Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 2015, 309Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 10 juli 2015 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet implementatie Omnibus II-richtlijn, de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II, artikel IV van de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I en het Implementatiebesluit richtlijn en verordening solvabiliteit II

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 7 juli 2015, FM/2015/1056 M, directie Financiële Markten;

Gelet op artikel XV van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II, artikel V van de Wet implementatie Omnibus II-richtlijn, artikel VII van de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I en artikel XIV van het Implementatiebesluit richtlijn en verordening solvabiliteit II;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Met ingang van 1 januari 2016 treden in de hieronder aangegeven volgorde in werking:

  • a. de Wet implementatie Omnibus II-richtlijn, met uitzondering van artikel IIIB, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst;

  • b. de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II, met uitzondering van artikel I, onderdelen D, F, S, CA en, voor wat betreft de invoeging van «3:97, eerste lid», de onderdelen DU, onder 4, en DV, onder 4;

  • c. artikel IV van de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I;

  • d. het Implementatiebesluit richtlijn en verordening solvabiliteit II.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 10 juli 2015

Willem-Alexander

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Uitgegeven de achtentwintigste juli 2015

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit regelt de inwerkingtreding van a) de Wet implementatie Omnibus II-richtlijn, b) de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II, c) een onderdeel van de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I dat afhankelijk is van de inwerkingtreding van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II, en d) het Implementatiebesluit richtlijn en verordening solvabiliteit II. De genoemde wetten en het besluit strekken ter implementatie van de richtlijn solvabiliteit II1, zoals onder andere gewijzigd door de Omnibus II-richtlijn2. Zij treden, behoudens de hieronder toegelichte uitzonderingen, in werking met ingang van 1 januari 2016, zoals voorgeschreven door de richtlijn solvabiliteit II.

De inwerkingtreding geschiedt in de in het onderhavige besluit aangegeven volgorde. Dit heeft te maken met het feit dat de Wet implementatie Omnibus II-richtlijn in hoofdzaak een aanpassing is van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II, en tevens de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I wijzigt. De aangegeven volgorde zorgt ervoor dat de laatstgenoemde wetten in werking treden in geactualiseerde vorm, dat wil zeggen nadat de aanpassingen als gevolg van de Wet implementatie Omnibus II-richtlijn daarin zijn verwerkt. Artikel IV van de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I treedt in werking na de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II, aangezien dat artikel dient ter implementatie van de wijzigingen die de richtlijn financiële conglomeraten I3 heeft aangebracht in de richtlijn solvabiliteit II.

Artikel IIIB van de Wet implementatie Omnibus II-richtlijn treedt in werking met ingang van de dag na de datum waarop dit besluit in het Staatsblad wordt geplaatst. Genoemd artikel, dat strekt tot uitvoering van artikel 308 bis van de richtlijn solvabiliteit II, geeft de Nederlandsche Bank de bevoegdheid om vooruitlopend op de inwerkingtreding van de richtlijn reeds bepaalde besluiten te kunnen nemen, zoals de goedkeuring van interne modellen die verzekeraars met ingang van 1 januari 2016 willen toepassen. Dit brengt naar zijn aard mee dat DNB meteen over die bevoegdheid moet kunnen beschikken en niet pas per 1 januari 2016.

Een aantal onderdelen van artikel I van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II is al in werking getreden. Het betreft de onderdelen D, F, S, CA en, voor wat betreft de invoeging van «3:97, eerste lid», de onderdelen DU, onder 4, en DV, onder 44. Voor de goede orde wordt nog opgemerkt dat de onderdelen AN en AO van artikel I van genoemde implementatiewet zijn komen te vervallen ingevolge de Wijzigingswet financiële markten 2015.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem


X Noot
1

Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335).

X Noot
2

Richtlijn 2014/51/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van de Richtlijnen 2003/71/EU en 2009/138/EG, alsmede de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft (PbEU 2014, L 153).

X Noot
3

Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat (PbEU 2011, L 326).

X Noot
4

Zie artikel 2 van het inwerkingtredingsbesluit van 13 december 2012 (Stb. 2012, 693) en artikel 6 van het inwerkingtredingsbesluit van 11 december 2013 (Stb. 2013, 552).