Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 1 oktober 2013, nr. VO/F-2013/535062, houdende vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs voor de kalenderjaren 2013 en 2014 (Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2013 en 2014)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 85, derde lid, en 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet:

Wet op het voortgezet onderwijs;

b. directie:

rectoren, directeuren, conrectoren en adjunct-directeuren als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder a, van de wet;

c. leraren:

leraren als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder b, van de wet;

d. onderwijsondersteunend personeel:

onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder c, van de wet;

c. schoolsoortgroep 1:

scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, scholen voor praktijkonderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit ten minste twee van deze schoolsoorten, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs;

d. schoolsoortgroep 2:

scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit een combinatie van deze scholen;

e. schoolsoortgroep 3:

scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs;

f. schoolsoortgroep 4:

scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor praktijkonderwijs of scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs.

§ 2. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2013

Artikel 2. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2013

  • 1. Voor de directie bedraagt per 1 januari 2013 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 79.893,59 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 95.353,64 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 94.335,83 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 91.634,59 voor schoolsoortgroep 4.

  • 2. Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2013 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 72.365,99 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 82.072,90 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 78.063,33 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 74.291,51 voor schoolsoortgroep 4.

  • 3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2013 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 41.891,87, ongeacht de schoolsoortgroep.

Artikel 3. Aanvullende personele bekostiging vanaf 1 januari 2013

  • 1. Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de wet wordt verstrekt vanaf 1 januari 2013, zijn op het vaststellen van die bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.

  • 2. Voor de directieformatie van de school geldt de in artikel 2, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort.

  • 3. Voor de lerarenformatie geldt de voor de school in artikel 2, tweede lid, genoemde gemiddelde personeelslast van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort.

  • 4. Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 2, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

§ 3. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2014

Artikel 4. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2014

  • 1. Voor de directie bedraagt per 1 januari 2014 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 79.646,03 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 95.058,18 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 94.043,52 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 91.350,65 voor schoolsoortgroep 4.

  • 2. Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2014 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 72.870,79 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 82.645,40 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 78.607,87 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 74.809,73 voor schoolsoortgroep 4.

  • 3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2014 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 41.762,07, ongeacht de schoolsoortgroep.

Artikel 5. Aanvullende personele bekostiging vanaf 1 januari 2014

  • 1. Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de wet wordt verstrekt vanaf 1 januari 2014, zijn op het vaststellen van die bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.

  • 2. Voor de directieformatie van de school geldt de in artikel 4, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort.

  • 3. Voor de lerarenformatie geldt de voor de school in artikel 4, tweede lid, genoemde gemiddelde personeelslast van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort.

  • 4. Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 4, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 6. Intrekking regeling

De Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2012 en 2013 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2013 en 2014.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker.

TOELICHTING

Algemeen

In de voorliggende regeling worden de gemiddelde personeelslast (gpl)-bedragen van de Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2012 en 2013 (Staatscourant 9 oktober 2012, nr. 20307) per 1 januari 2013 opnieuw vastgesteld. Dat heeft te maken met de toevoeging van de kabinetsbijdrage voor de financiering van de premiekostenontwikkeling van de sociale werkgeverslasten. De regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2012 en 2013 wordt als gevolg hiervan gelijktijdig ingetrokken.

Daarnaast zijn in deze regeling per 1 januari 2014 nieuwe gpl-bedragen vastgesteld. Dit is het gevolg van de volgende maatregelen: de doorwerking van de kabinetsbijdrage voor 2013 naar volgende jaren, de oploop van de generieke taakstelling van – € 10 mln. die in het Regeerakkoord 2010 in samenhang met de vereenvoudiging is opgenomen, de correctie doorwerking eenmalige inhouding in 2013, de taakstelling die in het kader van het Lenteakkoord is opgenomen, de taakstelling gekoppeld aan het creëren van extra ruimte voor scholen in het curriculum bovenbouw havo/vwo en de jaarlijkse toevoeging van de extra middelen ten behoeve van de verdere inkorting van de carrièrelijnen en de invoering van de landelijke functiemix in het kader van het Convenant Leerkracht van Nederland.

Afhankelijk van besluitvorming van het kabinet in 2014 over de definitieve kabinetsbijdrage voor de premieontwikkeling van de sociale werkgeverslasten kunnen deze bedragen na 1 januari 2014 ook nog wijzigen. In het voorjaar van 2014 wordt hierover meer duidelijkheid verstrekt.

De desbetreffende maatregelen zijn hieronder nader toegelicht.

Maatregelen per 1 januari 2013

Voor alle personeelscategorieën zijn de volgende maatregelen van invloed op de gpl per 1 januari 2013:

  • Kabinetsbijdrage 2013 voor de premiekostenontwikkeling van de sociale werkgeverslasten.

Maatregelen per 1 januari 2014

Voor alle personeelscategorieën zijn verder de volgende maatregelen van invloed op de gpl per 1 januari 2014:

  • Taakstelling van – € 10 mln. in het kader van het Regeerakkoord 2010. Dit betreft de oploop van de generieke taakstelling die vooruitloopt op de voorgenomen vereenvoudiging van de bekostiging en is ook aangekondigd in de brief aan de Tweede Kamer van 22 december 2011 (346451) en opgenomen in de begrotingen 2012 en 2013 van OCW.

  • Correctie van de doorwerking van de eenmalige inhouding van € 56 mln. De verlaging van de gpl-bedragen in 2013 als gevolg van deze inhouding wordt per 1 januari 2014 weer ongedaan gemaakt. Deze correctie is noodzakelijk om te voorkomen dat deze eenmalige inhouding structureel doorwerkt.

  • Taakstelling gekoppeld aan het creëren van extra vrije ruimte voor scholen in het curriculum bovenbouw havo/vwo per 1 augustus 2014: – € 20 mln.

  • Taakstelling in het kader van het Lenteakkoord: – € 43,7 mln.

Specifiek voor de personeelscategorie leraren zijn daarnaast de volgende maatregelen van invloed op de gpl per 1 januari 2014:

  • In het kader van het Convenant Leerkracht van Nederland sectoren primair – en voortgezet onderwijs is ook voor 2014 een aantal maatregelen afgesproken. Het gaat daarbij onder andere om de extra middelen voor de verdere inkorting van de carrièrelijnen en de landelijke functiemix die in het kalenderjaar 2014 via de reguliere bekostiging worden verstrekt. Met ingang van 1 januari 2014 worden de gpl-bedragen voor de personeelscategorie leraren dan ook verhoogd. Deze extra middelen (€ 47,6 mln.) kunnen worden aangewend voor de financiering van de afspraken die ten aanzien van de carrièrelijnen en de landelijke functiemix in het hiervoor vermelde convenant zijn gemaakt. Deze middelen komen bovenop de middelen die al in de jaren 2009 tot en met 2013 in de gpl-bedragen voor de personeelscategorie leraren zijn verwerkt. Naast deze middelen is via aan afzonderlijke regeling in de jaren 2009 tot en met 2013 aanvullende bekostiging beschikbaar gesteld ter versterking van de functiemix in de Randstadregio’s. Ook voor het kalenderjaar 2014 zal hiervoor een aparte regeling worden gepubliceerd.

Uitbetaling

Zo spoedig mogelijk wordt in het overzicht financiële beschikkingen door DUO de berekening van de bijstelling voor het kalenderjaar 2013 gespecificeerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de gpl-bedragen zoals die nu in deze regeling vanaf 1 januari 2013 zijn vastgesteld.

Met het overzicht financiële beschikkingen van december 2013 wordt de personele bekostiging voor het kalenderjaar 2014 vastgesteld. Dat geschiedt op basis van de in deze regeling voor 2014 vastgestelde bedragen. Rekening houdend met de in de algemene toelichting van deze regeling opgenomen kanttekening ten aanzien van de besluitvorming over de kabinetsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling in 2014, kunnen deze nieuwe bedragen in het kalenderjaar 2014 nog wijzigen.

In onderstaande tabel zijn de verschillende gpl-bedragen opgenomen:

Soort bedrag

Bedrag per 1 januari 2013 (oud)

Bedrag per 1 januari 2013 (nieuw)

Bedrag per 1 januari 2014

Schoolsoortgroep 1

     

Directie:

€ 79.752,38

€ 79.893,59

€ 79.646,03

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 72.238,09

€ 72.365,99

€ 72.870,79

Schoolsoortgroep 2

     

Directie:

€ 95.185,11

€ 95.353,64

€ 95.058,18

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 81.927,84

€ 82.072,90

€ 82.645,40

Schoolsoortgroep 3

     

Directie:

€ 94.169,09

€ 94.335,83

€ 94.043,52

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 77.925,36

€ 78.063,33

€ 78.607,87

Schoolsoortgroep 4

     

Directie:

€ 91.472,63

€ 91.634,59

€ 91.350,65

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 74.160,20

€ 74.291,51

€ 74.809,73

OOP alle groepen:

€ 41.817,83

€ 41.891,87

€ 41.762,07

OP= Onderwijzend Personeel

OOP=Onderwijs Ondersteunend Personeel

Administratieve lasten

Bij deze regeling wordt de gemiddelde personeelslast, die per schoolsoort kan verschillen en van belang is voor het berekenen van de personele bekostiging, van scholen voor voortgezet onderwijs aangepast en vastgesteld. Deze regeling veroorzaakt geen administratieve lasten voor de scholen omdat de informatieverplichtingen niet wijzigen. De bekostiging wordt ambtshalve verstrekt.

Vaste Verandermomenten

Deze regeling voorziet in het opnieuw vaststellen van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast kalenderjaar 2013. Eerdere publicatie was echter niet mogelijk omdat de definitieve bijstellingen pas in de loop van het kalenderjaar bekend zijn geworden. In verband hiermee treedt deze regeling zo spoedig mogelijk na publicatie in werking en werkt terug tot en met 1 januari 2013. Dit is een voorziene afwijking van de procedure rond de vaste verandermomenten. Reden hiervoor is, zoals eerder genoemd, dat het onderwijsveld is gebaat bij een snelle inwerkingtreding.

Artikelsgewijs

Artikelen 2 en 3

De gpl-bedragen voor alle categorieën worden per 1 januari 2013 opnieuw vastgesteld.

Deze stijgen (0,18%) ten opzichte van de oude gpl-bedragen per 1 januari 2013 als gevolg van de beschikbaar gestelde kabinetsbijdrage 2013. Hetzelfde geldt voor de aanvullende personele bekostiging.

Artikelen 4 en 5

Per 1 januari 2014 dalen (–0,31%) de bedragen voor directie en het onderwijsondersteunend personeel weer ten opzichte van de nieuwe gpl-bedragen als gevolg van de generieke taakstellingen. Voor het onderwijzend personeel is er sprake van een stijging met 0,70% omdat voor deze personeelscategorie, naast de generieke taakstellingen, extra middelen zijn toegevoegd voor de inkorting van de carrièrelijnen en functiemix. Hetzelfde geldt voor de aanvullende personele bekostiging van de lerarenformatie.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker.

Naar boven