Besluit van 1 oktober 2020 tot wijziging van het Besluit van 23 december 2015 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 23 december 2015, houdende wijziging van de Participatiewet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met harmonisatie van instrumenten ter bevordering van arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten (Stb. 2015, 547) (Stb. 2015, 548)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 september 2020, nr. 2020-00000126186;

Gelet op artikel IX van de Wet van 23 december 2015, houdende wijziging van de Participatiewet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met harmonisatie van instrumenten ter bevordering van arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten (Stb. 2015, 547);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

In het enig artikel van het Besluit van 23 december 2015, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 23 december 2015, houdende wijziging van de Participatiewet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met harmonisatie van instrumenten ter bevordering van arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten (Stb. 2015, 547) (Stb. 2015, 548) vervalt het tweede lid, alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 1 oktober 2020

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van ’t Wout

Uitgegeven de dertiende oktober 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Op grond van het tweede lid van het enig artikel van het Besluit van 23 december 2015, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 23 december 2015, houdende wijziging van de Participatiewet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met harmonisatie van instrumenten ter bevordering van arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten (Stb. 2015, 547) (Stb. 2015, 548) zouden de artikelen II, IV, VI en VIII van laatstgenoemde wet (hierna: Wet harmonisatie) in werking treden met ingang van 1 januari 2021. De laatstgenoemde artikelen strekten ertoe om de maatregelen van het beschikbaar stellen van de no-riskpolis op grond van de Ziektewet en het introduceren van een loonkostenvoordeel voor de gehele doelgroep banenafspraak ongedaan te maken1. Beoogd was deze maatregelen voor vijf jaar beschikbaar te stellen. Ingevolge artikel VI van de Wet van 17 november 2016 tot wijziging van de Participatiewet, de Wet tegemoetkomingen loondomein, de Wet financiering sociale verzekeringen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in verband met stroomlijning van de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet en enkele andere wijzigingen (Stb. 2016, 444) zijn de artikelen II, IV, VI en VIII, onderdeel E, van Wet harmonisatie reeds vervallen met ingang van 1 februari 2017 en kunnen deze onderdelen om die reden niet meer in werking treden. Daarmee werd erin voorzien dat de eerdergenoemde maatregel inzake het beschikbaar stellen van de no-riskpolis voor alle arbeidsbeperkten niet langer tijdelijk was, maar permanent werd. Het tijdelijke karakter van het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak bleef op dat moment echter gehandhaafd. Op dit moment wordt het vervallen van het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak per 1 januari 2021 echter niet langer wenselijk geacht.

Werkgevers die iemand uit de doelgroep banenafspraak in dienst nemen, hebben recht op het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak (LKV-banenafspraak)2. Dit loonkostenvoordeel is een van de financiële tegemoetkomingen op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) om werkgevers te stimuleren mensen met een kwetsbare positie een kans te bieden op de arbeidsmarkt.

In artikel VIII van de Wet harmonisatie, zoals dat luidt na volledige inwerkingtreding van de Wet tegemoetkomingen loondomein, is vastgelegd dat alle bepalingen over het loonkostenvoordeel banenafspraak zullen vervallen op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip. Bij eerdergenoemd Koninklijk Besluit3 is dit tijdstip vastgesteld op

1 januari 2021. Zonder nadere regelgeving verliezen werkgevers na die datum het recht op LKV-banenafspraak. De regering kiest ervoor dit instrument niet verloren te laten gaan en acht het schrappen daarvan niet langer wenselijk. In het Breed Offensief4 is daarom aangekondigd het LKV-banenafspraak structureel te maken. Het Breed Offensief moet het eenvoudiger maken voor werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en in dienst te houden en voor werkzoekenden met een arbeidsbeperking om gemakkelijker aan de slag te komen. Mensen uit de doelgroep banenafspraak hebben een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Circa 50% van de mensen met een arbeidsbeperking staat nog aan de kant. En nog maar circa 12% van de werkgevers heeft iemand met een beperking in dienst. Dit kabinet streeft naar een inclusieve arbeidsmarkt, waarin mensen met een arbeidsbeperking volop meedoen.

Het kabinet wil daarom werkgevers stimuleren hen een kans te geven op een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Een groot deel heeft ondersteuning en begeleiding nodig om aan werk te komen en aan het werk te blijven. Werkgevers hebben hierin een belangrijke rol. Door het LKV-banenafspraak structureel aan werkgevers ter beschikking te stellen wordt het voor werkgevers blijvend aantrekkelijk hen die kans te geven.

Daarom wordt in dit besluit de inwerkingtreding van artikel VIII van de Wet harmonisatie per 1 januari 2021 ongedaan gemaakt. Hierdoor komt het

LKV-banenafspraak ook na die datum structureel beschikbaar voor werkgevers. De regering stelt daarnaast voor het voornoemde artikel VIII in te trekken. Daartoe is op 27 augustus 2020 een Tweede nota van wijziging ingediend op het bij koninklijke boodschap van 12 februari 2020 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (uitvoeren breed offensief)5.

Nu de artikelen II, IV en VI van de Wet harmonisatie reeds zijn ingetrokken (zie hiervoor), wordt met dit besluit de inwerkingtredingsdatum voor deze artikelen eveneens ongedaan gemaakt.

Duidelijkheidshalve zij tot nog opgemerkt dat artikel VIII van de Wet harmonisatie bij de invoering van de Wet tegemoetkomingen loondomein opnieuw is geformuleerd. In de nieuwe versie van artikel VIII, zoals geformuleerd in artikel 5.2, onderdeel A, van de Wet tegemoetkomingen loondomein, is niet langer sprake van een wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen, maar van een wijziging van de Wet tegemoetkomingen loondomein, waarin alle bepalingen over het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak uit de Wet tegemoetkomingen loondomein worden geschrapt.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van ’t Wout


X Noot
1

In eerste instantie ging het in de Wet harmonisatie om het openstellen en weer ongedaan maken van de premiekorting arbeidsgehandicapten op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen voor de gehele doelgroep banenafspraak. Per 1 januari 2018 met de volledige inwerkingtreding van de Wet tegemoetkomingen loondomein zijn de premiekortingen vervangen door loonkostenvoordelen en is de wijziging in de Wet harmonisatie opnieuw geformuleerd. Zie verder het slot van deze nota van toelichting.

X Noot
2

Een werkgever komt in aanmerking voor LKV-banenafspraak als hij iemand in dienst neemt die behoort tot de doelgroep banenafspraak. Dit LKV bedraagt maximaal € 2.000 op jaarbasis voor maximaal drie jaar.

X Noot
3

Besluit van 23 december 2015, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de van de Wet van 23 december 2015, houdende wijziging van de Participatiewet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met harmonisatie van instrumenten ter bevordering van arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten (Stb. 2015, 548).

X Noot
4

Kamerstukken II 2018/19, 34 352, nr. 138, p. 25.

X Noot
5

Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr.12

Naar boven