Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2017, 307AMvB

Besluit van 3 juli 2017, houdende wijziging van de regels omtrent het generiek examenonderdeel Engels voor de middenkader- en specialistenopleiding (mbo-4)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 19 april 2017, nr.WJZ/1174259(8105), directie Wetgeving en Juridische Zaken, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 7.4.3a, eerste lid, en 7.4.5a, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 juni 2017, nr. W05.17.0123/l);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 juni 2017, nr.WJZ/1206386(8105), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3a komt te luiden:

Artikel 3a. Hoger niveau van examinering

  • 1. Na toestemming van de examencommissie kan een deelnemer een generiek examenonderdeel afleggen op een hoger niveau dan vastgesteld voor zijn beroepsopleiding.

  • 2. Indien de deelnemer een generiek examenonderdeel op een hoger niveau heeft afgelegd, wordt het hierbij behaalde cijfer gebruikt voor de eindwaardering, bedoeld in artikel 15.

  • 3. Indien een deelnemer zijn generiek examenonderdeel Engels of Nederlandse taal op een hoger niveau aflegt, wordt het instellingsexamen op één niveau afgelegd.

  • 4. Het niveau waarop het instellingsexamen Nederlandse taal wordt afgelegd, is hetzelfde niveau als waarop het centraal examen wordt afgelegd.

B

In artikel 8, zesde lid, wordt «of het examenonderdeel Nederlandse taal of rekenen» vervangen door: of een generiek examenonderdeel.

C

In artikel 19, tweede lid, onderdeel b, vervalt «of Engels».

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 2017. Indien dit besluit niet in werking is getreden op 1 augustus 2017, treedt dit besluit in werking met ingang van de dag na publicatie in het Staatsblad en werkt het terug tot 1 augustus 2017.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 3 juli 2017

Willem-Alexander

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

Uitgegeven de zeventiende juli 2017

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Deze toelichting wordt gegeven in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken.

Inleiding

Vanwege het belang van de beheersing van het Engels voor met name deelnemers die doorstromen naar het hoger beroepsonderwijs is het generieke examenonderdeel Engels voor alle deelnemers in niveau 4 (middenkader- of specialistenopleiding) van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) onderdeel van de opleiding.1 Ook is de beheersing van het Engels voor het werken in de beroepscontext en voor het functioneren in de samenleving steeds vaker van belang voor gediplomeerden van opleidingen op niveau 4 van het mbo. Op basis van artikel 17a, vierde lid, van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB (hierna: Ekb WEB) geldt dat een deelnemer aan het eind van mbo-4 het niveau B1 van het Europees referentiekader voor moderne vreemde talen (ERK) behoort te beheersen voor de vaardigheden lezen en luisteren, en daarnaast niveau A2 van het ERK voor de vaardigheden schrijven, spreken en gesprekken voeren.

Tot 1 augustus 2017 werd het examenonderdeel Engels geheel afgenomen met instellingsexamens, dat wil zeggen examens die de instelling zelf of gezamenlijk heeft ontwikkeld of heeft ingekocht bij een examenleverancier. Het resultaat telt mee voor het behalen van het diploma. Eerder is reeds besloten dat vanaf het studiejaar 2017–2018 er een centraal examen Engels komt voor de vaardigheden lezen en luisteren. De drie overige vaardigheden (schrijven, spreken en gesprekken voeren) blijven worden afgenomen via een instellingsexamen. Deze verdeling is terug te vinden in de Regeling examinering Engels beroepsopleidingen WEB.2

Behoefte aan een hoger niveau

Vooruitlopend op de start van de centrale examinering met ingang van studiejaar 2017–2018 is de afgelopen jaren ervaring opgedaan met pilotexamens voor de vaardigheden lezen en luisteren. Uit de resultaten van het studiejaar 2016–2017 blijkt dat 87% van de deelnemers in staat is geweest om een voldoende te halen voor het pilotexamen op het B1-niveau.3 Uit signalen van veel mbo-instellingen volgt dat voor de overige vaardigheden, te weten schrijven maar met name spreken en gesprekken voeren, een nog hoger percentage deelnemers een voldoende haalt. Dit zijn namelijk mondelinge vaardigheden, waar deelnemers over het algemeen beter op presteren. Voor deze vaardigheden geldt evenwel een lager ERK-niveau (namelijk A2).

Vanuit mbo-deelnemers en een groot deel van de mbo-instellingen ligt er dan ook een duidelijke wens om het generieke examenonderdeel Engels op een hoger ERK-niveau te mogen afleggen. Deze wens sluit aan op de beroepspraktijk bij enkele kwalificaties waar al hogere eisen worden gesteld aan de beheersing van het Engels dan de wettelijk vastgestelde generieke kwalificatie-eisen.

De mogelijkheid om het examenonderdeel Engels op een hoger niveau af te kunnen leggen sluit ook aan bij de wens om talentontwikkeling van deelnemers in het mbo meer te stimuleren. Deelnemers kunnen zich profileren door Engels op een hoger niveau te behalen dan minimaal vereist is voor het behalen van het diploma. Tot slot wordt hiermee aangesloten bij de andere generieke examenonderdelen Nederlandse taal en rekenen, waarvoor al de mogelijkheid bestaat om het examenonderdeel op een hoger niveau af te leggen.

Uitvoering

Met dit besluit wordt het mogelijk gemaakt dat het ERK-niveau B1 voor lezen en luisteren en A2 voor schrijven, spreken en gesprekken voeren voortaan niet de enige niveaus zijn waarop de examens mogen worden afgelegd, maar dat deelnemers de examens ook op een hoger niveau kunnen afleggen. De randvoorwaarde is wel dat de instelling hiertoe besluit. Het kan dus zo zijn dat bij de ene instelling het examen wel op een hoger niveau kan worden afgelegd en bij een andere niet. De vastgestelde minimale niveaus blijven wel voldoende voor de doorstroom naar een hbo-opleiding.

Het College voor Toetsen en Examens heeft een centraal examen voor het ERK-niveau B2 ontwikkeld, dat in de plaats van het reguliere centraal examen Engels volgens het ERK-niveau B1 kan worden afgelegd. Beide centrale examens zijn vanaf het studiejaar 2017–2018 beschikbaar voor de instellingen.

Voor de instellingsexamens geldt dat de mbo-instellingen deze op dit moment zelf ontwikkelen of inkopen. Deze situatie blijft ongewijzigd, hoewel de instellingen vanaf nu alleen nog hoeven te voorzien in instellingsexamens voor de vaardigheden schrijven, spreken en gesprekken voeren. Deze instellingsexamens kunnen worden aangeboden op het voorgeschreven niveau A2, maar desgewenst ook op de hogere niveaus B1 of B2. De keuzevrijheid is echter niet onbegrensd. Alle vaardigheden die worden geëxamineerd met het instellingsexamen, moeten namelijk wel op hetzelfde ERK-niveau worden afgelegd vanwege de herkenbaarheid van het diploma en de uitvoerbaarheid. Daartoe is het derde lid aan artikel 3a toegevoegd. Alle mbo-instellingen kunnen na inwerkingtreding van het besluit naast het centraal examen B1 ook het centraal examen op het hogere niveau B2 aanbieden. Daarnaast kunnen ze het instellingsexamen naast het niveau A2 ook op de hogere niveaus B1 en B2 aanbieden. Daarbij geldt uiteraard dat de deelnemer niet kan worden verplicht om een examen op een hoger niveau af te leggen.

De examencommissie beslist op verzoek van de deelnemer of hij het examen op een hoger niveau mag afleggen. Ingevolge het nieuwe artikel 7.4.5a, derde lid, van de WEB stelt de examencommissie hierover regels vast.4 Hierbij kan de examencommissie het oordeel van de docent en de wensen van de deelnemer ten aanzien van het te kiezen niveau meewegen. Indien de deelnemer geen verzoek daartoe doet of de examencommissie geen toestemming verleent, legt de deelnemer het examen volgens de voorgeschreven niveaus af.

Bij een herkansing met als doel om een hoger cijfer voor het centraal examenonderdeel te behalen, terwijl in eerste instantie daarvoor reeds een 6 of hoger is behaald, is er geen toestemming vereist van de examencommissie.

De mogelijkheid om het generieke examenonderdeel Engels op een hoger niveau af te leggen sluit voor een grote groep deelnemers beter aan bij het niveau dat deze deelnemers al beheersen. Hierdoor kunnen mbo-instellingen bovendien de examens voor het generieke examenonderdeel en die voor de beroepsspecifieke eisen soms efficiënter inrichten door ze (tot op bepaalde hoogte) te combineren. Ze kunnen dan bijvoorbeeld met één instellingsexamen een aantal vereiste vaardigheden van het generieke examenonderdeel examineren, alsmede (een deel van) de beroepsgerichte eisen voor zover die ook in het Engels moeten worden beheerst.

Afhankelijk van de behaalde resultaten bepalen de examencommissie van de mbo-instelling en de deelnemer gezamenlijk welk cijfer wordt gebruikt voor de eindwaardering en daarmee ook welk cijfer en welk niveau wordt vermeld op de resultatenlijst bij het diploma. De overige regels voor de examinering en de slaag-zakregeling veranderen niet. De ERK-niveaus zoals die zijn behaald door de deelnemer, zullen worden vermeld op de resultatenlijst. Deze moeten door de mbo-instelling ook worden uitgewisseld met DUO ten behoeve van registratie in BRON en het diplomaregister. Hiertoe zullen de benodigde regelingen worden gewijzigd.

Uitvoerings- en handhavingsgevolgen

Het ontwerpbesluit is voor een uitvoering- en handhaafbaarheidstoets voorgelegd aan de Dienst Uitvoering Onderwijs, de Inspectie van het onderwijs en het College voor toetsen en examens. Zij achten het besluit uitvoerbaar en handhaafbaar. Het besluit brengt geen wijzigingen aan in de handhaving of sanctionering. De uitbreiding van de mogelijkheid om ook Engels op een hogere niveau af te leggen, levert voor DUO geen extra problemen op.

Administratieve lasten

Administratieve lasten kunnen worden gedefinieerd als de kosten voor instellingen, bedrijfsleven of burgers om te voldoen aan informatieverplichtingen aan de overheid, voorvloeiend uit wet- en regelgeving van de overheid. Er zijn geen structurele administratieve lasten met dit besluit gemoeid. Hoewel de behaalde resultaten op het generieke examenonderdeel Engels wel moeten worden aangeleverd aan de Dienst Uitvoering Onderwijs, geldt dat er met deze wijziging alleen sprake zal zijn van het aanleveren van andere niveaus, maar niet van extra gegevens. De systemen van de mbo-instellingen zullen hierop moeten worden aangepast.

Financiële gevolgen

De jaarlijkse kosten voor het ontwikkelen van de centrale examens op het ERK-niveau B2 zijn circa € 600.000,–. Deze kosten worden gemaakt door stichting Cito, als ontwikkelaar van de centrale examens voor het mbo, en door het College voor toetsen en examens als regievoerder op de centrale examinering van het mbo.

Internetconsultatie

De concepttekst van dit wijzigingsbesluit is van 30 januari 2017 tot en met 27 februari 2017 opengesteld voor internetconsultatie, waarbij vier vragen zijn gesteld. Er zijn in totaal 57 reacties binnengekomen, voornamelijk van personeelsleden van mbo-instellingen.

Een meerderheid van de respondenten heeft instemmend gereageerd op de concepttekst van het wijzigingsbesluit. Bij enkele bepalingen zijn wel kanttekeningen geplaatst en risico’s aangegeven. De reacties hebben geleid tot een wijziging van het algemeen en artikelsgewijze deel van deze nota van toelichting. Hieronder wordt nader ingegaan op de hoofdlijnen van de reacties.

Een ruime meerderheid van de respondenten is positief over de nieuwe mogelijkheid om op een hoger niveau te examineren. De meeste respondenten geven aan het ermee eens te zijn dat het ERK-niveau B2 het hoogste niveau is waarop het examen kan worden afgelegd.

Door een ruime meerderheid van de respondenten wordt het handhaven van de regel dat er per examenonderdeel maximaal één centraal examen per afnameperiode kan worden afgelegd als positief beoordeeld. Ingevolge artikel 8, zevende lid, van het Ekb WEB kiezen deelnemers bewuster hun niveau en moeten deelnemers zich eerst verbeteren voordat men mag deelnemen aan het examen op een hoger niveau.

Bij de vraag of voor deelnemers die via het keuzedeel proberen om Engels op een hoger niveau te halen er wel de mogelijkheid zou moeten zijn om het examen op meerdere niveaus in een afnameperiode af te nemen, antwoordt echter een meerderheid van de respondenten positief. De meningen over het aantal examens per afnameperiode lopen daarmee echter zodanig uiteen dat het besluit vooralsnog niet wordt aangepast op dit punt.

Een deel van de respondenten is positief over de bepaling dat de examencommissie toestemming moet verlenen aan de deelnemer, indien deze het generieke examenonderdeel af wil leggen op een hoger niveau. Instellingen krijgen hierdoor een goed inzicht in welke deelnemers het examen op een hoger niveau willen afleggen. Dit creëert tevens bewustzijn bij deelnemers over op welk niveau ze hun examen willen afleggen. Een kleine meerderheid van de respondenten plaatst kanttekeningen bij deze bepaling, omdat zij vinden dat de deelnemer en de docent bepalend zouden moeten zijn bij de vraag op welke niveau de deelnemer het examen aflegt. Bij de beslissing van de examencommissie kunnen de overwegingen van studenten en docenten uiteraard nadrukkelijk worden meegenomen. Om dit te benadrukken is de toelichting bij dit artikel aangepast.

Ten slotte vraagt een aantal respondenten zich af hoe de resultaten van deelnemers na invoering van deze wijziging zullen worden weergegeven, omdat deelnemers het instellingsexamen en het centraal examen voortaan op verschillende niveaus kunnen afleggen. Voor mbo-4 deelnemers geldt dat momenteel al op de resultatenlijst het ERK-niveau moet worden opgenomen. Dat geldt dus ook wanneer de examens op een hoger niveau worden afgelegd. De berekening van het eindcijfer blijft ook ongewijzigd, namelijk het gemiddelde van het cijfer voor het instellingsexamen en het cijfer van het centraal examen, ongeacht op welk niveau deze zijn afgelegd. Op dit punt zijn dus geen wijzigingen nodig.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A (artikel 3a)

Iedere beroepsopleiding kent generieke kwalificatie-eisen en om die te kunnen toetsen ook generieke examenonderdelen. Het betreft Nederlandse taal en rekenen, waarvoor referentieniveaus zijn bepaald in het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. Daarnaast ook het onderdeel loopbaan en burgerschap, waarvoor echter geen examen plaatsvindt. In mbo-4 (middenkader- en specialistenopleiding volgens artikel 7.2.2, eerste en derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs) is er tot slot sprake van een generiek examenonderdeel Engels.

De veralgemenisering van artikel 3a met dit besluit bewerkstelligt dat een deelnemer voortaan niet alleen de generieke examenonderdelen Nederlandse taal en rekenen maar ook het generieke examenonderdeel Engels (en daarmee alle generieke examenonderdelen), op een hoger niveau zal kunnen afleggen dan het niveau dat is vastgesteld voor zijn beroepsopleiding. In artikel 17a is geregeld welk niveau van de generieke kwalificatie-eisen behoort bij welk niveau van beroepsopleiding. De randvoorwaarde is wel dat de instelling ertoe heeft besloten van deze mogelijkheid gebruik te maken. Als zij dat dan doet, gelden de bij of krachtens de artikelen 7.4.5 en 7.4.5a van de WEB geldende regels, waaronder dus ook de regels van dit besluit.

De strekking van het opnieuw vastgestelde artikel 3a is ongewijzigd gebleven. Die blijft om talentvolle deelnemers de kans te geven een generiek examenonderdeel op een hoger niveau af te leggen en zo te kunnen voorzien in de individuele onderwijsbehoefte van een deelnemer. De vooraf vereiste toestemming van de examencommissie betekent onder andere dat de commissie een zeeffunctie heeft en op basis van een inschatting alleen kansrijke deelnemers kan laten opgaan voor het moeilijker examen (zowel centraal examen als instellingsexamen). Aangezien de toestemming betrekking heeft op het gehele generieke examenonderdeel, dient de deelnemer deze tijdig aan te vragen overeenkomstig door de instelling in haar onderwijs- en examenreglement vastgestelde instellingsregels. De toestemming van de examencommissie is overigens niet vereist in geval een deelnemer reeds een cijfer 6 of hoger voor het centraal examen van het desbetreffende examenonderdeel heeft behaald en hij door gebruik te maken van zijn recht op herkansing een centraal examen op een hoger niveau wil afleggen. Dit volgt uit artikel 8, tweede lid. Het is evenwel aan de instelling overgelaten of de deelnemer, die tijdig zijn wens daartoe kenbaar heeft gemaakt, ook daadwerkelijk in staat wordt gesteld zijn instellingsexamens (alsnog) op een hoger niveau af te leggen. Dit laatste wordt niet geregeld door dit besluit, maar zal de instelling zelf moeten regelen in haar onderwijs- en examenreglement.

Indien het examenonderdeel Engels op een hoger niveau kan worden afgelegd, bevat het nieuwe derde lid van artikel 3a als randvoorwaarde dat de drie vaardigheden die worden geëxamineerd via het instellingsexamen op hetzelfde niveau worden afgelegd. Dat kan dus naar keuze het niveau B1 of B2 zijn in plaats van het voorgeschreven niveau A2. Het is niet toegestaan daarbinnen weer te differentiëren. Voor het generieke examenonderdeel Nederlandse taal geldt deze bepaling ook. Een belangrijk verschil tussen Nederlandse taal en Engels in dezen is dat bij de Nederlandse taal de instellingsexamens op hetzelfde referentieniveau moeten worden afgenomen als het centraal examen. Hiertoe is het vierde lid bij artikel 3a toegevoegd. Bij Engels mag er wel een verschil zitten tussen het (hogere) niveau van het instellingsexamen en het centraal examen, omdat dat ook al geldt op grond van de regulier vastgestelde verhouding centraal en instellingsexamen.

Artikel I, onderdeel B (artikel 8, zesde lid)

Het zesde lid wordt veralgemeniseerd, zodat niet alleen voor Nederlandse taal of rekenen maar ook voor Engels bij twee ten minste voldoende examenresultaten voor een centraal examen een keuzerecht ontstaat. Dit keuzerecht ontstaat wanneer binnen één generiek examenonderdeel twee verschillende centrale examens zijn afgelegd en voor beide examens ten minste het cijfer 6 is behaald. Dan heeft de deelnemer het recht te kiezen welk cijfer op zijn resultatenlijst zal worden vermeld. De bepaling heeft geen betrekking op instellingsexamens. Dat is aan de instelling overgelaten om te regelen.

Artikel I, onderdeel C (artikel 19, tweede lid, onderdeel b)

Artikel 19 bevat specifieke regels voor pilotexamens. Dergelijke examens zijn gebruikt voor alle generieke examenonderdelen om ervaring op te doen met de invoering van centrale examens. Aanvankelijk was bepaald dat een pilotexamenresultaat in het laatste jaar voor invoering van een centraal examen in een beroepsopleiding alleen met een cijfer 6 het recht gaf af te zien van het nogmaals behoeven af te leggen van zo’n examen. Voor de deelnemers die in het studiejaar 2017–2018 het centraal examen Engels afleggen, geldt evenwel dat een lager cijfer genoeg is om te kunnen slagen voor de beroepsopleiding. Dit omdat een cijfer van het centraal examen kan worden gecompenseerd met het cijfer van een instellingsexamen. Aangezien niet alle deelnemers een pilotexamen Engels hebben afgelegd in het studiejaar 2016–2017 en een examen kan worden afgelegd als ten minste de helft van de wettelijke studieduur is verstreken, zou dit betekenen dat binnen een cohort deelnemers voor sommige een lager cijfer dan een 6 genoeg is om te kunnen slagen terwijl voor andere, die het pilotexamen hebben afgelegd met een lager cijfer dan een 6, een nieuw examen is vereist. Dat is onwenselijk en daarom wordt het met dit besluit mogelijk gemaakt dat ook een onvoldoende aan de deelnemer het recht geeft af te zien van het nogmaals behoeven af te leggen van zo’n examen. Uiteraard kan het diploma alleen aan de deelnemer worden uitgereikt als hij voldoet aan de uitslagregels van artikel 17, derde lid, en 18c, tweede lid. Dit betekent voor het examenonderdeel Engels dat ten minste het cijfer 5 moet zijn behaald en voor het examenonderdeel Nederlandse taal ten minste een 6 of andersom. Die cijfers worden uit hoofde van artikel 15, vierde lid, bepaald als rekenkundig gemiddelde van het instellingsexamen en het centraal examen.

Artikel II

Deze bepaling bevat het tijdstip van inwerkingtreding, dat is bepaald op 1 augustus 2017. Hiermee is aan het begin van het studiejaar duidelijk welke regels er gelden voor het examenonderdeel Engels in mbo-4. Voor het geval het besluit niet op tijd in werking kan treden, is voorzien in terugwerkende kracht. Dit is in dit geval toegestaan, nu het besluit begunstigend is voor de deelnemers en er geen strafrechtelijke sanctionering of bestuurlijke boete kan worden opgelegd bij overtreding van de voorschriften die door dit besluit zijn gesteld.

Dit tijdstip van inwerkingtreding is ook in lijn met het kabinetsbeleid voor vaste verandermomenten.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker


X Noot
1

Hiernaast kunnen bij bepaalde opleidingen er op basis van het kwalificatiedossier ook nog beroepsspecifieke eisen voor Engels of andere moderne vreemde talen gelden bij bepaalde opleidingen. Dit zijn dan taaleisen die nodig zijn voor de uitoefening het betreffende beroep waarvoor de deelnemer wordt opgeleid.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2016–2017, 31 332, nr. 77.

X Noot
4

Wet van 25 januari 2017 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake aanscherping van de eisen met betrekking tot examencommissies in het middelbaar beroepsonderwijs en een technische aanpassing (Staatsblad 2017, 43).

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.