Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2020, 496Wet

Wet van 25 november 2020 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2021)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om enige wijzigingen aan te brengen in de wetgeving van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en enkele andere ministeries;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET

De Algemene Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 7a wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het vijfde lid tot zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 5. Bij het uitvoeren van de verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, bedoeld in het eerste lid, kan de Sociale verzekeringsbank gezondheidsgegevens uitwisselen en verwerken.

2. In het zesde lid (nieuw) wordt «het eerste en tweede lid» vervangen door «het eerste, tweede en vijfde lid».

B

In artikel 15, tweede lid, tweede zin vervalt «, of».

ARTIKEL II ALGEMENE NABESTAANDENWET

De Algemene nabestaandenwet wordt als volgt gewijzigd:

In artikel 66a wordt onder vernummering van het derde lid tot vierde lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Artikel 16, eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de persoon die op grond van het eerste lid is aangemerkt als rechthebbende op een nabestaandenuitkering.

ARTIKEL III ALGEMENE OUDERDOMSWET

In artikel 16, tweede lid, van de Algemene Ouderdomswet wordt «een jaar vóór de dag waarop de aanvraag werd ingediend» vervangen door «de eerste dag van de twaalfde maand vóór de dag waarop de aanvraag werd ingediend».

ARTIKEL IIIa ALGEMENE PENSIOENWET POLITIEKE AMBTSDRAGERS

De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 34d, derde lid, wordt «bedoeld in artikel 475d» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e».

B

In artikel 34f wordt «Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

C

In artikel 162c, derde lid, wordt «bedoeld in artikel 475d» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e».

D

In artikel 162e wordt «Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

ARTIKEL IV ARBEIDSWET 2000 BES

In de Arbeidswet 2000 BES wordt na Hoofdstuk 3 een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 3A. ARBEID DOOR ZWANGERE EN BEVALLEN WERKNEEMSTERS

Artikel 17a Arbeid in de nacht
  • 1. De zwangere werkneemster kan niet worden verplicht arbeid te verrichten tussen 00.00 uur en 06.00 uur, tenzij de werkgever aannemelijk maakt dat dit redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd.

  • 2. Ter uitvoering van het eerste lid wordt desgevraagd een schriftelijke verklaring overgelegd van een geneeskundige of een verloskundige waaruit blijkt dat de betrokken werkneemster zwanger is.

  • 3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een werkneemster gedurende de periode van zes maanden na haar bevalling.

Artikel 17b Arbeid in periode rond de bevalling

De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat een werkneemster:

  • a. geen arbeid verricht binnen vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling, zoals die is aangegeven in een door de werkneemster aan de werkgever overgelegde schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige waaruit de vermoedelijke datum van bevalling blijkt. Het in de eerste zin bedoelde tijdvak wordt verlengd met het tijdvak, dat verloopt tussen de vermoedelijke datum van de bevalling en de werkelijke datum van de bevalling;

  • b. geen arbeid verricht binnen zes weken na haar bevalling.

Artikel 17c Recht op voed- en kolfverlof
  • 1. Een werkneemster die een borstkind voedt, heeft, indien zij de werkgever hiervan in kennis heeft gesteld, gedurende de eerste negen levensmaanden van dat kind het recht de arbeid te onderbreken teneinde in de nodige rust en afzondering haar kind te zogen dan wel de borstvoeding te kolven. De werkgever biedt haar daartoe de gelegenheid en stelt, waar nodig, een geschikte af te sluiten besloten ruimte ter beschikking.

  • 2. De onderbrekingen, bedoeld in het eerste lid, vinden plaats zo vaak en zo lang als nodig is, maar bedragen gezamenlijk ten hoogste een vierde van de dagelijkse arbeidsduur. De vaststelling van het tijdstip en de duur van de onderbrekingen vindt plaats door de betrokken werkneemster na overleg met de werkgever.

  • 3. De duur van de onderbrekingen, bedoeld in dit artikel, geldt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen als arbeidstijd, waarover de werkneemster haar aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon behoudt.

ARTIKEL IVa BURGERLIJK WETBOEK

Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 628a, vijfde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Na de eerste zin wordt een zin ingevoegd, luidende: Het aanbod betreft een vaste arbeidsomvang die uiterlijk ingaat op de eerste dag nadat twee maanden zijn verstreken steeds nadat de arbeidsovereenkomst 12 maanden heeft geduurd.

2. In de derde zin (nieuw) vervalt «ten minste».

3. In de laatste zin wordt «de periode van 12 maanden» vervangen door «de periodes, bedoeld in de eerste en tweede zin,».

B

Artikel 673e wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De vergoeding, bedoeld in lid 1, is gelijk aan de vergoeding die de werkgever in verband met het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst aan de werknemer heeft verstrekt, maar bedraagt niet meer dan het bedrag dat de werkgever op grond van artikel 673 aan de werknemer verschuldigd is, verhoogd met de kosten die op grond van artikel 673, lid 6, op dat bedrag in mindering mogen worden gebracht. De vergoeding, bedoeld in lid 1, onderdeel a, bedraagt tevens niet meer dan het bedrag dat de werkgever op grond van artikel 673, voor aftrek van de kosten, bedoeld in artikel 673, lid 6, aan de werknemer verschuldigd zou zijn bij het beëindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst op de dag na het verstrijken van de termijn van twee jaar, bedoeld in artikel 670, lid 1, onderdeel a. Artikel 670, lid 1, laatste zin, is van overeenkomstige toepassing op de termijn, bedoeld in de vorige zin.

2. In het derde lid wordt «Lid 1 is van overeenkomstige toepassing» vervangen door «De leden 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing».

3. Aan het vijfde lid, tweede zin, wordt toegevoegd «en kan vervolgens bij dwangbevel worden ingevorderd».

ARTIKEL V CESSANTIAWET BES

De Cessantiawet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11a

  • 1. Bij ministeriële regeling kunnen controlevoorschriften worden vastgesteld. Deze voorschriften gaan niet verder dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet.

  • 2. De werknemer, dan wel diens nagelaten betrekkingen, zijn verplicht de voorschriften op te volgen en anderszins aan Onze Minister desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.

  • 3. De werknemer, dan wel diens nagelaten betrekkingen, onthouden zich van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden.

B

Artikel 12a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede, derde en vierde lid vervallen.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.18 en 5.19.

ARTIKEL Va GEMEENTEWET

De Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 44c, derde lid, wordt «bedoeld in artikel 475d» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e».

B

In artikel 44e wordt «Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

ARTIKEL Vb INVOERINGSWET NIEUWE EN GEWIJZIGDE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSREGELINGEN

In artikel XXIV, tweede lid, van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen, wordt «10, tweede, vijfde, zevende en achtste lid» vervangen door «10, tweede, derde, vierde, vijfde, zevende en achtste lid».

ARTIKEL VI INVOERINGSWET OPENBARE LICHAMEN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Artikel 18.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «onderstand» vervangen door «algemene of bijzondere onderstand».

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het recht op algemene en bijzondere onderstand bestaat jegens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan worden bepaald dat, in afwijking van de eerste zin, het recht op bijzondere onderstand bestaat jegens een bestuursorgaan van een openbaar lichaam.

3. In het derde lid wordt «onderstand» vervangen door «algemene en bijzondere onderstand».

4. In het vijfde lid, onderdeel b, het zesde lid en het zevende lid wordt na «Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid» ingevoegd «, of een krachtens het tweede lid aangewezen bestuursorgaan,».

5. In het negende lid wordt «krachtens het eerste, vierde of vijfde lid» vervangen door «op grond van het eerste, tweede, vierde of vijfde lid».

ARTIKEL VII PARTICIPATIEWET

In artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet wordt «voorzover» vervangen door «voor zover».

ARTIKEL VIIa POLITIEWET 2012

De Politiewet 2012 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 48d, derde lid, wordt «bedoeld in artikel 475d» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e».

B

In artikel 48f wordt «Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

ARTIKEL VIIb PROVINCIEWET

De Provinciewet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 43c, derde lid, wordt «bedoeld in artikel 475d» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e».

B

In artikel 43e wordt «Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

ARTIKEL VIIc REMIGRATIEWET

In artikel 6e, achtste lid, onderdeel a, van de Remigratiewet wordt «bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

ARTIKEL VIId WATERSCHAPSWET

De Waterschapswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 44c, derde lid, wordt «bedoeld in artikel 475d» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e».

B

In artikel 44e wordt «Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

ARTIKEL VIII WERKLOOSHEIDSWET

De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 19, derde lid, tweede zin, vervalt «, de artikelen 94 tot en met 96c van het Algemeen Rijksambtenarenreglement».

B

Artikel 20, eerste lid, sub d, komt te luiden:

  • d. met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer, die weer arbeid verricht en die daardoor minder dan vijf uur arbeidsurenverlies als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, heeft, een aanvraag tot eindiging van het recht op WW-uitkering heeft ingediend.

C

Artikel 21, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Indien het recht op uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel a of c, is geëindigd en vervolgens de omstandigheid die tot dat eindigen heeft geleid heeft opgehouden te bestaan, herleeft het recht op uitkering met inachtneming van het tweede lid, de in artikel 8 en het derde lid genoemde termijnen, het vierde lid en de op grond van het vijfde lid gestelde regels. Indien laatstelijk het recht op uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel d, is geëindigd, herleeft het recht op uitkering met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer een aanvraag tot herleving van het recht op WW-uitkering indient met inachtneming van het tweede lid en de in het derde lid genoemde termijnen.

D

In artikel 25, tweede lid, wordt «werkgever, bedoeld in artikel 18, eerste lid,» vervangen door «werkgever van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde werknemer».

ARTIKEL IX WET ALGEMENE OUDERDOMSVERZEKERING BES

De Wet algemene ouderdomsverzekering BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In hoofdstuk V wordt na artikel 36 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 36a

  • 1. Bij ministeriële regeling kunnen controlevoorschriften worden vastgesteld. Deze voorschriften gaan niet verder dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet.

  • 2. De pensioengerechtigde, zijn echtgenoot en zijn wettelijke vertegenwoordiger of het orgaan waaraan op grond van artikel 14 ouderdomspensioen wordt uitbetaald, is verplicht de voorschriften op te volgen en anderszins aan Onze Minister desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.

  • 3. De pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger, onthouden zich van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden.

B

Artikel 43a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede komt te luiden:

  • 2. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.18 en 5.19.

2. Het derde en vijfde lid vervallen onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.

ARTIKEL X WET ALGEMENE WEDUWEN- EN WEZENVERZEKERING BES

De Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 11, derde lid, wordt «geheel te harer laste komen» vervangen door «tot haar last komen».

B

In hoofdstuk V wordt na artikel 37 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 37a

  • 1. Bij ministeriële regeling kunnen controlevoorschriften worden vastgesteld. Deze voorschriften gaan niet verder dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet.

  • 2. De gepensioneerde, zijn wettelijke vertegenwoordiger of het orgaan waaraan op grond van artikel 17 pensioen wordt uitbetaald, zijn verplicht de voorschriften op te volgen en anderszins aan Onze Minister desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. Gelijke verplichting geldt voor de wettelijke vertegenwoordiger van het kind dat recht heeft op wezenpensioen en de persoon, aan wie op grond van artikel 16, tweede lid, het wezenpensioen betaalbaar wordt gesteld.

  • 3. De gepensioneerde, zijn wettelijke vertegenwoordiger, de wettelijke vertegenwoordiger van het kind dat recht heeft op wezenpensioen en de persoon, bedoeld in artikel 16, tweede lid onthouden zich van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden.

C

Artikel 42a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede komt te luiden:

  • 2. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.18 en 5.19.

2. Het derde en vijfde lid vervallen onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.

ARTIKEL Xa WET ALLOCATIE ARBEIDSKRACHTEN DOOR INTERMEDIAIRS

Artikel 8 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. De ter beschikking gestelde arbeidskracht, die tevens ter beschikking is gesteld in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel 3, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, heeft in afwijking van artikel 2a, eerste en vierde lid, van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten, recht op ten minste de arbeidsvoorwaarden op grond van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst die de dienstverrichter moet toepassen, met uitzondering van de bepalingen inzake procedures, formaliteiten en voorwaarden van de sluiting en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en inzake aanvullende bedrijfspensioenregelingen.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Indien op grond van het vierde lid is afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst die van toepassing is op de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt, heeft de arbeidskracht, bedoeld in het vijfde lid, in afwijking van artikel 2a, eerste en vierde lid, van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten, recht op ten minste de arbeidsvoorwaarden op grond van deze afwijkende bepalingen.

ARTIKEL Xb WET AMBTENAREN DEFENSIE

De Wet ambtenaren defensie wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 10c, derde lid, wordt «bedoeld in artikel 475d» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e».

B

In artikel 10e wordt «Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

ARTIKEL XI WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING ZELFSTANDIGEN

A

Artikel 2, achtste lid, komt te luiden:

  • 8. De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

B

Artikel 46 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel h wordt «de reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen» vervangen door «de re-integratievisie, bedoeld in artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen» en wordt «het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, derde lid, van die wet» vervangen door «het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van die wet».

2. In onderdeel i wordt «de reïntegratievisie bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen» vervangen door «de re-integratievisie, bedoeld in artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen» en wordt «het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, derde lid, van die wet» vervangen door «het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van die wet».

ARTIKEL XII WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING JONGGEHANDICAPTEN

De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1a:1, negende lid, komt te luiden:

  • 9. De voordracht voor een krachtens het achtste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

B

Artikel 2:5, zevende lid, komt te luiden:

  • 7. De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

C

In het opschrift van artikel 2:29 wordt «scholingbelemmeringen» vervangen door «scholingsbelemmeringen».

Ca

Artikel 2:30 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 2:20 wel van toepassing op de jonggehandicapte die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, indien ten aanzien van die jonggehandicapte voor 1 januari 2015 loondispensatie was verleend en voor zover het een verzoek om loondispensatie betreft voor dezelfde functie als waarvoor de loondispensatie voor 1 januari 2015 was verleend.

D

Artikel 3:1, negende lid, komt te luiden:

  • 9. De voordracht voor een krachtens het achtste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

E

Artikel 3:18, tweede lid, vervalt, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.

F

Aan artikel 3:19 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 12. Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt niet op grond van het eerste lid, onderdeel b, of het tweede lid, indien de jonggehandicapte gebruik maakt van een voorziening als bedoeld in artikel 34a, eerste lid of artikel 35, tweede lid, onderdeel a, b of d, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

G

Artikel 3:21, derde lid, vervalt, onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot derde en vierde lid.

H

Artikel 3:22 vervalt.

I

In artikel 3:25, tweede lid, wordt «artikel 3:17a, 3:21, vijfde lid, 3:22, zevende lid, 3:50 of 3:51» vervangen door «artikel 3:17a of 3:21, vierde lid,».

J

Artikel 3:31 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden «Ingangsdatum herziening en herleving uitkering».

2. Het zesde lid vervalt, onder vernummering van het zevende lid tot zesde lid.

3. In het zesde lid (nieuw) wordt «Heropening of herleving» vervangen door «Herleving».

Ja

De artikelen 3:50 en 3:51 vervallen.

K

In artikel 3:56, eerste lid, vervalt «de loonsuppletie, bedoeld in artikel 3:67, en de inkomenssuppletie, bedoeld in artikel 3:68,».

L

In artikel 3:61, eerste lid, vervallen de onderdelen d en e, onder verlettering van onderdeel f tot d.

M

De artikelen 3:67, 3:68 en 3:70 vervallen.

N

Artikel 3:73a wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 3:63 wel van toepassing op de jonggehandicapte die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien ten aanzien van die jonggehandicapte voor 1 januari 2015 loondispensatie was verleend en voor zover het een verzoek om loondispensatie betreft voor dezelfde functie als waarvoor de loondispensatie voor 1 januari 2015 was verleend.

O

Artikel 8:3, derde en vierde lid, vervallen.

P

In artikel 8:6a, eerste lid, wordt «3:21, vijfde lid, alsmede 3:22, zevende lid, zoals dat is komen te luiden na inwerkingtreding van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving,» vervangen door «3:21, vierde lid,» en wordt «de artikelen 3:14 tot en met 3:17, 3:21 of 3:22» vervangen door «de artikelen 3:14 tot en met 3:17 of 3:21».

Q

In artikel 8:7 wordt «, 3:21 en 3:22» vervangen door «en 3:21».

R

Artikel 8:8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «; en» aan het slot van dat onderdeel vervangen door «en in de daaropvolgende maand nog steeds inkomen geniet; of».

2. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. in de maand voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel R, van de Verzamelwet SZW 2021 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving, waarbij sprake was van samenloop met een uitkering als bedoeld in de artikelen 3:50 of 3:51 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Ja, van de Verzamelwet SZW 2021.

3. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het garantiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze behorende bij de inkomensvoorziening of arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de jonggehandicapte op grond van de hoofdstukken 2 en 3, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdelen S, W, Z, AA en BB, van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde wet of artikel XII, onderdeel R, van de Verzamelwet SZW 2021 recht zou hebben gehad in de maand van inwerkingtreding van:

    • a. artikel I, onderdelen S, W, Z, AA en BB, van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde wet, waarbij het inkomen in afwijking van de betreffende artikelen staat voor het gemiddelde inkomen per dag over een bij algemene maatregel van bestuur bepaalde periode, die voor verschillende situaties verschillend kan worden vastgesteld;

    • b. artikel XII, onderdeel R, van de Verzamelwet SZW 2021, waarbij voor de toepassing van de artikelen 3:50 of 3:51 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Ja, van de Verzamelwet SZW 2021, in afwijking van die artikelen, de uitkering wordt gebruikt waarop de jonggehandicapte op grond van die artikelen in de maand voorafgaand aan die inwerkingtreding recht had.

4. Het derde en vierde lid respectievelijk het vijfde en zesde lid worden vernummerd tot het vierde en vijfde lid respectievelijk het zevende en achtste lid.

5. Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. In afwijking van het tweede lid wordt het garantiebedrag voor de jonggehandicapte die in de maand van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen S, W, Z, AA en BB van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde wet, recht zou hebben gehad op inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 2:39, eerste lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van die wet, vastgesteld aan de hand van de berekeningswijze behorende bij de inkomensondersteuning, bedoeld in artikel 2:41, zoals dat artikel luidde op de dag voor inwerkingtreding van die wet, indien die jonggehandicapte sinds januari 2015 onafgebroken inkomen heeft genoten.

6. In het vierde lid (nieuw) wordt «De jonggehandicapte die inkomen geniet» vervangen door «De jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid,».

7. Het vijfde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt «Het derde lid» vervangen door «Het vierde lid».

b. In onderdeel b wordt voor de punt ingevoegd: «of uitkering als bedoeld in de artikelen 3:50 of 3:51 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel Ja, van de Verzamelwet SZW 2021».

8. Na het vijfde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 6. De periode van een jaar, bedoeld in het vijfde lid, kan bij algemene maatregel van bestuur tijdelijk met ten hoogste een jaar worden verlengd voor zover dat nodig is in verband met de gevolgen van de crisis in verband met COVID-19.

9. In het zevende lid (nieuw) wordt «op grond van het tweede lid» vervangen door «op grond van het tweede of derde lid».

S

Aan artikel 8:10d wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een komma een zinsnede toegevoegd, luidende: «dan wel niet toegekend omdat zij niet arbeidsongeschikt waren».

ARTIKEL XIIa WET ARBEIDSVOORWAARDEN GEDETACHEERDE WERKNEMERS IN DE EUROPESE UNIE

Aan artikel 3a van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de arbeidskracht die ter beschikking is gesteld, bedoeld in artikel 1 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, met dien verstande dat onder dienstontvanger wordt verstaan de inlener als bedoeld in artikel 7a van die wet, en onder dienstverrichter degene die de arbeidskracht ter beschikking stelt.

ARTIKEL XIIb WET INBURGERING

In artikel 16, tweede lid, van de Wet inburgering wordt onder vervanging van «; of» aan het slot van onderdeel b door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door «; of» een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. niet langer inburgeringsplichtig is.

ARTIKEL XIIc WET INBURGERING 20..

Indien het bij koninklijke boodschap van 3 juni 2020 ingediende voorstel van wet houdende regels over inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 20..) (35 483) tot wet is of wordt verheven en de artikelen 33, 35, 50 en 54 van die wet in werking treden of zijn getreden, worden die artikelen als volgt gewijzigd:

A

In artikel 33, onderdeel c, wordt «de gegevens, bedoeld in artikel 24o, tweede lid, onderdeel e, van de Wet op het onderwijstoezicht voor het diplomaregister» vervangen door «de diplomagegevens, bedoeld in artikel 12, vierde lid van de Wet register onderwijsdeelnemers, ten behoeve van het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in artikel 4 van die wet».

B

Aan artikel 35, eerste lid, wordt toegevoegd «en de uitvoering van artikel 22».

C

Artikel 50 komt te luiden:

Artikel 50. Wijziging van de Wet register onderwijsdeelnemers

In artikel 1 van de Wet register onderwijsdeelnemers wordt in de begripsomschrijving van onderwijsdeelnemer, in onderdeel c, onder 2°, «Wet inburgering» vervangen door «Wet inburgering 20..».

D

Artikel 54 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De artikelen 18b, tweede lid, onderdeel b, 64, eerste lid, onderdeel p, en 67, eerste lid, onderdeel h, van de Participatiewet, artikel 7.3.1, vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de artikelen 16, eerste lid, onderdeel h, en 18, eerste lid, onderdeel i, van de Vreemdelingenwet 2000, de artikelen 45, eerste lid, onderdeel o, en 48, eerste lid, onderdeel h, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de artikelen 45, eerste lid, onderdeel n, en 48, eerste lid, onderdeel h, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werknemers, artikel 1, begripsbepaling «onderwijsdeelnemer», onderdeel c, onder 2°, van de Wet register onderwijsdeelnemers, artikel 54, derde lid, onderdeel m, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en artikel 2 van bijlage 3 van de Algemene wet bestuursrecht, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing op de personen, bedoeld in het eerste lid.

ARTIKEL XIII WET MINIMUMLOON EN MINIMUMVAKANTIEBIJSLAG

De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 13, eerste lid, wordt na «artikel 632» ingevoegd «, met uitzondering van het tweede lid, tweede zin,».

B

In artikel 15, tweede lid, wordt na «liggende in het tijdvak» ingevoegd «, bedoeld in artikel 17, ».

C

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Indien de som van het ten laste van de werkgever komende loon en de vakantiebijslag, voldaan over het tijdvak, bedoeld in artikel 17, minder bedraagt dan 108% van het bedrag, waarop de werknemer over dat tijdvak als minimumloon recht heeft verworven, heeft de werknemer over dat tijdvak bovendien recht op een bedrag aan vakantiebijslag ter grootte van het bedrag liggende tussen het bedrag waarop de werknemer over dat tijdvak als minimumloon recht heeft verworven en het bedrag waarmee genoemde 108% eerdergenoemde som te boven gaat.

2. In het derde lid wordt «het tweede lid» vervangen door «artikel 17».

D

In artikel 17, eerste lid, wordt na «voor zover een en ander» ingevoegd «over het tijdvak».

E

In artikel 18b, eerste lid, onderdeel b, wordt «in artikel 15» vervangen door «in de artikelen 15 of 16».

F

In artikel 18p, zevende lid, wordt «de naam en vestigingsplaats van de werkgever en de locatie waar het onderzoek heeft plaatsgevonden verstrekken, indien bij de uitvoering van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet informatie over die werkgever wordt verkregen» vervangen door «de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens verstrekken, indien deze informatie bij de uitvoering van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet wordt verkregen».

ARTIKEL XIV WET ONGEVALLENVERZEKERING BES

De Wet ongevallenverzekering BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, tweede lid, wordt na «overkomen» toegevoegd «of, indien de dienstbetrekking voorafgaand aan het moment waarop het ongeval is overkomen minder dan dertien weken heeft geduurd, het gemiddelde aantal werkuren per week in die periode».

B

Artikel 5, twaalfde lid, tweede zin, komt te luiden:

De werkgever die op grond van deze verplichting de uitkering uitbetaalt, heeft, in plaats van de werknemer, tegenover Onze Minister recht op het desbetreffende ongevallengeld en op uitbetaling daarvan door Onze Minister.

C

Artikel 6, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Zo spoedig mogelijk na de aanvraag deelt Onze Minister, mede aan de hand van geneeskundige beoordeling, schriftelijk mee welke uitkering zal worden verstrekt aan de in artikel 5, twaalfde lid, tweede zin, bedoelde werkgever. Als de werkgever de in artikel 5, twaalfde lid, eerste zin, bedoelde verplichting niet naleeft, geschiedt de schriftelijke mededeling, bedoeld in de eerste zin, aan de werknemer.

D

Artikel 12a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede, derde en zesde lid vervallen.

2. Er wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.18 en 5.19.

3. Het vierde en vijfde lid worden vernummerd tot derde en vierde lid.

4. In het derde lid (nieuw) wordt «als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e» vervangen door «zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner».

E

Na artikel 12a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12b

  • 1. Onverminderd voorschriften als gesteld op grond van artikel 7, onderdelen d of e, kunnen bij ministeriële regeling controlevoorschriften worden vastgesteld. Deze voorschriften gaan niet verder dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet.

  • 2. De werknemer, dan wel diens nagelaten betrekkingen, zijn verplicht de voorschriften op te volgen en anderszins aan Onze Minister desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.

  • 3. De werknemer, dan wel diens nagelaten betrekkingen, onthouden zich van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden.

ARTIKEL XV WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 18, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering komt te luiden:

  • 9. De voordracht voor een krachtens het achtste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

B

In artikel 24, eerste lid, wordt «het arbeidsproces, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen» vervangen door «het arbeidsproces, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen».

C

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel g wordt «artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen» vervangen door «artikel 30, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen».

2. In onderdeel i wordt «de rëintegratievisie, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen» vervangen door «de re-integratievisie, bedoeld in artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen» en wordt «het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, derde lid, van die wet» vervangen door «het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van die wet».

3. In onderdeel j wordt «de reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen» vervangen door «de reïntegratievisie, bedoeld in artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen» en wordt «het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, derde lid, van die wet» vervangen door «het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van die wet».

