsduurfactor
van 0,4 en het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het BBRA 1984.
-
2. De overige leden van het Avt ontvangen een vergoeding per maand op basis van een
arbeidsduurfactor van 0,3 en het maximum van salarisschaal 17 van bijlage B van het
BBRA 1984.
-
3. De leden van het Avt die op grond van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen
adviescolleges en commissies zijn uitgesloten van een vergoeding, ontvangen geen vergoeding.
-
4. Plaatsvervangende leden van het Avt ontvangen een vergoeding per vergadering van
3% van het maximum van salarisschaal 17 van bijlage B van het BBRA 1984.
Artikel 3
Het vergoedingsbesluit voorzitter Adviescollege Verloftoetsing tbs (Stcrt. 2014, 33969) wordt ingetrokken.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2016.
Artikel 5
Dit besluit wordt aangehaald als: Vergoedingenbesluit Adviescollege Verloftoetsing
tbs.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff
TOELICHTING
Het Adviescollege Verloftoetsing tbs (Avt) is bij besluit van 27 september 2007 formeel
ingesteld (Stcrt. 1 oktober 2007, nr. 189) om alle verlofaanvragen van ter beschikking gestelden inhoudelijk, of anderszins
verpleegden die in inrichtingen waar tbs met verpleging ten uitvoer wordt gelegd verblijven,
te beoordelen en daarover gemotiveerd advies uit te brengen. De vergoedingen voor
de leden van het Avt waren sinds de instelling van het Avt nog niet in overeenstemming
met de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en het Besluit vergoedingen adviescolleges
en commissies. Dit besluit voorziet alsnog in de nodige conformiteit.
Bij de inschaling van de werkzaamheden is nadrukkelijk rekening gehouden met het takenpakket,
de complexiteit van de verlofaanvragen en de mediagevoeligheid van sommige van de
zaken die ter advisering worden voorgelegd aan het Avt. De voorzitter en overige leden
van het Avt ontvangen een vergoeding per maand conform het maximum van respectievelijk
salarisschaal 18 en 17 van bijlage B van het BBRA 1984. Een vergoeding per vergadering
is niet toereikend, aangezien de werkzaamheden van het Avt zich niet uitsluitend beperken
tot vergaderingen, maar deze zich ook uitstrekken tot de voorbereiding van vergaderingen
waaronder de beoordeling van omvangrijke (persoons)dossiers. Daarbij betrekt het Avt
alle (recente) beschikbare informatie op het gebied van risicotaxatie en levert het
Avt een inhoudelijke bijdrage aan de lerende verlofpraktijk.
Voor de leden van het Avt wordt uitgegaan van een arbeidsduurfactor van 0,3. Voor
de voorzitter wordt uitgegaan van een arbeidsduurfactor van 0,4.
Plaatsvervangende leden worden incidenteel ingezet. Deze plaatsvervangende leden ontvangen
een vergoeding per vergadering van 3% van het maximum van salarisschaal 17 van bijlage B van het BBRA 1984.
Naast de vergoeding kunnen de voorzitter en de overige leden van de commissie op grond
van artikel 2, tweede lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies in
aanmerking komen voor vergoeding van reis- en verblijfskosten overeenkomstig het Reisbesluit
Binnenland en het Reisbesluit Buitenland.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff