Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatsblad 2013, 103Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 13 maart 2013, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 7 maart 2013, nr. WJZ / 13032742;

Gelet op artikel 47 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Instellingswet Autoriteit Consument en Markt treedt in werking met ingang van 1 april 2013 met uitzondering van artikel 23, onderdeel C, wat betreft het vervallen van artikel 5l, artikel 24, onderdeel B, wat betreft de wijziging van artikel 39, en onderdeel E, eerste lid, en artikel 28.

Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 13 maart 2013

Beatrix

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

Uitgegeven de eenentwintigste maart 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

NOTA VAN TOELICHTING

1. Algemeen

Dit besluit regelt de inwerkingtreding van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt. Artikel 47 van die wet bepaalt dat het tijdstip van inwerkingtreding voor de verschillende artikelen en onderdelen van die wet verschillend kan worden vastgesteld.

Een enkel onderdeel van die wet treedt niet in werking. Het gaat allereerst om artikel 23, onderdeel C, wat betreft het vervallen van artikel 5l. Artikel 5l van de Mededingingswet blijft daardoor bestaan. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan een toezegging van de Minister van Economische Zaken op 12 februari 2013 tijdens de behandeling van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt in de Eerste Kamer.

Ook artikel 24, onderdeel B, wat betreft de wijziging van artikel 39, en onderdeel E, eerste lid, treden niet in werking. Dit betreffen wijzigingen van artikel 39, eerste lid, van de Postwet 2009 die door de op 8 november 2012 in werking getreden Wet van 1 november 2012 tot wijziging van de artikelen 8 en 89 van de Postwet 2009 (Stb. 2012, 540) geen effect meer kunnen sorteren en daarom niet meer in werking zullen treden.

Ten slotte treedt artikel 28 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt evenmin in werking. Artikel 28 betreft wijzigingen van de Warmtewet. Inwerkingtreding van dit artikel is niet aan de orde omdat het op 3 september 2003 ingediende voorstel van wet van de leden Ten Hoopen en Samsom tot het stellen van regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet) (Kamerstukken 29 048) en het op 6 juli 2011 ingediende voorstel van wet tot Wijziging van de Warmtewet in verband met enkele aanpassingen (Kamerstukken 32 839) nog niet tot wet zijn verheven.

2. Inwerkingtreding en Vaste verandermomenten

De Instellingswet Autoriteit Consument en Markt treedt met ingang van 1 april 2013 in werking. Daarmee wijken bekendmaking en inwerkingtreding af van het beleid inzake de Vaste verandermomenten. Deze afwijking is ingegeven door het feit dat alle voorbereidingen om de Autoriteit Consument en Markt van start te laten gaan getroffen zijn en er, gelet op de aan de instelling verbonden voordelen en de aan uitstel verbonden nadelen, geen reden is de instelling van deze autoriteit uit te stellen (zie aanwijzing 174, vierde lid, onderdeel a, van de Aanwijzingen voor de regelgeving). Hetzelfde geldt voor de inwerkingtreding van de op de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt gebaseerde lagere regelgeving.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp