Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, van 20 augustus 2013, nr. IENM/BSK-2013/153021, tot wijziging van het Examenreglement voor luchtvarenden 2004, de Regeling opleiding en examen bevoegdverklaringen AML en Part-66 AML, de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, de Regeling tarieven luchtvaart 2008 en de Regeling Yakovlev-52 vliegtuigen

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 311), en de artikelen 5, 8, eerste en derde lid, 9, 10, tweede lid, 13, tweede lid, 14, vierde lid, 15, 16 en 30, derde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Het Examenreglement voor luchtvarenden 2004 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het onderdeel ‘theorie-examen’ wordt na ‘de Regeling bewijzen van bevoegdheid voor luchtvarenden 2001’, ingevoegd: en deel FCL.

2. In de alfabetische rangschikking worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

deel FCL:

bijlage I bij verordening (EU) nr. 1178/2011 betreffende de eisen voor de afgifte van bewijzen van bevoegdheid en bijbehorende bevoegdverklaringen en certificaten voor bestuurders van luchtvaartuigen en de voorwaarden voor de geldigheid en het gebruik ervan;

verordening (EU) nr. 1178/2011:

verordening van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad;.

B

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2

Van het schriftelijk theorie-examen wordt informatie over de examenplanning en de examenlocaties bekendgemaakt door het CBR.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De kandidaat of de door hem gemachtigde opleidingsinstelling doet een aanvraag voor het afleggen van een schriftelijk theorie-examen bij het CBR op de door het CBR vastgestelde wijze.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het CBR verstrekt de kandidaat voor het schriftelijk theorie-examen een toelatingsbewijs, dat:

    • a. voor ATPL, CPL, behoudens CPL(FB), IR en PPL volgens deel FCL geldig is conform deel FCL van verordening (EU) nr. 1178/2011;

    • b. voor CPL(FB) en RPL geldig is voor alle vakken en meerdere pogingen;

    • c. voor PPL volgens JAR-FCL 1 en 2 tot 8 april 2016 geldig is voor alle vakken en meerdere pogingen; en

    • d. het persoonsgebonden registratienummer en de geldigheidsduur van het toelatingsbewijs, te weten 18 maanden, gerekend vanaf de eerste dag van de maand na de maand waarin voor het eerst aan een examenzitting is deelgenomen, vermeldt.

D

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

  • 1. De kandidaat wordt slechts toegelaten tot het examen indien hij:

    • a. het verschuldigde examengeld heeft betaald;

    • b. voor aanvang van het examen op de examenlocatie een wettig en geldig legitimatiebewijs toont, en

    • c. in het bezit is van een geldig toelatingsbewijs als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

  • 2. Aanvullende eisen voor toelating tot het schriftelijk theorie-examen worden vastgesteld en bekendgemaakt door het CBR.

E

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5

  • 1. Voor het afleggen van een theorie-examen is de kandidaat examengeld verschuldigd, volgens het door de minister in de Regeling tarieven luchtvaart 2008 vastgestelde tarief.

  • 2. Betalings-, annulerings-, en restitutievoorwaarden worden vastgesteld en bekendgemaakt door het CBR.

F

Artikel 6, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. voor het theorie-examen voor PPL volgens JAR-FCL 1 en 2 een maximum van 8 examenpogingen en 8 examenzittingen per vak geldt;.

G

Artikel 7, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. de bepalingen van JAR-FCL 1.490 van toepassing zijn met dien verstande dat voor RPL en CPL(FB) een maximum van 8 examenpogingen en 8 examenzittingen per vak geldt;

H

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8

  • 1. De theorie-examens worden schriftelijk afgenomen.

  • 2. De taal waarin de theorie-examens worden afgenomen is:

    • a. voor ATPL, CPL, behoudens het CPL(FB), en IR: Engels;

    • b. voor CPL(FB), PPL en RPL: Nederlands.

  • 3. Ten behoeve van de schriftelijke theorie-examens stelt het CBR een huishoudelijk reglement vast waarin in ieder geval zijn omschreven het toezicht, de ordemaatregelen en consequenties van het plegen van onregelmatigheden.

  • 4. In afwijking van het eerste lid wordt het theorie-examen voor CSR mondeling afgenomen tijdens het praktijkexamen.

  • 5. De minister stelt de inhoud van het CSR examen vast.

I

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9

De minister kan de uitslag van het schriftelijk theorie-examen ongeldig verklaren en een kandidaat tijdelijk uitsluiten van het schriftelijk theorie-examen indien de kandidaat tijdens het afleggen van het schriftelijk theorie-examen onregelmatigheden pleegt.

J

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste en tweede lid komen te luiden:

  • 1. De kandidaat die het niet eens is met de uitslag van het schriftelijk theorie-examen kan een verzoek om herziening indienen bij het CBR.

  • 2. Voorwaarden en eisen omtrent het indienen van een verzoek om herziening worden vastgesteld en bekendgemaakt door het CBR.

2. In het vierde lid wordt ‘tien weken’ vervangen door: zes weken.

K

In artikel 26, eerste lid, wordt ‘Onze Minister’ telkens vervangen door: het CBR.

L

Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘Onze Minister’ vervangen door: het CBR.

2. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. Het CBR respectievelijk de minister verleent tussentijds ontslag aan een Expert Theorie-examinering of een lid van het Nationaal Expert Team-Praktijk:

    • a. op eigen verzoek, of

    • b. wegens ongeschiktheid voor de functie.

M

In artikel 28a, eerste lid, wordt ‘Onze Minister’ vervangen door ‘het CBR’ en wordt ‘het Ministerie van Verkeer en Waterstaat’ vervangen door: het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

ARTIKEL II

De Regeling opleiding en examen bevoegdverklaringen AML en Part-66 AML wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt ‘Minister van Verkeer en Waterstaat’ vervangen door: Minister van Infrastructuur en Milieu.

B

Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2

Deze regeling berust op Verordening (EG) nr. 2042/2003 en de artikelen 13, eerste lid, 14, vierde lid, 15 en 16 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart.

C

In artikel 3 wordt de zinsnede ‘een AML of een Part-66 AML’, vervangen door: een AML of een Part-66 AML conform respectievelijk de Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML en Part-66 AML en bijlage III bij verordening (EG) nr. 2042/2003.

D

Het opschrift van Hoofdstuk 4. komt te luiden:

HOOFDSTUK 4. EXAMENREGLEMENT

E

Artikel 8 vervalt.

F

Aan artikel 10 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het examen, bedoeld in het eerste lid is met goed gevolg afgelegd indien wordt voldaan aan de hiertoe gestelde eisen in bijlage III bij verordening (EG) nr. 2042/2003.

G

Na artikel 14 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 14a

Ten behoeve van een ordentelijk verloop van het examen stelt de examencommissie een huishoudelijk reglement vast waarin in ieder geval zijn omschreven het toezicht, de ordemaatregelen en consequenties van het plegen van onregelmatigheden.

ARTIKEL III

De Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001 wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12

  • 1. Het bedienen van een luchtvaartuig als bedoeld in bijlage II behorende bij de basisverordening is toegestaan mits de bestuurder beschikt over een geldig bewijs van bevoegdheid afgegeven overeenkomstig verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 311) waaraan een klassebevoegdverklaring is verbonden die de bevoegdheid geeft het desbetreffende luchtvaartuig te bedienen.

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een luchtvaartuig als bedoeld in bijlage II bij de basisverordening waarvoor bij of krachtens de Wet luchtvaart nadere voorschriften ten aanzien van het bewijs van bevoegdheid zijn gesteld.

ARTIKEL IV

De Regeling tarieven luchtvaart 2008 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 worden in de alfabetische rangschikking de volgende onderdelen toegevoegd, luidende:

AeMC:

luchtvaartgeneeskundig centrum als bedoeld in bijlage VII bij verordening (EU) nr. 1178/2011 (Aero-medical centre);

AME:

luchtvaart medische keuringsarts als bedoeld in bijlage IV bij verordening (EU) nr. 1178/2011(Aero-medical examiner);

ATO:

erkende opleidingsorganisatie als bedoeld in bijlage I bij verordening (EU) nr. 1178/2011 (Approved Training Organisation);

verordening (EU) nr. 1178/2011:

verordening van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 311);.

B

Artikel 7 komt te luiden:

Artikel 7

De in tabel 1 genoemde vaste tarieven zijn verschuldigd voor:

  • a. de behandeling van een aanvraag voor een medisch certificaat als bedoeld in verordening (EU) nr. 1178/2011 dan wel een medische verklaring, inhoudende het door de minister afgeven of weigeren van een medisch certificaat dan wel medische verklaring;

  • b. de afgifte van een duplicaat van een medisch certificaat, een medische verklaring of een medisch dossier, en

  • c. het doorsturen van een medisch dossier naar een andere bevoegde autoriteit.

Tabel 1

Omschrijving

Afgifte

Besluit op aanvraag medisch certificaat/medische verklaring

€ 79

Afgifte duplicaat medisch certificaat/medische verklaring

€ 32

Afgifte duplicaat medisch dossier, in relatie tot de Wet bescherming persoonsgegevens

€ 0,26

per pagina

Doorsturen medisch dossier naar een andere bevoegde autoriteit

€ 50

C

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8

  • 1. Voor de behandeling van een aanvraag om certificatie van een AeMC of AME zijn de volgende vaste tarieven verschuldigd:

    Tabel 1

    Omschrijving

    Initiële afgifte

    Verlenging

    Hernieuwde afgifte

    Certificatie AeMC

    € 2.050

     

    € 263

    Extra vestigingsplaats AeMC / zelfstandig AME

    € 878

    € 263

    € 263

    Certificatie AME

    € 279

    € 263

    € 263

    Certificatie zelfstandige AME

    € 2.050

    € 263

    € 263

    Uitbreiden certificatie AME tot de verlenging en hernieuwde afgifte van medische certificaten klasse 1

    € 77

       
  • 2. Voor de behandeling van een aanvraag om autorisatie van een geneeskundige instantie of geneeskundige als bedoeld in de Regeling geneeskundige instanties, geneeskundigen en medische verklaringen voor de luchtvaart zijn de volgende vaste tarieven verschuldigd:

    Tabel 2

    Omschrijving

    Eerste afgifte

    Herafgifte

    Autorisatie geneeskundige instantie

    € 2.050

    € 263

    Extra vestigingsplaats geneeskundige instantie/zelfstandig geneeskundige

    € 878

    € 263

    Autorisatie geneeskundige

    € 279

    € 263

    Autorisatie zelfstandige geneeskundige

    € 2.050

    € 263

D

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Voor de behandeling van een aanvraag voor de eerste afgifte en herafgifte van een registratie van een opleidings- en trainingsinstelling als bedoeld in de Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001, zijn de volgende vaste tarieven verschuldigd:

    Tabel 1

    Omschrijving

    Eerste afgifte

    Herafgifte

    Registratie opleidingsinstelling (basistarief)

    € 263

    € 263

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Voor de behandeling van een aanvraag voor de initiële afgifte van een erkenning als ATO en voor opleidingsmodules, zijn de volgende vaste tarieven verschuldigd:

    Tabel 2

    Omschrijving

    Initiële afgifte

    ATO complex basistarief

    € 4.141

    ATO niet-complex basistarief

    € 3.451

    Opleidingsmodule MPL

    € 5.264

    Opleidingsmodule integrated ATP

    € 2.632

    Opleidingsmodule IR

    € 1.316

    Opleidingsmodule RFI

    € 1.316

    Opleidingsmodule FI

    € 1.316

    Opleidingsmodule FI-refresher seminar

    € 789

    Opleidingsmodule RFI-refresher seminar

    € 789

    Overige opleidingsmodule instructeurs

    € 921

    Opleidingsmodule CPL

    € 1.053

    Opleidingsmodule theorie, per module

    € 921

    Opleidingsmodule class/type rating Multi pilot aircraft, per module

    € 921

    Opleidingsmodule class/type rating Single pilot aircraft, per module

    € 658

    Opleidingsmodule MCC

    € 658

    Beoordelen opleidingslocatie, per locatie

    € 1.185

    Module night rating

    € 789

    Module RPL

    € 789

    Module PPL

    € 789

    Nederlandse opleidingsinstelling met 1 of meer vestigingen in het buitenland, per vestiging

    € 22.334

    Vestiging opleidingsinstelling in het buitenland

    € 22.334

    Registratie opleidingsinstelling RT-only

    € 263

    Module radiotelefonie met standaard handboek

    € 146

    Module radiotelefonie zonder standaard handboek

    € 526

    Taalbeoordelingsinstantie

    € 4.343

    Hernieuwde afgifte LPE voor level 4 en/of level 6

    € 1.579

    Indelingsprotocol Examinatoren (IPEX)

    € 263

    Overige aanvragen (zoals inzetten van een simulator voor een ander type training dan waarvoor het bedoeld is, of goedkeuring van een eigen ontwerp van een logboek), per besluit

    € 395

ARTIKEL V

Het Examenreglement vliegtuigonderhoudstechnicus, het Examenreglement zweefvliegen, het Examenreglement beroepsvliegbewijzen en de Regeling afgifte typecertificaten luchtvaartuigen 1996 worden ingetrokken.

ARTIKEL VI

In bijlage 2 bij de Regeling Yakovlev-52 vliegtuigen vervalt de aanduiding:

SYLLABUS OPLEIDING YAK-52 TYPE BEVOEGDVERKLARING EN VAARDIGHEIDSTOETS

FEBRUARI 2013

ARTIKEL VII

  • 1. Artikel I, onderdelen B, C, onder 1, D, E, H, I, en J, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013;

  • 2. Artikel I, onderdelen A en C, onder 2, en Artikel III treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werken terug tot en met 8 april 2013.

  • 3. De artikelen I, onderdelen F, G, K, L en M, II, IV, V en VI treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

TOELICHTING

Algemeen

Met deze regeling wordt het Examenreglement voor luchtvarenden 2004, de Regeling opleiding en examen bevoegdverklaringen AML en Part-66 AML, de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001 en de Regeling tarieven luchtvaart 2008 aangepast. Daarnaast wordt een enkele omissie in de Regeling Yakovlev-52 vliegtuigen hersteld en een klein aantal regelingen (formeel) ingetrokken.

Bij regeling van 4 december 2012 (Stcrt. 2012, 25528) is per 1 januari 2013 het afnemen van de schriftelijke luchtvaartexamens in brede zin opgedragen aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (verder: CBR). Deze taak omvat niet alleen de feitelijke afname van het examen, maar ook alle voorbereidende werkzaamheden, inclusief het opstellen van het examen en voor wat betreft het nationale theorie-examen, de examenvragen. Dit vergt aanpassing van het Examenreglement voor luchtvarenden 2004 (hierna: het Examenreglement). Tevens wordt het examenreglement geactualiseerd in verband met de toepassing per 8 april 2013 van verordening (EU) nr. 1178/2011 betreffende de technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen1.

Verder wordt met deze regeling de Regeling opleiding en examen bevoegdverklaringen AML en Part-66 AML geactualiseerd in verband met de Europese regelgeving betreffende de examinering van onderhoudstechnici in de luchtvaart2. De Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001 en de Regeling tarieven luchtvaart 2008 worden aangepast in verband met de toepassing per 8 april 2013 van verordening (EU) nr. 1178/2011.

In de artikelgewijze toelichting zal uitgebreider op de aangehaalde aanpassingen worden ingegaan.

Administratieve lasten en nalevingskosten

Deze wijzigingsregeling heeft geen invloed op de administratieve lasten en nalevingskosten. De aanpassing van het Examenreglement voor luchtvarenden betreft een technisch juridische aanpassing. De schriftelijke theorie-examens voor luchtvarenden worden al geruime tijd door het CBR afgenomen. De afname van deze examens door het CBR wordt na 1 januari 2013 gecontinueerd. Deze en de overige aanpassingen in onderhavige regeling zien op stroomlijning met de CBR praktijk en met de Europese regelgeving. De wijziging van de Regeling tarieven luchtvaart 2008 bevat geen informatieverplichtingen aan de overheid. De hoogte van de tarieven blijft onveranderd. De aanpassing van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001 betekent dat er geen apart speciaal nationaal brevet hoeft te worden aangevraagd maar van het Europees brevet gebruik kan worden gemaakt voor de operatie van het luchtvaartuig. Ook aan deze aanpassing zijn geen extra administratieve lasten en nalevingskosten verbonden.

Inwerkingtreding

Er wordt niet aangesloten bij het systeem van vaste verandermomenten (VVM-systeem). Inwerkingtreding van de regeling vindt plaats op de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst. Aan een aantal wijzigingen wordt tevens terugwerkende kracht verleend tot 1 januari 2013 respectievelijk 8 april 2013. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de uitzonderingsgronden van het VVM-systeem. Inwerkingtreding op zo kort mogelijke termijn is nodig teneinde de regels betreffende de schriftelijke theorie-examens voor luchtvarenden zo snel mogelijk in lijn te brengen met de positie van het CBR als zbo en, ook voor wat betreft de regels inzake de examens voor onderhoudstechnici, met de Europese regelgeving (implementatie) alsook ter voorkoming van onduidelijkheden in de examenpraktijk. Latere inwerkingtreding zou grote nadelen voor het CBR betekenen gelegen in de organisatiestructuur van de examens alsook voor de examenkandidaten. Een sterk verouderd examenreglement en een achterhaalde examenfrequentie, alsook onduidelijkheid voor de kandidaten over waar al dan niet specifieke informatie te vinden over de luchtvaartexamens, maken eerdere inwerkingtreding van de aanpassingen noodzakelijk.

Aan de wijziging van het Examenreglement voor luchtvarenden 2004 (Artikel I) wordt deels terugwerkende kracht toegekend tot 1 januari 2013. Per 31 december 2012 is de overeenkomst op basis waarvan de luchtvaartexamens door het CBR werden afgenomen geëindigd. Per 1 januari 2013 heeft de minister deze taak aan het CBR opgedragen.

Sedert 8 april 2013, de datum van toepassing van verordening (EU) nr. 1178/2011, worden de op die verordening gebaseerde examens, voor wat betreft de procedures, afgenomen op de wijze zoals hier geregeld. Een klein deel van de wijzigingen van het examenreglement, en de wijziging van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen luchtvarenden 2001 (artikel II) werken daarom terug tot 8 april 2013. Het betreft allereerst het verstrekken van het toelatingsbewijs door het CBR voor de Europese examens die per 8 april 2013 worden afgenomen. Door de terugwerkende kracht wordt niemand benadeeld.

De afgifte per 8 april 2013 van Europese brevetten met een aparte klassebevoegdheid voor het besturen van zogenaamde Annex II luchtvaartuigen wordt in lijn gebracht met verordening (EU) nr. 1178/2011 die op 8 april 2013 in werking is getreden. Daartoe is terugwerkende kracht gegeven aan de wijziging van de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen luchtvarenden 2001 (Artikel III). Voor de sector levert dit geen nadelen op.

Artikelgewijs

Artikel I (Wijziging Examenreglement voor luchtvarenden 2004)

Onderdeel A

In verband met de wijziging van een aantal artikelen in de regeling ondergaat de definitiebepaling een aanpassing.

Onderdeel B

Publicatie van de examenplanning, examenlocaties en het examengeld voor wat betreft de theorie-examens luchtvarenden vindt al geruime tijd niet meer plaats in de Aeronautical Information Circular, Serie B. Deze informatie wordt voor wat betreft de schriftelijke theorie-examens bekendgemaakt door het CBR (op de website van het CBR, www.cbr.nl ). Hiermee kan de dienstverlening (bijvoorbeeld het inzetten van extra examenlocaties en examenmomenten) eenvoudig worden uitgebreid en gecommuniceerd.

Onderdeel C

Het theorie-examen wordt aangevraagd bij het CBR op een door die instantie te bepalen wijze. Wat betreft de toelatingsbewijzen wordt voor de verschillende examens een differentiatie aangebracht in examens die worden afgenomen op grond van verordening (EU) nr. 1178/2008 en examens die plaatsvinden op basis van de Joint Aviation Requirements (JAR) inzake Flight Crew Licensing (FCL) van de Joint Aviation Authorities (JAA), de zogenaamde JAR-FCL. De laatstgenoemde examens betreffen examens ter afsluiting van opleidingen die verzorgd worden door opleidingsinstellingen die nog niet gecertificeerd zijn volgens de nieuwe Europese regelgeving en die aansluitend nog geen examens kunnen aanvragen conform deze regels. Aanpassing van artikel 3 is nodig omdat er vanaf april 2013 zowel opleidingsinstellingen zijn met een erkenning conform de nieuwe Europese regels als opleiders die nog erkend zijn overeenkomstig JAR-FCL, en er dus, ook vanwege het overgangsrecht in verordening (EU) nr. 1178/2011, nog verschillende soorten PPL examens worden afgenomen: examens conform Deel FCL van de genoemde verordening en examens conform JAR-FCL.

Onderdeel D

Artikel 4 betreffende de toelating tot het examen heeft een meer redactionele aanpassing ondergaan. Het toelatingsbewijs hoeft ook niet meer getoond te worden voor aanvang van het examen op de examenlocatie. Aanvullende informatie over toelatingseisen wordt geplaatst op de website van het CBR en staat opgenomen in het huishoudelijk reglement van het CBR.

Onderdeel E

De kandidaat ontvangt al sedert enige tijd geen factuur meer voor de betaling van het examengeld. Betaling geschiedt op andere wijze. De betaling- en restitutievoorwaarden worden nu bekendgemaakt door het CBR.

Onderdelen F en G

In de artikelen 6 en 7 (oud) werd bepaald dat voor de brevetten PPL, RPL en CPL(FB) geen beperkingen gelden ten aanzien van het aantal examenpogingen en -zittingen. Omdat vanaf april 2013 het CBR is gestart met het maandelijks afnemen van de PPL examens met het doel om kandidaten en opleiders meer flexibiliteit te geven wat betreft het inrichten van de opleiding en het afleggen van examens, wordt de beperking van maximaal 8 examenpogingen en maximaal 8 examenrondes (zittingen) per vak voor opleidingen die op basis van JAR-FCL plaatsvinden in de artikelen 6 en 7 opgenomen.

Onderdeel H

In het door het CBR opgesteld huishoudelijk reglement worden in ieder geval de volgende zaken geregeld:

  • inzage van het examen;

  • het tijdens het examen toegestane materiaal;

  • het inleveren van het examenwerk en examenopgaven;

  • de ordemaatregelen bij onregelmatigheden en consequenties van gepleegde onregelmatigheden tijdens het examen en zaken zoals het niet gebruiken van ongeoorloofd materiaal en het na afloop van het examen niet inleveren van de examenbescheiden.

De CSR examens (Crop Spray Rating examens) worden mondeling afgenomen en zijn geen examens waar het CBR mee is belast. De bevoegdheid tot het vaststellen van het CSR examen berust bij de minister.

Onderdeel I

In het door het CBR vastgesteld huishoudelijk reglement komen de ordemaatregelen bij geconstateerde onregelmatigheden en dergelijke aan de orde. In verband hiermee vervallen de leden 1 tot en met 4 van artikel 9. De minister die bevoegd is het resultaat van het examen vast te stellen (artikel 15 Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart) kan het examenresultaat ook ongeldig verklaren als maatregel bij het plegen van het onregelmatigheden tijdens het afleggen van het theorie-examen.

Onderdeel J

Een verzoek om herziening van de uitslag van het examen wordt ingediend bij het CBR en niet langer bij de minister. Inzage in het examen wordt geregeld in het huishoudelijk reglement van het CBR. De termijn van 10 weken voor het nemen van een beslissing op het herzieningsverzoek wordt gewijzigd in 6 weken. Deze termijn sluit aan bij de CBR klachtenregeling.

Onderdelen K, L en M

Het CBR benoemt de leden van het Nationaal Expert Team-Theorie.

Artikel II (wijziging Regeling opleiding en examen bevoegdverklaringen AML en Part-66 AML)

Onderdeel B

Abusievelijk is als grondslag voor de Regeling opleiding en examen bevoegdverklaringen AML en Part-66 AML artikel 4, derde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart genoemd. De juiste grondslag is artikel 4, vierde lid, van dat besluit. Tevens is verzuimd artikel 15, eerste lid, van het besluit als grondslag te noemen. Ter voorkoming van onduidelijkheden over de grondslagen van de regeling wordt een nieuw artikel 2 ingevoegd waarin de wettelijke grondslagen worden vermeld.

Onderdeel C

De eisen inzake basiskennis of typekennis voor de afgifte van de bijzondere bevoegdverklaringen die kunnen worden vermeld op een AML (Aircraft Maintenance Licence) zijn vastgelegd in de Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML en Part-66 AML. Voor de Europese Part-66 AML gelden de direct geldende basis-, en typekennis vereisten zoals vastgelegd in bijlage III (Deel 66) bij verordening (EG) nr. 2042/2003.

Onderdelen D, E en G

Het examenreglement betreffende onderhoudstechnici voor de luchtvaart maakt onderdeel uit van de Regeling opleiding en examen bevoegdverklaringen AML en Part-66 AML. De examencommissie is verantwoordelijk voor het correct en soepel laten verlopen van het examen en het afhandelen van onregelmatigheden ten behoeve van een eerlijke en correcte afname van het examen. Hiertoe stelt de examencommissie een huishoudelijk reglement vast. In het door de examencommissie opgesteld huishoudelijk reglement worden in ieder geval de volgende zaken geregeld:

  • inzage van het examen;

  • het tijdens het examen toegestane materiaal;

  • het inleveren van het examenwerk en examenopgaven;

  • de ordemaatregelen bij onregelmatigheden en consequenties van gepleegde onregelmatigheden tijdens het examen en zaken zoals het niet gebruiken van ongeoorloofd materiaal en het na afloop van het examen niet inleveren van de examenbescheiden.

In verband hiermee vervalt artikel 8 en wordt voor een logischer opbouw van Hoofdstuk 4 een nieuw artikel 14a opgenomen betreffende de vaststelling door de examencommissie van een huishoudelijk reglement.

Onderdeel F

Ten aanzien van de examens betreffende de Part-66 AML wordt vermeld dat de resultaten worden bepaald conform de eisen betreffende de beoordeling van deze examens zoals opgenomen in verordening (EG) nr. 2042/2003.

Artikel III (wijziging Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001)

De basisverordening3 en de daarop gebaseerde uitvoeringsverordening inzake vliegend personeel, verordening (EU) nr. 1178/20114, stellen regels omtrent een groot aantal bewijzen van bevoegdheid voor luchtvarenden. De basisverordening bepaalt echter dat een aantal luchtvaartuigen en het personeel dat betrokken is bij de vluchtuitvoering van deze luchtvaartuigen niet onder haar werkingssfeer valt, de zogenaamde ‘Annex II luchtvaartuigen’. Dit zijn met name historische luchtvaartuigen, luchtvaartuigen met een experimenteel of wetenschappelijk karakter, amateurbouwluchtvaartuigen en bepaalde luchtvaartuigen met een beperkt gewicht. In principe moeten bestuurders van deze luchtvaartuigen over een nationaal bewijs van bevoegdheid beschikken. Het is echter wenselijk dat in bepaalde gevallen wel met een bewijs van bevoegdheid dat overeenkomstig de verordening inzake vliegend personeel is afgegeven, een ‘EASA brevet’, op een Annex II luchtvaartuig gevlogen kan worden om te voorkomen dat een vlieger over meerdere – inhoudelijk identieke – bewijzen van bevoegdheid zou moeten beschikken, of omdat uit het bewijs van bevoegdheid niet valt af te leiden of men op een ‘normaal’ of een Annex II luchtvaartuig mag vliegen. Dit is bijvoorbeeld het geval indien men beschikt over een Private Pilot License (PPL) met de klassebevoegdverklaring Single Engine Piston (SEP), waaruit niet kan worden afgeleid of men is opgeleidt voor een C-172, een luchtvaartuig dat onder de verordening valt, of een Tiger Moth, een Annex II luchtvaartuig. Uiteraard is in alle gevallen vereist dat het bewijs van bevoegdheid geldig is en dat men over de noodzakelijke klassebevoegdverklaring beschikt. Het tweede lid maakt duidelijk dat als elders in de luchtvaartregelgeving over een specifiek Annex II luchtvaartuig regels zijn gesteld, deze regels van toepassing zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de specifieke eisen die gelden voor de Micro Light Aeroplanes (MLA) of de eisen die in de Regeling Yakovlev-52 aan de bestuurders van deze toestellen worden gesteld. Verordening (EU) nr. 1178/2011 is op 8 april jongstleden in werking getreden. Aangezien de wijze waarop bewijzen van bevoegdheid voor het vliegen van Annex II luchtvaartuigen worden geregeld een nationale aangelegenheid is, heeft artikel 12 enkel gelding binnen Nederland. Als vliegers naar het buitenland gaan, zal op basis van de regelgeving van het betreffende land moeten worden bepaald of het EASA brevet volstaat, of dat andere eisen worden gesteld. Er is dus geen sprake van automatische erkenning van de bewijzen van bevoegdheid. Via het overgangrecht van verordening (EU) nr. 1178/2011 kunnen vliegers met bewijzen van bevoegdheid die zijn afgegeven overeenkomstig JAR-FCL voorlopig nog vliegen op Annex II luchtvaartuigen. Voor nieuw af te geven bewijzen van bevoegdheid is het echter van belang duidelijk te maken dat deze ook geldig kunnen zijn voor Annex II luchtvaartuigen. Mocht een dergelijk bewijs worden afgegeven voordat artikel 12 in werking is getreden dan zal met betrekking tot de handhaving op de inwerkingtreding van artikel 12 worden geanticipeerd.

Artikel IV (Wijziging Regeling tarieven luchtvaart 2008)

In verband met de toepassing van verordening (EU) nr. 1178/2011 per 8 april 2013 worden enkele nieuwe producten getarifeerd. Omwille van de duidelijkheid is waar nodig ook de structuur van de gewijzigde bepalingen aangepast.

Onderdeel B

In artikel 7 worden de tarieven voor de Europees gereguleerde luchtvaartgeneeskundig centrum (AeMC, Aero-medical centre) en luchtvaart medische keuringsarts (AME, Aero-medical examiner) geïntroduceerd. Waar de nationaal gereguleerde geneeskundige instantie en de zelfstandige geneeskundige in bepaalde gevallen medische verklaringen namens de minister kan afgeven, kan het AeMC en de AME zelf medische certificaten verstrekken. Daar waar verordening (EU) nr. 1178/2011 voorschrijft dat het AeMC of de AME de aanvrager van een medisch certificaat doorverwijst naar de autoriteit die het bewijs van bevoegdheid afgeeft, is het de zogenoemde Medisch Beoordelaar bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) die bepaalt of de aanvrager in aanmerking komt voor de afgifte van een medisch certificaat. De genoemde tarieven hebben enkel betrekking op het afgeven of weigeren van een medische verklaring of medisch certificaat door de ILT.

Onderdeel C

In artikel 8 worden enkele tarieven betreffende het AeMC en de AME vastgesteld. Er is een onderscheid gemaakt tussen het tarief voor de Europese certificatie van een AeMC en een AME (tabel 1) en de nationale autorisatie van een geneeskundige instantie en een geneeskundige (tabel 2). Nieuw is het tarief voor een extra vestigingsplaats bij een AeMC en een zelfstandige AME. In beide gevallen vergt de beoordeling extra werk van de ILT. Wanneer een geneeskundige instantie/AeMC of geneeskundige/AME én een autorisatie én een certificaat aanvraagt wordt slechts één keer het genoemde bedrag in rekening gebracht. Dit geldt eveneens voor de extra vestigingsplaats van een geneeskundige instantie/AeMC en geneeskundige AME.

Voorheen was een apart tarief voor de autorisatie van de freelance geneeskundige vastgesteld. Deze valt nu onder die van de autorisatie van de geneeskundige in dienst van een geneeskundige instantie.

In tabel 1 worden de in verordening (EG) nr. 1178/2011 gebezigde termen ‘initiële afgifte’, ‘hernieuwde afgifte’ en ‘verlenging’ gebruikt. Met ‘initiële afgifte’ wordt eerste afgifte bedoeld. Bij ‘hernieuwde afgifte’ bestaat het certificaat als het ware niet meer omdat het bijvoorbeeld is verlopen, sprake is van schorsing of bij naamwijziging van een AeMC. In tabel 2 betreffende de nationale producten wordt de terminologie in de nationale regelgeving gebruikt. Naast ‘eerste afgifte’ wordt enkel het begrip ‘herafgifte’ gehanteerd. Daarbij is van herafgifte in ieder geval sprake als er een verzoek om verlenging wordt ingediend voor de verloopdatum van de vergunning. Van herafgifte kan eveneens sprake zijn na de verloopdatum van de autorisatie.

Onderdeel D

Als gevolg van het van toepassing worden van de verordening (EU) nr. 1178/2011 is de structuur van artikel 11 aangepast. In tabel 1 in het eerste lid is het tarief voor de registratie van de opleidingsinstelling opgenomen. In tabel 2 in het tweede lid zijn onder meer de erkenningstarieven voor opleidingsinstellingen, de zogenaamde ATO’s, die vallen onder eerdergenoemde verordening, weergegeven. Goedkeuring van wijzigingen worden belast conform de tarieven in tabel 3 in het derde lid.

Artikel V

Het Examenreglement vliegtuigonderhoudstechnici dateert van 1998 en is sterk verouderd. Een aantal bepalingen uit dat reglement worden opgenomen in het huishoudelijk reglement van de examencommissie dat op grond van artikel 14a van de Regeling opleiding en examen bevoegdverklaringen AML en Part-66 AML wordt opgesteld. Hoofdstuk 4 van die regeling vervangt reeds de overige bepalingen. Om deze reden kan het genoemde examenreglement worden ingetrokken.

Het Examenreglement zweefvliegen, het Examenreglement beroepsvliegbewijzen, het Examenreglement RPL(G) en de Regeling afgifte typecertificaten luchtvaartuigen 1996 zijn reeds geruime tijd terug niet meer van toepassing. Het Examenreglement RPL(G) is ingetrokken bij regeling van 24 september 2004 (Stcrt. 2004, 187). De overige examenreglementen zijn niet uitdrukkelijk ingetrokken. Omdat echter ook onduidelijk is of ze van rechtswege zijn vervallen, worden ze bij onderhavige regeling ingetrokken. De Regeling afgifte typecertificaten luchtvaartuigen 1996 is in 2001 vervangen door een nieuwe regeling betreffende typecertificering van luchtvaartuigen, maar daarbij niet ingetrokken. Dat wordt hierbij alsnog gedaan.

Artikel VI

In bijlage 2 bij de Regeling Yakovlev-52 vliegtuigen is abusievelijk een dubbele aanduiding van de syllabus opgenomen. Deze omissie wordt hiermee hersteld.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld


X Noot
1

Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2011, L 311).

X Noot
2

Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PbEU 2003, L 315).

X Noot
3

Gedefinieerd in artikel 1.1 van de Wet luchtvaart als verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PbEU L 79).

X Noot
4

Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2011, L 311).

Naar boven