Regeling van de Minister en van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 20 oktober 2015, nr. MBO-801632 houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022 in verband met de uitbreiding van het aantal experimenten met doorlopende leerlijnen

De Minister en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op artikel 11a.1, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 118t, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan het slot van artikel 1, tweede lid, wordt na ‘van het besluit’ ingevoegd: en dat onder besluit wordt verstaan: Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘technologieroute’ vervangen door: beroepsroute;

2. Het tweede lid komt te luiden:

2. Aanvragen voor een experiment houdende de vakmanschaproute, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, sub 1°, van het besluit, kunnen jaarlijks, met inachtneming van het eerste lid, worden ingediend tot 1 november 2017. Aanvragen voor een experiment houdende de vakmanschaproute, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, sub 2°, van het besluit en de beroepsroute kunnen jaarlijks, met inachtneming van het eerste lid, worden ingediend tot 1 november 2016.

3. Het derde lid komt te luiden:

3. De aanvraag wordt elektronisch ingediend, met behulp van het aanvraagformulier ‘Experiment doorlopende leerlijnen vmbo-mbo’ dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs.

4. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Een volledige aanvraag omvat:

    • a. de samenwerkingsovereenkomst of de interne regeling;

    • b. de adviezen van de medezeggenschapsraad, de ondernemingsraad, deelnemersraad en, in voorkomend geval, de ouderraad;

    • c. het projectplan, dat een organisatieplan omvat, waaruit blijkt dat het experiment wordt aangeboden als programmatisch geheel dat aansluit bij het toegestane onderwijsaanbod van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen, het agrarisch opleidingscentrum of de verticale scholengemeenschap;

    • d. voor wat betreft de vakmanschaproute, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, sub 1°, van het besluit: een aanduiding of de aanvraag betrekking heeft op de basisberoepsgerichte of de kaderberoepsgerichte leerweg, een omschrijving op welke sector, afdeling, intrasectoraal programma of intersectoraal programma en indien van toepassing welk profiel van het vmbo, op welk aanverwant opleidingsdomein en op welke kwalificaties van de basisberoepsopleiding de aanvraag betrekking heeft;

    • e. voor wat betreft de vakmanschaproute, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, sub 2°, van het besluit: dat de aanvraag betrekking heeft op de kaderberoepsgerichte leerweg, een omschrijving op welke sector, afdeling, intrasectoraal programma of intersectoraal programma en, indien van toepassing, welk profiel van het vmbo, op welk aanverwant opleidingsdomein en op welke kwalificaties van de vakopleiding de aanvraag betrekking heeft, en

    • f. voor wat betreft de beroepsroute: een aanduiding of het experiment betrekking heeft op de kaderberoepsgerichte, theoretische of de gemengde leerweg, op welk aanverwant opleidingsdomein en op welke kwalificaties van de middenkaderopleiding de aanvraag betrekking heeft. Indien het experiment betrekking heeft op de kaderberoepsgerichte of de gemengde leerweg omvat het aanvraagformulier een omschrijving op welke sector, afdeling, intrasectoraal programma of intersectoraal programma van het vmbo of leerweg en profiel de aanvraag betrekking heeft.

5. Onder vernummering van het vijfde lid en zesde lid tot zesde en zevende lid, wordt een nieuw vijfde lid toegevoegd luidende:

  • 5. De bevoegde gezagsorganen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit kunnen door middel van het indienen van een aanvraagformulier meerdere leerroutes aanvragen. In dat geval:

    • a. heeft de samenwerkingsovereenkomst betrekking op de leerroutes van de aanvraag;

    • b. heeft het advies van de medezeggenschapsraad, de ondernemingsraad, de deelnemersraad en in voorkomend geval, de ouderraad betrekking op de leerroutes van de aanvraag;

    • c. wordt in het projectplan zodanige informatie gegeven dat per leerroute kan worden beoordeeld of deze voldoet aan de voorwaarden van het besluit en van deze regeling.

6. De tweede volzin van het zevende lid komt te luiden:

Bij de beoordeling of een aanvraag tijdig is ingediend, geldt het tijdstip waarop de aanvraag het systeem voor gegevensverwerking van de minister heeft bereikt.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een tweede volzin toegevoegd luidende:

Uit de afspraken neergelegd in de samenwerkingsovereenkomst of de interne regeling blijkt tevens dat het bedrijfsleven voldoende betrokken is bij de opzet van het experiment en bij de selectie van de kwalificaties die binnen het experiment per opleidingsdomein zullen worden aangeboden.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Uit het projectplan blijkt:

    • a. dat de voorbereiding van het project zodanig is gevorderd dat bij de aanvang van het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft, daadwerkelijk kan worden gestart met het onderwijs in het experiment met de vakmanschaproute of de beroepsroute;

    • b. dat de organisatie van het project zodanig is vormgegeven dat er voldoende draagvlak is voor deelname aan het experiment bij het bevoegd gezag, het middenmanagement en de docenten van de betreffende school of instelling en dat de taken en verantwoordelijkheden binnen het experiment op een zodanige manier zijn belegd dat het verantwoord kan worden uitgevoerd;

    • c. dat het onderwijsproces zodanig wordt georganiseerd dat het onderwijs als programmatisch geheel wordt aangeboden en dat met het experiment de programmatische aansluiting tussen de leerwegen en het beroepsonderwijs wordt verbeterd; en

    • d. dat het onderwijsproces zodanig is ingericht dat is geborgd dat dit gedurende de looptijd van het experiment kan worden uitgevoerd overeenkomstig de door de minister goedgekeurde aanvraag, onder meer blijkend uit de wijze waarop de door de aanvrager geconstateerde risico’s worden beheerst.

3. Het derde, vierde en vijfde lid vervallen.

D

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

2. In de beschikking tot goedkeuring van de aanvraag wordt in ieder geval vermeld op welke sector, leerweg, en in voorkomende gevallen op welk profiel van het vmbo, op welk verwant opleidingsdomein, en op welk niveau van de beroepsopleidingen het experiment betrekking heeft.

E

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5. Overgangsbepaling aanvragen schooljaar 2016–2017

  • 1. Voor experimenten die starten in het schooljaar 2016–2017 wordt de aanvraag, in afwijking van artikel 2, eerste lid, ingediend in de periode van 1 oktober 2015 tot 1 december 2015.

  • 2. In afwijking van artikel 4, eerste lid, beslist de minister uiterlijk op 1 maart 2016 op aanvragen bedoeld in het eerste lid.

F

Bijlage 1 vervalt

ARTIKEL II

  • 1. Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit van 23 september 2015 tot wijziging van het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022 vanwege de uitbreiding van het aantal experimenten met doorlopende leerlijnen en aanpassing van de studieduur en inrichting van die leerlijnen in werking treedt.

  • 2. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, nadien wordt uitgegeven treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met het tijdstip waarop het besluit, bedoeld in het eerste lid, in werking is getreden.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

TOELICHTING

Aanleiding

Deze regeling is gebaseerd op artikel 11a.1, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 118t, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs. Op grond van deze bepalingen kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over de uitvoering van een experiment. Voor de experimenten met doorlopende leerlijnen van vmbo naar mbo zijn voorschriften gegeven in het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022. Dit besluit is recentelijk gewijzigd in verband met het uitbreiden van het aantal experimenten met doorlopende leerlijnen. Dat betekent dat onderhavige regeling ook moet worden aangepast.

Aanvragen op grond van deze regeling kunnen worden ingediend door middel van het indienen van een volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier is zodanig opgezet dat aanvragers op een gebruiksvriendelijke wijze door de vragen van het formulier worden geleid. Informatie omtrent de aanvraagprocedure en het digitale aanvraagformulier kan worden gevonden op http://www.duo.nl/zakelijk/BVE/bekostiging/maatwerk_muo/Uitbreiding_experimenten_doorlopende_leerlijnen.asp

Inleiding

Het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022 (Stb. 2013, 370; hierna het Besluit) wordt op twee belangrijke punten gewijzigd:

  • 1. Uitbreiding experiment

    • a. De experimenten met de vakmanschaproute worden uitgebreid met een doorlopende leerroute van de kaderberoepsgerichte leerweg in het vmbo naar een vakopleiding in het mbo (mbo niveau-3).

    • b. Met de invoering van de beroepsroute worden ook experimenten mogelijk met doorlopende leerroutes in de sectoren/opleidingsdomeinen economie en administratie, alsmede zorg en welzijn; de titel beroepsroute wordt de algemene benaming voor een doorlopende leerroute voor doorstroming naar de middenkaderopleiding (mbo-niveau-4). De titel technologieroute mag nog steeds worden gebruikt voor reeds toegekende experimenten en daaruit volgende cohorten in de technische en groene sectoren. Verder mag voortaan ook vanuit de kaderberoepsgerichte leerweg in het vmbo de beroepsroute worden gevolgd.

    • c. Vanwege de wijzigingen genoemd onder a en b kunnen voortaan voor alle sectoren van het vmbo en daarmee voor alle aanverwante opleidingsdomeinen van het mbo èn voor drie niveaus mbo (basisberoepsopleiding (mbo niveau-2), vakopleiding (mbo niveau-3) en middenkaderopleiding (mbo niveau-4)) experimenten worden aangevraagd. Dit is nodig om tegemoet te komen aan een behoefte vanuit het onderwijsveld en om aan het einde van het experiment beter onderbouwde uitspraken te kunnen doen over het al dan niet bereiken van de in artikel 2, tweede lid, van het Besluit geformuleerde doelstellingen.

  • 2. Voorschriften studieduur en onderwijstijd

Naast voormelde uitbreidingsmogelijkheden is de tweede belangrijke wijziging dat in verband met de doorlopende leerroutes als gevolg van de meest recente wijzigingen in het besluit specifieke, in de plaats van de wet komende voorschriften worden ingevoerd qua studieduur en onderwijstijd. Dit is nodig vanwege de Wet van 26 juni 2013 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs ten behoeve van het bevorderen van doelmatige leerwegen in het beroepsonderwijs en het moderniseren van de bekostiging van het beroepsonderwijs (Stb. 2013, 288; hierna doelmatige leerwegen in het mbo) die met ingang van 1 augustus 2014 in werking is getreden. En daarnaast is dit nodig vanwege de op 1 augustus 2015 in werking getreden Wet van 11 maart 2015 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet medezeggenschap op scholen en de Wet voortgezet onderwijs BES ter modernisering en vereenvoudiging van de normen voor onderwijstijd in het voortgezet onderwijs (Staatsblad 2015, 148). De optelsom van de wettelijke vereiste cursus- respectievelijk studieduur volgens de Wet op het voortgezet onderwijs voor het vmbo en de Wet educatie en beroepsonderwijs voor het mbo botst met diverse doelstellingen in het kader van dit experiment.

De uitbreiding van het experiment vloeit voort uit de kabinetsbrief ‘Ruim baan voor vakmanschap’ van 2 juni 2014 (Kamerstukken II, 2013–2014, 31 524, nr. 207) inzake een toekomstgericht middelbaar beroepsonderwijs. Daarin is de wens geuit het onderwijs meer aan te bieden in leerroutes die aansluiten bij de talenten van jongeren. Het kabinet wil daarom zorgen voor beter herkenbare onderwijsroutes en een soepele overgang tussen het voortgezet onderwijs (vo) en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo).

Consequenties voor de regeling

De genoemde wijziging van het besluit heeft ook consequenties voor de onderhavige regeling.

  • a. de aanvraagprocedure

    De regeling zoals die nu luidt voorziet in de aanvraagprocedure voor de vakmanschap- en de technologieroute op grond van het besluit zoals dat luidde op 31 augustus 2015. Inmiddels wordt door de wijziging van het besluit het aantal typen experimenten dat kan worden uitgevoerd uitgebreid, zodat ook voor de nieuwe experimenten moet worden voorzien in een aanvraagprocedure.

  • b. aanvragen experimenten

    Op grond van de regeling moet voor ieder experiment afzonderlijk een aanvraag worden ingediend. Met deze wijziging wordt het mogelijk gemaakt dat een school en een instelling in één aanvraag meerdere leerroutes kunnen aanvragen. Voorwaarde is wel dat van ieder experiment afzonderlijk kan worden beoordeeld of het aan de voorwaarden van het besluit en deze regeling voldoet. Door introductie van de beroepsroute als overkoepelend begrip is het niet meer mogelijk om experimenten onder de noemer technologieroute aan te vragen. Wel kan uiteraard een beroepsroute worden aangevraagd die feitelijk overeenstemt met voorheen de technologieroute.

  • c. formulier

    Bijlage 1 bij deze regeling vervalt. Het aanvraagformulier wordt elektronisch beschikbaar gesteld via de Website van DUO.

Administratieve lasten

Voorafgaand aan deelname aan een experiment bestaat de administratieve last uit de aanvraag die scholen en instellingen moeten doen om aan het experiment te mogen deelnemen. Vervolgens bestaat de administratieve last bij deelname aan een experiment uit het inschrijven van de leerling in het experiment en mogelijk als extraneus voor die leerling die al mbo-programmaonderdelen afrondt terwijl hij in het vo staat ingeschreven, of vice versa. Bij de daadwerkelijke uitvoering van het experiment voorziet het Ministerie van OCW geen grote gevolgen voor de administratieve lasten van scholen en instellingen. Voor scholen en instellingen berekent het ministerie van OCW de gevolgen voor de administratieve lasten op maximaal 20.000 Euro per experiment. Deelname aan de experimenten is op vrijwillige basis. Deze wijzigingsregeling leidt niet tot andere inzichten wat betreft regeldruk. Voor de uitbreiding van het experiment door deze wijziging geldt daardoor dezelfde regeldruk als ten tijde van de oorspronkelijke regeling (Staatscourant 2013 nr. 26152).

Artikelsgewijs

Onderdeel A

Voor de volledigheid is een begripsbepaling van ‘besluit’ opgenomen, waarmee het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022 wordt bedoeld.

Onderdelen B en F

Dit onderdeel bevat wijzigingen van artikel 2. Voornaamste wijzigingen zijn dat de aanvraag in het vervolg elektronisch kan worden ingediend door middel van een aanvraagformulier dat beschikbaar wordt gesteld op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs.

Een andere wijziging is dat een aanvraag in het vervolg meerdere leerroutes kan omvatten. Op die manier hoeven aanvragers in het vervolg niet voor iedere leerroute opnieuw een formulier in te vullen.

Op grond van onderdeel E vervalt bijlage 1 op grond waarvan het ‘papieren’ formulier was vastgesteld. Een reden om dit formulier te laten vervallen is dat dit nog ziet op de situatie voor wijziging van het besluit.

Onderdeel C

Ook in artikel 3 van de regeling wordt een aantal wijzigingen aangebracht die voortvloeien uit het gewijzigde besluit. In artikel 4 van het besluit wordt geregeld dat in de samenwerkingsovereenkomst de rol van het bedrijfsleven wordt aangegeven. Dit voorschrift wordt nader ingevuld in de wijziging van het eerste lid.

Door een wijziging van het besluit is het organisatieplan in het vervolg onderdeel van het projectplan. Dat betekent dat het organisatieplan niet langer een document is dat afzonderlijk moet worden ingediend. Deze wijziging is doorgevoerd in artikel 3, tweede lid, van het besluit. Het derde tot en met vijfde lid kunnen hierdoor vervallen.

Onderdeel D

Door inwerkingtreding van de wijziging van het besluit kunnen aanvragen betrekking hebben op alle sectoren van het vmbo en alle opleidingsdomeinen van het mbo. Het artikellid is daarom opnieuw geformuleerd.

Op grond van deze bepaling kunnen de bevoegde gezagsorganen die samenwerken op grond van artikel 3, eerste lid, van het besluit die reeds eerder goedkeuring voor een vakmanschaproute (mbo niveau 2) in een bepaalde sector hebben gekregen, voor een eventueel gewenste uitbreiding van de vakmanschaproute naar mbo niveau 3 in dezelfde sector een nieuwe aanvraag indienen waarin de uitbreiding wordt vormgegeven.

Onderdeel E

De technologieroute had alleen betrekking op de sectoren techniek en landbouw. Daarom was in de regeling een beperking opgenomen van de opleidingsdomeinen waarop een experiment met de technologie betrekking kon hebben. Door het uitbreiden van de technologieroute naar de beroepsroute is dit voorschrift niet langer noodzakelijk. Op grond van artikel 2 van het besluit kunnen alle routes van vmbo naar mbo in alle opleidingsdomeinen worden aangevraagd, mits er voor de leerling in de gewenste route wel verwantschap is tussen de sectoren vmbo waarin hij onderwijs volgt en de aansluitende opleidingsdomeinen in het mbo.

In plaats daarvan is een nieuw artikel 5 geformuleerd dat overgangsrecht bevat voor de aanvragen die worden ingediend in het schooljaar 2016–2017. Omdat het gewijzigde besluit naar verwachting pas vlak voor het begin van de aanvraagtermijn in werking zal treden, is de indieningstermijn voor aanvragen met één maand verlengd. De beslistermijn van de minister is daardoor ook met één maand verschoven.

Artikel II

Deze regeling treedt op hetzelfde moment in werking als het wijzigingsbesluit waarmee het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022 is gewijzigd, tenzij dat wijzigingsbesluit al eerder in werking is getreden dan deze regeling. In dat geval treedt deze regeling de dag na publicatie in de Staatscourant in werking en werkt zij terug tot en met het tijdstip waarop het besluit in werking is getreden. Een regeling kan immers pas in werking treden nadat zij op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Deze regeling treedt niet op het vaste verandermoment van 1 augustus in werking. Met deze regeling wordt onder andere een langere aanvraagperiode vastgesteld. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt dat met ingang van 1 augustus 2016 nieuwe experimenten van start kunnen gaan. Dit is in het belang van belangstellende scholen, instellingen en hun leerlingen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

Naar boven