Opsporingsvergunning voor aardwarmte Heerlen

25 november 2005

E/EP/5718985

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop

- De gemeente Heerlen heeft op 10 mei 2005 een aanvraag om een opsporingsvergunning ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, 542) ingediend voor de opsporing van aardwarmte in het gebied van de voormalige steenkolen concessie Oranje Nassau te Heerlen;

- Naar aanleiding van de onderhavige aanvraag is in de Staatscourant van 31 mei 2005, nr. 102, een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen om een opsporingsvergunning voor aardwarmte;

- Binnen de periode van dertien weken na plaatsing van bovenbedoelde uitnodiging in de Staatscourant is geen andere aanvraag om een opsporingsvergunning voor aardwarmte in genoemd gebied ontvangen;

- TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ(AGE), heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 14 september 2005 advies uitgebracht;

- Het Staatstoezicht op de mijnen heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 14 september 2005 advies uitgebracht;

- Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 19-10-2005 advies uitgebracht;

- De Mijnraad heeft op grond van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, op 03-10-2005 advies uitgebracht (kenmerk MIJR/5063041).

Overwegingen

- Voor het gebied waarvoor de opsporingsvergunning wordt aangevraagd, geldt geen opsporings-, winnings- of opslagvergunning;

- De technische en financiële mogelijkheden van de aanvrager, noch de wijze waarop de aanvrager voornemens is de opsporing in het gebied van de voormalige steenkolenconcessie te verrichten, geeft aanleiding tot het weigeren van de gevraagde vergunning. Het Staatstoezicht op de mijnen adviseert de gemeente Heerlen de technische en financiële mogelijkheden nader te concretiseren; onderdeel hiervan is het aanstellen van een contactpersoon met boortechnische en /of operationele kwaliteiten;

- De Mijnraad adviseert de Minister van Economische Zaken de opsporingsvergunning aan de gemeente Heerlen te verlenen voor een periode van 3 jaar.

Gelet op de artikelen 6, 7, 9, 11, 12, 15, 17, eerste lid en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede op artikel 1.3.7 van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1

Aan de gemeente Heerlen wordt een opsporingsvergunning verleend voor aardwarmte.

Artikel 2

De vergunning geldt voor het gebied van de voormalige steenkoolconcessie Oranje Nassau dat wordt begrensd door de volgende punten met de coördinaten:

Punt

X

Y

0

194795

321505

1

193885

322970

2

192610

324970

3

195645

326990

4

200355

323965

5

200695

322565

6

201250

321855

7

198110

320070

8

199105

318220

9

198720

316880

10

197650

317405

Bovenstaande coördinaten zijn weergegeven volgens het coördinatenstelsel van de Rijksdriehoekmeting zoals vermeld in artikel 1.2.2, onder a, van de Mijnbouwregeling.

Artikel 3

De vergunninghouder is verplicht uitvoering te geven aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van zijn op 10 mei 2005 ingediende aanvraag.

Artikel 4

De vergunninghouder stelt een contactpersoon aan met boortechnische en/of operationele kwaliteiten.

Artikel 5

De vergunning geldt tot en met drie jaren, nadat zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 6

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,namens deze:
J.C. De Groot,
directeur Energieproductie.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/1410), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven