De Nederlandse regering wenst bij monde van de Minister van Defensie, Nederlandse militairen die zijn omgekomen bij inzet
van de krijgsmacht van het Koninkrijk der Nederlanden te eren en te gedenken. Ook wil zij diep respect en medeleven tot uitdrukking
brengen aan de nabestaanden die de gevolgen van het verlies dagelijks ervaren.
In het verleden werd aan nabestaanden persoonlijk een nagedachtenisoorkonde uitgereikt. Deze oorkonden werden ondertekend
door de toenmalige Minister van Oorlog. Deze traditie is eind jaren veertig van de vorige eeuw in onbruik geraakt.
Het onderhavige besluit strekt er toe, om in aanvulling op de huidige eerbewijzen, de nagedachtenisoorkonde (in een moderne
vorm) in ere te herstellen en dezevergezeld te laten gaan van een tastbare herinnering in de vorm van een speciaal hiervoor
ontworpen sculptuur.
Hiermee wordthet voorbeeld van de Verenigde Naties gevolgd, die aan nabestaanden van tijdens VN-vredesmissies omgekomen militairen
een kristallen ‘traan’ – de ‘Dag Hammerskjöldmedal ‘ – uitreikt.
De oorkonde en het sculptuur worden toegekend aan de naaste relatie van de Nederlandse militair die tijdens of als direct
gevolg van een daadwerkelijke uitzending om het leven is gekomen. De toekenning zal plaatsvinden met terugwerkende kracht tot en met 27 december 1949 omdat sindsdien geen oorkonde meer is uitgereikt.
Omtrent de instelling van de oorkonde en het sculptuur heeft overleg plaatsgehad met de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken
II 2008/09, 30 139, nrs. 50 en 55, Handelingen II, nr. 30, blz. 2578).
Het Ministerie van Defensie zal de nabestaanden, indien bekend, actief benaderen. In verband met de terugwerkende kracht tot
27 december 1949, zal het misschien niet mogelijk zijn alle nabestaanden te traceren. Nabestaanden kunnen zich ook melden.
Het uitgangspunt is dat de beeldset wordt uitgereikt aan de nabestaande, die het dichtst bij de omgekomen militair heeft gestaan.
Doorgaans zal dit de echtgeno(o)t(e), geregistreerde partner of levensgezel van de overledene zijn. Het wordt echter aan de
nabestaanden overgelaten om onderling te beslissen wie de beeldset in ontvangst zal nemen.