Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 7 oktober 2009, nr. 61126, houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling visserij i.v.m. vergunningen voor mosselzaadinvanginstallaties

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 3 en 4 van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Besluit:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling visserij wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1 worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel v door een puntkomma, de volgende onderdelen toegevoegd, luidende:

x. mosselzaadinvanginstallatie:

al dan niet drijvend, aan de bodem verankerd of bevestigd vistuig, bestaande uit verbindingsmateriaal waaraan met het oogmerk om periodiek mosselzaad te oogsten invangsubstraat is bevestigd waaraan mossellarven zich kunnen hechten;

y. vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie:

vergunning als bedoeld in artikel 36 voor het vissen met een mosselzaadinvanginstallatie;

z. mosselkweekperceel:

perceel dat zich bevindt in een kustwater en dat bestemd is voor het kweken van mosselen.

B

Na artikel 77 wordt de volgende paragraaf ingevoegd:

§ 4.16. Vergunning mosselzaadinvanginstallatie

Artikel 77a

Een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie wordt op aanvraag door de Minister verleend aan rechthebbenden op een vergunning als bedoeld in artikel 36 om met een vissersvaartuig op mosselen te vissen in de Waddenzee.

Artikel 77b

Een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie wordt op aanvraag door de Minister verleend aan personen die in de jaren 2008 en 2009 met een mosselzaadinvanginstallatie hebben geëxperimenteerd in de kustwateren en waarvoor door de Minister een ontheffing van het verbod, bedoeld in artikel 17, is verleend.

Artikel 77c
  • 1. Aanvragen tot verlening van een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie kunnen worden ingediend in een door de Minister in de Staatscourant bekend te maken periode.

  • 2. Aanvragen tot verlening van een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011 kunnen worden ingediend:

    • a. in de periode van 12 oktober tot en met 30 november 2009 door de personen, bedoeld in artikel 77a;

    • b. in de periode van 12 oktober tot en met 31 oktober 2009 door de personen, bedoeld in artikel 77b.

Artikel 77d
  • 1. Een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie vermeldt de afmetingen en coördinaten van de locatie waar mag worden gevist.

  • 2. De locaties waarvoor aan de personen, bedoeld in artikel 77a, een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie wordt verleend, bevinden zich in de gebieden, bedoeld in bijlage 13, onderdeel a, en op mosselkweekpercelen.

  • 3. De locaties waarvoor aan de personen, bedoeld in artikel 77b, een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie wordt verleend, bevinden zich in de gebieden, bedoeld in bijlage 13, onderdeel b, en op mosselkweekpercelen.

  • 4. In afwijking van het tweede lid, wordt een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011 niet verleend voor het in bijlage 13, onderdeel a, beschreven gebieden Zoutkamperlaag en Vondelingsplaat Noord.

  • 5. De coördinaten van de locaties voor het vissen met een mosselzaadinvanginstallatie op een mosselkweekperceel en in de gebieden, bedoeld in het tweede en derde lid, worden nader bekend gemaakt door middel van een besluit van de Minister.

  • 6. Het besluit, bedoeld in het vijfde lid, wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 77e
  • 1. De verlening van een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie op een locatie in de gebieden, bedoeld in artikel 77d, tweede lid, aan een aanvrager als bedoeld in artikel 77a, geschiedt op basis van een door de Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur opgesteld visplan.

  • 2. Het visplan, bedoeld in het eerste lid, vermeldt de afmetingen en coördinaten van elke locatie in de gebieden, bedoeld in artikel 77d, tweede lid.

  • 3. Indien er voor het einde van de periode, bedoeld in artikel 77c, tweede lid, onderdeel a, geen visplan is vastgesteld, geschiedt de verlening van een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie voor een locatie in de gebieden, bedoeld in artikel 77d, tweede lid, door middel van loting.

Artikel 77f
  • 1. De verlening van een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie voor een locatie in de gebieden, bedoeld in artikel 77d, derde lid, aan een persoon als bedoeld in artikel 77b, geschiedt op basis van een visplan, dat is opgesteld door de personen, bedoeld in artikel 77b.

  • 2. De locatie, bedoeld in het eerste lid, bevindt zich in een gebied als bedoeld in artikel 77d, derde lid, waar de persoon, bedoeld in artikel 77b, in de jaren 2008 en 2009 een mosselzaadinvanginstallatie heeft geëxploiteerd.

  • 3. Het visplan, bedoeld in het eerste lid, vermeldt de afmetingen en coördinaten van elke locatie in de gebieden, bedoeld in artikel 77d, derde lid, waar een aanvrager als bedoeld in artikel 77b in 2008 en 2009 een mosselzaadinvanginstallatie heeft geëxploiteerd.

  • 4. Indien er voor het einde van de periode, bedoeld in artikel 77c, tweede lid, onderdeel b, geen visplan is vastgesteld, geschiedt de verlening van de vergunning op de volgende wijze:

    • a. de vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie wordt verleend aan een persoon als bedoeld in artikel 77b voor een locatie in het gebied, bedoeld in artikel 77d, derde lid, waar hij in de jaren 2008 en 2009 een mosselzaadinvanginstallatie heeft geëxploiteerd;

    • b. de verlening van een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie aan een persoon als bedoeld in artikel 77b, die op grond van onderdeel a niet in aanmerking komt voor een vergunning, geschiedt door middel van loting.

  • 5. De vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie voor een locatie in het gebied, bedoeld in artikel 77d, derde lid, wordt verleend voor maximaal het aantal hectares dat benodigd is voor het in gebruik hebben van de mosselzaadinvanginstallaties die de personen, bedoeld in artikel 77b, in de jaren 2008 en 2009 hebben geëxploiteerd.

Artikel 77g
  • 1. Een vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie wordt verleend voor de duur van twee jaar. De vergunning kan worden verlengd met een door de Minister te bepalen termijn.

  • 2. Vergunningen voor een mosselzaadinvanginstallatie op grond van artikel 77b worden vanaf 1 januari 2014 niet verleend.

C

Na bijlage 12 wordt toegevoegd de bijlage bij deze regeling.

ARTIKEL II

De regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 18 september 2009, nr. 32124, houdende enkele wijzigingen van de Uitvoeringsregeling visserij (Stcrt. 14682) wordt gewijzigd als volgt:

Artikel I, onderdeel A, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel x door een puntkomma, wordt het volgende onderdeel toegevoegd:

    • aa. wet: Visserijwet 1963.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 7 oktober 2009

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

G. Verburg.

BIJLAGE 13. BEHOREND BIJ ARTIKEL 77D, TWEEDE EN DERDE LID, GEBIEDEN WAARIN VERGUNNINGEN VOOR MOSSELZAADINVANGINSTALLATIES WORDEN VERLEEND

A. Gebieden die beschikbaar zijn gesteld voor vergunningen die op grond van artikel 77a worden verleend

Waddenzee

Nr

Gebied

Omschrijving

Coördinaten in NB en OL, vanaf linksboven kloksgewijs

1

Malzwin

Het gebied tussen het Gat van de Stier en het Malzwin, gelegen binnen de begrenzing die wordt gevormd door de laterale lijnen M4 – M6 – GvS3/M8 (zuidoost) en GvS1 – GvS3/M8 (noord) en de grens van het kabelgebied.

52-59-152

04-50-028

52-59-185

04-50-910

52-59-113

04-50-977

52-58-790

04-50-127

52-58-790

04-49-770

 
         

2

Zuidwal

Gebied gelegen in het Malzwin, tegen de Zuidwal met als noordelijke grens de laterale lijn M5 – M7 – M9 – M11.

52-58-557

04-50-440

52-59-100

04-51-995

52-58-992

04-52-110

52-58-437

04-50-555

  
         

3

Afsluitdijk

In de geul evenwijdig aan de Afsluitdijk, ten noordwesten van de laterale lijn AD14 – AD16.

53-01-889

05-12-763

53-02-958

05-14-966

53-02-906

05-15-038

53-01-815

05-12-862

  
         

4

Texel Oudeschild

Gebied zuidwestelijk van de haven van Oudeschild, gelegen tegen de steenbestorting van de oeververdediging en zeewaarts ruim binnen de laterale lijn T8 – T10.

53-00-932

04-48-698

53-01-706

04-50-337

53-01-647

04-50-428

53-00-829

04-48-854

  
         

5

Vogelzand

Gebied gelegen in een ruim en relatief diep deel van de vaarwaters Texelstroom en Scheer.

53-02-835

04-57-672

53-03-310

04-58-375

53-03-310

04-59-271

53-02-835

04-58-600

  
         

6

Scheurrak-Omdraai

Gebied gelegen tussen de vaarwaters Scheurrak-Omdraai en Breesem, ten Noorden van de laterale lijn SO2-SO4

53-04-000

05-01-612

53-04-000

05-02-880

53-03-845

05-02-288

53-03-845

05-01-612

  
         

7

Gat van Stompe

Gebied ten zuiden van de plaat Robbenzand. De zuidelijke grens van de MZI-locatie loopt oost-west en de noordelijke grens volgt de plaatrand op een diepte van 5 meter.

53-03-465

05-03-290

53-03-257

05-05-055

53-03-115

05-05-055

53-03-115

05-03-290

  
         

8

Zuidmeep

De MZI-locatie ligt ten zuiden van de laterale lijn ZM3 – ZM5 – ZM7 – ZM9 en de plaatrand. De oostelijke grens ligt in de buurt van de ZM9, de westelijke grens ergens tussen de ZM3 en ZM5.

53-18-131

05-16-890

53-18-226

05-16-782

53-18-769

05-18-130

53-18-784

05-19-000

53-18-664

05-19-027

53-18-556

05-18-189

         

9

Zoutkamperlaag (vanaf 2012)

Aan de zuidkant van de Zoutkamperlaag ten westen van de haven van Lauwersoog tot aan de oostelijke begrenzing van het kabelgebied.

53-25-300

06-09-892

53-25-119

06-10-930

53-24-906

06-10-834

53-25-100

06-09-806

  
Oosterschelde

Nr

Gebied

Omschrijving

Coördinaten in NB en OL, vanaf linksboven kloksgewijs

1

Neeltje Jans

Gebied gelegen ten zuiden van Neeltje Jans aan de rand van het vaarwater Roompot, ter hoogte van de R24.

51-37-396

03-45-807

51-37-309

03-45-944

51-37-052

03-45-419

51-36-985

03-44-949

51-37-174

03-44-883

51-37-219

03-45-151

         

2

Roggenplaat

Gebied tegen de zuidrand van de Roggenplaat en ten westen van mosselperceel Hammen 111.

51-38-893

03-47-021

51-38-907

03-48-046

51-38-711

03-48-027

51-38-820

03-47-021

  
         

3

Vuilbaard

Gebied ten westen van de Zeelandbrug tegen de plaat Vuilbaard, gelegen ten zuiden van de groene betonning van het vaarwater Roompot, tot aan de overloop van Zierikzee.

51-37-780

03-51-806

51-37-502

03-52-495

51-37-213

03-52-936

51-36-932

03-52-828

51-37-215

03-52-452

51-37-700

03-51-647

         

4a

Vondelingsplaat Noord (vanaf 2012)

Gebied ten noorden van de Vondelingsplaat, zuidoost van de laterale lijn EV4 – EV6 (tussen beide kabels).

51-35-957

03-55-029

51-35-425

03-55-224

51-35-171

03-55-219

51-35-133

03-55-015

51-35-546

03-54-889

51-35-920

03-54-921

         

4b

Vondelingsplaat West

Gebied ten noorden van de Vondelingsplaat, oostelijk van de laterale lijn EV8 – EV10 – O10.

51-36-547

03-56-026

51-36-139

03-56-139

51-36-023

03-54-929

51-36-179

03-54-944

  
Voordelta

Nr

Gebied

Omschrijving

Coördinaten in NB en OL, vanaf linksboven kloksgewijs

1

Schaar van Renesse

Gebied ten noorden van het eiland Schouwen ter hoogte van Renesse, gelegen in het vaarwater de Schaar van Renesse.

51-45-250

03-47-390

51-44-965

03-47-680

51-44-891

03-48-490

51-44-777

03-48-490

51-44-879

03-47-105

51-45-250

03-47-105

B. Gebieden die beschikbaar zijn gesteld voor vergunningen die op grond van artikel 77b worden verleend

Waddenzee

Nr

Gebied

Omschrijving

Coördinaten in NB en OL, vanaf linksboven kloksgewijs

1

Malzwin

Het gebied tussen het Gat van de Stier en het Malzwin, gelegen binnen de begrenzing die wordt gevormd door de laterale lijnen M4 – M6 – GvS3/M8 (zuidoost) en GvS1 – GvS3/M8 (noord) en de grens van het kabelgebied.

52-59-152

04-50-028

52-59-185

04-50-910

52-59-113

04-50-977

52-58-790

04-50-127

52-58-790

04-49-770

        

2

Zuidwal

Gebied gelegen in het Malzwin, tegen de Zuidwal met als noordelijke grens de laterale lijn M5 – M7 – M9 – M11.

52-58-557

04-50-440

52-59-100

04-51-995

52-58-992

04-52-110

52-58-437

04-50-555

 
        

7

Gat van Stompe

Gebied ten zuiden van de plaat Robbenzand. De zuidelijke grens van de MZI-locatie loopt oost-west en de noordelijke grens volgt de plaatrand op een diepte van 5 meter.

53-03-465

05-03-290

53-03-257

05-05-055

53-03-115

05-05-055

53-03-115

05-03-290

 
Oosterschelde

Nr

Gebied

Omschrijving

Coördinaten in NB en OL, vanaf linksboven kloksgewijs

3

Vuilbaard

Gebied ten westen van de Zeelandbrug tegen de plaat Vuilbaard, gelegen ten zuiden van de groene betonning van het vaarwater Roompot, tot aan de overloop van Zierikzee.

51-37-780

03-51-806

51-37-502

03-52-495

51-37-213

03-52-936

51-36-932

03-52-828

51-37-215

03-52-452

51-37-700

03-51-647

Voordelta

Nr

Gebied

Omschrijving

Coördinaten in NB en OL, vanaf linksboven kloksgewijs

1

Schaar van Renesse

Gebied ten noorden van het eiland Schouwen ter hoogte van Renesse, gelegen in het vaarwater de Schaar van Renesse.

51-45-250

03-47-390

51-44-965

03-47-680

51-44-891

03-48-490

51-44-777

03-48-490

51-44-879

03-47-105

51-45-250

03-47-105

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling betreft een wijziging van de Uitvoeringsregeling visserij en heeft betrekking op de vergunningverlening op grond van de Visserijwet 1963 om te vissen met een mosselzaadinvanginstallatie (MZI). Een MZI is een innovatief vistuig waarmee mosselzaad ingewonnen wordt. Dit mosselzaad hecht zich vast aan de MZI, groeit en wordt periodiek geoogst. Vervolgens wordt het geoogste mosselzaad of halfwasmosselen uitgezaaid op de mosselkweekpercelen in de Waddenzee en in de Oosterschelde. Hier groeien de mosselen uit tot consumptiemosselen.

De MZI vormt een alternatief voor de traditionele manier van mosselzaad vissen, waarbij met een vissersvaartuig met mosselkorren het mosselzaad en de halfwasmosselen van de bodem van de zee worden ‘geschraapt’. De traditionele mosselzaadvisserij beroert de zeebodem en kan daarmee gevolgen hebben voor de natuurwaarden van de kustwateren, die zijn aangewezen als Natura 2000 gebied. Dit probleem speelt met name in de Waddenzee, omdat de mosselzaadvisserij voornamelijk daar plaatsvindt.

In lijn met het beleid ter verduurzaming van de mosselsector, zoals neergelegd in het Beleidsbesluit schelpdiervisserij 2005–2020 ‘Ruimte voor een zilte oogst’ (Kamerstukken II, 2004/05, 29 675, nr 3), is in oktober 2008 een convenant gesloten tussen de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de Minister van LNV), de mosselsector, de Vogelbescherming, de Waddenvereniging, Stichting Wad en Natuurmonumenten (Kamerstukken II, 2008/09, 29 675, nr 50) (verder: mosselconvenant). Het mosselconvenant is nader uitgewerkt in een Plan van Uitvoering, waarin afspraken zijn gemaakt over de transitie van de mosselsector en natuurherstel in de Waddenzee (Kamerstukken II, 2008/09, 29 675, nr. 64). Streefbeeld voor de Waddenzee voor het jaar 2020 is een duurzame mosselsector waarbij geen bodemberoerende visserij naar mosselzaad en halfwasmosselen plaatsvindt.

In het Plan van Uitvoering is afgesproken dat de mosselsector de bodemberoerende visserij in stappen afbouwt. Per stap wordt 20% van het areaal van de in het voorjaar in de Waddenzee aanwezige mosselbanken gesloten voor bevissing. Hier staat tegenover dat ondernemers uit de mosselsector in aanmerking komen voor een vergunning om een mosselzaadinvanginstallatie (MZI) te exploiteren, zodat het verlies van mosselzaad uit de bodemberoerende visserij wordt gecompenseerd. Afhankelijk van de resultaten wordt de volgende stap gezet.

De MZI-vergunning

Deze regeling legt de criteria voor vergunningverlening vast, zoals die zijn verwoord in het verdeelbeleid, waarover op 31 augustus 2009 een brief naar de Tweede Kamer is gestuurd (Kamerstukken II, 2008/09, 29 675, nr 82).In dit verdeelbeleid staat dat tot 1 januari 2014 twee groepen van ondernemers in aanmerking komen voor een vergunning voor een MZI.

Ondernemers uit de mosselsector krijgen een MZI-vergunning omdat zij getroffen worden door de stapsgewijze sluiting van de bodemzaadvisserij die is overeengekomen in het mosselconvenant. Ondernemers die in de periode 2008 en 2009 in de Nederlandse kustwateren hebben geëxperimenteerd met een MZI komen voor de komende vier jaar ook in aanmerking voor een MZI-vergunning, omdat zij met hun experimenten de transitie van de mosselsector deels mogelijk gemaakt hebben en omdat zij voor deze experimenten veelal grote investeringen hebben gedaan die nog niet zijn terugverdiend. Een derde groep die in de toekomst mogelijk in aanmerking komt voor een vergunning voor het vissen met een MZI zijn de kleinschalige vissers. De Minister van LNV heeft in bovengenoemde brief aan de Tweede Kamer toegezegd de mogelijkheden hiertoe te laten onderzoeken.

Naast de criteria die aan de aanvragers worden gesteld, geeft de regeling aan hoe de door de Minister van LNV beschikbaar gestelde gebieden in de Waddenzee, Voordelta en Oosterschelde over de beide groepen ondernemers worden verdeeld. In de bijlage bij deze regeling is opgenomen voor welke gebieden de ondernemers uit de mosselsector en voor welke gebieden de groep ondernemers die de afgelopen jaren geëxperimenteerd hebben een vergunning kunnen aanvragen. De verdeling van de specifieke locaties over de ondernemers uit de mosselsector en over de ondernemers die de afgelopen jaren geëxperimenteerd hebben, vindt, in eerste instantie, plaats in de visplannen. De coördinaten van de specifieke locaties in de gebieden zullen nog nader bekend worden gemaakt door middel van een besluit van de Minister van LNV. In dit besluit zal worden aangegeven voor welke locaties de ondernemers uit de mosselsector in aanmerking komen voor een vergunning en voor welke locaties de ondernemers die de afgelopen jaren geëxperimenteerd hebben in aanmerking komen voor een vergunning. De verdeling van de specifieke locaties kan er nog toe leiden dat leden van de groep ondernemers uit de mosselsector niet voor alle in bijlage 13 beschreven gebieden in aanmerking komen voor een vergunning. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid alleen spelen voor de gebieden Malzwin, Zuidwal en Gat van Stomp.

Enkele locaties van de mosselpercelen, waar ook MZI’s geëxploiteerd kunnen worden, zijn thans nog niet bekend. Mosselkweekpercelen zijn percelen die bestemd zijn voor het kweken van mosselen. Dit in tegenstelling tot de locaties in de overige gebieden, waar mosselen van nature voorkomen. De locaties van de mosselkweekpercelen zullen zo spoedig mogelijk bekend worden gemaakt door middel van een besluit van de Minister van LNV.

De afmetingen van de locatie voor de groep ondernemers die de afgelopen jaren geëxperimenteerd hebben, bedraagt maximaal het aantal hectares dat nodig is voor het gebruik van de mosselzaadinvanginstallatie zoals die in de jaren 2008 en 2009 is gebruikt. De desbetreffende ondernemers zijn hier inmiddels per brief over geïnformeerd.

Volledigheidshalve zij vermeld dat de vergunning ook moet voldoen aan de eisen van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken.

Administratieve lasten

Op grond van deze regeling komen ongeveer honderd ondernemers in aanmerking voor een MZI vergunning. Dit zijn voor het overgrote deel leden van de Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur (de PO). De PO kan de vergunningen voor haar leden in één gecombineerde aanvraag aanvragen. De administratieve lasten voor de individuele aanvragers zijn hierdoor laag. Wel schrijft de regeling voor dat de PO namens haar leden een visplan opstelt waarin de locatie en grootte van de locatie van elk van haar leden wordt vastgelegd. De kosten die hiermee gemoeid zijn, zijn afhankelijk van de tijd die het de PO kost om overeenstemming te bereiken. Dit is op voorhand lastig in te schatten. Indien de PO er niet in slaagt interne overeenstemming te bereiken, wordt er bij de vergunningverlening geloot om de locaties te verdelen. Dit brengt geen administratieve lasten met zich.

Een format voor de gecombineerde aanvraag van een vergunning op grond van de Visserijwet 1963 en een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 wordt op de website www.hetlnvloket.nl geplaatst. Ondernemers zijn met het invullen van het deel dat over de vergunning op grond van de Visserijwet 1963 gaat naar schatting een half uur bezig. De administratieve lasten komen daarmee uit op maximaal € 1.500,– in totaal.

Publicatie en inwerkingtreding

Deze regeling treedt begin oktober in werking. Hiermee wordt afgeweken van het LNV-uitgangspunt van vaste verandermomenten voor regelgeving, dat inhoudt dat nieuwe regels slechts op 1 januari of 1 juli ingaan en dat minimaal drie maanden daaraan voorafgaand publicatie van de nieuwe regels plaatsvindt. Reden voor deze afwijking is de grote haast die geboden is om de procedure van vergunningverlening af te ronden voor het begin van het seizoen waarin het mosselzaad wordt ingevangen. Dit seizoen begint in april. In verband hiermee is ook de periode tussen publicatie en inwerkingtreding korter dan de wenselijk geachte termijn van minimaal drie maanden.

Artikelsgewijs

Artikel 77a

Met dit artikel wordt een koppeling gemaakt tussen de traditionele visserij op mosselzaad van de bodem van de Waddenzee en het vissen met een MZI. De personen die op basis van hun historische rechten jaarlijks een vergunning verleend krijgen voor de voorjaars- en najaarsvisserij op mosselzaad (zogenaamde transitiebedrijven), hebben op grond van dit artikel tevens recht op een vergunning om met een MZI te vissen. Hiermee kunnen zij het verlies aan mosselzaad van de bodem als gevolg van de in het mosselconvenant overeengekomen gebiedssluiting, compenseren met de invang van mosselzaad door middel van een MZI.

Artikel 77b en artikel 77g, tweede lid

De afgelopen jaren is een twintigtal experimenten uitgevoerd waarbij geprobeerd werd mosselzaad in te vangen met een MZI. Deze experimenten werden uitgevoerd door ondernemers van binnen en van buiten de mosselsector. Een aantal experimenten werd uitgevoerd door een samenwerkingsverband van ondernemingen. Op grond van artikel 77b en artikel 77g, tweede lid, komen de personen die een MZI experiment hebben uitgevoerd tot 1 januari 2014 in aanmerking voor een vergunning voor een MZI. Personen die binnen een samenwerkingsverband hebben geëxperimenteerd kunnen gezamenlijk aanspraak maken op de vergunning. Zij dienen een gezamenlijke aanvraag in. De vergunning wordt vervolgens verleend op naam van alle aanvragers. Experimenteerders die tevens tot de mosselsector behoren maken op grond van artikel 77a en 77b aanspraak op twee vergunningen.

Artikel 77c

In de Staatscourant wordt de periode bekend gemaakt waarin de aanvragen voor een MZI vergunning gedaan kunnen worden. Aanvragen die buiten deze periode worden ingediend, worden afgewezen. Voor vergunningen voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011 bepaalt het tweede lid wanneer de aanvraag ingediend kan worden.

Bedrijven die op grond van hun experimenten met MZI’s een vergunning aanvragen kunnen van 12 oktober tot en met 31 oktober 2009 een aanvraag indienen. Mochten deze ondernemers er niet in slagen om tijdig een visplan voor de verdeling van de locaties vast te stellen, dan resteert er voldoende tijd om de locaties toe te wijzen op de wijze zoals beschreven in artikel 77f, vierde lid.

Transitiebedrijven hebben tot en met 30 november de tijd om een vergunningaanvraag in te dienen. Gelet op de termijnen die de PO op grond van zijn statuten en het verenigingsrecht in acht moet nemen, is een langere openstellingsperiode om het visplan vast te stellen gerechtvaardigd. Mocht de PO er onverhoopt niet in slagen om voor 1 december een visplan in te dienen, dan wordt er geloot. De langere openstelling kan er in dat geval toe leiden dat de procedure van vergunningverlening niet tijdig kan worden afgerond.

Artikel 77d

De gebieden die beschikbaar zijn om MZI’s te installeren zijn opgenomen in bijlage 13. In onderdeel a zijn de gebieden die beschikbaar zijn voor de ondernemers uit de mosselsector opgenomen. In onderdeel b zijn de gebieden die beschikbaar zijn voor de groep ondernemers die de afgelopen jaren geëxperimenteerd hebben opgenomen. Er is in de bijlage een onderscheid gemaakt tussen de gebieden in de Waddenzee, de Oosterschelde en de Voordelta. Deze gebieden worden onderverdeeld in kleinere gebieden die aan de individuele aanvragers vergund worden. De coördinaten van de specifieke locaties in de gebieden die beschikbaar zijn voor de ondernemers uit de mosselsector en die beschikbaar zijn voor de ondernemers die de afgelopen jaren geëxperimenteerd hebben worden door de Minister van LNV nog nader bekend gemaakt.

De vergunning vermeldt afmetingen en coördinaten van de locatie waarop een vergunninghouder een MZI mag installeren. De gebiedsbeschrijving in bijlage 13 heeft geen betrekking op de mosselkweekpercelen. Een beperkt aantal locaties waar MZI’s mogen worden geplaatst worden worden door middel van een besluit van de minister bekend gemaakt.

