Regeling Van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 23 december 2011, nr. 251766, tot wijziging van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Gelet op de Verordening van de Raad van 13 december 2011 tot vaststelling, voor 2012, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden die voor EU-vissersvaartuigen beschikbaar zijn en die niet zijn onderworpen aan internationale onderhandelingen of overeenkomsten, de verordening van de Raad van 13 december 2011 tot vaststelling, voor 2012, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU beschikbaar zijn en die zijn onderworpen aan internationale onderhandelingen of overeenkomsten, Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PbEU L 343) en op Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PbEU L 112);

Gelet op de artikelen 3, 4 en 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Besluit:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling zeevisserij wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Het begrip ‘AID’ en de daarbij behorende omschrijving vervalt.

b. In de omschrijving van het begrip ‘deelgebied, sector of deelsector’ wordt ‘artikel 4 van de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door: artikel 4 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 4 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

c. In de omschrijving van het begrip ‘Europees quotum’ en in die van het begrip ‘Nederlands quotum’ wordt ‘waarop de verordening vangstmogelijkheden betrekking heeft’ telkens vervangen door: waarop de verordeningen vangstmogelijkheden betrekking hebben.

d. In alfabetische volgorde wordt het volgende begrip en de daarbij horende omschrijving ingevoegd:

NVWA:

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De begrippen ‘verordening inzake vangstmogelijkheden’ en ‘verordening nr. 356/2005’ en de daarbij behorende omschrijvingen vervallen.

b. Onder vervanging van de punt aan het slot van het tweede lid door een puntkomma, worden de volgende begrippen en de daarbij behorende omschrijving toegevoegd:

Verordening interne vangstmogelijkheden:

Verordening (EU) nr. ../2012 van de Raad van 13 december 2011 tot vaststelling, voor 2012, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden die voor EU-vissersvaartuigen beschikbaar zijn en die niet zijn onderworpen aan internationale onderhandelingen of overeenkomsten;

Verordening externe vangstmogelijkheden:

Verordening (EU) nr. ../2012 van de Raad van 13 december 2011 tot vaststelling, voor 2012, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU beschikbaar zijn en die zijn onderworpen aan internationale onderhandelingen of overeenkomsten;

Verordeningen vangstmogelijkheden:

Verordening interne vangstmogelijkheden en Verordening externe vangstmogelijkheden.

B

In de artikelen 2, eerste lid, 7, eerste en tweede lid, 8, eerste en tweede lid, 14, vijfde lid, 35, onderdeel h, 63, derde lid, 67, tweede lid, 71, derde en vierde lid, 75, vierde lid, 77, tweede lid, 87, vierde en zesde lid, 102, derde lid, onderdeel b, vierde en vijfde lid, 104, vijfde lid, onderdeel a, zesde en zevende lid, 105, derde lid, 106, tweede lid, 107, tweede lid, 108, tweede lid, 109, tweede lid, 110, zevende lid, 111, tweede lid, 116, derde lid, 117, tweede lid, 124, derde lid, 125, tweede, derde en vierde lid, 126, tweede en derde lid, 127, tweede en derde lid, 133, derde, vierde en vijfde lid, en 140, tweede lid, wordt ‘AID’ telkens vervangen door: NVWA.

C

In artikel 2, derde lid, wordt ‘de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door: de verordeningen vangstmogelijkheden.

D

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid, wordt het volgende lid ingevoegd:

  • 2. Voor zover het de in bijlage 4 genoemde bestanden betreft die niet van een asterisk zijn voorzien, geldt het in het eerste lid bedoelde verbod uitsluitend voor Nederlandse vissersvaartuigen.

2. Het derde lid (nieuw), onderdeel a komt te luiden:

  • a. het Nederlandse vissersvaartuigen betreft en het Nederlands quotum voor de desbetreffende vissoort, zoals dit ingevolge artikel 33, vijfde lid, van de controleverordening is verminderd, niet is overschreden;

3. Het derde lid (nieuw), onderdeel b komt te luiden:

  • b. het Europese vissersvaartuigen betreft en het Europees quotum voor de desbetreffende vissoort, zoals dit ingevolge artikel 33, vijfde lid, van de controleverordening is verminderd, niet is overschreden;

4. In het derde lid (nieuw), onderdeel c wordt ‘artikel 36 van de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door: artikel 35 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

E

In de artikelen 11, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 5e, 12, eerste en tweede lid, en 29, vierde lid, wordt ‘bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden’ telkens vervangen door: bijlage I van de verordening interne vangstmogelijkheden en bijlage I van de verordening externe vangstmogelijkheden.

F

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden, voor zover wordt voldaan aan het tweede lid van de desbetreffende artikelen;

2. In het tweede lid wordt ‘artikel 7, derde lid, van de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door: artikel 7, derde lid, van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6, derde lid, van de verordening externe vangstmogelijkheden.

G

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘de artikelen 8, tweede lid, 13, 17, 19, 20, 21, 24, 28, eerste en derde lid, 29, 31, 32, 34, 36, tweede lid, en 37 van de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door: de artikelen 11 en 12, tweede lid van de verordening interne vangstmogelijkheden en de artikelen 11, 12, tweede lid, 16, 18, 19, 20, 23, 27, eerste, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 28, 30, 31, 33, 35, tweede lid, en 36 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

2. In het tweede lid wordt ‘de artikelen 16, 23, eerste en tweede lid, 30 en 33 van de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door: de artikelen 15, 22, eerste en tweede lid, 29 en 32 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

H

In artikel 14, eerste en tweede lid, wordt ‘artikel 11, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden’ telkens vervangen door: artikel 9, eerste lid, van de verordening externe vangstmogelijkheden.

I

In artikel 15, eerste lid, wordt ‘artikel 4, onderdeel m, van de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door: artikel 4, onderdeel m, van de verordening externe vangstmogelijkheden.

J

In artikel 16, tweede lid, onderdeel a, wordt ‘artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door: artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de verordening externe vangstmogelijkheden.

K

In de artikelen 16, tweede lid, onderdeel a, en 28 wordt ‘artikel 7 van de verordening vangstmogelijkheden’ telkens vervangen door: artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

L

In de artikelen 17, onderdeel e, en 18, eerste lid, wordt ‘bijlage IIA van de verordening vangstmogelijkheden’ telkens vervangen door: bijlage IIA van de verordening interne vangstmogelijkheden en bijlage IIA van de verordening externe vangstmogelijkheden.

M

In artikel 20 wordt ‘onderdeel 1 van bijlage IIB, onderdeel 2 van bijlage IIC en onderdeel 1 van bijlage IID, van de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door: onderdeel 1 van bijlage IIB en onderdeel 2 van bijlage IIC van de verordening interne vangstmogelijkheden en onderdeel 1 van bijlage IIB van de verordening externe vangstmogelijkheden.

N

Artikel 86, eerste lid, onderdeel b, wordt als volgt gewijzigd:

1. In subonderdeel i vervalt het woord ‘of’.

2. In subonderdeel ii wordt het leesteken punt vervangen door: ; of.

3. Het volgende subonderdeel wordt toegevoegd:

  • iii. een maaswijdte hebben van 70 millimeter tot 100 millimeter en ten minste 15 grote mazen van 150 millimeter of meer in de bovenkap hebben en zijn voorzien van een paneel met vierkante mazen met een maaswijdte van 80 millimeter, voor zover ten hoogste 5% van het gewicht van de totale vangst uit kabeljauw bestaat en gevist wordt met Deense zegennetten (SDN), Schotse zegennetten (SSC) of spanzegennetten (SPR).

O

In artikel 95, tweede lid, wordt ‘de directeur Agroketens en Visserij van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie’ vervangen door: de directeur Dierlijke Agroketens en Dierenwelzijn van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

P

Artikel 96, derde lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. met het vissersvaartuig de visserij kennelijk is uitgeoefend in strijd met de artikelen 21, eerste lid, 22, 23, 24, of 130, zevende lid, van deze regeling; of

Q

In artikel 99, eerste lid, onderdeel b, wordt de zinsnede ‘waarvoor op grond van artikel 29 een recht op contingenten wijting en kabeljauw geldt’ vervangen door: waarvoor op 31 december 2011 op grond van artikel 29 een recht op contingenten wijting en kabeljauw gold.

R

Artikel 101 komt te luiden:

Artikel 101 Markering vissersvaartuig en vistuig

  • 1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8 van de controleverordening, in samenhang met de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening.

  • 2. De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

  • 3. Voor zover het betreft de in het tweede en derde lid van artikel 7 van de uitvoeringsverordening controleverordening bedoelde documenten, is de inspectie Verkeer en Waterstaat, divisie Scheepvaart, van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

S

In artikel 113, eerste lid, wordt de zinsnede ‘die soorten aan boord te houden, over te laden en in Nederland aan te voeren’ vervangen door: die soorten aan boord te houden, over te laden en aan te landen.

T

Artikel 115 komt te luiden:

Artikel 115 Certificering motorvermogen

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 40, vierde lid, van de controleverordening, en artikel 61, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

U

Artikel 122 komt te luiden:

Artikel 122 Traceerbaarheid

  • 1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 58, eerste tot en met vijfde lid, van de controleverordening, en de artikelen 67, eerste tot en met vijfde en zevende lid, en 68, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.

  • 2. Marktdeelnemers als bedoeld in artikel 4, negentiende lid, van de controleverordening beschikken over systemen en procedures, waarmee kan worden nagegaan van wie zij partijen visserij- en aquacultuurproducten als bedoeld in artikel 66 van de uitvoeringsverordening controleverordening hebben ontvangen en aan wie zij die producten hebben geleverd.

  • 3. In de in het tweede lid bedoelde systemen worden door de desbetreffende marktdeelnemer de in artikel 90 van deze regeling en de in artikel 58, vijfde lid, van controleverordening bedoelde gegevens vastgelegd.

  • 4. De in artikel 58, onderdelen g en h, van de controleverordening bedoelde gegevens zijn in het stadium van de detailhandel voor de consument beschikbaar en worden vermeld op het etiket of het identificatiemerk van de voor de detailverkoop aangeboden visserij- en aquacultuurproducten, dan wel voor zover het de wetenschappelijke naam van de soort op detailhandelniveau betreft, aan de hand van commerciële voorlichtingsmiddelen, zoals borden en posters.

  • 5. Dit artikel is niet van toepassing op hoeveelheden visserij- en aquacultuurproducten die rechtstreeks vanaf een vissersvaartuig aan consumenten worden verkocht, mits deze hoeveelheden per vissersvaartuig en per eindconsument niet meer dan € 50,– per kalenderdag vertegenwoordigen.

V

Artikel 123 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding 2. geplaatst.

2. Het volgende lid wordt ingevoegd:

  • 1. Alle visserijproducten die voor het eerst op de markt worden gebracht, worden geregistreerd in een visafslag dan wel worden verkocht aan geregistreerde kopers of producentenorganisaties.

W

Artikel 130 komt te luiden:

Artikel 130 Puntensysteem voor ernstige inbreuken

  • 1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 125 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de minister.

  • 2. De voor echt verklaarde kopie, bedoeld in artikel 128 van de uitvoeringsverordening controleverordening, wordt op aanvraag van de desbetreffende houder van een visvergunning verstrekt door de minister.

  • 3. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 130, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening en met de op grond van artikel 132, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening genomen maatregelen.

  • 4. De minister wijst de kapitein van een vissersvaartuig onder wiens gezag ernstige inbreuken als bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel a, van verordening nr. 1005/2008 zijn gepleegd, punten toe overeenkomstig bijlage XXX van de uitvoeringsverordening controleverordening.

  • 5. De artikelen 125, 126, tweede tot en met vijfde lid, 129, 130, eerste lid, 132, eerste lid, en 133, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de in het vierde lid bedoelde kapitein.

  • 6. Indien aan een kapitein op grond van het vierde lid het navolgende aantal punten is toegewezen, is het hem gedurende de achter dat aantal vermelde periode verboden als kapitein op een vissersvaartuig te varen:

    • a. 18 punten: 2 maanden;

    • b. 36 punten: 4 maanden;

    • c. 54 punten: 8 maanden;

    • d. 72 punten: 12 maanden; en

    • e. 90 punten 3 jaren.

  • 7. Het is de houder van een visvergunning verboden een kapitein waarop het in het zesde lid bedoelde verbod betrekking heeft op het vissersvaartuig waarop de visvergunning betrekking heeft, als kapitein te laten varen gedurende de desbetreffende periode.

  • 8. Voor de toepassing van het vierde tot en met zevende lid en de artikelen 125 tot en met 134 van de uitvoeringsverordening controleverordening wordt onder kapitein verstaan, hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel h, van de Zeevaartbemanningswet.

X

In artikel 142, derde lid, vervalt ‘of van platvis’.

Y

De bijlagen 4 tot en met 9 worden vervangen door de bij deze regeling gevoegde bijlagen, onder vervanging van het opschrift van bijlage A door bijlage 4, het opschrift van bijlage B door bijlage 5, het opschrift van bijlage C door bijlage 6, het opschrift van bijlage D door bijlage 7, het opschrift van bijlage E door bijlage 8 en het opschrift van bijlage F door bijlage 9.

ARTIKEL II

In artikel 1 van het Besluit aanwijzing toezichthouders Visserijwet 1963 wordt ‘de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie’ vervangen door: de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

ARTIKEL III

In artikel 42, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling visserij wordt ‘een ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie’ vervangen door: een ambtenaar van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

ARTIKEL IV

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 23 december 2011

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

overeenkomstig het door de staatssecretaris genomen besluit:

de directeur-generaal,

J.P. Hoogeveen.

BIJLAGE A

Vangstverboden voor het kalenderjaar 2012 op de vissoorten, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Voor de met een asterisk gemarkeerde bestanden geldt een vangstverbod voor alle vissersvaartuigen, Nederlands of niet-Nederlands.

Voor de niet met een asterisk gemarkeerde bestanden geldt een vangstverbod voor Nederlandse vissersvaartuigen.

Vissoort

Gebied

 

Alaska pollak

Theragra chalcogramma

De Beringzee

 
     

Amerikaanse/Lange schol

Hippoglossoides platessoides

NAFO gebieden 3LMNO

 
     

Ansjovis

Engraulis encrasicolus

ICES gebieden IX en X en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Antarctische ijsvis

Champsocephalus gunnari

Antarctische wateren van het FAO gebied 48.3 en 58.5.2

 
     

Antarctische ijsheken

Dissostichus spp.

Antarctische wateren van het FAO gebied 48.4

 
     

Atlantische heilbot

Hippoglossus hippoglossus

Groenlandse wateren van de ICES gebieden V en XIV en de Groenlandse wateren van de NAFO gebieden 0 en 1

 
     

Atlantische slijmkop*

Hoplostethus atlanticus

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII, XIV en het SEAFO gebied

 
     

Beryciden

Beryx spp.

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII, XIV en het SEAFO gebied

 
     

Blauwe marlijn

Makaira nigricans

Atlantische Oceaan

 
     

Blauwe leng

Molva dypterygia

ICES gebied III en de Noorse wateren van de ICES gebieden IIa en IV

 
     

Blauwe wijting

Micromesistius poutassou

ICES gebieden VIIIc, IX, X en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Blauwe wijting*

Micromesistius poutassou

Faeröer-wateren

 
     

Blauwvintonijn

Thunnus thynnus

Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee

 
     

Chileense horsmakreel*

Tracherus murphyi

SPRFMO gebied

 
     

Diepzeehaaien*

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden V, VI, VII, VIII, IX, X

1)

Portugese hondshaai

Centroscymnus coelolepis

   

Donkere doornhaai

Centrophorus squamosus

   

Spitssnuitsnavelhaai

Deania calceus

   

Zwarte haai

Dalatias licha

   

Grote lantaarnhaai

Etmopterus princeps

   

Zwarte doornhaai

Etmopterus spinax

   

Doornhaai

Centroscyllium fabricii

   

Ruwe doornhaai

Centrophorus granulosos

   

Spaanse hondshaai

Galeus melastomus

   

Muiskathaai

Galeus murinus

   

IJslandse hondshaaien

Apristuris spp.

   

Langsnuitdoornhaai

Centrocymmus crepidater

   

Groenlands haai

Sonmousus microcephalus

   

Franjehaai

Chlamydoselachus anguineus

   

Zeskieuwige koehaai

Hexanchus griseu

   

Grootvindoornhaai

Oxynotus paradoxus

   

Mestandijshaai

Scymnodon ringens

   
     

Diepzeehaaien*

SEAFO gebied

 

Roggen

Rajida

   

Gevlekte gladde lantaarnhaai

Etmopterus bigelowi

   

Kortstaartlantaarnhaai

Etmopterus brachyurus

   

Grote lantaarnhaai

Etmopterus princeps

   

Gladde lantaarnhaai

Etmopterus pusillus

   

Spookkathaai

Apristurus manis

   

Fluweelijshaai

Scymnodon squamulosus

   

Diepzeehaaien van de superorde

Selachimorpha

   
     

Diepzeehaaien* gevangen met longlines

ICES gebieden I, II, IV, V, VI, VII, VIII, XII, XIV

 

Ruwe haai

Galeorhinus galeus

   

Zwarte haai

Dalatias licha

   

Spitssnuitsnavelhaai

Deania calceus

   

Donkere doornhaai

Centrophorus squamosus

   

Grote lantaarnhaai

Etmopterus princeps

   

Gladde lantaarnhaai

Etmopterus pusillus

   

Portugese hondshaai

Centroscymnus coelolepis

   

Doornhaai

Squalus accanthias

   
     

Diepzeehaaien* en Deania histricosa en Deania profondorum

EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied XII

 
     

Doornhaai*

Squalus accanthias

ICES gebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, XII, XIV en SEAFO gebied

 
     

Evervissen

Caproidae

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden VI, VII en VIII

 
     

Gaffelkabeljauwen

Phycis spp.

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII

 
     

Geelstaartschar

Limanda ferruginea

NAFO gebieden 3LNO

 
     

Gitaarrog*

Rhinobatidae

EU wateren I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII

 
     

Golfrog*

Raja undulata

EU wateren van de ICES gebieden VI, VII, VIII, IX en X

 
     

Grenadiers

Macrourus spp.

Antarctische wateren van het FAO gebied 58.5.2

 
     

Grenadiersvis

Coryphaenoides rupestris

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II, III, IV, VIII, IX, X, XII, XIV

 
     

Grijze zuidpoolkabeljauw

Lepidonotothen squamifrons

Antarctische wateren van het FAO gebied 58.5.2

 
     

Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot

Reinhardtius hippoglossoides

Noorse wateren en internationale wateren van de ICES gebieden

I en II, de EU wateren van de ICES gebieden IIa en IV, de EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden Vb en VI, de Groenlandse wateren van de ICES gebieden V en XIV, de Groenlandse wateren van de NAFO gebieden 0 en 1 en de NAFO gebieden 3LMNO

 
     

Grootoogtonijn

Thunnus obesus

Atlantische Oceaan

 
     

Hamerhaaien*

Sphyrnidae (m.u.v. de kaphamerhaai Sphyrna tiburo)

ICCAT verdragsgebied

 
     

Haring

Clupea harengus

ICES gebieden IIIa, VI Clyde, VIIa, VIIe en VIIf

 
     

Haringhaai*

Langna nasus

Alle EU wateren en niet EU wateren

 
     

Heek

Merluccius merluccius

ICES gebieden III, VIIIc, IX, X en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Horsmakreel

Trachurus spp.

ICES gebieden VIIIc, IX, X en de EU wateren van CECAF

 
     

IJsvis

Champsocephalus gunnari

Antarctische wateren van de FAO gebieden 48.3 en 58.5.2

 
     

Kabeljauw

Gadus morhua

Noorse wateren van de ICES gebieden I en II, het Kattegat de ICES gebieden IIIb, IIIc, IIId, V, VI en VIIa, de EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV, de Groenlandse wateren van de ICES gebieden V en XIV, de Groenlandse wateren van de NAFO gebieden 0 en 1 en de NAFO gebieden 2J en 3KLMNO

 
     

Kabeljauw en schelvis*

Gadus morhua en Melanogrammus aeglefinus

Faeröer-wateren van het ICES gebied Vb

 
     

Kever*

Trisopterus esmarki

Noorse wateren van het ICES gebied IV, ICES gebied IIIa en de EU wateren van de ICES gebieden IIa en IV

 
     

Koolvis

Pollachius virens

Het Kattegat, ICES gebieden IIIb, IIIc, IIId, VI, VII, VIII, IX, X, de Noorse wateren en de internationale wateren van de ICES gebieden I en II, de EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden Vb, XII en XIV en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Koolvis*

Pollachius virens

Faeröer-wateren van het ICES gebied Vb

 
     

Kortvinnige pijlinktvis

Illex illecebrosus

NAFO gebieden 3 en 4

 
     

Krabben

Paralomis spp.

Antarctische wateren van het FAO gebied 48.3

 
     

Krielgarnaal

Euphausia superba

CCAMLR-verdragsgebied en FAO gebied 48 en de Antarctische wateren van de FAO gebieden 58.4.1 en 58.4.2

 
     

Langoestine

Nephrops norvegicus

Noorse wateren van het ICES gebied IV, de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb, de ICES gebieden III, VI, VII, VIII, IX, X en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Langsnuit ijsvis

Channichthys rhinoceratus

FAO gebied 58.5.2

 
     

Leng

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden III, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV

 
     

Leng en Blauwe leng

Molva molva en Molva dypterygia

Faeröer-wateren van het ICES gebied Vb

 
     

Lodde

Mallotus villosus

ICES gebied IIb, de Groenlandse wateren van de ICES gebieden V en XIV en de wateren van de NAFO gebieden 3NO

 
     

Makreel

Scomber scombrus

Faeröer-wateren van het ICES gebied Vb, de ICES gebieden VIIIc, IX, X en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Noorse wateren van het ICES gebied IV, en het ICES gebied III, de Groenlandse wateren van de ICES gebieden V en XIV en de Groenlandse wateren van de NAFO gebieden 0, 1 en 3LM

 
     

Peneide garnalen

Penaeus spp.

De wateren van Frans Guyana

 
     

Platvis

Pleuronectiformes

Faeröer-wateren van het ICES gebied Vb

 
     

Pollak

Pollachius pollachius

EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb, de ICES gebieden VI, VII, VIII, IX, X, de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Reuzenhaai*

Cetorinhus maximus

Alle EU wateren en niet EU wateren

 
     

Roggen

Rajidae

EU wateren van de ICES gebieden III, VIII en IX en de Antarctische wateren van het FAO gebied 58.5.2 en de NAFO gebieden 3LNO

 
     

Rode diepzeekrab

Chaceon maritae

SEAFO verdragsgebied

 
     

Roodbaarzen (ondiep pelagisch)*

Sebastes spp.

EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied V en de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV

 
     

Roodbaarzen

Sebastes spp.

ICES gebieden I en II, de Groenlandse wateren van het ICES gebied V en de NAFO gebieden 2 (sectoren 1F en 3K) en 3LMNO

 
     

Roodbaarzen*

Sebastes spp.

IJslandse wateren van het ICES gebied Va, en de Faeröerse wateren van het ICES gebied Vb

 
     

Schartongen

Lepidorhombus spp.

EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb, de ICES gebieden VI, VII, VIII, IX, X, de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

Noorse wateren van de ICES gebieden I en II, het Kattegat, de EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden IIIbcd, Vb, VI, VII, VIII, IX, X, XII, XIV, de Faeröer-wateren en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Schol

Pleuronectes platessa

Het Kattegat, de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb, de ICES gebieden I, IIIb, IIIc, IIId, VI, VII, VIII, IX, X, de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Sneeuwkrabben

Chionoecetes spp.

Groenlandse wateren van de NAFO gebieden 0 en 1

 
     

Sprot

Sprattus sprattus

ICES gebied IIIa

 
     

Tong

Solea solea

Het Kattegat, de ICES gebieden IIIb, IIIc, IIId, Noorse wateren van het ICES gebied IV, de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb, de ICES gebieden VI, VII, VIII, IX, X en de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Tongen

Solea Idae

ICES gebieden VIII, IX, X en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Torsk

Brosme brosme

ICES gebied III en de Noorse wateren van de ICES gebieden IIa en IV

 
     

Vleet*

Dipturus Batis

EU wateren van de ICES gebieden IIa, III, IV, VI, VII, VIII, IX en X

 
     

Voshaaien*

Alopiidae

IOTC verdragsgebied en ICCAT verdragsgebied

 
     

Wijting

Merlangius merlangus

Het Kattegat, de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb, de ICES gebieden IIIb, IIIc, IIId, VI, VIIa, VIII, IX en X, de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Witje

Glyptocephalus cynoglossus

NAFO gebieden 2J en 3KLNO

 
     

Witpunthaai*

Carcharhinus longimanus

ICCAT verdragsgebied

 
     

Witte haai*

Carcharodon carcharias

Alle EU wateren en niet EU wateren

 
     

Witte rog*

Rostroraja alba

EU wateren van de ICES gebieden VI, VII, VIII, IX en X

 
     

Witte tonijn

Thunnus alalunga

Atlantische Oceaan

 
     

Witte heek

Urophysic tenuis

NAFO gebieden 3NO

 
     

Witte marlijn

Tetrapturus alba

Atlantische Oceaan

 
     

Zandspiering en geassocieerde bijvangst

Ammodytidae

Noorse wateren en EU wateren van het ICES gebied IV en de EU wateren van de ICES gebieden IIa en IIIa

 
     

Zeebrasem

Pallelus bogaraveo

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden IX en X

 
     

Zeeduivel

Lophiidae

ICES gebieden VIII, IX en X en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

 
     

Zee engel*

Squatina squatina

Alle EU wateren

 
     

Zijdehaai*

Carcharhinus falciformis

ICCAT verdragsgebied

 
     

Zwaardvis*

Xiphias gladius

Atlantische Oceaan, de Stille Oceaan en WCPFC verdragsgebied

 
     

Zwarte haarstaartvis

Aphanopus carbo

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II, III, IV, VIII, IX, X en het CECAF gebied 34.1.2

 
     

Zwarte patagonische ijsvis

Dissostichus eleginoides

Antarctische wateren van de FAO gebieden 48.3, 48.4 en 58.5.2 en de SEAFO

 
     

Zuidelijke blauwvintonijn

Thunnus Maccoyii

Alle EU wateren en niet EU wateren

 

Voetnoot:

1) Bijvangsten tot 3% van de quota van 2009 zijn toegestaan.

BIJLAGE B

Nederlands quotum (x 1.000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2012 (x 1.000 kg in levend gewicht) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vissoort

Gebied

Hoeveelheid

 

Blauwe Wijting

Micromesistius poutassou

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV

11.807

1)

       

Grote Zilversmelt

Argentina silus

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I en II

20

 

EU wateren van de ICES gebieden III en IV

45

 

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden V, VI en VII

3.434

 
       

Haring

Clupea harengus

EU wateren, Noorse wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I en II

6.649

 

EU wateren en Noorse wateren van het ICES gebied IV ten noorden van 53°30'NB

53.537

 

ICES gebieden IVc en VIId

19.261

 

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden Vb, VIb en VIa-Noord

2.486

 

ICES gebieden VIa-Zuid, VIIb en VIIc

386

 

ICES gebieden VIIg, VIIh, VIIj en VIIk

1.302

 
       

Heek

Merluccius merluccius

EU wateren van de ICES gebieden IIa en IV

64

 

ICES gebieden VI en VII, de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV

183

 

ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

18

 
       

Horsmakreel

Trachurus spp.

EU wateren van de ICES gebieden IVb, IVc en VIId

11.642

 

EU wateren van de ICES gebieden IIa, IVa, VI, VIIa, VIIb, VIIc, VIIe, VIIf, VIIg VIIh, VIIj, VIIk, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe en de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV

48.532

 
       

Kabeljauw

Gadus morhua

ICES gebied IV, de EU wateren van het ICES gebied IIa en het ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak

2.540

 

ICES gebieden VIIb, VIIc, VIIe, VIIf, VIIg VIIh, VIIj, VIIk, VIII, IX, X en de EU wateren van het CECAF gebied 34.1.1

1

 

ICES gebied VIId

39

 

Het Skagerrak

19

 
       

Koolvis

Pollachius virens

Het Skagerak, het ICES gebied IV en de EU wateren van het ICES gebied IIa

82

 
       

Langoestine

Nephrops norvegicus

EU wateren van de ICES gebieden IIa en IV

590

 
       

Leng

Molva molva

EU wateren van het ICES gebied IV

5

 

Noorse wateren van het ICES gebied IV

1

 
       

Makreel

Scomber scombrus

ICES gebieden IIIa en IV en de EU wateren van de ICES gebieden IIa, IIIb, IIIc , IIId

1.335

2)3)

ICES gebieden VI, VII en VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden IIa, XII en XIV

24.043

4)5)

       

Noordse Garnaal

Pandalus borealis

EU wateren van de ICES gebieden IIa en IV

21

 
       

Roggen

Rajidae

EU wateren van de ICES gebieden IIa en IV

200

6)7)

EU wateren van de ICES gebieden VIa, VIb, VIIa, VIIb, VIIc, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh, VIIj en VIIk

4

8)9)10)

EU wateren van het ICES gebied VIId

4

11)12)13)

       

Roodbaarzen (diep pelagisch)

Sebastes spp.

EU en internationale wateren van het ICES gebied V en de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV

2

 
       

Schar en Bot

Limanda limanda en Platichthys flesus

EU wateren van de ICES gebieden IIa en IV

11.421

 
       

Schartongen

Lepidorhombus spp.

EU wateren van de ICES gebieden IIa en IV

24

 
       

Schelvis

Melanogrammus aeglefinus

ICES gebied IV en de EU wateren van het ICES gebied IIa

168

 

Het Skagerrak

2

 
       

Schol

Pleuronectes platessa

ICES gebied IV, de EU wateren van het ICES gebied IIa en het ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak

30.462

 

Het Skagerrak

1.190

 
       

Sprot

Sprattus sprattus

EU wateren van de ICES gebieden IIa en IV

1.631

 

ICES gebieden VIId en VIIe

361

 
       

Tarbot en Griet

Psetta maxima en Scopthalmus rhombus

EU wateren van de ICES gebieden IIa en IV

2.579

 
       

Tong

Solea solea

EU wateren van de ICES gebieden II en IV

12.151

 

Het Skagerrak

49

 
       

Tongschar en Witje

Microstomus kitt en Glyptocephalus cynoglossus

EU wateren van de ICES gebieden IIa en IV

793

 
       

Wijting

Merlangius merlangus

ICES gebied IV en de EU wateren van het ICES gebied IIa

843

 

ICES gebieden VIIb, VIIc, VIId, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh, VIIj en VIIk

93

 

Het Skagerrak

3

 
       

Zeeduivel

Lophiidae

EU wateren van de ICES gebieden IIa en IV

245

14)

Noorse wateren van het ICES gebied IV

16

 

ICES gebied VI, de EU wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV

179

 

ICES gebied VII

367

15)

       

Andere soorten

Noorse wateren van het ICES gebied IV

200

16)

Voetnoten:

1) Waarvan tot 68% mag worden gevangen in de Noorse Economische Zone of in de visserijzone van Jan Mayen.

2) Waarvan niet meer dan 490 ton mag worden gevangen in de ICES gebieden IIIa, IVb en IVc.

3) Mag ook worden gevangen in de Noorse wateren van het ICES gebied IVa.

4) Van deze hoeveelheid mag niet meer dan 9.674 ton worden gevangen in de periode van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 september tot en met 31 december in de EU en Noorse wateren van het ICES gebied IVa.

5) Van deze hoeveelheid mag niet meer dan 985 ton worden gevangen in de Noorse wateren van het ICES gebied IIa.

6) Vangsten van de Koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/2C4-C), Stekelrog (Raja Clavata) (RJC/2AC4-C), Blonde rog (Raja brachyuran)(RJH/2AC4-C), Gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/2AC4-C) en de Sterrog (Amblyraja radiata) RJR/2AC4-C) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

7) Voor vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter geldt dat deze soort per visreis niet meer dan 25% levend gewicht mag bedragen van het totaal van de vangsten aan boord.

8) Vangsten van de Koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/67AKXD), Stekelrog (Raja Clavata) (RJC/67AKXD), Blonde rog (Raja brachyuran)(RJH/67AKXD), Gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/67AKXD), de Kleinoogrog (Raja micoocellata)(RJE/67AKXD), de Zandrog (Leucoraja circularis)(RJI/67AKXD) en de Shagreenrog (Leucoraja fullonica) RJF/67AKXD) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

9) Waarvan maximaal 5% mag worden gevangen in het ICES gebied VIId.

10) Geldt niet voor de Golfrog (Raja undulata), de Gewone vleet (Dipturus batis), de Noorse vleet (Raja Dipturus) nidarosiensis) en de Spitsneusrog (Rostroraja alba). Vangsten van deze soort mogen niet aan boord worden gehouden en moeten snel en ongedeerd over boord worden gezet.

11) Vangsten van de Koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/07D), Stekelrog (Raja Clavata) (RJC/07D), Blonde rog (Raja brachyuran)(RJH/07D), Gevlekte rog (Raja montagui) (RJM//07D) en de Sterrog (Amblyraja radiata) RJR/07D) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

12) Waarvan maximaal 5% mag worden gevangen in de EU wateren van de ICES gebieden VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k.

13) Geldt niet voor de Gewone vleet (Dipturus batis) en de Golfrog (Raja undulata). Vangsten van deze soort mogen niet aan boord worden gehouden en moeten snel en ongedeerd over boord worden gezet.

14) Waarvan maximaal 5% mag worden gevangen in de EU-wateren van het ICES gebied VI, EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV.

15) Waarvan maximaal 5% mag worden gevangen in de EU wateren van de ICES gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe.

16) Andere soorten dan: haring, kabeljauw, koolvis, makreel, schelvis, schol, blauwe wijting en wijting.

BIJLAGE C

Europees quotum (x 1.000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2012 als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vissoort

Gebied

Hoeveelheid

 

Blauwe leng

Molva dypterygia

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden II en IV

4

1)

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden Vb, VI en VII

5

1)

Internationale wateren van het ICES gebied XII

2

1)

       

Grenadiervis

Coryphaenoides rupestris

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden Vb, VI en VII

5

1) 2)

       

Kabeljauw

Gadus morhua

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I en IIb

250

 
       

Leng

Molva molva

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I en II

4

1)

       

Torsk

Brosme brosme

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II en XIV

3

1)

EU wateren van het ICES gebied IV

5

1)

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden V, VI en VII

4

1)

       

Zwarte haarstaartvis

Aphanopus carbo

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden V, VI, VII en XII

6

1)

       

Zeebrasem

Pagellus bogaraveo

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden VI, VII en VIII

6

1)3)

Voetnoten:

1) Uitsluitend voor bijvangsten, gerichte visserij niet toegestaan.

2) Waarvan maximaal 8% mag worden gevangen in de EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV.

3) Van de aangelande hoeveelheden mag niet meer dan 15% een minimummaat van 30 cm hebben. Daarboven geldt een minimummaat van 35 cm.

BIJLAGE D

Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheersperiode als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vistuigcategorieën

Vistuigcategorie code

Visserij-inspanning in de maanden februari 2011 tot en met januari 2012

Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte:

   

gelijk aan of groter dan 120 mm

TR1 A1

120.000

gelijk aan of groter dan 120 mm

TR1 B2

233.273

gelijk aan of groter dan 100 mm en kleiner dan 120 mm

TR1 C

916.797

gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 100 mm

TR2

1.808.872

     

Bodemtrawls en zegens (vistuigtypen OTB, OTT, PTB, SDN, SSC, SPR) met een maaswijdte:

   

gelijk aan of groter dan 16 mm en kleiner dan 32 mm;

TR3

36.617

Boomkorren (vistuigtype TBB) met een maaswijdte:

   

gelijk aan of groter dan 120 mm;

BT1

449.808

gelijk aan of groter dan 80 mm en kleiner dan 120 mm;

BT2

24.900.000

Kieuwnetten en warrelnetten (vistuigtype GN)

GN

398.664

X Noot
1

Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

X Noot
2

Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die niet deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.

BIJLAGE E

De vissoorten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, de vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Vissoort

Gebied

Percentage

Blauwe wijting

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV

636,0330

Grote Zilversmelt

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden V, VI en VII

91,9580

Haring

EU wateren, Noorse wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I en II

84,2841

 

EU wateren en Noorse wateren van het ICES gebied IV ten noorden van 53°30'NB

201,4832

 

ICES gebieden IVc en VIId

190,9895

 

EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden Vb, VIb en VIa-Noord

98,9191

 

ICES gebieden VIa-Zuid, VIIb en VIIc

94,8853

 

ICES gebieden VIIg, VIIh, VIIj en VIIk

160,8754

Horsmakreel

EU wateren van de ICES gebieden IIa, IVa, VI, VIIa, VIIb, VIIc, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh, VIIj, VIIk, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe en de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV

98,2304

 

EU wateren van de ICES gebieden IVb, IVc en VIId

94,5669

Kabeljauw

ICES gebied IV, de EU wateren van het ICES gebied IIa en het ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak

98,6287

Makreel

ICES gebieden VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe, de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden IIa, XII en XIV

79,6632

Schol

ICES gebied IV, de EU wateren van het ICES gebied IIa en het ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak

115,0634

Tong

EU wateren van de ICES gebieden II en IV

115,1845

Wijting

ICES gebied IV en de EU wateren van het ICES gebied IIa

119,6006

BIJLAGE F

De hoeveelheden, bedoeld in de artikelen 25, 26 en 27 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij

Artikel

Vissoort

Hoeveelheid

Artikel 25, eerste lid, onderdeel a

Kabeljauw:

121 kilogram

Wijting:

54 kilogram

Artikel 25, eerste lid, onderdeel b

Kabeljauw:

39.564 kilogram

Wijting:

9.628 kilogram

Artikel 26, eerste lid, onderdeel a

Makreel:

127 kilogram

Artikel 26, eerste lid, onderdeel b

Makreel:

4.224 kilogram

Artikel 27

Horsmakreel:

463.956 kilogram

TOELICHTING

1 Inleiding

De Uitvoeringsregeling zeevisserij (hierna: uitvoeringsregeling) bevat de voorschriften die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Europese verordeningen op het gebied van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Dit betreft onder meer de verordening vangstmogelijkheden1, de controleverordening2 en de uitvoeringsverordening controleverordening3. In de verordening vangstmogelijkheden zijn onder meer de maximaal toegestane vangstmogelijkheden voor 2010 en een aantal daaraan gerelateerde aanvullende voorschriften opgenomen. De controleverordening en de daarop gebaseerde uitvoeringsverordening bevat het stelsel voor de controle op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Een aantal omstandigheden noopt tot aanpassing van de ter uitvoering van genoemde verordeningen in de uitvoeringsregeling neergelegde voorschriften. Allereerst heeft de Raad van de Europese Unie op 16 december 2011 de vangstmogelijkheden en de daaraan gerelateerde aanvullende voorschriften voor het jaar 2012 vastgesteld. In de tweede plaats treedt de derde en tevens laatste fase van de controleverordening met ingang van 1 januari 2012 in werking.

Door middel van deze wijzigingsregeling worden de hiermee samenhangende aanpassingen in de uitvoeringsregeling doorgevoerd. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele bepalingen in de uitvoeringsregeling te verduidelijken.

In het vervolg van deze toelichting wordt nader ingegaan op de nieuwe vangstmogelijkheden en de onderdelen van de controleverordening die 1 januari 2012 in werking treden. Tot slot wordt de regeling artikelsgewijs toegelicht.

2 Vangstmogelijkheden

Zoals in de inleiding aangestipt, worden de vangstmogelijkheden en de daaraan gerelateerde aanvullende voorschriften jaarlijks door de Raad van de Europese Unie aangepast. De voorbije jaren zijn de vangstmogelijkheden voor de meeste EU-visbestanden in december vastgesteld op grond van een voorstel dat in oktober werd bekendgemaakt. Dit jaar heeft de Commissie voorgesteld om de verordening vangstmogelijkheden te splitsen in twee separate verordeningen. In de ene verordening zijn de vangstmogelijkheden vastgesteld voor visbestanden waarover de EU alleen mag beslissen (interne vangstmogelijkheden) en in de andere verordening zijn de vangstmogelijkheden vastgesteld die in het kader van de onderhandelingen met derde landen of regionale visserijbeheersorganisaties zijn aanvaard (externe vangstmogelijkheden). Ten aanzien van de interne vangstmogelijkheden was het volgens de Commissie mogelijk om eerder in het jaar dan tot dan toe gebruikelijk was een voorstel te presenteren en uiteindelijk tot een besluit te komen indien de vangstmogelijkheden die onderwerp zijn van internationale onderhandelingen of overeenkomsten buiten het bestek van dit voorstel zouden worden gelaten. Het eerste wetenschappelijk advies, waarop de interne vangstmogelijkheden worden gebaseerd, wordt immers al in juni uitgebracht, terwijl het wetenschappelijk advies over de externe vangstmogelijkheden pas in oktober beschikbaar is. Met de opsplitsing van de vangstmogelijkheden heeft de Europese Commissie beoogd het voortijdig consulteren van de lidstaten (het zogenaamde frontloaden) te bespoedigen. Tevens zou een vroegere vaststelling van de interne vangstmogelijkheden meer zekerheid voor de vissers bieden met betrekking tot hun activiteiten voor het komende jaar.

De beoogde vroegere vaststelling van de interne vangstmogelijkheden is evenwel dit jaar niet gerealiseerd. Op 16 december 2011 heeft de Raad van de Europese Unie beide verordeningen met de vangstmogelijkheden voor het jaar 2012 vastgesteld.

De onderhavige regeling geeft uitvoering aan beide verordeningen vangstmogelijkheden. De door middel van deze regeling in de uitvoeringsregeling doorgevoerde wijzigingen worden nader toegelicht in de artikelsgewijze toelichting.

3 Controleverordening

Zoals is vermeld in de toelichting bij de uitvoeringsregeling (Stcrt 2011, nr. 13453) kent de controleverordening een gefaseerde inwerkingtreding. De eerste twee fasen, die het merendeel van de controleverordening omvatten, zijn op 1 januari 2010 onderscheidenlijk op 7 mei 2011 in werking getreden. De derde fase die op 1 januari 2012 in werking treedt, ziet op de markeringsvoorschriften voor vissersvaartuigen, bijboten en vistuig en op het bij de controleverordening geïntroduceerde puntensysteem voor houders van een visvergunning en voor kapiteins. Bovendien treedt per 1 januari 2012 de verplichte certificering van het motorvermogen en de voor de gehele keten voorgeschreven traceerbaarheid van visserijproducten gefaseerd in werking. Tot slot heeft Nederland op grond van artikel 76, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening een steekproefplan vastgesteld, als gevolg waarvan het betrokken vissers overeenkomstig artikel 60, derde lid, van de controleverordening kan worden toegestaan visserijproducten aan boord te wegen.

In deze paragraaf worden de per 1 januari 2012 in werking getreden controlevoorschriften op hoofdpunten nader belicht. Voor een toelichting op de specifieke bepalingen wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting.

Markeringsvoorschriften

Volgens artikel 8, eerste lid, van de controleverordening moeten kapiteins van vissersvaartuigen de voorwaarden en beperkingen betreffende de markering en identificatie van vissersvaartuigen en het aan boord gehouden vistuig naleven. Deze voorwaarden en beperkingen gelden voor de EU-wateren en zijn nader uitgewerkt in de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening. Deze voorschriften zijn overgenomen uit verordening nr. 356/20054 en uit verordening nr. 1381/875. Op grond van artikel 9, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening wordt een aantal van de markeringsvoorschriften voor vistuig per 1 januari 2012 ook van toepassing binnen de 12-mijlszone.

Puntensysteem

Op grond van artikel 92 van de controleverordening zijn lidstaten verplicht op ernstige inbreuken een puntensysteem toe te passen. De nadere voorschriften over dit puntensysteem zijn opgenomen in de artikelen 125 tot en met 133 van de uitvoeringsverordening controleverordening. Ernstige inbreuken in dit verband zijn de inbreuken op het gemeenschappelijk visserijbeleid die zijn vermeld in artikel 42, eerste lid, onder a, van de IUU-verordening. Deze zijn nader uitgewerkt in bijlage XXX van de uitvoeringsverordening controleverordening. Kern van het puntensysteem is dat bij ernstige inbreuken punten worden toegekend aan de houder van de visvergunning. Bovendien moeten lidstaten op grond van artikel 92, zesde lid, in samenhang met artikel 134 van de uitvoeringsverordening controleverordening, voor kapiteins een vergelijkbaar puntenstelsel opzetten. Door middel van het in artikel I, onderdeel W, van deze regeling in de uitvoeringsregeling geïntroduceerde artikel 130 wordt daaraan uitvoering gegeven.De punten kunnen aan de houder van de visvergunning en aan de kapitein worden toegekend (namens de minister) als door een toezichthouder een overtreding van de in bijlage XXX van de uitvoeringsverordening controleverordening vermelde voorschriften is geconstateerd. Hieronder volgt een beknopte aanduiding van die voorschriften en het aantal punten dat bij overtreding van die voorschriften wordt toegekend:

Ernstige inbreuk

punten

1. Niet-naleving logboekplicht/rapportage vangstgegevens, waaronder VMS-gegevens:

3 punten

2. Gebruik van verboden of niet-conform vistuig:

4 punten

3. Vervalsen of verborgen houden van kentekens, identiteit of registratie:

5 punten

4. Knoeien met of laten verdwijnen van bewijsmateriaal:

5 punten

5. Aan boord nemen, overladen of aanlanden van ondermaatse vis:

5 punten

6. Vissen in strijd met instandhoudings- of beheersmaatregelen van een RFO:

5 punten

7. Vissen zonder geldige visvergunning of vismachtiging:

7 punten

8. Vissen in gesloten gebied, tijdens gesloten seizoen, zonder of na uitputting quotum:

6 punten

9. Gericht vissen op bestand waarvoor moratorium of visverbod geldt:

7 punten

10. Bemoeilijken werkzaamheden van controleurs en waarnemers:

7 punten

11. Overladen vangsten op of ondersteuning van IOO-vissersvaartuigen:

7 punten

12. Gebruik van vissersvaartuig dat geen nationaliteit heeft:

7 punten

Voorafgaand aan de toekenning van de punten wordt beoordeeld of een overtreding ernstig genoeg is om punten toe te kennen. Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met de aard en de waarde van de met de overtreding aangebrachte schade, de economische situatie van betrokkene en de omvang van de overtreding. Bij herhaling van een overtreding worden er zonder meer punten toegekend. Indien tijdens een visreis meerdere ernstige inbreuken worden geconstateerd, bedraagt het totale aantal toe te kennen aantal punten op grond van artikel 126, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening ten hoogste twaalf. De punten worden op naam van de vergunninghouder en van de kapitein geregistreerd en blijven ook na een schorsing bestaan. Eventueel nieuw toegekende punten worden bij het oude aantal opgeteld. Bij het overschrijden van de volgende totalen wordt de visvergunning voor de daarbij vermelde periode geschorst en gedurende die periode mag de kapitein op geen enkel vissersvaartuig als kapitein varen:

Totaal 18 punten: 2 maanden schorsing

Totaal 36 punten: 4 maanden schorsing

Totaal 54 punten: 8 maanden schorsing

Totaal 72 punten: 12 maanden schorsing

Totaal 90 punten: intrekking

De schorsing en de intrekking van de visvergunning is geregeld in artikel 96, tweede lid, onderscheidenlijk eerste lid, onderdeel a, van de uitvoeringsregeling. Het vaarverbod voor de kapitein wordt door middel van de onderhavige wijzigingsregeling opgenomen in artikel 130, zesde en zevende lid, en bestaat uit:

  • Een rechtstreeks verbod voor kapiteins om op een vissersvaartuig te varen, gedurende de schorsingsperiode of na bereiken van 90 punten.

  • Een verbod voor vergunninghouders om kapiteins gedurende de schorsingsperiode of na bereiken van 90 punten op hun vissersvaartuig te laten varen.

Als er binnen 3 jaar na het begaan van de laatste overtreding waarvoor punten zijn toegekend, geen nieuwe overtreding wordt geconstateerd, vervallen ingevolge artikel 92, vierde lid, van de controleverordening alle punten. Dit betekent dat een kapitein waaraan meer dan 90 punten zijn toegekend na een periode van drie jaar weer als kapitein op een vissersvaartuig mag varen. Bovendien geldt op grond van artikel 92, tweede lid, van de controleverordening dat als een vergunninghouder waaraan punten zijn toegekend het in de vergunning vermelde vissersvaartuig verkoopt, alle punten overgaan op de nieuwe vergunninghouder van het betrokken vissersvaartuig. In verband daarmee moet de verkoper, voordat de verkoop plaatsvindt, op grond van artikel 128 van de uitvoeringsverordening controleverordening, potentiële toekomstige vergunninghouders in kennis van het aantal punten dat aan hem is toegekend. Hij moet hiervoor gebruik maken van een op zijn verzoek door de minister verstrekte officiële, gewaarmerkte verklaring, waarop het aantal punten staat.

Certificering motorvermogen

Op grond van artikel 39, eerste lid, van de controleverordening is het verboden te vissen met een vissersvaartuig waarvan het motorvermogen groter is dan het motorvermogen dat in de visvergunning is vermeld. Om te voorkomen dat het vermogen van een motor in een vissersvaartuig het in de vergunning vermelde vermogen te boven gaat, wordt met ingang van 1 januari 2012 ook in Europees verband een certificeringsverplichting voor vissersvaartuigen met een motorvermogen van meer dan 120 kW voorgeschreven. Aanvankelijk geldt deze verplichting voor vaartuigen die vissen op onder een inspanningsregeling vallende bestanden en vanaf 1 januari 2013 geldt de verplichting ook voor de overige vaartuigen. Het certificeringstelsel is uitsluitend van toepassing op vissersvaartuigen waarin na 7 mei 2011 een nieuwe voortstuwingsmotor is geïnstalleerd of waarvan de bestaande voortstuwingsmotor is vervangen of technisch is gewijzigd.

In Nederland geldt al geruime tijd een certificeringsregeling voor motoren van vissersvaartuigen met een motorvermogen dat groter is dan 100kW. Dit stelsel is opgenomen in de artikelen 87 en 88 van de uitvoeringsregeling en voorziet erin dat de motor van een vissersvaartuig wordt verzegeld met door de NVWA ter beschikking gestelde zegels. Het motorvermogen wordt vastgesteld door de divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat ingevolge het Vissersvaartuigenbesluit of het Vissersvaartuigenbesluit 2002, of blijkt in voorkomend geval uit een verklaring inzake het maximaal continue-vermogen, opgesteld door de fabrikant of de leverancier. De plaatsen van de verzegeling en bijbehorende zegelnummers worden vastgelegd in het zegelplan, dat aan boord van het vissersvaartuig aanwezig moet zijn.

De werking van deze certificeringsregeling wordt thans – in overleg met de sector – geëvalueerd. Eventuele aanpassing van het stelsel die uit deze evaluatie voortvloeien zullen per separate wijzigingsregeling worden doorgevoerd.

Traceerbaarheid visserijproducten

In de artikelen 56 tot en met 58 van de controleverordening en de artikelen 66 tot en met 68 van de uitvoeringsverordening controleverordening zijn de traceringsvoorschriften voor visserij- en aquacultuurproducten neergelegd. Op grond van deze voorschriften moeten alle partijen visserij- en aquacultuurproducten in alle stadia van de productie, de verwerking en de distributie traceerbaar zijn, vanaf de vangst of de oogst tot en met de detailhandel. Dit geldt voor zowel in zoet als in zout water gevangen vis, voor alle vis afkomstig uit de aquacultuur en ongeacht of het gequoteerde als ongequoteerde soorten betreft. Met het opnemen van deze voorschiften in de controleverordening die ook al gelden in het kader van de levensmiddelenverordening6 is onder meer beoogd te voorkomen dat illegaal gevangen of geproduceerde visserij- en aquacultuurproducten op de markt komen.

Alle gevangen of geoogste visserij- en aquacultuurproducten moeten vóór de eerste verkoop in partijen worden verdeeld. Een partij is ingevolge artikel 4, twintigste lid, van de controleverordening een hoeveelheid visserij- of aquacultuurproducten van een bepaalde soort met dezelfde aanbiedingsvorm en afkomstig uit hetzelfde geografische gebied, hetzelfde vissersvaartuig, dezelfde groep vissersvaartuigen of dezelfde aquacultuurproductieeenheid.

Voor partijen visserij- en aquacultuurproducten, met uitzondering van de producten van de posten 1604 en 1605 van de gecombineerde nomenclatuur, die in de Unie in de handel worden gebracht of waarschijnlijk in de handel zullen worden gebracht, gelden de in artikel 58, vijfde lid, van de controleverordening opgenomen informatie- en etiketteringsvereisten, opdat tracering mogelijk is. Deze informatie moet worden vermeld op het etiket, op de verpakking of op het handelsdocument dat de partij fysiek vergezelt, in welk geval op de partij zelf het met dat document corresponderende identificatienummer moet worden aangebracht. De voorgeschreven informatie betreft onder meer:

  • 1. een nummer dat al dan niet in combinatie met de transactiedatum uniek is, aan de hand waarvan de partij geïdentificeerd kan worden;

  • 2. het externe identificatienummer en de naam van het vissersvaartuig of de naam van de aquacultuurproductie-eenheid;

  • 3. de FAO-drielettercode van elke soort;

  • 4. de datum of periode van de vangsten, of de datum van productie;

  • 5. de hoeveelheden van iedere soort in kilogrammen nettogewicht of, indien mogelijk, het aantal vissen.

Deze informatie moet op grond van artikel 67, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening ook worden verstrekt door degenen die vis aanleveren op de afslag voordat de visserij- en aquacultuurproducten in partijen worden verdeeld en uiterlijk bij de eerste verkoop. Voornoemde informatie behoeft op grond van artikel 67, elfde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening niet te worden verstrekt voor in zoet water gevangen of gekweekte visserij- en aquacultuurproducten en voor in de Unie geïmporteerde producten. Siervis, sierschaal- en schelpdieren en weekdieren vallen evenmin onder deze verplichting. Voor de overige visserij- en aquacultuurproducten moet deze informatie door de aanvoerder van de vis worden verstrekt bij de indeling in partijen en uiterlijk bij eerste verkoop. Voor de eerste verkoop mogen partijen vis van verschillende vissersvaartuigen niet worden samengevoegd. Wanneer visserij- en aquacultuurproducten afkomstig van verschillende vissersvaartuigen of aquacultuurproductie-eenheden, na samenvoeging of splitsing van partijen na de eerste verkoop, met elkaar worden vermengd, moeten de marktdeelnemers in staat zijn elke partij van oorsprong op zijn minst aan de hand van het in artikel 58, vijfde lid, onderdeel a, van de controleverordening bedoelde identificatienummer te identificeren en op grond van artikel 58, derde lid, van de controleverordening te traceren naar het stadium van de vangst of de oogst.

Bovendien moeten alle schakels in de keten de directe leverancier en de directe afnemer van de visserijproducten kunnen identificeren.

De informatie over de partijen behelst voorts de in het kader van de gemeenschappelijke marktordening voor consumenten voorgeschreven gegevens zoals de handelsbenaming, de wetenschappelijke benamingen en het relevante geografische vangst- of productiegebied. Bovendien moet ten behoeve van de consument worden aangegeven of de visserij- en aquacultuurproducten bevroren zijn geweest door op de verpakking ‘ontdooid’ te vermelden. Deze consumenteninformatie moet op grond van artikel 68 van de uitvoeringsverordening controleverordening ook in het stadium van de detailhandel beschikbaar zijn en is – met uitzondering van producten van de posten 1604 en 1605 van de gecombineerde nomenclatuur – voorgeschreven voor alle visserij- en aquacultuurproducten en derhalve ook voor in zoet water gevangen of gekweekte producten of in de Unie geïmporteerde producten.

Een uitzondering op de traceringsvoorschriften geldt voor kleine hoeveelheden die rechtstreeks vanaf vissersvaartuigen aan consumenten worden verkocht, voor zover deze hoeveelheden niet meer zijn dan € 50,– per vissersvaartuig, per kalenderdag en per consument.

Weging

Volgens artikel 60, eerste lid, van de controleverordening, moeten alle visserijproducten (zowel de gequoteerde als ongequoteerde soorten) worden gewogen. Weliswaar voorziet dit artikelonderdeel in de mogelijkheid dat lidstaten een uitzondering op dit algemene weegprincipe toestaan, maar in verband met de verhoogde handhavingsinspanningen die dat met zich brengt, is daarvoor niet gekozen. Op grond van het tweede lid van dat artikel moet het wegen plaatsvinden bij aanlanding voordat de producten worden vervoerd, opgeslagen of verkocht. Overtreding van deze verplichting is op grond van artikel 124, tweede lid, van de uitvoeringsregeling verboden. Indien de vis wordt aangeland in een haven, waar een afslag is gevestigd, biedt dit geen probleem. Hier kan men immers direct de vis lossen en in de afslag wegen voordat de eerste verkoop plaatsvindt. Indien de vis na de aanlanding wordt vervoerd naar een afslag op een andere locatie dan de haven van aanlanding, zal het transportvoertuig van weegfaciliteiten moeten zijn voorzien, zodat de vis op de kade voorafgaand aan het transport kan worden gewogen. Voorts biedt het derde lid van artikel 60 de basis voor lidstaten om toe te staan dat de vis aan boord van het vissersvaartuig wordt gewogen, mits deze lidstaat een steekproefplan heeft vastgesteld overeenkomstig de in bijlage XX bij de uitvoeringsverordening controleverordening beschreven risicogebaseerde methode. Onlangs heeft Nederland een dergelijk plan vastgesteld. Zodra dit plan door de Europese Commissie is goedgekeurd, kunnen ontheffingen worden verleend van artikel 124, tweede lid, van de uitvoeringsregeling in samenhang met artikel 60, tweede lid, van de controleverordening. Artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977 biedt daarvoor de basis.

4 Administratieve lasten

Deze regeling bevat geen nieuwe informatieverplichtingen. De informatieverplichtingen die samenhangen met de tracering van visserij- en aquacultuurproducten vloeien rechtstreeks voort uit de controleverordening en de uitvoeringsverordening controleverordening. De etiketterings- en traceringsvoorschriften golden echter ook al uit hoofde van de Europese levensmiddelenregelgeving en de regelgeving van de gemeenschappelijke marktordening. Voorts waren aanbieders, afslagen en afnemers van vis al op grond van artikel 90 van de uitvoeringsregeling verplicht de desbetreffende gegevens in hun administratie te registreren. Slechts nieuw is de verplichting om ten behoeve van de consument aan te geven of visserij- en aquacultuurproducten bevroren zijn geweest door op de verpakking ‘ontdooid’ te vermelden.

5 Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdelen A, eerste lid, onder a en d, en B, en de artikelen II en III

Op grond van het Besluit aanwijzing toezichthouders Visserijwet 1963 is de Algemene Inspectiedienst (AID) belast met het toezicht op de naleving van de visserijregelgeving. Als gevolg van de fusie van de AID met de twee andere inspectiediensten van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie – de Voedsel en Waren Autoriteit en de Plantenziektenkundige Dienst – tot de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), treedt vanaf 1 januari 2012 de NVWA als zodanig op.

Door middel van de in artikel II opgenomen wijziging van het Besluit aanwijzing toezichthouders Visserijwet 1963 wordt thans de NVWA – in plaats van de AID – formeel met het toezicht op de naleving van de visserijregelgeving belast. Dientengevolge komt door middel van de in artikel I, onderdeel A, eerste lid, onder a en d, opgenomen wijzigingen de omschrijving van het begrip AID vervallen en wordt in plaats daarvan de omschrijving van de nieuwe organisatie – NVWA – opgenomen. De artikelen I, onderdeel B, en III voorzien erin de verwijzing naar de AID in de tekst van zowel de Uitvoeringsregeling zeevisserij als de Uitvoeringsregeling visserij te vervangen door een verwijzing naar de NVWA.

Onderdelen A, eerste lid, onder b en c, en tweede lid, C, D, vierde lid, en E tot en met M

Zoals is toegelicht in paragraaf 2, zijn op 16 december 2011 de vangstmogelijkheden voor 2012 vastgesteld in twee afzonderlijke Europese verordeningen. De verwijzingen naar de verordening inzake vangstmogelijkheden zijn geactualiseerd zodat thans wordt verwezen naar de desbetreffende bepalingen in de verordening interne vangstmogelijkheden of de verordening externe vangstmogelijkheden.

Onderdeel D, eerste, tweede en derde lid

In dit artikel 10 van de uitvoeringsregeling is het systeem van Europees vastgestelde vangstmogelijkheden nationaal uitgewerkt. Op grond van het eerste lid is het verboden om de visserij te bedrijven op de in de bijlagen 4, 5 en 6 genoemde soorten in de bij die vissoorten vermelde wateren, tenzij er op grond van de verordeningen vangstmogelijkheden een vangstmogelijkheid beschikbaar is. Op grond van deze verordeningen worden vangstmogelijkheden toegewezen aan individuele lidstaten, groepen van lidstaten en derde landen. Tevens geldt er op grond van de verordeningen een absoluut vangstverbod voor een aantal bestanden. Deze vangstverboden die voor alle vissersschepen gelden ongeacht hun nationaliteit, zijn – gemarkeerd met een asterisk – in bijlage 4 opgenomen. Ook de bestanden waarvoor in de verordeningen vangstmogelijkheden aan Nederland geen vangstmogelijkheden zijn toegekend, de zogenoemde nul-quota, zijn in bijlage 4 opgenomen. Deze verboden gelden uitsluitend voor Nederlandse vissersvaartuigen. De aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden zijn opgenomen in bijlage 5. De vangstmogelijkheden voor de gezamenlijke vissers van groepen van lidstaten van de Europese Unie, waarvan Nederland deel uitmaakt, de zogenoemde gedeelde bestanden, zijn opgenomen in bijlage 6. De vangstmogelijkheden voor Nederlandse vissers – het Nederlands quotum – is alleen van toepassing op de Nederlandse vissersvaartuigen. Het Europees quotum geldt voor de Europese vissersvaartuigen. Door middel van de in dit onderdeel opgenomen wijziging wordt dit onderscheid verduidelijkt.

Onderdeel N

In 2010 is een verduurzamingsplan opgesteld, dat voorziet in een pakket van kabeljauwvermijdende maatregelen. Een van de maatregelen heeft betrekking op de netaanpassingen, zodat er minder ondermaatse kabeljauw wordt gevangen. Artikel 86 implementeert de in het verduurzamingsplan voorgestelde netaanpassingen voor de vistuigtypes TR1 en TR2. Het is echter gebleken dat deze netaanpassingen minder geschikt zijn indien gevist wordt met Deense zegennetten, Schotse zegennetten of spanzegennetten. Daarom zijn er in 2011 aanvullende maatregelen genomen met betrekking tot onder andere de toegestane maaswijdte voor de genoemde vistuigen. Door middel van de in dit onderdeel opgenomen wijziging worden deze aanvullende maatregelen geïmplementeerd.

Onderdeel O

Op grond van artikel 95 van de uitvoeringsregeling kan een ondernemer de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie verzoeken om de in de visvergunning vermelde tonnage van zijn vissersvaartuig te verhogen. Hiertoe kon een verzoek worden ingediend bij de directeur Agroketens en Visserij van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Als gevolg van de reorganisatie is de interne structuur van het ministerie veranderd. Het verzoek tot verhoging van de tonnage dient thans te worden ingediend bij de directeur Dierlijke Agroketens en Dierwelzijn van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De in dit onderdeel opgenomen wijziging voorziet hierin.

Onderdeel P

In artikel 96 van de uitvoeringsregeling is geregeld in welke gevallen een visvergunning wordt geschort of wordt ingetrokken. Ingevolge het eerste lid wordt een vergunning onder meer ingetrokken indien aan de houder van een visvergunning 90 punten zijn toegekend. De verplichting om de vergunning in dit geval in te trekken vloeit voort uit artikel 92, derde lid, van de controleverordening. De situaties waarin de visvergunning op grond van de controleverordening moet worden geschorst zijn opgenomen in het tweede lid van artikel 96. Dit is onder meer aan de orde indien het aantal toegekende punten 18, 36, 54 of 72 bedraagt. Verwezen wordt naar hetgeen over het puntensysteem is toegelicht in paragraaf 3. Als gevolg van de introductie van het puntensysteem van de controleverordening met ingang van 1 januari 2012, kunnen de in deze leden neergelegde maatregelen worden geëffectueerd met ingang van deze datum.

Daarnaast is in het derde tot en met het vijfde lid, van artikel 96 het nationale stelsel voor schorsing van de visvergunning neergelegd. Op grond van het derde lid kan de vergunning worden geschorst in geval van (herhaalde) overtreding van een aantal essentiële voorschriften uit de visserijregelgeving, zoals de voorschriften die betrekking hebben op het motorvermogen, netvoorzieningen, de aanwezigheid van satellietvolgapparatuur en de aan de vissers toegekende contingenten. Als gevolg van de bovengenoemde introductie van het puntensysteem wordt voor de overtreding van een aantal van deze voorschriften punten toegekend. Dit betreft de voorschriften inzake ondermaatse vis, motorvermogen, netvoorzieningen en de aanwezigheid van satellietvolgapparatuur. Deze voorschriften en het aantal punten dat bij overtreding daarvan kan worden toegekend zijn opgenomen in bijlage XXX bij de uitvoeringsverordening controleverordening. Voor de volledigheid wordt hierbij opgemerkt dat overschrijding van het motorvermogen op grond van artikel 94 van de uitvoeringsregeling tot gevolg heeft dat de visvergunning niet langer geldig is, hetgeen betekent dat betrokkene – indien hij desondanks zijn visserijactiviteiten voortzet – vist zonder geldige vergunning. Voor deze overtreding kunnen volgens voornoemde bijlage XXX 7 punten worden toegekend.

De toekenning van punten kan er, zoals is toegelicht in paragraaf 3, uiteindelijk toe leiden dat de vergunning wordt geschorst. Gelet daarop worden deze voorschriften door middel van de in dit onderdeel opgenomen wijziging als schorsingsgrond uit artikel 96, derde lid, geschrapt, als gevolg waarvan de in dit artikellid opgenomen mogelijkheid tot schorsen van de visvergunning uitsluitend nog ziet op het vissen zonder contingent (artikelen 22 en 23) of het overschrijden van een contingent (artikelen 23 en 24).

Voorts is aan artikel 96, derde lid, een nieuwe mogelijkheid tot schorsen opgenomen die samenhangt met het bij deze regeling geïntroduceerde puntenstelsel voor kapiteins. Hierdoor kan de vergunning geschorst worden indien de houder van de visvergunning in strijd handelt met het bij deze regeling in de uitvoeringsregeling geïntroduceerde artikel 130, zevende lid, opgenomen verbod om een kapitein op zijn vissersvaartuig als kapitein te laten varen, gedurende de periode dat voor deze kapitein op grond van het zesde lid van dat artikel een vaarverbod geldt.

Onderdeel Q

In artikel 98 zijn de voorschriften neergelegd die gelden voor het verlenen van een vismachtiging in het kader van verordening nr. 1342/2008, waarin het langetermijn herstelplan voor kabeljauw is opgenomen. Deze voorschriften zijn overgenomen uit artikel 33, derde en zesde lid van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij. Ter aanvulling op de voorschriften die zien op de referentieperiode 2006 tot en met 2008, waarin met het desbetreffende vaartuig moet zijn gevist, is bij de introductie van de uitvoeringsregeling in artikel 99, eerste lid, onderdeel b, een nadere voorziening opgenomen voor de zogenoemde knelgevallen. Dit betrof een aantal vissers die niet in de officiële referentieperiode, maar wel in de jaren 2001 tot en met 2005 met vistuig van de categorieën TR1 of TR2 hebben gevist en die ook over de noodzakelijke contingenten beschikten. Daartoe is voor deze groep de referentieperiode uitgebreid met de jaren 2001 tot en met 2005, onder de voorwaarde dat ten behoeve van het betrokken vaartuig op grond van artikel 29 een recht op contingenten wijting en kabeljauw geldt. Inmiddels hebben alle knelgevallen – voor zover zij deze inmiddels weer hadden verkocht – de benodigde contingenten kunnen verwerven. Om te voorkomen dat een toenemend aantal vissers – ten onrechte – onder deze voorziening komt te vallen door contingenten aan te kopen, wordt door middel van de onderhavige wijziging in de voorwaarde voor het verwerven van contingenten thans 31 december 2011 als einddatum opgenomen.

Onderdeel R

Door middel van dit onderdeel wordt voorzien in bepalingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de voorschriften over markering en identificatie van vissersvaartuigen en het aan boord gehouden vistuig Deze voorschriften zijn opgenomen in artikel 8, eerste lid, van de controleverordening en in de artikelen 6 tot en met 17 van de uitvoeringsverordening controleverordening.

Onderdeel S

In artikel 35 van de controleverordening is bepaald dat de lidstaten de datum vaststellen waarop het nationaal quotum is opgebruikt. Vanaf dat moment is het op grond van artikel 113, eerste lid van de uitvoeringsregeling voor Nederlandse vissersvaartuigen verboden de visserij op de desbetreffende vissoort uit te oefenen en die soort aan boord te houden, over te laden, te verplaatsen of aan te landen. In artikel 113, eerste lid van de uitvoeringsregeling was abusievelijk vermeld dat het in die situatie verboden is vis in Nederland aan te landen. Dit verbod ziet uiteraard op alle aanlandingen van de desbetreffende vissoort ongeacht waar deze plaatsvindt. Dit onderdeel strekt ertoe deze omissie te herstellen.

Onderdeel T

Dit onderdeel strekt ertoe in artikel 115 de voor de uitvoering van de in de controleverordening opgenomen voorschriften over de certificering van het motorvermogen noodzakelijke bepalingen op te nemen. Deze bepalingen gelden in samenhang met het in de artikelen 87 en 88 van de uitvoeringsregeling opgenomen certificeringstelsel. Verwezen wordt naar de toelichting in paragraaf 3.

Onderdelen U en V

Door middel van de in onderdeel U opgenomen wijziging worden in artikel 122 van de uitvoeringsregeling de voor de uitvoering van de in artikel 58 van de controleverordening en de artikelen 67 en 68 van de uitvoeringsverordening controleverordening opgenomen traceringsvoorschriften noodzakelijke bepalingen opgenomen. Voor een toelichting op de desbetreffende voorschriften wordt verwezen naar paragraaf 3. Op grond van artikel 90 van de uitvoeringsregeling gold voor aanvoerders, afslagen en afnemers al de verplichting om de voor tracering noodzakelijke gegevens in hun administratie te registreren. De samenhang van deze verplichting met de in artikel 58, vierde lid, van de controleverordening bedoelde systemen die er toe strekken om volgens het principe één stap vooruit en één stap achteruit de herkomst en de bestemming van visserijproducten te kunnen traceren, is tot uitdrukking gebracht in het derde lid van artikel 122.

Op grond van artikel 59, eerste lid, van de controleverordening moeten lidstaten erop toezien dat alle visserijproducten die voor het eerst op de markt worden gebracht, worden geregistreerd in een visafslag of worden verkocht aan geregistreerde kopers of producentenorganisaties. Hieraan is uitvoering gegeven door middel van de in onderdeel V opgenomen wijziging van artikel 123 van de uitvoeringsregeling.

Onderdeel W

Door middel van het door dit onderdeel in de uitvoeringsregeling opgenomen artikel 130 wordt uitvoering gegeven aan het puntensysteem voor ernstige inbreuken. De werking van dit systeem is toegelicht in paragraaf 3. Als bevoegde nationale autoriteit voor het toekennen en registreren van de punten en het opzetten van een systeem daarvoor, wordt in het eerste lid van artikel 130 de minister aangewezen. Op grond van het tweede lid is het eveneens de minister die de houder van een visvergunning op aanvraag een officiële, gewaarmerkte verklaring verstrekt waarop het aantal punten staat. Op grond van artikel 128 van de uitvoeringsverordening controleverordening moet de vergunninghouder die zijn vissersvaartuig wil verkopen met deze verklaring potentiële toekomstige vergunninghouders in kennis van het aantal punten dat aan hem is toegekend.

Op grond van artikel 92, derde lid, van de controleverordening en artikel 129 van de uitvoeringsverordening controleverordening wordt de visvergunning automatisch geschorst of ingetrokken op het moment dat het in voornoemd artikel 129 opgenomen aantal punten is bereikt. Op grond van artikel 130, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening moet de houder van de visvergunning ervoor zorgen dat de visserijactiviteiten van het betrokken vissersvaartuig meteen worden stopgezet en dat het betrokken vissersvaartuig zich onmiddellijk naar zijn thuishaven of een door de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat aangewezen haven begeeft. Tijdens deze reis wordt het vistuig vastgemaakt en opgeborgen overeenkomstig artikel 47 van de controleverordening. Voorts geldt ingevolge artikel 132, eerste lid, dat de bevoegde autoriteiten onmiddellijk handhavingsmaatregelen kunnen treffen als visserijactiviteiten worden verricht tijdens de schorsingsperiode of na de definitieve intrekking van de visvergunning. Het derde lid van artikel 130 van de uitvoeringsregeling voorziet in de met het oog op de handhaving van deze verplichtingen noodzakelijke maatregelen.

In de leden 4 tot en met acht is het puntenstelsel voor kapiteins geïmplementeerd. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan artikel 92, zesde lid, van de controleverordening en artikel 134 van de uitvoeringsverordening controleverordening. Hiertoe is in het vierde lid opgenomen dat de minister overeenkomstig bijlage XXX van de uitvoeringsverordening controleverordening punten toekent aan een kapitein onder wiens gezag ernstige inbreuken zijn gepleegd. De wijze waarop de punten worden toegewezen, de daarbij in acht te nemen procedures alsmede de consequenties daarvan zijn hetzelfde als die op grond van de uitvoeringsverordening controleverordening ten aanzien van de houder van de visvergunning worden gehanteerd. In dat verband zijn in het vijfde lid van artikel 130 van de uitvoeringsregeling de daarop betrekking hebbende bepalingen uit die verordening van overeenkomstige verklaard op het toewijzen van punten aan kapiteins. Met betrekking tot de bepalingen die strekken tot schorsing en de intrekking van de vergunning, zoals dit ten aanzien van vergunninghouders wordt gehanteerd is een andere voorziening getroffen. Dit houdt verband met de omstandigheid dat in Nederland geen specifieke vergunning voor kapiteins van vissersvaartuigen bestaat. Weliswaar dient een kapitein op grond van de Zeevaartbemanningswet over een geldig vaarbevoegdheidsbewijs te beschikken, maar dit bewijs strekt ertoe te waarborgen dat een kapitein de noodzakelijke opleiding heeft gevolgd en over nodige de kennis en ervaring beschikt. Tegen die achtergrond is het niet opportuun het vaarbevoegdheidsbewijs te schorsen of in te trekken. Het verkozen alternatief – dat hetzelfde effect beoogt te bewerkstelligen – is opgenomen in het zesde en zevende lid van artikel 130. Dit bestaat eruit dat een kapitein aan wie het in het zesde lid genoemde aantal punten is toegekend, gedurende de daarbij vermelde periode niet als kapitein op een vissersvaartuig mag varen. Bovendien is ter ondersteuning van dit verbod in het zevende lid van artikel 130 een vergelijkbare bepaling voor de houder van een visvergunning opgenomen. Ook voor deze geldt een verbod om in voornoemde situatie een kapitein aan wie het cruciale aantal punten is toegekend, als kapitein op zijn schip te laten varen. Overtreding van dit verbod kan er op grond van artikel 96, derde lid, van de uitvoeringsregeling toe leiden dat de visvergunning van de betrokken houder wordt geschorst. Om buiten twijfel te stellen wie er voor de werking van het puntenstelsel als kapitein wordt aangemerkt, is in het achtste lid van artikel 130 door middel van een verwijzing naar artikel 1, onderdeel h, van de Zeevaartbemanningswet, opgenomen dat dit de gezagvoerder van het vissersvaartuig betreft, die op grond van artikel 26 van die wet de titel schipper heeft.

Onderdeel X

Op grond van artikel 142 van de uitvoeringsregeling is van het Productschap Vis medebewind gevorderd voor het valideren van vangstcertificaten van vangsten garnalen en platvis die worden uitgevoerd naar derde landen. Zoals is toegelicht bij de Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 februari 2010, nr. 104624, houdende wijziging van diverse regelingen op gebied van zeevisserij (Stcrt. 2010, 3036) was het daarbij aanvankelijk de gedachte dat de buitendienst medewerkers van dat productschap daartoe – vanwege de met de controles op de handelsnormen in het kader van de gemeenschappelijke marktordening opgebouwde kennis en ervaring – bij uitstek geschikt waren. In de praktijk is evenwel gebleken dat het vrijwel niet voorkomt dat platvis wordt geëxporteerd naar een derde land dat een vangstcertificaat eist, of dat het voor verwerking naar een derde land gaat, om daarna weer opnieuw op de EU markt te komen. De praktijk van het valideren van vangstcertificaten laat bovendien zien dat deze taak voor platvis beter bij de NVWA kan liggen, omdat deze over de vangstgegevens beschikt, op basis waarvan de legitimiteit van de vangsten gevalideerd kan worden. Alleen voor het valideren van de vangstcertificaten voor de garnalen is het Productschap Vis beter uitgerust. Door middel van de in dit onderdeel opgenomen wijziging wordt de tekst van de regeling op dit punt in overeenstemming met de praktijk gebracht.

Onderdeel Y

In bijlage 4 bij de uitvoeringsregeling zijn de vissoorten opgenomen waarvoor in de, eveneens in bijlage 4, genoemde gebieden een vangstverbod geldt. Dit betreft voor die bestanden waarbij dat met een asterisk is aangegeven een totaal vangstverbod, hetgeen wil zeggen dat dit verbod geldt voor alle vissersvaartuigen, Nederlands of niet-Nederlands. Voor de niet met een asterisk gemarkeerde bestanden gaat het om de bestanden in het desbetreffende gebied waarvoor in de verordeningen vangstmogelijkheden aan Nederland geen vangstmogelijkheden zijn toegekend, de zogenoemde nul-quota. Deze verboden gelden uitsluitend voor Nederlandse vissersvaartuigen.

De aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden zijn opgenomen in de gewijzigde bijlagen 5 en 6 van de uitvoeringsregeling. In de gewijzigde bijlagen 8 en 9 wordt nationaal uitvoering gegeven aan de verordeningen vangstmogelijkheden. Dit in verband met de omstandigheid dat de aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden voor een aantal bestanden zijn verdeeld in individuele contingenten.

In bijlage 7 van de uitvoeringsregeling is de maximale visserij-inspanning voor de verschillende vistuigcategorieën opgenomen in het kader van verordening nr. 1342/2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden. Dit zogenoemde plafond voor het te benutten aantal zeedagen geldt voor de beheersperiode die loopt van 1 februari 2011 tot 1 februari 2012 en is gebaseerd op de verordening vangstmogelijkheden voor het jaar 2011. Op 24 september 2011 was voor de vistuigcategorie TR1 B het in bijlage 7 vermelde plafond bereikt, zodat vanaf die datum op grond van artikel 16, eerste lid, van de uitvoeringsregeling voor vissersvaartuigen een verbod gold met vistuig van de desbetreffende vistuigcategorie in het betrokken gebied te vissen of om dergelijk vistuig aan boord te houden. Omdat de voor de vistuigcategorieën TR2, BT1, BT2 en GN resterende visserij-inspanning nog voldoende ruimte bood, is besloten een deel van die visserij-inspanning overeenkomstig artikel 17, eerste lid, van verordening nr. 1342/2008 over te hevelen naar TR1 B. Deze overheveling heeft zijn beslag gekregen in de door middel van dit onderdeel ingevoerde nieuwe bijlage. Dit betekent dat specifieke kabeljauwvissers die met vistuig van de categorie TR1 B vissen vanaf 1 januari 2012 hun visserijactiviteiten kunnen hervatten tot 1 februari 2012 of zo veel eerder indien het nieuwe plafond voor die datum wordt bereikt. Met ingang van 1 februari 2012 zal bijlage 7 bij separate wijzigingsregeling opnieuw worden aangepast aan de in bijlage IIA van de (nieuwe) verordeningen vangstmogelijkheden opgenomen visserij-inspanning voor de beheersperiode 1 februari 2012 tot 1 februari 2013.

Artikel II

Deze regeling treedt op 1 januari 2012 in werking. De vaststelling van de hieraan ten grondslag liggende EU-regelgeving in de Europese Raad van 16 december 2011 brengt met zich dat niet voldaan kan worden aan een van de uitgangspunten van het systeem van Vaste Verandermomenten dat regelgeving minimaal twee maanden voorafgaande aan de inwerkingtreding wordt gepubliceerd. Overigens zien de in deze regeling voor de uitvoering van de controleverordening opgenomen bepalingen op de voorschriften van de controleverordening en de uitvoeringscontroleverordening die op grond van artikel 124, onderdelen b en c, van de controleverordening, in samenhang met artikel 167 van de uitvoeringsverordening controleverordening, op 7 mei 2011 – en voor zover het het puntenstelsel voor ernstige inbreuken betreft op 1 juli 2011 – inwerking zijn getreden en met ingang van 1 januari 2012 van toepassing zijn. De desbetreffende verordeningen zijn op 22 december 2009 en op 30 april 2011 gepubliceerd in het publicatieblad van de Europese Unie en waren derhalve tijdig kenbaar voor betrokkenen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

overeenkomstig het door de staatssecretaris genomen besluit:

de directeur-generaal,

J.P. Hoogeveen.


X Noot
1

Verordening (EU) nr. 53/2010 van de Raad van de Europese Unie van 14 januari 2010 tot vaststelling, voor 2010, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de EU en, voor vaartuigen van de EU, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1359/2008, Verordening (EG) nr. 754/2009, Verordening (EG) nr. 1226/2009 en Verordening (EG) nr. 1287/2009 (PbEU L 21).

X Noot
2

Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PbEU L 343).

X Noot
3

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PbEU L 112).

X Noot
4

Verordening (EG) nr. 356/2005 van de Commissie van 1 maart 2005 houdende uitvoeringsbepalingen voor het merken en identificeren van passief vistuig en boomkorren.

X Noot
5

Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van 20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen (PbEG L 132).

X Noot
6

Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PbEG L 31).

Naar boven