nr. 50
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 oktober 2008
Tijdens het notaoverleg veteranen op 30 juni jl. (Kamerstuk 30 139,
nr. 48) heeft de staatssecretaris op vragen van de leden Knops (CDA), Voordewind
(CU) en Van der Staaij (SGP) geantwoord twee nieuwe initiatieven uit te werken.
Het betreft een tastbare herinnering voor de nabestaanden van tijdens missies
gesneuvelde militairen en een insigne voor het optreden onder gevechtsomstandigheden.
Met deze brief doen wij deze toezegging gestand.
Omgekomen militairen
De huidige ISAF-operatie in Afghanistan, waarbij tot op heden zeventien
militairen zijn omgekomen, heeft ertoe geleid dat de eer en herinnering die
Nederland betuigt aan haar gesneuvelde militairen en de nabestaanden opnieuw
zijn beschouwd.
Het decoratiestelsel voorziet er reeds in dat op missie gesneuvelde militairen
postuum de Herinneringsmedaille Vredesoperaties (HVO) wordt toegekend. Ook
een Dapperheidsonderscheiding en een Ereteken van Verdienste kunnen postuum
worden toegekend. Voorts wordt bij ISAF door de Navo postuum de NATO-medal
toegekend.
Verder bestaat het militair en maatschappelijk eerbetoon aan de omgekomen
militair uit een begrafenis met militaire eer op nationale erevelden en de
oprichting van oorlogsmonumenten. In Nederland bestaat sinds 1949 de mogelijkheid
om militairen te begraven of bij te zetten op het nationale militaire Ereveld
te Loenen. Tevens worden omgekomen militairen met naam en rang vermeld op
het Monument voor Vredesoperaties in Roermond.
In het verleden werd aan nabestaanden persoonlijk een nagedachtenisoorkonde
uitgereikt. Deze oorkonden werden ondertekend door de toenmalige Minister
van Oorlog. Deze traditie is eind jaren veertig van de vorige eeuw in onbruik
geraakt.
Wij hebben besloten om in aanvulling op de huidige eerbewijzen de nagedachtenisoorkonde
(in een moderne vorm) in ere te herstellen en vergezeld te laten gaan van
een tastbare herinnering in de vorm van een speciaal hiervoor ontworpen sculptuur.1 Wij volgen hiermee het voorbeeld van de Verenigde Naties,
die nabestaanden van op VN-vredesmissies gesneuvelde militairen een glazen
druppel – de «Dag Hammerskjöld-medal» – uitreiken.
De oorkonde en het sculptuur wordt toegekend aan de naaste relatie van
de Nederlandse militair die tijdens of als direct gevolg van een daadwerkelijke
uitzending om het leven is gekomen. Wij willen de toekenning laten plaatsvinden
met terugwerkende kracht sinds de militaire inzet in toenmalig Nederlands-Indië
(december 1949), omdat sindsdien geen oorkonde meer is uitgereikt. Het is
reeds gebruikelijk dat een condoleanceregister aan de nabestaanden wordt overhandigd.
Dit zal ook in de toekomst blijven gebeuren.
Het insigne voor optreden tijdens gevechtsomstandigheden
De Nederlandse defensieorganisatie kent een goed decoratiestelsel, waarbinnen
is voorzien dat uitgezonden personeel ten behoeve van vredesmissies de Herinneringsmedaille
Vredesoperaties (HVO) ontvangt. De HVO wordt toegekend aan al het personeel
dat tenminste 30 dagen aaneengesloten uitgezonden is geweest, ongeacht de
feitelijk te verrichten werkzaamheden en de omstandigheden waaronder deze
moeten worden uitgevoerd. Aangezien al het personeel nodig is om de missie
tot een goed einde te kunnen brengen, is het terecht dat aan al het personeel
de HVO wordt toegekend.
Tijdens recente missies is gebleken dat genoemde omstandigheden sterk
kunnen verschillen. Een deel van het uitgezonden personeel verricht het werk
vooral binnen de relatief veilige omgeving van het kamp of een internationale
staf, terwijl een ander deel van het personeel regelmatig voor optreden buiten
de poort verkeert, waarbij de omstandigheden soms aanzienlijk gevaarlijker
kunnen zijn. Er bestaat een behoefte aan extra aandacht voor het personeel
dat onder moeilijke en/of gevaarlijke omstandigheden zijn of haar taak naar
behoren blijft uitvoeren. Wij denken dan bijvoorbeeld aan personeel dat tijdens
patrouilles daadwerkelijk in gevechtscontact komt. Voor dit personeel is besloten
het insigne voor optreden onder gevechtsomstandigheden (verder: gevechtsinsigne)
in te stellen.
Het gevechtsinsigne is een individueel – in voorkomend geval postuum –
toe te kennen insigne dat door de Commandant der Strijdkrachten wordt toegekend.
Om in aanmerking te kunnen komen voor het gevechtsinsigne dient te zijn deelgenomen
aan een militaire operatie waarbij sprake is van vijandelijk optreden met
direct vuur of hiermee vergelijkbare gevechtsomstandigheden. Betrokkene dient
conform de vigerende «rules of engagement» aan het gevechtscontact te hebben deelgenomen. Hierbij valt iedere
vorm van actief en adequaat handelen, anders dan acties uitsluitend in het
kader van de persoonlijke veiligheid, binnen het begrip deelname aan het gevechtscontact.
Hoewel het gevechtsinsigne nu wordt ingesteld, zal toekenning geschieden
met terugwerkende kracht tot 1 juni 2001, de datum waarop het huidige
decoratiestelsel is vastgesteld. Een afbeelding van het insigne is in de bijlage
opgenomen.2
Het gevechtsinsigne is bedoeld als een blijvende waardering naast het
decoratiestelsel en beperkt zich dus niet tot de thans lopende missies. Het gevechtsinsigne staat bovendien los van de Dapperheidsonderscheidingen
die nog steeds kunnen worden toegekend aan personeel dat onder moeilijke omstandigheden
een prestatie heeft geleverd die uitgaat boven hetgeen van hem of haar mag
worden verwacht.
De minister van Defensie,
E. van Middelkoop
De staatssecretaris van Defensie,
J. G. de Vries