Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2016, 11633Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 1 maart 2016, nr. WJZ/16016391, tot instelling van een landbouwtelling en tot het aanbieden van een gecombineerde opgave (Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2016)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op:

  • de artikelen 28 en 36, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • artikel 72, eerste, derde en vierde lid, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78 (EG), nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

  • de artikelen 12, 24, 30, 32 en 33 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PbEU 2013 L 347);

  • de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet;

  • artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

  • artikel 12a van het Besluit heffing preventie dierziekten, en

  • artikel 4 van het Besluit kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw;

Besluit:

Paragraaf 1. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

besmettelijke dierziekten:

op grond van artikel 15, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aangewezen besmettelijke dierziekten en zoönosen als bedoeld in artikel 4 van het Besluit zoönosen;

Diergezondheidsfonds:

fonds als bedoeld in artikel 95a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

formulier:

formulier als bedoeld in de bijlage bij deze regeling;

houder:

houder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

minister:

Minister van Economische Zaken;

opgaveplichtige:

degene aan wie de minister het formulier langs schriftelijke of elektronische weg heeft toegezonden;

staatssteunrichtsnoeren:

richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014–2020 (PbEU 2014, C 204);

Verordening (EU) nr. 1305/2013:

Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);

Verordening (EU) nr. 1306/2013:

Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr 352/78, (EG) nr 165/94 (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013 L 347);

Verordening (EU) nr. 1307/2013:

Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PbEU 2013, L347).

Paragraaf 2. Landbouwtelling en gecombineerde opgave

Artikel 2

  • 1. Het formulier is een beschrijvingsbiljet als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Landbouwwet.

  • 2. Een landbouwer verstrekt door middel van het formulier gegevens als bedoeld in:

    • a. artikel 26, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

    • b. artikel 3 van de Regeling kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw.

  • 3. Ter uitvoering van de artikelen 28 en 36, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 1305/2013, artikel 72 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de artikelen 12, 24, 30, 32 en 33 van Verordening (EU) nr. 1307/2013 dient het formulier voor:

    • a. het doen van de aanvragen, bedoeld in de artikelen 4.2, eerste lid, en 4.4, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB;

    • b. het verstrekken van informatie of het indienen van een betaalverzoek als bedoeld in een Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van een provincie;

    • c. het doen van de aanvraag, bedoeld in artikel 4.1.2, tweede lid, van de Regeling Europese EZ-subsidies.

  • 4. Degene aan wie de minister een beschrijvingsbiljet langs schriftelijke of elektronische weg heeft toegezonden dient dit uiterlijk op 15 mei 2016 ingevuld en ondertekend bij de minister in.

  • 5. In afwijking van het vierde lid kan het onderdeel van het beschrijvingsbiljet dat betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, uiterlijk op 1 juli 2016 ingevuld en ondertekend bij de minister worden ingediend.

Artikel 3

  • 1. Het formulier heeft betrekking op de periode van 1 april 2016 tot en met 15 mei 2016.

  • 2. De periode, bedoeld in het eerste lid, is het tijdvak waarin een landbouwtelling als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Landbouwwet wordt gehouden.

Artikel 4

  • 1. Een opgaveplichtige verstrekt:

    • a. informatie naar de toestand van de veestapel zoals die was op 1 april 2016,

    • b. informatie over de toestand van de beteelde percelen zoals die is of wordt verwacht op 15 mei 2016, en

    • c. de naam van het gewas waarmee een perceel zal worden beteeld, als dat niet is beteeld op 15 mei 2016.

  • 2. Een opgaveplichtige verstrekt, voor zover van toepassing, overige informatie naar de toestand op zijn onderneming op het moment van ondertekening van het formulier.

Paragraaf 3. Opgave aanspraak Diergezondheidsfonds

Artikel 5

  • 1. Betalingen uit het Diergezondheidsfonds voor maatregelen en voorzieningen die verband houden met de preventie en de bestrijding van besmettelijke dierziekten worden verricht met inachtneming van Deel I en Deel II, onderdeel 1.2.1.3, van de staatssteunrichtsnoeren.

  • 2. Om aanspraak te kunnen maken op betalingen die verband houden met preventie van besmettelijke dierziekten als bedoeld in het eerste lid, in de periode die loopt van 15 mei 2016 tot 15 mei 2017, dient door de houder uiterlijk op 15 mei 2016 bij de minister een daartoe strekkende opgave te zijn ingediend door middel van het formulier.

  • 3. De houder kan geen aanspraak maken op betalingen als bedoeld in het eerste lid, indien:

    • a. de onderneming die de houder drijft, een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in punt 35, onderdeel 15, van de staatssteunrichtsnoeren, of

    • b. ten aanzien van de onderneming die de houder drijft, een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in punt 27 van de staatssteunrichtsnoeren.

Paragraaf 4. Elektronische weg

Artikel 6

Het formulier wordt door de opgaveplichtige respectievelijk de houder langs elektronische weg ingevuld, ondertekend en ingediend op het internetadres www.mijnrvo.nl.

Artikel 7

  • 1. Een opgaveplichtige of de houder kan op de volgende wijzen elektronisch toegang krijgen tot het formulier:

    • a. in geval er sprake is van een verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, aan de hand van een E-herkenningsmiddel;

    • b. voor natuurlijke personen die niet vallen onder de verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, aan de hand van DigiD, of

    • c. aan de hand van een toegangscode die door de minister is verstrekt aan een opgaveplichtige of een houder in het buitenland.

  • 2. De minister verstrekt aan een opgaveplichtige, een houder of de gemachtigde van een opgaveplichtige of een houder een tancode ter ondertekening van het elektronisch formulier.

  • 3. De minister kan besluiten geen tancode te verstrekken of al verstrekte tancodes in te trekken indien de ondertekenaar, een met de ondertekenaar geassocieerd bedrijf, of een met de ondertekenaar geassocieerde organisatie in het verleden een tancode heeft gebruikt in strijd met deze regeling of op andere wijze de integriteit van een verstrekte handtekening heeft geschonden.

Artikel 8

  • 1. De minister neemt een elektronisch verzonden formulier dat niet overeenkomstig deze regeling is ingediend niet in behandeling.

  • 2. De minister neemt een elektronisch verzonden bericht waarvan de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt, niet in behandeling.

  • 3. De minister informeert degene die het elektronisch verzonden formulier heeft ondertekend zo spoedig mogelijk over een besluit als bedoeld in het eerste of het tweede lid.

Artikel 9

  • 1. De minister kan ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in artikel 6, om het formulier langs elektronische weg in te vullen, in te dienen en te ondertekenen.

  • 2. Ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan worden verleend in geval de opgaveplichtige respectievelijk de houder aantoont:

    • a. te behoren tot een geloofsgemeenschap die het gebruik van de elektronische weg in zijn geheel afwijst, of

    • b. niet te beschikken over een computer met internetverbinding en niet eerder langs elektronische weg contact te hebben gelegd met RVO.nl of de rijksoverheid.

  • 3. Een ontheffing wordt uiterlijk 25 maart 2016 aangevraagd.

Paragraaf 5. Overige bepalingen

Artikel 10

In artikel 3, eerste lid, van de Regeling kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw vervalt ‘voor 1 juli’.

Artikel 11

De Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2015 wordt ingetrokken.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 1 maart 2016

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

BIJLAGE BIJ DE REGELING LANDBOUWTELLING EN GECOMBINEERDE OPGAVE 2016

TOELICHTING

1. Landbouwtelling en gecombineerde opgave

De bij deze regeling gepubliceerde vraagstelling vormt de grondslag om in 2016 digitaal de gecombineerde opgave te doen voor de landbouwtelling op grond van de Landbouwwet, de opgave gebruik gewaspercelen op grond van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, de verzamelaanvraag op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB, de aangifte van de CO2-jaarvracht van glastuinbouwbedrijven op grond van de Wet milieubeheer, de opgave voor aanspraak op betalingen uit het Diergezondheidsfonds op grond van de Gezondheids- en welzijnswet en voor het verstrekken van informatie of een betaalverzoek in het kader van twee steunregelingen die onderdeel zijn van het plattelandsontwikkelingsprogramma.

De Minister van Economische Zaken (hierna: de Minister) houdt de jaarlijkse landbouwtelling in de periode van 1 april tot en met 15 mei. De landbouwtelling heeft twee doelen: het verzamelen van gegevens ten behoeve van statistiek en ten behoeve van beleidsontwikkeling en -monitoring. Daarvoor wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een zo volledig mogelijk overzicht samengesteld van de beteelde oppervlakte, de omvang van de veestapel en de inzet van arbeidskrachten.

Voor de uitvoering van het Europese landbouwbeleid is het van belang dat de Minister beschikt over correcte en actuele gegevens per bedrijf in de land- en tuinbouw. Ondernemers die geen Europese steun of subsidies aanvragen als bedoeld in deze regeling en ook niet ingevolge het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet gehouden zijn om (wijzigingen van) perceelgegevens te verstrekken, verstrekken alleen de informatie die op grond van de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet wordt gevraagd, of de informatie die wordt gevraagd in het kader van de CO2-jaarvracht of de betalingen uit het Diergezondheidsfonds.

Zoals hiervoor aangegeven kunnen landbouwers met de gecombineerde opgave enkele specifieke steunregelingen aanvragen. Dit betreft de rechtstreekse betalingen als bedoeld in de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB (de basisbetalingsregeling, betaling voor klimaat en milieuvriendelijke landbouwpraktijken, betaling voor jonge landbouwers en de vrijwillig gekoppelde steun inzake graasdierhouderij). Het betreft tevens twee steunregelingen uit het plattelandsontwikkelingsprogramma: betalingen voor agrarisch natuurbeheer, die kunnen worden verstrekt op grond van de Subsidieverordeningen natuur- en landschapsbeheer van de provincies, en de tegemoetkoming in de verzekeringspremie voor brede weersverzekering, die kan worden verstrekt op grond van de Regeling Europese EZ-subsidies.

Een landbouwer die aanspraak wil maken op een rechtstreekse betaling vermeldt de landbouwgrond die hoort bij het landbouwbedrijf. Op basis van de laatstelijk in 2015 verstrekte en geverifieerde informatie zijn deze gegevens op het elektronische formulier zoveel als mogelijk al ingevuld, waarbij de landbouwer deze gegevens alleen nog hoeft te controleren. Het principe van éénmalig inwinnen en meervoudig gebruik wordt waar mogelijk toegepast.

De gegevens uit de gecombineerde opgave kunnen tevens worden benut om adequaat te kunnen handelen ten tijde van crises.

Ondernemers in de land- en tuinbouw ontvangen begin maart 2016 een brief van de Minister waarin wordt aangekondigd dat zij voor wat betreft 2016 als opgaveplichtig zijn aangemerkt.

2. Programmatische aanpak stikstof

In het kader van de programmatische aanpak stikstof (PAS) worden onder andere gegevens gebruikt uit de landbouwtelling voor het monitoren van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden en het bepalen van de ontwikkelruimte voor (agrarische) bedrijven rondom Natura 2000 gebieden. De landbouwtelling kan voor deze doeleinden nauwkeuriger informatie opleveren door per emissielocatie gemiddelde dieraantallen op te vragen. Het RIVM en het Planbureau voor de Leefomgeving, die verantwoordelijk zijn voor het genereren van de benodigde informatie voor de PAS, hebben hierop aangedrongen. Gelet hierop is in de landbouwtelling, net zoals in die van vorig jaar, ten behoeve van dit beleidsveld aanvullende vraagstelling opgenomen.

3. Diergezondheidsfonds

Op grond van artikel 5 van onderhavige regeling dienen houders van kippen, kalkoenen, eenden, schapen, geiten, runderen en varkens door middel van een verklaring aan te geven of zij aanspraak willen maken voor betalingen uit het Diergezondheidsfonds, veelal in de vorm van gesubsidieerde diensten voor maatregelen en voorzieningen die verband houden met preventie van besmettelijke dierziekten. Daarbij dienen deze houders aan te geven of hun onderneming een kleine of middelgrote onderneming is. De betalingen betreffen de (tegemoetkomingen in de) kosten van vaccins, bloedonderzoeken, tests, en dergelijke aan een uitbraak van een besmettelijke dierziekte verbonden maatregelen, die in het kader van het preventiebeleid worden toegediend of uitgevoerd op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Deze opgaveverplichting vloeit voort uit de Europese eisen die zijn opgenomen in de per 1 juli 2014 gewijzigde Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014–2020. In navolging van de gecombineerde opgave uit 2015, heeft onderhavige opgave betrekking op de periode die loopt van 15 mei 2016 tot 15 mei 2017 en moet uiterlijk 15 mei 2016 bij de Minister ingediend zijn.

4. Aangifte CO2-jaarvracht glastuinbouwbedrijven

Op grond van het Besluit kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw kan de Minister regels stellen over de uitvoering van het CO2 kostenvereveningssysteem voor de glastuinbouw. Deze regels zijn opgenomen in de Regeling kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw. Op grond van die regels wordt onder meer de CO2 reductiedoelstelling gemonitord met een register dat tot 2015 bij het voormalig Productschap Tuinbouw was ondergebracht. Met ingang van 2015 houdt RVO.nl (op basis van de Regeling kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw) het register bij. In dat kader dienen glastuinbouwondernemingen jaarlijks vóór 1 juli de aangifte van de totale CO2-emissie door te geven. Gezien de ICT infrastructuur en interne werkprocessen van RVO.nl past het om bedoelde opgave te integreren in de gecombineerde opgave.

Op verzoek van de zogenaamde Greenport provincies is tevens een vraagstelling inzake kaslocaties toegevoegd die noodzakelijk is vanwege de (gedecentraliseerde) herstructureringsopgave glastuinbouw.

5. Elektronische opgave

Ingevolge de in werking getreden wijziging van de Landbouwwet en de Meststoffenwet (elektronisch verstrekken van gegevens) (Stb. 2011, 626), is deelname aan de gecombineerde opgave thans alleen nog op digitale wijze mogelijk via de RVO.nl website. Relaties die de gecombineerde opgave voorheen steeds op papier hebben ingevuld, worden begin maart 2016 gericht aangeschreven met de mededeling dat de gecombineerde opgave alleen nog elektronisch kan worden aangeleverd. RVO.nl zal waar nodig steun aanbieden. Dit kan uiteenlopen van een uitnodiging aan betreffende relatie op één van de RVO-locaties, het meekijken op afstand, tot het aanbieden van een ruimte met computers en dergelijke voor computervaardige relaties.

Voor een beperkte groep is het mogelijk een ontheffing aan te vragen inzake de verplichting tot elektronische opgave. Deze ontheffing moet uiterlijk 25 maart 2016 zijn aangevraagd. Het gaat daarbij om relaties die tot een geloofsgemeenschap behoren die het gebruik van elektronische middelen afwijst dan wel om relaties die niet beschikken over een computer met internetverbinding en niet eerder langs elektronische weg contact met RVO.nl of de rijksoverheid hebben gelegd. Voor deze relaties zal maatwerk worden gezocht.

Met de inperking tot digitale opgave zullen relaties minder fouten maken waardoor naar verwachting minder boetes opgelegd hoeven te worden en realiseert de overheid jaarlijks een aanzienlijke besparing op de uitvoeringskosten.

Voor het bijwerken en raadplegen van gegevens in het perceelsregister heeft de RVO.nl een op zichzelf staande webapplicatie ontwikkeld (‘Mijn percelen’) die het gehele jaar door gebruikt kan worden. Voor het registreren van gegevens voortvloeiend uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt ‘Mijn percelen’ rechtstreeks vanuit de gecombineerde opgave geopend.

Een opgaveplichtige kan afhankelijk van de hoedanigheid op één van drie wijzen toegang krijgen tot het elektronisch formulier: aan de hand van een bij een private partij aangeschaft e-Herkenningsmiddel (voor rechtspersonen), aan de hand van DigiD (voor natuurlijke personen) en voor opgaveplichtigen in het buitenland blijft het mogelijk om een door RVO.nl te verstrekken toegangscode te gebruiken. Vanaf 1 januari 2015 is het voor een ondernemer geregistreerd bij de Kamer van Koophandel alleen nog mogelijk toegang te krijgen tot het elektronisch formulier aan de hand van een bij een private partij aangeschaft e-Herkenningsmiddel.

