Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2021, 136AMvB

Besluit van 12 maart 2021 tot wijziging van het Eindexamenbesluit VO, het Eindexamenbesluit VO BES, het Staatsexamenbesluit VO en het Staatsexamenbesluit VO BES, houdende aanvullende en afwijkende bepalingen inzake het eindexamen en het staatsexamen voortgezet onderwijs in het schooljaar 2020–2021 en examenjaar 2021 in verband met de gevolgen die de maatregelen ter bestrijding van de covid-19 epidemie hebben gehad op het onderwijs (Besluit eindexamens 2021)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, van 5 maart 2021, nr. WJZ/1108892(12613), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 29, vierde lid, 60, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 7.3.4, tweede lid, 7.4.11, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de artikelen 72, vierde lid, 116, vijfde lid, 117, tweede lid, onder b, van de Wet voortgezet onderwijs BES en de artikelen 7.3.3, tweede lid, 7.4.13, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 10 maart 2021, nr. W05.21.0058/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 12 maart 2021, nr. WJZ/27360527(12613), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. WIJZIGING EINDEXAMENBESLUIT VO

Het Eindexamenbesluit VO wordt als volgt gewijzigd:

A

Na hoofdstuk VI. wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk VIa. Aanvullende en afwijkende bepalingen eindexamens schooljaar 2020–2021

Artikel 60a. Toepassingsbereik

De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de eindexamens die worden afgenomen in het schooljaar 2020–2021.

Artikel 60b. Wijziging examenreglement en programma van toetsing en afsluiting
  • 1. Het bevoegd gezag respectievelijk de examencommissie vavo wijzigt het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting, bedoeld in artikel 31, in het geval:

    • a. onderdelen van het examenreglement of het programma van toetsing en afsluiting als gevolg van de covid-19 epidemie praktisch onuitvoerbaar zijn; of

    • b. dat ter uitvoering van dit hoofdstuk noodzakelijk is.

  • 2. Een wijziging, als bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk gemotiveerd en na vaststelling onverwijld door de directeur toegezonden aan de inspectie en verstrekt aan de kandidaten.

Artikel 60c. Spreiden centraal examen over de tijdvakken
  • 1. De kandidaat kan de toetsen van het centraal examen in het eerste en in het tweede tijdvak voor het eerst afleggen.

  • 2. De kandidaat stelt de directeur uiterlijk 23 april op een door de directeur te bepalen wijze in kennis van de toetsen van het centraal examen die hij in het eerste of tweede tijdvak voor het eerst wil afleggen.

  • 3. Indien de kandidaat de directeur niet overeenkomstig het tweede lid in kennis stelt, laat de directeur uiterlijk 30 april aan de kandidaat weten welke toetsen van het centraal examen de kandidaat in het eerste en het tweede tijdvak voor het eerst aflegt.

  • 4. In aanvulling op artikel 45, eerste en tweede lid, geeft de directeur een kandidaat die door te voldoen aan de richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zoals beschreven in het generiek kader voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, niet in staat is om één of meerdere toetsen van het centraal examen af te leggen de gelegenheid die toetsen in het eerstvolgende tijdvak af te leggen.

Artikel 60d. Derde tijdvak op de school
  • 1. Het derde tijdvak wordt onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag in het laatste leerjaar afgenomen.

  • 2. Artikel 37, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op het derde tijdvak.

  • 3. Artikel 37, vijfde lid, is alleen van toepassing op artikel 37, vierde lid.

  • 4. In artikel 45, tweede lid, wordt in plaats van «ten overstaan van het College voor toetsen en examens» gelezen «onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag».

  • 5. Artikel 37, derde lid, artikel 37a, vierde lid, en artikel 45, derde en vierde lid, blijven buiten toepassing.

Artikel 60e. Profielvak en beroepsgericht keuzevak
  • 1. Het schoolexamen van het profielvak en het schoolexamen van het beroepsgericht keuzevak worden uiterlijk 23 juli afgesloten.

  • 2. Het cspe wordt niet afgenomen.

  • 3. Het eindexamen van het profielvak wordt afgesloten met een schoolexamen dat de examenstof van het examenprogramma van het profielvak beslaat.

  • 4. Het bevoegd gezag biedt de kandidaat een gelegenheid tot herkansing van ten minste een significant onderdeel van het schoolexamen in het profielvak.

  • 5. In afwijking van artikel 35, eerste lid, wordt het cijfer van het schoolexamen, bedoeld in het derde lid, uitgedrukt in een cijfer met 1 decimaal.

  • 6. Artikel 47, tweede lid, laatste volzin is van overeenkomstige toepassing op de afronding van het eindcijfer van het eindexamen in het profielvak.

  • 7. Het cijfer, bedoeld in het vijfde lid, wordt betrokken bij de berekening van het rekenkundig gemiddelde, bedoeld in artikel 49, eerste lid, onderdeel a.

  • 8. Artikel 41a en artikel 51, eerste lid, blijven buiten toepassing voor zover deze bepalingen betrekking hebben op het cspe.

Artikel 60f. Extra herkansing
  • 1. In afwijking van artikel 51, eerste lid, heeft de kandidaat die in schooljaar 2020–2021 het eindexamen afsluit en de kandidaat, bedoeld in artikel 59, eerste lid, het recht om voor twee vakken van het eindexamen waarin de kandidaat al centraal examen heeft afgelegd, in het tweede of derde tijdvak opnieuw deel te nemen aan het centraal examen.

  • 2. De kandidaat, bedoeld in artikel 37a, die in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande schooljaar is toegelaten tot het eindexamen in één of meerdere vakken kan het recht, bedoeld in het eerste lid, ook toepassen op die vakken, met dien verstande dat de kandidaat:

    • a. het recht bedoeld in het eerste lid niet kan gebruiken voor vakken waarvoor de kandidaat in het schooljaar 2019–2020 een resultaatsverbeteringstoets heeft gemaakt;

    • b. in afwijking van het eerste lid, slechts het recht heeft om opnieuw deel te nemen aan het centraal examen van één vak indien hij in het schooljaar 2019–2020 voor twee andere vakken dan het profielvak een resultaatsverbeteringstoets heeft gemaakt.

  • 3. In afwijking van artikel 51, tweede lid, stelt de kandidaat de directeur op een door de directeur te bepalen wijze en voor een door de directeur te bepalen tijdstip in kennis van de vakken die hij in het tweede of derde tijdvak herkanst.

Artikel 60g. Aangepaste uitslagbepaling
  • 1. Indien dat nodig is om de kandidaat te laten slagen, laten de directeur en de secretaris van het eindexamen bij de bepaling van de definitieve uitslag op grond van artikel 48, eerste lid, het eindcijfer of de kwalificatie van één vak buiten beschouwing.

  • 2. Het vak bedoeld in het eerste lid kan niet zijn:

    • a. het vak Nederlandse taal, bedoeld in artikel 49, eerste lid, onderdeel b, voor het eindexamen van een leerweg in het vmbo;

    • b. het vak Nederlandse taal en literatuur, het vak Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing het vak wiskunde A, B of C, bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel b, voor het eindexamen vwo en havo.

  • 3. Het eindcijfer bedoeld in het eerste lid kan niet zijn:

    • a. het eindcijfer bedoeld in artikel 49, derde en vierde lid, voor het eindexamen van een leerweg in het vmbo;

    • b. het eindcijfer bedoeld in artikel 50, tweede lid, voor het eindexamen vwo en havo.

  • 4. Het eerste lid kan alleen worden toegepast als de kandidaat met inbegrip van het vak dat buiten beschouwing wordt gelaten een eindexamen heeft afgerond.

  • 5. Het cijfer of de kwalificatie, bedoeld in het eerste lid, wordt:

    • a. opgenomen op de cijferlijst als bedoeld in artikel 52, eerste lid;

    • b. betrokken bij de toepassing van artikel 52a.

  • 6. Bij de berekening, bedoeld in artikel 49, vierde lid, wordt het gewicht van het profielvak bepaald voorafgaand aan toepassing van het eerste lid.

B

Na artikel 61 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 62. Cijfer en recht op herkansing profielvak beroepsgerichte leerwegen en gemengde leerweg vmbo schooljaar 2020–2021

  • 1. Het cijfer van het schoolexamen van het profielvak, bedoeld in artikel 60e, derde lid, zoals dat artikel luidde op 1 mei 2021, wordt betrokken bij de berekening van het rekenkundig gemiddelde, bedoeld in artikel 49, eerste lid, onderdeel a.

  • 2. De kandidaat, bedoeld in artikel 37a en artikel 59, die in het schooljaar 2020–2021 het eindexamen in het profielvak heeft afgerond behoudt het recht, bedoeld in artikel 51, eerste lid.

  • 3. Deze bepaling vervalt op 1 januari 2032.

C

Hoofstuk VIa. vervalt.

ARTIKEL II. WIJZIGING EINDEXAMENBESLUIT VO BES

Het Eindexamenbesluit VO BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Na hoofdstuk VI. wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk VIa. Aanvullende en afwijkende bepalingen eindexamens schooljaar 2020–2021

Artikel 47b. Toepassingsbereik

De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de eindexamens die worden afgenomen in het schooljaar 2020–2021.

Artikel 47c. Wijziging examenreglement en programma van toetsing en afsluiting
  • 1. Het bevoegd gezag respectievelijk de examencommissie vavo wijzigt het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting, bedoeld in artikel 18, in het geval:

    • a. onderdelen van het examenreglement of het programma van toetsing en afsluiting als gevolg van de covid-19 epidemie praktisch onuitvoerbaar zijn; of

    • b. dat ter uitvoering van dit hoofdstuk noodzakelijk is.

  • 2. Een wijziging, als bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk gemotiveerd en na vaststelling onverwijld door de directeur toegezonden aan de inspectie en verstrekt aan de kandidaten.

Artikel 47d. Spreiden centraal examen over de tijdvakken
  • 1. De kandidaat kan de toetsen van het centraal examen in het eerste en in het tweede tijdvak voor het eerst afleggen.

  • 2. De kandidaat stelt de directeur uiterlijk 23 april op een door de directeur te bepalen wijze in kennis van de toetsen van het centraal examen die hij in het eerste of tweede tijdvak voor het eerst wil afleggen.

  • 3. Indien de kandidaat de directeur niet overeenkomstig het tweede lid in kennis stelt, laat de directeur uiterlijk 30 april aan de kandidaat weten welke toetsen van het centraal examen de kandidaat in het eerste en het tweede tijdvak voor het eerst aflegt.

  • 4. In aanvulling op artikel 34, eerste en tweede lid, geeft de directeur een kandidaat die door te voldoen aan de richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zoals beschreven in het generiek kader voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, niet in staat is om één of meerdere toetsen van het centraal examen af te leggen de gelegenheid die toetsen in het eerstvolgende tijdvak af te leggen.

Artikel 47e. Derde tijdvak op de school
  • 1. Het derde tijdvak wordt onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag in het laatste leerjaar afgenomen.

  • 2. Artikel 25, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op het derde tijdvak.

  • 3. Artikel 25, vijfde lid, is alleen van toepassing op artikel 25, vierde lid.

  • 4. In artikel 34, tweede lid, wordt in plaats van «ten overstaan van het College voor toetsen en examens» gelezen «onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag».

  • 5. Artikel 25, derde lid, artikel 26, vierde lid, en artikel 34, derde en vierde lid, blijven buiten toepassing.

Artikel 47f. Profielvak en beroepsgericht keuzevak
  • 1. Het schoolexamen van het profielvak en het schoolexamen van het beroepsgericht keuzevak worden uiterlijk 23 juli afgesloten.

  • 2. Het cspe wordt niet afgenomen.

  • 3. Het eindexamen van het profielvak wordt afgesloten met een schoolexamen dat de examenstof van het examenprogramma van het profielvak beslaat.

  • 4. Het bevoegd gezag biedt de kandidaat een gelegenheid tot herkansing van ten minste een significant onderdeel van het schoolexamen in het profielvak.

  • 5. In afwijking van artikel 21, eerste lid, wordt het cijfer van het schoolexamen, bedoeld in het derde lid, uitgedrukt in een cijfer met 1 decimaal.

  • 6. Artikel 35, tweede lid, laatste volzin is van overeenkomstige toepassing op de afronding van het eindexamen in het profielvak.

  • 7. Het cijfer, bedoeld in het vijfde lid, wordt betrokken bij de berekening van het rekenkundig gemiddelde, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a.

  • 8. Artikel 30 en artikel 38, eerste lid, blijven buiten toepassing voor zover deze bepalingen betrekking hebben op het cspe.

Artikel 47g. Extra herkansing
  • 1. In afwijking van artikel 38, eerste lid, heeft de kandidaat die in het schooljaar 2020–2021 het eindexamen afsluit en de kandidaat, bedoeld in artikel 47, eerste lid, het recht om voor twee vakken van het eindexamen waarin de kandidaat al centraal examen heeft afgelegd, in het tweede of derde tijdvak opnieuw deel te nemen aan het centraal examen.

  • 2. De kandidaat, bedoeld in artikel 26, die in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande schooljaar is toegelaten tot het eindexamen in één of meerdere vakken kan het recht, bedoeld in het eerste lid, ook toepassen op die vakken, met dien verstande dat de kandidaat:

    • a. het recht bedoeld in het eerste lid niet kan gebruiken voor vakken waarvoor de kandidaat in het schooljaar 2019–2020 een resultaatsverbeteringstoets heeft gemaakt;

    • b. in afwijking van het eerste lid, slechts het recht heeft om opnieuw deel te nemen aan het centraal examen van één vak indien hij in het schooljaar 2019–2020 voor twee andere vakken dan het profielvak een resultaatsverbeteringstoets heeft gemaakt.

  • 3. In afwijking van artikel 38, tweede lid, stelt de kandidaat de directeur op een door de directeur te bepalen wijze en voor een door de directeur te bepalen tijdstip in kennis van de vakken die hij in het tweede of derde tijdvak herkanst.

Artikel 47h. Aangepaste uitslagbepaling
  • 1. Indien dat nodig is om de kandidaat te laten slagen, laten de directeur en de secretaris van het eindexamen bij de bepaling van de definitieve uitslag op grond van artikel 36, eerste lid, het eindcijfer of de kwalificatie van één vak buiten beschouwing.

  • 2. Een vak bedoeld in het eerste lid kan voor het eindexamen vwo en havo niet bestaan uit het vak Nederlandse taal en literatuur, het vak Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing het vak wiskunde A, B of C, bedoeld in artikel 37a, eerste lid, onderdeel b.

  • 3. Het eindcijfer bedoeld in het eerste lid kan niet zijn:

    • a. het eindcijfer bedoeld in artikel 37, derde en vierde lid, voor het eindexamen van een leerweg in het vmbo;

    • b. het eindcijfer bedoeld in artikel 37a, tweede lid, voor het eindexamen vwo en havo.

  • 4. Het eerste lid kan alleen worden toegepast als de kandidaat met inbegrip van het vak dat buiten beschouwing wordt gelaten een eindexamen heeft afgerond.

  • 5. Het cijfer of de kwalificatie, bedoeld in het eerste lid, wordt:

    • a. opgenomen op de cijferlijst als bedoeld in artikel 39, eerste lid;

    • b. betrokken bij de toepassing van artikel 39a.

  • 6. Bij de berekening, bedoeld in artikel 37, vierde lid, wordt het gewicht van het profielvak bepaald voorafgaand aan toepassing van het eerste lid.

B

Na artikel 48 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 48a. Cijfer en recht op herkansing profielvak beroepsgerichte leerwegen en gemengde leerweg vmbo schooljaar 2020–2021

  • 1. Het cijfer van het schoolexamen van het profielvak, bedoeld in artikel 47f, derde lid, zoals dat artikel luidde op 1 mei 2021, wordt betrokken bij de berekening van het rekenkundig gemiddelde, bedoeld in artikel 37 eerste lid, onderdeel a.

  • 2. De kandidaat, bedoeld in artikel 26 en artikel 47, die in het schooljaar 2020–2021 het eindexamen in het profielvak heeft afgerond behoudt het recht bedoeld in artikel 38, eerste lid.

  • 3. Deze bepaling vervalt op 1 januari 2032.

C

Hoofdstuk VIa. vervalt.

ARTIKEL III. WIJZIGING STAATSEXAMENBESLUIT VO

Het Staatsexamenbesluit VO wordt als volgt gewijzigd:

A

Na hoofdstuk V. wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk Va. Aanvullende en afwijkende bepalingen staatsexamens examenjaar 2021

Artikel 37. Toepassingsbereik

De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de staatsexamens die worden afgenomen in het examenjaar 2021.

Artikel 38. Wijziging examenreglement en programma van toetsing en afsluiting
  • 1. Het College voor toetsen en examens wijzigt het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting, bedoeld in artikel 13, in het geval:

    • a. onderdelen van het examenreglement of het programma van toetsing en afsluiting als gevolg van de covid-19 epidemie praktisch onuitvoerbaar zijn; of

    • b. dat ter uitvoering van dit hoofdstuk noodzakelijk is.

  • 2. Een wijziging, als bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk gemotiveerd en na vaststelling onverwijld door het College voor toetsen en examens toegezonden aan de inspectie en verstrekt aan de kandidaten.

Artikel 39. Spreiden centraal examen over de tijdvakken
  • 1. De kandidaat kan de toetsen van het centraal examen in het eerste en in het tweede tijdvak voor het eerst afleggen.

  • 2. De kandidaat stelt het College voor toetsen en examens uiterlijk 23 april op een door het College voor toetsen en examens te bepalen wijze in kennis van de toetsen van het centraal examen die hij in het eerste of tweede tijdvak voor het eerst wil afleggen.

  • 3. Indien de kandidaat het College voor toetsen en examens niet overeenkomstig het tweede lid in kennis stelt, laat het College voor toetsen en examens uiterlijk 30 april aan de kandidaat weten welke toetsen van het centraal examen de kandidaat in het eerste of tweede tijdvak voor het eerst aflegt.

  • 4. In aanvulling op artikel 23, eerste lid, geeft het College voor toetsen en examens een kandidaat die door te voldoen aan de richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zoals beschreven in het generiek kader voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, niet in staat is om één of meerdere toetsen van het centraal examen af te leggen de gelegenheid die toetsen in het eerstvolgende tijdvak af te leggen.

Artikel 40. Extra herkansing
  • 1. De kandidaat die in 2021 door het College van toetsen en examens is geëxamineerd heeft in afwijking van artikel 27, tweede lid, het recht om:

    • a. voor twee door de kandidaat te kiezen vakken opnieuw deel te nemen aan het college-examen of onderdelen daarvan; en

    • b. voor de onder a bedoelde vakken opnieuw deel te nemen aan het centraal examen.

  • 2. Bij de toepassing van artikel 27, derde lid, wordt artikel 41 buiten beschouwing gelaten.

Artikel 41. Aangepaste uitslagbepaling
  • 1. Indien dat nodig is om de kandidaat te laten slagen, laat het College voor toetsen en examens bij de bepaling van de definitieve uitslag op grond van artikel 25, tweede lid, het eindcijfer of de kwalificatie van één vak, of het profielwerkstuk buiten beschouwing.

  • 2. Het vak bedoeld in het eerste lid kan niet een van de volgende vakken zijn:

    • a. het vak Nederlandse taal, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel b, voor het staatsexamen van een leerweg in het vmbo;

    • b. het vak Nederlandse taal en literatuur, het vak Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing het vak wiskunde A, B of C, bedoeld in artikel 26a, eerste lid, onderdeel b, voor het staatsexamen vwo en havo.

  • 3. Het eindcijfer bedoeld in het eerste lid kan niet zijn:

    • a. het eindcijfer bedoeld in artikel 26, derde en vierde lid, voor het staatsexamen van een leerweg in het vmbo;

    • b. het eindcijfer bedoeld in artikel 26a, tweede lid, voor het staatsexamen vwo en havo.

  • 4. Het eerste lid is alleen van toepassing op een kandidaat die:

    • a. in het examenjaar 2021 één of meerdere vakken van het staatsexamen afrondt;

    • b. met inbegrip van het vak dat buiten beschouwing wordt gelaten een staatsexamen heeft afgerond.

  • 5. Het cijfer of de kwalificatie, bedoeld in het eerste lid, wordt:

    • a. opgenomen op de cijferlijst als bedoeld in artikel 30, tweede lid;

    • b. betrokken bij de toepassing van artikel 30a.

  • 6. Bij de berekening, bedoeld in artikel 26, vierde lid, wordt het gewicht van het profielvak bepaald voorafgaand aan toepassing van het eerste lid.

B

Na artikel 43a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 43b. Cijfer profielvak beroepsgerichte leerwegen en gemengde leerweg vmbo schooljaar 2020–2021

  • 1. Het cijfer van het schoolexamen van het profielvak, bedoeld in artikel 60e, derde lid, Eindexamenbesluit VO, zoals dat artikel luidde op 1 mei 2021, wordt betrokken bij de berekening van het rekenkundig gemiddelde, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel a.

  • 2. Deze bepaling vervalt op 1 januari 2032.

C

Hoofdstuk Va. vervalt.

ARTIKEL IV. WIJZIGING STAATSEXAMENBESLUIT VO BES

Het Staatsexamenbesluit VO BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Na hoofdstuk V. wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk Va. Aanvullende en afwijkende bepalingen staatsexamens examenjaar 2021

Artikel 34a. Toepassingsbereik

De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de staatsexamens die worden afgenomen in het examenjaar 2021.

Artikel 34b. Wijziging examenreglement en programma van toetsing en afsluiting
  • 1. Het College voor toetsen en examens wijzigt het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting, bedoeld in artikel 12, in het geval:

    • a. onderdelen van het examenreglement of het programma van toetsing en afsluiting als gevolg van de covid-19 epidemie praktisch onuitvoerbaar zijn; of

    • b. dat ter uitvoering van dit hoofdstuk noodzakelijk is.

  • 2. Een wijziging, als bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk gemotiveerd en na vaststelling onverwijld door het College voor toetsen en examens toegezonden aan de inspectie en verstrekt aan de kandidaten.

Artikel 34c. Spreiden centraal examens over de tijdvakken
  • 1. De kandidaat kan de toetsen van het centraal examen in het eerste en in het tweede tijdvak voor het eerst afleggen.

  • 2. De kandidaat stelt het College voor toetsen en examens uiterlijk 23 april op een door het College voor toetsen en examens te bepalen wijze in kennis van de toetsen van het centraal examen die hij in het eerste of het tweede tijdvak voor het eerst wil afleggen.

  • 3. Indien de kandidaat het College voor toetsen en examens niet overeenkomstig het tweede lid in kennis stelt, laat het College voor toetsen en examens uiterlijk 30 april aan de kandidaat weten welke toetsen van het centraal examen de kandidaat in het eerste of tweede tijdvak voor het eerst aflegt.

  • 4. In aanvulling op artikel 21, eerste lid, geeft het College voor toetsen en examens een kandidaat die door te voldoen aan de richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zoals beschreven in het generiek kader voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, niet in staat is om één of meerdere toetsen van het centraal examen af te leggen de gelegenheid die toetsen in het eerstvolgende tijdvak af te leggen.

Artikel 34d. Extra herkansing
  • 1. De kandidaat die in 2021 door het College voor toetsen en examens is geëxamineerd heeft in afwijking van artikel 25, tweede lid, het recht om:

    • a. voor twee door de kandidaat te kiezen vakken opnieuw deel te nemen aan het college-examen of onderdelen daarvan; en

    • b. voor de onder a bedoelde vakken opnieuw deel te nemen aan het centraal examen.

  • 2. Bij de toepassing van artikel 25, derde lid, wordt artikel 34e buiten beschouwing gelaten.

Artikel 34e. Aangepaste uitslagbepaling
  • 1. Indien dat nodig is om de kandidaat te laten slagen, laat het College voor toetsen en examens bij de bepaling van de definitieve uitslag op grond van artikel 23, tweede lid, het eindcijfer of de kwalificatie van één vak, of het profielwerkstuk buiten beschouwing.

  • 2. Een vak bedoeld in het eerste lid kan voor het staatsexamen vwo en havo niet bestaan uit het vak Nederlandse taal en literatuur, het vak Engelse taal en literatuur en voor zover van toepassing het vak wiskunde A, B of C, bedoeld in artikel 24a, eerste lid, onderdeel b.

  • 3. Het eindcijfer bedoeld in het eerste lid kan niet zijn:

    • a. het eindcijfer bedoeld in artikel 24, derde en vierde lid, voor het staatsexamen van een leerweg in het vmbo;

    • b. het eindcijfer bedoeld in artikel 24a, tweede lid, voor het staatsexamen vwo en havo.

  • 4. Het eerste lid is alleen van toepassing op een kandidaat die:

    • a. in het examenjaar 2021 één of meerdere vakken van het staatsexamen afrondt;

    • b. met inbegrip van het vak dat buiten beschouwing wordt gelaten een staatsexamen heeft afgerond.

  • 5. Het cijfer of de kwalificatie, bedoeld in het eerste lid, wordt:

    • a. opgenomen op de cijferlijst als bedoeld in artikel 28, tweede lid;

    • b. betrokken bij de toepassing van artikel 28a.

  • 6. Bij de berekening, bedoeld in artikel 24, vierde lid, wordt het gewicht van het profielvak bepaald voorafgaand aan toepassing van het eerste lid.

B

Na artikel 35 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 35a. Cijfer profielvak beroepsgerichte leerwegen en gemengde leerweg vmbo schooljaar 2020–2021

  • 1. Het cijfer van het schoolexamen van het profielvak, bedoeld in artikel 47f, derde lid, Eindexamenbesluit VO BES, zoals dat artikel luidde op 1 mei 2021, wordt betrokken bij de berekening van het rekenkundig gemiddelde, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a.

  • 2. Deze bepaling vervalt op 1 januari 2032.

C

Hoofdstuk Va. vervalt.

ARTIKEL V. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 12 maart 2021

Willem-Alexander

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

Uitgegeven de achttiende maart 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen deel

1. Doel en inhoud regeling

1.1 Inleiding

Sinds de eerste schoolsluitingen in maart 2020 heeft de covid-19 epidemie een grote impact gehad op het onderwijs in Nederland. In het schooljaar 2019–2020 zijn de centrale examens als gevolg van de covid-19 epidemie zelfs volledig komen te vervallen. Ook dit schooljaar (2020–2021) zijn de omstandigheden waaronder leerlingen naar hun eindexamens toewerken heel anders dan normaal. Door alle scholen is sinds de uitbraak van de covid-19 epidemie langdurig afstandsonderwijs verzorgd. Daarnaast worden examenkandidaten die wel naar school gaan geconfronteerd met coronamaatregelen die invloed hebben op de organisatie van het onderwijs. Dit alles heeft ertoe geleid dat examenkandidaten kampen met vertragingen en zich niet optimaal hebben kunnen voorbereiden op het eindexamen. Eind 2020 bleek uit de COVID-19 monitor van de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) weliswaar dat de achterstanden op een aantal scholen sinds de start van dit schooljaar zijn afgenomen, maar uit die monitor bleek ook dat de achterstanden op het merendeel van de scholen gelijk zijn gebleven of zelfs zijn vergroot.1

De bijzondere situatie waarin het onderwijs op dit moment verkeert, leidt ertoe dat de regering zich genoodzaakt ziet om de inrichting van de eindexamens ook in het schooljaar 2020–2021 op een bijzondere manier vorm te geven. Dit besluit regelt de maatregelen die met betrekking tot het eindexamen en het staatsexamen 2021 zijn getroffen. Deze maatregelen, en de daarmee gepaard gaande extra ondersteuning voor examenleerlingen en scholen, inclusief de specifieke aandacht voor de afnamecondities van het staatsexamen, zijn eerder aangekondigd in de Kamerbrieven van: 20 november 2020, 16 december 2020 en 12 februari 2021.2 3 4

1.2 Maatregelen eindexamen 2021

Het voortgezet onderwijs beoogt leerlingen voor te bereiden op een doorstroom naar het vervolgonderwijs. Uitgangspunt in de besluitvorming over de eindexamens van dit jaar is steeds geweest dat deze doelstelling zo goed mogelijk gehandhaafd moest blijven, en dat de waarde van hun diploma niet mocht worden aangetast. Er is naar een balans gezocht tussen de belangen van alle eindexamenkandidaten (vo, vso, vavo en staatsexamen), de belangen van de scholen of instellingen waarop zij staan ingeschreven en de belangen van het vervolgonderwijs. De maatregelen in dit besluit zijn er voornamelijk op gericht scholen en examenkandidaten zoveel mogelijk tijd en flexibiliteit te bieden. Daarnaast beogen de maatregelen kandidaten die dit jaar zijn toegelaten tot het eindexamen of het staatsexamen ook, in ieder geval gedeeltelijk, te compenseren voor het verschil in uitgangspositie ten opzichte van kandidaten in andere jaren.

In algemene zin kunnen de maatregelen uit dit besluit in twee groepen worden onderverdeeld. Ten eerste bevat dit besluit aanpassingen in de wijze waarop het examen is opgebouwd en wordt afgenomen. Om scholen en examenkandidaten meer tijd en flexibiliteit te bieden in de voorbereiding op en de afname van de examens wordt alle kandidaten de mogelijkheid geboden om hun examens te spreiden over twee tijdvakken. Ook krijgen zij een extra herkansingsmogelijkheid. In de beroepsgerichte profielvakken van het vmbo, komen de centrale schriftelijke en praktische examens (hierna: cspe) te vervallen.

Ten tweede bevat dit besluit afwijkende voorschriften voor de uitslagbepaling. Het eindcijfer van één vak wordt dit jaar buiten beschouwing gelaten bij de uitslagbepaling als de kandidaat daardoor kan slagen. Dit vak mag echter geen kernvak zijn.

In tegenstelling tot de centrale examens in 2020, gaan de centrale examens in 2021 wel door. Dit is wenselijk omdat de toetsen van het centraal examen, binnen het examen- en onderwijsstelsel, een aantal belangrijke functies vervullen. Zo heeft het centraal examen onder andere tot doel om individuele leerlingen te kwalificeren. Het centraal examen is de laatste stap richting de diplomaverlening. Daarnaast maakt het centraal examen het mogelijk de prestaties van eindexamenkandidaten over de jaren met elkaar te vergelijken. Dit laatste is onder andere van belang omdat zo zicht kan worden gehouden op de kwaliteit en de opbrengsten van het onderwijs. Naast de reguliere examenmonitor die door DUO wordt opgesteld, zal ook het CvTE een aanvullend onderzoek naar de examenresultaten verrichten. Daarbij onderzoekt het CvTE hoe de examenresultaten van dit examenjaar zich verhouden tot de resultaten in de jaren 2015–2019. Daarmee geeft dit onderzoek inzicht in het vaardigheidsniveau van de kandidaten van 2021 ten opzichte van eerdere jaren. Zowel het individuele beeld, dat zichtbaar wordt via het diploma en de cijferlijst, als het generieke beeld dat uit deze onderzoeken blijkt, zijn van belang voor het vervolgonderwijs. Het vervolgonderwijs zal het aankomende collegejaar (aanvullend) worden gecompenseerd om de inkomende studenten zo goed mogelijk te begeleiden.

Hieronder wordt nader op de afzonderlijke maatregelen ingegaan.

Beroepsgericht profielvak wordt als schoolexamen afgerond

Het beroepsgerichte profielvak in het vmbo wordt dit schooljaar voor alle deeltaken middels een schoolexamen afgesloten. Dat betekent dat het cspe dit schooljaar vervalt. Uit onderzoek van SPV en de VO-raad kwam eind 2020 al naar voren dat er met betrekking tot de beroepsgerichte profielvakken in de bovenbouw van het vmbo sprake was van brede achterstanden.5 Het onderzoek bracht ook naar voren dat er weinig vertrouwen was in de haalbaarheid van het wegwerken van de achterstanden gedurende dit schooljaar. Driekwart van de ondervraagde docenten gaf aan dit vertrouwen niet te hebben, of te twijfelen. Onder de leidinggevenden bedroeg dit aandeel 60 procent. Vanwege deze grote en breed gedeelde twijfels over de haalbaarheid van het cspe, is besloten om het eindcijfer voor de beroepsgerichte profielvakken in het vmbo uitsluitend te baseren op een schoolexamen en scholen langer de tijd te geven om dat schoolexamen af te ronden. Hierdoor ontstaat er meer tijd en flexibiliteit voor scholen en kandidaten om op eigen wijze toe te werken naar de afronding van alle deeltaken in de beroepsgerichte profielvakken. Het cspe wordt dit jaar wel beschikbaar gesteld aan de scholen door het College voor Toetsen en Examens (hierna: CvTE). Scholen kunnen er voor kiezen om (onderdelen van) het cspe te gebruiken voor het schoolexamen. Verder bepaalt dit besluit expliciet dat scholen hun examenkandidaten de mogelijkheid moeten bieden om (een significant onderdeel van) het schoolexamen van het beroepsgerichte profielvak te herkansen. Bij de inrichting van de herkansingsmogelijkheid moeten scholen leerlingen een reële mogelijkheid bieden om hun eindcijfer te verbeteren. Dit zorgt ervoor dat alle kandidaten op alle scholen een vergelijkbare mogelijkheid hebben om het wegvallen van het cspe te compenseren.

Examens spreiden over twee volledige tijdvakken

Kandidaten kunnen de afname van hun centrale examens in het schooljaar 2020–2021 spreiden over twee (volledige) tijdvakken. Hierdoor hebben zij, wanneer zij dat nodig achten, extra tijd om voor enkele of alle vakken achterstanden in te halen en zich voor te bereiden op het centraal examen. Om dit te kunnen realiseren, wordt het reguliere tweede tijdvak, dat normaliter vier dagen duurt, uitgebreid naar tien dagen. Zo ontstaat er ruimte om alle vakken in het tweede tijdvak voor het eerst af te nemen. Daartoe bestaat niet alleen aanleiding als de kandidaat daarvoor kiest, maar ook als een kandidaat in het eerste tijdvak positief getest is op het covid-19 virus of als gevolg van de RIVM-richtlijnen in quarantaine moet. Normaal gesproken vindt de eerste afname van de centrale examens in één tijdvak plaats en is er slechts een beperkte mogelijkheid om examens voor het eerst in het (kortere) tweede tijdvak te maken. Dit tijdvak is normaliter vooral bedoeld voor het maken van herkansingen.

De keuze om (een deel van) de centrale examens in het eerste of tweede tijdvak af te ronden is aan de kandidaat. De kandidaat kan daarin een eigen afweging maken. Uiteraard is het wel aan te raden dat de kandidaat voorafgaand aan het maken van deze keuze overlegt met de vakdocent. Samen weten zij het best waar de kandidaat staat, en wat er nog nodig is om hem zo goed mogelijk voor te bereiden op het eindexamen. Daarnaast kunnen zij samen een afweging maken van de voordelen om één of meer vakken voor het eerst in het tweede tijdvak te maken ten opzichte van het risico dat de kandidaat met die verplaatsing loopt, bijvoorbeeld wanneer hij of zij in het tweede tijdvak ziek is. Alle kandidaten moeten vóór de start van de meivakantie (uiterlijk 23 april) aangeven of ze hun centrale examens voor het eerst in het eerste tijdvak, in het tweede tijdvak, of gespreid over die tijdvakken willen maken. Afhankelijk van het type examen dat de kandidaat doet (regulier examen of staatsexamen), meldt hij dit bij de directeur van de school of het CvTE. Meldt een kandidaat zich niet, of later dan 23 april, dan beslist de directeur of het CvTE in welk tijdvak de leerling de toetsen van het centraal examen voor het eerst aflegt. De directeur of het CvTE laat in dat geval uiterlijk 30 april aan de kandidaten weten in welk tijdvak zij voor welke toetsen van het centraal examen voor het eerst opgaan.

De resultaten van het schoolexamen dienen uiterlijk één dag voor de aanvang van het eerste tijdvak te zijn aangeleverd. Het maakt daarbij niet uit of een kandidaat de toetsen van het centraal examen voor het eerst in het eerste of tweede tijdvak aflegt. Voor de digitaal flexibele examens geldt dat de resultaten van het schoolexamen één dag voor afname van het centraal examen van het betreffende vak moeten zijn aangeleverd. Het schoolexamen in het profielvak en het beroepsgericht keuzevak kan tot en met 23 juli 2021 worden afgesloten. Staatsexamenkandidaten leggen, net als in andere jaren, het college-examen na afloop van het centraal examen af.

Extra herkansing centraal examen

Kandidaten krijgen bovenop het herkansingsrecht dat zij onder normale omstandigheden voor het centraal examen hebben, de gelegenheid om het centraal examen in een extra vak te herkansen. Deze extra herkansing biedt de kandidaat mogelijkheden om opgelopen achterstanden te compenseren, zonder afbreuk te doen aan de inhoud van het examen. In totaal kunnen zij het centraal examen van twee verschillende vakken herkansen. Voor het staatsexamen geldt dat kandidaten twee vakken volledig mogen herkansen, dus zowel het centraal examen, als (onderdelen van) het college-examen.

Om de extra herkansing van het eindexamen op scholen te faciliteren, wordt door de scholen een derde tijdvak georganiseerd. Kandidaten kunnen er zelf voor kiezen of zij in het tweede of derde tijdvak gebruikmaken van hun recht op herkansing. Een kandidaat die een deel van zijn centrale examens in het eerste tijdvak maakt, en de rest in het tweede tijdvak, mag er voor kiezen om één of twee examens die hij in het eerste tijdvak heeft afgesloten in het tweede tijdvak te herkansen. Hij mag er ook voor kiezen om met één of beide herkansingen te wachten tot het derde tijdvak. De kandidaat moet zich daarbij realiseren dat het derde tijdvak de laatste mogelijkheid biedt om vakken te herkansen. Staatsexamenkandidaten leggen, net als in een regulier jaar, hun herkansingen in augustus af. Dat gebeurt in het derde tijdvak ten overstaan van het CvTE.

Kandidaten die een of meerdere vakken dit schooljaar vervroegd afsluiten, maar voor wie dit schooljaar nog geen uitslag kan worden bepaald, hebben geen recht op een extra herkansing. Net als in de reguliere situatie geldt voor kandidaten die vervroegd examen doen in één of meerdere vakken de herkansingsmogelijkheid van het schooljaar waarin zij hun eindexamen afsluiten en opgaan voor het gehele diploma. Zij behouden om die reden het reguliere recht op één mogelijkheid tot herkansing van een centraal examen.

De kandidaat die gespreid examen doet en in 2020–2021 in het eerste jaar van het gespreid examen zit, heeft recht op alle herkansingsmogelijkheden die gelden in de jaren waarin die kandidaat examen doet. In een normaal schooljaar mogen deze kandidaten in elk jaar van hun gespreid examen één herkansing doen. In lijn met dit uitgangpunt hebben deze kandidaten dit jaar twee herkansingen en volgend jaar onder normale omstandigheden nog één herkansing.

Een belangrijk verschil tussen het derde tijdvak dat dit jaar wordt georganiseerd en het derde tijdvak zoals dat normaliter plaatsvindt, is dat het derde tijdvak dit jaar onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag valt en eerder wordt afgenomen. Normaal staat het derde tijdvak alleen voor reguliere eindexamenkandidaten open als zij vanwege uitzonderlijke omstandigheden het eindexamen niet in het eerste en tweede tijdvak hebben kunnen afronden. Zij kunnen dan ten overstaan van het CvTE het eindexamen voltooien. Het derde tijdvak dat dit jaar wordt georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag vindt plaats in juli.

De mogelijkheid om vakken in het derde tijdvak door het CvTE te laten examineren staat dit schooljaar alleen open voor staatsexamenkandidaten. Zij kunnen het (reguliere) derde tijdvak in augustus, dat wordt afgenomen door het CvTE, benutten om gemiste examens in te halen of, indien zij opgaan voor hun diploma, om centrale examens te herkansen. De mogelijkheid om te herkansen staat, voor staatsexamenkandidaten alleen open als zij daardoor kunnen slagen. Dit geldt zowel voor de reguliere herkansing als voor de extra herkansingsmogelijkheid die dit jaar wordt geboden. Daarmee wordt de reguliere systematiek gevolgd. Omdat staatsexamenkandidaten het college-examen afsluiten na het centraal examen, weten zij ook pas na het afsluiten van het college-examen welke vakken zij kunnen herkansen om alsnog te slagen. Staatexamenkandidaten kunnen het eerste en tweede tijdvak dus alleen inzetten voor de eerste afname van het centraal examen. Alle herkansingen worden door staatsexamenkandidaten in het derde tijdvak gemaakt. Staatsexamenkandidaten hebben net als reguliere kandidaten in principe het recht op een herkansing van het centraal examen in twee vakken. In die vakken mogen zij ook het gehele college-examen of onderdelen daarvan herkansen. Op deze plaats wordt vast opgemerkt dat de reguliere vormgeving van het herkansingsrecht voor staatsexamenkandidaten invloed heeft op de gewijzigde uitslagbepaling die in dit besluit is vervat.

Aangepaste uitslagbepaling

Dit jaar wordt de uitslagbepaling van het examen voor zowel eindexamenkandidaten als staatsexamenkandidaten aangepast. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan de achterstanden die kandidaten buiten hun schuld om hebben opgelopen en worden zij gecompenseerd voor de gevolgen die de maatregelen ter bestrijding van de covid-19 epidemie op hun onderwijs hebben gehad. Voor de eindexamenkandidaten in het regulier onderwijs en het vavo geldt dat door de directeur en de secretaris van het eindexamen het eindcijfer of de kwalificatie voor één vak niet bij de definitieve uitslagbepaling wordt betrokken, als de kandidaat daardoor kan slagen. De kandidaat kan er niet voor kiezen om de in dit besluit vervatte wijze van uitslagbepaling niet toe te passen. Daarmee wordt aangesloten bij het uitgangspunt dat reeds in het Eindexamenbesluit VO en het Eindexamenbesluit VO BES is verankerd, namelijk dat een kandidaat die kan slagen ook slaagt. De mogelijkheid om een vak achterwege te laten bij het bepalen van de uitslag staat niet open voor de kernvakken. Voor het vmbo in Europees Nederland brengt dat met zich mee dat het vak Nederlandse taal niet kan worden weggestreept. Voor het havo en het vwo geldt dat voor de vakken Nederlandse taal en literatuur, Engelse taal en literatuur en – als een van deze vakken onderdeel uitmaakt van het vakkenpakket van de examenkandidaat – wiskunde A, B en C. Deze vakken bieden een belangrijke basis voor vervolgopleidingen. Door de kernvakken uit te sluiten van de bovengenoemde maatregel wordt dit belang onderstreept.

Voor staatsexamenkandidaten geldt dat de aangepaste wijze van uitslagbepaling en de uitgebreide herkansingsmogelijkheden niet naast elkaar worden gebruikt. Na afloop van het tweede tijdvak, maar voor de afname van de herkansingen, beoordeelt het CvTE welke kandidaten met of zonder toepassing van de aangepaste uitslagbepaling geslaagd zijn. Deze kandidaten slagen. Dat geldt ook voor de kandidaat die één deficiëntie heeft, dat wil zeggen één vak waarvan de uitslag moet worden verbeterd om te kunnen slagen. Wanneer de kandidaat twee deficiënties heeft, krijgt de kandidaat de gelegenheid om twee vakken in het geheel of gedeeltelijk te herkansen. Wanneer de kandidaat na afloop van de herkansingen nog altijd één deficiëntie heeft, wordt de aangepaste uitslagbepaling toegepast, waardoor de kandidaat slaagt. Uitgangspunt is dat bij ieder wegingsmoment de toepassing van de aangepaste regeling omtrent de uitslagbepaling, of gebruikmaking van de uitbreide herkansingsmogelijkheden op zichzelf voldoende moet zijn om te kunnen slagen. Het voorgaande leidt ertoe dat staatsexamenkandidaten die nadat zij voor het eerst een centraal examen hebben afgelegd drie of meer deficiënties hebben, geen vakken kunnen herkansen. Daarmee sluit de gewijzigde regeling omtrent de uitslagbepaling aan bij het in het Staatsexamenbesluit VO en het Staatsexamenbesluit VO BES verankerde uitgangspunt dat kandidaten alleen mogen herkansen als zij door die herkansing ook kunnen slagen. De regeling van de aangepaste uitslagbepaling beoogt in dit uitgangspunt geen verandering aan te brengen. Dit is anders dan in het regulier onderwijs, waar een kandidaat – onafhankelijk van het aantal deficiënties – kan herkansen, ook bijvoorbeeld om een cijfer te verbeteren als hij al reeds geslaagd is.

Wijzigingsbevoegdheid Examenreglement en het Programma van toetsing en afsluiting

Het PTA en examenreglement moeten ieder jaar voor 1 oktober worden vastgesteld en worden verstrekt aan de leerlingen en de inspectie. Vanwege de bijzondere omstandigheden van dit jaar kan het voorkomen dat het noodzakelijk is om ook na deze datum nog aanpassingen te doen. Dat kan bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om uitvoering te kunnen geven aan dit besluit. Om die reden is die mogelijkheid in dit besluit expliciet gecreëerd.

1.3 Noodzaak en doeltreffendheid

In december 2020 werd door het kabinet een nieuwe lockdown afgekondigd. Bij de vormgeving van die lockdown is zoveel mogelijk geprobeerd eindexamenkandidaten te ontzien. Dit betekent dat zij met het oog op de voorbereiding op hun eindexamens veelal op school les hebben gevolgd. Toch is ook deze groep leerlingen geraakt door de maatregelen die zijn genomen om de snelle verspreiding van het covid-19 virus tegen te gaan. Die maatregelen hadden invloed op de organisatie van het onderwijs op school, maar ook op de thuissituatie. Met behulp van de COVID-19 monitor van de inspectie, de peiling onderwijscontinuïteit, de informatie uit het meldpunt schoolsluiting en signalen en onderzoeken uit de sector bleek in december 2020 dat een meerderheid van de scholen kampte met uitval van fysieke lessen. Daarnaast zijn er examenkandidaten die onderwijs hebben gemist door quarantainemaatregelen. Bovendien hebben veel kandidaten die dit schooljaar examen doen vorig schooljaar ook een deel van het onderwijs gemist als gevolg van de toen geldende coronamaatregelen. Hierdoor zijn achterstanden ontstaan.6 Meer recent heeft de opkomst van extra besmettelijke varianten van het covid-19 virus de regering – op basis van een advies van het OMT – genoodzaakt scholen te verplichten ook op school anderhalve meter afstand te houden. Ook deze aanvullende verplichting heeft effect op de manier waarop het onderwijs op de scholen wordt verzorgd en op de wijze waarop examenkandidaten zich hebben kunnen voorbereiden.

Bij de besluitvorming over de wijze waarop het eindexamen als gevolg van de coronamaatregelen in het schooljaar 2020–2021 zou worden afgenomen, speelden twee gezichtspunten een rol. Het uitgangspunt was telkens dat de betrokken leerlingen in de best mogelijke uitgangspositie moesten worden gebracht om het eindexamen succesvol af te ronden. Ten tweede mocht geen afbreuk worden gedaan aan de volwaardigheid van het diploma. De volwaardigheid van het diploma is in het bijzonder van belang met het oog op de doorstroom naar het vervolgonderwijs. Het eindexamen vormt een belangrijk ijkpunt voor de kennis en vaardigheden die leerlingen in het voortgezet onderwijs hebben opgedaan. Het centraal examen meet die kennis en vaardigheden op objectieve en gestandaardiseerde wijze. De waarde van het diploma als het toegangsbewijs voor een (succesvolle) verdere (leer)loopbaan in het onderwijs en de maatschappij vloeit rechtstreeks uit deze beoordeling voort.

De maatregelen die in dit besluit zijn vervat bieden de examenkandidaten zoveel mogelijk tijd en flexibiliteit om het eindexamen voor te bereiden en te voltooien. Doordat de eindexamens daarmee doorgang vinden worden beide hiervoor genoemde doelstellingen gediend. Daarnaast beoogt dit besluit kandidaten ook te compenseren voor de bijzondere omstandigheden waarin zij naar het examen hebben moeten toewerken. Die compensatie is onder andere gevonden in de mogelijkheid die kandidaten hebben om het eindcijfer of de kwalificatie van één vak niet zijnde een kernvak, buiten de uitslagbepaling te laten. Hierbij speelt mee dat de afgelopen maanden duidelijk is geworden dat het voor een groot deel van de leerlingen niet mogelijk zal zijn om alle opgelopen achterstanden voldoende weg te werken voordat de centrale examens beginnen. Om ondanks deze compensatie de waarde van het diploma te kunnen blijven garanderen is in dit besluit evenwel ook opgenomen dat alle behaalde cijfers op de cijferlijst moeten worden weergegeven en dat kernvakken altijd in de uitslagbepaling dienen te worden betrokken. Op die manier wordt de transparantie van het diploma als maatstaf van het kennen en kunnen van leerlingen voor het vervolgonderwijs en de maatschappij gewaarborgd.

2. Reikwijdte en tijdelijkheid van de regeling

In het schooljaar 2019–2020 zijn de centrale examens komen te vervallen, omdat de covid-19 epidemie zowel de voorbereiding op het centraal examen door de kandidaten als de organisatie van het centraal examen door de scholen had doorkruist. De maatregelen die toen genomen zijn, waren gebaseerd op een in de eindexamenbesluiten voor de minister en het CvTE opgenomen bevoegdheid om te beslissen hoe moet worden gehandeld, indien door onvoorziene omstandigheden het centraal examen in één of meer vakken aan één of meer scholen niet op de voorgeschreven wijze kan worden afgenomen.

Voor het schooljaar 2020–2021 bleek het opnieuw noodzakelijk om de eindexamens op een andere manier dan gebruikelijk in te richten. Anders dan in het voorgaande schooljaar gaat het merendeel van de centrale examens dit schooljaar door. Dat komt onder andere doordat er inmiddels veel meer duidelijk is over de impact die het covid-19 virus heeft op de praktische organisatie van het eindexamen.

Doordat de centrale examens dit jaar wel afgenomen kunnen worden kon de bevoegdheid die vorig jaar als grondslag voor de vormgeving van de afwijkingen examenregels is gebruikt dit jaar niet worden toegepast. De doelstelling van de maatregelen in dit besluit is immers niet problemen in de organisatie van het examen te accommoderen, maar leerlingen te compenseren voor de invloed die het covid-19 virus op het onderwijs heeft gehad. Dit schooljaar worden aanpassingen in de examenregels dan ook vormgegeven middels deze algemene maatregel van bestuur.7 Daarmee is ook gegarandeerd dat de afwijkende en aanvullende regels voor het eindexamen in het schooljaar 2020–2021 op hetzelfde regelingsniveau zijn vormgegeven als de regels die onder normale omstandigheden van toepassing zijn.

De maatregelen uit dit besluit zijn reeds aangekondigd in verschillende brieven aan de Tweede Kamer.8 Het betreft aanpassingen in de regels over de examens voortgezet onderwijs die worden afgenomen in Europees en Caribisch Nederland.9 Het besluit is alleen in het schooljaar 2020–2021 van kracht, maar de aanpassing van de eindexamens in het beroepsgerichte profielvak in het vmbo heeft de komende jaren nog wel effect, omdat het dit jaar behaalde resultaat de komende jaren geldig zal blijven. Het cijfer kan, op grond van de normaal geldende regels, gedurende 10 jaar worden ingezet als een kandidaat dit schooljaar niet slaagt. Die kandidaat kan immers alsnog een diploma behalen via het staatsexamen of het vavo. Ook komt het regelmatig voor dat kandidaten hun beroepsgerichte profielvakken al eerder dan in het laatste schooljaar afsluiten. Het besluit bevat aanpassingen voor de eindexamens in het reguliere voortgezet onderwijs en in het vavo, evenals voor de staatsexamens.

In de artikelsgewijze toelichting zal nader worden ingegaan op de maatregelen.

3. Lasten voor scholen, instellingen en kandidaten

Regeldruk en compensatie voor extra inspanning scholen

De uitvoering van dit besluit vraagt een extra inspanning van scholen. De eenmalige administratieve lasten worden geschat op € 9,3 mln. Aanvullend worden de eenmalige inhoudelijke nalevingskosten geschat op € 2,3 mln. Hoe deze bedragen zijn opgebouwd wordt in de alinea hieronder toegelicht. In totaal komen deze eenmalige regeldrukkosten voor scholen, instellingen en kandidaten uit op afgerond € 12 mln.

Bij de administratieve lasten worden de kosten voor kandidaten en scholen om kennis te nemen van de nieuwe maatregelen geschat op € 0,27 mln. De administratieve werkzaamheden voor de school en kandidaat zodat kandidaten hun eerste afname van het centraal examen kunnen spreiden over het eerst tijdvak en het verlengde tweede tijdvak komen uit op een extra last van € 7,6 mln. Daarbij zijn de administratieve lasten voor zowel de scholen als kandidaten voor de extra herkansing inclusief het extra herkansingstijdvak georganiseerd door de eigen school € 0,95 mln. Ervan uitgaand dat scholen door de maatregelen hun PTA en examenreglement moet aanpassen komt hier nog een last van € 0,02 mln. bij. Tot slot is de verwachting dat voor scholen er een extra administratieve last bij komt voor het toepassen van de aangepaste uitslagbepaling van een € 0,5 mln.

De eenmalige inhoudelijke nalevingskosten om het beroepsgerichte profielvak dit jaar af te ronden als een schoolexamen worden geschat op € 0,65 mln. Daarbij zijn de verwachte nalevingskosten van het begeleiden van de examenkandidaten € 1,2 mln. Tot slot wordt verwacht dat scholen in totaal € 0,5 mln. extra kwijt zullen zijn aan de inhoudelijke nalevingskosten van het aanpassen van het PTA en examenreglement.

Scholen en het personeel worden gecompenseerd voor onder andere de bovengenoemde extra werkzaamheden die ontstaan door de uitbreiding van het examenrooster, en de overige in dit besluit omschreven maatregelen. Daarbij wordt bekeken op welke wijze docenten, onderwijsondersteunend personeel, directeuren en andere betrokkenen binnen de school in regio Noord en BES, die in hun eerste vakantieweek doorwerken, zo goed mogelijk kunnen worden gecompenseerd.

4. Advies ATR

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft een advies uitgebracht over dit besluit. Het College acht nut en noodzaak van het besluit voldoende onderbouwd, en constateert dat er alternatieven zijn overwogen waarvoor beargumenteerd niet is gekozen. Daarnaast geeft het college een aantal adviezen.

Allereerst adviseert het College om in de toelichting te verduidelijken waarom is gekozen voor specifieke regels (een beperkter recht op herkansing) voor de examenkandidaten van het schooljaar 2019–2020 die een resultaatsverbeteringstoets hebben gemaakt.

Naar aanleiding van dit advies is de toelichting op het recht op herkansing verduidelijkt waar het gaat over kandidaten die vorig jaar al vakken vervroegd hebben afgesloten. Er is geen sprake van een beperking in hun recht op herkansing. Voor alle kandidaten die vakken vervroegd afsluiten geldt het recht op herkansing zoals dat geldt in hun laatste leerjaar. Kandidaten die dit jaar één of meer vakken vervoegd afsluiten behouden het reguliere recht op herkansing in één vak. Kandidaten die eerder al één of enige vakken hebben afgesloten en dit jaar hun examens afronden, hebben recht op een tweede herkansingsmogelijkheid. Vorig jaar is bepaald dat het maken van twee resultaatsverbeteringstoetsen (voor andere vakken dan het beroepsgerichte profielvak) gezien moet worden als het inzetten van het recht op één herkansing. Omdat er vorig jaar geen centrale examens waren, is expliciet geregeld hoe het recht op herkansing in vakken die dit jaar met een centraal examen worden afgesloten kan worden verwezenlijkt. Hierbij is rekening gehouden met de specifiek voor dit jaar geregelde gelegenheid tot herkansing van het centraal examen in een extra vak.

Het College adviseert verder om een hardheidsclausule op te nemen waarmee scholen in individuele gevallen leerlingen een extra herkansing kunnen geven als er sprake is van een «onbillijkheid van overwegende aard». Dit advies is niet overgenomen. Het afgelopen jaar kon de extra hardheidsclausule alleen worden ingezet om een extra mogelijkheid tot herkansing (van het schoolexamen) te bieden. Dit jaar wordt in dit besluit al extra gelegenheid tot herkansing van het centraal examen geboden. Daarnaast blijven de reguliere hardheidsclausules in de examenbesluiten van kracht.

Tot slot adviseert het College om bij de gevolgen voor de regeldruk de communicatie over aanpassing van het PTA en het examenreglement te betrekken, alsmede de extra begeleiding van leerlingen ter voorbereiding op het eindexamen en de afronding van het eindexamenjaar. De betreffende passage is uitgebreid.

5. Consultatie van onderwijspartijen en draagvlak

Bij de besluitvorming die voorafging aan dit besluit, zijn de verschillende belanghebbende veldpartijen uitvoerig betrokken. Aan de door hen geleverde input is zoveel mogelijk recht gedaan. Het besluit is ter informatie aan de Rijksdienst Caribisch Nederland gezonden. Er is afgezien van internetconsultatie omdat de verschillende stakeholders betrokken zijn geweest bij de besluitvorming rondom de aanvullende maatregelen voor de eindexamens waardoor de standpunten reeds bekend waren. Bovendien was er sprake van een grote tijdsdruk, omdat voor aanvang van de examenperiode duidelijk moest zijn voor de kandidaten, scholen en uitvoeringsorganisaties hoe de eindexamens dit jaar zijn vormgegeven.

6. Voorhangprocedure

Dit is besluit is conform artikel 121, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voorafgaand aan inwerkingtreding ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.

7. Uitvoerings- en handhavingsgevolgen

Sinds de nazomer van 2020 zijn in nauwe samenwerking met de examenketen verkenningen gedaan naar mogelijkheden om de VO-examens in het schooljaar 2020–2021 op een goede manier te kunnen laten plaatsvinden. Het CvTE, de Inspectie van het Onderwijs en DUO zijn hierbij betrokken geweest en konden daardoor de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van de te treffen maatregelen in het oog houden en onder de aandacht brengen.

DUO geeft aan dat zorgvuldige toetsing van groot belang is en dat zij helaas hebben moeten constateren dat het binnen het gegeven (en noodzakelijkerwijs uitzonderlijk korte) tijdsbestek niet mogelijk is een formele uitvoeringstoets met het benodigde kwaliteitsniveau uit te brengen. Wel geven zij aan dat de te treffen maatregelen naar de huidige inzichten maakbaar, uitvoerbaar en haalbaar zijn.

Ook het CvTE geeft aan dat zij de voorgestelde maatregelen uitvoerbaar achten. Wel geven zij aan dat met de maatregelen in dit besluit een limiet is bereikt ten opzichte van het beroep dat wordt gedaan op de uitvoering.

8. Financiële gevolgen

De maatregelen die met dit besluit worden doorgevoerd hebben financiële consequenties. De uitbreiding van de tijdvakken en het aantal mogelijkheden tot herkansing, vergt een grotere inzet van het personeel op de school. Ook moet onderwijspersoneel in de regio Noord en BES werkzaamheden verrichten in de eerste week van de zomervakantie. Daarnaast worden het CvTE, DUO en Cito zwaarder belast dan in andere jaren, omdat het aantal herkansingen wordt uitgebreid. Voor de uitvoering van het gehele pakket aan maatregelen is € 84,3 mln. beschikbaar. Deze middelen zijn bestemd om scholen en onderwijspersoneel te compenseren voor extra werklast en werkzaamheden in de eerste week van de zomervakantie in de regio Noord en BES, uitvoeringskosten van de examenketen en (digitale) extra ondersteuning van de examenleerlingen in de komende maanden.

9. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Gestreefd wordt naar een inwerkingtreding op 16 april 2021. Het besluit wordt zodoende tijdig kenbaar gemaakt voor alle betrokkenen.

II. Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdeel A, Artikel II, onderdeel A, Artikel III, onderdeel A en Artikel IV, onderdeel A [artikel 60a EB VO, artikel 47b EB VO BES, artikel 37 Stex VO en artikel 34a Stex VO BES ]

Deze artikelen regelen dat de bepalingen uit dit besluit uitsluitend van toepassing zijn op de eindexamens en staatsexamens die worden afgenomen in het schooljaar 2020–2021 of examenjaar 2021. Daartoe wordt dus ook het derde tijdvak van de staatsexamens VO en de staatsexamens VO BES gerekend. Ook de examenvakken die in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande schooljaar zijn afgesloten vallen binnen het bereik van dit hoofdstuk. Ook vakken die als onderdeel van een gespreid examen in schooljaar 2020–2021 worden afgerond vallen binnen de reikwijdte van deze bepaling. Met de vakken van het eindexamen zijn de vakken bedoeld genoemd in de examenbesluiten, zie o.a. artikel 11 en 12 e.v. EB VO en VO BES.

Artikel I, onderdeel A, Artikel II, onderdeel A, Artikel III, onderdeel A en Artikel IV, onderdeel A [artikel 60b EB VO en artikel 47c EB VO BES, artikel 38 Stex VO en artikel 34b Stex VO BES]

In deze artikelen wordt aan het bevoegd gezag, de examencommissie vavo en het CvTE de bevoegdheid verleend om het examenreglement dan wel programma van toetsing en afsluiting onder strikte voorwaarden na 1 oktober 2020 te wijzigen. Deze bepalingen zijn, gezien de beperkte reikwijdte van dit besluit, uitsluitend van toepassing op het eindexamenjaar 2020–2021.

Eerste lid Het bevoegd gezag respectievelijk de examencommissie vavo kan het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting alleen onder de volgende strikte voorwaarden wijzigen:

  • a. Indien onderdelen van het examenreglement of het programma van toetsing en afsluiting praktisch onuitvoerbaar zijn als gevolg van de covid-19 epidemie. Hierbij kan gedacht worden aan toetsen die als gevolg van de sluiting van scholen niet ingehaald kunnen worden.

  • b. Indien dat ter uitvoering van de in dit besluit opgenomen bepalingen noodzakelijk is. Dat zal bijvoorbeeld het geval zijn voor het eindexamen in het beroepsgerichte profielvak dat dit schooljaar alleen uit een schoolexamen bestaat en dat moet voldoen aan de deeltaken van het examenprogramma van het profielvak.

Deze wijzigingsbevoegdheid beoogt alleen wijzigingen mogelijk te maken die het bevoegd gezag, de examencommissie vavo of het CvTE als gevolg van een feitelijke omstandigheid, of als gevolg van dit besluit moeten doorvoeren. Daarbij is het uitgangspunt dat een kandidaat door de wijziging van het examenreglement in beginsel niet in een slechtere positie wordt gebracht.

Tweede lid Voor het vaststellen van het gewijzigde examenreglement dan wel programma van toetsing en afsluiting dient de reguliere procedure te worden doorlopen, inclusief instemming van de medezeggenschapsraad voor het Europese deel van Nederland (zie bijv. artikel 10, eerste lid, onder b, WMS respectievelijk artikel 8a.2.2, derde lid, onder e, WEB). Daarnaast dient onverwijlde toezending, door de directeur dan wel het CvTE, aan de inspectie plaats te vinden. Ook moet het programma van toetsing en afsluiting en het examenreglement aan de kandidaten worden verstrekt. Daarmee wordt voor de staatsexamenbesluiten afgeweken van de gangbare systematiek waarbij het examenreglement en programma van toetsing en afsluiting bij de aanmelding ter beschikking van de kandidaat worden gesteld. Dit jaar zal in plaats daarvan na wijziging actieve kennisgeving moeten plaatsvinden. Voor deze afwijking is gekozen omdat de aanmeldtermijn voor het staatsexamen 2021 al was verstreken op het moment dat dit besluit in werking trad.

