Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van ..., nr. IenM/BSK-2015/,
Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op artikel 7.2, eerste en vierde lid, van de Wet milieubeheer;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van, nr. ...);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van, nr. IenM/BSK-2015/,
Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I
In kolom 4 van onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage
wordt ten aanzien van de categorie 22.2 na ‘artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet’
ingevoegd: , het besluit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet windenergie
op zee.
ARTIKEL II
Indien het bij koninklijke boodschap van 16 oktober 2014 ingediende voorstel van wet
houdende regels omtrent windenergie op zee (Wet windenergie op zee) (Kamerstukken
34 058) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treedt dit besluit op
hetzelfde tijdstip in werking.
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
NOTA VAN TOELICHTING
Dit besluit wijzigt de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. In tabel D
van die bijlage zijn categorieën van besluiten aangewezen in het kader waarvan het
bevoegd gezag krachtens de artikelen 7.17 of 7.19 van de Wet milieubeheer moet beoordelen
of daarbij aangewezen activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen
hebben (mer-beoordelingsplicht). Indien die gevolgen er kunnen zijn, moet bij de voorbereiding
van die categorieën van besluiten een milieueffectrapport worden gemaakt.
Het Besluit milieueffectrapportage schrijft met betrekking tot de oprichting, wijziging
of uitbreiding van een windturbinepark een mer-beoordelingplicht voor bij de voorbereiding
van een vergunning, bedoeld in artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet (watervergunning)
of een besluit waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en een of meer
artikelen van afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing zijn dan wel waarop
titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.
Onderhavig wijzigingsbesluit voegt aan de besluiten in kolom 4 ten aanzien van categorie
22.2 van tabel D van de bijlage een nieuw besluittype toe. Het bij koninklijke boodschap
van 16 oktober 2014 bij de Tweede Kamer ingediende voorstel van wet houdende regels
omtrent windenergie op zee (Wet windenergie op zee) (Kamerstukken 34 058) zal na inwerkingtreding
regels stellen omtrent het oprichten en exploiteren van windturbineparken op zee.
Daartoe introduceert de wet in artikel 3, eerste lid, een nieuw instrument: het kavelbesluit.
In het kavelbesluit vindt een volledige omgevingsrechtelijke afweging plaats voor
het realiseren en exploiteren van een windturbinepark op het bij dat besluit aangewezen
kavel.
Ter uitvoering van artikel 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer is een ontwerp
van het wijzigingsbesluit in de Staatscourant van ... (Stcrt. ...) bekendgemaakt en
aan de beide Kamers der Staten-Generaal [Kamerstukken .....] overgelegd. [PM reacties
voorhang publicatie]
Dit besluit brengt geen administratieve lasten voor burgers of bedrijven met zich.
Inwerkingtreding van dit besluit vindt op hetzelfde moment plaats als inwerkingtreding
van de Wet windenergie op zee. Die wet treedt in werking bij koninklijk besluit. Voor
zover bij de inwerkintreding van die wet zal worden afgeweken van de vaste verandermomenten,
zal dit besluit die lijn volgen. De reden voor de koppeling van de inwerkingtreding
van dit besluit aan de Wet windenergie op zee is dat voor het uitvoeren van het “Energieakkoord
voor Duurzame Groei” (Kamerstukken II 2012/13, 30 196, nr. 202) op korte termijn kavelbesluiten moeten kunnen worden genomen. Het juridisch kader
dient daartoe dan sluitend te zijn.
De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus