Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 februari 2011, nr. VO/FBI/2011/272138, tot vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast kalenderjaar 2011 (Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2011)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Gelet op de artikelen 84b, tweede lid, 85, derde lid, en 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet:

Wet op het voortgezet onderwijs;

b. directie:

rectoren, directeuren, conrectoren en adjunct-directeuren als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder a, van de wet;

c. leraren:

leraren als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder b, van de wet;

d. onderwijsondersteunend personeel:

onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder c, van de wet;

c. schoolsoortgroep 1:

scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, scholen voor praktijkonderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit ten minste twee van deze schoolsoorten, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs;

d. schoolsoortgroep 2:

scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit een combinatie van deze scholen;

e. schoolsoortgroep 3:

scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs;

f. schoolsoortgroep 4:

scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor praktijkonderwijs of scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs.

§ 2. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2011

Artikel 2. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2011

  • 1. Voor de directie bedraagt per 1 januari 2011 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 80.463,72 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 96.034,09 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 95.009,02 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 92.288,50 voor schoolsoortgroep 4.

  • 2. Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2011 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 71.809,32 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 81.441,56 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 77.462,84 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 73.720,02 voor schoolsoortgroep 4.

  • 3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2011 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 42.190,82, ongeacht de schoolsoortgroep.

Artikel 3. Aanvullende personele bekostiging vanaf 1 januari 2011

  • 1. Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de wet wordt verstrekt vanaf 1 januari 2011, zijn op het vaststellen van die bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.

  • 2. Voor de directieformatie van de school geldt de in artikel 2, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort.

  • 3. Voor de lerarenformatie geldt de voor de school in artikel 2, tweede lid, genoemde gemiddelde personeelslast van de schoolsoortgroep waartoe de school behoort.

  • 4. Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 2, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

§ 3. Slotbepalingen

Artikel 4. Intrekking regeling

De Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast kalenderjaar 2010 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 5. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2011.

Artikel 6. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2011.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart.

TOELICHTING

Algemeen

In de voorliggende regeling worden de gemiddelde personeelslast (gpl)-bedragen per 1 januari 2011 vastgesteld. Dat heeft enerzijds te maken met de toevoeging van extra middelen ten behoeve van de verdere inkorting van carrièrelijnen en de invoering van de landelijke functiemix in het kader van het Convenant Leerkracht van Nederland en anderzijds in verband met een taakstelling op de vervangings- en wachtgeldkosten. De regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast kalenderjaar 2010 wordt als gevolg hiervan gelijktijdig ingetrokken.

Afhankelijk van besluitvorming van het kabinet in 2011 over de definitieve kabinetsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling 2011 (incl. sociale werkgeverslasten) kunnen deze bedragen per 1 januari 2011 nog wijzigen. In het voorjaar van 2011 wordt hierover meer duidelijkheid verstrekt.

De desbetreffende maatregelen zijn hieronder nader toegelicht.

Maatregelen per 1 januari 2011

Specifiek voor de personeelscategorie leraren zijn de volgende maatregelen van invloed op de gpl per 1 januari 2011:

  • In het kader van het Convenant Leerkracht van Nederland sectoren primair- en voortgezet onderwijs is ook voor 2011 een aantal maatregelen afgesproken. Het gaat daarbij onder andere om de extra middelen voor de verdere inkorting van de carrièrelijnen en de landelijke functiemix die in het kalenderjaar 2011 via de reguliere bekostiging worden verstrekt. Met ingang van 1 januari 2011 worden de gpl-bedragen voor de personeelscategorie leraren dan ook verhoogd. Deze extra middelen (€ 34,1 mln.) kunnen worden aangewend voor de financiering van de afspraken die ten aanzien van de carrièrelijnen en de landelijke functiemix in het hiervoor vermelde convenant zijn gemaakt. Deze middelen komen bovenop de middelen die al in 2009 en 2010 in de gpl-bedragen voor de personeelscategorie leraren zijn verwerkt. Naast deze middelen is via aan afzonderlijke regeling in 2009 en 2010 aanvullende bekostiging beschikbaar gesteld ter versterking van de functiemix in de Randstadregio’s. Ook voor het kalenderjaar 2011 is hiervoor een aparte regeling gepubliceerd.

Voor alle personeelscategorieën zijn de volgende maatregelen van invloed op de gpl per 1 januari 2011:

  • Taakstelling vervangings- en wachtgeldkosten: Deze taakstelling van in totaal € 10 mln. is opgenomen in de begroting 2010 van OCW. Hiervan is in het kalenderjaar 2010 al een bedrag van € 5 mln. gerealiseerd. Het resterende bedrag van € 5 mln. wordt nu in 2011 verwerkt. Het betreft hier een taakstelling vanwege het lagere beroep op vervangings- en wachtgeldfaciliteiten.

Uitbetaling

Met het overzicht financiële beschikkingen van december 2010 is o.a. de personele bekostiging voor 2011 vastgesteld. Deze vaststelling is nog gebaseerd op de oude bedragen voor het kalenderjaar 2011. Deze vaststelling wordt herzien nadat de nieuwe bedragen voor 2011 in de Staatscourant zijn gepubliceerd. Afhankelijk van besluitvorming over de kabinetsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling in 2011, kunnen deze nieuwe bedragen daarna nog wijzigen.

In onderstaande tabel zijn de verschillende gpl-bedragen opgenomen:

Overzicht landelijke gemiddelde personeelslast (gpl) bedragen kalenderjaar 2011 (oud) en (nieuw).

Soort bedrag

Bedrag per 1 januari 2011 (oud)*

Bedrag per 1 januari 2011 (nieuw)

Schoolsoortgroep 1

Directie:

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 80.539,10

€ 71.345,08

€ 80.463,72

€ 71.809,32

Schoolsoortgroep 2

Directie:

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 96.124,06

€ 80.915,05

€ 96.034,09

€ 81.441,56

Schoolsoortgroep 3

Directie:

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 95.098,03

€ 76.962,05

€ 95.009,02

€ 77.462,84

Schoolsoortgroep 4

Directie:

OP gpl (en aanvullende bekostiging):

€ 92.374,96

€ 73.243,43

€ 92.288,50

€ 73.720,02

OOP alle groepen:

€ 42.230,35

€ 42.190,82

X Noot
*

Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast kalenderjaar 2010, Staatscourant van 12/2/2010 (nr. 2075), en 15/7/2010 (nr. 10989).

Administratieve lasten

Bij deze regeling wordt de gemiddelde personeelslast, die per schoolsoort kan verschillen en van belang is voor het berekenen van de personele bekostiging, van scholen voor voortgezet onderwijs aangepast en vastgesteld. De scholen hoeven geen aanvraag in te dienen voor de (gewijzigde) bekostiging en de regeling veroorzaakt dan ook geen administratieve lasten. De bekostiging wordt ambtshalve verstrekt.

Vaste Verandermomenten

Deze regeling voorziet in het vaststellen van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast kalenderjaar 2011. Bij het toepassen van een vaste inwerkingtredingsdatum en invoeringstermijn van ten minste twee maanden – volgens het uitgangspunt van kabinetsbeleid Vaste Verander Momenten, zoals verwoord in Kamerstukken II, vergaderjaar 2006/07, 29 515, nr. 181, – zou inwerkingtreding pas op 1 april 2011 mogelijk zijn bij publicatie van de regeling voor 1 februari 2011.

Nu de regeling verandering wenst te brengen in de gpl-bedragen voor het gehele kalenderjaar 2011, is het maatschappelijk onwenselijk, van invoering per 1 januari 2011 af te wijken. Eerdere publicatie was namelijk niet mogelijk omdat de definitieve bijstellingen in het najaar bekend zijn geworden. In verband hiermee treedt deze regeling zo spoedig mogelijk na publicatie in werking en werkt terug tot 1 januari 2011.

Artikelsgewijs

Artikel 2 en 3

De gpl-bedragen voor alle categorieën worden per 1 januari 2011 opnieuw vastgesteld. Dit heeft te maken met de maatregelen zoals die onder de kop Maatregelen per 1 januari 2011 zijn toegelicht.

De gpl-bedragen voor de categorieën directie en onderwijsondersteunend personeel dalen licht (-0,1%) ten opzichte van de gpl-bedragen per 1 januari 2011 als gevolg van de taakstelling vervangings- en wachtgeldkosten.

De gpl-bedragen voor de personeelscategorie leraren stijgen echter per 1 januari 2011 met 0,7% (afgerond). Deze verhoging betreft het saldo van de hiervoor beschreven maatregel (-0,1%) en de toevoeging van de middelen voor de verdere inkorting van de carrièrelijnen en landelijke functiemix (+0,8%). Hetzelfde geldt voor de aanvullende bekostiging voor de personeelscategorie leraren.

In het Convenant Leerkracht van Nederland is afgesproken dat de voortgang van de prestatieafspraken voor de functiemix jaarlijks zal worden gemonitord. Hiervoor is in het convenant vastgelegd dat tijdige, volledige en accurate levering van de (wettelijk) verplichte personeelsgegevens door individuele instellingen aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) een voorwaarde is voor het ontvangen van convenantsmiddelen. Deze gegevens zijn nodig voor het verdelen van de middelen en het monitoren van de ontwikkeling van de functiemix en daaraan verbonden uitgaven door scholen.

Als gevolg van bovenvermelde afspraken is, inclusief het kalenderjaar 2011, voor de inkorting van de carrièrelijnen en landelijke functiemix in totaal een budget beschikbaar gekomen van € 358 mln. (2009: € 76 mln., 2010: € 124 mln. en 2011: € 158 mln.). Daarnaast is ook aanvullende bekostiging beschikbaar gesteld ter versterking van de functiemix in de Randstadregio’s, in totaal € 116 mln. (2009: € 12 mln., 2010: € 52 mln. en 2011: € 52 mln.).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart.

Naar boven