Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 14 april 2023,
nr. IENW/BSK-2023/96851, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op artikel XII van de Verzamelwet IenW 2021;
Hebben goedgevonden en verstaan:
’s-Gravenhage, 21 april 2023
Willem-Alexander
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
M.G.J. Harbers
Uitgegeven de vierde mei 2023
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D. Yeşilgöz-Zegerius
NOTA VAN TOELICHTING
Met dit koninklijk besluit wordt voorzien in de inwerkingtreding van de Verzamelwet
IenW 2021. Deze verzamelwet brengt wijzigingen aan in de Algemene wet bestuursrecht,
de Drinkwaterwet, de Spoorwegwet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer,
de Wet op de economische delicten, de Wet personenvervoer 2000, de Wet van 3 december
2009 tot wijziging van enkele bijzondere wetten in verband met de Wet dwangsom en
beroep bij niet tijdig beslissen (Stb. 2009, 542), de Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES, en de Wet zeevarenden.
Het betreft het herstel van wetstechnische gebreken en leemten en enkele wijzigingen
van ondergeschikte aard.
Het merendeel van de artikelen van deze wet treedt in werking met ingang van 1 juli
2023. Voor wat betreft die artikelen wordt rekening gehouden met de vaste verandermomenten,
maar op grond van aanwijzing 4.17, vijfde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving,
wordt afgeweken van de minimuminvoeringstermijn. Dit is echter gerechtvaardigd omdat
de Verzamelwet IenW 2021 ziet op het herstel van wetstechnische gebreken en wijzigingen
van ondergeschikte aard, waarvoor ook in sommige gevallen een spoedige inwerkingtreding
gewenst is.
Een aantal artikelen treedt op een andere datum in werking.
Artikel II van de Verzamelwet IenW 2021 treedt in werking met ingang van de dag na
de datum van de uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit is geplaatst. Artikel
II is onderdeel van de implementatie van de herziene Drinkwaterrichtlijn.1 Deze richtlijn diende uiterlijk 12 januari 2023 te zijn omgezet. Voor een nadere
toelichting over de inwerkingtredingsdatum wordt verwezen naar de nota van toelichting
bij het Besluit van 7 december 2022, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding
van het Besluit van 8 november 2022 tot wijziging van het Drinkwaterbesluit, het Besluit
kwaliteit leefomgeving en enkele andere algemene maatregelen van bestuur in verband
met de omzetting van EU-Drinkwaterrichtlijn 2020/2184 (herschikking) (Stb 2022, 450), met uitzondering van de artikelen I, onderdelen N en O, II en III (Stb. 2022, 524).
Artikel IV, onderdeel A, artikel VI, onderdeel B, en artikel VII, treden in werking
met ingang van 1 januari 2024. Artikel IV, onderdeel A, heeft betrekking op de betaling
van vergoedingen die de waterschappen verschuldigd zijn voor het organiseren van de
waterschapsverkiezingen. Deze worden jaarlijks betaald. Daarom treedt genoemd onderdeel
op 1 januari 2024 in werking.
Voor de wijziging van de Wet milieubeheer en de wijziging van de Wet op de economische
delicten die verband houdt met de invoering van een pyro-passregister, wordt aangesloten
bij de inwerkingtredingsdatum van de overige regelgeving die voor deze wijziging relevant
is (het Vuurwerkbesluit en het Arbeidsomstandighedenbesluit). Daarnaast biedt dit
ook voldoende tijd om het pyro-passregister operationeel af te ronden.
Na inwerkintreding van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht verliest artikel
XVII van de Wet van 3 december 2009 tot wijziging van enkele bijzondere wetten in
verband met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (Stb. 2009, 542), zijn bestaansreden. Artikel IX van de Verzamelwet IenW 2021 treedt dan ook in werking
op het tijdstip dat titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht in werking treedt.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
M.G.J. Harbers