Besluit van 23 mei 2017, houdende wijziging van het bedrag, genoemd in de artikelen 63a, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 65l, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 67i, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en 3:75, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 maart 2017, nr. 2017-0000069576;

Gelet op de artikelen 63a, vierde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 65l, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 67i, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en 3:75, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 april 2017, No.W12.17.0089/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 mei 2017, nr. 2017-0000069555;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In de artikelen 63a, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 65l, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 67i, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en 3:75, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt «€ 212,70» vervangen door: € 176,27.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2017.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 23 mei 2017

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Uitgegeven de twaalfde juni 2017

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok

NOTA VAN TOELICHTING

De tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten is een structurele jaarlijkse tegemoetkoming waarmee het koopkrachtbeeld voor personen die per 1 juli van het desbetreffende kalenderjaar recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO/WAZ/WIA/Wajong), wordt verbeterd. De tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten bestaat sinds 2009 en is bedoeld als tegemoetkoming in de extra kosten die arbeidsongeschikten hebben vanwege het feit dat zij (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn.

In de begroting van SZW 20171 is bepaald dat de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten wordt verlaagd van € 212,06 netto per jaar naar € 175,63 netto per jaar. Dit is ter dekking van de verhoging van het minimumjeugdloon, het besparingsverlies van de WIA-taakstelling 2017 uit het Sociaal Akkoord, de aanpassing in de voortgezette werkregeling Wajong2010 en de pilot van no-riskpolis. Met ingang van 1 januari 2017 is het voornoemde bedrag van € 212,06 geïndexeerd naar € 212,70.2 Het voornoemde bedrag van € 175,63 wordt na de indexatie € 176,27.

Financiële effecten

Uitkeringslasten

Ongeveer 750 duizend arbeidsongeschikten zullen met deze maatregel te maken krijgen in 2017. Het verlagen van de AO-tegemoetkoming van netto € 212,70 per jaar naar netto € 176,27 per jaar leidt tot een besparing van circa € 45 miljoen per jaar.

Budgettaire gevolgen (x € 1 miljoen, effect op uitgaven)

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verlaging tegemoetkoming arbeidsongeschikten

–43

–43

–44

–44

–44

–45

Uitvoeringskosten

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) voert de regeling voor de tegemoetkoming voor arbeidsongeschiktheid uit. De verlaging van de tegemoetkoming heeft geen gevolgen voor de uitvoeringskosten van het UWV.

Inkomenseffecten

De verlaging van de tegemoetkoming met € 36,43 in 2017 heeft een negatief inkomenseffect van 0,3% voor een alleenstaande arbeidsongeschikte met een minimumuitkering, aflopend tot 0,1% voor hogere inkomens. Deze maatregel raakt 750.000 arbeidsongeschikten, die recht hebben op de tegemoetkoming.

Administratieve lasten en regeldruk

Uit de verlaging van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten vloeien geen administratieve lasten voort.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Kamerstukken II 2016/17, 34 550 XV, nr. 2, p. 61

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven