Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2021, 102Wet

Wet van 3 februari 2021 tot wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen om te voorzien in differentiatie naar grootte van werkgever bij de premieheffing voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds en om de systematiek van voortschrijdend cumulatief rekenen aan te passen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bij de premieheffing voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds onderscheid te maken tussen werkgevers naar de omvang van het loon waarover zij premies zijn verschuldigd voor de werknemersverzekeringen teneinde tot een evenwichtigere verdeling van de lasten voor de werknemersverzekeringen te komen tussen werkgevers onderling;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING WET FINANCIERING SOCIALE VERZEKERINGEN

De Wet financiering sociale verzekeringen wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 17, derde lid, worden de volgende zinnen toegevoegd: In afwijking van de eerste zin kunnen de premies die op grond van dit hoofdstuk worden geheven, apart worden berekend over het deel van het bij een werkgever genoten loon, dat betrekking heeft op de betaling van uitkeringen als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a of b, door een eigenrisicodrager, indien de betaling wordt gedaan namens of ten behoeve van die werkgever door een derde die in opdracht van hem deze betalingen verricht op grond van zijn taak als eigenrisicodrager. Indien de werkgever in een kalenderjaar kiest voor de in de tweede zin bedoelde berekening wordt deze toegepast vanaf het eerste loontijdvak en vervolgens in alle daaropvolgende loontijdvakken in dat kalenderjaar.

B

In artikel 33, eerste lid, wordt «de basispremie» vervangen door «de gedifferentieerde premie»

C

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 34. Gedifferentieerde premies en quotumheffing

2. In het eerste lid wordt «uit een basispremie en gedifferentieerde premie» vervangen door «uit een gedifferentieerde premie ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds en een gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas».

D

Artikel 36 komt te luiden:

Artikel 36. Gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds

  • 1. De gedifferentieerde premie ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 34, eerste lid, wordt bij regeling van Onze Minister vastgesteld op een percentage van het loon, bedoeld in paragraaf 1 van afdeling 1 van dit hoofdstuk, waarbij voor kleine werkgevers een lager percentage geldt dan voor overige werkgevers en het verschil tussen het hoge en het lage percentage niet meer bedraagt dan 2 procentpunt.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld welke werkgevers voor de toepassing van dit artikel worden aangemerkt als kleine werkgevers. Daarbij kunnen aanvullende criteria worden vastgesteld voor het aanmerken van een werkgever als kleine werkgever.

  • 3. Indien een werkgever met toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 96 of 97 is aangesloten bij verschillende sectoren, wordt voor elk bedrijfsonderdeel van de werkgever waar werkzaamheden worden verricht die behoren tot een afzonderlijke sector het eerste en tweede lid toegepast als was dat bedrijfsonderdeel een afzonderlijke werkgever.

  • 4. In afwijking van het eerste en tweede lid is over een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, of artikel 4:2b van de Wet arbeid en zorg, de Werkloosheidswet, over een toeslag op grond van de Toeslagenwet en over het loon uit een dienstbetrekking op grond van de Wet sociale werkvoorziening, het krachtens het eerste lid vastgestelde hoge percentage verschuldigd. Met een uitkering op grond van de Werkloosheidswet wordt gelijkgesteld een wachtgeld als bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen.

E

In artikel 75, tweede lid, wordt «de in artikel 36 bedoelde basispremie» vervangen door «het hoge krachtens artikel 36, eerste lid, vastgestelde percentage voor de in dat artikel bedoelde gedifferentieerde premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds».

F

In artikel 76a, tweede lid, wordt «de in artikel 36 bedoelde basispremie» vervangen door «het hoge krachtens artikel 36, eerste lid, vastgestelde percentage voor de in dat artikel bedoelde gedifferentieerde premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds».

ARTIKEL II. WIJZIGING ZORGVERZEKERINGSWET

Aan artikel 42, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet wordt de volgende zin toegevoegd: Artikel 17, derde lid, tweede en derde zin, van de Wet financiering sociale verzekeringen is van overeenkomstige toepassing op de berekening van de inkomensafhankelijke bijdrage, met dien verstande dat wijze van berekenen van de in dat lid bedoelde premies over het deel van het bij een werkgever genoten loon, dat betrekking heeft op de betaling van uitkeringen als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a of b, van die wet door een eigenrisicodrager tevens bepalend is voor de wijze van berekenen van de inkomensafhankelijk bijdrage over die uitkeringen.

ARTIKEL III. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 3 februari 2021

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

Uitgegeven de eerste maart 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 556