Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatsblad 2014, 452AMvB

Besluit van 19 november 2014, houdende wijziging van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en van het Besluit heffing preventie dierziekten in verband met een wijziging van de tarieven ten behoeve van voorkoming en bestrijding van salmonella, tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën en de financiering van dierziektemonitoring

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 15 september 2014, nr. WJZ / 14144848;

Gelet op de artikelen 91h, tweede lid, 91i, tweede tot en met vijfde lid, 92, tweede lid, en 92a, tweede tot en met vijfde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 1 oktober 2014, nr. W15.14.0330/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken, gedaan in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 17 november 2014, nr. WJZ / 14164082;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit heffing bestrijding dierziekten wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1 wordt in de alfabetische volgorde een begripsbepaling ingevoegd, luidende:

algemene bestrijdingskosten:

andere bestrijdingskosten dan voor de bestrijding van zoönotische salmonella;

B

De artikelen 4 tot en met 7 komen te luiden:

Artikel 4 Tarief houden kippen in vleessector

  • 1. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van eendagskuikens van kippen, behorende tot een vleesras, bedraagt:

    • a. per eendagskuiken, bestemd om te worden gehouden voor de productie van broedeieren:

      • 1°. € 0,008770 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,007667 voor de bestrijding van zoönotische salmonella;

    • b. per eendagskuiken, bestemd om te worden gehouden voor de productie van vlees:

      • 1°. € 0,005481 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,004792 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

  • 2. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van kippen, ouder dan 72 uur maar niet ouder dan 19 weken, behorende tot een vleesras en bestemd om te worden opgefokt tot moederdier of grootmoederdier, bedraagt:

    • a. per kip, bestemd om te worden opgefokt tot moederdier:

      • 1°. € 0,040031 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,034997 voor de bestrijding van zoönotische salmonella;

    • b. per kip, bestemd om te worden opgefokt tot grootmoederdier:

      • 1°. € 0,501484 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,438420 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

  • 3. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van moederdieren of grootmoederdieren van kippen, behorende tot een vleesras, bedraagt:

    • a. per moederdier:

      • 1°. € 0,051578 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,045092 voor de bestrijding van zoönotische salmonella;

    • b. per grootmoederdier:

    • 1°. € 0,221152 voor algemene bestrijdingskosten,

    • 2°. € 0,193341 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

  • 4. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van vleeskuikens, bedraagt per vleeskuiken:

    • a. € 0,009734 voor algemene bestrijdingskosten,

    • b. € 0,008510 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

Artikel 5 Tarief houden kippen in legsector

  • 1. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van eendagskuikens van kippen, behorende tot een legras, bedraagt:

    • a. per eendagskuiken, bestemd om te worden gehouden voor de productie van broedeieren:

      • 1°. € 0,062524 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,054661 voor de bestrijding van zoönotische salmonella;

    • b. per eendagskuiken, bestemd om te worden gehouden voor de productie van eieren:

      • 1°. € 0,001444 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,001263 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

  • 2. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van kippen, ouder dan 72 uur maar niet ouder dan 19 weken, behorende tot een legras, en bestemd om te worden opgefokt tot moederdier of grootmoederdier, bedraagt:

    • a. per kip, bestemd om te worden opgefokt tot moederdier:

      • 1°. € 0,030176 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,026381 voor de bestrijding van zoönotische salmonella;

    • b. per kip, bestemd om te worden opgefokt tot grootmoederdier:

      • 1°. € 0,257210 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,224865 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

  • 3. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van kippen, ouder dan 72 uur maar niet ouder dan 17 weken, behorende tot een legras, en bestemd om te worden opgefokt tot legkip, bedraagt per kip:

    • a. € 0,007414 voor algemene bestrijdingskosten,

    • b. € 0,006482 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

  • 4. De hoogte ven de heffing ter zake van het houden van moederdieren of grootmoederdieren van kippen, behorende tot een legras, bedraagt:

    • a. per moederdier:

      • 1°. € 0,038959 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,034060 voor de bestrijding van zoönotische salmonella;

    • b. per grootmoederdier:

      • 1°. € 0,362887 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,317252 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

  • 5. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van legkippen, bedraagt:

    • a. per legkip die wordt gehouden voor de productie van biologische eieren als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 834/2007:

      • 1°. € 0,035108 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,047844 voor de bestrijding van zoönotische salmonella;

    • b. per legkip die wordt gehouden voor de productie van eieren van hennen met vrije uitloop als bedoeld in bijlage II, onderdeel 1 van Verordening (EG) nr. 589/2008:

      • 1°. € 0,025669 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,027952 voor de bestrijding van zoönotische salmonella;

    • c. per legkip die wordt gehouden voor de productie van scharreleieren als bedoeld in bijlage II, onderdeel 2 van Verordening (EG) nr. 589/2008:

      • 1°. € 0,024733 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,023009 voor de bestrijding van zoönotische salmonella;

    • d. per legkip die wordt gehouden voor de productie van kooi-eieren als bedoeld in bijlage II, onderdeel 2 van Verordening (EG) nr. 589/2008

      • 1°. € 0,017031 voor algemene bestrijdingskosten,

      • 2°. € 0,021145 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

Artikel 6 Tarief houden kalkoenen

  • 1. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van eendagskuikens van kalkoenen bedraagt per eendagskuiken:

    • a. € 0,003453 voor algemene bestrijdingskosten,

    • b. € 0,003019 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

  • 2. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van kalkoenen, ouder dan 72 uur maar niet ouder dan 28 weken, bestemd om te worden opgefokt tot moederdier, bedraagt per kalkoen € 0,037488 voor algemene bestrijdingskosten.

  • 3. De hoogte ven de heffing ter zake van het houden van moederdieren van kalkoenen, bedraagt per moederdier € 0,038364 voor algemene bestrijdingskosten.

  • 4. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van vleeskalkoenen, bedraagt per vleeskalkoen:

    • a. € 0,024578 voor algemene bestrijdingskosten,

    • b. € 0,021487 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

Artikel 7 Tarief houden eenden

  • 1. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van eendagskuikens van eenden bedraagt per eendagskuiken:

    • a. € 0,000658 voor algemene bestrijdingskosten,

    • b. € 0,000575 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

  • 2. De hoogte van de heffing ter zake van het houden van eenden, ouder dan 72 uur, bedraagt per eend:

    • a. € 0,004178 voor algemene bestrijdingskosten,

    • b. € 0,003653 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

C

Artikel 15 komt te luiden:

Artikel 15

De hoogte van de heffing, bedoeld in 14, eerste lid, ter zake van het produceren van vaccinbroedeieren, bedraagt per vaccinbroedei:

  • a. € 0,000083 voor algemene bestrijdingskosten,

  • b. € 0,000073 voor de bestrijding van zoönotische salmonella.

ARTIKEL II

Het Besluit heffing preventie dierziekten wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1 wordt in de alfabetische volgorde een begripsbepaling ingevoegd, luidende:

algemene preventiekosten:

andere preventiekosten dan voor de bestrijding van zoönotische salmonella, voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën of de monitoring van dierziekten;

B

De artikelen 2 en 3 komen te luiden:

Artikel 2 Diergezondheidsheffing preventieve diergezondheidszorg

De diergezondheidsheffing, bedoeld in de artikelen 3, 10, 12 en 14 van het Besluit heffing bestrijding dierziekten, wordt tevens geheven ter bestrijding van de kosten van het Diergezondheidsfonds, voor zover noodzakelijk met het oog op het weren van:

  • a. op grond van artikel 15, eerste lid, van de wet aangewezen besmettelijke dierziekten bij de in de artikelen 3, 10, 12 en 14 van het Besluit heffing bestrijding dierziekten genoemde diersoorten,

  • b. andere dierziekten,

  • c. ziekten die kunnen worden overgebracht op de mens en die alleen de gezondheid van de mens aantasten, waarop op grond van artikel 103 bepalingen van deze wet geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing zijn verklaard.

Artikel 3 Verhoging diergezondheidsheffing

De tarieven van de diergezondheidsheffing, bedoeld in de artikelen 3, 10, 12 en 14 van het Besluit heffing bestrijding dierziekten worden overeenkomstig Hoofdstuk 2 verhoogd met een opslag.

C

Hoofdstuk 2 komt te luiden:

HOOFDSTUK 2 TARIEVEN OPSLAG PREVENTIE DIERGEZONDHEIDSZORG

§ 1 Houden van dieren op een bedrijf
Artikel 4 Tarief opslag houden kippen in vleessector
  • 1. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van eendagskuikens van kippen, behorende tot een vleesras, bedraagt:

    • a. per eendagskuiken, bestemd om te worden gehouden voor de productie van broedeieren:

      • 1°. € 0,000183 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,000208 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,000014 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • .€ 0,000323 voor de monitoring van dierziekten;

    • b. per eendagskuiken, bestemd om te worden gehouden voor de productie van vlees:

      • 1°. € 0,000114 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,001240 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,000592 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,001928 voor de monitoring van dierziekten.

  • 2. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van kippen, ouder dan 72 uur maar niet ouder dan 19 weken, behorende tot een vleesras en bestemd om te worden opgefokt tot moederdier of grootmoederdier, bedraagt:

    • a. per kip, bestemd om te worden opgefokt tot moederdier:

      • 1°. € 0,006696 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,017148 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,001884 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,021798 voor de monitoring van dierziekten;

    • b. per kip, bestemd om te worden opgefokt tot grootmoederdier:

      • 1°. € 0,010472 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,023580 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,001539 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,036664 voor de monitoring van dierziekten.

  • 3. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van moederdieren of grootmoederdieren van kippen, behorende tot een vleesras, bedraagt:

    • a. per moederdier:

      • 1°. € 0,014980 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,022604 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,002708 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,023760 voor de monitoring van dierziekten;

    • b. per grootmoederdier:

      • 1°. € 0,004618 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,118988 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,007764 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,185011 voor de monitoring van dierziekten.

  • 4. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van vleeskuikens, bedraagt per vleeskuiken:

    • a. € 0,000203 voor algemene preventiekosten,

    • b. € 0,002075 voor de preventie van zoönotische salmonella,

    • c. € 0,000644 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

    • d. € 0,003227 voor de monitoring van dierziekten.

Artikel 5 Tarief opslag houden kippen in legsector
  • 1. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van eendagskuikens van kippen, behorende tot een legras, bedraagt:

    • a. per eendagskuiken, bestemd om te worden gehouden voor de productie van broedeieren:

      • 1°. € 0,001306 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,000841 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,000008 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,001308 voor de monitoring van dierziekten;

    • b. per eendagskuiken, bestemd om te worden gehouden voor de productie van eieren:

      • 1°. € 0,000030 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,004148 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,000228 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,006450 voor de monitoring van dierziekten.

  • 2. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van kippen, ouder dan 72 uur maar niet ouder dan 19 weken, behorende tot een legras, en bestemd om te worden opgefokt tot moederdier of grootmoederdier, bedraagt:

    • a. per kip, bestemd om te worden opgefokt tot moederdier:

      • 1°. € 0,023929 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,015875 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,000227 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,017281 voor de monitoring van dierziekten;

    • b. per kip, bestemd om te worden opgefokt tot grootmoederdier:

      • 1°. € 0,005371 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,023365 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,000227 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,036330 voor de monitoring van dierziekten.

  • 3. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van kippen, ouder dan 72 uur maar niet ouder dan 17 weken, behorende tot een legras, en bestemd om te worden opgefokt tot legkip, bedraagt per kip:

    • a. € 0,000155 voor algemene preventiekosten,

    • b. € 0,003659 voor de preventie van zoönotische salmonella,

    • c. € 0,000226 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

    • d. € 0,004531 voor de monitoring van dierziekten.

  • 4. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van moederdieren of grootmoederdieren van kippen, behorende tot een legras, bedraagt:

    • a. per moederdier:

      • 1°. € 0,068282 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,074606 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,000658 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,050043 voor de monitoring van dierziekten;

    • b. per grootmoederdier:

      • 1°. € 0,007578 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,196461 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,001905 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,305471 voor de monitoring van dierziekten.

  • 5. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van legkippen, bedraagt:

    • a. per legkip die wordt gehouden voor de productie van biologische eieren als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 834/2007

      • 1°. € 0,000733 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,334639 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,002049 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,025897 voor de monitoring van dierziekten;

    • b. per legkip die wordt gehouden voor de productie van eieren van hennen met vrije uitloop als bedoeld in bijlage II, onderdeel 1 van Verordening (EG) nr. 589/2008:

      • 1°. € 0,000536 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,107558 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,000664 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,008387 voor de monitoring van dierziekten;

    • c. per legkip die wordt gehouden voor de productie van scharreleieren als bedoeld in bijlage II, onderdeel 2 van Verordening (EG) nr. 589/2008:

      • 1°. € 0,000516 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,027054 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,000167 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,002110 voor de monitoring van dierziekten;

    • d. per legkip die wordt gehouden voor de productie van kooi-eieren als bedoeld in bijlage II, onderdeel 2 van Verordening (EG) nr. 589/2008:

      • 1°. € 0,000356 voor algemene preventiekosten,

      • 2°. € 0,122155 voor de preventie van zoönotische salmonella,

      • 3°. € 0,000759 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

      • 4°. € 0,009598 voor de monitoring van dierziekten.

Artikel 6 Tarief opslag houden kalkoenen
  • 1. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van eendagskuikens van kalkoenen bedraagt per eendagskuiken:

    • a. € 0,000072 voor algemene preventiekosten,

    • b. € 0,007061 voor de preventie van zoönotische salmonella,

    • c. € 0,001060 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

    • d. € 0,010979 voor de monitoring van dierziekten.

  • 2. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van vleeskalkoenen, bedraagt per vleeskalkoen:

    • a. € 0,000513 voor algemene preventiekosten,

    • b. € 0,018525 voor de preventie van zoönotische salmonella,

    • c. € 0,002781 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

    • d. € 0,028804 voor de monitoring van dierziekten.

Artikel 7 Tarief opslag houden eenden
  • 1. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van eendagskuikens van eenden bedraagt per eendagskuiken:

    • a. € 0,000014 voor algemene preventiekosten,

    • b. € 0,000290 voor de preventie van zoönotische salmonella,

    • c. € 0,000450 voor de monitoring van dierziekten.

  • 2. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van eenden, ouder dan 72 uur, bedraagt per eend:

    • a. € 0,000087 voor algemene preventiekosten,

    • b. € 0,003418 voor de preventie van zoönotische salmonella,

    • c. € 0,005315 voor de monitoring van dierziekten.

Artikel 8 Tarief opslag houden runderen
  • 1. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van melkproducerende runderen bedraagt per rund:

    • a. € 0,80 voor algemene preventiekosten,

    • b. € 0,05 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

    • c. € 0,88 voor de monitoring van dierziekten.

  • 2. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van andere runderen, bedoeld in het eerste lid, van 1 jaar of ouder bedraagt per rund:

    • a. € 0,27 voor algemene preventiekosten,

    • b. € 0,04 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

    • c. € 0,67 voor de monitoring van dierziekten.

  • 3. De hoogte van de opslag ter zake van het houden van andere runderen, bedoeld in het eerste lid, jonger dan 1 jaar, bedraagt per rund:

    • a. € 0,12 voor algemene preventiekosten,

    • b. € 0,10 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

    • c. € 0,35 voor de monitoring van dierziekten.

Artikel 9 Tarief opslag houden schapen of geiten

De hoogte van de opslag ter zake van het houden van schapen of geiten bedraagt per schaap of geit:

  • a. € 0,48 voor algemene preventiekosten,

  • b. € 0,25 voor de monitoring van dierziekten.

§ 2 Houden van dieren, anders dan op een bedrijf
Artikel 10 Tarief opslag houden schapen of geiten

De hoogte van de opslag ter zake van het houden van schapen of geiten, anders dan op een bedrijf, bedraagt per schaap of geit:

  • a. € 0,48 voor algemene preventiekosten,

  • b. € 0,25 voor de monitoring van dierziekten.

§ 3 Verhandelen van varkens vanaf een bedrijf
Artikel 11 Tarief opslag verhandelen varkens

De hoogte van de opslag ter zake van het verhandelen van varkens vanaf een bedrijf, met als bestemming het brengen buiten Nederland of de slacht, bedraagt per varken:

  • a. € 0,01 voor algemene preventiekosten,

  • b. € 0,004 voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën,

  • c. € 0,05 voor de monitoring van dierziekten.

§ 4 Produceren dierlijke producten
Artikel 12 Tarief opslag produceren vaccinbroedeieren

De hoogte van de opslag ter zake van het produceren van vaccinbroedeieren bedraagt per vaccinbroedei € 0,000002 voor algemene preventiekosten.

ARTIKEL III

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 19 november 2014

Willem-Alexander

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

Uitgegeven de zevenentwintigste november 2014

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

§ 1. Inleiding

Dit besluit wijzigt de tarieven van de diergezondheidsheffing. Deze heffing is ingevoerd met het Besluit heffing bestrijding dierziekten ter financiering van kosten die gemaakt worden voor de bestrijding van dierziekten. Het Besluit heffing preventie dierziekten voorziet in een opslag op het tarief van de diergezondheidsheffing ter bekostiging van de overheidsuitgaven die worden gedaan met het oog op het weren van dierziekten, ofwel de preventieve diergezondheidszorg.

De diergezondheidsheffing is ingevoerd naar aanleiding van de opheffing van de product- en bedrijfschappen die voortvloeit uit de Wet opheffing bedrijfslichamen. De tarieven worden met dit besluit thans verhoogd ter financiering van overheidsuitgaven voor het weren en bestrijden van zoönotische salmonella alsmede voor de preventie van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën. Ook de kosten die samenhangen met de monitoring van dierziekten (de basismonitoring) worden met dit besluit in de tarieven verwerkt. Voor het betrokken landbouwbedrijfsleven betekent dit een voortzetting van de situatie zoals deze gold vóór opheffing van de productschappen, omdat een ondernemer voorheen een soortgelijke heffing was verschuldigd aan een productschap.

Ingevolge artikel 110 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is op dit besluit een nahangprocedure van toepassing.

§ 2. Verhoging diergezondheidsheffing

In de tarieven van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en van het Besluit heffing preventie dierziekten, zoals deze golden vóór inwerkingtreding van onderhavig besluit, waren de kosten voor het bestrijden en weren van salmonella, tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën alsmede voor de basismonitoring nog niet meegenomen. Reden hiervoor was dat op dat moment de wettelijke grondslagen ontbraken. In deze grondslagen wordt voorzien door het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en andere wetten in verband met de opheffing van de bedrijfslichamen (Wet opheffing bedrijfslichamen) (Kamerstukken II 2013/14, 33 910, nr. B).

Bij zoönotische salmonella gaat het om serotypen salmonella die een gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid van de mens. De preventie en bestrijding van zoönotische salmonella vindt plaats op grond van artikel 81c van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (hierna: Gwwd) en artikel 103 Gwwd. De regelgeving is uitgewerkt in het Besluit zoönosen en de Regeling preventie, bestrijding, monitoring bestrijding en monitoring besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s. Hiermee wordt tevens uitvoering gegeven aan EU-regelgeving, te weten richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönosen en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van richtlijn nr. 92/117/EEG van de Raad (PbEU 2003, L 325), alsmede verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEU 2003, L 325).

In het kader van de basismonitoring, die wordt uitgevoerd door de Gezondheidsdienst voor Dieren, worden signalen van dierziekten bij landbouwhuisdieren verzameld en geanalyseerd. Hiermee worden houders van dieren en dierenartsen ondersteund in het stellen van de juiste diagnose met betrekking tot een ziekte of ziekteverschijnsel bij een dier. De basismonitoring wordt van groot belang geacht (Kamerstukken II 2013/14, 29 683, nr. 169).

De kosten van de basismonitoring werden vóór de opheffing van de productschappen gefinancierd door het Productschap Zuivel, het Productschap Pluimvee en Eieren, het Productschap Vee en Vlees en de minister van Economische Zaken gezamenlijk. De productschappen financierden hun bijdrage op grond van de Wet op de bedrijfsorganisatie met inkomsten uit door hen opgelegde heffingen aan ondernemingen. Na opheffing van de bedrijfslichamen konden voornoemde bedrijfslichamen geen financiële bijdrage meer leveren. Daarom is in de artikelen 91a, tweede lid, 91h, tweede lid, en 92, tweede lid, van de Gwwd een heffingsgrondslag opgenomen met het oog op verkrijging van de bedrijfslevenbijdrage aan de basismonitoring zoals die voorheen door voornoemde bedrijfslichamen werd betaald.

Ieder gebruik van antibiotica draagt bij aan de ontwikkeling van resistentie bij bacteriën tegen antibiotica en vormt daarmee een risico voor de volksgezondheid en diergezondheid. De overheid en het bedrijfsleven spannen zich in voor minder en meer verantwoord gebruik van antibiotica in de Nederlandse dierhouderij. Zij doen dit onder andere door financiering van activiteiten die de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) ontplooit met betrekking tot transparantie van het antibioticagebruik in de dierhouderij, vaststelling van benchmarkindicatoren die als streefwaarden dienen voor dierenartsen en dierhouders, verbetertrajecten voor bedrijven en dierenartsenpraktijken die systematisch veel antibiotica inzetten en rapportage over trends en ontwikkelingen in het antibioticagebruik. De kosten voor deze activiteiten worden tot op heden gezamenlijk door het Productschap Pluimvee en Eieren, het Productschap Vee en Vlees, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde en de Minister van Economische Zaken gefinancierd. De productschappen financieren hun bijdrage met inkomsten uit door hen op grond van de Wet op de bedrijfsorganisatie opgelegde heffingen aan ondernemingen. Na opheffing van de bedrijfslichamen kunnen voornoemde bedrijfslichamen geen financiële bijdrage meer leveren. Daarom is in de artikel 92, tweede lid, van de Gwwd een heffingsgrondslag opgenomen zodat op deze wijze voorzien kan worden in inkomsten ter financiering van het deel van de kosten voor het weren van tegen antibiotica resistente bacteriën bij dieren, waaronder ook het voorkomen van resistentievorming bij bacteriën, waarin eerder door voornoemde bedrijfslichamen voorzien werd. Deze bijdrage zal worden ingezet voor de financiering van de activiteiten van de SDa. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde en de Minister van Economische Zaken zullen hun bijdrage aan de SDa overigens blijven financieren op de wijze waarop zij dit thans al doen.

Met dit wijzigingsbesluit worden de tarieven van de diergezondheidsheffing verhoogd ter financiering van uitgaven voor het weren en bestrijden van zoönotische salmonella, tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën alsmede voor de financiering van de basismonitoring. Artikel I voorziet in wijziging van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en bevat de nieuwe tarieven voor vleeskippen, legkippen, kalkoenen en eenden in verband met het bestrijden van zoönotische salmonella. Met artikel II wordt het Besluit heffing preventie dierziekten gewijzigd. In onderdeel B zijn de nieuwe tarieven opgenomen waarin de kosten van preventie van zoönotische salmonella, tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën alsmede voor de monitoring van dierziekten zijn verwerkt. Inzichtelijk is gemaakt welk tarief wordt geheven voor respectievelijk algemene preventie- en bestrijdingskosten alsmede voor de preventie en bestrijding van zoönitische salmonella, tegen de preventie van antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën alsmede voor de monitoring van dierziekten. Hiervoor is gekozen, omdat ten tijde van de vaststelling van dit besluit nog geen goedkeuring van de Europese Commissie is ontvangen voor de steunelementen die het besluit bevat. De vaststelling van dit besluit kon hier niet op wachten gegeven de te volgen nahangprocedure en de wens het besluit op 1 januari in werking te laten treden. De gekozen opzet geeft echter de mogelijkheid om specifieke tariefcomponenten, afhankelijk van het oordeel van de Europese Commissie, niet in werking te laten treden.

Conform de artikelen 91i, derde, vierde en vijfde lid, en 92a, derde, vierde en vijfde lid, van de Gwwd zijn de nieuwe tarieven gebaseerd op een raming van de verwachte kosten voor preventie en bestrijding van zoönotische salmonella en de basismonitoring tot aan het einde van de driejaarsperiode, bedoeld in het tweede lid van genoemde artikelen. Bij de raming van de tarieven is rekening gehouden met de gemaakte kosten in de afgelopen tweeënhalf jaren. De geraamde heffingsinkomsten, bestemd voor de bekostiging van het weren en bestrijden van salmonella bedragen circa € 4.600.000,– per jaar. Ten bate van de financiering van de basismonitoring zijn de heffingsinkomsten geraamd op circa € 4.000.000,–, en voor de financiering van de SDa-activiteiten in het kader van tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën op € 360.000,–.

Het vierde lid van de artikelen 91i en 92a Gwwd voorziet er in dat het vastgestelde tarief voor de diergezondheidsheffing, in afwijking van het voorschrift dat het tarief om de drie jaar mag worden gewijzigd, lopende de driejaarsperiode mag worden gewijzigd naar aanleiding van de inwerkingtreding van artikel XXIII, onderdelen Ac, Ae en Ag, van de Wet opheffing bedrijfslichamen.

§ 3. EU-aspecten

De bestemming van de diergezondheidsheffing vormt een steunmaatregel in de zin van artikel 107 van het Verdrag. Er is sprake van begunstiging van de primaire productiesector, omdat de Minister van Economische Zaken de opbrengst van de heffing zal aanwenden voor de bekostiging van preventieve diergezondheidszorg en dierziektenbestrijding. Dat geldt ook voor de uitgaven in verband met zoönotische salmonella en de basismonitoring, ter financiering waarvan dit wijzigingsbesluit voorziet in een tariefsverhoging van de diergezondheidsheffing.

Bij de beoordeling van een steunmaatregel door de Europese Commissie wordt ook de financiering daarvan in ogenschouw genomen. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie (arrest van 25 juni 1970, Frankrijk/Commissie, zaak 47/69, Jur. 1970, 487) blijkt dat een steunmaatregel die qua bestemming verenigbaar is met artikel 107 van het Verdrag door de wijze van financiering toch ongeoorloofd kan zijn. Het stelsel van heffingen ter financiering van de steunmaatregel moet derhalve ook in overeenstemming zijn met artikel 107 van het Verdrag. Zie bij voorbeeld het arrest van 21 oktober 2003, Van Calster, gevoegde zaken C-261/01 en 262/02, punt 49. De voorgestelde tariefsverhogingen zullen niet met terugwerkende kracht worden ingevoerd. De tarieven hebben door hun geringe hoogte geen handelsverstorend effect. De heffing drukt niet zwaarder op uit andere EU-lidstaten naar Nederland gebrachte broedeieren of dieren dan op in Nederland geproduceerde eieren of geboren dieren. De import zelf is irrelevant voor de heffing. Daarmee kan ook ten aanzien van de steunverlening de voorgestelde tariefsverhoging de toets der kritiek doorstaan.

De voorgestelde tariefsverhoging is onderdeel van de staatssteunmelding voor de diergezondheidsheffing. Voor een meer uitvoerige toelichting op de EU-aspecten wordt verwezen naar § 6 van het Besluit heffing bestrijding dierziekten.

§ 4. Uitvoering en handhaving

Dit besluit heeft geen gevolgen voor de uitvoering of voor de handhaving, omdat de tariefswijziging niet leidt tot extra handelingen.

§ 5. Regeldruk

Omdat heffingen, evenals retributies, leges en belastingen buiten de definitie van administratieve lasten of inhoudelijke nalevingskosten vallen, heeft aanpassing van de tarieven geen gevolgen voor de regeldruk.

§ 6. Inwerkingtreding

De beoogde invoeringsdatum van de wijzigingen die met dit besluit worden aangebracht, is 1 januari 2015. Deze datum sluit aan bij de vaste verandermomenten voor regelgeving, zoals opgenomen in aanwijzing 174 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Invoering van de wijzigingen met ingang van 1 januari 2015 is wenselijk, omdat op deze manier de kosten die de Minister van Economische Zaken zal maken uit het Diergezondheidsfonds, voor het hele kalenderjaar kunnen worden omgeslagen over het landbouwbedrijfsleven. Het is niet mogelijk dit besluit twee maanden voor inwerkingtreding te publiceren. Voor het bedrijfsleven levert dit besluit echter geen verrassingen op, omdat voorheen de productschappen heffingen oplegden op grond van de Wet op de bedrijfsorganisatie, waaruit zij kosten van basismonitoring en voor het weren en bestrijden van salmonella betaalden. Gekozen is voor de mogelijkheid van gedifferentieerde inwerkingtreding, omdat hiermee voortvarender tegemoet kan worden gekomen aan wensen die als gevolg van de te volgen nahangprocedure kenbaar kunnen worden.

Omdat de inwerkingtreding van het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de bedrijfsorganisatie en andere wetten in verband met de opheffing van de bedrijfslichamen (Wet opheffing bedrijfslichamen) (Kamerstukken II 2013/14, 33 910, nr. B) wordt voorzien op 1 januari 2015 en nog in behandeling is bij de Eerste Kamer is het noodzakelijk dit besluit vast te stellen voordat hiervoor in de benodigde grondslagen is voorzien. In dit geval is echter sprake van een uitzonderlijke situatie, zoals beschreven in aanwijzing 34a van de Aanwijzingen voor de regelgeving, die deze handelswijze rechtvaardigt. In de inwerkingtreding van het besluit zal pas worden voorzien zodra het eerder genoemde wetsvoorstel is bekrachtigd en zeker is dat het met ingang van 1 januari 2015 in werking zal treden.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.