6. Indieningsperiode gecombineerde opgave

De opgavetermijn start op 1 april 2016 en sluit op 15 mei 2016 om 24:00 uur (Midden-Europese tijd). Dit tijdstip volgt voor de verzamelaanvraag inzake de rechtstreekse betalingen Gemeenschappelijk Landbouwbeleid de steunregelingen van het plattelands-ontwikkelingsprogramma uit de Europese verordeningen en voor de opgave gebruik gewaspercelen uit artikel 26, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Voor wat betreft de landbouwtelling en opgave Diergezondheidsfonds volgt deze sluitingsdatum uit artikel 2, vierde lid, van deze regeling. Het niet voldoen aan de verplichting tot indiening is een economisch delict in de zin van artikel 1, onder 2, van de Wet op de economische delicten. Ook leidt het niet of niet tijdig melden van de gevraagde informatie tot een verlaging of uitsluiting van de directe betaling of de plattelandsontwikkelingssubsidie.

De enige uitzondering op de voorgaande sluitingsdatum betreft de opgave van het onderdeel uit de gecombineerde opgave dat betrekking heeft op de CO2-jaarvracht, welke opgave op grond van artikel 2, vijfde lid, van deze regeling uiterlijk op 1 juli 2016 moet zijn ingediend. Deze uitzondering is noodzakelijk omdat de daarvoor benodigde informatie op 15 mei nog niet in bezit is bij de betreffende glastuinbouwondernemingen.

7. Administratieve lastendruk

Voor de Europese statistische verordening (FSS) wordt drie maal per 10 jaar aanvullende informatie opgevraagd. Dit is ook in 2016 het geval en derhalve is voor de FSS aanvullende vraagstelling opgenomen voor verbrede landbouw, beregening en bodembewerking en -conservering. De bestaande vraagstelling naar werk en opleiding is uitgebreid. Voor beleidsdoeleinden zijn daarnaast extra vragen opgenomen over bedrijfsopvolging en gebruikstitels in de glastuinbouw.

Voor de CO2-jaarvracht glastuinbouwbedrijven is het bestaande monitorsysteem vanaf 2016 geïntegreerd in de gecombineerde opgave. Op verzoek van de Greenport provincies is een vraag over kaslocaties toegevoegd. De vraagstelling ten behoeve van het Diergezondheidsfonds in nu volledig geïntegreerd waar dit in 2015 nog een apart formulier was.

Het perceelregister is vanaf 2015 als aparte applicatie beschikbaar voor doeleinden van eigen bedrijfsvoering en het verstrekken van gegevens aan derden – zowel privaat als publiek. De lastendruk die samenhangt met het bijwerken van het perceelregister vormt daarom niet langer onderdeel van de aan deze regeling toegerekende lastendruk.

Door de uitbreiding in de vraagstelling wordt enerzijds een lastenverzwaring verwacht maar anderzijds zal het 100% digitaal inwinnen van gegevens en bekendheid met de regelgeving van het nieuwe Gemeenschappelijke landbouwbeleid leiden tot een lichte lastendaling. Uitgaande van een gemiddeld uurloon van € 16 voor de agrarische sector en € 32 voor dienstverleners/intermediairs bedragen de administratieve lasten als gevolg van deze regeling naar verwachting gemiddeld € 65,78 per bedrijf in 2015. De administratieve lasten van het totaal van bedrijven die een opgave zullen doen (circa 70.000 landbouwbedrijven) zijn voor 2016 berekend op € 4.605.260,–. In vergelijking met de ex post berekening van 2015 betekent dit een lastendaling van ruim 1.5%. Omdat de vraagstelling jaarlijks varieert kan deze lastendaling niet als structureel worden aangemerkt.

8. Vaste verandermomenten

In afwijking van het beleid inzake vaste verandermomenten treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant en niet op 1 april 2016. Op grond van deze regeling kan de gecombineerde opgave worden ingediend vanaf 1 april 2016 en moet deze zijn ingediend uiterlijk op 15 mei 2016 (met uitzondering van het onderdeel CO2-jaarvracht dat op 1 juli 2016 moet zijn ingediend). De op grond van deze regeling ingevoerde verplichting om de gecombineerde opgave elektronisch in te dienen was reeds aangekondigd in de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken aan de Voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 18 december 2015 (Kamerstukken, 2015/16, 32 603, nr. 12).

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam