Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2017, 367AMvB

Besluit van 9 november 2017, houdende wijziging van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 in verband met aanpassing van de salarissen die betrekking hebben op de Rijksschoonmaakorganisatie en enkele andere wijzigingen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 29 september 2017, nr. 2017-0000457588;

Gelet op artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 11 oktober 2017, No. W04.17.0327/l);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 30 oktober 2017, nr. 2017-0000530865;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

  • 1. De ambtenaar, bedoeld in artikel 25a, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren die acht of meer dienstjaren heeft, ontvangt in november 2017 een eenmalige uitkering van 0,2% van het genoten salaris over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorafgaande kalenderjaar.

  • 2. Bij het vaststellen van het aantal dienstjaren is artikel 25a, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL II

Het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, onderdeel c, wordt «bijlagen A of B» vervangen door: bijlagen A, B, C of D.

B

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt de zinsnede », bedoeld in artikel 5, eerste lid,».

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. in onderdeel a wordt «17» vervangen door: 18.

b. Onderdeel b komt te luiden:

  • b. voor de ambtenaar voor wie salarisschaal 19 van de bijlage A geldt, vastgesteld op één van de volgende bedragen:

    € 10.052,38;

    € 10.286,42;

    € 10.520,48.

C

Artikel 9 vervalt.

D

Artikel 25a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «2014–2016» vervangen door: 2017–2018.

2. In het zesde lid wordt «artikel 5, eerste tot en met derde lid» vervangen door: artikel 5, tweede en derde lid.

E

Er wordt na artikel 25b een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 25c

De algemene salarismaatregelen die op de bijlagen A en B worden toegepast worden niet toegepast op de bijlage C.

F

In artikel 25d wordt «1 januari 2017» vervangen door: 1 januari 2019.

G

In artikel 25ab wordt «herzien» vervangen door «bij ministeriële regeling herzien» en wordt «artikel 14, eerste of vijfde lid» vervangen door: artikel 14, eerste, tweede of vijfde lid.

H

In bijlage A wordt onder het opschrift «Hoge Colleges van Staat» «Tweede Kamer der Staten-Generaal» vervangen door: Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal.

I

Bijlage C. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, bevattende een aantal functies en het daarin verbonden salaris (salaris per maand in euro) per 1 juli 2016 wordt vervangen door:

Bijlage C. van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, bevattende een aantal functies en het daarin verbonden salaris (salaris per maand in euro) per 1 juli 2017

Schaal

Functie

Leeftijd

Tijdens inleerperiode

Na inleerperiode

1

Medewerker algemeen schoonmaakonderhoud I

< 17 jr

573

701

Medewerker schoonmaakonderhoud transportmiddelen I

18 jr

761

881

Schoonmaakmedewerker keuken/catering I

19 jr

914

1.057

 

20 jr

1.067

1.231

 

21 jr

1.222

1.409

 

> 22 jr

1.473

 
 

Salaris 0 tot en met 7 dienstjaren

   

1.648

 

Salaris 8 dienstjaren en meer

   

1.694

1-plus

Medewerker algemeen schoonmaakonderhoud II

< 17 jr

n.v.t.

743

Medewerker schoonmaakonderhoud en services I

18 jr

n.v.t.

930

Medewerker schoonmaakonderhoud transportmiddelen II

19 jr

n.v.t.

1.114

Medewerker schoonmaakonderhoud vloeren I

20 jr

n.v.t.

1.359

Schoonmaakmedewerker keuken/catering II

21 jr

n.v.t.

1.489

 

> 22 jr

n.v.t.

 
 

Salaris 0 tot en met 7 dienstjaren

   

1.726

 

Salaris 8 dienstjaren en meer

   

1.774

2

Medewerker schoonmaakonderhoud transportmiddelen III

< 17 jr

664

787

Medewerker schoonmaakonderhoud en services II

18 jr

846

980

Medewerker schoonmaakonderhoud vloeren II

19 jr

1.013

1.174

Meewerkend voorman/-vrouw alg. schoonmaakonderhoud I

20 jr

1.182

1.369

 

21 jr

1.352

1.550

 

> 22 jr

1.585

 
 

Salaris 0 tot en met 7 dienstjaren

   

1.815

 

Salaris 8 dienstjaren en meer

   

1.865

2-plus

Medewerker schoonmaakonderhoud en services III

< 17 jr

n.v.t.

830

Medewerker schoonmaakonderhoud vloeren III

18 jr

n.v.t.

1.033

Meewerkend voorman/-vrouw alg. schoonmaakonderhoud II

19 jr

n.v.t.

1.236

 

20 jr

n.v.t.

1.461

 

21 jr

n.v.t.

1.621

 

> 22 jr

n.v.t.

 

Salaris 0 tot en met 7 dienstjaren

   

1.908

 

Salaris 8 dienstjaren en meer

   

1.967

3

(Ambulant) objectleider algemeen schoonmaakonderhoud I

< 17 jr

743

867

 

18 jr

928

1.078

 

19 jr

1.112

1.352

 

20 jr

1.358

1.505

 

21 jr

1.488

1.685

 

> 22 jr

1.722

 
 

Salaris 0 tot en met 7 dienstjaren

   

1.994

 

Salaris 8 dienstjaren en meer

   

2.046

3-plus

(Ambulant) objectleider algemeen schoonmaakonderhoud II

< 17 jr

n.v.t.

914

(Ambulant) objectleider algemeen schoonmaakonderhoud III

18 jr

n.v.t.

1.136

 

19 jr

n.v.t.

1.385

 

20 jr

n.v.t.

1.565

 

21 jr

n.v.t.

1.765

 

> 22 jr

n.v.t.

 
 

Salaris 0 tot en met 7 dienstjaren

   

2.092

 

Salaris 8 dienstjaren en meer

   

2.147

ARTIKEL III

  • 1. De artikelen I en II van dit besluit treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werken terug tot en met 1 juli 2017.

  • 2. In afwijking van het eerste lid werkt Artikel II, onderdelen A, C, E, F en H, terug tot en met 1 januari 2017.

  • 3. In afwijking van het eerste lid werkt Artikel II, onderdeel G, terug tot en met 1 december 2016.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 9 november 2017

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Uitgegeven de tweeëntwintigste november 2017

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

1. Algemeen

Dit besluit strekt tot wijziging van het Besluit Bezoldiging Rijksambtenaren 1984 (hierna: BBRA 1984) ter formalisering van de in het Sectoroverleg Rijk gemaakte afspraken over de doorwerking van de salarismaatregelen in de Collectieve Arbeidsovereenkomst Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2017–2018 (hierna: CAO Schoonmaak 2017–2018) voor de schoonmakers in dienst bij de Rijksschoonmaakorganisatie. De eenmalige verhoging van de eindejaarsuitkering van 0,2% voor schoonmakers in dienst van de Rijksschoonmaakorganisatie met acht of meer dienstjaren bij het Rijk, die stamt uit eerder gemaakte afspraken, wordt ook geregeld. Daarnaast worden in het BBRA 1984 zogenoemde «uitloopperiodieken» gerealiseerd voor leden van de Topmanagementgroep in schaal 19, die kunnen worden toegekend bij uitstekend functioneren en enkele andere beperkte wijzigingen.

2. Wijziging BBRA 1984

2.1 Schoonmakers in dienst bij de Rijksschoonmaakorganisatie

De Rijksoverheid is in 2016 de schoonmaakwerkzaamheden bij het Rijk in eigen beheer gaan uitvoeren. Daartoe is de Rijksschoonmaakorganisatie opgericht. Op 6 februari 2015 is de Overeenkomst Arbeidsvoorwaarden Rijksschoonmaakorganisatie gesloten over de arbeidsvoorwaarden van schoonmaakmedewerkers die vanuit de marksector overkomen naar de Rijksschoonmaakorganisatie. Uitgangspunt van de overeenkomst was dat de betrokken schoonmakers er te aanzien van de hoogte van het salaris niet op achteruit zouden gaan bij de overgang naar het Rijk. Uitvoering van die afspraken vergde aanpassing van het BBRA 1984. Deze aanpassingen zijn bij het Besluit van 14 december 20151 doorgevoerd. Onder andere is bijlage C aan het BBRA 1984 toegevoegd, waarin de salaristabellen voor de schoonmakers in dienst van de Rijksschoonmaakorganisatie zijn vastgelegd. In die salaristabellen was tot 1 januari 2017 voorzien in gelijkblijvend inkomensniveau voor de medewerkers, zodat zij geen achteruitgang in netto salaris zouden ervaren door de overkomst.

In de overeenkomst was de ambitie van partijen in het sectoroverleg Rijk opgenomen om met ingang van 1 januari 2017 de functieprofielen en het loongebouw van de sector Rijk aan te passen vanwege het inbesteden van de schoonmaakwerkzaamheden. Nu dit nog niet is gerealiseerd is met ingang van 1 januari 2017 bijlage C van het BBRA 1984 op de in de overeenkomst beschreven wijze zodanig aangepast dat de schoonmakers er in salaris niet op achteruit gaan bij de overkomst naar de Rijksschoonmaakorganisatie. Bij het vaststellen daarvan is net als voor 2015 en 2016 netto op jaarbasis rekening gehouden met de vaste inkomenscomponenten salaris, vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering.

Nu de CAO Schoonmaak 2017–2018 is afgesloten zijn de salarisbedragen voor 2017 berekend. Daartoe zijn ten eerste berekeningen gemaakt waarmee het effect van belastingtarieven en pensioenpremies op de bedragen van bijlage C van het BBRA 1984 met ingang van 1 januari 2017 is vastgesteld. Op deze bedragen is vervolgens de loonsverhoging van 2% per 1 juli 2017 uit de CAO Schoonmaak 2017–2018 toegepast. De nieuwe salarisbedragen die hiermee per 1 juli 2017 ontstaan en die nu in bijlage C bij het BBRA 1984 worden vastgesteld, worden door P-Direkt vanaf de maand juli 2017 al toegepast op grond van de circulaire over dat onderwerp.2 Daarom werkt de bepaling waarbij bijlage C wordt vastgesteld terug tot 1 juli 2017.

In de CAO Schoonmaak 2017–2018 is voor het jaar 2017 ook een eenmalige verhoging van de eindejaarsuitkering van 0,2% overeengekomen voor schoonmakers met acht of meer dienstjaren. Deze schoonmakers in dienst van de Rijksschoonmaakorganisatie zullen daarom in de maand november een aanvullende eindejaarsuitkering ontvangen van 0,2% in aanvulling op de reguliere 2,2%.

2.2 Uitloopperiodieken Topmanagementgroep

Bij besluit van 15 november 2016 tot wijziging van onder meer het BBRA 19843 is een salarisschaal 19 geïntroduceerd. Voorts is de salarissystematiek van de leden van de Topmanagementgroep (TMG-leden) voor wie salarisschaal 19 geldt grotendeels gelijkgeschakeld met de systematiek die voor de overige rijksambtenaren geldt. Artikel 8 van het BBRA 1984 is bij voornoemd besluit evenwel niet aangepast. In verband met het bepaalde in artikel 2.11 van de toenmalige Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) was het indertijd niet mogelijk TMG-leden met toepassing van artikel 8 van het BBRA 1984 een hoger salaris toe te kennen bij uitstekend functioneren. Die belemmering is met de Evaluatiewet WNT4 vervallen. Artikel 2.11 van de WNT, dat het verbod op variabele beloningen bevatte, is als gevolg van dat wetsvoorstel vervallen. Dat betekent dat alsnog artikel 8 van het BBRA 1984 van toepassing kan worden op de TMG-leden. Met de onderhavige wijziging van artikel 8 wordt de salaris- en beloningsystematiek van de TMG-leden volledig gelijkgeschakeld met die van de overige rijksambtenaren.

2.3 Griffier Eerste Kamer der Staten-Generaal

De functie van Griffier van de Eerste Kamer der Staten-Generaal ontbrak, anders dan de functie van Griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, in Bijlage A van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De griffier van de Eerste Kamer der Staten-Generaal is een constitutionele ambtsdrager (art. 61, tweede lid, van de Grondwet). De Griffier van de Eerste Kamer is ook eerste Griffier van de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal. Hij is hiermee formeel de hoogste ambtenaar van de Staten-Generaal. Met het toevoegen van de functie Griffier van de Eerste Kamer der Staten-Generaal aan de functies die staan vermeld in bijlage A van het BBRA 1984 is tevens invulling gegeven aan het verzoek daartoe van de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal van 7 maart 2017. Middels de onderhavige wijziging is deze functie toegevoegd aan Bijlage A (Artikel II, onderdeel H).

3. Gevolgen voor regeldruk

Deze regeling ziet uitsluitend op ambtenaren brengt derhalve geen regeldrukeffecten met zich mee.

4. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Staatsblad. Hiermee is afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten bij invoering of wijziging van wet- en regelgeving. Tevens is afgeweken van de daarbij gebruikelijk gehanteerde minimale invoeringstermijn van twee maanden. Dit is in dit geval gerechtvaardigd omdat de doelgroep bekend is met de wijziging en deze begunstigende wijziging in de praktijk al is doorgevoerd.

Artikelsgewijs

Artikel I

Dit artikel regelt de eenmalige verhoging van de eindejaarsuitkering van 0,2% voor schoonmakers in dienst van de Rijksschoonmaakorganisatie met acht of meer dienstjaren bij het Rijk, waarbij de als werknemer doorgebrachte tijd in dienst van een schoonmaakbedrijf voor de overkomst naar de Rijksschoonmaakorganisatie meetellen.

Artikel II, onderdelen A en D, onder 1

Abusievelijk zijn de thans opgenomen wijzigingen van artikel 2, onderdeel c, (toevoegen van de nieuwe bijlagen) en artikel 25a, eerste lid, (aanpassen van de jaartallen) niet doorgevoerd met ingang van 1 januari 2017. Thans zijn deze omissies met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 hersteld.

Artikel II, onderdeel B

De afzonderlijke vermelding van de ambtenaar voor wie salarisschaal 18 van de bijlage B geldt, in het tweede lid, onderdeel b, vervalt aangezien salarisschaal 19 met tredes is ingericht in de bijlage A. Die salarisschaal is de naasthogere schaal voor de ambtenaar in salarisschaal 18. In het tweede lid, onderdeel a, van artikel 8 is daarom «één der salarisschalen 1 tot en met 17» gewijzigd in: één der salarisschalen 1 tot en met 18. Aangezien voor ambtenaren in salarisschaal 19 van de bijlage A geen naasthogere salarisschaal binnen het BBRA 1984 geldt, is er voor gekozen het salarisbedrag behorend bij de functie van staatssecretaris als plafond te hanteren. Tot aan dat plafond zijn nog twee salarisbedragen toegevoegd, in het tweede lid, onderdeel b, van artikel 8. Hiermee is uitloop bij uitstekend functioneren van de TMG-leden gerealiseerd.

Artikel I, onderdeel C

Artikel 9 is uitgewerkt en komt daarom te vervallen. Het betrof de indexering over een voorgaande periode.

Artikel II, onderdeel D, onder 2

Abusievelijk werd in artikel 25a, zesde lid, verwezen naar artikel 5, eerste lid. Dit wordt met deze bepaling hersteld.

Artikel II, onderdelen E en F

Door de in het Sectoroverleg Rijk gemaakte afspraken over de doorwerking van de salarismaatregelen in de CAO Schoonmaak 2017–2018 voor de schoonmakers in dienst bij de Rijksschoonmaakorganisatie herleeft artikel 25c, dat met ingang van 1 januari 2017 was vervallen. Dat artikel regelt dat de salarismaatregelen (o.a. loonontwikkeling) van de sector Rijk niet van toepassing zijn, omdat de salarismaatregelen van de CAO schoonmaak zijn en worden gevolgd tot 1 januari 2019, de datum waarop die CAO afloopt. Om die reden is pas vanaf die datum mogelijkerwijs behoefte aan artikel 25d. Dit artikel is een vangnetbepaling, op grond waarvan een toelage kan worden toegekend ingeval overkomst naar de sector Rijk zou leiden tot een verlaging in salaris.

Artikel II, onderdeel G

In artikel 25ab van het BBRA 1984 is abusievelijk niet geregeld dat de herziening van bijlage D bij ministeriële regeling kan plaatsvinden en is tevens verzuimd de grondslag voor herziening van de bijlage per 1 juli van een kalenderjaar, die is opgenomen in artikel 14, tweede lid, van de Wet op het minimumloon en minimumvakantiebijslag, op te nemen. Beide omissies worden met deze bepaling hersteld. Het mogelijk maken van de herziening van bijlage D bij ministeriële regeling is aangewezen, omdat de indexatie van de bedragen uit bijlage D direct gekoppeld is aan de indexatie van het bedrag van het minimumloon zoals genoemd in artikel 8, eerst lid, onderdeel a, de Wet op het minimumloon en minimumvakantietoeslag. Dit onderdeel werkt terug tot en met de datum van inwerkingtreding van het besluit waarmee artikel 25ab in het BBRA 1984 is ingevoegd, namelijk 1 december 2016.

Artikel II, onderdeel H

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de functie van griffier van de Eerste Kamer toe te voegen aan bijlage A. Deze wijziging krijgt terugwerkende kracht tot 1 januari 2017. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3 van het algemeen deel van deze nota van toelichting

Artikel II, onderdeel I

De bijlage C van het BBRA 1984 is vervangen door een nieuwe bijlage met daarin de salarisschalen voor het schoonmaakpersoneel die zijn gebaseerd op de nieuwe CAO Schoonmaak zoals die is gaan gelden met ingang van 1 juli 2017.

Artikel III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Staatsblad.

De aanpassing van bijlage C betreffende de salarissen die gelden voor de schoonmakers in dienst van de Rijksschoonmaakorganisatie werkt terug tot en met 1 juli 2017. Dat is de datum waarop de CAO-afspraken ten aanzien van de salarissen zijn ingegaan. Het betreft een begunstigende maatregel.

Artikel II, onderdeel G, werkt terug tot en met 1 december 2016, dat is het moment waarop artikel 25ab in het BBRA 1984 is gevoegd. Het betreft het herstel van omissies, waardoor het niet mogelijk was de jaarlijkse indexering van bijlage D van het BBRA 1984 per 1 juli te formaliseren en ook niet was mogelijk de halfjaarlijkse indexeringen op het niveau van een ministeriele regeling te formaliseren.

Voor Artikel II, onderdeel C, het toevoegen van de griffier van de Eerste Kamer, geldt dat dit terug werkt tot 1 januari 2017. Dit geldt ook voor Artikel II, onderdelen E en F, omdat de gemaakte afspraken in het Sectoroverleg over de schoonmakers in dienst van de Rijksschoonmaakorganisatie ingaan op 1 januari 2017 en doorwerken tot 1 januari 2019.

Artikel III dat betrekking heeft op het regelen van de juiste grondslag van het VBRA treedt in werking met ingang van de dag na publicatie van dit besluit in het Staatsblad.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Besluit van 14 december 2015 tot wijziging van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal, het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken en het Besluit personenchauffeurs Rijksdienst in verband met wijzigingen van de rechtspositie van het Rijkspersoneel vanwege het Uitvoeringsakkoord Sectoroverleg Rijk van 24 april 2015 en de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk (2015–2016) van 2 oktober 2015 en in verband met de rechtspositie van het schoonmaakpersoneel dat in dienst van het Rijk wordt aangesteld alsmede in verband met enkele wijzigingen van technische aard (Stb.2015, 531).

X Noot
3

Stb. 2016, 445.

X Noot
4

Stb. 2017, 151.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.