Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatsblad 2012, 693Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 13 december 2012, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wijzigingswet Financiële Markten 2013, de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II en de Wet van 15 november 2012 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en de Wet giraal effectenverkeer en het Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code van 30 mei 2007 (Stb. 2012, 588)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 12 december 2012, FM/2012/1864 M, directie Financiële Markten;

Gelet op artikel XI van de Wijzigingswet financiële markten 2013, artikel XV van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II en artikel VII van de Wet van 15 november 2012 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet giraal effectenverkeer en het Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code van 30 mei 2007 (Stb. 2012, 588);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

  • 1. De Wijzigingswet financiële markten 2013 treedt in werking met ingang van 1 januari 2013, met uitzondering van artikel I, onderdelen G, Hb1, Ma, Q, onder 1, W, CCa en CCb, en artikel III, onderdeel B.

  • 2. Artikel I, onderdelen Hb1, Ma, CCa en CCb, van de Wijzigingswet financiële markten 2013 treedt in werking met ingang van 1 juli 2013.

Artikel 2

Artikel I, onderdelen D, F en S, van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 3

De Wet van 15 november 2012 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet giraal effectenverkeer en het Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code van 30 mei 2007 (Stb. 2012, 588) treedt in werking met ingang van 1 juli 2013.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 13 december 2012

Beatrix

De Minister van Financiën, J. R. V. A. Dijsselbloem

Uitgegeven de achtentwintigste december 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit regelt de inwerkingtreding van een drietal wetten op het terrein van de financiële markten. De tijdstippen van inwerkingtreding van elk van deze wetten worden hieronder toegelicht.

Artikel 1

De Wijzigingswet financiële markten 2013 maakt deel uit van de jaarlijkse wijzigingscyclus van nationale wetgeving op het terrein van de financiële markten. Volgens vast gebruik treden deze jaarlijkse wijzigingswetten steeds op 1 januari in werking. Voor een aantal onderdelen van de Wijzigingswet financiële markten 2013 geldt evenwel een andere datum. Het betreft de volgende onderdelen.

Artikel I, onderdelen Hb1 en Ma, introduceert voor premiepensioeninstellingen de verplichting om voldoende solvabiliteit aan te houden. Het betreft een nieuw en omvangrijk kapitaalvereiste. Om premiepensioeninstellingen enige tijd te geven om aan het nieuwe vereiste te kunnen voldoen, treden deze onderdelen van de wet eerst op 1 juli 2013 in werking.

De onderdelen CCa en CCb van artikel I zijn ingevoegd op grond van door de Tweede Kamer der Staten-Generaal aanvaarde amendementen. Gelet op de inhoudelijke samenhang van deze amendementen met de Wet van 15 november 2012 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet giraal effectenverkeer en het Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code van 30 mei 2007, ligt het in de rede om genoemde onderdelen gelijktijdig met die wet in werking te laten treden (zie in dat verband artikel 3 van dit besluit).

Artikel I, onderdeel W, houdt verband met de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Artikel 11 van die wet voegt op een bij koninklijk besluit te bepalen datum in de Wet op het financieel toezicht (Wft) artikel 4:71f in. Dat artikel dient direct daaropvolgend te worden gewijzigd; dit is geregeld in artikel I, onderdeel W, van de Wijzigingswet financiële markten 2013. Naar verwachting zal onderdeel W per 1 juli 2013 werking treden.

De uitzondering van artikel I, onderdeel G, houdt verband met een wijziging van artikel 1:90 Wft die in het kader van het thans in voorbereiding zijnde wetsvoorstel voor de Wijzigingswet financiële markten 2014 wordt overwogen. In het licht van die mogelijke wijziging is het niet opportuun de in onderdeel G opgenomen wijziging van artikel 1:42 Wft nu reeds in werking te laten treden. Om dezelfde reden treedt ook de corresponderende wijziging van artikel 1:12 van de Wet financiële markten BES (zie artikel III, onderdeel B) nog niet in werking.

De uitzondering van artikel I, onderdeel Q, onder 1, houdt verband met het nieuwe vakbekwaamheidsregime voor financiële dienstverleners, dat per 1 januari 2014 in werking zal treden.

Artikel 2

De Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II zal niet op 1 januari 2013 in werking kunnen treden omdat op Europees niveau nog geen overeenstemming bestaat over de voor de toepassing van die richtlijn noodzakelijke Europese verordening. Het is echter wenselijk een uitzondering te maken voor artikel I, onderdelen D, F en S, van die wet. Deze onderdelen bevatten wijzigingen van de artikelen 1:24, 1:51e en 1:65 Wft. De in die artikelen opgenomen grondslagen bieden de mogelijkheid om bij ministeriële regeling, ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen, nadere regels te stellen met betrekking tot de wijze waarop de Nederlandsche Bank haar toezichthoudende taak uitoefent, respectievelijk met betrekking tot de samenwerking tussen de Nederlandse toezichthouders en buitenlandse toezichthoudende instanties. Deze grondslagen zijn niet alleen van belang voor de implementatie van de richtlijn solvabiliteit II, maar eveneens voor de uitvoering van andere richtlijnen. De bedoelde onderdelen van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II treden daarom reeds per 1 januari 2013 in werking.

Artikel 3

De Wet van 15 november 2012 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet giraal effectenverkeer en het Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code van 30 mei 2007 (Stb. 2012, 588) treedt op 1 juli 2013 in werking. Daarmee wordt gevolg gegeven aan de wens van de Eerste Kamer om eerst meer duidelijkheid aan de markt te geven ten aanzien van de berekening van bruto short posities, alvorens over te gaan tot inwerkingtreding. Derhalve zal eerst de berekeningswijze van de bruto short posities nader worden uitgewerkt. Om een zorgvuldig proces van vaststelling van de berekeningswijze van bruto short posities te waarborgen is het wenselijk de wijzigingen per 1 juli 2013 in werking te laten treden.

De Minister van Financiën, J. R. V. A. Dijsselbloem