ARTIKEL XVI WET OP HET ALGEMEEN VERBINDEND EN HET ONVERBINDEND VERKLAREN VAN BEPALINGEN VAN COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN

De Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2a, eerste lid, onder b, wordt «vakantiedagen» vervangen door «vakantie- en verlofdagen».

B

In artikel 10a, vierde lid, wordt «Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europee Unie» vervangen door «Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie».

ARTIKEL XVIa WET RECHTSPOSITIE MINISTERS EN STAATSSECRETARISSEN

De Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 5a, derde lid, wordt «bedoeld in artikel 475d» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e».

B

In artikel 5c wordt «Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

ARTIKEL XVIb WET RECHTSPOSITIE RAAD VAN STATE, ALGEMENE REKENKAMER EN NATIONALE OMBUDSMAN

De Wet rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 8, derde lid, wordt «bedoeld in artikel 475d» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e».

B

In artikel 10 wordt «Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

ARTIKEL XVIc WET RECHTSPOSITIE RECHTERLIJKE AMBTENAREN

De Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 19f, derde lid, wordt «bedoeld in artikel 475d» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e».

B

In artikel 19h wordt «Voor de toepassing van de artikelen 475b, tweede en derde lid, en 475d, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

ARTIKEL XVId Wet tegemoetkomingen loondomein

In artikel 3.2 van de Wet tegemoetkomingen loondomein wordt «€ 0,51» vervangen door «€ 0,49» en wordt «€ 1.000» vervangen door «€ 960».

ARTIKEL XVII WET VAN 27 MEI 2020 TOT WIJZIGING VAN DE WET ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING JONGGEHANDICAPTEN EN ENKELE ANDERE WETTEN IN VERBAND MET VERDERE ACTIVERING VAN DE PARTICIPATIE VAN JONGGEHANDICAPTEN EN HET HARMONISEREN VAN DE VERSCHILLENDE REGIMES WAJONG (Stb. 2020, 173)

Artikel I van de Wet van 27 mei 2020 tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en enkele andere wetten in verband met verdere activering van de participatie van jonggehandicapten en het harmoniseren van de verschillende regimes Wajong (Stb. 2020, 173) wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel S vervalt in het voorgestelde artikel 2:40, vierde lid, «van het minimumloon».

2. In onderdeel Z vervalt in het voorgestelde artikel 3:8, vierde lid, «van het minimumloon».

ARTIKEL XVIIa WET VEREENVOUDIGING BESLAGVRIJE VOET

De Wet vereenvoudiging beslagvrije voet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel XXI wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel 1 komt te luiden:

1. In het vijfde lid wordt «bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» vervangen door «bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering».

2. In onderdeel 2 wordt «In het achtste lid (nieuw)» vervangen door «In het negende lid».

3. Onderdeel 3 komt te luiden:

3. Het tiende lid komt te luiden:

  • 10. Indien een beslag als bedoeld in het negende lid is gelegd op een vordering tot een periodieke betaling als bedoeld in artikel 475c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wordt de beslagvrije voet, berekend overeenkomstig de artikelen 475d tot en met 475e van die wet, louter ten aanzien van de vordering van het CAK ter zake waarvan het beslag is gelegd en enkel voor zover het beslag dient tot inning van een nieuw vervallende termijn als bedoeld in het negende lid, verlaagd met de bestuursrechtelijke premie.

B

Na artikel XXIIIb wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XXIIIC. Regelgevende bevoegdheden voor de invoering

  • 1. In afwijking van de artikelen 475da tot en met 475dc van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kunnen bij besluit van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beslagleggende partijen worden aangewezen waarop artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing blijft tot en met 6 maanden na inwerkingtreding van dit artikel.

  • 2. De partijen genoemd in het eerste lid kunnen worden aangewezen bij besluit van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als zij een gemotiveerde opgave doen van de reden waarom zij gebruik willen maken van de overgangsperiode.

ARTIKEL XVIII WET WERK EN INKOMEN NAAR ARBEIDSVERMOGEN

De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 6, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

B

In artikel 86, tweede lid, wordt «aan de eigenrisicodrager» vervangen door «aan de eigenrisicodrager of de bank of verzekeraar, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen».

C

Artikel 103, onderdeel c, komt te luiden:

c. de medebelanghebbende:

de werkgever of de bank of verzekeraar, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen in de situaties, genoemd in artikel 84, vierde lid.

D

In de artikelen 104, eerste lid, 105, eerste en tweede lid, en 106, tweede en derde lid, wordt «werkgever» vervangen door «medebelanghebbende».

E

In artikel 114 wordt «de werkgever» vervangen door «de werkgever of de bank of verzekeraar, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen».

F

In artikel 115 wordt «een werkgever» vervangen door «een werkgever of bank of verzekeraar, als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen».

G

Aan artikel 117, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:

De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing indien het bezwaar of beroep of de intrekking daarvan heeft plaatsgevonden door de bank of verzekeraar, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen in de situaties, genoemd in artikel 84, vierde lid.

ARTIKEL XIX WET ZIEKTEVERZEKERING BES

De Wet ziekteverzekering BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, tweede lid, wordt na «geworden» toegevoegd «of, indien de dienstbetrekking voorafgaand aan de eerste dag van ziekte minder dan dertien weken heeft geduurd, het gemiddelde aantal werkuren per week in die periode».

B

Artikel 5, zesde lid, tweede zin, komt te luiden:

De werkgever die op grond van deze verplichting de uitkering uitbetaalt, heeft, in plaats van de werknemer, tegenover Onze Minister recht op het desbetreffende ziekengeld en op uitbetaling daarvan door Onze Minister.

C

Artikel 6, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Zo spoedig mogelijk na de aanvraag deelt Onze Minister, mede aan de hand van geneeskundige beoordeling, schriftelijk mee welke uitkering zal worden verstrekt aan de in artikel 5, zesde lid, tweede zin, bedoelde werkgever. Als de werkgever de in artikel 5, zesde lid, eerste zin, bedoelde verplichting niet naleeft, geschiedt de schriftelijke mededeling, bedoeld in de eerste zin, aan de werknemer.

D

Artikel 12a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede, derde en zesde lid vervallen.

2. Er worden een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.18 en 5.19.

3. Het vierde en vijfde lid worden vernummerd tot derde en vierde lid.

4. In het derde lid (nieuw) wordt «als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e» vervangen door «zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner».

E

Na artikel 12a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12b

  • 1. Onverminderd voorschriften als gesteld op grond van artikel 7, onderdelen d of e, kunnen bij ministeriële regeling controlevoorschriften worden vastgesteld. Deze voorschriften gaan niet verder dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet.

  • 2. De werknemer is verplicht de voorschriften op te volgen en anderszins aan Onze Minister desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.

  • 3. De werknemer onthoudt zich van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden.

ARTIKEL XIXa WETBOEK VAN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 475c, eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:

  • d. de bedragen – onder de naam bezoldiging of welke benaming ook – waarop een ambtenaar als bedoeld in artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017 als zodanig uit hoofde van zijn dienstbetrekking aanspraak heeft alsmede de bedragen – onder de benaming pensioen, wachtgeld, uitkering of welke benaming ook – waarop een gewezen ambtenaar als zodanig uit hoofde van zijn vroegere dienstbetrekking aanspraak heeft of waarop zijn nagelaten betrekkingen uit hoofde van zijn overlijden aanspraak hebben;.

B

Artikel 475da, tweede lid, onderdeel d, wordt als volgt gewijzigd:

1. «voor gehuwden met een of meer kinderen: (95% x B) + (((C – D) / 12) x E) + ((H x C2 + I x C) – J) + (((C – D) / 12) x K)» wordt vervangen door «voor gehuwden met een of meer kinderen: (95% x B) + (((C – D) / 12) x E) + ((H x C2 + I x C) – J) + (((C – (D+L)) / 12) x K)».

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van de beschrijving van K door een puntkomma wordt een beschrijving toegevoegd, luidende:

  • L voor het bedrag, waarmee het drempelinkomen van de ouder en zijn partner op basis van artikel 2, achtste lid, van de Wet op het kindgebonden budget wordt verhoogd.

C

In artikel 475db, eerste lid, vervalt onderdeel c, onder verlettering van onderdeel d tot c.

D

In artikel 475g, derde lid, vervalt onderdeel e, onder verlettering van onderdeel f tot e.

ARTIKEL XX ZIEKTEWET

De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 19ab, vijfde lid, komt te luiden:

  • 5. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

B

In artikel 45, eerste lid, onderdeel p, wordt «of in het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen» vervangen door «of in het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen».

ARTIKEL XXI INWERKINGTREDING

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met uitzondering van artikel II, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 januari 2015.

ARTIKEL XXII CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Verzamelwet SZW 2021.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 25 november 2020

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

Uitgegeven de vierde december 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 494