Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2014, 228Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 25 juni 2014 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele artikelen van de Wet hervorming kindregelingen (Stb. 2014, 227)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 juni 2014, nr. 2014-0000079746;

Gelet op artikel XIV van de Wet hervorming kindregelingen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

  • 1. Met ingang van 1 juli 2014 treden de volgende artikelen van de Wet hervorming kindregelingen in werking:

    • a. Artikel I, onderdeel A, voor zover het betreft artikel 7, eerste tot en met vijfde lid, en achtste en negende lid, van de Algemene Kinderbijslagwet;

    • b. Artikel I, onderdeel C,

    • c. Artikel I, onderdeel E,

    • d. Artikel I, onderdeel F,

    • e. Artikel I, onderdeel I,

    • f. Artikel I, onderdeel J,

    • g. Artikel I, onderdeel K,

    • h. Artikel II, onderdeel Ba, en

    • i. Artikel VIIa.

  • 2. Artikel II, onderdeel A en onderdeel B, vierde subonderdeel, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de Wet hervorming kindregelingen wordt geplaatst en werkt terug tot en met:

    • a. 1 juli 2013, voor zover het betreft personen die voor 29 maart 2013 geen recht hadden op een halfwezenuitkering,

    • b. 1 oktober 2013, voor zover het betreft personen die voor 29 maart 2013 recht hadden op een halfwezenuitkering.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 25 juni 2014

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Uitgegeven de zevenentwintigste juni 2014

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

De in de Wet hervorming kindregelingen opgenomen maatregelen treden in beginsel in werking met ingang van 1 januari 2015, met uitzondering van een aantal artikelen en artikelonderdelen.

In het eerste lid wordt voorzien in de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, voorzover het betreft artikel 7 Algemene Kinderbijslagwet (AKW) eerste tot en met vijfde lid en achtste en negende lid, onderdeel C, onderdeel E, onderdeel F, onderdeel I, onderdeel J, onderdeel K, artikel II, onderdeel Ba, en artikel VIIa met ingang van 1 juli 2014.

Vervolgens wordt in het tweede lid voorzien in de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A en onderdeel B, wat betreft het in artikel 17 van de Algemene nabestaandenwet (Anw) voorgestelde vierde lid, met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de wet wordt geplaatst.

Eerste lid

Met de wijziging in artikel I, onderdeel A, wat betreft artikel 7, eerste tot en met vijfde lid en achtste en negende lid, van de AKW, komen onder andere de tijdbestedingsvoorwaarden voor 16- en 17-jarigen gedeeltelijk te vervallen en wordt de inkomenstoets voor uitwonende kinderen onder de 16 jaar in de AKW afgeschaft.

Met artikel I, onderdeel C, wordt artikel 11 van de AKW omwille van de leesbaarheid en de toevoeging van de tegemoetkoming voor ouders van gehandicapte kinderen aan de AKW in de vorm van dubbele kinderbijslag voor thuiswonende kinderen aangepast.

Artikel I, onderdeel E, betreft een wijziging van artikel 13 van de AKW dat in verband met de dubbele kinderbijslag voor thuiswonende kinderen wordt aangepast en voorziet in de indexering van de kinderbijslagbedragen. Vervolgens wordt met artikel I, onderdeel F, voorzien in het niet indexeren van de kinderbijslag door aanpassing van artikel 13a van de AKW.

Met artikel I, onderdelen I en J, wordt artikel 41a van de AKW vervangen door een artikel dat het overgangsrecht regelt voor verzekerden, die vanwege de aanscherping van de voorwaarden van dubbele kinderbijslag voor kinderen die niet thuis wonen om onderwijsredenen en voor de 16- en 17-jarige kinderen op grond van artikel 7, zesde lid, van de AKW de dubbele kinderbijslag zouden verliezen en komt artikel 41b van de AKW te vervallen, omdat dit artikel is uitgewerkt.

Artikel I, onderdeel K, betreft een samenloopbepaling met het wetsvoorstel tot wijziging van enkele sociale zekerheidswetten in verband met een andere vormgeving van de exportbeperking in de AKW en het regelen van overgangsrecht voor de situatie van opzegging of wijziging van een verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen situatie (verder: wetsvoorstel herziening exportbeperking kinderbijslag, Kamerstukken 33 162). Dit onderdeel regelt de vernummering van het in het wetsvoorstel herziening exportbeperking kinderbijslag voorgestelde artikel 41c van de AKW tot artikel 41b van de AKW.

Met de wijziging in artikel II, onderdeel Ba, wordt artikel 26 van de Algemene nabestaandenwet (Anw) in overeenstemming gebracht met artikel 7, derde lid, van de AKW voor wat betreft meldingen van de gemeente waarin het kind woont in verband met de voorwaarden voor 16- en 17-jarigen zonder startkwalificatie.

Tot slot treedt artikel VIIa met ingang van 1 juli 2014 in werking, gelijktijdig met de inwerkingtreding van het nieuwe artikel 7, tweede lid AKW, waarnaar de in artikel VIIa genoemde artikelen 1:4, eerste lid, onderdeel d en 2:43, eerste lid, onderdeel d, van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten verwijzen.

Tweede lid

De wijzigingen in artikel II, onderdelen A en B, vierde subonderdeel, hangen samen met de wijziging van de Anw waarbij de halfwezenuitkering als zelfstandige uitkering is opgehouden te bestaan en is geïntegreerd in de hoge nabestaandenuitkering. Deze artikelonderdelen werken terug tot en met 1 juli 2013 voor zover het personen betreft die voor de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de Wet vereenvoudiging regelingen SVB is geplaatst (Stb. 2013, 115) nog geen recht hadden op een halfwezenuitkering (nieuwe gevallen) en tot en met 1 oktober 2013 voor zover het personen betreft die voor genoemde datum wel recht hadden op een halfwezenuitkering (bestaande gevallen).

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher