Beleidsregels subsidiëring UWV 2011

19 juli 2011

Het Uitvoeringsinsituut werknemersverzekeringen,

Gelet op artikel 32b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

Besluit:

Artikel 1 Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. Wet SUWI:

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

b. UWV:

het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet SUWI;

c. Subsidie:

een subsidie ten behoeve van onderzoek als bedoeld in artikel 32b Wet SUWI;

d. Aanvrager:

een instelling of organisatie als bedoeld in artikel 32b Wet SUWI;

Artikel 2 Subsidiethema’s

  • 1. UWV stelt subsidiethema’s vast die het inhoudelijke kader vormen voor de subsidieaanvragen.

  • 2. UWV kan subsidie verstrekken voor een vervolgonderzoek naar aanleiding van afgesloten subsidieonderzoek.

  • 3. Een subsidie bedraagt maximaal € 200.000.

  • 4. UWV maakt een keuze uit de ingezonden subsidieaanvragen op basis van de in artikel 3 genoemde toetsingscriteria en het subsidieplafond.

  • 5. De subsidiethema’s alsmede het daarbij behorende subsidieplafond worden in de Staatscourant gepubliceerd en via www.uwv.nl/marktplaats.

Artikel 3 Criteria subsidieaanvraag

UWV hanteert bij de beoordeling van een subsidieaanvraag de volgende criteria:

  • a. het project is maatschappelijk relevant;

  • b. het project valt binnen de door UWV vastgestelde thema’s;

  • c. het project leidt direct of indirect tot een afname van het beroep op de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen;

  • d. het project is voor meerdere partijen binnen het maatschappelijk krachtenveld van de sociale zekerheid van belang.

  • e. het project is innovatief en de aanvrager heeft voldoende kwaliteit;

  • f. de aanvrager is een organisatie als bedoeld in artikel 32b Wet SUWI;

  • g. er is sprake van een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit;

  • h. de kosten van een project bedragen maximaal € 200.000;

  • i. er is voor het project geen beroep mogelijk op reguliere middelen;

  • j. het project duurt maximaal 2 jaar tenzij aangetoond wordt dat een langere duur noodzakelijk is;

  • k. het project is nog niet begonnen;

Artikel 4 Inschrijving UWV Marktplaats, vooraanmelding en aanvraag subsidie

  • 1. Om in aanmerking te komen voor een subsidie op basis van een subsidiethema dient een aanvrager op het moment dat het subsidiethema in de Staatscourant wordt gepubliceerd ingeschreven te zijn bij UWV Marktplaats op het juiste segment.

  • 2. Door middel van het indienen van een vooraanmelding wordt de subsidieaanvraag gestart.

  • 3. Een vooraanmelding op basis van een subsidiethema wordt ingediend uiterlijk op de datum, genoemd in het subsidiethema

  • 4. De vooraanmelding wordt onderbouwd met een projectplan.

  • 5. In het projectplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten en het hiervoor benodigde totaalbudget beschreven waarbij wordt aangegeven welke doelstelling, resultaten en producten de aanvrager met de activiteiten nastreeft en op welke wijze zij zullen worden uitgevoerd. UWV kan nadere eisen stellen ten aanzien van de inhoud van het projectplan. Deze eisen zullen tegelijkertijd met de publicatie van de subsidiethema’s bekend worden gemaakt.

  • 6. Een definitieve subsidieaanvraag wordt onderbouwd met een projectplan en een begroting.

  • 7. De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van het project en is voorzien van een postgewijze toelichting.

Artikel 5 Beslistermijn

  • 1. UWV beslist op een aanvraag om subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de definitieve subsidieaanvraag.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde termijn bedraagt 22 weken indien over de aanvraag advies wordt ingewonnen dan wel een nader onderzoek is ingesteld.

Artikel 6 Verlening van subsidie

  • 1. Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft UWV aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaatsvindt.

  • 2. UWV is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden.

Artikel 7 Betaling en bevoorschotting

  • 1. Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de betaling van de subsidie in één bedrag plaats.

  • 2. Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100% bevoorschot.

  • 3. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, worden in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

Artikel 8 Tussentijdse rapportage

Bij subsidies, hoger dan € 25.000, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het UWV de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussenrapportage wordt niet vaker dan één maal per jaar gevraagd.

Artikel 9 Meldingsplicht

De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het UWV, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

Artikel 10 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. De subsidie-ontvanger wendt de subsidie uitsluitend aan de realisering van het project.

  • 2. Indien het door UWV wenselijk wordt geacht dat er een begeleidingscommissie wordt ingesteld, stelt de subsidie-ontvanger deze voor aanvang van het project in overleg met UWV samen uit deskundigen en vertegenwoordigers van uit het veld. Een vertegenwoordiger van UWV zal de vergaderingen van deze begeleidingscommissie bijwonen.

  • 3. De subsidieontvanger overlegt regelmatig met de aangewezen vertegenwoordiger van het UWV over de voortgang van het project.

  • 4. De subsidie-ontvanger brengt bij de afronding van het project aan UWV een eindrapportage uit, die zodanig is opgesteld dat deze ook bruikbaar is voor en ter beschikking gesteld kan worden aan derden en waarin de concrete resultaten uit het project zijn neergelegd.

  • 5. Na afronding van het project worden de in het kader van het project verzamelde gegevens op verzoek aan derden verstrekt, tenzij de Wet bescherming persoonsgegevens aan verstrekking in de weg staat. In dat geval wordt bekeken of de gegevens in geanonimiseerde vorm verstrekt kunnen worden.

  • 6. In geval een begeleidingscommissie is ingesteld gaat de eindrapportage vergezeld van een advies van de begeleidingscommissie inzake de projectresultaten, waarin tevens aandacht wordt besteed aan de vraag of de uitvoering volgens de beschrijving van het project en binnen de gestelde voorwaarden heeft plaats gevonden.

  • 7. Verlenging van de projectduur kan slechts plaatsvinden in overleg met UWV.

  • 8. De subsidie-ontvanger behandelt gedurende het project de informatie die hem bekend wordt als vertrouwelijk en stelt deze niet aan derden ter beschikking.

  • 9. De subsidie-ontvanger en UWV kunnen het project bij gemotiveerde twijfel aan een zinvolle voortzetting daarvan, gehoord de begeleidingscommissie, in onderling overleg beëindigen.

  • 10. De subsidie-ontvanger behandelt gedurende het project de informatie die haar bekend wordt, als vertrouwelijk en stelt deze niet aan derden ter beschikking.

Artikel 11 Subsidies tot € 25.000

  • 1. Subsidies tot € 25.000 worden door UWV:

    • a. direct vastgesteld of;

    • b. ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de activiteiten moeten zijn verricht.

  • 2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, zal het UWV de aanvrager verplichten om op door hem aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 12 Subsidies vanaf € 25.000 tot € 125.000

  • 1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 25.000, maar minder dan € 125.000, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het einde van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het UWV.

  • 2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.

  • 3. Het UWV kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.

Artikel 13 Subsidies vanaf € 125.000

  • 1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 125.000, dient de subsidieontvanger uiterlijk binnen 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het UWV.

  • 2. De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

    • b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten;

    • c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;

    • d. een accountantsverklaring.

  • 3. Het UWV kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.

Artikel 14 Vaststelling subsidie

  • 1. Het UWV stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

  • 2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, bericht het UWV de subsidieaanvrager daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 3. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig is ingediend, gaat het UWV zes weken na een eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 15 Intrekking

De Beleidsregels subsidiëring onderzoeksinstellingen/organisaties 2006 worden ingetrokken.

Artikel 16 Overgangsbepaling

Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor datum inwerkingtreding van dit besluit worden afgedaan volgens de bepalingen van de Beleidsregels onderzoeksinstellingen/organisaties 2006.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 18 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels subsidiëring UWV 2011.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Amsterdam, 19 juli 2011

D.M.F. Jongen,

Waarnemend voorzitter Raad van Bestuur.

TOELICHTING

Algemeen

Op grond van artikel 32b Wet uitvoeringsstructuur werk en inkomen kan UWV in het belang van arbeidsintegratie van personen met een structurele functionele beperking subsidie verstrekken aan instellingen en organisaties met het oog op onderzoek naar en het bevorderen van maatregelen, die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid. Met het oog hierop had UWV de Beleidsregels subsidiëring onderzoeksinstellingen/organisaties 2006 vastgesteld (Staatscourant 2006, nr. 41).

Op grond van lid 2 van artikel 32b heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de bevoegdheid nadere regels te stellen voor de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde subsidieverstrekking.

Van deze bevoegdheid heeft de minister bij Regeling d.d. 1 maart 2011 (Staatscourant d.d. 8 maart 2011, nr. 4007) gebruik gemaakt. UWV dient bij de subsidieverstrekking op grond van artikel 32b de Aanwijzingen voor subsidieverstrekking (Aanwijzingen), zoals die met ingang van 1 januari 2010 zijn ingevoerd, in acht te nemen.

Met de Aanwijzingen wordt een nieuw subsidiekader geïntroduceerd. Het nieuwe subsidiekader is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • 1. proportionaliteit;

  • 2. sturing op prestaties en hoofdlijnen;

  • 3. uniformering en vereenvoudiging;

  • 4. verantwoord vertrouwen en risicoacceptatie.

Proportionaliteit

In de huidige situatie geldt voor alle subsidies ongeacht hun omvang en risico nagenoeg dezelfde zware regels voor de uitvoering en verantwoording. Teneinde proportionaliteit tussen het subsidiebedrag en de daarmee gepaard gaande lasten aan te brengen, worden in het subsidiekader drie standaard arrangementen opgevoerd. De arrangementen onderscheiden zich van elkaar door de voorwaarden en verplichtingen die worden gesteld aan de uitvoering en verantwoording van de subsidie. Hoe lager het subsidiebedrag hoe minder verantwoordingseisen er worden gesteld en hoe eenvoudiger de uitvoering is. De arrangementen en grensbedragen zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Hoogte subsidiebedrag

Arrangement

Tot € 25.000

Direct vaststellen of desgevraagd verantwoording over de prestatie

€ 25.000 tot € 125.000

Verantwoording over de prestatie

Vanaf € 125.000

Verantwoording over kosten en prestaties

Sturing op prestaties en hoofdlijnen

Op dit moment is de verantwoording van de meeste subsidies gericht op een verantwoording over de kosten. Dat gaat vaak gepaard met complexe administratieve verplichtingen met als gevolg hoge administratieve en uitvoeringslasten. Te denken valt hierbij onder meer aan gedetailleerde kostenverantwoordingen en verplichtingen met betrekking tot het bijhouden van een urenregistratie.

Het subsidiekader gaat, vooral voor kleinere subsidies, uit van prestatiesubsidiëring in plaats van subsidiëring op basis van de werkelijke kosten. Prestatiesubsidiëring houdt in dat er een vast bedrag wordt verstrekt ten behoeve van een vooraf overeengekomen activiteit en/of prestatie.

Uniformering en vereenvoudiging

Het nieuwe subsidiekader geeft uniforme en vereenvoudigde regels voor aanvraag, uitvoering en verantwoording.

Verantwoord vertrouwen en risicoacceptatie

Het vierde uitgangspunt is het werken vanuit vertrouwen in plaats van wantrouwen. Dit krijgt vorm door niet meer alle subsidieontvangers in alle gevallen te belasten met verantwoordingen, rapportages en controles. Aan de andere kant betekent dit ook meer eigen verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger. Zo zal deze direct an UWV moeten melden als de gesubsidieerde activiteiten niet worden verricht of de verplichtingen niet worden nagekomen.

UWV zal steekproefsgewijs controleren en zo nodig overgaan tot terugvordering.

Subsidieaanvragen

UWV publiceert regelmatig subsidiethema’s die het inhoudelijk kader vormen voor subsidieaanvragen. Subsidiethema’s en daaruitvolgende subsidieprojecten hebben betrekking op een actueel thema in het belang van de arbeidsintegratie van personen met een structurele functionele beperking, en hebben als doel om maatregelen te bevorderen, die leiden tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.

De kennis die wordt opgedaan in een subsidieproject moet overdraagbaar zijn aan maatschappelijke organisaties op het terrein van de sociale zekerheid. Een van die organisaties is UWV. De wet staat niet toe dat op basis van subsidie kennis wordt ontwikkeld die alleen aan UWV en niet aan andere organisaties kan worden overgedragen.

Artikelsgewijs

Artikel 4

Voor het aanvragen van subsidie bij UWV is het verplicht om tijdig geregistreerd te zijn bij Marktplaats UWV, segment onderzoek. Registratie is mogelijk via http://www.uwv.nl/marktplaats/index.aspx .

Het aanvragen van subsidie gaat volgens een vooraanmeldingsprocedure. Allereerst wordt op basis van het subsidiethema een vooraanmelding ingediend. In geval de vooraanmelding positief wordt beoordeeld, vindt een uitnodiging plaats voor een definitieve subsidieaanvraag. Als UWV akkoord is met de definitieve aanvraag wordt subsidie toegekend, mits het subsidiebudget niet wordt overschreden en mits niet aan een vergelijkbare aanvraag subsidie wordt toegewezen.

Echter, als het subsidiebudget dreigt te worden overschreden vanwege meerdere positief beoordeelde vooraanmeldingen vindt beargumenteerd ranking plaats. Alleen voor de vooraanmeldingen die het meest voldoen aan de criteria, wordt geadviseerd tot een definitieve subsidieaanvraag. De overige vooraanmeldingen zullen een negatief advies krijgen.

In geval positief beoordeelde vooraanmeldingen elkaar inhoudelijk overlappen, wordt beargumenteerd gekozen voor de vooraanmelding die het meest voldoet aan de beoordelingscriteria. De overige overlappende vooraanmeldingen zullen een negatief advies krijgen.

Artikel 5

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan geen strikte termijnen waarbinnen een beslissing op een aanvraag voor subsidie moet worden genomen. In navolging van de Aanwijzingen is in dit artikel een termijn van 13 weken opgenomen welke in het algemeen voldoende zal zijn om een beslissing te nemen. Voor die gevallen waarin advies moet worden ingewonnen of een nader onderzoek moet worden ingesteld, geldt een termijn van 22 weken.

Artikel 6

In het besluit tot subsidieverlening zal ingevolge het eerste lid worden aangegeven op welke wijze de verantwoording van de ontvangen subsidies dient plaats te vinden. Ingevolge het tweede lid kan UWV de ontvanger andere dan de op grond van de Beleidsregelss reeds geldende verplichtingen opleggen.

Bij subsidies lager dan € 5.000 zullen doorgaans geen verplichtingen noodzakelijk zijn. Als UWV van oordeel is dat redelijkerwijs nadere verplichtingen dienen te worden gesteld, zal dit veelal op de subsidieontvanger en de door hem te ondernemen activiteiten toegesneden verplichtingen zijn. Voor een overzicht van de mogelijk op te leggen verplichtingen wordt verwezen naar artikel 4:37 Awb.

Artikel 7

Voorschotten worden automatisch verstrekt volgens het in de verleningsbeschikking opgenomen bevoorschottingsritme. De subsidieaanvrager hoeft geen aanvraag voor bevoorschotting in te dienen of tussentijdse overzichten van prestaties of uitgaven te overleggen.

De subsidieontvanger is volgens artikel 9 verplicht te melden indien er omstandigheden zijn die van invloed zijn op de hoogte van de verleende subsidie. UWV kan vervolgens, indien nodig, door een wijziging van de verleningsbeschikking het bevoorschottingsritme en de hoogte van de voorschotten aanpassen.

Artikel 8

Aan een subsidie lager dan € 25.000 kan niet de verplichting worden opgelegd tot het overleggen van een tussentijdse verantwoordingsrapportage. Bij meerjarige subsidies, hoger dan € 25.000 is dat wel mogelijk zij het dat maximaal éën keer per jaar om zo’n rapportage kan worden gevraagd.

Artikel 9

De subsidieontvanger is verplicht tijdig (zonder nodeloos tijdsverloop) te melden bij UWV als het aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteit niet, niet tijdig, niet geheel of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen zal worden verricht. In dat geval zal de subsidie lager of op nihil worden vastgesteld of zullen nadere afspraken worden gemaakt over het aanpassen van de verplichtingen, bijvoorbeeld het geven van meer tijd voor de uitvoering van de activiteiten. Bij het niet voldoen aan deze meldingsplicht kan, indien dat achteraf mocht blijken, met toepassing van artikel 4:49 Awb alsnog de subsidievaststelling worden ingetrokken, omdat de ontvanger wist en behoorde te weten dat de vaststelling onjuist was. Terugvordering van de subsidie, inclusief wettelijke rente van het hele subsidiebedrag, kan in zo'n geval proportioneel worden geacht, omdat de ontvanger dan misbruik maakte van het gegeven vertrouwen, dat ten grondslag ligt aan de onderhavige beleidsregels.

Artikel 10

In artikel 10 zijn de overige verplichtingen van de ontvanger van de subsidie opgenomen.

Artikel 11

Kenmerkend voor subsidies tot € 25.000 is dat een vast bedrag wordt verstrekt en dat de subsidieontvanger niet standaard verantwoording hoeft af te leggen aan de subsidieverstrekker. De subsidieontvanger hoeft geen aanvraag voor de subsidievaststelling in te dienen.

In het geval van directe vaststelling worden de bewijsstukken van de prestatie direct met de aanvraag meegestuurd. Ook indien de activiteiten nog niet hebben plaatsgevonden, kan overgegaan worden tot directe vaststelling. Dat zal afhankelijk zijn van een risicoafweging vooraf door het UWV omdat na de vaststelling geen verantwoording meer kan worden gevraagd. Wel is controle na de vaststelling mogelijk en kan in situaties als bedoeld in artikel 4:49 Awb tot terugvordering leiden.

In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste lid, onderdeel b) wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen 13 weken na de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld door het UWV.

Het systeem van ambtshalve vaststelling houdt in dat er juridisch gezien meer mogelijkheden zijn om op te treden indien geconstateerd wordt dat de activiteit niet (geheel) is gerealiseerd. De subsidie is immers niet bij verstrekking reeds vastgesteld. De subsidieontvanger dient; op een door het UWV in de beschikking aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 12

Ook het verstrekken van subsidies van € 25.000 tot € 125.000 vindt plaats in de vorm van een vast bedrag. Daarbij moet de subsidieontvanger standaard aantonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn uitgevoerd. UWV zal vooraf aangeven op welke manieren het aantonen kan plaatsvinden. Er wordt geen bijkomende financiële verantwoording gevraagd en ook geen verklaring van de accountant. Waneer niet kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten voldonde zijn uitgevoerd of dat voldoende aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan, zal de subsidie op een lager bedrag of op nihil worden vastgesteld.

Artikel 13

Bij subsidies van € 125.000 of meer vindt de vaststelling van de subsidie plaats op basis van de uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten. Te dien einde dienen de in het tweede lid genoemde stukken te worden overlegd tenzij UWV op grond van het derde lid aangeeft dat volstaan kan worden met minder stukken. Overigens heeft UWV de bevoegdheid om op grond van het derde lid meer of andere stukken te vragen.

Artikel 14

In dit artikel is geregeld binnen welke termijn het UWV besluit ter zake van de vaststelling van de subsidie.

D.M.F. Jongen,

Waarnemend voorzitter Raad van Bestuur.

Naar boven