Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatsblad 2026, 78 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatsblad 2026, 78 | AMvB |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 januari 2026, kenmerk nr. 2026-0000012609;
Gelet op de artikelen 17, 43, eerste lid, en 81 van de Ambtenarenwet BES en artikel 21, tweede lid, onder a, van de Veiligheidswet BES;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 4 februari 2026, nr. W04.26.00022/I);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 maart 2026, nr. 2026-0000062294;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Het Bezoldigingsbesluit 1998 BES wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 19 komt te luiden:
1. Aan de ambtenaar die op 1 januari 2025 in dienst was, wordt een eenmalige uitkering verleend ter hoogte van USD 500 netto.
2. Aan de ambtenaar die op 1 augustus 2025 in dienst is, wordt een eenmalige uitkering verleend ter hoogte van USD 500 netto.
3. Aan de ambtenaar die op 1 januari 2026 in dienst is, wordt een eenmalige uitkering verleend ter hoogte van USD 500 netto.
4. Aan de ambtenaar die op 1 augustus 2026 in dienst is, wordt een eenmalige uitkering verleend ter hoogte van USD 500 netto.
B
Artikel 20 komt te luiden:
1. In de kalenderjaren 2025 en 2026 ontvangt de ambtenaar een vitaliteitsbijdrage ter hoogte van USD 30 netto per maand.
2. In de kalenderjaren 2025 en 2026 ontvangt de ambtenaar, onverminderd het eerste lid en onder door het bevoegd gezag te stellen algemene voorwaarden, een aanvullende vitaliteitsbijdrage ter hoogte van USD 30 netto per maand.
Het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 5, tweede lid, wordt «168 werkuren» vervangen door «182 werkuren».
B
In artikel 8, eerste lid, wordt «36 vakantie-uren» vervangen door «50 vakantie-uren».
C
Artikel 26, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder I, onderdeel d, wordt «twee werkdagen» vervangen door «tweeënhalve werkdag».
2. Onder I, onderdeel f, wordt «10-, 20-, 30- en 40-jarig ambtsjubileum» vervangen door «10-, 20-, 30-, 35-, 40- en 45-jarig ambtsjubileum».
D
Artikel 37a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt na «vanaf zes weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling,» ingevoegd «of vanaf tien weken voor die dag indien het een zwangerschap van meer dan een kind betreft,» en wordt na «uiterlijk vier weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling» toegevoegd «of uiterlijk acht weken voor die dag indien het een zwangerschap van meer dan een kind betreft».
2. Aan het derde lid wordt toegevoegd «, of, indien het een zwangerschap van meer dan een kind betreft, minder dan tien weken heeft bedragen».
3. Onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. Als een kind tijdens het bevallingsverlof vanwege zijn medische toestand in een ziekenhuis is opgenomen, wordt het bevallingsverlof verlengd met het aantal opnamedagen, te rekenen vanaf de achtste dag van opname tot en met de laatste dag van het bevallingsverlof tot een maximum van tien weken. De in de eerste zin bedoelde verlenging van het bevallingsverlof is uitsluitend van toepassing voor zover de ziekenhuisopname langer duurt dan het aantal dagen waarmee het bevallingsverlof als gevolg van de werkelijke datum van bevalling op grond van het derde lid wordt verlengd.
Het Besluit rechtspositie korps politie BES wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Aan de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak die een functie bekleedt in de rang van aspirant, agent, brigadier of hoofdagent en die uit hoofde van zijn functie onvermijdelijk arbeid wordt opgedragen buiten het voor hem ingevolge artikel 26 vastgestelde dienstrooster, wordt een beloning toegekend op de in artikel 25, derde tot en met zevende lid, van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES bepaalde voet.
2. Het tweede, derde, vijfde, zesde en tiende lid vervallen, onder vernummering van het vierde lid tot tweede lid en het zevende tot en met negende lid tot derde tot en met vijfde lid.
3. In het tweede lid (nieuw) vervalt «tot en met derde».
4. In het vierde lid (nieuw) wordt «als bedoeld in het zevende lid» vervangen door «als bedoeld in het derde lid».
5. In het vijfde lid (nieuw) wordt «als bedoeld in het zevende lid» vervangen door «als bedoeld in het derde lid».
B
Artikel 23a komt te luiden:
1. Aan de ambtenaar van politie die op 1 januari 2025 in dienst was, wordt een eenmalige uitkering verleend ter hoogte van USD 500 netto.
2. Aan de ambtenaar van politie die op 1 augustus 2025 in dienst is, wordt een eenmalige uitkering verleend ter hoogte van USD 500 netto.
3. Aan de ambtenaar van politie die op 1 januari 2026 in dienst is, wordt een eenmalige uitkering verleend ter hoogte van USD 500 netto.
4. Aan de ambtenaar van politie die op 1 augustus 2026 in dienst is, wordt een eenmalige uitkering verleend ter hoogte van USD 500 netto.
C
Artikel 23c komt te luiden:
1. In de kalenderjaren 2025 en 2026 ontvangt de ambtenaar van politie een vitaliteitsbijdrage ter hoogte van USD 30 netto per maand.
2. In de kalenderjaren 2025 en 2026 ontvangt de ambtenaar van politie, onverminderd het eerste lid en onder door het bevoegd gezag te stellen algemene voorwaarden, een aanvullende vitaliteitsbijdrage ter hoogte van USD 30 netto per maand.
D
In artikel 33, eerste lid, wordt «168 vakantie-uren» vervangen door «182 vakantie-uren».
E
In artikel 37b, eerste lid, wordt «36 vakantie-uren» vervangen door «50 vakantie-uren».
F
Artikel 52 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel g wordt «twee werkdagen» vervangen door «tweeënhalve werkdag».
2. In onderdeel h wordt «10-, 20-, 30- en 40-jarig ambtsjubileum» vervangen door «10-, 20-, 30-, 35-, 40- en 45-jarig ambtsjubileum».
G
Artikel 72 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt na «vanaf zes weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling,» ingevoegd «of vanaf tien weken voor die dag indien het een zwangerschap van meer dan een kind betreft,» en wordt na «uiterlijk vier weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling» toegevoegd «of uiterlijk acht weken voor die dag indien het een zwangerschap van meer dan een kind betreft».
2. Aan het derde lid wordt toegevoegd «, of, indien het een zwangerschap van meer dan een kind betreft, minder dan tien weken heeft bedragen».
3. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
4. Als een kind tijdens het bevallingsverlof vanwege zijn medische toestand in een ziekenhuis is opgenomen, wordt het bevallingsverlof verlengd met het aantal opnamedagen, te rekenen vanaf de achtste dag van opname tot en met de laatste dag van het bevallingsverlof tot een maximum van tien weken. De in de eerste zin bedoelde verlenging van het bevallingsverlof is uitsluitend van toepassing voor zover de ziekenhuisopname langer duurt dan het aantal dagen waarmee het bevallingsverlof als gevolg van de werkelijke datum van bevalling op grond van het derde lid wordt verlengd.
5. Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld met verhindering tot dienstverrichting wegens ziekte.
H
In artikel 75, eerste lid, wordt «76 van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES» vervangen door «76 en 76a van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES».
I
De Bijlage behorende bij artikel 23, eerste tot en met derde lid, van het Besluit rechtspositie korps politie BES wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder I wordt «USD 11,17» vervangen door «USD 12,51», wordt «USD 15,08» vervangen door «USD 16,89», wordt «USD 17,88» vervangen door «USD 20,03» en wordt «USD 21,23» vervangen door «USD 23,78».
2. Onder II wordt «USD 14,53» vervangen door «USD 16,27», wordt «USD 19,55» vervangen door «USD 21,90», wordt «USD 24.02» vervangen door «USD 26,90» en wordt «USD 28,49» vervangen door «USD 31,91».
3. Onder III wordt «USD 18,44» vervangen door «USD 20,65», wordt «USD 24,02» vervangen door «USD 26,90», wordt «USD 30,17» vervangen door «USD 33,79» en wordt «USD 36,31» vervangen door «USD 40,67».
J
De Bijlage behorende bij artikel 23, eerste tot en met derde lid, van het Besluit rechtspositie korps politie BES wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder I wordt «USD 12,51» vervangen door «USD 12,70», wordt «USD 16,89» vervangen door «USD 17,14», wordt «USD 20,03» vervangen door «USD 20,33» en wordt «USD 23,78» vervangen door «USD 24,14».
2. Onder II wordt «USD 16,27» vervangen door «USD 16,51», wordt «USD 21,90» vervangen door «USD 22,23», wordt «USD 26,90» vervangen door «USD 27,30» en wordt «USD 31,91» vervangen door «USD 32,39».
3. Onder III wordt «USD 20,65» vervangen door «USD 20,96», wordt «USD 26,90» vervangen door «USD 27,30», wordt «USD 33,79» vervangen door «USD 34,30» en wordt «USD 40,67» vervangen door «USD 41,28».
K
De Bijlage behorende bij artikel 23, eerste tot en met derde lid, van het Besluit rechtspositie korps politie BES vervalt.
In het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES wordt na artikel 76 een artikel ingevoegd, luidende:
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
2. De artikelen II, onderdeel D, en III, onderdeel G, werken terug tot en met 1 januari 2023.
3. Artikel III, onderdeel I, werkt terug tot en met 1 januari 2024.
4. De artikelen I, II, onderdelen A, B en C, onder 1, en III, onderdelen B, C, D, E, F, onder 1, en J werken terug tot en met 1 januari 2025.
5. Artikel III, onderdelen A en K, werken terug tot en met 1 maart 2025.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 28 maart 2026
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
Uitgegeven de negende april 2026
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten
Het onderhavige besluit formaliseert de nadere afspraken die op 11 december 2024 in het Sectoroverleg Caribisch Nederland zijn gemaakt over de arbeidsvoorwaarden van het overheidspersoneel in dienst van de Rijksdienst Caribisch Nederland (hierna: RCN). De achtergrond en uitwerking van die afspraken wordt nader toegelicht in paragraaf 1. Daarnaast wordt middels dit besluit de overwerkvergoeding voor ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak structureel verhoogd (paragraaf 2), wordt een grondslag gecreëerd om afspraken te maken met betrekking tot reorganisaties (paragraaf 3), wordt een eerdere omissie ten aanzien van verlof bij het bereiken van een ambtsjubileum van 35 of 45 jaar hersteld (paragraaf 4) en worden verlofbepalingen in lijn gebracht met een wetswijziging omtrent meerlingenverlof en de couveuseregeling (paragraaf 5).
In december 2023 is in het Sectoroverleg Caribisch Nederland tussen de vertegenwoordigers van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de ambtenarenbonden in Caribisch Nederland een arbeidsvoorwaardenakkoord tot stand gekomen voor het overheidspersoneel in dienst van RCN voor de periode 2024–2026: per 1 januari 2024 is een nieuw loongebouw geïntroduceerd en zijn verschillende toelagen en vergoedingen met 12% verhoogd,1 er zijn afspraken gemaakt over ambtsjubilea en een eenmalige uitkering2 en er zijn structurele salarisstijgingen en verhogingen van de toelagen en vergoedingen overeengekomen met 1,5% per 1 januari 20253 en nog eens met 1,5% per 1 januari 2026. Partijen hebben destijds ook afgesproken dat de gedurende de looptijd van de arbeidsvoorwaardenovereenkomst vrijvallende financiële middelen wederom voorwerp zijn van overleg over de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden, waaronder levensfasebewust beleid en vitaliteit. Ter invulling hiervan is op 11 december 2024 in het Sectoroverleg Caribisch Nederland in een addendum onder andere het volgende overeengekomen:
De bezoldigde werknemers van RCN die op 1 januari 2025, 1 augustus 2025, 1 januari 2026 of 1 augustus 2026 in dienst waren of zijn, hebben in deze maanden recht op een extra uitkering van USD 500 netto, ongeacht de arbeidsduur. Dit is voor de ambtenaren van politie geformaliseerd in artikel 23a van het Besluit rechtspositie korps politie BES (hierna: BrkpBES) (artikel III, onderdeel B) en voor de overige RCN-ambtenaren in artikel 19 van het Bezoldigingsbesluit 1998 BES (artikel I, onderdeel A).
Daarnaast wordt in een afzonderlijke ministeriële regeling4 in verband met de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025 de laagste trede van de salarisschalen 1 tot en met 4 (USD 1.797) voor zittende en nieuwe medewerkers opgeheven, waardoor ieders (start)salaris ruim boven het geldende wettelijk minimumloon uitkomt.
De basisaanspraak op vakantieverlof voor ambtenaren met een volledige betrekking wordt, gerekend vanaf 1 januari 2025, verhoogd van 168 vakantie-uren naar 182 vakantie-uren (artikelen II, onderdeel A, en III, onderdeel D, voor politieambtenaren). Voor ambtenaren met een deelbetrekking worden deze uren zoals gebruikelijk naar rato toegekend. De vakantie-uren kunnen worden opgenomen of verkocht. In verband met de verhoging van de basisaanspraak wordt het maximum aantal uren dat jaarlijks kan worden verkocht ook verhoogd, namelijk van 36 vakantie-uren naar 50 vakantie-uren (artikelen II, onderdeel B, en III, onderdeel E, voor politieambtenaren). Ten slotte wordt het geboorteverlof verruimd en wordt aan een ambtenaar bij bevalling van diens partner niet twee, maar tweeënhalve dag verlof verleend, ongeacht de arbeidsduur (artikelen II, onderdeel C, onder 2, en III, onderdeel F, onder 2, voor politieambtenaren).
RCN zet in op het initiëren en aanmoedigen van activiteiten ter bevordering van vitaliteit in brede zin. Daarom ontvangt elke ambtenaar, ongeacht diens arbeidsduur, met ingang van januari 2025 maandelijks USD 30 netto ter vrije besteding aan een vitaliteitsdoel. De werkgever stelt algemene voorwaarden waaronder een aanvullende bijdrage wordt uitgekeerd van nog eens een bedrag van USD 30 netto per maand als de ambtenaar aangeeft daadwerkelijk actief te zijn op het gebied van vitaliteit en gezondheid. Deze afspraak is voor de ambtenaren van politie geformaliseerd in artikel 23c BrkpBES (artikel III, onderdeel C) en voor de overige RCN-ambtenaren in artikel 20 van het Bezoldigingsbesluit 1998 BES (artikel I, onderdeel B). Deze afspraak is tijdelijk en geldt gedurende de verdere looptijd van de arbeidsvoorwaardenovereenkomst 2024–2026.
Tijdens de initiële onderhandelingen over de arbeidsvoorwaardenovereenkomst Rijksambtenaren BES 2024–2026 is een afspraak gemaakt over de verhoging van verschillende toelagen en vergoedingen met 12% per 1 januari 2024.5 Deze verhoging geldt alleen voor die toelagen en vergoedingen waarvan op grond van regelgeving is bepaald dat zij meestijgen met een stijging van het salaris, hetgeen voor de overwerkvergoeding voor politie niet is geregeld. Tot de rang van inspecteur (artikel 23, derde lid (nieuw), BrkpBES) gaat de overwerkvergoeding niet omhoog bij een salarisstijging. In de bijlage, behorende bij artikel 23, eerste tot en met derde lid, BrkpBES zijn namelijk voor de aspirant, agent, brigadier en hoofdagent nominale bedragen opgenomen, die sinds 2010 niet meer zijn gewijzigd. De deelnemers aan het Sectoroverleg Caribisch Nederland hebben afgesproken om deze nominale bedragen alsnog met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2024 te verhogen met 12% (artikel III, onderdeel I) en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025 met 1,5% (artikel III, onderdeel J), overeenkomstig de eerder bedoelde reeds geïndexeerde toelagen en vergoedingen.
|
weekdag of zaterdag (artikel 23, eerste lid) |
zondag, feestdag of roostervrije dag (artikel 23, tweede lid) |
buitengewone omstandigheden of calamiteiten (artikel 23, derde lid) |
|
|---|---|---|---|
|
aspirant |
USD 12,51 |
USD 16,27 |
USD 20,65 |
|
agent |
USD 16,89 |
USD 21,90 |
USD 26,90 |
|
brigadier |
USD 20,03 |
USD 26,90 |
USD 33,79 |
|
hoofdagent |
USD 23,78 |
USD 31,91 |
USD 40,67 |
|
weekdag of zaterdag (artikel 23, eerste lid) |
zondag, feestdag of roostervrije dag (artikel 23, tweede lid) |
buitengewone omstandigheden of calamiteiten (artikel 23, derde lid) |
|
|---|---|---|---|
|
aspirant |
USD 12,70 |
USD 16,51 |
USD 20,96 |
|
agent |
USD 17,14 |
USD 22,23 |
USD 27,30 |
|
brigadier |
USD 20,33 |
USD 27,30 |
USD 34,30 |
|
hoofdagent |
USD 24,14 |
USD 32,39 |
USD 41,28 |
In het Sectoroverleg Caribisch Nederland in maart 2025 is overeengekomen om het systeem van nominale vergoedingen te vervangen door de systematiek die ingevolge artikel 25 RpbaBES voor overige RCN-ambtenaren geldt: het compenseren van overwerk met verlofuren en/of het toekennen van een percentage van het uurloon. Bij volledige financiële compensatie van overwerk bedraagt de vergoeding per uur voor de aspirant, agent, brigadier en hoofdagent aldus op week- of zaterdagen 150 procent van diens geldende uurloon en op roostervrije, zon- of feestdagen 200 procent van diens geldende uurloon (artikel III, onderdeel A). Het hanteren van de genoemde percentages komt in alle gevallen uit op hogere bedragen per uur dan de nominale vergoedingen die in de Bijlage (die ingevolge artikel III, onderdeel K, ook per 1 maart 2025 vervalt) zijn opgenomen. Bovendien stijgt de beloning op deze manier mee overeenkomstig de algemene salarisontwikkelingen, zonder noodzaak tot aanpassing van de regelgeving. Deze systeemwijziging werkt terug tot en met 1 maart 2025 (artikel V, vierde lid) en wordt in de praktijk al uitgevoerd.
Op 11 december 2024 is in het Sectoroverleg Caribisch Nederland tevens overeenstemming bereikt over een vaste personele paragraaf, op te nemen in ieders komende organisatie- en formatierapport, waarin regels zijn gesteld over bijvoorbeeld boventalligheid en ontslagen bij reorganisaties. Middels de grondslag in een nieuw artikel 76a van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES (hierna: RpbaBES) (artikel IV) kunnen de partijen in het Sectoroverleg Caribisch Nederland bindende afspraken maken over de personele paragraaf.
Ingevolge de arbeidsvoorwaardenovereenkomst Rijksambtenaren BES 2024–2026 is in artikel 71a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES vastgelegd dat ook bij het bereiken van een diensttijd van 35 jaar en 45 jaar een gratificatie wegens trouwe dienst wordt uitgekeerd.6 Destijds is per abuis in de regelgeving niet ook voor deze twee jubileummomenten, net zoals op een 10-, 20-, 30- of 40-jarig ambtsjubileum, een dag buitengewoon verlof respectievelijk vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden aangewezen. Deze omissie wordt voor ambtenaren van politie hersteld in artikel 52 BrkpBES (artikel III, onderdeel F, onder 2) en voor overige RCN-ambtenaren in artikel 26 van het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES (artikel II, onderdeel C, onder 2).
Met de inwerkingtreding van de Verzamelwet SZW 20237 zijn per 1 januari 2023 in artikel 1614ca van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES het meerlingenverlof en de couveuseregeling geïntroduceerd. De invulling hiervan is gelijk aan de situatie in Europees Nederland, op grond van hetgeen in de Wet arbeid en zorg is geregeld. De verlofregelingen in artikel 37a van het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES (hierna: BvvdBES) en, voor ambtenaren van politie, in artikel 72 BrkpBES zijn echter aan de genoemde wetswijziging nog niet aangepast. Daarom wordt nu, overeenkomstig de wettelijke regeling, aan de tweede en derde leden van genoemde artikelen toegevoegd dat voor vrouwelijke ambtenaren die bevallen van meer dan één kind een langere periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof geldt (artikel II, onderdeel D, en artikel III, onderdeel G). Het gaat hierbij om meerlingen, ongeacht het aantal. Het zwangerschapsverlof gaat tien tot acht weken voor de verwachte bevallingsdatum in. Het bevallingsverlof loopt vanaf de bevalling tien weken door, vermeerderd met de dagen dat het zwangerschapsverlof minder dan tien weken heeft geduurd voor de verwachte bevallingsdatum of, als eerder gelegen, de werkelijke bevallingsdatum.
Met de couveuseregeling wordt het verlengen van het wettelijk bevallingsverlof bij ziekenhuisopname van het kind bedoeld. In de nieuwe vierde leden wordt, eveneens overeenkomstig de wettelijke regeling, bepaald dat de periode van het bevallingsverlof kan worden verlengd als een kind tijdens het bevallingsverlof op grond van medische redenen in een ziekenhuis is opgenomen. Deze medische redenen dienen in het kind zelf gelegen te zijn. Een ziekenhuisverblijf van het kind dat zijn oorzaak primair vindt in de opname van de moeder is geen grond voor verlenging van het verlof. De periode van het bevallingsverlof wordt verlengd met het aantal dagen dat een kind in het ziekenhuis is opgenomen. In geval er bij de geboorte van meerlingen meer dan een kind tegelijkertijd in het ziekenhuis moet worden opgenomen, dan is de verlengingsmogelijkheid beperkt tot één kind.
Ten slotte zijn bij een eerdere verruiming van het zwangerschaps- en bevallingsverlof in 2018 abusievelijk de (destijds) vierde leden van de artikelen 37a BvvdBES en 72 BrkpBES vervallen.8 Inmiddels is het bedoelde lid in het BvvdBES weer aan het artikel toegevoegd,9 maar in het BrkpBES nog niet. Daarom wordt middels dit besluit in een nieuw vijfde lid van artikel 72 BrkpBES de per abuis vervallen bepaling, waarin zwangerschaps- en bevallingsverlof gelijk wordt gesteld met verhindering tot dienstverrichting wegens ziekte, weer opgenomen (artikel III, onderdeel G, onder 3).
Dit besluit heeft geen gevolgen voor de regeldruk. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier dan ook niet geselecteerd voor een formeel advies.
Dit besluit treedt ingevolge artikel V, eerste lid, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Hiermee wordt een uitzondering gemaakt op de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn van wet- en regelgeving. In het geval van dit besluit is dat niet problematisch, omdat degenen tot wie dit besluit zich richt, reeds op de hoogte zijn van de in december 2024 gemaakte afspraken en zich op de implementatie ervan hebben kunnen voorbereiden.
Ingevolge artikel V, tweede, derde, vierde en vijfde lid, is aan verschillende artikelen en onderdelen van dit besluit terugwerkende kracht verleend. De terugwerkende kracht van de onderdelen is in de paragrafen 1, 2 en 5 toegelicht en is niet bezwaarlijk, aangezien alle wijzigingen een begunstigende werking voor de betrokkenen hebben.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2026-78.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.