Regeling tot wijziging van de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen in verband met de tweejaarlijkse revisie van internationale voorschriften en ter implementatie van de richtlijn nr. 2010/61/EU

10 december 2010

Nr. VenW/BSK-2010/154172

Hoofddirectie Juridische Zaken

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op richtlijn nr. 2010/61/EU van de Europese Commissie van 2 september 2010 tot eerste aanpassing van de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang (PbEU L 233), artikel 10a van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘Minister van Verkeer en Waterstaat’ vervangen door: Minister van Infrastructuur en Milieu;

2. In onderdeel b, sub 4, wordt ‘Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer’ vervangen door: Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

B

In artikel 5, eerste lid, wordt ‘de Commissie van de Europese Gemeenschappen’ vervangen door: de Europese Commissie.

C

Bijlage 1 wordt gewijzigd overeenkomstig de wijzigingen opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

D

In bijlage 2 wordt na artikel 3 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.1.3.3 en 1.10.2.4 bewaartermijn opleidingsdossiers

De werkgever bewaart de dossiers, bedoeld in randnummers 1.3.3 en 1.10.2.4 van bijlage 1 gedurende de arbeidsrelatie met de werknemer, die de opleiding heeft genoten.

E

Bijlage 3 wordt vervangen door bijlage 2 bij deze regeling.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 1, die ter inzage wordt gelegd bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

De Minister van Infastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen.

BIJLAGE 2 ALS BEDOELD IN ARTIKEL I, ONDERDEEL E

Bijlage 3 als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen

Erkende instanties

Artikel 1. Erkende instanties
  • 1. In de onderstaande tabel zijn de erkende instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van bijlage 1 voor zover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van bijlage 1 voor zover deze betrekking hebben op drukhouders en tanks als bedoeld in de Regeling vervoerbare drukapparatuur voorbehouden aan de op grond van die regeling aangewezen instanties.

Tabel 1

Randnummer

Instanties

1.1.3.1 d)

brandweer of politie

1.3.3, eerste volzin

IVW

1.4.2.2.4, 1.8.1.1, 1.8.1.2. 1.8.1.3, 1.8.1.4, 1.8.2.2, 1.8.2.3, 1.8.3.5, 1.8.5.1

IVW

1.8.3.7, 1.8.3.8, 1.8.3.10, 1.8.3.14, 1.8.3.16

CBR

1.9.4

DGMo

1.10.2.4, eerste volzin

IVW

1.10.3.2.2, Opmerking

politie

2.2.1.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria

TNO DV

2.2.1.1.3

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.1.1.7.2

IVW

2.2.1.3, Opmerking bij UN-nummer 0190

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

2.2.41.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria, 2.2.41.1.13

2.2.51.1, voor zover het betreft de autoriteit, genoemd in het Handboek beproevingen en criteria, 2.2.52.1.8

TNO DV

2.2.62.1.9, Opmerking, 2.2.62.1.12

EL&I of VWS

3.1.2.6

LRN

3.3.1, bijzondere bepalingen 16 en 178

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

3.3.1, bijzondere bepalingen 181, 237, 266, 271, 272 en 278

TNO DV

3.3.1, bijzondere bepaling 239

IVW

3.3.1, bijzondere bepaling 283

LRN

3.3.1, bijzondere bepalingen 288, 309, 311

TNO DV

3.3.1, bijzondere bepaling 637

Minister

3.3.1, bijzondere bepaling 645

IVW

4.1.1.15

TNO C in overeenstemming met DGMo

4.1.3.6

LRN

4.1.4.1, P099, P101

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.4.1, P200, P201

LRN

4.1.4.1, P405 (2) b)

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.4.1, P601 (3) g)

TNO C

4.1.4.1, P620, P650

EL&I of VWS

4.1.4.1, P902, 4.1.4.1, P905

LRN

4.1.4.2 IBC99, 4.1.4.2 IBC520, 4.1.4.3 LP99

TNO DV

4.1.4.3 LP902

LRN

4.1.5.15, 4.1.5.18

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.1.7.2.2

TNO DV

4.1.8.7

EL&I of VWS

4.1.10.4, MP21

TNO DV of Defensie, laatstgenoemde voor zover het betreft uitsluitend voor de krijgsmacht bestemde munitie

4.2.1.7, 4.2.1.9.1

LRR/LRN/klassenbureau

4.2.1.13.1, 4.2.1.13.3

LRR in overeenstemming met TNO DV

4.2.3.7.1, 4.2.5.1.1

LRR/LRN

4.2.5.3 TP4, TP9, TP10, TP16, TP24

LRR/LRN/klassenbureau

4.3.2.1.5, voetnoot 2

LRR/LRN

4.3.2.1.7

LRR/LRN/klassenbureau

4.3.3.2.5

LRR/LRN

4.3.5, TU39

LRR in overeenstemming met TNO DV

5.2.2.1.9

TNO DV

6.1.1.2, 6.1.1.4

TNO C in overeenstemming met DGMo

6.1.3.1, 6.1.3.8

TNO C

6.1.4.8.8, 6.1.4.13.7

TNO C in overeenstemming met DGMo

6.1.5.1.1, 6.1.5.1.3, 6.1.5.1.5, 6.1.5.1.10, 6.1.5.2.5, 6.1.5.8.2

TNO C

6.2.1.4.1, 6.2.1.4.2, 6.2.1.5.1 g), 6.2.1.6.1, 6.2.1.7.2, 6.2.2.1.1, Opmerking 2, 6.2.2.5.2, 6.2.2.5.3, 6.2.2.5.4, 6.2.2.5.5, 6.2.2.6.2, 6.2.2.6.3, 6.2.2.6.4, 6.2.2.7.2 d), 6.2.2.7.4, 6.2.2.7.7, 6.2.2.7.8, 6.2.2.9.2, 6.2.2.9.4, 6.2.2.10, 6.2.3.4.2, 6.2.3.5, 6.2.3.6.1, 6.2.5.4.2, 6.2.6.3.2.2, 6.2.6.3.3

LRN

6.3.2.1, 6.3.2.2

TNO C in overeenstemming met DGMo

6.3.4.2, 6.3.4.3, 6.3.5.1.1, 6.3.5.1.3, 6.3.5.1.5, 6.3.5.1.7, 6.3.5.1.8, 6.3.5.5.2

TNO C

6.5.1.1.2

TNO C in overeenstemming met DGMo

6.5.1.1.3

TNO C

6.5.4.1

TNO C in overeenstemming met DGMo

6.5.2.1.1, 6.5.2.2.5, 6.5.4.4.1, 6.5.6.1.1, 6.5.6.2.1, 6.5.6.2.3, 6.5.6.3.4, 6.5.6.14.2.

TNO C

6.6.1.2, 6.6.1.3

TNO C in overeenstemming met DGMo

6.6.3.1, 6.6.5.1.1, 6.6.5.1.3, 6.6.5.1.5, 6.6.5.1.7, 6.6.5.1.8, 6.6.5.4.3

TNO C

6.7.1.2

LRR/LRN

6.7.2.2.1, 6.7.2.2.10, 6.7.2.2.14

LRR/LRN/klassenbureau

6.7.2.3.1, 6.7.2.3.3.1

LRR/LRN

6.7.2.4.3, 6.7.2.6.2, 6.7.2.6.3, 6.7.2.6.4, 6.7.2.7.1, 6.7.2.8.3, 6.7.2.10.1, 6.7.2.12.2.4, 6.7.2.18.1, 6.7.2.19.5, 6.7.2.19.9, 6.7.2.19.10

LRR/LRN/klassenbureau

6.7.3.2.1, 6.7.3.2.11, 6.7.3.3.3.1, 6.7.3.7.3, 6.7.3.8.1.2, 6.7.3.14.1, 6.7.3.15.3, 6.7.3.15.5, 6.7.3.15.9, 6.7.3.15.10, 6.7.4.2.1, 6.7.4.2.8.1, 6.7.4.2.8.2, 6.7.4.2.14, 6.7.4.3.3.1, 6.7.4.5.10

6.7.4.6.4, 6.7.4.7.4, 6.7.4.13.1, 6.7.4.14.3, 6.7.4.14.6 b)

LRR/LRN

6.7.4.14.10, 6.7.4.14.11

LRR/LRN/klassenbureau

6.7.5.2.9, 6.7.5.4.1, 6.7.5.4.3, 6.7.5.11.1

LRR/LRN

6.7.5.12.3, 6.7.5.12.7

LRR/LRN/klassenbureau

6.8.2.1.4, 6.8.2.1.16, 6.8.2.1.19

LRR/LRN/klassenbureau

6.8.2.1.20

LRR/LRN

6.8.2.1.23, 6.8.2.2.2

LRR/LRN/klassenbureau

6.8.2.2.10

LRR

6.8.2.3.1, 6.8.2.3.3, 6.8.2.4.1 voetnoot 9, 6.8.2.4.2 voetnoot 9, 6.8.2.4.5

LRR/LRN/klassenbureau

6.8.2.4.6

LRR, voor zover het betreft de deskundige in de zin van 6.8.2.4.5

6.8.2.7

LRR/LRN/klassenbureau

6.8.3.2.16, 6.8.3.2.26, 6.8.3.4.4

LRR/LRN

6.8.3.4.6 b)

LRR/LRN/klassenbureau

6.8.3.4.12, 6.8.3.4.16, 6.8.3.7

LRR/LRN

6.8.4 TA4, TT2, TT7, TT9

LRR

6.8.4 TA2

LRR in overeenstemming met TNO DV

6.8.5.2.2

LRR/LRN

6.9.1.1, 6.9.2.1, 6.9.2.5, 6.9.2.13, 6.9.2.14.4, 6.9.2.14.5, 6.9.4.2.4, 6.9.4.4.1, 6.9.5.3

LRR

6.11.2.4, 6.11.4.4 (Code BK1)

LRR

7.3.2.6.2

IVW

7.3.3, VW12, VW13

LRR

7.5.2.2 voetnoot a)

LRR

7.7 d)

brandweer of politie

Artikel 2

In de tabel in artikel 1 wordt verstaan onder:

brandweer:

brandweerdiensten, met uitzondering van de bedrijfsbrandweer als bedoeld in het Besluit bedrijfsbrandweren;

CBR:

Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen;

Defensie:

Minister van Defensie, namens deze de Militaire Commissie Gevaarlijke Stoffen;

DGMo:

Minister, namens deze de directeur-generaal Mobiliteit;

EL&I:

Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

IVW:

Minister, namens deze de Inspecteur-Generaal Verkeer en Waterstaat;

klassenbureau:

privaatrechtelijke organisatie die keuringen van tankcontainers of transporttanks uitvoert in opdracht van de fabrikant, de eigenaar of de gebruiker van tankcontainers of transporttanks en die is erkend overeenkomstig artikel 3 van deze bijlage;

LRN:

Lloyd’s Register Nederland B.V.;

LRR:

Lloyd’s Register Rail Europe B.V.;

LRR/LRN:
  • 1°. Lloyds’s Register Rail Europe B.V., of

  • 2°. inzake reservoirs voor gassen (RID-klasse 2): Lloyd’s Register Nederland B.V.;

LRR/LRN/klassenbureau:
  • 1°. Lloyd’s Register Rail Europe B.V.;

  • 2°. inzake reservoirs voor gassen (RID-klasse 2): Lloyd’s Register Nederland B.V., of

  • 3°. klassenbureau, voor zover het betreft tankcontainers of transporttanks voor gevaarlijke stoffen, met uitzondering van gassen van klasse 2 (behoudens de dichtheidsproef);

politie:

Korps landelijke politiediensten dan wel de regiopolitie in de desbetreffende regio;

TNO DV:

kerngebied Defensie en Veiligheid van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek;

TNO C:

TNO Certification B.V. van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek;

VWS:

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 3. Erkenningsvoorwaarden
  • 1. Een in artikel 1 erkende instantie, met uitzondering van bij de Staat der Nederlanden behorende organen, de politie en de brandweer, bedoeld in artikel 2:

    • a. heeft rechtspersoonlijkheid;

    • b. is redelijkerwijs onafhankelijk van de betrokken opdrachtgever;

    • c. beschikt over voldoende vakbekwaamheid voor de desbetreffende taak op ten minste MBO-niveau;

    • d. beschikt over een geschikt kwaliteitsborgingssysteem, en

    • e. voldoet aan andere door de Minister met het oog op het behoorlijk uitvoeren van de desbetreffende taak te stellen nadere voorschriften.

  • 2. De Minister kan een erkenning intrekken of schorsen, indien naar zijn oordeel niet wordt voldaan aan het eerste, derde of vierde lid.

  • 3. De erkende instantie, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de Minister binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar een overzicht van de in dat jaar verrichte keuringen, bevattende goedkeuringen, weigeringen tot goedkeuring, alsmede de redenen voor weigeringen tot goedkeuring.

  • 4. De erkende instantie, bedoeld in het eerste lid, verstrekt alle inlichtingen die namens de Minister verlangd worden door de Inspecteur-Generaal Verkeer en Waterstaat en die betrekking hebben op het eerste lid voor zover betreffende handelingen met betrekking tot wagens en tanks als bedoeld in bijlage 1.

TOELICHTING

Aanleiding

Deze regeling strekt tot wijziging van de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen (VSG) in verband met de implementatie van de tweejaarlijkse revisie van het Reglement betreffende het internationale spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen (RID). Dit RID maakt deel uit van het in pan-Europees verband opgesteld verdrag (COTIF: Convention concerning Internationale Carriage by Rail) waar Nederland partij bij is. Daarnaast is dit RID als bijlage opgenomen in de richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land. De voorliggende regeling strekt daarom eveneens tot implementatie van richtlijn nr. 2010/61/EU van de Europese Commissie van 2 september 2010 tot eerste aanpassing van de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang (PbEU L 233).

De technische voorschriften van het RID zijn in het Nederlands vertaald opgenomen in bijlage 1 bij de VSG. De revisie van het RID heeft daarom ook aanpassing van deze bijlage tot gevolg. Gezien de omvang van die bijlage is er voor gekozen deze niet in de Staatscourant te publiceren. In het slotformulier is, zoals gebruikelijk, bepaald dat bijlage 1 bij deze regeling wordt bekendgemaakt door terinzagelegging. Terinzagelegging vindt plaats in de bibliotheek van de Hoofddirectie Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Koningskade 4, 2500 EX Den Haag. Ook is de bijlage te raadplegen via de internetsite van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, www.ivw.nl.

Van deze gelegenheid is voorts gebruik gemaakt om de VSG, inclusief bijlagen, aan te passen aan het Koninklijk Besluit van 14 oktober 2010 (Stcrt. 2010, 16525) tot opheffing van de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Volkshuisvestiging, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het instellen van een Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Voorts zijn bij Koninklijk Besluit van eveneens 14 oktober 2010 (Stcrt. 2010, 16584) de ministeries van Economische Zaken en die van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit opgeheven en is een nieuw ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie ingesteld.

Wijzigingen in de technische voorschriften

De wijzigingen van het RID (bijlage 1 bij deze regeling) houden onder meer verband met de per december 2008 vastgestelde wijzigingen van de mondiale VN-Aanbevelingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen gericht op een multimodale harmonisatie van voorschriften. Zo zijn de voorschriften voor het Europese vervoer van verpakkingen met gelimiteerde hoeveelheden grotendeels in lijn gebracht met die van de mondiale VN-Aanbevelingen. Met name op het gebied van hoeveelheden die per binnenverpakking zijn toegelaten en de kenmerking van buitenverpakkingen. Ook moeten vervoermiddelen waarin grote hoeveelheden van dit soort kleine verpakkingen worden vervoerd, aanvullend worden gekenmerkt.

Voorts is het hoofdstuk ten aanzien van gegaste ladingen aangepast teneinde de risico’s voor het personeel, dat belast is met ontgassing, te verlagen. En zijn de voorschriften voor het vervoer van vloeistoffen die zeer giftig zijn bij inademen aangescherpt, vanwege hun buitengewone giftigheidsgevaar in vergelijking tot andere giftige stoffen.

Daarnaast zijn de regels voor het gecombineerde rail/wegvervoer vereenvoudigd en zijn de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in hand- en reisbagage verduidelijkt. Ook is – in navolging van de verplichting voor de chauffeur in het wegvervoer – verplicht gesteld dat de machinist schriftelijke instructies (gevarenkaart) bij zich heeft met betrekking tot de handelwijze bij ongevallen of incidenten met gevaarlijke stoffen.

In de met deze regeling vervangen bijlage 3 bij de VSG zijn de instanties opgenomen die bevoegd worden geacht om de taken en bevoegdheden, zoals deze zijn opgenomen in de internationale voorschriften, uit te voeren respectievelijk uit te oefenen.

Administratieve lasten

De wijzigingen van bijlage 1 noch van het VSG anderszins brengen nieuwe informatieverplichtingen met zich. Nu de wijziging van de VSG bovenden rechtstreeks verband houdt met de wijzigingen van internationale voorschriften en de implementatie van richtlijn nr. 2010/61/EG is de ontwerpregeling niet voorgelegd aan het Adviescollege voor de toetsing van administratieve lasten.

Artikelsgewijs

Artikel I

A

Met het Koninklijk Besluit van 14 oktober 2010 (Stcrt. 2010, 16525) is het ministerie van Verkeer en Waterstaat opgeheven en het ministerie van Infrastructuur en Milieu ingesteld. Voorts zijn de taken en bevoegdheden t.a.v radioactieve stoffen die voorheen bij de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer lagen, thans belegd bij het Ministerie van Economiscshe Zaken, Landbouw en Innovatie. Deze begripsbepaling is dienovereenkomstig deze wijzigingen aangepast.

B

Deze wijziging houdt verband met de inwerkingtreding op 1 december 2009 van het Verdrag van Lissabon tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (PbEU C307).

C

Bijlage 1 bij de VSG wordt gewijzigd conform de wijzigingen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling en volgen de internationale wijzigingen. De omvang van de wijzigingen is dusdanig dat zij evenals voorheen ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

D

De randnummers 1.3.3. en 1.10.2.4, als opgenomen in bijlage 1 bij de VSG, bevatten reeds de verplichting voor de werkgever om informatie over de gevolge opleidingen en trainingen van zijn werknemers te bewaren. Aan de verplichting was geen termijn verbonden.

Door de wijziging van de randnummers dient de bevoegde autoriteit alsnog een termijn te bepalen gedurende welke de werkgever de opleidingsdossiers van zijn werknemers dient te bewaren. Met dit nieuwe artikel 4 in bijlage 2 bij de VSG wordt daar invulling aan gegeven. Aangezien ook voor deze wijziging reeds werd beoogd dat de dossiers zo lang mogelijk bewaard bleven, is er voor gekozen om de termijn gelijk te stellen met de gehele periode dat er tussen de werkgever en de werknemer die de opleidingen heeft genoten een arbeidsrelatie bestaat. Op die manier kan gedurende die gehele periode inzicht in het totale opleidingsdossier worden verkregen. Tegelijkertijd wordt op deze manier niet de werkgever belast om ook na het beëindigen van de werkrelatie het dossier te bewaren.

E

De wijzigingen in tabel 1 van bijlage 3 bij de VSG zijn conform de wijzigingen in het RID en brengen geen inhoudelijke wijzigingen in bevoegdheden met zich.

Wel brengt de wijziging van randnummer 1.1.3.1 d) als opgenomen in bijlage 1 bij de VSG een zodanige aanscherping met zich dat een nadere invulling van de aldaar genoemde bevoegdheid wenselijk is. In deze randnummers gaat het om de bevoegdheid om, in geval van calamiteiten of een ongeval, aanwijzingen te geven of het vervoer te dirigeren. In internationaal verband is afgesproken dat deze bevoegdheden enkel voor hulpverlenende overheidsdiensten zijn bedoeld. En niet voor privaatrechtelijke hulpverlenende instanties. Om dit ook voor de Nederlandse situatie te verduidelijken zijn in bijlage 3 bij de VSG de brandweer en de politie expliciet als bevoegde instantie in de zin van randnummer 1.1.3.1 d) aangemerkt. Dit sluit aan bij de bestaande praktijk.

Daarnaast is artikel 3 van bijlage 3 bij de VSG aangepast in verband met de op 1 april 2010 in werking getreden Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen (Stcrt. 2009, 19721). Ondernemingen als bedoeld in die Regeling worden geacht op grond van die Regeling een aanvraag in te dienen om erkend te worden. Zodra de aanvraag is ingewilligd of zodra de overgangsperiode in die Regeling is verstreken, vervalt de erkenning van deze ondernemingen op grond van bijlage 3 bij de VSG. Artikel 3 van bijlage 3 bij de VSG heeft betrekking op instanties die (nog) op grond van die bijlage zijn erkend, met uitzondering van de Rijksorganen, de politie en de brandweer.

Artikel II

Deze wijziging treedt op 1 januari 2011 in werking. Dit is conform het tijdstip waarop de wijzigingen van het RID van toepassing zijn ingevolge de vaststelling daarvan in COTIF-verband. In de wijzigingen van het RID, als opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, is voorts bepaald dat tot 1 juli 2011 nog de tot en met 31 december 2010 geldende voorschriften mogen worden toegepast, tenzij anders is vermeld.

Met betrekking tot het kabinetsbesluit tot instelling van Vaste Verandermomenten wordt het volgende opgemerkt. Ingevolge dat besluit dient een regeling minimaal twee maanden voor inwerkingtreding te worden gepubliceerd. Met deze regeling wordt evenwel voldaan aan de Nederlandse verdragverplichting om het RID uiterlijk 1 januari 2011 te implementeren. Implementatie van Europese of internationale regelgeving is één van de uitzonderingsgronden met betrekking tot het beleid ten aanzien van de vaste verandermomenten van regelgeving. Ten behoeve van tijdige implementatie van de internationale voorschriften is dan ook besloten af te wijken van deze minimale invoeringstermijn. Daarbij is in aanmerking genomen dat de branche nauw betrokken is bij het de wijzigingen van de internationale voorschriften en deze over het algemeen reeds bij de gebruiker van deze regeling bekend zijn.

De Minister van Infastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen.

Naar boven