Artikel I, onderdeel A, Artikel II, onderdeel A, Artikel III, onderdeel A en Artikel IV, onderdeel A [artikel 60c EB VO en artikel 47d EB VO BES, artikel 39 Stex VO en artikel 34c Stex VO BES]

Eerste lid Een kandidaat bepaalt welke toetsen van het centraal examen hij voor het eerst in het eerste en welke toetsen hij voor het eerst in het tweede tijdvak aflegt. Dit betekent dat een kandidaat er ook voor kan kiezen om alle toetsen van het centraal examen in het eerste of het tweede tijdvak af te leggen. De keuze voor het al dan niet spreiden van het centraal examen ligt in beginsel volledig bij de kandidaat.

Tweede lid De kandidaat dient de directeur of het CvTE uiterlijk 23 april, op een door de directeur of CvTE bepalen te wijze, in kennis te stellen van de manier waarop hij de examens over de eerste twee tijdvakken wil spreiden. De directeur of het CvTE stelt de kandidaat vervolgens in staat om in het tijdvak van zijn of haar voorkeur op te gaan voor de eerste kans van het betreffende vak. Van de directeur of het CvTE mag worden verwacht dat zij indien nodig de kandidaat voorlichten over de consequenties van een door hem of haar gemaakte keuze. Daarbij is vooral van belang dat kandidaten tijdig worden gewezen op de omstandigheid dat in het derde tijdvak slechts een beperkt aantal centrale examens kan worden ingehaald indien dat nodig zou blijken.

Derde lid Indien een kandidaat de directeur niet uiterlijk 23 april 2021 laat weten welke toetsen van het centraal examen hij in het eerste dan wel tweede tijdvak wil afleggen, beslist de directeur of het CvTE uiterlijk 30 april, welke toetsen de kandidaat in het eerste en tweede tijdvak aflegt. De directeur en het CvTE mogen daarbij belangen van de school of het staatsexamen met betrekking tot de organisatie van het examen laten meewegen. Daarbij moet onder andere gedacht worden aan de wettelijke zorgplicht die op het bevoegd gezag en het CvTE rust om de covid-19 maatregelen na te leven (art. 58i en 58l Wpg).

Vierde lid In de examenbesluiten wordt geregeld dat indien een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de directeur of het CvTE, is verhinderd bij één of meerdere toetsen in het eerste tijdvak tegenwoordig te zijn, hem in het tweede tijdvak gelegenheid kan worden gegeven het centraal examen voor ten hoogste twee toetsen per dag alsnog te voltooien. Deze regeling blijft van toepassing. Dit lid regelt in aanvulling daarop dat een kandidaat die door te voldoen aan de richtlijnen van het RIVM zoals beschreven in het generiek kader voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs niet in staat is om één of meerdere toetsen van het centraal examen af te leggen altijd in de gelegenheid wordt gesteld die toetsen in het eerstvolgende tijdvak af te leggen. Er kan hierbij gedacht worden aan de situatie dat een kandidaat zelf positief is getest op het covid-19 virus, of in contact is geweest met iemand die positief getest is, maar ook aan een kandidaat die covid-19 gerelateerde klachten heeft en in afwachting is van een testuitslag.

Indien nodig kan de kandidaat alle toetsen in het tweede tijdvak maken. Kandidaten die door te voldoen aan richtlijnen van het RIVM niet in staat zijn de toetsen van het centraal examen in het tweede tijdvak te maken, wordt de mogelijkheid geboden die toetsen in beginsel naar het derde tijdvak verplaatsen. Daarbij moet evenwel worden bedacht dat het derde tijdvak niet zoals het tweede tijdvak uit tien, maar uit vier dagen bestaat. Het zal in voorkomende gevallen dus niet mogelijk zijn om alle vakken van het eindexamen van het tweede tijdvak naar het derde tijdvak te verplaatsen.

Artikel I, onderdeel A, Artikel II, onderdeel A, [artikel 60d EB VO en artikel 47e EB VO BES]

In deze artikelen wordt geregeld dat er een extra derde tijdvak komt dat onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de eigen school wordt afgenomen. Artikel 3 van het EB VO en artikel 3 EB VO BES zijn daarmee op het derde tijdvak van overeenkomstige toepassing. Onder normale omstandigheden valt het derde tijdvak onder de verantwoordelijkheid van het CvTE en wordt het tijdvak direct aansluitend op het laatste leerjaar afgenomen.

Artikel I, onderdeel A, Artikel II, onderdeel A [artikel 60e EB VO en artikel 47f EB VO BES]

Eerste lid Dit lid regelt in de eerste plaats dat de schoolexamens van het beroepsgericht profielvak en het beroepsgerichte keuzevak, in afwijking van artikel 32 EB VO en artikel 19 EB VO BES, uiterlijk 23 juli worden afgesloten. Overeenkomstig de begripsbepaling van het EB VO en EB VO BES wordt het beroepsgericht profielvak aangeduid als het profielvak, bedoeld in artikel 26h, eerste lid en 26i van het Inrichtingsbesluit WVO, respectievelijk artikel 25, eerste lid en artikel 26, eerste lid van het Inrichtingsbesluit WVO BES.

Tweede en derde lid In deze leden wordt geregeld dat het eindexamen van het profielvak in het schooljaar 2020–2021 wordt afgesloten met een schoolexamen in plaats van een centraal schriftelijk praktijk examen (cspe). Het schoolexamen in het profielvak dient te bestaan uit alle deeltaken van het examenprogramma van het beroepsgerichte profielvak. Scholen die reeds een schoolexamen in het beroepsgerichte profielvak afnemen en die aan deze voorwaarde voldoen, zijn niet verplicht aanvullende schoolexamens te organiseren.

Vierde lid Het bevoegd gezag dient de kandidaat altijd een gelegenheid tot herkansing van ten minste een significant onderdeel van het schoolexamen in het beroepsgerichte profielvak te bieden. Die verplichting bestaat niet voor zover kandidaten het beroepsgerichte profielvak in het schooljaar 2019–2020 hebben afgesloten. Die leerlingen hadden onder de regels die destijds van toepassing waren immers reeds het recht om een resultaatsverbeteringstoets voor het beroepsgerichte profielvak te maken. Het al dan niet uitoefenen van dat recht was niet van invloed op het aantal herkansingsmogelijkheden van het centraal examen in een later leerjaar. Omdat de inrichting van de herkansingen van schoolexamens tot de bevoegdheid van het bevoegd gezag behoort, bepaalt dit besluit uitsluitend dat kandidaten de mogelijkheid moeten hebben hun cijfer te verbeteren. Daarbij moet in aansluiting op artikel 35b1 EB VO en artikel 22 EB VO BES aan de kandidaat een reële mogelijkheid worden geboden om een onvoldoende op te hogen naar een voldoende. Tegelijkertijd hoeft anders dan deze artikelen vooronderstellen geen gelegenheid te worden geboden tot herkansing van het gehele schoolexamen.

Vijfde lid Op grond van artikel 35, eerste lid EB VO en artikel 21 van het EB VO BES wordt het cijfer voor het schoolexamen in het beroepsgerichte profielvak uitgedrukt in een cijfer uit een schaal van 1 tot en met 10. Dit lid brengt op dit punt een wijziging aan: het schoolexamencijfer voor het beroepsgerichte profielvak moet dit jaar ook 1 decimaal hebben, omdat dit cijfer, in plaats van het cijfer dat normaliter voor het cspe zou worden behaald, meeweegt in de 5,5-regel binnen de uitslagbepaling.

Zesde lid Op grond van artikel 47 EB VO en artikel 35 EB VO BES wordt het eindcijfer uitgedrukt in een geheel getal. Dit lid regelt dat indien het cijfer van het schoolexamen in het profielvak niet een geheel getal is, dat cijfer moet worden afgerond. Daarbij geldt de volgende regel. Indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, wordt het cijfer naar beneden afgerond en indien het eerste getal achter de komma een 5 of hoger is, wordt het cijfer naar boven afgerond.

Zevende lid Deze bepaling schrijft voor dat het cijfer van het schoolexamen in het profielvak wel meegenomen wordt in het rekenkundig gemiddelde van de bij het centraal examen behaalde cijfers die ten minste 5,5 moet zijn, zoals bepaald in de uitslagbepaling van het eindexamen. Dit is het cijfer met 1 decimaal.

Artikel I, onderdeel A, Artikel II, onderdeel A [artikel 60f EB VO en artikel 47g EB VO BES]

Eerste lid In deze artikelen wordt geregeld dat de kandidaat die in het schooljaar 2020–2021 het eindexamen afsluit en de kandidaat, bedoeld in artikel 59, eerste lid, die gespreid eindexamen aflegt, het recht heeft om het centraal examen van twee verschillende vakken te herkansen. Een kandidaat die in het schooljaar 2020–2021 voor het eerst slechts één of meerdere vakken afrondt en een volgend schooljaar het eindexamen afsluit kan geen aanspraak maken op deze bepaling. Er is bij de vormgeving van deze bepalingen aangesloten bij de wijze waarop het recht op herkansing voorafgaand aan dit besluit in het EB VO en het EB VO BES was vormgegeven. De kandidaat die in het eerste tijdvak één of meerdere toetsen van het centraal examen heeft gemaakt, kan kiezen of hij in het tweede of in het derde tijdvak gebruikmaakt van zijn recht tot herkansing. De kandidaat kan in het tweede tijdvak zowel vakken van het centraal examen voor het eerst afleggen als vakken herkansen waaraan hij of zij in het eerste tijdvak al reeds heeft deelgenomen. Het herkansen van een vak is niet mogelijk in hetzelfde tijdvak waarin de kandidaat het betreffende examen voor het eerst maakt.

Tweede lid Een kandidaat die op grond van artikel 37a EB VO of artikel 26 EB VO BES in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande schooljaar (schooljaar 2019–2020 of eerder) was toegelaten tot het eindexamen in één of meerdere vakken, en dit schooljaar zijn eindexamen afsluit kan in beginsel van de aanvullende herkansingsmogelijkheid gebruikmaken. De kandidaat kan beide herkansingen ook inzetten voor vakken die in het voorlaatste of direct daaraan voorafgaande schooljaar zijn afgesloten. Dat geldt in beginsel ook voor vakken die in het schooljaar 2019–2020 met een schoolexamen zijn afgesloten. Hoewel deze kandidaten vorig schooljaar geen centraal examen hebben afgelegd, hebben zij dit schooljaar toch recht op twee herkansingen, dat komt voor deze vakken de facto neer op het voor de eerste maal afleggen van het centraal examen. Deze mogelijkheid was in het Besluit eindexamens voortgezet onderwijs 2020 reeds voorzien.

Het Besluit eindexamens voortgezet onderwijs 2020 bepaalde dat kandidaten die in het schooljaar 2019–2020 gebruikmaakten van alle mogelijkheden om een resultaatsverbeteringstoets te maken dit schooljaar geen recht op herkansing meer zouden hebben. Omdat dit schooljaar wordt voorzien in een extra herkansing, hebben deze kandidaten dit jaar toch recht op één herkansing van het centraal examen. Kandidaten die een vak vorig schooljaar vervroegd hebben afgerond en in datzelfde vak dit jaar herkansen, maken de facto voor de eerste maal het centraal examen, maar hebben uiteraard geen recht om dit centraal (herkansings-)examen vervolgens ook te herkansen. Ook bepaalt dit besluit dat kandidaten die vorig schooljaar een resultaatsverbeteringstoets hebben gemaakt het herkansingsrecht niet mogen inzetten voor het vak waarvoor zij een resultaatsverbeteringstoets hebben gemaakt, omdat het dan nodig zou zijn de reeds afgesloten vakken open te breken.

Derde lid De kandidaat dient de directeur op een door de directeur te bepalen wijze en voor een door de directeur te bepalen tijdstip van zijn keuze in kennis te stellen. Uiteraard dient de directeur tijdig aan de kandidaat bekend te maken op welke wijze de kandidaat de directeur in kennis dient te stellen van zijn keuze. Hierbij kan het noodzakelijk zijn gebruik te maken van de bevoegdheid om het examenreglement te wijzigen.

Artikel III, onderdeel A en Artikel IV, onderdeel A [artikel 40 Stex VO en artikel 34d Stex VO BES]

Voor het staatsexamen geldt ook dat kandidaten twee vakken mogen herkansen, wanneer zij hierdoor (los van de aangepaste uitslagbepaling zoals omschreven in artikel 41 Stex VO en artikel 34e Stex VO BES) alsnog kunnen slagen. Zij mogen van die vakken het centraal examen en het volledige college-examen of onderdelen daarvan herkansen. Maar zij kunnen er dus ook voor kiezen om voor een vak alleen het college-examen te herkansen en voor een ander vak zowel het college-examen als het centraal examen.

Artikel I, onderdeel A, Artikel II, onderdeel A, Artikel III, onderdeel A en Artikel IV, onderdeel A [artikel 60g EB VO, artikel 47h EB VO BES, artikel 41 Stex VO en artikel 34e Stex VO BES]

Eerste lid In dit artikel wordt geregeld dat de uitslagbepaling voor het schooljaar 2020–2021 wordt aangepast. Bij de vaststelling van de uitslag wordt, indien dat nodig is om de kandidaat te laten slagen, het eindcijfer of de kwalificatie van één vak buiten beschouwing van de definitieve uitslag gelaten. Dit is alleen mogelijk als een kandidaat voor alle vakken het volledige examen heeft afgelegd, dus zowel het schoolexamen en – voor zover van toepassing – het centraal examen. Volgens de begripsdefinitie moeten ook onderdelen van een samengesteld cijfer als vak in de zin van deze bepaling worden aangemerkt. Omdat de definitiebepaling voor de staatsexamenbesluiten het begrip «onderdeel» niet kent, is dit in de staatsexamenbesluiten expliciet bepaald.

De toepassing van de aangepaste uitslagbepaling werkt voor staatsexamenkandidaten anders uit dan voor eindexamenkandidaten. Voorafgaand aan de afname van de herkansingen beoordeelt het CvTE welke kandidaten die het staatsexamen hebben afgelegd met of zonder toepassing van de aangepaste uitslagbepaling geslaagd zouden zijn. Wanneer de kandidaat twee deficiënties heeft, krijgt deze de gelegenheid om twee vakken te herkansen. Heeft de kandidaat na afloop van de herkansingen nog altijd één deficiëntie, dan wordt de aangepaste uitslagbepaling alsnog toegepast. Een kandidaat met drie deficiënties heeft geen recht op toepassing van de aangepaste uitslagbepaling of herkansing.

Het buiten beschouwing laten van één vak bij de uitslagbepaling is alleen toegestaan voor kandidaten die in één of meerdere vakken in het schooljaar 2020–2021 eindexamen hebben afgelegd. Een kandidaat die al zijn eindexamens in een eerder schooljaar heeft afgelegd kan dus geen verzoek indienen om een vak buiten beschouwing te laten.

Wanneer één vak buiten beschouwing wordt gelaten betekent dit dat het volledige eindcijfer (cijfer schoolexamen of college-examen en cijfer centraal examen) buiten beschouwing blijft in de uitslagbepaling. Het is niet mogelijk om, wanneer een vak zowel een schoolexamen (of college-examen) als een centraal examen heeft, slechts één van deze onderdelen buiten beschouwing te laten bij de uitslagbepaling. De mogelijkheid om een vak niet te betrekken bij de uitslagbepaling staat los van het recht op herkansing, als bedoeld in artikel 60f EB VO of artikel 47g EB VO BES.

Tweede lid Het vak dat buiten beschouwing wordt gelaten bij de vaststelling van de uitslagbepaling mag geen kernvak zijn. Een kernvak kan door een kandidaat ook gekozen zijn en geen verplicht onderdeel uitmaken van het eindexamen. Dat geldt in het bijzonder voor het eindexamen havo voor het vak wiskunde A of B. Wil de kandidaat een kernvak niet laten meetellen dat geen verplicht onderdeel van het eindexamen vormt, dan kan de kandidaat dat vak slechts op grond van de bestaande regeling omtrent de uitslagbepaling laten vallen. Deze mogelijkheid blijft naast de aanpassing in de uitslagbepaling bestaan. Overigens zij hier expliciet opgemerkt dat de leerwerktrajecten ook onder deze regeling vallen.

Derde lid Het eindcijfer dat op grond van het eerste lid buiten beschouwing wordt gelaten kan niet het gehele combinatiecijfer zijn. In de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg gaat het hierbij om het gemiddelde van de eindcijfers van alle beroepsgerichte keuzevakken die als het eindcijfer van één vak worden aangemerkt. In de gemengde leerweg gaat het hierbij om het gemiddelde van de eindcijfers van het profielvak en alle beroepsgerichte keuzevakken die als het eindcijfer van één vak worden aangemerkt. Voor het eindexamen vwo en havo gaat het om het gemiddelde van de eindcijfers van de volgende onderdelen, voor zover een eindcijfer is bepaald: maatschappijleer, culturele en kunstzinnige vorming en het profielwerkstuk en de onderdelen die het bevoegd gezag hier aan kan toevoegen. Het is alleen mogelijk het eindcijfer van één vak buiten beschouwing te laten. Dat kan ook een onderdeel van of een vak zijn dat deel uitmaakt van een combinatiecijfer.

Vierde lid Bij de vaststelling van de uitslagbepaling kan alleen een vak buiten beschouwing worden gelaten indien de kandidaat met inbegrip van het vak dat buiten beschouwing wordt gelaten een eindexamen heeft afgerond. Het moet dan gaan om een totaal pakket, zoals dat voor de verschillende schoolsoorten, leerwegen en profielen in de examenbesluiten is gedefinieerd.

Vijfde lid Het cijfer van het vak dat bij de uitslagbepaling buiten beschouwing wordt gelaten wordt wel opgenomen op de cijferlijst van de kandidaat en betrokken bij de beoordeling of een kandidaat geslaagd is voor het eindexamen dan wel staatsexamen met toekenning van het judicium cum laude. Er hoeft op de cijferlijst geen specifieke verwijzing te worden gemaakt naar het vak dat buiten beschouwing is gelaten bij de uitslagbepaling.

Zesde lid Bij de berekening bedoeld in artikel 49, vierde lid, EB VO of artikel 37, vierde lid, EB VO BES, wordt het gewicht van het profielvak bepaald voorafgaand aan de toepassing van de nadere uitslagbepaling. In deze bepalingen is voorgeschreven dat het gewicht van het profielvak gelijk is aan het aantal beroepsgerichte keuzevakken. Zijn er twee beroepsgerichte keuzevakken, dan telt het profielvak twee keer mee. Zou als gevolg van de uitslagbepaling een beroepsgericht keuzevak komen te vervallen, dan zou het profielvak nog maar één keer meetellen. Deze bepaling schrijft echter voor dat in de berekening van het combinatiecijfer het profielvak twee maal blijft meewegen. Dat betekent dat het relatieve gewicht van het profielvak toeneemt.

Artikel I, onderdeel B en Artikel II, onderdeel B, Artikel III, onderdeel B en Artikel IV, onderdeel B [artikel 62 EB VO, artikel 48a EB VO BES, artikel 43b Stex VO en artikel 35a Stex VO Bes]

Eerste lid Deze bepaling regelt dat het cijfer van het schoolexamen van het profielvak dat een kandidaat bedoeld in artikel 37a EB VO, artikel 59 EB VO, artikel 26 EB VO BES of artikel 47 EB VO BES heeft behaald in het schooljaar 2020–2021 wel meegenomen wordt in de vaststelling van de uitslag en in het rekenkundig gemiddelde van de bij het centraal examen behaalde cijfers die tenminste 5,5 moet zijn. Deze bepaling is alleen van toepassing indien het profielvak in een later schooljaar of examenjaar kan worden betrokken bij de uitslagbepaling op grond van artikel 48 EB VO, artikel 36 EB VO BES, artikel 25 Staatsexamenbesluit VO of artikel 23 Staatsexamenbesluit VO BES.

Tweede lid Deze bepaling regelt dat de kandidaat die in het schooljaar 2020–2021 het eindexamen in het profielvak heeft afgerond het recht op herkansing, bedoeld in artikel 51, eerste lid, EB VO of artikel 38, eerste lid, EB VO BES behoudt in de volgende schooljaren.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

COVID-19-monitor Inspectie van het Onderwijs meting 3; 24 november 2020; raadpleegbaar via: https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/publicaties/2020/11/24/covid-19-monitor-vo-derde-meting.

X Noot
2

Kamerstukken II, 2020/21, 30 079, nr. 113.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2020/21, 31 289 nr. 437.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2020/21, 31 289, nr. 442.

X Noot
5

Kamerstukken II 2020/21, 30 079, 113 (Rapport); «Op koers? Onderzoek naar inlopen van (onderwijs)achterstanden in vmbo beroepsgericht onderwijs, oktober 2020».

X Noot
6

Ten aanzien van de achterstanden in de voorbereiding op het eindexamen is sprake van een gedifferentieerd beeld. Niet op alle scholen zijn de achterstanden even groot, en ook binnen de scholen zijn er op dit punt verschillen te zien. De regering acht het echter van belang dat aan alle kandidaten zo veel mogelijk ruimte wordt geboden om zich goed voor te bereiden op het eindexamen in dit bijzondere schooljaar.

X Noot
8

Kamerstukken II, 2020/2021, 30 079, nr. 113; Kamerstukken II, 2020/21, 31 289 nr. 437 en Kamerstukken II, 2020/21, 31 289, nr. 442.

X Noot
9

Dit besluit heeft geen betrekking op de CXC-examens, die worden afgenomen door de Carribean Examinations Council op grond van het Tijdelijk besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES.