Winningsvergunning aardwarmte Heerlen

7 oktober 2009

Nr. ET/EM/9176114

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop

  • De gemeente Heerlen is houder van de opsporingsvergunning voor aardwarmte in het gebied Heerlen, welke vergunning is verleend bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 25 november 2005, kenmerk E/EP/5718985 (Staatscourant 30 november 2005, nr. 233);

  • De gemeente Heerlen heeft ingevolge artikel 10, van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, 542) bij brief van 2 september 2008, ingekomen 9 september 2008, een aanvraag ingediend bij de Minister van Economische Zaken om een winningsvergunning voor aardwarmte voor het gebied van bovengenoemde opsporingsvergunning;

  • Staatstoezicht op de mijnen (hierna genoemd Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 8 januari 2009 advies uitgebracht;

  • TNO Bouw en Ondergrond, Adviesgroep EZ (hierna genoemd TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 15 juni 2009 advies uitgebracht;

  • Het College van gedeputeerde Staten van de provincie Limburg heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 11 november 2008, kenmerk 2008/44439 advies uitgebracht;

  • De Mijnraad heeft op 31 augustus 2009 advies uitgebracht (kenmerk MIJN/9118264) op grond van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet.

Overwegingen

  • Voor het gebied waarvoor de winningsvergunning wordt aangevraagd, geldt niet een door een ander gehouden opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte. Hiermee is voldaan aan artikel 7, eerste lid, van de Mijnbouwwet;

  • Voor het gebied waarvoor de winningsvergunning wordt aangevraagd, geldt niet een door een ander gehouden opslagvergunning. Hiermee is voldaan aan artikel 7, tweede lid, van de Mijnbouwwet;

  • De technische en financiële mogelijkheden van de aanvrager geven geen aanleiding tot het weigeren van de gevraagde vergunning. Hiermee is voldaan aan artikel 10 , tweede lid juncto artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnbouwwet;

  • De manier waarop de aanvrager voornemens is de activiteiten, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te verrichten geeft geen aanleiding de vergunning te weigeren. Hiermee is voldaan aan artikel 10, tweede lid juncto artikel 9, eerste lid, onder b, van de Mijnbouwwet;

  • De aanvrager heeft niet onder een eerdere vergunning bij activiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Mijnbouwwet, blijk gegeven van gebrek aan efficiëntie of verantwoordelijkheidszin. Hiermee is voldaan aan artikel 9, eerste lid, onder c, van de Mijnbouwwet;

  • Sodm adviseert het voorschrift op te nemen om op permanente basis een contactpersoon met de vereiste operationele ervaring, die in staat is de inspecteurs van Sodm informatie te verstrekken over technische aangelegenheden, beschikbaar te stellen. Bovendien moet deze persoon de bevoegdheid hebben om uitvoering te geven aan instructies van die inspecteurs;

  • TNO wijst in haar advies op effecten van bodembeweging en veranderingen in de waterhuishouding die mogelijk zouden kunnen optreden tijdens de exploitatieactiviteiten. Deze opmerkingen hebben invloed op de uiteindelijke mogelijkheid van het winnen van aardwarmte, maar zijn voor de beslissing omtrent de winningsvergunning, gelet op de criteria in de Mijnbouwwet, thans niet relevant. Deze effecten en eventuele schade die hieruit zouden kunnen voortkomen, komen aan de orde bij de beoordeling van het verzoek tot instemming met het winningsplan, op grond van artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet. De Minister van Economische Zaken kan, als onderzoek hiertoe aanleiding geeft, voorschriften, in verband met het risico van schade, aan de instemming op het winningsplan verbinden. Overigens is er thans geen aanleiding te veronderstellen dat de activiteiten tot nadelige effecten van bodembeweging en veranderingen in de waterhuishouding zullen leiden. Daarom adviseert TNO de Minister van Economische Zaken de winningsvergunning te verlenen voor een periode van 35 jaar;

  • Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg merken in hun advies op dat voor de aangevraagde activiteit onder andere een vergunning ingevolge de Grondwaterwet nodig is. Deze opmerking heeft invloed op de uiteindelijke mogelijkheid van het winnen van aardwarmte, maar is voor de beslissing omtrent de winningsvergunning, gelet op de criteria in de Mijnbouwwet, niet relevant. Voor de beoordeling van de aanvraag van de winningsvergunning speelt genoemd grondwatercriterium geen rol. Dit is relevant bij de beoordeling van de aanleg van de mijnbouwwerken en de daarbij benodigde vergunningen. Voor het overige geeft het advies van Gedeputeerde Staten geen reden tot opmerkingen;

  • De Mijnraad adviseert de Minister van Economische Zaken geen gebruik te maken van de mogelijkheid van artikel 98, van de Mijnbouwwet, om de vergunninghouder te verplichten tot een jaarlijkse afdracht aan de Staat;

Gelet op de artikelen 2, derde lid, 6, 7, 9, 10, 11, eerste tot en met derde lid alsmede de eerste volzin van het vierde lid, 16, 17 en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1 van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1

Aan de gemeente Heerlen wordt een winningsvergunning voor aardwarmte verleend.

Artikel 2

De vergunning geldt voor het gebied dat wordt begrensd door de rechte lijnen tussen de onderstaande punten. De coördinaten van genoemde punten zijn:

Punt

X

Y

1.

194795

321505

2.

193885

322970

3.

192610

324970

4.

195645

326990

5.

200355

323965

6.

200695

322565

7.

201250

321855

8.

198110

320070

9.

199105

318220

10.

198720

316880

11.

197650

317405

De coördinaten zijn vermeld volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting zoals vermeld in artikel 1.2.2, onder a, van de Mijnbouwregeling.

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte 40,9 km2.

Artikel 3

De vergunning geldt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding, gedurende een tijdvak van 35 jaar, nadat zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 4

De vergunninghouder stelt voor de aanvang van de werkzaamheden, op permanente basis, een contactpersoon aan, met de vereiste operationele ervaring, die in staat is de inspecteurs van Sodm informatie te verstrekken over technische aangelegenheden. De contactpersoon beschikt over de vereiste bevoegdheden om leiding te geven aan de activiteiten en om instructies van inspecteurs van Staatstoezicht op de mijnen uit te voeren. De vergunninghouder stelt Staatstoezicht op de mijnen van eventuele wijzigingen schriftelijk vooraf tijdig op de hoogte.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door verzending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

MT-lid directie Energiemarkt,

Y. Peters.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven