Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 augustus 2014, nr. VO/F-2014/646901, houdende wijziging van de Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2013 en 2014 en de Regeling vaststelling ondersteuningsbedragen per leerling lwoo en pro, kalenderjaar 2014 in verband met wijziging van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs voor het kalenderjaar 2014

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 85, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 8, derde lid, van het Formatiebesluit WVO;

BESLUIT:

ARTIKEL 1

Artikel 4 van de Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2013 en 2014 komt te luiden:

Artikel 4. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2014

  • 1. Voor de directie bedraagt per 1 januari 2014 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 79.990,90 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 95.469,78 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 94.450,73 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 91.746,20 voor schoolsoortgroep 4.

  • 2. Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2014 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 73.186,32 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 83.003,25 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 78.948,24 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 75.133,66 voor schoolsoortgroep 4.

  • 3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2014 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 41.942,90, ongeacht de schoolsoortgroep.

ARTIKEL II

Artikel 2 van de Regeling vaststelling ondersteuningsbedragen per leerling lwoo en pro, kalenderjaar 2014 komt te luiden:

Artikel 2. Vaststelling ondersteuningsbedrag per leerling per 1 januari 2014

Het ondersteuningsbedrag, bedoeld in artikel 8, derde lid, van het Formatiebesluit WVO, dat beschikbaar wordt gesteld voor extra ondersteuning van geïndiceerde leerlingen in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs, bedraagt voor 2014 per leerling:

  • a. € 3.867,14 voor schoolsoortgroep 1;

  • b. € 4.171,61 voor schoolsoortgroep 3; en

  • c. € 3.970,05 voor schoolsoortgroep 4.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

TOELICHTING

Algemeen

In de voorliggende regeling worden de gemiddelde personeelslast (gpl)-bedragen van de Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2013 en 2014 (Stcrt. 2013, 28320) per 1 januari 2014 verhoogd. Ook de ondersteuningsbedragen per leerling lwoo en pro van de Regeling vaststelling ondersteuningsbedragen per leerling lwoo en pro, kalenderjaar 2014 (Stcrt. 2013, 34109) worden verhoogd. Dat heeft te maken met de toevoeging van de kabinetsbijdrage voor de financiering van de premiekostenontwikkeling van de sociale werkgeverslasten en extra middelen die in het kader van het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA) voor primaire arbeidsvoorwaarden beschikbaar zijn gekomen.

Naar verwachting worden de (gpl-)-bedragen met ingang van 1 januari 2015 nog gewijzigd. Het gaat dan bijvoorbeeld om de meerjarige doorwerking van diverse maatregelen (zoals Lenteakkoord, profielen havo/vwo, volgende tranche i.h.k.v. functiemix en NOA-middelen). In het najaar van 2014 wordt daarover meer duidelijkheid verstrekt.

De desbetreffende maatregelen voor 2014 zijn hieronder nader toegelicht.

Maatregelen per 1 januari 2014

Voor alle personeelscategorieën zijn de volgende maatregelen van invloed op de gpl- en ondersteuningsbedragen per 1 januari 2014:

  • Kabinetsbijdrage 2014 voor de premiekostenontwikkeling van de sociale werkgeverslasten.

  • Extra middelen in het kader van NOA voor primaire arbeidsvoorwaarden.

Uitbetaling

Zo spoedig mogelijk wordt in het overzicht financiële beschikkingen door DUO de berekening van de bijstelling voor het kalenderjaar 2014 gespecificeerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de (gpl)-bedragen zoals die nu in deze regeling vanaf 1 januari 2014 zijn vastgesteld.

In onderstaande tabel zijn de verschillende (gpl)-bedragen opgenomen:

Soort bedrag

Bedrag per 1 januari 2014 (oud)

Bedrag per 1 januari 2014 (nieuw)

Schoolsoortgroep 1

Directie:

€ 79.646,03

€ 79.990,90

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 72.870,79

€ 73.186,32

Ondersteuningsbedrag lwoo/pro

€ 3.850,47

€ 3.867,14

Schoolsoortgroep 2

Directie:

€ 95.058,18

€ 95.469,78

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 82.645,40

€ 83.003,25

Ondersteuningsbedrag lwoo/pro

€ 0,00

€ 0,00

Schoolsoortgroep 3

Directie:

€ 94.043,52

€ 94.450,73

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 78.607,87

€ 78.948,24

Ondersteuningsbedrag lwoo/pro

€ 4.153,62

€ 4.171,61

Schoolsoortgroep 4

Directie:

€ 91.350,65

€ 91.746,20

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 74.809,73

€ 75.133,66

Ondersteuningsbedrag lwoo/pro

€ 3.952,93

€ 3.970,05

OOP alle groepen:

€ 41.762,07

€ 41.942,90

OP= Onderwijzend Personeel

OOP=Onderwijs Ondersteunend Personeel

Administratieve lasten

Bij deze regeling wordt de gemiddelde personeelslast, die per schoolsoort kan verschillen en van belang is voor het berekenen van de personele bekostiging, van scholen voor voortgezet onderwijs aangepast en vastgesteld. Ook de daaraan gekoppelde ondersteuningsbedragen per leerling lwoo/pro worden gewijzigd. Deze regeling veroorzaakt geen administratieve lasten voor de scholen omdat de informatieverplichtingen niet wijzigen. De bekostiging wordt ambtshalve verstrekt.

Vaste Verandermomenten

Deze regeling voorziet in het opnieuw vaststellen van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast kalenderjaar 2014. Eerdere publicatie was echter niet mogelijk omdat de bijstellingen pas in de loop van het kalenderjaar bekend zijn geworden. De kabinetsbijdrage is bij voorjaarsnota bekend geworden en de extra middelen in het kader van NOA zijn beschikbaar gekomen nadat er in het vo een cao-vo was afgesloten. In verband hiermee treedt deze regeling zo spoedig mogelijk na publicatie in werking en werkt terug tot en met 1 januari 2014. Dit is een voorziene afwijking van de procedure rond de vaste verandermomenten. Reden hiervoor is, zoals eerder genoemd, dat het onderwijsveld is gebaat bij een snelle inwerkingtreding.

Artikelsgewijs

Artikel I

Per 1 januari 2014 gaan de landelijke gpl-bedragen voor alle categorieën met 0,43% omhoog. Deze wijziging is het gevolg van de onder de kop Maatregelen per 1 januari 2014 vermelde aanpassingen. Hetzelfde geldt voor de aanvullende personele bekostiging. Deze wijziging heeft alleen betrekking op artikel 4 van de Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2013 en 2014.

Artikel II

De verhoging werkt ook door naar de ondersteuningsbedragen lwoo en pro omdat dit onderdelen zijn de reguliere personeelsbekostiging. Het betreft alleen artikel 2 van de Regeling vaststelling ondersteuningsbedragen per leerling lwoo en pro, kalenderjaar 2014.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

Naar boven