Besluit van 26 juni 2026 tot vaststelling van eenmalige uitkeringen in januari 2024, september 2024 en 1 juli 2025 en tot wijziging van enige besluiten in het kader van hoofdstuk 2 van het arbeidsvoorwaardenakkoord voor de sector Defensie over de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023, het arbeidsvoorwaardenakkoord voor de sector Defensie over de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 en het arbeidsvoorwaardenakkoord voor de sector Defensie over de periode van 1 januari 2025 tot 1 september 2026 (Wijzigingsbesluit arbeidsvoorwaardenakkoorden Defensie hoofdstuk 2 van 2021–2023, 2024 en 2025–2026)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 12 mei 2026, nr. 2026001042;

Gelet op de artikelen 12 en 12o, tweede lid, van de Wet ambtenaren defensie;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 27 mei 2026, no. W07.26.00124/II;

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 23 juni 2026, nr. MINDEF20260042874

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Algemeen militair ambtenarenreglement wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, vervallen de onderdelen k tot en met n.

B

Artikel 4, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Aanstelling kan plaatsvinden:

    • a. bij het beroepspersoneel

      • in vaste dienst; of

      • in tijdelijke dienst, bedoeld in artikel 11a;

    • b. bij het reservepersoneel.

C

In artikel 5a, derde lid, wordt «die bij aanstelling is bestemd voor functievervulling in fase drie» vervangen door «voor een aanstelling bij het beroepspersoneel in vaste dienst».

D

In artikel 7, eerste lid, wordt na «beroepspersoneel» ingevoegd «in vaste dienst».

E

Artikel 12, onder c, komt te luiden:

  • c. de wijze van aanstelling, bedoeld in artikel 4, eerste lid;

F

Artikel 16a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 31a» vervangen door « artikel 30, vierde lid».

2. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde en het zesde lid tot het vierde en het vijfde lid.

G

Artikel 16bis wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de militair» vervangen door «de militair, aangesteld bij het beroepspersoneel,».

2. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde tot en met het achtste lid tot het vijfde tot en met het zevende lid.

H

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De duur van de functievervulling wordt met instemming van de militair vastgesteld voor een duur van minimaal drie jaar met een maximum van zeven jaar. Indien een kortere duur dan het maximum is vastgesteld, kan de duur van de functievervulling met instemming van de militair worden verlengd tot het maximum van zeven jaar.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. De militair is beschikbaar voor functietoewijzing bij een functievervullingsduur

    • a. vanaf vijf jaar na vier jaar;

    • b. van vier jaar na drie jaar;

    • c. van drie jaar na twee jaar.

3. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. In afwijking van het tweede lid kan voor bij ministeriële regeling aan te wijzen specifieke functiegroepen een functievervullingsduur langer dan zeven jaar worden vastgesteld.

I

Aan artikel 24 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 9. In afwijking van het vierde lid, kan een militair worden bevorderd tot korporaal als de situatie, bedoeld in 31, derde lid, zich voordoet.

J

In artikel 27 vervalt onderdeel d, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel c door een punt.

K

Artikel 28a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Met de militair wordt tenminste eenmaal per drie jaar minimaal één loopbaangesprek gevoerd. Een loopbaangesprek kan daarnaast plaatsvinden op aanvraag van de militair, maar niet eerder dan zes maanden na het vorige gesprek.

2. Het tweede en vijfde lid vervallen, onder vernummering van het derde tot en met tiende lid tot het tweede tot en met het achtste lid.

3. In het vijfde lid (nieuw) wordt «zesde lid» vervangen door «vierde lid».

4. In het zesde lid (nieuw) wordt «zesde lid» vervangen door «vierde lid».

5. In het zevende lid (nieuw) wordt «achtste lid» vervangen door «zesde lid».

6. In het achtste lid (nieuw) wordt «negende lid» vervangen door «zevende lid».

L

Hoofdstuk 4 komt te luiden:

Hoofdstuk 4. Doorstroom manschappen en korporaals

Artikel 29. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

korporaals:
  • 1°. bij de Koninklijke marine: matrozen der 1e klasse en mariniers der 1e klasse;

  • 2°. bij de Koninklijke landmacht en luchtmacht: korporaals en korporaals der 1e klasse;

  • 3°. bij de Koninklijke marechaussee: marechaussees der 1e en 2e klasse;

manschappen:
  • 1°. bij de Koninklijke marine: matrozen der 2e en 3e klasse en mariniers der 2e en 3e klasse;

  • 2°. bij de Koninklijke landmacht en luchtmacht: soldaten der 1e, 2e en 3e klasse;

  • 3°. bij de Koninklijke marechaussee: marechaussees der 3e en 4e klasse;

onderofficiersrang:
  • 1°. bij de Koninklijke marine: de rang van korporaal, sergeant, sergeant-majoor of adjudant-onderofficier

  • 2°. bij de Koninklijke landmacht en luchtmacht de rang van sergeant, sergeant der eerste klasse, sergeant-majoor, of adjudant-onderofficier;

  • 3°. bij de Koninklijke marechaussee: wachtmeester, wachtmeester der eerste klasse of opperwachtmeester;

ontslagleeftijd:

de voor manschappen of korporaals alsdan geldende ontslagleeftijd op grond van artikel 39, tweede lid, onder a.

Artikel 30. Algemeen
  • 1. Onze Minister stelt in overleg met elke manschap en korporaal een individueel en bindend ontwikkel- en begeleidingstraject op.

  • 2. In het ontwikkel- en begeleidingstraject wordt ten minste aandacht besteed aan aspecten als de noodzakelijke om- en bijscholing, de doorstroom, bedoeld in artikel 31, eerste lid of 32, eerste lid, alsmede het al dan niet op eigen verzoek plaatsen op andere functies.

  • 3. De afspraken uit het ontwikkel- en begeleidingstraject worden vastgelegd in het persoonlijk ontwikkelplanformulier, genoemd in artikel 28a, vierde lid, en zijn bindend voor zowel de militair als de organisatie.

  • 4. Manschappen of korporaals die een betrekking intern Defensie als burgerambtenaar of als militair bij een ander operationeel commando, of een betrekking extern Defensie ambiëren, kunnen op hun aanvraag door zorg van de organisatie-eenheid belast met de externe bemiddeling van militairen, gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden, bij deze overgang bemiddeld en begeleid worden.

  • 5. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van dit artikel.

Artikel 31. Doorstroom manschappen
  • 1. Manschappen behoren al het mogelijke te doen om zich te kwalificeren voor doorstroom naar de rang van korporaal.

  • 2. De militair die vijftien jaar voor de ontslagleeftijd nog steeds behoort tot de manschappen, zal op die datum een functie worden toegewezen waaraan de rang van korporaal is verbonden en met toepassing van artikel 24, vierde lid, worden bevorderd.

  • 3. Indien het niet mogelijk is om de militair op het moment, genoemd in het derde lid, een functie toe te wijzen waaraan de rang van korporaal is verbonden, wordt de militair met ingang van dat moment alsnog bevorderd tot korporaal, met toepassing van artikel 24, negende lid.

Artikel 32. Doorstroom korporaals
  • 1. Korporaals behoren al het mogelijke te doen om zich te kwalificeren voor doorstroom naar een onderofficiersrang dan wel zich te specialiseren binnen het eigen vakgebied in de rang van korporaal.

  • 2. Op aanvraag van een korporaal wordt door Onze Minister in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de ontslagleeftijd geen operationele functie toegewezen.

M

Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid, onderdeel i, komt te luiden:

  • i. voor manschappen en korporaals als bedoeld in artikel 29 wegens het opzettelijk niet voldoen aan de afspraken opgenomen in het individueel en bindend ontwikkel- en begeleidingstraject, bedoeld in artikel 30;

2. Het achtste lid komt te luiden:

  • 8. Onze minister kan op aanvraag van de militair de ontslagdatum, bedoeld in het tweede lid, onder a, uitstellen met maximaal één jaar, indien de militair daartoe uiterlijk één jaar voor deze datum een verzoek indient bij het bevoegd gezag. Na toekenning van het uitstel wordt de militair ontheven uit diens eigen functie en wordt een tijdelijke functie buiten de organieke defensieformatie toegewezen voor de uitvoering van niet-operationele inzet gerelateerde taken.

N

In artikel 53a wordt in de begripsbepaling militair na «beroepspersoneel» toegevoegd «in vaste dienst».

O

Artikel 139 komt te luiden:

Artikel 139. Verplichtingen inzake bereikbaarheid ten behoeve van inzet

  • 1. De militair in werkelijke dienst kan door Onze Minister worden verplicht zodanige maatregelen te treffen, dat de militair aan berichtgeving en oproepingen om zich te melden onverwijld gevolg kan geven.

  • 2. De militair in werkelijke dienst is, indien de militair daartoe is aangewezen, verplicht om daarbij rekening te houden met mogelijke inzet op korte termijn.

  • 3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van dit artikel.

P

Hoofdstuk 12, paragraaf 1 vervalt.

ARTIKEL II

Het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt in de begripsomschrijving betrokkene, onder 2e, na «het Algemeen militair ambtenarenreglement in» ingevoegd «vaste of in tijdelijke».

B

Artikel 17a, eerste lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. is aangesteld op grond van artikel 4, eerste lid, onder a, van het Algemeen militair ambtenarenreglement en voor wie de termijn van de verplichting, bedoeld in artikel 12k van de Wet ambtenaren defensie jo. artikel 7 van het Algemeen militair ambtenarenreglement of artikel 3 van de Regeling tijdelijke aanstelling militairen, is verstreken; en

ARTIKEL III

Het Besluit personenchauffeurs defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5 wordt «€ 179,71» vervangen door «€ 192,29».

B

In artikel 5 wordt «€ 192,29» vervangen door «€ 201,90».

C

In artikel 5 wordt «€ 201,90» vervangen door «€ 205,94».

ARTIKEL IV

Het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 26, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Met de ambtenaar wordt ten minste eenmaal per drie jaar minimaal één loopbaangesprek gevoerd. Een loopbaangesprek kan daarnaast plaatsvinden op aanvraag van de ambtenaar, maar niet eerder dan zes maanden na het vorige gesprek.

B

In artikel 32, vierde lid, worden «het maximumsalaris van schaal 9» en «vorenbedoeld maximumsalaris» vervangen door «salarisnummer 8 van schaal 9».

C

Artikel 171a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. De ambtenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, heeft het recht om na het bereiken van de in het eerste respectievelijk tweede lid genoemde leeftijdsgrens langer door te werken op diens functie tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

2. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. Indien het tijdig opdragen van een passende functie als bedoeld in het zesde lid niet mogelijk is, kan de ambtenaar:

    • a. op aanvraag ontslag worden verleend als bedoeld in het derde lid dan wel

    • b. ervoor kiezen om langer door te werken op diens functie tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

3. Na het zevende lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 8. Het langer doorwerken op diens functie, bedoeld in het vierde lid en in het zevende lid, onder b, wordt voor de ambtenaar beëindigd en aansluitend aan de ambtenaar ontslag als bedoeld in het derde lid verleend, indien uit de uitslag van een bedrijfsgeneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 56, blijkt dat de ambtenaar ongeschikt is geworden voor de verdere uitoefening van diens functie.

ARTIKEL V

Het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Indien de ambtenaar met toepassing van artikel 77, eerste lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie op diens aanvraag een andere functie wordt opgedragen, waaraan een salarisschaal is verbonden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor de ambtenaar geldende salarisschaal, vindt inpassing in de bij de nieuwe functie behorende salarisschaal op hetzelfde salarisnummer plaats. Indien dit salarisnummer in laatstbedoelde salarisschaal niet voorkomt, geschiedt de inpassing op het naastlagere salarisnummer.

  • 2. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde tot het vijfde lid.

B

Na artikel 17 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 17a. Remotietoelage

  • 1. In dit artikel wordt verstaan onder remotie: het op verzoek van de ambtenaar opdragen van een functie waaraan een salarisschaal is verbonden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor de ambtenaar geldende salarisschaal.

  • 2. Onze Minister kent een remotietoelage toe aan de ambtenaar bij wie de inpassing in de bij de nieuwe functie behorende salarisschaal, bedoeld in artikel 8, vierde lid, leidt tot een lager salaris.

  • 3. De remotietoelage wordt voor een periode van 36 maanden toegekend en bedraagt:

    • a. in maand 1 tot en met maand 12: 3/4e deel van het verschil tussen het oude en nieuwe salaris op het moment van remotie;

    • b. in maand 13 tot en met maand 24: 2/4e deel van het verschil tussen het oude en nieuwe salaris op het moment van remotie;

    • c. in maand 25 tot en met maand 36: 1/4e deel van het verschil tussen het oude en nieuwe salaris op het moment van remotie.

  • 4. Indien binnen de periode waarvoor de remotietoelage is toegekend, aan de ambtenaar een functie wordt opgedragen waaraan een hogere schaal is verbonden, eindigt de aanspraak op de remotietoelage met ingang van de datum van deze functietoewijzing.

C

In artikel 43, tweede lid, wordt «€ 189,83» vervangen door «€ 203,12».

D

In artikel 43, tweede lid, wordt «€ 203,12» vervangen door «€ 213,28».

E

In artikel 43, tweede lid, wordt «€ 213,28» vervangen door «€ 217,55».

F

Artikel 44a vervalt.

G

De bijlagen A, B en C worden vervangen door de bijlagen A, B en C, opgenomen als bijlagen 1, 2 en 3 bij dit besluit.

H

De bijlage A wordt vervangen door de bijlage A, opgenomen als bijlage 4 bij dit besluit.

I

De bijlagen A, B en C worden vervangen door de bijlagen A, B en C, opgenomen als bijlagen 5, 6 en 7 bij dit besluit.

J

De bijlagen A, B en C worden vervangen door de bijlagen A, B en C, opgenomen als bijlagen 8, 9 en 10 bij dit besluit.

ARTIKEL VI

Het Inkomstenbesluit militairen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt in alfabetische volgorde ingevoegd:

onderofficierssalaris:
  • 1°. bij de Koninklijke marine: het maximum salaris in de rang van korporaal.

  • 2°. bij de Koninklijke landmacht en luchtmacht: het maximum salaris in de rang van sergeant;

  • 3°. bij de Koninklijke marechaussee: het maximum salaris in de rang van wachtmeester;

2. Het vierde lid vervalt.

B

Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a. Bijzondere bepaling militairen met de rang van korporaal

De militair, bedoeld in artikel 32 van het Algemeen militair ambtenarenreglement, die vijf jaar voor de ontslagleeftijd nog steeds de rang van korporaal bekleedt en het niet mogelijk is geweest om voor die datum een functie toe te wijzen waaraan een hogere rang is verbonden, behoudt diens rang met dien verstande dat de militair vanaf dat moment ten minste een onderofficierssalaris ontvangt dat wordt vastgesteld met toepassing van artikel 4 jo. artikel 5.

C

De tabel in artikel 11b, derde lid, komt te luiden:

Bezoldiging

Percentage

t/m € 3.856,45

9,30%

van € 3.856,45 t/m € 4.408,62

8,80%

van € 4.408,63 t/m € 5.167,63

7,70%

van € 5.167,64 t/m € 8.577,31

6,30%

vanaf € 8.577,32

4,60%

D

De tabel in artikel 11b, derde lid, komt te luiden:

Bezoldiging

Percentage

t/m € 4.049,27

9,30%

van € 4.049,28 t/m € 4.629,05

8,80%

van € 4.629,06 t/m € 5.426,01

7,70%

van € 5.426,02 t/m € 9.006,18

6,30%

vanaf € 9.006,19

4,60%

E

De tabel in artikel 11b, derde lid, komt te luiden:

Bezoldiging

Percentage

t/m € 4.130,26

9,30%

van € 4.130,27 t/m € 4.721,63

8,80%

van € 4.721,64 t/m € 5.534,53

7,70%

van € 5.534,54 t/m € 9.186,30

6,30%

vanaf € 9.186,31

4,60%

F

In artikel 12, eerste lid, wordt «in fase twee of drie,» vervangen door «voor wie de termijn van de verplichting, bedoeld in artikel 12k van de Wet ambtenaren defensie jo. artikel 7 van het Algemeen militair ambtenarenreglement, is verstreken en».

G

Artikel 13a, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Indien de in het eerste lid bedoelde militair ontslag wordt verleend terwijl de termijn van de verplichting, bedoeld in artikel 12k van de Wet ambtenaren defensie jo. artikel 7 van het Algemeen militair ambtenarenreglement, nog niet is verstreken, betaalt de militair de toegekende premie op een door Onze minister te bepalen wijze terug.

H

Artikel 14, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. het minimumbedrag per maand van de vakantie-uitkering is voor de militair:

    • a. met salarisnummer 0: € 141,10;

    • b. met salarisnummer 1: € 161,26;

    • c. met salarisnummer 2: € 181,41;

    • d. met salarisnummer 3 of hoger: € 201,57.

I

Artikel 14, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. het minimumbedrag per maand van de vakantie-uitkering is voor de militair:

    • a. met salarisnummer 0: € 148,16;

    • b. met salarisnummer 1: € 169,32;

    • c. met salarisnummer 2: € 190,49;

    • d. met salarisnummer 3 of hoger: € 211,65.

J

Artikel 14, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. het minimumbedrag per maand van de vakantie-uitkering is voor de militair:

    • a. met salarisnummer 0: € 151,12;

    • b. met salarisnummer 1: € 172,70;

    • c. met salarisnummer 2: € 194,29;

    • d. met salarisnummer 3 of hoger: € 215,88.

K

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel c komt te luiden:

  • c. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten of een toelage of – in de plaats daarvan – voorzieningen in nature ter zake van het verblijf van de militair buiten Nederland;

2. Onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel l, wordt een onderdeel k toegevoegd, luidende:

  • k. een toelage voor militairen aan wie de verplichting, bedoeld in artikel 139, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, is opgelegd.

L

Artikel 23a wordt als volgt gewijzigd:

1. Tabel 1, onder n, komt te luiden:

  • n. de vaste vergoeding voor extra beslaglegging van de militair die zich in fase 2 of 3 bevond in de periode tussen 31 december 2001 en 1 januari 2019.

2. In tabel 2, onder d, vervalt «van de militair die zich in fase 1 bevindt».

3. Onder verlettering van onderdeel c tot d wordt in tabel 4 van artikel 23a een onderdeel c ingevoegd, luidende:

  • c. de bij ministeriële regeling vastgestelde toelage horende bij de verplichting, bedoeld in artikel 139, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement;

M

De bijlagen A en B worden vervangen door de bijlagen A en B, opgenomen als bijlagen 11 en 12 bij dit besluit.

N

De bijlagen A en B worden vervangen door de bijlagen A en B, opgenomen als bijlagen 13 en 14 bij dit besluit.

O

De bijlage A wordt vervangen door de bijlage A, opgenomen als bijlage 15 bij dit besluit.

P

De bijlagen A en B worden vervangen door de bijlagen A en B, opgenomen als bijlagen 16 en 17 bij dit besluit.

ARTIKEL VII

Het Verplaatsingskostenbesluit defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, bij de begripsbepaling van afstand, onderdeel b, vervalt «, met dien verstande dat bij meer dan één plaats van tewerkstelling die zich niet binnen één complex of terrein bevinden de grootste afstand geldt».

B

Artikel 2, vierde lid, onderdeel f komt te luiden:

  • f. overige kosten, mits een eigen huishouding wordt gevoerd na de verhuizing.

C

In artikel 3, eerste lid, vervalt «en, indien hij militair is voorafgaand aan de verhuizing, een eigen huishouding voerde».

D

In artikel 4, eerste lid, vervalt «die bij indiensttreding een eigen huishouding voert,».

E

Artikel 12, eerste lid, onderdeel c komt te luiden:

  • c. overige kosten, mits een eigen huishouding wordt gevoerd na de verhuizing.

F

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De defensieambtenaar die met toekenning van een tegemoetkoming in de verhuiskosten is verhuisd voor een plaatsing in een land buiten Nederland, heeft per plaatsingsperiode van 12 maanden aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het reizen tussen de woning buiten Nederland en een plaats naar keuze in Nederland voor zichzelf en voor de eveneens in het land van plaatsing gevestigde gezinsleden.

2. Na het tweede lid worden de volgende leden toegevoegd:

  • 3. Onverminderd het eerste lid wordt aan de defensieambtenaar die voor 1 januari 2024 buiten Europa is geplaatst, het voor 1 januari 2024 toegekende aantal reizen verhoogd afhankelijk van het jaar waarin de plaatsing eindigt conform onderstaande tabel. Dit geldt eveneens voor de in het land van plaatsing gevestigde gezinsleden met dien verstande dat voor het gezinslid wordt uitgegaan van de dag van aankomst en de dag van vertrek van het gezinslid.

    Einde plaatsing in

    Extra reizen

    2024

    1

    2025

    1

    2026

    2

    2027

    2

    2028

    3

    2029

    3

  • 4. Onverminderd het eerste lid wordt het aantal reizen voor de defensieambtenaar die voor 1 januari 2024 binnen Europa is geplaatst, bepaald op basis van de plaatsingsduur na 1 januari 2024. Afhankelijk van het jaar waarin de plaatsing eindigt, krijgt de defensieambtenaar het aantal reizen toegekend conform onderstaande tabel. Dit geldt eveneens voor de in het land van plaatsing gevestigde gezinsleden met dien verstande dat voor het gezinslid wordt uitgegaan van de dag van aankomst en de dag van vertrek van het gezinslid.

    Einde plaatsing in

    Extra reizen

    2024

    1

    2025

    2

    2026

    3

    2027

    4

    2028

    5

    2029

    6

ARTIKEL VIII

Eenmalige uitkering januari 2024

  • 1. De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering van maximaal € 1.500,– in januari 2024:

    • a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op enig tijdstip in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 met eervol ontslag is gegaan en daaraan voorafgaand met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst was;

    • b. de militair aangesteld bij het reservepersoneel die op enig tijdstip in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest;

    • c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op enig tijdstip in de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 met eervol ontslag is gegaan en daaraan voorafgaand met aanspraak op salaris in dienst was van het ministerie van Defensie;

    • d. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar die op enig tijdstip in de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 met pensioen is gegaan en dientengevolge diens uitkering ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie is beëindigd;

    • e. de gewezen ambtenaar die op enig tijdstip in de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 met pensioen is gegaan en dientengevolge diens uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie is beëindigd;

    • f. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op enig tijdstip in de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 met pensioen is gegaan en dientengevolge diens uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen is beëindigd;

    • g. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 januari 2024 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst was, alsmede de ambtenaar die op 1 januari 2024 met aanspraak op bezoldiging was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn;

    • h. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 januari 2024 met aanspraak op salaris in dienst was van het ministerie van Defensie;

    • i. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op 1 januari 2024 een uitkering genoot ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie;

    • j. de gewezen ambtenaar die op 1 januari 2024 een uitkering genoot op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;

    • k. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 januari 2024 een uitkering genoot op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen.

  • 2. De eenmalige uitkering januari 2024, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend ter grootte van:

    • a. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder g, € 1.500,– maal de factor van het voor diegene op 1 januari 2024 voor deeltijdarbeid afwijkende salaris gedeeld door het voor diegene op 1 januari 2024 geldende salaris;

    • b. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder a, € 1.500,– maal de factor van het voor diegene op de datum van ontslag voor deeltijdarbeid afwijkende salaris gedeeld door het voor diegene op de datum van ontslag geldende salaris en vervolgens naar rato van de periode dat diegene in 2023 in daadwerkelijke dienst was;

    • c. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder b, € 1.500,– maal de factor aantal uren gewerkt in de periode van 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 gedeeld door 1980;

    • d. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder h, € 1.500,– maal de deeltijdfactor op 1 januari 2024;

    • e. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder c, € 1.500,– maal de deeltijdfactor op de datum van ontslag en vervolgens naar rato van de periode dat diegene in 2023 in daadwerkelijke dienst was;

    • f. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder i en j, € 1.500,– maal de deeltijdfactor op de datum van ontslag;

    • g. voor de betrokkene bedoeld in het eerste lid, onder d en e, € 1.500,– maal de deeltijdfactor op de datum van ontslag en vervolgens naar rato van de periode dat diegene in 2023 een uitkering genoot ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie dan wel op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;

    • h. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder k, € 1.500,–.

    • i. voor de betrokkenen bedoeld in het eerst lid, onder f, € 1.500,– naar rato van de periode dat diegene in 2023 een uitkering genoot uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen.

  • 3. In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkering januari 2024 ook van toepassing op de ambtenaar genoemd in artikel 1, eerste lid, onder g, a, h en c, die op 1 januari 2024 ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering januari 2024.

  • 4. De eenmalige uitkering januari 2024 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen dan wel het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

  • 5. De eenmalige uitkering januari 2024 maakt deel uit van de pensioengrondslag.

  • 6. Voor betrokkenen met meerdere arbeidsrelaties die daardoor onder meer dan één categorie, als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met k, vallen, geldt dat zij per persoon aanspraak hebben op een eenmalige uitkering van in totaal maximaal € 1.500,–.

ARTIKEL IX

Eenmalige uitkering september 2024

  • 1. De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering van maximaal € 500,– in september 2024:

    • a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 september 2024 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst was, alsmede de ambtenaar die op 1 september 2024 met aanspraak op bezoldiging was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn;

    • b. de militair aangesteld bij het reservepersoneel die op enig tijdstip in de periode van 1 januari 2024 tot 1 september 2024 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest;

    • c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 september 2024 met aanspraak op salaris in dienst was van het ministerie van Defensie;

    • d. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op 1 september 2024 een uitkering genoot ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie;

    • e. de gewezen ambtenaar die op 1 september 2024 een uitkering genoot op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;

    • f. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 september 2024 een uitkering genoot op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;

  • 2. De eenmalige uitkering september 2024, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend ter grootte van:

    • a. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder a, € 500,– maal de factor van het voor diegene op 1 september 2024 voor deeltijdarbeid afwijkende salaris gedeeld door het voor diegene op 1 september 2024 geldende salaris;

    • b. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder b, € 500,– maal de factor aantal uren gewerkt in de periode van 1 januari 2024 tot 1 september 2024 gedeeld door 1320;

    • c. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder c, € 500,– maal de deeltijdfactor op 1 september 2024;

    • d. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder d en e, € 500,– maal de deeltijdfactor op de datum van ontslag;

    • e. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder f, € 500,–.

  • 3. In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkering september 2024 ook van toepassing op de ambtenaar genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en b, die op 1 september 2024 ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering september 2024.

  • 4. De eenmalige uitkering september 2024 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen dan wel het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

  • 5. De eenmalige uitkering september 2024 maakt deel uit van de pensioengrondslag.

  • 6. Voor betrokkenen met meerdere arbeidsrelaties die daardoor onder meer dan één categorie, als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met e, vallen, geldt dat zij per persoon aanspraak hebben op een eenmalige uitkering van in totaal maximaal € 500,–.

ARTIKEL X

Eenmalige uitkering juli 2025

  • 1. De volgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering van maximaal € 350,– in juli 2025:

    • a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 juli 2025 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst was, alsmede de ambtenaar die op 1 juli 2025 met aanspraak op bezoldiging was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn;

    • b. de militair aangesteld bij het reservepersoneel die op enig tijdstip in de periode van 1 januari 2025 tot 1 juli 2025 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest;

    • c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 juli 2025 met aanspraak op salaris in dienst was van het ministerie van Defensie;

    • d. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op 1 juli 2025 een uitkering genoot ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie;

    • e. de gewezen ambtenaar die op 1 juli 2025 een uitkering genoot op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;

    • f. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 juli 2025 een uitkering genoot op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;

  • 2. De eenmalige uitkering juli 2025, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend ter grootte van:

    • a. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder a, € 350,– maal de factor van het voor diegene op 1 juli 2025 voor deeltijdarbeid afwijkende salaris gedeeld door het voor diegene op 1 juli 2025 geldende salaris;

    • b. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder b, € 350,– maal de factor aantal uren gewerkt in de periode van 1 januari 2025 tot 1 juli 2025 gedeeld door 990;

    • c. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder c, € 350,– maal de deeltijdfactor op 1 juli 2025;

    • d. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder d en e, € 350,– maal de deeltijdfactor op de datum van ontslag;

    • e. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder f, € 350,–.

  • 3. In afwijking van artikel 1, eerste lid, is de aanspraak op de eenmalige uitkering september 2024 ook van toepassing op de ambtenaar genoemd in artikel 1, eerste lid, onder a en b, die op 1 juli 2025 ouderschapsverlof genoot. Het ouderschapsverlof heeft geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering juli 2025.

  • 4. De eenmalige uitkering juli 2025 wordt niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairen dan wel het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.

  • 5. De eenmalige uitkering juli 2025 maakt deel uit van de pensioengrondslag.

  • 6. Voor betrokkenen met meerdere arbeidsrelaties die daardoor onder meer dan één categorie, als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met e, vallen, geldt dat zij per persoon aanspraak hebben op een eenmalige uitkering van in totaal maximaal € 350,–.

ARTIKEL XI

Vitaliteitsbudget burgerpersoneel 2025

De ambtenaar maakt eenmalig aanspraak op een vitaliteitsbudget van € 100,– netto ten behoeve van fitheid en vitaliteit. De aanspraak wordt op declaratiebasis toegekend. De aanspraak vervalt na afloop van het kalenderjaar en is niet overdraagbaar naar een volgend kalenderjaar.

ARTIKEL XII

Overgangsbepaling salaristabel met ingang van 1 januari 2024

  • 1. Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 1, 2 of 3 van toepassing is en die voor 1 januari 2024 salarisnummer 4 of lager had, wordt met ingang van 1 januari 2024 opgehoogd naar salarisnummer 5.

  • 2. Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 4 van toepassing is en die voor 1 januari 2024 salarisnummer 3 of lager had, wordt met ingang van 1 januari 2024 opgehoogd naar salarisnummer 4.

  • 3. Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 5 van toepassing is en die voor 1 januari 2024 salarisnummer 0 of 1 had, wordt met ingang van 1 januari 2024 opgehoogd naar salarisnummer 2.

  • 4. Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 6 van toepassing is en die voor 1 januari 2024 salarisnummer 0 had, wordt met ingang van 1 januari 2024 opgehoogd naar salarisnummer 1.

  • 5. Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15 of 16 van toepassing is en die voor 1 januari 2024 het maximumsalaris van diens salarisschaal had bereikt gedurende een periode van minimaal 12 maanden, wordt met ingang van 1 januari 2024 met één salarisnummer opgehoogd.

  • 6. Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15 of 16 van toepassing is en die voor 1 januari 2024 het maximumsalaris van diens salarisschaal had bereikt gedurende een periode van minder dan 12 maanden, wordt met één salarisnummer opgehoogd nadat de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, is verstreken.

  • 7. De ambtenaar, bedoeld in het zesde lid, die voor 1 januari 2024 in het genot was van een functioneringstoelage, heeft met ingang van 1 januari 2024 aanspraak op een overbruggingstoelage met een gelijke waarde als de functioneringstoelage tot het moment waarop de periode waarvoor de functioneringstoelage was toegekend, is verstreken dan wel de ambtenaar opnieuw het maximumsalaris van diens salarisschaal heeft bereikt en aan de ambtenaar opnieuw een functioneringstoelage is toegekend voor de alsdan geldende resterende periode.

  • 8. Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 9 van toepassing is en die voor 1 januari 2025 salarisnummer 9 had gedurende een periode van 12 maanden, wordt met ingang van 1 januari 2025 met één salarisnummer opgehoogd.

  • 9. Het salarisnummer van de ambtenaar op wie salarisschaal 9 van toepassing is en die voor 1 januari 2025 salarisnummer 9 had gedurende een periode van minder dan 12 maanden, wordt met één salarisnummer opgehoogd nadat de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, is verstreken.

  • 10. De ambtenaar, bedoeld in het negende lid, die voor 1 januari 2025 in het genot was van een functioneringstoelage, heeft met ingang van 1 januari 2025 aanspraak op een overbruggingstoelage tot het moment waarop de periode waarvoor de functioneringstoelage was toegekend, is verstreken dan wel de ambtenaar opnieuw het maximumsalaris van diens heeft bereikt en aan de ambtenaar opnieuw een functioneringstoelage is toegekend.

  • 11. Bij samenloop van de toepassing van het eerste tot en met het tiende lid, de jaarlijkse verhoging van het salarisnummer op grond van artikel 11, eerste lid, of een bevordering, wordt uitvoering gegeven aan de voor de ambtenaar meest gunstige volgorde.

ARTIKEL XIII

Overgangsbepaling salaristabel met ingang van 1 juli 2024

  • 1. Voor de ambtenaar op wie salarisschaal 1 of 2 van toepassing is en die voor 1 juli 2024 het salarisnummer 5, 6, 7, 8, 8, 9 of 10 had, wordt met ingang van 1 juli 2024 het salarisnummer vernummerd naar respectievelijk 0, 1, 2, 3, 4 of 5.

  • 2. Voor de ambtenaar op wie salarisschaal 3 van toepassing is en die voor 1 juli 2024 het salarisnummer 5, 6, 7, 8, 8, 9, 10 of 11 had, wordt met ingang van 1 juli 2024 het salarisnummer vernummerd naar respectievelijk 0, 1, 2, 3, 4, 5 of 6.

  • 3. Voor de ambtenaar op wie salarisschaal 4 van toepassing is en die voor 1 juli 2024 het salarisnummer 4, 5, 6, 7, 8, 8, 9, 10, 11 of 12 had, wordt met ingang van 1 juli 2024 het salarisnummer vernummerd naar respectievelijk 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 of 8.

  • 4. Voor de ambtenaar op wie salarisschaal 5 van toepassing is en die voor 1 juli 2024 het salarisnummer 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 8, 9, 10, 11 of 12 had, wordt met ingang van 1 juli 2024 het salarisnummer vernummerd naar respectievelijk 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 of 10.

  • 5. Voor de ambtenaar op wie salarisschaal 6 van toepassing is en die voor 1 juli 2024 het salarisnummer1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 8, 9, 10, 11 of 12 had, wordt met ingang van 1 juli 2024 het salarisnummer vernummerd naar respectievelijk 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 of 11.

  • 6. Bij samenloop van de toepassing van het eerste tot en met het vijfde lid, de jaarlijkse verhoging van het salarisnummer op grond van artikel 11, eerste lid, of een bevordering, wordt uitvoering gegeven aan de voor de ambtenaar meest gunstige volgorde.

ARTIKEL XIX

Overgangsbepaling vanwege invoering vaste aanstelling

  • 1. Een militair die uiterlijk op 31 december 2024 een verzoek heeft ingediend tot handhaving van de op dat moment geldende aanstelling en aan wie dit verzoek door het bevoegd gezag is toegewezen, behoudt deze aanstelling met de specifiek daaraan verbonden rechten en verplichtingen, zoals deze waren opgenomen in het Algemeen militair ambtenarenreglement, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie en het Inkomstenbesluit militairen zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van dit besluit.

  • 2. De aanstelling, bedoeld in het eerste lid, eindigt van rechtswege op de datum waarop deze overeenkomstig het oorspronkelijke aanstellingsbesluit eindigt.

  • 3. Op deze overgangsbepaling is voor zover niet anders bepaald de bij de aanstelling geldende rechtspositie van toepassing.

ARTIKEL XX INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat:

  • 1. artikel VII, onderdeel A, terugwerkt tot en met 1 juli 2022;

  • 2. artikel I, onderdeel M (sub 2) terugwerkt tot en met 7 juli 2022;

  • 3. artikel III, onderdeel A, artikel IV, onderdeel B, artikel V, onderdelen A, B, C, F en G, artikel VI, onderdelen C, H en M, artikel VII, onderdelen B, C, D, E en F, artikel VIII en artikel XII terugwerken tot en met 1 januari 2024;

  • 4. artikel I, onderdeel O en artikel VI, onderdelen K (sub 2) en L (sub 3) terugwerken tot en met 1 maart 2024;

  • 5. artikel V, onderdeel H en artikel XIII terugwerken tot en met 1 juli 2024;

  • 6. artikel IX terugwerkt tot en met 1 september 2024;

  • 7. artikel III, onderdeel B, artikel V, onderdelen D en I en artikel VI, onderdelen D, I en N terugwerken tot en met 1 oktober 2024;

  • 8. artikel IV, onderdeel C, terugwerkt tot en met 1 november 2024;

  • 9. artikel VI, onderdeel K (sub 1) en artikel XI terugwerken tot en met 1 januari 2025;

  • 10. artikel VI, onderdeel O en artikel X terugwerken tot en met 1 juli 2025;

  • 11. artikel III, onderdeel C, artikel V, onderdelen E en J en artikel VI, onderdelen E, J en P terugwerken tot en met 1 januari 2026.

ARTIKEL XXI CITEERTITEL

Dit besluit wordt aangehaald als: Wijzigingsbesluit arbeidsvoorwaardenakkoorden Defensie hoofdstuk 2 van 2021–2023, 2024 en 2025–2026.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 26 juni 2026

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Defensie, D.G. Boswijk

Uitgegeven de vijfentwintigste augustus 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Met dit wijzigingsbesluit worden de afspraken uit de arbeidsvoorwaardenakkoorden 2021–2023 (hoofdstuk 2), 2024 en 2025–2026 voor de sector Defensie geformaliseerd, voor zover het betreft algemene maatregelen van bestuur. In deze akkoorden is een aantal maatregelen overeengekomen dat leidt tot wijzigingen in het Algemeen militair ambtenarenreglement (hierna: AMAR), het Besluit personenchauffeurs defensie, het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (hierna: IBBAD), het Inkomstenbesluit militairen (hierna: IBM), het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (hierna: BARD) en het Verplaatsingskostenbesluit defensie (hierna: VKBD). Tevens zijn in de akkoorden 2024 en 2025–2026 een drietal eenmalige uitkeringen en een vitaliteitsbudget burgerpersoneel overeengekomen. Het onderhavige besluit strekt ertoe deze afspraken vast te leggen en de afgesproken wijzigingen in genoemde besluiten door te voeren.

Als gevolg van de samenhang tussen de drie akkoorden alsmede de korte tijdspanne tussen de twee laatst afgesloten akkoorden is de uitwerking van de afspraken uit deze akkoorden in één wijzigingsbesluit neergelegd. Voor zover die afspraken een wijziging van regels op het niveau van een ministeriële regeling vereisen, is daarin voorzien in een ministeriële regeling.1

De centrales van overheidspersoneel hebben ingestemd met de wijzigingen in de desbetreffende besluiten ter uitvoering van de gemaakte afspraken.

De Begeleidingscommissie Arbeidsvoorwaarden zal toezien op een uniforme toepassing van de afspraken uit de akkoorden 2021–2023, 2024 en 2025–2026 en vanwege de samenhang ook de akkoorden uit 2017–2018 en 2018–2020.

Akkoord 2021–2023, hoofdstuk 22

Met ingang van 1 januari 2008 is voor het militair personeel het Flexibel Personeelssysteem (FPS) ingevoerd. Het ging hier om de eerste noodzakelijke wijzigingen met het oog op de invoering van het FPS, omdat met ingang van dezelfde datum de Wet van 8 november 2007 tot wijziging van de Militaire ambtenarenwet 1931 (MAW 1931) in werking trad en de Wet voor het reservepersoneel der Krijgsmacht in verband met onder andere de invoering van een flexibel personeelssysteem voor de krijgsmacht werd ingetrokken.

Het doel van FPS was tweeledig. Ten eerste een voortdurende talentontwikkeling van het personeel via opleidingen, loopbaanbeleid- en begeleiding alsmede door het opdoen van werkervaring in opeenvolgende functies. Ten tweede was FPS gericht op het realiseren en handhaven van een evenwichtige opbouw van het personeelsbestand.

Met deze tweeledige doelstelling in gedachten is in het Arbeidsvoorwaardenakkoord sector Defensie 2007–2009 een aantal uitgangspunten met de centrales van overheidspersoneel overeengekomen voor de verdere invoering van FPS. Met ingang van 1 februari 2011 is deze verdere beleidsuitwerking van het FPS in de rechtspositie geformaliseerd. De militaire loopbaan werd in het FPS op hoofdlijnen in drie fasen onderscheiden:

  • Fase 1 begint als de loopbaan bij Defensie start en duurt tot het einde van de dienverplichting.

  • Fase 2 begint aan het einde van de dienverplichting en gaat over in de derde fase op het moment dat de militair een positief doorstroombesluit heeft gekregen.

  • Fase 3 start als een positief doorstroombesluit is genomen en eindigt in beginsel bij het leeftijdsontslag van de militair.

In de loop der jaren is Defensie tot het oordeel gekomen dat de hiervoor genoemde doelstellingen met het FPS niet langer gehaald konden worden en is besloten dat het FPS moet worden vervangen door een ander personeelssysteem. Als uitvloeisel van diverse arbeidsvoorwaardenakkoorden is het FPS stapsgewijs op de meest beperkende elementen uitgezet tot het volledig was uitgefaseerd.

In het akkoord 2017–2018 zijn de volgende afspraken ten aanzien van het FPS gemaakt:

  • Een goed functionerend personeelssysteem moet zorgen voor enerzijds een evenwichtige personeelsopbouw en anderzijds een kwaliteitsinvestering in het personeel. Sociale partners zijn van mening dat deze doelstellingen met het huidige FPS niet langer gehaald worden. Doorontwikkeling van het FPS lijkt hiervoor niet voldoende. De wereld is veranderd, dat stelt andere eisen aan het defensiepersoneel en aan Defensie als werkgever.

  • Binnen uiterlijk drie jaar zullen Defensie in samenspraak met de sociale partners vorm geven aan een ander personeelssysteem. Een systeem dat bijdraagt aan de ontwikkeling van het personeel/het individu waarin de in-, door- en uitstroom van personeel beter in balans is dat beter recht doet aan het bieden van zekerheid aan het personeel en de noodzakelijke flexibiliteit binnen de defensieorganisatie.

Vervolgens zijn in het akkoord 2018–2020 de volgende afspraken ten aanzien van het FPS opgenomen:

  • De ondervulling van de organisatie en de nog altijd hoge uitstroom van militairen blijven ons zorgen baren. Onzekerheid over de toekomst is voor veel militairen een belangrijke reden om Defensie te verlaten.

  • Sociale partners zijn al eerder overeengekomen dat uiterlijk in 2020 vorm gegeven dient te zijn aan een ander personeelssysteem dan het huidige Flexibele Personeelssysteem.

  • Vooruitlopend daarop willen sociale partners zekerheid geven aan militairen over een vaste aanstelling of de mogelijkheid zich daarvoor te kwalificeren.

  • Sociale partners komen overeen dat Defensie alle onderofficieren en officieren die FPS fase 2 zijn of worden, bij voldoende functioneren, een vaste aanstelling garandeert. Daarbij wordt benadrukt dat dit ook kan impliceren dat men zich dient om te scholen of bij te scholen of in voorkomend geval op andere locaties wordt geplaatst. Deze maatregel geldt tot het invoeren van het voornoemde nieuwe personeelssysteem.

  • Soldaten en korporaals worden zo goed mogelijk gefaciliteerd om zich te kwalificeren voor onderofficiers- en officiersopleidingen om ook deze groep militairen langer aan Defensie te binden.

Daarnaast zijn in het akkoord 2021–2023 de volgende afspraken gemaakt ten aanzien van FPS:

  • Over de aanstelling van manschappen (soldaten der 1e, 2e en 3e klasse, korporaals en korporaals der 1e klasse van de Koninklijke Landmacht en Luchtmacht, matrozen de 1e, 2e en 3e klasse en mariniers der 1e, 2e en 3e klasse van de Koninklijke Marine en marechaussees der 1e en 2e, 3e en 4e klasse van de Koninklijke Marechaussee) komen sociale partners het volgende overeen.

  • Sociale partners zullen onderzoeken op welke wijze manschappen en korporaals een vaste aanstelling kan worden geboden. Hierbij zal worden onderzocht wat de financiële voorwaarden zijn tijdens het werkzame leven binnen Defensie en hoe gedurende deze periode hun werkzaamheden op duurzame wijze kunnen worden uitgevoerd.

  • Onderofficieren en officieren krijgen na het succesvol afronden van de initiële opleiding een vaste aanstelling.

Tot slot hebben sociale partners afspraken gemaakt dat (onder)officieren, korporaals en manschappen die eerst een FPS aanstelling zouden krijgen, nu een vaste aanstelling bij Defensie krijgen. Tevens hebben sociale partners afspraken gemaakt ten aanzien van de doorstroom en ontwikkeling van het vast aangestelde personeel.

In verband met de invoering van deze afspraken is feitelijk invulling gegeven aan een ander systeem dan het FPS. Nu tegelijkertijd ook de mogelijkheden om een militair tijdelijk aan de organisatie te verbinden zijn uitgebreid en tevens de aanstelling van het reservepersoneel wordt gemoderniseerd is het pallet aan aanstellingsvormen inmiddels passend bij de groei die Defensie op dit moment doormaakt.

Met dit wijzigingsbesluit is het FPS uitgefaseerd en vervangen door een systeem met een ruim pallet aan aanstellingsvormen (vast, tijdelijk en als reservist) waarbij voor elke aanstellingsvorm specifiek aandacht zal zijn voor de doorstroom en ontwikkeling.

Verder worden in onderhavig wijzigingsbesluit ook nog enkele andere afspraken uit hoofdstuk 2 van het akkoord 2021–2023 geformaliseerd in besluiten op het niveau van algemene maatregel van bestuur, namelijk de afspraken inzake nadienen, plaatsingsduur militairen en loopbaan- en ontwikkelafspraken militairen en burgers. De overige afspraken uit hoofdstuk 2 van akkoord 2021–2023 worden met separate wijzigingsbesluiten geformaliseerd.

AV 2024 en 2025–2026

De staatssecretaris van Defensie heeft op 16 december 2023 met de centrales van overheidspersoneel in de Sectorcommissie Defensie overeenstemming bereikt over een pakket aan maatregelen betreffende het arbeidsvoorwaardenbeleid voor de sector Defensie voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 (hierna: akkoord 2024). Op 2 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Defensie met de centrales van overheidspersoneel in de Sectorcommissie Defensie overeenstemming bereikt over een pakket aan maatregelen betreffende het arbeidsvoorwaardenbeleid voor de sector Defensie voor de periode van 1 januari 2025 tot en met september 2026 (hierna: akkoord 2025–2026).

Hieronder volgt een beknopte opsomming van de maatregelen en wijzigingen die in het kader van deze akkoorden in dit wijzigingsbesluit zijn opgenomen:3

  • Het defensiepersoneel ontvangt per 1 januari 2024 een loonsverhoging van 7%, per 1 oktober 2024 een loonsverhoging van 5%4 en per 1 januari 2026 een loonsverhoging van 2%.

  • Het defensiepersoneel heeft aanspraak op een eenmalige uitkering op 1 januari 2024 van € 1.500,– bruto, op 1 september 2024 van € 500,– bruto en op 1 juli 2025 van € 350,– bruto.

  • Ter verbetering van de beloningspositie van het burgerpersoneel vervallen de gelijke begintreden in de schalen 1 tot en met 6, wordt de inkomenstoeslag verhoogd en ingebouwd in de salaristabel en wordt een extra trede toegevoegd aan de schalen 8 tot en met 16.

  • In het kader van de militaire inzet worden maatregelen getroffen die zien op een herziening van het stelsel van beschikbaarheid en bereikbaarheid, het opleggen van verplichtingen aan militairen inzake bereikbaarheid en het creëren van een grondslag voor een vergoeding ter tegemoetkoming aan die beperkingen.

  • Voor defensiepersoneel geplaatst in buitenland worden maatregelen getroffen die zien op de toelage buitenland (de Standaard netto Nederland factor) en op de partner en gezinssupport:

    • a. verhoging Verplaatsingscomponent (VPC);

    • b. bijles kinderen;

    • c. jaarlijkse reis naar Nederland voor in het buitenland geplaatste medewerkers;

    • d. verhoging tegemoetkoming autohuur;

    • e. juridische bijstand huisvesting op standplaats;

    • f. eigen bijdrage bij dagelijks reizen in het buitenland.

Uitsluitend de uitwerking van de jaarlijkse reis naar Nederland voor in het buitenland geplaatste medewerkers (onderdeel c) wordt in dit besluit geregeld; de overige zaken worden op ministerieel niveau verder uitgewerkt.5

  • Voor burgerpersoneel wordt het op eigen verzoek toewijzen van een functie waaraan een lagere schaal is verbonden, mogelijk gemaakt (remotie).

  • Defensiepersoneel dat een eigen huishouding gaat voeren en dat eerder nog niet deed, komt in aanmerking voor de tegemoetkoming verhuiskosten.

  • Defensiepersoneel dat om redenen van dienst in het buitenland dient te zijn, ontvangt een vergoeding in de kosten van aanschaf van een Nederlands paspoort.

  • Het burgerpersoneel heeft aanspraak op een vitaliteitsbudget in 2025 ter hoogte van € 100,– netto.

Adviescollege Toetsing Regeldruk

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het – met uitzondering van eenmalige kennisnemingskosten – geen gevolgen heeft voor de regeldruk van burgers en bedrijven.

Ten aanzien van de invoering van de vaste aanstelling wordt opgemerkt dat de aanstelling in drie fases is uitgefaseerd. Daarnaast wordt geen invulling meer gegeven aan het instrument «maximum looptijd in rang» en worden ook geen «doorstroombesluiten» meer genomen door de organisatie. De maximum looptijd in rang (artikel 1, eerste lid, onder q, AMAR) was het maximum aantal jaren dat een militair in een bepaalde rang of stand mocht doorbrengen tijdens de fase 1 en 2 van de aanstelling. Op het moment dat dit maximum werd bereikt, nam de Minister een besluit over het al dan niet bevorderen tot een hogere rang, op basis van onder andere de beschikbare functies en de geschiktheid van de militair voor functievervulling in de hogere rang. Indien het niet mogelijk was om te bevorderen tot een hogere rang, kon de militair worden ontslagen. Het doorstroombesluit was een besluit waarmee de militair, al dan niet op eigen verzoek, werd medegedeeld of diens loopbaan in een fase 3 kon worden omgezet, wat vergelijkbaar was met een vaste aanstelling.

Het personeelssysteem zorgde voor onzekerheid en onrust bij de militair over diens loopbaan bij Defensie. In feite was steeds sprake van een tijdelijke aanstelling, tot aan het moment waarop de militair een aanstelling in fase 3 had bereikt. Daarnaast had het personeelssysteem ook een flinke impact op de regeldruk. De organisatie moest continue besluiten nemen over het al dan niet doorstromen van militairen naar een hogere rang of andere fase van de aanstelling. Met de introductie van de vaste aanstelling, die de militair direct bij aanvang van de aanstelling ontvangt, is aan deze onzekerheid voor de militair en de noodzaak voor de organisatie tot het steeds nemen besluiten over het al dan niet doorstromen van militairen een einde gekomen. Met de vaste aanstelling is dientengevolge meer rust voor zowel de militair en de organisatie gecreëerd en is de regeldruk afgenomen.

Artikelsgewijs deel

Artikel I, onderdeel A

De bepalingen en zinsneden die gerelateerd zijn aan het FPS, zijn uit de rechtspositie geschrapt, hergeformuleerd dan wel vervangen door een verwijzing naar de aanstelling in vaste dienst.

Dit betekent dat ook de specifieke FPS-definities opgenomen in artikel 1, onderdelen k, l, m en n, AMAR zijn geschrapt, met uitzondering van de definitie in onderdeel g (maximum looptijd in rang). De reden daarvoor is gelegen in het volgende. In artikel 12quinquies van de Wet ambtenaren defensie is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ten behoeve van de instroom, doorstroom en uitstroom van militair personeel met betrekking tot het maximum aantal jaren een militair in een bepaalde rang mag dienen. Deze wettelijke grondslag is ongemoeid gelaten en derhalve ook de uitwerking daarvan in artikel 1, eerste lid, onderdeel g van het AMAR (maximum looptijd in rang). Vooralsnog wordt er geen invulling gegeven aan deze definitie, maar mogelijk dat dit instrument nog wel in de toekomst gebruikt kan worden ter bevordering van de doorstroom van het militair personeel.

Artikel I, onderdelen B en E

In het AMAR kan de wijze van aanstelling plaatsvinden bij het beroepspersoneel en het reservepersoneel. Als gevolg van de introductie van een aanstelling in vaste of in tijdelijke dienst is deze formulering thans de wijze van aanstellen bij het beroepspersoneel. Hiermee wordt enerzijds aangesloten bij de terminologie voor het burgerpersoneel, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie. Anderzijds om te markeren dat het hier niet gaat over het systeem dat voor invoering van het FPS werd gehanteerd, te weten een aanstelling als beroeps onbepaalde en bepaalde tijd (BBT/BOT). Artikel 12, onder c, is tevens gewijzigd als gevolg van de wijziging van artikel 4 AMAR en sluit de terminologie nu aan bij het nieuw geformuleerde artikel 4 AMAR (nieuw).

In artikel 4 (nieuw), eerste lid, onder a, sub 2, AMAR is bij de tijdelijke aanstelling expliciet verwezen naar artikel 11a AMAR en niet naar artikel 11 AMAR. De reden hiervoor heeft te maken met het oogmerk van deze artikelen. Artikel 11 AMAR moet immers niet worden beschouwd als een vorm van aanstelling die dient voor de reguliere personeelsvoorziening van de krijgsmacht6. Daarom is destijds gekozen voor een apart artikel 11 AMAR en is afgezien van een integratie in artikel 4 AMAR. Nu artikel 11a AMAR juist wel moet worden beschouwd als een vorm van aanstelling voor de reguliere personeelsvoorziening, is deze wel geïntegreerd in artikel 4 AMAR.

De terminologie in artikel 90b AMAR is ongemoeid gelaten, omdat met «tijdelijk aangestelde militairen» in dat artikel enkel wordt gedoeld op de militair aangesteld op grond van artikel 11 (zie verwijzing naar artikel 90, zesde lid, AMAR). Artikel 90b AMAR ziet derhalve niet (en hoeft ook niet te zien op) de militair aangesteld op grond van artikel 11a AMAR, want die behoort wel tot het beroepspersoneel.

Artikel I, onderdeel C

In artikel 5a, derde lid, is het criterium «FPS fase 3» vervangen door enkel «de aanstelling in vaste dienst» toe te voegen. Het is evident dat dit rendementscriterium niet van toepassing is op een aanstelling in tijdelijke dienst.

Artikel I, onderdeel D

De dienverplichting van artikel 7 AMAR is uitsluitend van toepassing op militairen aangesteld in vaste dienst, omdat voor de aanstelling op grond van artikel 11a AMAR (tijdelijke aanstelling) reeds is voorzien in een «eigen» dienverplichting in artikel 3 van de Regeling tijdelijke aanstelling militairen.

Artikel I, onderdelen F (sub 1), H (sub 1), I, L, en M (sub 1) en artikel VI, onderdelen A en B

Bij de introductie van de vaste aanstelling voor manschappen en korporaals hebben de sociale partners afspraken gemaakt over de doorstroom en ontwikkeling van manschappen en korporaals7:

«Vaste aanstelling manschappen en korporaals

Sociale partners komen, vooruitlopend op afschaffing van het FPS, overeen dat Defensie alle manschappen en korporaalskorporaals1, die FPS2 zijn of worden, bij voldoende functioneren een vaste aanstelling garandeert. Defensie verleent manschappen en korporaals die op dit moment in dienst zijn bij voldoende functioneren een vaste aanstelling, tenzij deze militairen er de voorkeur aan geven hun huidige (tijdelijke) aanstelling te behouden. Hiermee gaan Defensie en deze militairen een lange en duurzame werkrelatie met elkaar aan. Deze relatie heeft een wederkerig karakter: Defensie is bereid om, in financiële zin en in mogelijkheden, te investeren in de professionele ontwikkeling en de persoonlijke groei van de militair. De militair dient bereid te zijn zich regelmatig te laten omscholen en/of bijscholen en zich door te ontwikkelen. Daarnaast kan de militair, al dan niet op eigen verzoek, op gezette tijden op een andere functie en/of locatie worden geplaatst.

Scholing en ontwikkeling

Manschappen en korporaals worden gestimuleerd om invulling te geven aan de om- of bijscholingsverplichting en zich te ontwikkelen tot onderofficier of officier. Daarnaast kan de korporaal zich specialiseren in zijn eigen of een ander vakgebied. De overgang van manschap naar de rang van korporaal dient uiterlijk 15 jaar voor de dan bekende LOM-leeftijd te geschieden. Bereidheid tot om- of bijscholing, ontwikkeling en verplaatsing zijn doorslag gevende elementen bij het bereiken en behouden van de vaste aanstelling. Wanneer één of meer van deze elementen blijvend ontbreekt of ontbreken, kan aan de militair ontslag worden verleend. In dit geval zal de uniforme employabilityorganisatie van Defensie deze militairen naar ander betaald werk begeleiden. De militair is gehouden om samen met Defensie actief mee te werken aan het daadwerkelijk realiseren van dit betaalde werk.

Fysieke belastbaarheid

Een vaste aanstelling voor manschappen en korporaals kan mogelijk met zich brengen dat er in de toekomst in deze standen en rangen meer militairen met een hogere leeftijd werkzaam zullen zijn dan nu het geval is. Iedere militair moet op de gebruikelijke manier blijven voldoen aan de gestelde fysieke eisen. Sociale partners zullen dit actief ondersteunen door het realiseren van een passend flankerend levensfasebewust personeelsbeleid. Hierbij zullen zowel de operationele effecten als de fysieke en sociale aspecten worden betrokken. De laatste vijf jaar voor het bereiken van de dan geldende LOM leeftijd zullen korporaals niet gedwongen worden geplaatst of geplaatst blijven op operationeel of fysiek zware functies. Daarnaast zorgt defensie ervoor dat bij korporaals vanaf de UGM leeftijd minus 7 jaar het onderzoek als bedoeld in artikel 12h, derde lid, Wet ambtenaren defensie wordt uitgevoerd.

Financiële aspecten

De militair wordt gestimuleerd om invulling te geven aan de om- en bijscholingsverplichting en zich te ontwikkelen tot onderofficier of officier. Voor militairen die zich daarvoor niet kwalificeren, zonder dat dit hen is toe te rekenen, zal de korporaal uiterlijk vijf jaar voor het dan geldende functioneel leeftijdsontslag in ieder geval het salaris van een onderofficier ontvangen».

De bovenstaande afspraken hebben hun beslag gekregen in een nieuw hoofdstuk 4 AMAR (waarin voorheen de FPS-artikelen over doorstroom waren opgenomen) en in de artikelen 1 en 5a IBM. Hierbij is getracht de beleidsmatige afspraken uit de SOD-brief een normatief karakter te geven.

Zo is bijvoorbeeld het wederkerige karakter van de vaste aanstelling is in hoofdstuk 4 tot uiting gebracht door de introductie van het bindende ontwikkel- en begeleidingstraject dat voor elke individuele manschap en korporaal zal worden opgesteld. De inhoud van en het proces rondom dit ontwikkel- en begeleidingstraject zal nog nader worden uitgewerkt bij ministeriële regeling. Dat dit ontwikkel- en begeleidingstraject niet vrijblijvend is, komt vervolgens tot uitdrukking in de formulering van de bijbehorende nieuwe ontslaggrond (artikel 39, tweede lid, onderdeel i, AMAR nieuw). Door hierin te verwijzen naar opzet is sprake van een verwijtbaar ontslag.

Ten aanzien van de afspraak over het onderzoek, bedoeld in artikel 12h, derde lid, Wet ambtenaren defensie wordt opgemerkt dat dit onverlet laat dat de organisatie en de militair ook eerder een dergelijk onderzoek kunnen aanvragen. Deze afspraak is niet expliciet opgenomen in de regelgeving, omdat deze mogelijkheid tot het laten uitvoeren van een dergelijk onderzoek reeds bestaat.

Artikel I, onderdelen F (sub 2), G (sub 2) en M

De ontslaggrond, opgenomen in artikel 39, tweede lid, onderdeel i, AMAR was bedoeld voor soldaten en korporaals die in het FPS niet konden doorstromen naar FPS fase 3 en derhalve hun loopbaan buiten Defensie zouden voortzetten. Deze ontslaggrond vervalt als gevolg van de afschaffing van het FPS. Om diezelfde reden is artikel 39, achtste lid, AMAR ook komen te vervallen. Zowel artikel 39, tweede lid, onder i (zie toelichting bij onderdeel M, sub 1) als artikel 39, achtste lid (zie toelichting bij onderdeel M, sub 2) hebben een nieuwe invulling gekregen.

Artikel I, onderdeel G (sub 1)

Om materieel geen wijziging door te voeren ten aanzien van de doelgroep van het individueel opleidingsbudget is de zinsnede «aangesteld bij het beroepspersoneel» toegevoegd. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat de militair die is aangesteld bij het reservepersoneel geen aanspraak heeft op dit budget.

Artikel I, onderdeel H

Om meer tijd en ruimte te geven voor persoonlijke ontwikkeling en loopbaanontwikkeling door mogelijkheden te bieden voor een langere plaatsingsduur en hierdoor tegelijkertijd meer rust en tijd te creëren om binnen de organisatie kennis, kunde en ervaring op te doen, en de personele gereedheid te verhogen, zijn sociale partners overeen gekomen dat:

  • de plaatsingsperiode met instemming van de militair (inclusief MD-officieren) wordt vastgesteld;

  • het uitgangspunt voor nieuwe plaatsingen een minimale plaatsingsduur van 3 jaar met een maximum van 7 jaar is;

  • indien er een behoefte bestaat aan een periode langer dan maximaal 7 jaar kunnen sociale partners voor specifieke categorieën een langere periode overeenkomen;

  • de militair bij een plaatsingsduur vanaf 5 jaar na 4 jaar beschikbaar is voor het interne sollicitatieproces;

  • de militair bij een plaatsingsduur van 4 jaar na 3 jaar beschikbaar is voor het interne sollicitatieproces;

  • de militair bij een plaatsingsduur van 3 jaar na 2 jaar beschikbaar is voor het interne sollicitatieproces;

  • een militair gedurende de gehele duur van de functievervulling beschikbaar is voor een functietoewijzing indien er sprake is van een bevordering.

In artikel 17, tweede lid, AMAR is de mogelijkheid gecreëerd om de initiele plaatsingsduur te verlengen tot de maximale plaatsingsduur van zeven jaar. Ter illustratie: de militair die in eerste instantie voor een periode van vijf jaar wordt geplaatst op een functie, heeft nog steeds de mogelijkheid om deze plaatsing met maximaal twee jaar te verlengen.

Artikel I, onderdeel K en artikel IV, onderdeel A

Om structureel de persoonlijke ontwikkeling en loopbaanontwikkeling een plek te geven zijn de sociale partners overeen gekomen dat minimaal iedere drie jaar met de defensieambtenaar (burgers en militairen) rechtspositioneel bindende afspraken ten aanzien van de functionele en persoonlijke ontwikkeling worden gemaakt. De talenten en ambities van de medewerker vormen, in balans met de wensen en mogelijkheden van de organisatie, de basis voor de afspraken over de (mini-)loopbaan. Deze bindende afspraken in een Persoonlijk Ontwikkel Plan (POP) vormen de basis voor de interne en externe employability.

In artikel 28a AMAR (loopbaangesprek) was in het eerste en tweede lid voor de verschillende FPS-fases bepaald wanneer een loopbaangesprek moest plaatsvinden. Deze leden zijn samengevoegd tot één lid dat voor alle militairen met een aanstelling bij het beroepspersoneel geldt, waarin zowel de afspraak uit H2 AV 21–23 (eenmaal per drie jaar) als de mogelijkheid voor de militair om zelf een loopbaangesprek aan te vragen (stond voorheen in het eerste lid) tot uitdrukking komt.

Artikel I, onderdeel M (sub 2)

Met ingang van 1 januari 2017 gaan alle militairen, met uitzondering van degenen voor wie een overgangsregeling geldt, vijf jaar voor hun pensioengerechtigde leeftijd met leeftijdsontslag.8 Bij de introductie van deze nieuwe diensteinderegeling voor militairen is in het Arbeidsvoorwaarden-akkoord sector Defensie van 24 november 2017 voor de periode 1 januari 2017 tot 1 oktober 2018 tevens de afspraak gemaakt dat doorwerken na leeftijdsontslag mogelijk is op specifieke tijdelijke functieplaatsen die vallen buiten de organieke defensie formatie en dat de vorm, inhoud, en de daarbij passende arbeidsvoorwaarden nog verder worden uitgewerkt. In het Arbeidsvoorwaarden-akkoord sector Defensie van 7 juli 2022 voor de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023 (arbeidsvoorwaardenakkoord 21–23) is invulling gegeven aan deze afspraak. Met de maatregel tot nadienen van militairen wordt het mogelijk gemaakt om militairen langer aan Defensie te binden door hen na leeftijdsontslag nog een jaar in te zetten.

Met het nieuwe achtste lid van artikel 39 AMAR is het mogelijk gemaakt dat militairen op eigen verzoek, in geval van leeftijdsontslag op basis van de nieuwe diensteinderegeling, maximaal één jaar kunnen nadienen op specifieke tijdelijke arbeidsplaatsen die vallen buiten de organieke defensie formatie. Vanaf deze specifieke tijdelijke arbeidsplaats wordt aan de werknemer een pakket van passende werkzaamheden opgedragen waarbij de volgende voorwaarden leidend zijn:

  • Indien militairen hiertoe uiterlijk één jaar voor de datum leeftijdsontslag een verzoek indienen wordt dit, bij voldoende functioneren, toegestaan;

  • Hierbij gaat het om niet-operationele inzet gericht op het vergroten van de operationele gereedheid en de continuïteit van de bedrijfsvoering;

  • Er mag door het opgedragen pakket van werkzaamheden geen verdringing ontstaan;

  • Het gaat om een verlenging van maximaal één jaar.

Deze nieuwe bepaling is ook van toepassing op reservisten. Hierbij wordt opgemerkt dat het hier niet gaat om een afdwingbaar recht (noch voor de reservist, noch voor Defensie) te worden opgeroepen en dat het niet de bedoeling is om beroepsmilitairen die zijn ontslagen op grond van artikel 39, tweede lid, onder a, van het AMAR, als reservist te laten nadienen.

Artikel I, onderdeel N

In artikel 53a AMAR is bepaald dat paragraaf 1 van hoofdstuk 6a AMAR (o.a. aanwijzen als herplaatsingskandidaat, herplaatsingsonderzoek) van toepassing is op de militair aangesteld bij het beroepspersoneel. Door het invoeren van een aanstelling in vaste en tijdelijke dienst bij het beroepspersoneel is dit artikel aangepast waarbij expliciet is bepaald dat het van toepassing is op militairen aangesteld in vaste dienst bij het beroepspersoneel en zijn militairen aangesteld in tijdelijke dienst bij het beroepspersoneel uitgezonderd. Voor deze keuze is het resterende deel van de aanstellingsduur bepalend geweest. Een tijdelijke aanstelling op grond van artikel 11a AMAR duurt immers maximaal één jaar, met een mogelijkheid tot verlenging van één jaar. Gezien deze duur zal de duur van een tijdelijke aanstelling altijd worden gerespecteerd en regulier worden voltooid. Hiermee is aangesloten bij het gestelde in het Sociaal beleidskader defensie ten aanzien van BBT’ers en burgermedewerkers in tijdelijke dienst.

Artikel I, onderdeel O, en artikel V, onderdelen G (sub 2) en H

Om de inzetbaarheid van de krijgsmacht te waarborgen kan het nodig zijn om aan een militair verplichtingen op te leggen inzake bereikbaarheid. De militair kan in voorkomend geval worden verplicht om bereikbaar te zijn, hetzij ten behoeve van algemene berichtgeving, hetzij via individuele oproepingen, zonder dat daarbij sprake is van een beperking van de bewegingsvrijheid. Daarenboven kan aan militairen die behoren tot een eenheid waaraan de aanzegging is gedaan dat deze op korte termijn kan worden ingezet, individueel de verplichting worden opgelegd om maatregelen te treffen voor het kunnen worden ingezet op korte termijn. Deze individuele beschikking is de grondslag om een zodanige verplichting op te leggen.

In artikel 139 AMAR is de mogelijkheid om een dergelijke verplichting aan een militair neergelegd. Om aan de beperkingen die de militairen hierdoor kunnen ervaren tegemoet te komen, is vervolgens in artikel 16, onderdeel k, IBM voorzien in een grondslag voor het toekennen van een vergoeding daarvoor. Bij ministeriële regeling zal deze vergoeding verder worden uitgewerkt. In artikel 23a IBM is al wel geregeld dat de vergoeding voor 50% pensioengevend zal zijn.

Artikel I, onderdeel P

In dit hoofdstuk was het overgangsbeleid opgenomen voor militairen met een aanstelling bij het beroepspersoneel voor bepaalde tijd (BBT’er) ten tijde van de introductie van het FPS. Op dit moment zijn er geen BBT’ers meer en kan dit hoofdstuk komen te vervallen.

Artikel II, onderdeel A

Op grond van het Besluit bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid voor de sector Defensie (BWW) leidde een FPS-ontslag (artikel 39, tweede lid, onder i, AMAR oud) niet tot een aanspraak op een bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid. Vanwege de invoering van de aanstelling in vaste en tijdelijke dienst is de definitie van militair aangepast, zodat een militair die in vaste of tijdelijke dienst is aangesteld, wordt beschouwd als betrokkene die aanspraak maakt op de uitkeringen uit het BWW.

Artikel 39, tweede lid, onder i, AMAR is niet komen te vervallen, maar heeft in dit wijzigingsbesluit een nieuwe invulling gekregen (zie artikel I, onderdeel M (sub 1)). Ook deze ontslaggrond levert een verwijtbaar ontslag op en is derhalve uitgesloten in de definitie van «betrokkene» voor het BWW.

Artikel II, onderdeel B

In het Akkoord Arbeidsvoorwaardenbeleid 2007–2009 sector Defensie is afgesproken dat onder bepaalde voorwaarden bij een vrijwillig vertrek van een militair in fase drie in verband met een intensief uitzendverleden, loonsuppletie plaatsvindt bij aanvaarding van ander werk. Bij de formalisering van het FPS in de rechtspositie is het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie gewijzigd en is die afspraak doorgetrokken naar overeenkomstige situaties bij militairen in fase twee.9 Onderhavige wijziging betreft het doortrekken van die afspraak in verband met het vervallen van de fasering uit het FPS naar militairen die zij aangesteld in vaste of in tijdelijk dienst onder de voorwaarde dat het ontslag plaatsvindt na afronding van de op de militair betrekking hebbende dienverplichting.

Artikel III, artikel V, onderdelen C, D, E, G, I en J, en artikel VI, onderdelen C, D, E, H, I, J, M, N en P

De wijzigingen in deze artikelen zijn aanpassingen van bedragen die betrekking hebben op de loonsverhoging van 7% met ingang van 1 januari 2024, de loonsverhoging van 5% met ingang van 1 oktober 2024 en de loosverhoging van 2% met ingang van 1 januari 2026.

Deze salarisverhogingen werken door naar de ontslaguitkeringen (wachtgelden, uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag en uitkering gewezen militair) van het gewezen defensiepersoneel. De indexering van pensioenen en bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen vindt plaats overeenkomstig de hiervoor geldende voorschriften.

De salarissen van de militairen met de rang van vice-admiraal, luitenant-generaal, luitenant-admiraal of generaal volgen de loonontwikkeling van de CAO Rijk. Derhalve ontvangen zij niet de salarisverhogingen en eenmalige uitkeringen van de sector Defensie. De loonafspraken van de Sector Rijk voor deze categorie personeel worden met een separaat wijzigingsbesluit doorgevoerd.

Artikel IV, onderdeel B

In artikel 32, vierde lid, BARD is de aanspraak op vakantie voor burgerambtenaren geregeld. De medewerker die het maximumsalaris van salarisschaal 9 heeft bereikt en de medewerker die in salarisschaal 10 of hoger zit, heeft aanspraak op 192 uren vakantie. De overige burgerambtenaren hebben aanspraak op 184 uren vakantie. In verband met de afspraak om een extra salarisnummer aan schaal 9 toe te voegen, is de formulering van dit artikel aangepast, zodat de aanspraak op 192 uren vakantie in artikel 32, vierde lid, BARD niet langer is gekoppeld aan het maximumsalaris van schaal 9, maar aan salarisnummer 8 van salarisschaal 9. Voor 1 januari 2024 was het maximumsalaris immers gelijk aan salarisnummer 8 van salarisschaal 9. Door deze aanpassing leidt het toevoegen van extra salarisnummers aan salarisschaal 9 niet tot nadelige consequenties voor de burgerambtenaar.

Artikel IV, onderdeel C

Naar aanleiding van een uitspraak van het College van de Rechten van de Mens10 is besloten om de bestaande mogelijkheid om langer door te werken op de eigen functie voor medewerkers die aanspraak maken op de FLO-regeling, bedoeld in artikel 171a BARD, te verruimen tot de geldende AOW-leeftijd. Deze verruiming heeft geleid tot een aanpassing van het vierde en het zevende lid van dit artikel. Om uitvoeringstechnische redenen is ervoor gekozen om deze wijzigingen in te laten gaan met ingang van 1 november 2024. Vooruitlopend op de formalisering van deze wijzigingen, is reeds uitvoering gegeven aan de bovengenoemde verruiming.

Bij het besluit om de bestaande mogelijkheid om langer door te werken op de eigen functie voor medewerkers die aanspraak maken op de FLO-regeling, bedoeld in artikel 171a BARD, is tevens de afspraak gemaakt dat de bestaande procedures omtrent de beoordeling van de lichamelijke en psychische geschiktheid voor de functievervulling van kracht blijven. Voor de duidelijkheid is ervoor gekozen om de bestaande bepalingen hierover in dit artikel op te nemen in een nieuw achtste lid.

Artikel V, onderdelen A en B

Op dit moment is het nodig om een ontslag- en aannameprocedure te doorlopen voor de toewijzing van een functie in een lagere schaal. Dit wordt als een belemmering ervaren. Met het nieuwe artikel wordt remotie als instrument in het kader van het levensfasebewust personeelsbeleid toegevoegd, waarmee de verplichting om een ontslag- en aannameprocedure te doorlopen komt te vervallen. De volgende elementen zijn hierbij van belang:

  • a. Remotie kan alleen plaatsvinden op eigen verzoek van de burgerambtenaar.

  • b. Bij het opteren naar een functie met een lagere schaal wordt de bestaande bezoldiging in drie gelijkmatige stappen van één jaar naar het niveau van de nieuwe functie gebracht. Het tijdelijke karakter van deze toelage komt tot uitdrukking in het vierde lid. Indien binnen de periode van 36 maanden een functie wordt toegewezen met een hogere schaal wordt de toelage beëindigd. Indien beëindiging van de remotietoelage leidt tot een onevenredig nadeel, kan de ambtenaar zich wenden tot de Begeleidingscommissie Arbeidsvoorwaarden.

  • c. Bij remotie doorloopt de burger het reguliere selectieproces.

  • d. Remotie mag niet leiden tot verdringingseffecten in de plaatsingsvolgorde bij functietoewijzing.

  • e. De werkgever zorgt voor een goede voorlichting en persoonlijke begeleiding.

Artikel V, onderdelen F en G

Op grond van artikel 44a IBBAD had de burgerambtenaar aanspraak op een voltijds inkomenstoeslag van € 183,07 per maand. Deze inkomenstoeslag is op grond van de afspraken uit AV 2024 met € 20,00 verhoogd en vervolgens opgenomen in de salaristabel (bijlage A van het IBBAD). Artikel 44a IBBAD komt als gevolg daarvan te vervallen en het voltijds bruto maandsalaris van de burgerambtenaar stijgt daarmee met € 203,07. Daarna is de loonsverhoging van 7% doorgevoerd in de salaristabellen. Door de inkomenstoeslag op te nemen in de salaristabel stijgt de hoogte van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering, omdat door deze wijziging ook over de ingebouwde (en verhoogde) inkomenstoeslag vakantiegeld en eindejaarsuitkering wordt opgebouwd.

Artikel VI, onderdeel F

Het oogmerk van een bindingspremie is dat de militair zich gedurende een bepaalde periode zal verbinden aan de organisatie. Gedurende de periode van de dienverplichting, is de militair al gebonden aan de organisatie en dus heeft het instrument «bindingspremie» pas effect na ommekomst van de dienverplichting. Om materieel gezien geen wijziging aan te brengen is in artikel 12 van het Inkomstenbesluit militairen (IBM) is de verwijzing naar FPS fase 1 vervangen door een verwijzing naar het einde van de op de militair betrekking hebbende dienverplichting.

Artikel IV, onderdeel G

Hoewel tijdens de dienverplichting in beginsel geen ontslag op aanvraag wordt verleend, is voor de uitzonderlijke situatie waarin dit toch plaatsvindt, in artikel 13a, tweede lid, IBM bepaald dat in dat geval de ontvangen aanstellingspremie op een door de Minister te bepalen wijze wordt terugbetaald. Om materieel gezien geen wijziging aan te brengen is in deze artikelen de verwijzing naar FPS fase 1 vervangen door een verwijzing naar het einde van de op de militair betrekking hebbende dienverplichting.

Artikel VI, onderdeel K (sub 1)

Onderdeel c van artikel 16 IBM is gewijzigd om een grondslag te creëren om bij ministeriële regeling een militair aanspraak te laten maken op een vergoeding van de kosten van aanschaf van een Nederlands paspoort. In artikel 32a van de Inkomstenregeling militairen is deze afspraak nader uitgewerkt. Voor het burgerpersoneel geldt als (ongewijzigde) grondslag artikel, 52, eerste lid, onder d, van het IBBAD wat vervolgens is uitgewerkt in artikel 10 van de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie.11

Artikel VI, onderdeel L

In artikel 23a IBM, tabel 1, onderdeel n is de einddatum 1 januari 2019 opgenomen, zodat de verwijzing naar FPS fase 2 en 3 in tact kan blijven. Deze bepaling ziet hierdoor immers enkel op een situatie in het verleden. In tabel 2, onderdeel d (die geldt vanaf 1 januari 2019), is de verwijzing naar FPS fase 1 verwijdert, zodat op grond van tabel 2, onderdeel d, de gehele VEB voor alle militairen pensioengevend is.

Artikel V, onderdeel O

Per 1 juli 2025 is het wettelijk minimumloon geïndexeerd. Als gevolg hiervan zijn twee bedragen uit de militaire opleidingstabel opgehoogd met ingang van 1 juli 2025. Het gaat om de bedragen in de eerste kolom voor de militairen van 20 jaar en 21 jaar.

Artikel VII, onderdeel A

In het arbeidsvoorwaardenakkoord 2021–2023 is als onderdeel van het plaats- en tijdonafhankelijk werken onder andere de afspraak gemaakt om de tegemoetkoming woon-werkverkeer te koppelen aan een persoonlijk werkrooster. Bij de formalisering van deze afspraken is de definitie van «afstand» in het VKBD niet overeenkomstig aangepast. Met onderhavige wijziging wordt dit alsnog hersteld.

Artikel VII, onderdelen B, C, D en E

De eis dat men reeds een eigen huishouding moet voeren voor de verhuizing om in aanmerking te kunnen komen voor de tegemoetkoming verhuiskosten, is komen te vervallen in de daarvoor relevante artikelen in het VKBD.

Artikel VII, onderdeel F

Artikel 22 VKBD is als volgt aangepast:

  • een ophoging van de frequentie van de retourreis van eens per twee jaar naar eens per jaar;

  • een uitbreiding van de doelgroep door ook de verhuisde medewerkers met een plaatsing binnen Europa toe te voegen;

  • loslaten van de voorwaarde dat het een plaatsing betreft van twee jaar of langer.

De wijze van reizen is gelijk aan het buitenlandse dienstreisbeleid. De eerste klasse reizen van de trein of de businessclass reizen van een vliegtuig) worden niet vergoed. Om op een goede wijze invulling te geven aan de uitvoering van deze aanspraak worden daarbij de volgende regels gehanteerd:

  • a. Bij aanvang van de plaatsing zal het Dienstencentrum Internationale Ondersteuning (DCIOD) het aantal reizen bepalen waar de defensieambtenaar en de gezinsleden aanspraak op hebben. Wanneer sprake is van een niet geheel aantal jaren, dan wordt het daarboven gelegen aantal reizen toegekend. Ter illustratie: een plaatsingsduur van 2 jaar en 3 maanden, leidt tot een aanspraak op 3 reizen.

  • b. Defensieambtenaren en hun gezinsleden zijn vrij om de toegekende reisaanspraken te gebruiken op de hen passende momenten gedurende de plaatsingsperiode.

  • c. De reisaanspraken zijn overdraagbaar tussen de defensieambtenaar en zijn al dan niet met de defensieambtenaar samenwonende gezinsleden conform artikel 23 VKBD. Een voorwaarde voor overdracht is dat de ontvangende persoon, indien deze zelf een reisaanspraak heeft, een eigen reisaanspraak heeft verbruikt.

  • d. Het Besluit dienstreizen defensie en de Regeling dienstreizen defensie worden voor de uitvoering van deze aanspraak overeenkomstig toegepast voor zover het de vergoeding van reiskosten betreft. Verblijfkosten en andere kosten worden niet vergoed.

  • e. Een reis met eigen vervoer geldt als één reisaanspraak voor de defensieambtenaar en de al dan niet met de defensieambtenaar samenwonende gezinsleden. Indien een reis met eigen vervoer wordt gemaakt, wordt er van ieder lid van het gezin een reisaanspraak afgeboekt, ongeacht of dit gezinslid aan de reis heeft deelgenomen.

Ten aanzien van defensieambtenaren die al met hun gezinsleden voor 1 januari 2024 buiten of in Europa waren geplaatst, geldt een overgangsregeling.

Defensieambtenaren en hun gezinsleden die op 1 januari 2024 buiten Europa zijn geplaatst, hebben bij aanvang van de plaatsing een aantal reizen toegekend gekregen op basis van de «oude» voorziening. Die voorziening gaf aanspraak op een reis eenmaal per periode van twee jaren. Ook zij gaan nu, voor de periode van de plaatsing na 1 januari 2024, over naar de nieuwe voorziening. Daartoe zal het eerder aan hen toegekende aantal reizen worden verhoogd, afhankelijk van het jaar waarin de plaatsing eindigt, conform de nieuwe tabel.

Voor defensieambtenaren en hun gezinsleden die op 1 januari 2024 binnen Europa zijn geplaatst, die voldoen aan artikel 22, eerste lid, VKBD, wordt het aantal reizen bepaald op basis van de plaatsingsduur na 1 januari 2024. Vanaf 1 januari 2024 heeft ook deze doelgroep aanspraak op een jaarlijkse reis. Afhankelijk van het jaar waarin de plaatsing eindigt, krijgen zij een aantal reizen toegekend, conform de nieuwe tabel.

Artikel VIII

Aan het defensiepersoneel dat op de peildatum 1 januari 2024 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is, wordt volgens de gebruikelijke systematiek een eenmalige pensioengevende uitkering toegekend van € 1.500,– bruto. Deze eenmalige pensioengevende uitkering wordt op de gebruikelijke wijze uitgekeerd aan het gewezen defensiepersoneel met een wachtgelduitkering, uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag en uitkering gewezen militair. Het toe te kennen bedrag geldt bij een aanstelling van 38 uur per week. Medewerkers met een aanstellingsvorm van minder dan 38 uur ontvangen een eenmalige uitkering naar rato van de deeltijdfactor. Vanwege de peildatumsystematiek geldt dat er geen aanspraak bestaat op deze uitkering, indien de medewerker onbetaald verlof geniet op 1 januari 2024. Voor militairen aangesteld bij het reservepersoneel geldt dat zij op enig tijdstip tijdens de meetperiode van 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst moeten zijn geweest om aanspraak te hebben op een naar rato eenmalige uitkering. Voor mensen met meerdere aanstellingsvormen of uitkeringen geldt dat zij maximaal € 1.500,– bruto per persoon ontvangen.

Bijzonder aan de eenmalige uitkering op 1 januari 2024 is dat niet enkel de peildatum relevant is, maar ook het kalenderjaar daaraan voorafgaand. Voor deze eenmalige uitkering is namelijk afgesproken dat deze naar rato ook geldt voor defensiepersoneel dat in 2023 met eervol ontslag is gegaan, dan wel vanuit een wachtgeld-, UKW- en FLO-uitkering met pensioen is gegaan.

Artikel IX

Aan het defensiepersoneel dat op de peildatum 1 september 2024 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is, wordt volgens de gebruikelijke systematiek een eenmalige pensioengevende uitkering toegekend van € 500,– bruto. Deze eenmalige pensioengevende uitkering wordt op de gebruikelijke wijze uitgekeerd aan het gewezen defensiepersoneel met een wachtgelduitkering, uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag en uitkering gewezen militair. Het toe te kennen bedrag geldt bij een aanstelling van 38 uur per week. Medewerkers met een aanstellingsvorm van minder dan 38 uur ontvangen een eenmalige uitkering naar rato van de deeltijdfactor. Vanwege de peildatumsystematiek geldt dat er geen aanspraak bestaat op deze uitkering, indien de medewerker onbetaald verlof geniet op 1 september 2024; in het akkoord 2025–2026 is afgesproken dat voor deze medewerkers zo nodig maatwerk kan worden verricht door tussenkomst van de Begeleidingscommissie Arbeidsvoorwaarden. Voor militairen aangesteld bij het reservepersoneel geldt dat zij op enig tijdstip tijdens de meetperiode van 1 januari 2024 tot 1 september 2024 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst moeten zijn geweest om aanspraak te hebben op een naar rato eenmalige uitkering. Hiertoe wordt gerekend met een factor die wordt berekend door het aantal gewerkte uren te delen door 1320 (8 maanden maal 165 uur per maand). Voor mensen met meerdere aanstellingsvormen of uitkeringen geldt dat zij maximaal € 500,– bruto per persoon ontvangen.

Artikel X

Aan het defensiepersoneel dat op de peildatum 1 juli 2025 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is, wordt volgens de gebruikelijke systematiek een eenmalige pensioengevende uitkering toegekend van € 350,– bruto. Deze eenmalige pensioengevende uitkering wordt op de gebruikelijke wijze uitgekeerd aan het gewezen defensiepersoneel met een wachtgelduitkering, uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag en uitkering gewezen militair. Het toe te kennen bedrag geldt bij een aanstelling van 38 uur per week. Medewerkers met een aanstellingsvorm van minder dan 38 uur ontvangen een eenmalige uitkering naar rato van de deeltijdfactor. Vanwege de peildatumsystematiek geldt dat er geen aanspraak bestaat op deze uitkering, indien de medewerker onbetaald verlof geniet op 1 juli 2025; in het akkoord 2025–2026 is afgesproken dat voor deze medewerkers zo nodig maatwerk kan worden verricht door tussenkomst van de Begeleidingscommissie Arbeidsvoorwaarden. Voor militairen aangesteld bij het reservepersoneel geldt dat zij op enig tijdstip tijdens de meetperiode van 1 januari 2025 tot 1 juli 2025 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst moeten zijn geweest om aanspraak te hebben op een naar rato eenmalige uitkering. Hiertoe wordt gerekend met een factor die wordt berekend door het aantal gewerkte uren te delen door 990 (6 maanden maal 165 uur per maand). Voor mensen met meerdere aanstellingsvormen of uitkeringen geldt dat zij maximaal € 350,– bruto per persoon ontvangen.

Artikel XI

Met dit artikel wordt invulling gegeven aan de afspraak uit het akkoord 2024 met betrekking tot het vitaliteitsbudget voor burgerpersoneel. Voor het burgerpersoneel is het belangrijk om fysiek en zo mentaal mogelijk te zijn. In dit kader is afgesproken dat het burgerpersoneel in 2025 voor uitgaven die de sportbeoefening bevorderen eenmalig een bedrag kunnen declareren van maximaal € 100,–.

Artikel XII

Met betrekking tot de opbouw van de salaristabel voor burgerambtenaren (bijlage A van het IBBAD) zijn met ingang van 1 januari 2024 verschillende wijzigingen afgesproken:

a. Salarisschalen 1 tot en met 6

De huidige salaristabel kende in de salarisschalen 1 tot en met 6 een aantal treden met hetzelfde salarisbedrag. Dit leidde ertoe dat een extra periodiek voor de betrokken medewerkers in die situatie geen hoger salaris opleverde. Om dit te voorkomen, is afgesproken om de gelijke salarisbedragen te laten vervallen en de treden opnieuw te nummeren. Als gevolg hiervan zullen de betrokken medewerkers voortaan bij het ontvangen van hun jaarlijkse periodiek een loonsverhoging ervaren en bereiken zij in minder stappen het maximumsalaris behorend bij diens salarisschaal. Vanwege uitvoeringstechnische redenen is afgesproken dat het doorvoeren van deze wijziging plaatsvindt in twee stappen. De eerste stap vindt plaats op 1 januari 2024. Op dat moment worden de medewerkers in de salarisschalen 1 tot en met 6 die op een trede zitten die zal komen te vervallen, overgezet naar de hoogste trede met hetzelfde salarisbedrag. Vervolgens zullen per 1 april 2024 de treden worden vernummerd, waarbij het laagste salarisbedrag in de salarisschaal wordt vernummerd tot trede 0. Concreet betekent dit het volgende:

Salarisschalen 1, 2 en 3:

  • per 1 januari 2024 worden medewerkers met treden 1 tot en met 4 overgezet naar trede 5;

  • per 1 april 2024 wordt trede 5 vernummerd tot trede 0.

Salarisschaal 4:

  • per 1 januari 2024 worden medewerkers met treden 1 tot en met 3 overgezet naar trede 4;

  • per 1 april 2024 wordt trede 4 vernummerd tot trede 0.

Salarisschaal 5:

  • per 1 januari 2024 worden medewerkers met treden 0 en 1 overgezet naar trede 2;

  • per 1 april 2024 wordt trede 2 vernummerd tot trede 0.

Salarisschaal 6:

  • per 1 januari 2024 worden medewerkers met trede 0 overgezet naar trede 1;

  • per 1 april 2024 wordt trede 1 vernummerd tot trede 0.

Als gevolg van het doorvoeren van bovenstaande stappen verandert slechts de aanduiding van de trede op de salarisstrook van de burgerambtenaar. De overzetting en de vernummering van de treden heeft geen financiële gevolgen, omdat de salarisbedragen immers al gelijk waren. Indien een burgerambtenaar in de periode 1 januari 2024 tot en met april 2024 in aanmerking komt voor de jaarlijkse toekenning van een periodiek of een bevordering, dan zal dat uiteraard gewoon plaatsvinden. Hierbij zal uitvoering worden gegeven aan de voor de ambtenaar meest gunstige volgorde.

b. Salarisschalen 8 tot en met 16

Aan de salarisschalen 8 en 10 tot en met 16 is een extra trede toegevoegd, waardoor het maximumsalaris binnen de salarisschaal is verhoogd. Aan salarisschaal 9 zijn twee extra treden toegevoegd, zodat deze salarisschaal voortaan ook tien treden kent.12 Deze treden worden gefaseerd ingevoerd: de eerste extra trede per 1 januari 2024 en de tweede extra trede per 1 januari 2025. Over het doorvoeren van de extra trede(n) hebben de sociale partners de volgende afspraken gemaakt:

  • De burgerambtenaar die op 1 januari 2023 reeds de toenmalige maximumtrede van diens salarisschaal had bereikt, wordt per 1 januari 2024 overgezet naar de nieuwe maximumtrede. Voor de burgerambtenaar in schaal 9 geldt in deze situatie aanvullend dat per 1 januari 2025 nog een overzetting zal plaatsvinden naar de alsdan geldende maximumtrede.

  • De burgerambtenaar die pas na 1 januari 2023 de toenmalige maximumtrede van diens salarisschaal had bereikt, wordt in diens reguliere klikmaand in 2024 overgezet naar de nieuwe maximumtrede. Voor de burgerambtenaar in schaal 9 geldt in deze situatie aanvullend dat in diens reguliere klikmaand in 2025 nog een overzetting zal plaatsvinden naar de alsdan geldende maximumtrede.

  • De burgerambtenaar die op 1 januari 2024 nog niet de maximumtrede had bereikt, zal door toekenning van diens reguliere jaarlijkse periodieken kunnen doorgroeien tot de nieuwe maximumtrede.

Medewerkers die de maximumtrede in hun schaal hebben bereikt, kunnen een functioneringstoelage toegekend krijgen op grond van artikel 46 van het IBBAD. Het toevoegen van extra treden aan de salarisschalen mag geen invloed hebben op functioneringstoelagen die voor 1 januari 2024 waren toegekend. Om die reden is de volgende werkwijze afgesproken:

  • De ambtenaar die voor 1 januari 2024 reeds in het genot was van een functioneringstoelage, heeft met ingang van 1 januari 2024 aanspraak op een overbruggingstoelage van gelijke waarde als de functioneringstoelage tot het einde van de periode waarvoor de functioneringstoelage was toegekend dan wel de burgerambtenaar wederom de maximumtrede van diens salarisschaal heeft bereikt en aan de burgerambtenaar opnieuw een functioneringstoelage is toegekend voor de alsdan resterende periode.

  • Aangezien op 1 januari 2025 aan salarisschaal 9 nog een extra trede wordt toegekend, geldt de bovenstaande werkwijze eveneens voor burgerambtenaren met salarisschaal 9 die voor 1 januari 2025 in het genot zijn van een functioneringstoelage.

  • Indien de medewerker op 1 januari 2024 reeds 12 maanden op de maximumtrede van diens salarisschaal zat, zal direct met ingang van 1 januari 2024 de nieuwe maximumtrede aan de medewerker worden toegekend. In dat geval kan de functioneringstoelage ongewijzigd in stand blijven.

Artikel XIX

In dit wijzigingsbesluit is voorzien in een overgangsbepaling. Militairen met een FPS fase 2 aanstelling hebben uiterlijk 31 december 2024 een keuze moeten maken of ze onder het FPS wilden blijven in plaats van het verkrijgen van een vaste aanstelling. Degenen die deze keuze hebben gemaakt, vallen onder deze overgangsbepaling.

Artikel XX

Arbeidsvoorwaardenakkoord 2021–2023 (sub 1 en 2)

In artikel XX, sub 1, is ten aanzien van de aanpassing van de begripsbepaling «afstand» (artikel 1 VKBD) voorzien in terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2022, gelet op de inwerkingtredingsdatum van het plaats- en tijdonafhankelijk werken.

In artikel XX, sub 2, is ten aanzien van de maatregel inzake nadienen in terugwerkende kracht voorzien en is gezien de urgentie van de maatregel afgesproken deze maatregel direct na ondertekening van dit akkoord te laten ingaan. Om die reden wordt aan deze maatregel een terugwerkende kracht verleend tot en met de datum van ondertekening, te weten 7 juli 2022. De uitwerking van deze maatregel in regelgeving heeft door diverse omstandigheden niet eerder plaatsgevonden.

Arbeidsvoorwaardenakkoorden 2024 en 2025–2026 (sub 3 tot en met 11)

In beide akkoorden zijn voor de verschillende maatregelen (deels vanwege beleidskeuzes, deels om budgettaire redenen) verschillende tijdstippen van inwerkingtreding afgesproken. Het is helaas gelet op het tijdsverloop sinds het tot stand komen van de arbeidsvoorwaardenakkoorden onvermijdelijk dat voor de meeste maatregelen terugwerkende kracht moet worden verleend. Daartegen bestaat geen bezwaar, omdat het in alle gevallen steeds gaat om begunstigende maatregelen en niet om maatregelen met een benadelend karakter. Het afwijken van de ingevolge AR 4.17, onderdeel 5, onder a en c, vaste verandermomenten en minimum-invoeringstermijnen is ook niet bezwaarlijk, omdat de doelgroep slechts het defensiepersoneel omvat en de maatregelen zonder uitzondering begunstigend zijn.

De Staatssecretaris van Defensie, D.G. Boswijk

Bijlage 1 behorende bij artikel V, onderdeel G

Bijlage A (IBBAD, artikel 8, tweede lid)

Bedragen met ingang van 1 januari 2024

Volgnr.

Salaris

 

SCHAAL / Salarisnummer

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

1

2.779,20

                               

2

2.779,20

                               

3

2.779,20

0

0

0

                         

4

2.779,20

1

1

1

0

                       

5

2.779,20

1

                       

6

2.779,20

2

2

2

0

                     

7

2.779,20

2

                     

8

2.779,20

3

3

3

1

                     

9

2.779,20

3

0

                   

10

2.779,20

4

4

4

2

1

                   

11

2.779,20

5

5

5

4

                   

12

2.810,49

6

6

6

5

3

2

                   

13

2.890,90

7

7

7

6

4

0

                 

14

2.970,64

8

8

8

7

5

3

1

                 

15

3.047,52

9

9

9

8

6

4

                 

16

3.125,14

10

10

10

9

7

5

2

                 

17

3.200,63

   

11

10

8

6

                 

18

3.275,44

     

11

9

7

3

0

               

19

3.354,47

     

12

10

8

4

               

20

3.430,66

       

11

9

5

1

 

0

           

21

3.504,10

       

12

10

6

 

           

22

3.583,78

         

11

7

2

0

1

           

23

3.664,20

         

12

8

           

24

3.748,08

           

9

3

1

2

           

25

3.842,47

           

10

4

           

26

3.930,58

           

11

5

2

3

           

27

4.005,37

           

12

6

           

28

4.087,91

             

7

3

4

           

29

4.172,45

             

8

           

30

4.251,51

             

9

4

5

           

31

4.323,51

             

10

           

32

4.396,95

             

11

5

6

           

33

4.545,16

               

6

7

0

         

34

4.711,57

               

7

8

1

         

35

4.863,94

               

8

9

2

         

36

5.010,81

               

9

10

3

         

37

5.153,44

               

101

11

4

         

38

5.312,14

                 

12

5

         

39

5.475,05

                 

13

6

0

       

40

5.627,44

                   

7

1

       

41

5.780,58

                   

8

2

       

42

5.933,72

                   

9

3

       

43

6.081,23

                   

10

4

       

44

6.160,25

                   

11

       

45

6.237,14

                   

12

5

0

     

46

6.390,27

                     

6

1

     

47

6.537,76

                     

7

2

0

   

48

6.691,60

                     

8

3

1

   

49

6.883,18

                     

9

4

2

   

50

6.976,86

                     

10

   

51

7.073,34

                     

11

5

3

0

 

52

7.265,65

                       

6

4

1

 

53

7.457,91

                       

7

5

2

 

54

7.550,19

                       

8

 

55

7.648,78

                       

9

6

3

0

56

7.750,14

                       

10

57

7.851,53

                       

11

7

4

1

58

8.059,86

                         

8

5

2

59

8.273,84

                         

9

6

3

60

8.530,44

                         

10

7

4

61

8.795,41

                         

11

8

5

62

9.068,81

                           

9

6

63

9.351,23

                           

10

7

64

9.642,80

                           

11

8

65

9.943,46

                             

9

66

10.115,45

                             

10

67

10.416,11

                             

11

X Noot
1

Salarisnummer 10 van salarisschaal 9 treedt in werking op 1 januari 2025.

Leeftijd

Schaal 1

Schaal 2

Schaal 3

Schaal 4

Schaal 5

<=J19

2.010,62

2.010,62

2.010,62

2.010,62

2.010,62

J20

2.266,81

2.266,81

2.266,81

2.266,81

2.266,81

J21

2.523,01

2.523,01

2.523,01

2.523,01

2.523,01

Bijlage 2 behorende bij artikel V, onderdeel G

Bijlage B (IBBAD, artikel 13, zesde lid)

Maandsalaris burgertandartsen

Bedragen met ingang van 1 januari 2024

Aantal punten per jaar:

 

van

t/m

maandsalaris

 

11.818,0

€ 5.601,08

11.818,1

13.167,0

€ 5.820,00

13.167,1

14.516,0

€ 6.126,25

14.516,1

15.884,0

€ 6.467,00

15.884,1

17.233,0

€ 6.803,67

17.233,1

18.582,0

€ 7.133,58

18.582,1

19.931,0

€ 7.385,92

19.931,1

21.280,0

€ 7.645,67

21.280,1

22.629,0

€ 7.882,08

22.629,1

23.978,0

€ 8.134,83

23.978,1

25.327,0

€ 8.280,92

25.327,1

26.599,9

€ 8.388,00

26.600,0

en meer

€ 8.436,75

Bijlage 3 behorende bij artikel V, onderdeel G

Bijlage C (IBBAD, artikel 14, eerste lid)

Jaarsalaris burgertandartsen

Bedragen met ingang van 1 januari 2024

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

11.818

€ 67.213

               

11.913

€ 67.483

14.858

€ 76.574

17.822

€ 85.413

20.767

€ 92.108

23.731

€ 98.490

11.989

€ 67.744

14.953

€ 76.834

17.898

€ 85.603

20.862

€ 92.299

23.807

€ 98.567

12.084

€ 68.000

15.029

€ 77.089

17.993

€ 85.715

20.938

€ 92.490

23.902

€ 98.650

12.160

€ 68.266

15.124

€ 77.347

18.069

€ 85.910

21.033

€ 92.677

23.978

€ 98.723

12.236

€ 68.530

15.200

€ 77.604

18.164

€ 86.106

21.109

€ 92.690

24.073

€ 98.811

12.331

€ 68.787

15.276

€ 77.861

18.240

€ 86.300

21.204

€ 92.880

24.149

€ 98.892

12.407

€ 69.053

15.371

€ 78.117

18.316

€ 86.496

21.280

€ 93.066

24.244

€ 98.969

12.502

€ 69.317

15.447

€ 78.378

18.411

€ 86.688

21.356

€ 93.258

24.320

€ 99.051

12.578

€ 69.586

15.542

€ 78.631

18.487

€ 86.884

21.451

€ 93.445

24.396

€ 99.127

12.673

€ 69.840

15.618

€ 78.893

18.582

€ 87.082

21.527

€ 93.633

24.491

€ 99.208

12.749

€ 70.103

15.713

€ 79.151

18.658

€ 87.269

21.622

€ 93.825

24.567

€ 99.289

12.844

€ 70.371

15.789

€ 79.329

18.753

€ 87.468

21.698

€ 94.013

24.662

€ 99.371

12.920

€ 70.627

15.884

€ 79.588

18.829

€ 87.663

21.793

€ 94.203

24.738

€ 99.452

12.996

€ 70.891

15.960

€ 79.843

18.924

€ 87.856

21.869

€ 94.396

24.833

€ 99.530

13.091

€ 71.155

16.036

€ 80.103

19.000

€ 88.050

21.964

€ 94.585

24.909

€ 99.607

13.167

€ 71.414

16.131

€ 80.358

19.076

€ 88.247

22.040

€ 94.772

25.004

€ 99.686

13.262

€ 71.672

16.207

€ 80.615

19.171

€ 88.442

22.116

€ 94.962

25.080

€ 99.772

13.338

€ 71.944

16.302

€ 80.872

19.247

€ 88.631

22.211

€ 95.151

25.156

€ 99.853

13.433

€ 72.200

16.378

€ 81.133

19.342

€ 88.830

22.287

€ 95.344

25.251

€ 99.935

13.509

€ 72.462

16.473

€ 81.390

19.418

€ 89.025

22.382

€ 95.532

25.327

€ 100.015

13.604

€ 72.729

16.549

€ 81.644

19.513

€ 89.219

22.458

€ 95.724

25.422

€ 100.091

13.680

€ 72.987

16.644

€ 81.902

19.589

€ 89.413

22.553

€ 95.912

25.498

€ 100.176

13.756

€ 73.251

16.720

€ 82.161

19.684

€ 89.609

22.629

€ 96.104

25.593

€ 100.255

13.851

€ 73.515

16.796

€ 82.418

19.760

€ 89.805

22.724

€ 96.294

25.669

€ 100.334

13.927

€ 73.707

16.891

€ 82.674

19.836

€ 89.994

22.800

€ 96.475

25.764

€ 100.413

14.022

€ 73.966

16.967

€ 82.936

19.931

€ 90.194

22.876

€ 96.667

25.840

€ 100.491

14.098

€ 74.233

17.062

€ 83.191

20.007

€ 90.384

22.971

€ 96.859

25.916

€ 100.574

14.193

€ 74.494

17.138

€ 83.448

20.102

€ 90.579

23.047

€ 97.048

26.011

€ 100.656

14.269

€ 74.750

17.233

€ 83.704

20.178

€ 90.774

23.142

€ 97.234

26.106

€ 100.738

14.364

€ 75.015

17.309

€ 83.962

20.273

€ 90.970

23.218

€ 97.425

26.182

€ 100.814

14.440

€ 75.278

17.404

€ 84.221

20.349

€ 91.162

23.313

€ 97.618

26.258

€ 100.900

14.516

€ 75.536

17.480

€ 84.478

20.444

€ 91.359

23.389

€ 97.807

26.353

€ 100.975

14.611

€ 75.804

17.556

€ 84.733

20.520

€ 91.549

23.484

€ 97.997

26.429

€ 101.055

14.687

€ 76.067

17.651

€ 84.991

20.596

€ 91.748

23.560

€ 98.183

26.524

€ 101.139

14.782

€ 76.319

17.727

€ 85.211

20.691

€ 91.918

23.636

€ 98.405

26.600

€ 101.241

Bijlage 4 behorende bij artikel V, onderdeel H

Bijlage A (IBBAD, artikel 8, tweede lid)

Bedragen met ingang van 1 juli 2024

Volgnr.

Salaris

 

SCHAAL / Salarisnummer

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

1

2.779,20

0

0

0

0

0

0

                   

2

2.810,49

1

1

1

1

1

                   

3

2.890,90

2

2

2

2

2

1

0

                 

4

2.970,64

3

3

3

3

3

2

1

                 

5

3.047,52

4

4

4

4

4

3

                 

6

3.125,14

5

5

5

5

5

4

2

                 

7

3.200,63

   

6

6

6

5

                 

8

3.275,44

     

7

7

6

3

0

               

9

3.354,47

     

8

8

7

4

               

10

3.430,66

       

9

8

5

1

 

0

           

11

3.504,10

       

10

9

6

 

           

12

3.583,78

         

10

7

2

0

1

           

13

3.664,20

         

11

8

           

14

3.748,08

           

9

3

1

2

           

15

3.842,47

           

10

4

           

16

3.930,58

           

11

5

2

3

           

17

4.005,37

           

12

6

           

18

4.087,91

             

7

3

4

           

19

4.172,45

             

8

           

20

4.251,51

             

9

4

5

           

21

4.323,51

             

10

           

22

4.396,95

             

11

5

6

           

23

4.545,16

               

6

7

0

         

24

4.711,57

               

7

8

1

         

25

4.863,94

               

8

9

2

         

26

5.010,81

               

9

10

3

         

27

5.153,44

               

101

11

4

         

28

5.312,14

                 

12

5

         

29

5.475,05

                 

13

6

0

       

30

5.627,44

                   

7

1

       

31

5.780,58

                   

8

2

       

32

5.933,72

                   

9

3

       

33

6.081,23

                   

10

4

       

34

6.160,25

                   

11

       

35

6.237,14

                   

12

5

0

     

36

6.390,27

                     

6

1

     

37

6.537,76

                     

7

2

0

   

38

6.691,60

                     

8

3

1

   

39

6.883,18

                     

9

4

2

   

40

6.976,86

                     

10

   

41

7.073,34

                     

11

5

3

0

 

42

7.265,65

                       

6

4

1

 

43

7.457,91

                       

7

5

2

 

44

7.550,19

                       

8

 

45

7.648,78

                       

9

6

3

0

46

7.750,14

                       

10

47

7.851,53

                       

11

7

4

1

48

8.059,86

                         

8

5

2

49

8.273,84

                         

9

6

3

50

8.530,44

                         

10

7

4

51

8.795,41

                         

11

8

5

52

9.068,81

                           

9

6

53

9.351,23

                           

10

7

54

9.642,80

                           

11

8

55

9.943,46

                             

9

56

10.115,45

                             

10

57

10.416,11

                             

11

X Noot
1

Salarisnummer 10 van salarisschaal 9 treedt in werking op 1 januari 2025.

Leeftijd

Schaal 1

Schaal 2

Schaal 3

Schaal 4

Schaal 5

<= J19

2.010,62

2.010,62

2.010,62

2.010,62

2.010,62

J20

2.266,81

2.266,81

2.266,81

2.266,81

2.266,81

J21

2.523,01

2.523,01

2.523,01

2.523,01

2.523,01

Bijlage 5 behorende bij artikel V, onderdeel I

Bijlage A (IBBAD, artikel 8, tweede lid)

Bedragen met ingang van 1 oktober 2024

Volgnr.

Salaris

 

SCHAAL / Salarisnummer

 
   

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

1

2.918,16

0

0

0

0

0

0

                   

2

2.951,01

1

1

1

1

1

                   

3

3.035,44

2

2

2

2

2

1

0

                 

4

3.119,17

3

3

3

3

3

2

1

                 

5

3.199,90

4

4

4

4

4

3

                 

6

3.281,40

5

5

5

5

5

4

2

                 

7

3.360,66

   

6

6

6

5

                 

8

3.439,21

     

7

7

6

3

0

               

9

3.522,19

     

8

8

7

4

               

10

3.602,19

       

9

8

5

1

 

0

           

11

3.679,30

       

10

9

6

 

           

12

3.762,97

         

10

7

2

0

1

           

13

3.847,41

         

11

8

           

14

3.935,48

           

9

3

1

2

           

15

4.034,59

           

10

4

           

16

4.127,11

           

11

5

2

3

           

17

4.205,64

           

12

6

           

18

4.292,31

             

7

3

4

           

19

4.381,07

             

8

           

20

4.464,09

             

9

4

5

           

21

4.539,69

             

10

           

22

4.616,80

             

11

5

6

           

23

4.772,42

               

6

7

0

         

24

4.947,15

               

7

8

1

         

25

5.107,14

               

8

9

2

         

26

5.261,35

               

9

10

3

         

27

5.411,11

               

101

11

4

         

28

5.577,75

                 

12

5

         

29

5.748,80

                 

13

6

0

       

30

5.908,81

                   

7

1

       

31

6.069,61

                   

8

2

       

32

6.230,41

                   

9

3

       

33

6.385,29

                   

10

4

       

34

6.468,26

                   

11

       

35

6.549,00

                   

12

5

0

     

36

6.709,78

                     

6

1

     

37

6.864,65

                     

7

2

0

   

38

7.026,18

                     

8

3

1

   

39

7.227,34

                     

9

4

2

   

40

7.325,70

                     

10

   

41

7.427,01

                     

11

5

3

0

 

42

7.628,93

                       

6

4

1

 

43

7.830,81

                       

7

5

2

 

44

7.927,70

                       

8

 

45

8.031,22

                       

9

6

3

0

46

8.137,65

                       

10

47

8.244,11

                       

11

7

4

1

48

8.462,85

                         

8

5

2

49

8.687,53

                         

9

6

3

50

8.956,96

                         

10

7

4

51

9.235,18

                         

11

8

5

52

9.522,25

                           

9

6

53

9.818,79

                           

10

7

54

10.124,94

                           

11

8

55

10.440,63

                             

9

56

10.621,22

                             

10

57

10.936,92

                             

11

X Noot
1

Salarisnummer 10 van salarisschaal 9 treedt in werking op 1 januari 2025.

Leeftijd

Schaal 1

Schaal 2

Schaal 3

Schaal 4

Schaal 5

<= J19

2.010,62

2.010,62

2.010,62

2.010,62

2.010,62

J20

2.266,81

2.266,81

2.266,81

2.266,81

2.266,81

J21

2.523,01

2.523,01

2.523,01

2.523,01

2.523,01

Bijlage 6 behorende bij artikel V, onderdeel I

Bijlage B (IBBAD, artikel 13, zesde lid)

Maandsalaris burgertandartsen

Bedragen met ingang van 1 oktober 2024

Aantal punten per jaar:

 

van

t/m

maandsalaris

 

11.818,0

€ 5.881,17

11.818,1

13.167,0

€ 6.111,00

13.167,1

14.516,0

€ 6.432,58

14.516,1

15.884,0

€ 6.790,33

15.884,1

17.233,0

€ 7.143,83

17.233,1

18.582,0

€ 7.490,25

18.582,1

19.931,0

€ 7.755,25

19.931,1

21.280,0

€ 8.027,92

21.280,1

22.629,0

€ 8.276,17

22.629,1

23.978,0

€ 8.541,58

23.978,1

25.327,0

€ 8.695,00

25.327,1

26.599,9

€ 8.807,42

26.600,0

en meer

€ 8.858,58

Bijlage 7 behorende bij artikel V, onderdeel I

Bijlage C (IBBAD, artikel 14, eerste lid)

Jaarsalaris burgertandartsen

Bedragen met ingang van 1 oktober 2024

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

11.818

€ 70.574

               

11.913

€ 70.857

14.858

€ 80.403

17.822

€ 89.684

20.767

€ 96.713

23.731

€ 103.414

11.989

€ 71.131

14.953

€ 80.676

17.898

€ 89.883

20.862

€ 96.914

23.807

€ 103.495

12.084

€ 71.400

15.029

€ 80.943

17.993

€ 90.001

20.938

€ 97.114

23.902

€ 103.582

12.160

€ 71.679

15.124

€ 81.214

18.069

€ 90.205

21.033

€ 97.311

23.978

€ 103.659

12.236

€ 71.956

15.200

€ 81.484

18.164

€ 90.411

21.109

€ 97.324

24.073

€ 103.752

12.331

€ 72.226

15.276

€ 81.754

18.240

€ 90.615

21.204

€ 97.524

24.149

€ 103.837

12.407

€ 72.506

15.371

€ 82.023

18.316

€ 90.821

21.280

€ 97.719

24.244

€ 103.917

12.502

€ 72.783

15.447

€ 82.297

18.411

€ 91.022

21.356

€ 97.921

24.320

€ 104.004

12.578

€ 73.065

15.542

€ 82.563

18.487

€ 91.228

21.451

€ 98.117

24.396

€ 104.083

12.673

€ 73.332

15.618

€ 82.838

18.582

€ 91.436

21.527

€ 98.315

24.491

€ 104.168

12.749

€ 73.608

15.713

€ 83.109

18.658

€ 91.632

21.622

€ 98.516

24.567

€ 104.253

12.844

€ 73.890

15.789

€ 83.295

18.753

€ 91.841

21.698

€ 98.714

24.662

€ 104.340

12.920

€ 74.158

15.884

€ 83.567

18.829

€ 92.046

21.793

€ 98.913

24.738

€ 104.425

12.996

€ 74.436

15.960

€ 83.835

18.924

€ 92.249

21.869

€ 99.116

24.833

€ 104.506

13.091

€ 74.713

16.036

€ 84.108

19.000

€ 92.452

21.964

€ 99.314

24.909

€ 104.587

13.167

€ 74.985

16.131

€ 84.376

19.076

€ 92.659

22.040

€ 99.511

25.004

€ 104.670

13.262

€ 75.256

16.207

€ 84.646

19.171

€ 92.864

22.116

€ 99.710

25.080

€ 104.761

13.338

€ 75.541

16.302

€ 84.916

19.247

€ 93.063

22.211

€ 99.909

25.156

€ 104.846

13.433

€ 75.810

16.378

€ 85.190

19.342

€ 93.271

22.287

€ 100.111

25.251

€ 104.932

13.509

€ 76.085

16.473

€ 85.459

19.418

€ 93.476

22.382

€ 100.309

25.327

€ 105.016

13.604

€ 76.365

16.549

€ 85.726

19.513

€ 93.680

22.458

€ 100.510

25.422

€ 105.096

13.680

€ 76.636

16.644

€ 85.997

19.589

€ 93.884

22.553

€ 100.708

25.498

€ 105.185

13.756

€ 76.914

16.720

€ 86.269

19.684

€ 94.089

22.629

€ 100.909

25.593

€ 105.268

13.851

€ 77.191

16.796

€ 86.539

19.760

€ 94.295

22.724

€ 101.109

25.669

€ 105.351

13.927

€ 77.392

16.891

€ 86.808

19.836

€ 94.494

22.800

€ 101.299

25.764

€ 105.434

14.022

€ 77.664

16.967

€ 87.083

19.931

€ 94.704

22.876

€ 101.500

25.840

€ 105.516

14.098

€ 77.945

17.062

€ 87.351

20.007

€ 94.903

22.971

€ 101.702

25.916

€ 105.603

14.193

€ 78.219

17.138

€ 87.620

20.102

€ 95.108

23.047

€ 101.900

26.011

€ 105.689

14.269

€ 78.487

17.233

€ 87.889

20.178

€ 95.313

23.142

€ 102.096

26.106

€ 105.775

14.364

€ 78.766

17.309

€ 88.160

20.273

€ 95.518

23.218

€ 102.296

26.182

€ 105.855

14.440

€ 79.042

17.404

€ 88.432

20.349

€ 95.720

23.313

€ 102.499

26.258

€ 105.945

14.516

€ 79.313

17.480

€ 88.702

20.444

€ 95.927

23.389

€ 102.697

26.353

€ 106.024

14.611

€ 79.594

17.556

€ 88.970

20.520

€ 96.126

23.484

€ 102.897

26.429

€ 106.108

14.687

€ 79.870

17.651

€ 89.241

20.596

€ 96.335

23.560

€ 103.092

26.524

€ 106.196

14.782

€ 80.135

17.727

€ 89.472

20.691

€ 96.514

23.636

€ 103.325

26.600

€ 106.303

Bijlage 8 behorende bij artikel V, onderdeel J

Bijlage A (IBBAD, artikel 8, tweede lid)

Bedragen met ingang van 1 januari 2026

Volgnr.

Salaris

 

SCHAAL / Salarisnummer

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

1

2.976,52

0

0

0

0

0

0

                   

2

3.010,03

1

1

1

1

1

                   

3

3.096,15

2

2

2

2

2

1

0

                 

4

3.181,55

3

3

3

3

3

2

1

                 

5

3.263,90

4

4

4

4

4

3

                 

6

3.347,03

5

5

5

5

5

4

2

                 

7

3.427,87

   

6

6

6

5

                 

8

3.507,99

     

7

7

6

3

0

               

9

3.592,63

     

8

8

7

4

               

10

3.674,23

       

9

8

5

1

 

0

           

11

3.752,89

       

10

9

6

 

           

12

3.838,23

         

10

7

2

0

1

           

13

3.924,36

         

11

8

           

14

4.014,19

           

9

3

1

2

           

15

4.115,28

           

10

4

           

16

4.209,65

           

11

5

2

3

           

17

4.289,75

           

12

6

           

18

4.378,16

             

7

3

4

           

19

4.468,69

             

8

           

20

4.553,37

             

9

4

5

           

21

4.630,48

             

10

           

22

4.709,14

             

11

5

6

           

23

4.867,87

               

6

7

0

         

24

5.046,09

               

7

8

1

         

25

5.209,28

               

8

9

2

         

26

5.366,58

               

9

10

3

         

27

5.519,33

               

10

11

4

         

28

5.689,30

                 

12

5

         

29

5.863,78

                 

13

6

0

       

30

6.026,99

                   

7

1

       

31

6.191,00

                   

8

2

       

32

6.355,02

                   

9

3

       

33

6.513,00

                   

10

4

       

34

6.597,63

                   

11

       

35

6.679,98

                   

12

5

0

     

36

6.843,98

                     

6

1

     

37

7.001,94

                     

7

2

0

   

38

7.166,70

                     

8

3

1

   

39

7.371,89

                     

9

4

2

   

40

7.472,21

                     

10

   

41

7.575,55

                     

11

5

3

0

 

42

7.781,51

                       

6

4

1

 

43

7.987,43

                       

7

5

2

 

44

8.086,25

                       

8

 

45

8.191,84

                       

9

6

3

0

46

8.300,40

                       

10

47

8.408,99

                       

11

7

4

1

48

8.632,11

                         

8

5

2

49

8.861,28

                         

9

6

3

50

9.136,10

                         

10

7

4

51

9.419,88

                         

11

8

5

52

9.712,69

                           

9

6

53

10.015,17

                           

10

7

54

10.327,44

                           

11

8

55

10.649,44

                             

9

56

10.833,64

                             

10

57

11.155,66

                             

11

Leeftijd

Schaal 1

Schaal 2

Schaal 3

Schaal 4

Schaal 5

<= J19

2.153,37

2.153,37

2.153,37

2.153,37

2.153,37

J20

2.427,75

2.427,75

2.427,75

2.427,75

2.427,75

J21

2.702,14

2.702,14

2.702,14

2.702,14

2.702,14

Bijlage 9 behorende bij artikel V, onderdeel J

Bijlage B (IBBAD, artikel 13, zesde lid)

Maandsalaris burgertandartsen

Bedragen met ingang van 1 januari 2026

Aantal punten per jaar:

 

van

t/m

maandsalaris

 

11.818,0

€ 5.998,75

11.818,1

13.167,0

€ 6.233,25

13.167,1

14.516,0

€ 6.561,25

14.516,1

15.884,0

€ 6.926,17

15.884,1

17.233,0

€ 7.286,75

17.233,1

18.582,0

€ 7.640,08

18.582,1

19.931,0

€ 7.910,33

19.931,1

21.280,0

€ 8.188,50

21.280,1

22.629,0

€ 8.441,67

22.629,1

23.978,0

€ 8.712,42

23.978,1

25.327,0

€ 8.868,92

25.327,1

26.599,9

€ 8.983,58

26.600,0

en meer

€ 9.035,75

Bijlage 10 behorende bij artikel V, onderdeel J

Bijlage C (IBBAD, artikel 14, eerste lid)

Jaarsalaris burgertandartsen

Bedragen met ingang van 1 januari 2026

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

aantal punten per jaar

jaarsalaris

11.818

€ 71.985

               

11.913

€ 72.274

14.858

€ 82.011

17.822

€ 91.478

20.767

€ 98.647

23.731

€ 105.482

11.989

€ 72.554

14.953

€ 82.290

17.898

€ 91.681

20.862

€ 98.852

23.807

€ 105.565

12.084

€ 72.828

15.029

€ 82.562

17.993

€ 91.801

20.938

€ 99.056

23.902

€ 105.654

12.160

€ 73.113

15.124

€ 82.838

18.069

€ 92.009

21.033

€ 99.257

23.978

€ 105.732

12.236

€ 73.395

15.200

€ 83.114

18.164

€ 92.219

21.109

€ 99.270

24.073

€ 105.827

12.331

€ 73.671

15.276

€ 83.389

18.240

€ 92.427

21.204

€ 99.474

24.149

€ 105.914

12.407

€ 73.956

15.371

€ 83.663

18.316

€ 92.637

21.280

€ 99.673

24.244

€ 105.995

12.502

€ 74.239

15.447

€ 83.943

18.411

€ 92.842

21.356

€ 99.879

24.320

€ 106.084

12.578

€ 74.526

15.542

€ 84.214

18.487

€ 93.053

21.451

€ 100.079

24.396

€ 106.165

12.673

€ 74.799

15.618

€ 84.495

18.582

€ 93.265

21.527

€ 100.281

24.491

€ 106.251

12.749

€ 75.080

15.713

€ 84.771

18.658

€ 93.465

21.622

€ 100.486

24.567

€ 106.338

12.844

€ 75.368

15.789

€ 84.961

18.753

€ 93.678

21.698

€ 100.688

24.662

€ 106.427

12.920

€ 75.641

15.884

€ 85.238

18.829

€ 93.887

21.793

€ 100.891

24.738

€ 106.513

12.996

€ 75.925

15.960

€ 85.512

18.924

€ 94.094

21.869

€ 101.098

24.833

€ 106.596

13.091

€ 76.207

16.036

€ 85.790

19.000

€ 94.301

21.964

€ 101.300

24.909

€ 106.679

13.167

€ 76.485

16.131

€ 86.064

19.076

€ 94.512

22.040

€ 101.501

25.004

€ 106.763

13.262

€ 76.761

16.207

€ 86.339

19.171

€ 94.721

22.116

€ 101.704

25.080

€ 106.856

13.338

€ 77.052

16.302

€ 86.614

19.247

€ 94.924

22.211

€ 101.907

25.156

€ 106.943

13.433

€ 77.326

16.378

€ 86.894

19.342

€ 95.136

22.287

€ 102.113

25.251

€ 107.031

13.509

€ 77.607

16.473

€ 87.168

19.418

€ 95.346

22.382

€ 102.315

25.327

€ 107.116

13.604

€ 77.892

16.549

€ 87.441

19.513

€ 95.554

22.458

€ 102.520

25.422

€ 107.198

13.680

€ 78.169

16.644

€ 87.717

19.589

€ 95.762

22.553

€ 102.722

25.498

€ 107.289

13.756

€ 78.452

16.720

€ 87.994

19.684

€ 95.971

22.629

€ 102.927

25.593

€ 107.373

13.851

€ 78.735

16.796

€ 88.270

19.760

€ 96.181

22.724

€ 103.131

25.669

€ 107.458

13.927

€ 78.940

16.891

€ 88.544

19.836

€ 96.384

22.800

€ 103.325

25.764

€ 107.543

14.022

€ 79.217

16.967

€ 88.825

19.931

€ 96.598

22.876

€ 103.530

25.840

€ 107.626

14.098

€ 79.504

17.062

€ 89.098

20.007

€ 96.801

22.971

€ 103.736

25.916

€ 107.715

14.193

€ 79.783

17.138

€ 89.372

20.102

€ 97.010

23.047

€ 103.938

26.011

€ 107.803

14.269

€ 80.057

17.233

€ 89.647

20.178

€ 97.219

23.142

€ 104.138

26.106

€ 107.890

14.364

€ 80.341

17.309

€ 89.923

20.273

€ 97.428

23.218

€ 104.342

26.182

€ 107.972

14.440

€ 80.623

17.404

€ 90.201

20.349

€ 97.634

23.313

€ 104.549

26.258

€ 108.064

14.516

€ 80.899

17.480

€ 90.476

20.444

€ 97.846

23.389

€ 104.751

26.353

€ 108.144

14.611

€ 81.186

17.556

€ 90.749

20.520

€ 98.049

23.484

€ 104.955

26.429

€ 108.230

14.687

€ 81.467

17.651

€ 91.026

20.596

€ 98.262

23.560

€ 105.154

26.524

€ 108.320

14.782

€ 81.738

17.727

€ 91.261

20.691

€ 98.444

23.636

€ 105.391

26.600

€ 108.429

Bijlage 11 behorende bij artikel VI, onderdeel M

Bijlage A (IBM, artikel 4)

Opleidingstabel voor militairen met ingang van 1 januari 2024

KM

MATR3

MATR2

 

MATR1

KPL

SGT

LTZ3

Overige OPCO’s

SLD3 MAR4

SLD2 MAR3

SLD1

KPL MAR2

SGT WMR

 

VDG

19 jaar of jonger

1.386,31

1.774,49

1.885,39

1.996,30

2.051,75

2.384,46

20 jaar

1.774,49

2.024,02

2.134,93

2.245,83

2.301,29

2.661,73

21 jaar

2.189,55

2.273,56

2.384,46

2.495,37

2.550,83

2.938,99

22 jaar

2.245,83

2.384,46

2.495,37

2.606,27

2.661,73

3.049,90

23 jaar en ouder

2.329,02

2.495,37

2.606,27

2.717,18

2.772,64

3.160,80

Bijlage 12 behorende bij artikel VI, onderdeel M

Bijlage B (IBM, artikel 4)

Salarisschalen voor militairen met ingang van 1 januari 2024

 

KM:

MATR2

MATR1

KPL

SGT

SMJR

AOO

LTZ2

LTZ2OC

LTZ1

KLTZ

KTZ

CDR

SBN

VADM

LTADM

 
 

KL/Klu:

Sld2 /1

Kpl/Kpl1

Sgt/Sgt1

Sm

Aoo

Tlt/Elt

Kap

Maj

LKol

Kol

Bgen/Cdre

GenM

LGen

Gen

 

Salaris

KMAR:

Mar3

Mar2/Mar1

Wmr/Wmr1

OW

AOO

Tlt/Elt

Kap

Maj

LKol

Kol

BGen

GenM

LGen

Gen

Volgnr.

2.561,91

 

0

                           

1

2.600,73

                               

2

2.640,66

 

1

                           

3

2.696,11

 

2

0

                         

4

2.751,57

 

3

                           

5

2.807,02

 

4

1

                         

6

2.863,58

 

5

 

0

                       

7

2.919,04

 

6

2

                         

8

2.974,48

 

7

3

1

                       

9

3.029,94

   

4

                         

10

3.085,39

   

5

2

                       

11

3.141,95

   

6

                         

12

3.197,41

   

7

3

                       

13

3.263,95

   

8

4

                       

14

3.330,49

   

9

5

0

                     

15

3.398,15

     

6

                       

16

3.464,69

     

7

1

                     

17

3.531,24

     

8

2

   

0

               

18

3.597,78

     

9

3

                     

19

3.665,42

     

10

4

   

1

               

20

3.731,97

     

11

5

0

                   

21

3.798,51

       

6

1

 

2

               

22

3.866,17

       

7

2

0

                 

23

3.932,71

       

8

3

1

3

               

24

3.999,25

       

9

4

2

                 

25

4.079,11

       

10

5

3

4

               

26

4.160,06

       

11

6

4

                 

27

4.239,92

         

7

5

5

               

28

4.319,77

         

8

6

                 

29

4.400,73

         

9

7

6

0

             

30

4.480,58

         

10

8

                 

31

4.560,44

         

11

9

7

1

             

32

4.649,16

           

10

8

2

             

33

4.737,89

           

11

9

3

             

34

4.826,61

             

10

4

             

35

4.915,33

             

11

5

             

36

5.015,14

               

6

             

37

5.114,96

               

7

             

38

5.214,77

               

8

0

           

39

5.314,59

               

9

             

40

5.414,40

               

10

1

           

41

5.514,22

               

11

             

42

5.614,03

                 

2

           

43

5.777,07

                 

3

           

44

5.940,09

                 

4

           

45

6.102,02

                 

5

           

46

6.265,05

                 

6

0

         

47

6.428,08

                 

7

1

         

48

6.590,00

                 

8

2

         

49

6.753,04

                 

9

3

         

50

6.916,06

                 

10

4

         

51

7.077,99

                 

11

5

         

52

7.247,68

                   

6

         

53

7.417,36

                   

7

0

       

54

7.585,94

                   

8

         

55

7.755,62

                   

9

1

       

56

7.925,31

                   

10

2

       

57

8.093,89

                   

11

3

0

     

58

8.296,84

                     

4

       

59

8.499,80

                     

5

1

     

60

8.702,76

                     

6

       

61

8.905,71

                     

7

2

     

62

9.107,56

                     

8

       

63

9.310,52

                     

9

3

0

   

64

9.513,48

                     

10

       

65

9.716,44

                     

11

4

1

   

66

9.919,39

                               

67

10.151,18

                       

5

2

   

68

10.382,97

                       

6

     

69

10.613,65

                       

7

3

   

70

10.894,25

                         

4

   

71

11.033,19

*

                         

0

 

72

11.173,73

                         

5

   

73

11.295,85

*

                         

1

 

74

11.453,22

                         

6

   

75

11.557,82

*

                         

2

 

76

11.732,69

                         

7

   

77

11.821,18

*

                         

3

0

78

12.101,08

*

                           

1

79

12.380,99

*

                           

2

80

12.660,94

*

                           

3

81

* De salarisbedragen aangeduid met een asterisk zijn verhoogd conform de CAO Rijk.

Militaire salaristabel per 1-1-2024

Bijlage 13 behorende bij artikel VI, onderdeel N

Bijlage A (IBM, artikel 4)

Opleidingstabel voor militairen met ingang van 1 oktober 2024

KM

MATR3

MATR2

 

MATR1

KPL

SGT

LTZ3

Overige OPCO’s

SLD3 MAR4

SLD2 MAR3

SLD1

KPL MAR2

SGT WMR

 

VDG

19 jaar of jonger

1.455,63

1.863,21

1.979,66

2.096,11

2.154,34

2.503,68

20 jaar

1.897,09

2.125,22

2.241,68

2.358,12

2.416,35

2.794,82

21 jaar

2.370,06

2.387,24

2.503,68

2.620,14

2.678,37

3.085,94

22 jaar

2.401,56

2.503,68

2.620,14

2.736,58

2.794,82

3.202,39

23 jaar en ouder

2.445,47

2.620,14

2.736,58

2.853,04

2.911,27

3.318,84

Bijlage 14 behorende bij artikel VI, onderdeel N

Bijlage B (IBM, artikel 4)

Salarisschalen voor militairen met ingang van 1 oktober 2024

 

KM:

MATR2

MATR1

KPL

SGT

SMJR

AOO

LTZ2

LTZ2OC

LTZ1

KLTZ

KTZ

CDR

SBN

VADM

LTADM

 
 

KL/Klu:

Sld2 /1

Kpl/Kpl1

Sgt/Sgt1

Sm

Aoo

Tlt/Elt

Kap

Maj

LKol

Kol

Bgen/Cdre

GenM

LGen

Gen

 

Salaris

KMAR:

Mar3

Mar2/Mar1

Wmr/Wmr1

OW

AOO

Tlt/Elt

Kap

Maj

LKol

Kol

BGen

GenM

LGen

Gen

Volgnr.

2.690,01

 

0

                           

1

2.730,77

                               

2

2.772,69

 

1

                           

3

2.830,92

 

2

0

                         

4

2.889,15

 

3

                           

5

2.947,37

 

4

1

                         

6

3.006,76

 

5

 

0

                       

7

3.064,99

 

6

2

                         

8

3.123,20

 

7

3

1

                       

9

3.181,44

   

4

                         

10

3.239,66

   

5

2

                       

11

3.299,05

   

6

                         

12

3.357,28

   

7

3

                       

13

3.427,15

   

8

4

                       

14

3.497,01

   

9

5

0

                     

15

3.568,06

     

6

                       

16

3.637,92

     

7

1

                     

17

3.707,80

     

8

2

   

0

               

18

3.777,67

     

9

3

                     

19

3.848,69

     

10

4

   

1

               

20

3.918,57

     

11

5

0

                   

21

3.988,44

       

6

1

 

2

               

22

4.059,48

       

7

2

0

                 

23

4.129,35

       

8

3

1

3

               

24

4.199,21

       

9

4

2

                 

25

4.283,07

       

10

5

3

4

               

26

4.368,06

       

11

6

4

                 

27

4.451,92

         

7

5

5

               

28

4.535,76

         

8

6

                 

29

4.620,77

         

9

7

6

0

             

30

4.704,61

         

10

8

                 

31

4.788,46

         

11

9

7

1

             

32

4.881,62

           

10

8

2

             

33

4.974,78

           

11

9

3

             

34

5.067,94

             

10

4

             

35

5.161,10

             

11

5

             

36

5.265,90

               

6

             

37

5.370,71

               

7

             

38

5.475,51

               

8

0

           

39

5.580,32

               

9

             

40

5.685,12

               

10

1

           

41

5.789,93

               

11

             

42

5.894,73

                 

2

           

43

6.065,92

                 

3

           

44

6.237,09

                 

4

           

45

6.407,12

                 

5

           

46

6.578,30

                 

6

0

         

47

6.749,48

                 

7

1

         

48

6.919,50

                 

8

2

         

49

7.090,69

                 

9

3

         

50

7.261,86

                 

10

4

         

51

7.431,89

                 

11

5

         

52

7.610,06

                   

6

         

53

7.788,23

                   

7

0

       

54

7.965,24

                   

8

         

55

8.143,40

                   

9

1

       

56

8.321,58

                   

10

2

       

57

8.498,58

                   

11

3

0

     

58

8.711,68

                     

4

       

59

8.924,79

                     

5

1

     

60

9.137,90

                     

6

       

61

9.351,00

                     

7

2

     

62

9.562,94

                     

8

       

63

9.776,05

                     

9

3

0

   

64

9.989,15

                     

10

       

65

10.202,26

                     

11

4

1

   

66

10.415,36

                               

67

10.658,74

                       

5

2

   

68

10.902,12

                       

6

     

69

11.144,33

                       

7

3

   

70

11.438,96

                         

4

   

71

11.732,42

                         

5

   

72

12.021,01

*

                         

0

 

73

12.025,88

                         

6

   

74

12.306,00

*

                         

1

 

75

12.319,32

                         

7

   

76

12.590,23

*

                         

2

 

77

12.875,98

*

                         

3

0

78

13.179,67

*

                           

1

79

13.483,37

*

                           

2

80

13.787,12

*

                           

3

81

* De salarisbedragen aangeduid met een asterisk zijn verhoogd conform de CAO Rijk.

Bijlage 15 behorende bij artikel VI, onderdeel O

Bijlage A (IBM, artikel 4)

Opleidingstabel voor militairen met ingang van 1 juli 2025

KM

MATR3

MATR2

 

MATR1

KPL

SGT

LTZ3

Overige OPCO’s

SLD3 MAR4

SLD2 MAR3

SLD1

KPL MAR2

SGT WMR

 

VDG

19 jaar of jonger

1.455,63

1.863,21

1.979,66

2.096,11

2.154,34

2.503,68

20 jaar

1.900,80

2.125,22

2.241,68

2.358,12

2.416,35

2.794,82

21 jaar

2.376,00

2.387,24

2.503,68

2.620,14

2.678,37

3.085,94

22 jaar

2.401,56

2.503,68

2.620,14

2.736,58

2.794,82

3.202,39

23 jaar en ouder

2.445,47

2.620,14

2.736,58

2.853,04

2.911,27

3.318,84

Bijlage 16 behorende bij artikel VI, onderdeel P

Bijlage A (IBM, artikel 4)

Opleidingstabel voor militairen met ingang van 1 januari 2026

KM

MATR3

MATR2

 

MATR1

KPL

SGT

LTZ3

Overige OPCO’s

SLD3 MAR4

SLD2 MAR3

SLD1

KPL MAR2

SGT WMR

 

VDG

19 jaar of jonger

1.484,74

1.900,47

2.019,25

2.138,03

2.197,43

2.553,75

20 jaar

1.938,82

2.167,72

2.286,51

2.405,28

2.464,68

2.850,72

21 jaar

2.423,52

2.434,98

2.553,75

2.672,54

2.731,94

3.147,66

22 jaar

2.449,59

2.553,75

2.672,54

2.791,31

2.850,72

3.266,44

23 jaar en ouder

2.494,38

2.672,54

2.791,31

2.910,10

2.969,50

3.385,22

Bijlage 17 behorende bij artikel VI, onderdeel P

Bijlage B (IBM, artikel 4)

Salarisschalen voor militairen met ingang van 1 januari 2026

 

KM:

MATR2

MATR1

KPL

SGT

SMJR

AOO

LTZ2

LTZ2OC

LTZ1

KLTZ

KTZ

CDR

SBN

VADM

LTADM

 
 

KL/Klu:

Sld2 /1

Kpl/Kpl1

Sgt/Sgt1

Sm

Aoo

Tlt/Elt

Kap

Maj

LKol

Kol

Bgen/Cdre

GenM

LGen

Gen

 

Salaris

KMAR:

Mar3

Mar2/Mar1

Wmr/Wmr1

OW

AOO

Tlt/Elt

Kap

Maj

LKol

Kol

BGen

GenM

LGen

Gen

Volgnr.

2.743,81

 

0

                           

1

2.785,39

                               

2

2.828,14

 

1

                           

3

2.887,54

 

2

0

                         

4

2.946,93

 

3

                           

5

3.006,32

 

4

1

                         

6

3.066,90

 

5

 

0

                       

7

3.126,29

 

6

2

                         

8

3.185,67

 

7

3

1

                       

9

3.245,07

   

4

                         

10

3.304,45

   

5

2

                       

11

3.365,03

   

6

                         

12

3.424,43

   

7

3

                       

13

3.495,69

   

8

4

                       

14

3.566,95

   

9

5

0

                     

15

3.639,42

     

6

                       

16

3.710,68

     

7

1

                     

17

3.781,96

     

8

2

   

0

               

18

3.853,22

     

9

3

                     

19

3.925,66

     

10

4

   

1

               

20

3.996,94

     

11

5

0

                   

21

4.068,21

       

6

1

 

2

               

22

4.140,67

       

7

2

0

                 

23

4.211,94

       

8

3

1

3

               

24

4.283,19

       

9

4

2

                 

25

4.368,73

       

10

5

3

4

               

26

4.455,42

       

11

6

4

                 

27

4.540,96

         

7

5

5

               

28

4.626,48

         

8

6

                 

29

4.713,19

         

9

7

6

0

             

30

4.798,70

         

10

8

                 

31

4.884,23

         

11

9

7

1

             

32

4.979,25

           

10

8

2

             

33

5.074,28

           

11

9

3

             

34

5.169,30

             

10

4

             

35

5.264,32

             

11

5

             

36

5.371,22

               

6

             

37

5.478,12

               

7

             

38

5.585,02

               

8

0

           

39

5.691,93

               

9

             

40

5.798,82

               

10

1

           

41

5.905,73

               

11

             

42

6.012,62

                 

2

           

43

6.187,24

                 

3

           

44

6.361,83

                 

4

           

45

6.535,26

                 

5

           

46

6.709,87

                 

6

0

         

47

6.884,47

                 

7

1

         

48

7.057,89

                 

8

2

         

49

7.232,50

                 

9

3

         

50

7.407,10

                 

10

4

         

51

7.580,53

                 

11

5

         

52

7.762,26

                   

6

         

53

7.943,99

                   

7

0

       

54

8.124,54

                   

8

         

55

8.306,27

                   

9

1

       

56

8.488,01

                   

10

2

       

57

8.668,55

                   

11

3

0

     

58

8.885,91

                     

4

       

59

9.103,29

                     

5

1

     

60

9.320,66

                     

6

       

61

9.538,02

                     

7

2

     

62

9.754,20

                     

8

       

63

9.971,57

                     

9

3

0

   

64

10.188,93

                     

10

       

65

10.406,31

                     

11

4

1

   

66

10.623,67

                               

67

10.871,91

                       

5

2

   

68

11.120,16

                       

6

     

69

11.367,22

                       

7

3

   

70

11.667,74

                         

4

   

71

11.967,07

                         

5

   

72

12.021,01

*

                         

0

 

73

12.266,40

                         

6

   

74

12.306,00

*

                         

1

 

75

12.565,71

                         

7

   

76

12.590,23

*

                         

2

 

77

12.875,98

*

                         

3

0

78

13.179,67

*

                           

1

79

13.483,37

*

                           

2

80

13.787,12

*

                           

3

81

* De salarisbedragen aangeduid met een asterisk zijn verhoogd conform de CAO Rijk.


X Noot
1

Wijzigingsregeling arbeidsvoorwaardenakkoorden Defensie hoofdstuk 2 van 2021–2023, 2024 en 2025–2026.

X Noot
2

Hoofdstuk 1 van het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2021–2023 is reeds geformaliseerd, zie Stb. 2025, 6.

X Noot
3

De afspraken in de akkoorden 2024 en 2025–2026 ten aanzien van mobiliteit, militaire inzet, deeltijdverlof militairen, reüniefaciliteiten en het individueel keuzebudget worden in separate wijzigingsbesluiten dan wel -regelingen uitgewerkt.

X Noot
4

In de maanden oktober, november en december 2024 wordt deze loonsverhoging technisch en juridisch geoperationaliseerd in de vorm van een maandelijkse incidentele loonsverhoging. Vanaf januari 2025 wordt deze loonsverhoging omgezet in een structurele loonsverhoging.

X Noot
5

Wijzigingsregeling Arbeidsvoorwaardenakkoord Defensie 2024 inzake buitenlandparagraaf.

X Noot
6

Stb. 1989, 386, nota van toelichting, blz 33.

X Noot
7

Georganiseerd overleg sector Defensie: de brief aan het Sector Overleg Defensie van 9 augustus 2023 «Vaste aanstelling manschappen en korporaals» (SOD/23.0557).

X Noot
10

Oordeel CvRM 13 maart 2023, oordeelnummer 2023–32.

X Noot
11

Wijzigingsregeling arbeidsvoorwaardenakkoorden Defensie hoofdstuk 2 van 2021–2023, 2024 en 2025–2026.

X Noot
12

Als gevolg van de afspraken in het arbeidsvoorwaardenakkoord 2021–2023 is aan schaal 7 reeds een extra trede toegevoegd. Om die reden valt schaal 7 thans buiten de maatregelen.


X Noot
1

Wijzigingsregeling arbeidsvoorwaardenakkoorden Defensie hoofdstuk 2 van 2021–2023, 2024 en 2025–2026.

X Noot
2

Hoofdstuk 1 van het Arbeidsvoorwaardenakkoord 2021–2023 is reeds geformaliseerd, zie Stb. 2025, 6.

X Noot
3

De afspraken in de akkoorden 2024 en 2025–2026 ten aanzien van mobiliteit, militaire inzet, deeltijdverlof militairen, reüniefaciliteiten en het individueel keuzebudget worden in separate wijzigingsbesluiten dan wel -regelingen uitgewerkt.

X Noot
4

In de maanden oktober, november en december 2024 wordt deze loonsverhoging technisch en juridisch geoperationaliseerd in de vorm van een maandelijkse incidentele loonsverhoging. Vanaf januari 2025 wordt deze loonsverhoging omgezet in een structurele loonsverhoging.

X Noot
5

Wijzigingsregeling Arbeidsvoorwaardenakkoord Defensie 2024 inzake buitenlandparagraaf.

X Noot
6

Stb. 1989, 386, nota van toelichting, blz 33.

X Noot
7

Georganiseerd overleg sector Defensie: de brief aan het Sector Overleg Defensie van 9 augustus 2023 «Vaste aanstelling manschappen en korporaals» (SOD/23.0557).

X Noot
10

Oordeel CvRM 13 maart 2023, oordeelnummer 2023–32.

X Noot
11

Wijzigingsregeling arbeidsvoorwaardenakkoorden Defensie hoofdstuk 2 van 2021–2023, 2024 en 2025–2026.

X Noot
12

Als gevolg van de afspraken in het arbeidsvoorwaardenakkoord 2021–2023 is aan schaal 7 reeds een extra trede toegevoegd. Om die reden valt schaal 7 thans buiten de maatregelen.

Naar boven