Artikel 77e

Artikel 77e bepaalt dat de PO net als bij de traditionele mosselzaadvisserij een visplan opstelt. In dit visplan wordt van elk transitiebedrijf vastgelegd welke locatie hij krijgt en wat de grootte is van die locatie. Het visplan heeft alleen betrekking op de locaties die op grond van artikel 77a vergund worden. De coördinaten van deze locaties worden bij besluit van de Minister van LNV nog nader bekend gemaakt. In het visplan vindt een verdeling van de locaties onder de ondernemers in de mosselsector plaats op basis van de coördinanten zoals bekend gemaakt bij besluit van de Minister van LNV.

Het derde lid bepaalt dat wanneer de PO er niet in slaagt om voor het einde van de openstellingsperiode een visplan vast te stellen, er geloot wordt over wie welke locatie krijgt toegewezen. Voor de vaststelling van de grootte van de individuele locaties wordt niet geloot. De Minister van LNV zoekt voor de vaststelling hiervan aansluiting bij de verdeelsleutel voor het quotum van de mosselzaadvisserij, zoals in bijlage 1 van het Reglement Mosselvisserij van de PO omschreven.

Artikel 77f

De ondernemers die de afgelopen jaren met MZI’s hebben geëxperimenteerd en daarom op grond van artikel 77b in aanmerking komen voor een MZI-vergunning, worden ook in de gelegenheid gesteld om door middel van een visplan gezamenlijk tot een verdeling van de beschikbare ruimte te komen. Deze verdeling maakt een onderscheid tussen de afzonderlijke kustwateren (de Waddenzee, de Oosterschelde en de Voordelta). Dit visplan bepaalt wie waar een locatie krijgt toegewezen. De locaties die beschikbaar zijn voor de groep ondernemers die de afgelopen jaren geëxperimenteerd hebben maakt de Minister van LNV bij besluit nog nader bekend. In het visplan vindt een verdeling van de locaties onder de ondernemers die de afgelopen jaren geëxperimeneteerd hebben plaats op basis van de coördinanten zoals bekend gemaakt bij besluit van de Minister van LNV.

Het visplan moet evenals de vergunningsaanvraag voor het einde van de openstellingsperiode zijn ingediend. Een experimenteerder krijgt een vergunning voor een locatie die gelegen is in het kustwater waarin hij in 2008 en 2009 heeft geëxploiteerd.

Het vijfde lid van artikel 77f bepaalt dat de grootte van de locatie maximaal het aantal hectares bedraagt dat benodigd is voor het gebruik van de MZI die de aanvrager van de vergunning in 2008 en 2009 in gebruik had. De grootte van de vergunde locaties kan hierdoor afwijken van de grootte van de huidige locaties, omdat alleen de werkelijk gebruikte ruimte in de berekening wordt meegenomen. De berekening gaat uit van standaardwaardes met betrekking tot de benodigde oogstruimte aan weerszijden van de MZI en de afstanden die nodig zijn voor verankering.

Het zesde lid geeft aan hoe de locaties worden toegewezen indien de aanvragers niet tijdig een gezamenlijk visplan indienen. Indien de locatie waar een aanvrager in 2008 en 2009 een MZI heeft geëxploiteerd ook voor 2010 en verder is aangewezen als gebied waarin ruimte is voor MZI’s, behoudt de desbetreffende aanvrager zijn locatie. Hierbij geldt nog steeds dat de grootte van de locatie wordt vastgesteld op grond van het vijfde lid van artikel 77f. De afmetingen van de locatie kunnen dus wel veranderen. Voor experimenteerders die een MZI hebben geëxploiteerd buiten de gebieden, opgesomd in bijlage 13, wordt, ingeval er geen visplan totstand is gekomen, een locatie in hetzelfde kustwater toegewezen door middel van loting. De locaties worden zo veel mogelijk geclusterd.

Artikel 77g, eerste lid

Het opschalingsbeleid van de MZI’s gebeurt stapsgewijs, zodat de gevolgen voor de natuur goed gemonitord kunnen worden. Om snel te kunnen reageren op de uitkomsten van deze monitoring, worden vergunningen telkens voor een periode van twee jaar uitgegeven.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg.

Naar boven